woensdag 29 juni 2011

Dennis Coffey komt zijn erfenis opeisen

Foto: Jerry Wald
Achter zijn lange blonde manen, grote baard en nerdy bril zou je geen funkmuzikant vermoeden die een hele generatie rappers voorzag van kant-en-klare samples. De naam Dennis Coffey zegt maar weinig mensen meer wat. Nu is de 70-jarige gitarist terug met een nieuwe plaat om ons op zijn enorme staat van dienst te attenderen.

"Oh Chuck, they out to get us man, yo we gotta dust these boys off", klinkt de stem van Flavor Flav op 'You're Gonna Get Yours', de openingstrack van Public Enemy's Yo! Bum Rush The Show (1987). De borrelende gitaarlick leende Public Enemy van 'Getting It On' van Dennis Coffey uit 1971. PE was een van velen die putten uit het werk van Dennis Coffey. Ook L.L. Cool J, Queen Latifah, Diamond D., Lord Finesse, Beastie Boys, Moby, Roni Size, Mos Def, Ultramagnetic MC's, Geto Boys en Compton's Most Wanted. To name a few.

Wie is dan die Dennis Coffey, die sprekend leek op David van Driessen, de hippieleraar uit Beavis & Butt-Head, maar zulke vette funkplaten op zijn naam heeft staan? Coffey begon als tiener al te werken als professioneel muzikant. In de jaren '60 speelt hij op verschillende hits van soulzanger Edwin Starr, waaronder 'S.O.S. (Stop Her On Sight)' uit 1966. Al gauw maakt Coffey naam in Detroit en onvermijdelijk belandt hij bij Motown.

Coffey verenigt in zich de twee muzikale uitersten die Detroit als hun thuis hebben: sweet soul music en loeiharde rock. Eind jaren '60 begint Motown de kauwgomballensoulsound af te schudden voor een volwassener geluid dat beter past bij de veranderende tijdsgeest. Dennis Coffey is de man die de Wahwah-gitaar introduceert bij Motown, een hippe psychedelische vervorming uit de rock.

"Op een dag kreeg ik een telefoontje van James Jamerson (huisbassist van Motown, red.) dat hij met Hank Cosby (Motown-producer, red.) een producerworkshop ging houden boven Golden World Studios in Detroit", vertelt Coffey door de telefoon vanuit zijn huis in Farmington, een voorstad van de Motor City. "Twee-en-een-half uur, vier avonden per week. Alle Motown-producers moesten komen om met de muzikanten te experimenteren. Of ik ook wilde komen. Na een week of drie kwam Norman Whitfield langs, die de producer was van The Temptations. Hij had een arrangement van een nummer getiteld 'Cloud Nine'. We zouden aan de slag gaan met het arrangement van 'Cloud Nine'. Norman Whitfield hoorde mij spelen op het wahwah-pedaal en wilde dat hebben. Twee weken later stond ik in de Motown-studio te spelen met The Temptations. Dat was mijn ticket naar Motown."

Revolutie
'Cloud Nine' (1969) was een ware revolutie. De zoete feelgood soul waar Motown groot mee was geworden behoorde tot het verleden. De psychedelische funksound bleek tevens een enorme inspiratiebron voor de zwarte muziek. Coffey maakt carrière als een veelgevraagde sessiemuzikant. Hij speelt op platen van Stevie Wonder, Diana Ross, The Supremes, Marvin Gaye, The Four Tops, Gladys Knight, Wilson Pickett, Parliament/Funkadelic, Quincy Jones, Barbra Streisand en Ringo Starr.

Zijn status als sessiemuzikant stelt Coffey in staat om platen te maken als soloartiest. Het zijn platen vol rauwe, harde, industriële funk die decennia later de belangstelling wekt van de hiphop. Vooral de hit 'Scorpio' van het album Evolution uit 1971 is een dankbare samplebron: Andere veel gesamplede Coffey-tracks zijn 'Getting It On', 'Ride Sally Ride' en de soundtrack van de Blaxploitation-martialartsfilm Black Belt Jones.



Samples
Dennis Coffey was verrast toen hij plotseling zichzelf terughoorde op allerlei hiphopplaten. "Rond 1985 of '86 was ik in de studio aan een nieuwe plaat aan het werken en ik vroeg de technicus om me een paar voorbeelden te laten horen van waar de nieuwe mensen mee bezig waren. Dus hij draaide Public Enemy en ik hoorde mezelf gitaar spelen. Ik dacht: ik kan me niet herinneren dat ik betaald ben om die sessie te spelen", herinnert Coffey zich. "En toen werden er nog meer samples gebruikt en uiteindelijk heb ik contact opgenomen met Clarence Avant (platenbaas en onder meer oprichter van Coffeys label Sussex Records, ook wel The Godfather of Black Music genoemd) die alle copyrights van de Sussex-platen bezat. Hij was toentertijd bestuursvoorzitter van Motown in New York. Avant is met de platenmaatschappijen gaan praten en kreeg ik betaald voor de samples."

Voelde het alsof iemand uw muziek stal?
"Als ik op iemands plaat te horen ben en ik krijg daar niet voor betaald, zeg ik wel: wacht 'es even! Als je iets van me gebruikt moet je me wel laten meedelen. Dat is wel zo fair. Nu weet ik precies op welke platen ik te horen ben omdat ik ook een writing credit krijg - dat is een manier om te betalen voor de samples."

Verdient u goed aan die samples?
"Het is niet genoeg om rijk van te worden, hahaha! Maar het is heel redelijk. Ik krijg royalty's van de platenverkoop en airplay omdat ik een writing credit deel. Dat zit wel goed."

Het is zeker wel een bijzonder gevoel om twintig jaar later heel invloedrijk te zijn op een nieuw genre? 
"Hiphopmensen komen naar me toe om me de hand te schudden en me te bedanken voor wat ik voor hiphop heb gedaan. Die rap guys hebben me gesampled en hebben veel ontzag voor me, dus dat vind ik heel opwindend."

Houdt u van hiphop?
"Ik vind het wel leuk. Ik begrijp wat ze doen. Ik luister er niet veel naar, maar ik hou van de grooves. Elke generatie heeft zijn eigen definitie van wat goed is. Ik probeer een open geest te houden, maar ik luister zelf liever naar wat ík goed vind."

Zou u samenwerken met rappers?
"Als ze me zouden benaderen. Ik ben bij Eminem in de studio geweest, heb hem overigens niet ontmoet. Ik heb Kid Rock wel ontmoet. Als ik word gevraagd om op een plaat te spelen en ik denk dat het goed is, doe ik het."

En zou u rappers uitnodigen mee te doen op uw eigen plaat?
"Dat zou kunnen. We hebben nog geen plannen voor de volgende plaat, maar je weet nooit, misschien komt er wel een hiphopding op."

Unsung hero
De gezaghebbende muziekdatabase All Music Guide noemt Dennis Coffey een 'unsung hero from the halcyon era of Detroit soul'. Hij voelt zich echter niet miskend. "Frank Sinatra zei dat als je als artiest één enorme hit moet maken waarvan iedereen je kent. Dat is een maatstaf voor succes. Iedereen kent mij van Scorpio en de soundtrack van Black Belt Jones. Ik heb 25 jaar in de muziekindustrie gezeten. Ik heb het goed gedaan, ik heb vijf kinderen grootgebracht. Het gaat goed met me. Ik ben tevreden met mijn leven. Ik hoef me financieel geen zorgen te maken. Ik ben niet rijk, maar ook zeker niet arm."



Auto-industrie
Met dank aan hiphop begon Coffeys legende ironisch genoeg toen zijn muzikale carrière ten einde liep. Begin jaren '90 hing hij zijn gitaar aan de wilgen en stapte hij over naar die andere bedrijfstak waar Detroit groot in was: de auto-industrie.

"Elke artiest komt op een gegeven moment op een punt dat niemand je meer terugbelt. Je ligt eruit. Ik ben bij General Motors gaan werken, ben weer gaan studeren, heb mijn Bachelor's en Master's Degree gehaald. Ik ben ingenieur bouwkunde. Ik had een carrière van twintig jaar in de auto-industrie. Ik werkte een paar jaar als trainingsconsultant bij GM en toen ben ik overgestapt naar Ford, waar ik tien jaar heb gezeten. Ik gaf bedrijfstrainingen. Ik heb het wereldwijde trainingsprogramma voor Ford geschreven. Ik onderwees industriële productiesimulaties. Toen gingen de zaken slecht bij Ford en hebben ze alle consultants eruit gegooid."




Comeback
Na zijn ontslag in 2006 pakte Coffey - inmiddels kalend, getrimde ringbaard en bescheiden formaat bril - zijn gitaar weer op en ging weer optreden. En zo verscheen er na twintig jaar weer een nieuw album.

"De producer Al Sutton kwam een keer kijken en stelde voor om een album op te nemen. Dat vond ik prima, maar wat doen we met die plaat als we die opgenomen hebben? Al heeft toen een managementteam op poten gezet en zij hebben een plan opgesteld om mijn carrière weer van de grond te krijgen. En zo is het gekomen."

Op het titelloze album werkt Coffey samen met jonge artiesten als soulzanger Mayer Hawthorne, retrosoulband Kings Go Forth en Detroit-rocker Mick Collins (The Dirtbombs). Coffey wisselt nieuw materiaal af met de klassieke songs waarop hij ooit meespeelde.

"Scott Quentin van mijn label Strut Records vond het een goed idee als ik zou samenwerken met jonge artiesten en ik oude nummers waarop ik heb meegespeeld opnieuw zou opnemen. Het idee is om een jong publiek kennis te laten maken met mijn muziek. Op de website staat ook: jullie kennen deze man misschien niet, maar wel de nummers waarop hij heeft meegespeeld." Coffey wil evenwel niet gemakzuchtig teren op zijn erfenis. "Je moet de verwachtingen van het publiek overtreffen. Als ze komen luisteren op basis van wat ze over je hebben gehoord, moet je in staat zijn een extra stap te zetten. De geschiedenis brengt je slechts tot een bepaald punt, daarna moet je wel leveren."




Dit artikel verscheen eerder in State magazine.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen