Vinyl komt weer terug. Dat zegt men inmiddels al zo'n vijftien jaar, we kunnen onderhand wel vaststellen dat vinyl terug is. Ik vind het overigens een nogal nieuwerwetse term, vroeger hoorde je die zelden en oude verzamelaars noemen het nog gewoon platen en lp’s. Maar goed, om vinyl en de platenwinkel te vieren, en vooral te promoten, is er, inmiddels ook al jaren, Record Store Day. Dus hoe bedoel je, de platenzaak is verdwenen?
Twee woorden vormden een donderwolk boven mijn hoofd toen ik onlangs het RSD-programma van mijn plaatselijke platenzaak bekeek: Fucking Flemming. Tien jaar geleden was ik daar nog getuige van een eenmalige reünie van de legendarische cult-metalband Atilla, dit jaar wordt de line-up aangevoerd door een vrolijke singer-songwriter die misschien hoopt dat hij dankzij Record Store Day street credibility krijgt, maar voor wie het sowieso gewoon een schnabbel is. Vorig jaar trad Diggy Dex er op, de chansonrapper die een groot publiek aanspreekt door life events lichter verteerbaar te maken met quasi-diepzinnige, feelgood teksten vol open deuren. Vanwege die gave is hij in de arm genomen door uitvaartverzekeraar Monuta.
Rappers die zich laten inhuren door verzekeraars, ‘suckers of Satan’s cock’ zou comedian Bill Hicks ze hebben genoemd. Ooit kregen rappers boze brieven van de FBI en waren ouders bezorgd over de invloed van hun verderfelijke teksten. De rapper van nu is een allemansvriend die je oma ook leuk vindt. Voor het eerst wordt er een generatie groot van wie de ouders naar ruigere muziek luisterden dan hun kinderen. En zo krijgt Record Store Day steeds meer weg van de Libelle-dagen. De duivel is doodgeknuffeld.
Het was een teken aan de wand toen mijn plaatselijke platenzaak een jaar of tien geleden een verbouwing onderging. Toen ik er een kijkje nam voor de krant, vertelde de eigenaar dat hij af wilde van de uitstraling van een tweedehands winkel. Niet langer de schimmige plek waar rock ‘n roll bloeide. Het beest was getemd en gereinigd van zijn vuigheid.
Marginale pijpenlades waar een bedompte, zurige lucht hing en waarvan de eigenaar contactgestoord was en een bochel had
Dat is nou precies wat ik mis: die oude platenzaken van weleer, zoals ze waren toen ik dertig jaar geleden begon met verzamelen. Marginale pijpenlades waar een bedompte, zurige lucht hing en waarvan de eigenaar contactgestoord was en een bochel had. Een man die opgesloten zat in het muzikale universum in zijn hoofd, maar als je de juiste plaat uit een bak trok, er plots een woordenstroom uit hem begon te vloeien en er een wereld voor je openging. Waar je op een regenachtige dinsdagmiddag op Cherry van Stanley Turrentine stuitte, met die sample van My Philosophy van Boogie Down Productions. Voor slechts een tientje.
Alternatieve mainstream
Mijn lokale platenboer is onderdeel geworden van een keten die zich toelegt op wat ik de ‘alternatieve mainstream’ noem. Zeg maar een Free Record Shop, maar dan met muziek met een zachte rafelrand. Middle of the road-artiesten die soms tegen de doorgetrokken streep aan schurken maar er nooit overheen gaan. Mainstream en counterculture waren ooit gescheiden, soms tegengestelde werelden, maar de grenzen zijn voor jongere generaties vervaagd. In theorie klinkt dat positief, zeker in deze tijd van polarisatie. En als kruisbestuiving ook innovatief, misschien is dat de laatste grote ontwikkeling in de popmuziek, want sinds elektronische muziek, hiphop en EDM zijn er geen nieuwe genres meer geboren, hooguit uitkristalleringen. Maar veelal leidt het tot een soort onverschillige, vrijblijvende normvervaging waar grijze, amorfe muziek uit voortkomt. Van alles wat is van alles net niks. Something for everybody. Maar je kunt nu eenmaal niet iedereen tevreden stellen.
Ik krijg in platenzaken vaak het gevoel in een soort rock & roll-parodie te zijn beland
Niet alleen mijn lokale winkel, veel platenzaken zijn anno 2026 veranderd in smetteloze witte winkels vol peperdure lp's in allerlei snoepkleurtjes en wanden vol rock & roll-memorabilia als speelgoed voor volwassenen, bemenst door hippe geüniformeerde pseudo-punk GenZ-hipsters die misschien wel goed op de hoogte zijn van de laatste trends en bands, maar zelden echt verstand hebben van muziek. Ik krijg daar vaak het gevoel in een soort rock & roll-parodie te zijn beland. Authenticiteit is tegenwoordig ook een marketingconcept. Zo sleet H&M bandshirts van Nirvana en Pink Floyds Dark Side of the Moon aan grasgroene tieners die geen idee hadden.
Voor zeldzame platen hoef je er allang niet meer te komen. Ik ging steeds vaker met lege handen naar huis, zelfs toen het nieuwe album van Lucinda Williams niet eens in de bak stond. Als je platen bestelt moet je er vaak maanden op wachten. Ik zoek mijn heil op Discogs, dat is bovendien een stuk goedkoper. Want de vinylprijzen lijken elk jaar met 10 euro te worden verhoogd.
Exclusieve releases van afgedankt materiaal
Record Store Day begon ooit als een sympathiek initiatief om de marginale platenzaak weer op de kaart te zetten. Maar zoals het altijd gaat, is het verpest door de commercie. Na jarenlang sappelen sinds de ineenstorting van de cd-verkoop door het downloaden, ontdekten platenmaatschappijen eindelijk een nieuwe kip met gouden eieren. Met dollartekens in de ogen brengen ze speciaal voor RSD peperdure exclusieve releases uit, waarmee ze vinylverzamelaars het hoofd op hol brengen door ze wijs te maken dat het nu of nooit is en dat je er daarna nooit meer aan kan komen. Terwijl er in feite een kunstmatige schaarste wordt gecreëerd met afgedankt materiaal dat oorspronkelijk door de artiest niet bedoeld was om op de markt te brengen.
Dezelfde muziekindustrie die ons in de jaren 80 aan de veel duurdere cd met zijn zogenaamd superieure geluidskwaliteit wilde krijgen, probeert nu weer de ouderwetse lp aan de man te brengen, en bauwt clichés na als ‘een warm geluid’, een ‘mooie grote hoes’ en zelfs de ‘geur van vroeger’, ook al is het splinternieuw materiaal, vers van de platenpers. De consument, die een jaar of twintig geleden de platenverzamelaar nog voor gek versleet en zijn oude lp’s naar de kringloop bracht, trapt er weer in. En koopt zijn oude platen weer terug, voor de hoofdprijs.
Ik sla Record Store Day zaterdag over. Ik werk me liever in het stof als vrijwilliger in het bos.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten