dinsdag 23 juni 2009

‘Een angry old man is een oude zeurkous’

Freek de Jonge wordt helemaal niet vrolijk van de jonge cabaretiers die tegenwoordig op het podium staan. Maar bij zijn 40-jarig jubileum hebben zij vooral kritiek op hém.

Twee knalgele gympen lopen gehaast Beeld en Geluid binnen. Freek de Jonge is dik een kwartier te laat voor het interview. ‘Sorry’, verontschuldigt de cabaretier zich. ‘Ik heb een aanrijding gehad en moest de schadeformulieren invullen. Ik wilde van mijn oprit achteruit de weg op draaien, liet een auto passeren maar zag niet dat er nog een aanhanger achter zat. Die zat te laag om te kunnen zien. Maar de schade valt mee, een kapot achterlicht en een paar krasjes.’

Alsof dat nog niet genoeg is, zijn Freek en zijn vrouw Hella ook nog snipverkouden. Toch geen Mexicaanse griep? ‘Ik heb er wel even aan gedacht’, zegt Hella tussen de chaos van decors, dozen, werklui, gezaag en geboor. Het paar is bezig met de inrichting van de overzichtstentoonstelling van Freek de Jonges veertig jaar omvattende oeuvre. Her en der slingeren attributen uit voorstellingen. De schoenen uit De kerst van de clown. In een hoek ligt een kostuum in een prop.

In de kantine roert Freek in zijn koffie verkeerd en schuift op en neer op zijn kruk, alsof hij niet kan beslissen of hij liever zit of staat.

Vincent van Gogh en andere grote kunstenaars werden pas postuum geëerd. Hoe voelt het om bij leven al geëerd te worden?

‘Zo veel eer krijg ik niet hoor. Ja, ik heb net een oeuvreprijs gewonnen. Kees (van Kooten) en Wim (de Bie) waren hiervoor met een grote tentoonstelling. Maar zij waren er mee opgehouden, dus dat is dan een goede reden om zo’n tentoonstelling te doen. Maar ik laat me hier niet door dwingen om op te houden. Ik heb nog erg veel plannen.‘

‘Ik word nu gedwongen achterom te kijken. Als je terugkijkt, word je heen en weer geslingerd tussen schaamte en trots.’

Waarom schaamte?

‘Vooral het gebabbel in talkshows. In je programma’s ben je verantwoordelijk voor je teksten. Wat je in een talkshow zegt is in het moment. Dat zijn geen afgewogen opmerkingen. Dat is gebabbel.’

Daar is veel kritiek op. Heeft u daar spijt van?

‘Nee, want je kunt er niks aan doen. Dan moet je niet in de media verschijnen, dan moet je je als een heremiet opsluiten. Maar daar heb ik geen zin in. Het hoort bij mijn vak. Af en toe zit er een slippertje tussen. Maar het gaat over veertig jaar, het is helemaal niet recent. Angry blijf je je hele leven, maar aan het young manzijn zitten begrenzingen. Een angry young man valt in de smaak bij het publiek, maar een angry old man is een zeurkous. Het is mijn lot.’

Kunt u een voorbeeld geven van een slippertje?

‘Ik ben weggelopen bij programma’s, heb domme dingen gezegd. Met Peter R. de Vries was het natuurlijk schitterend dat ik Sam Klepper in plaats van Steve Brown zei. Dan maak je jezelf een pispaal.’

Freek wordt onderbroken door een Amersfoorts gezin dat hem de hand wil schudden.

Raakt de kritiek u?

‘Het is als een aanrijding. Op het moment dat het gebeurt is het vervelend. Daarna heb je nog een beetje last. En op een zeker moment is het weg. Het is vervelend dat als je veertig jaar repertoire hebt, je imago komt te hangen op een of twee incidentjes op televisie. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op.’

Freek bepaalt wie er wel en niet deugt, is een verwijt van jonge cabaretiers.

‘Het is aan hen of ze belang hechten aan mijn oordeel. Als ze er zich door aangesproken voelen, moeten ze wat veranderen en zo niet, moeten ze hun gang gaan. Ik voetbal graag. Bij mijn generatie voetballers was kankeren in het veld een normale houding. Je schold elkaar verrot in de hoop dat de ander daardoor scherper werd. Dat is de enige reden waarom ik wel eens kritiek op collega’s heb. Als ze dan roepen dat ik mijn mond moet houden, ook goed.’

Kijkt u naar jonge cabaretiers?

‘Ik probeer het wel bij te houden, maar ik zie niet zo veel. Ik word er niet vrolijk van. Er is veel veranderd in ons vak wat betreft het theatrale aspect. Het is wel heel makkelijk achter een microfoon gaan staan in je dagelijkse kloffie en iets van dichtbij te vertellen. Ik blijf kritisch, zo van: probeer het wat groter te maken. Je kunt je er het beste een beetje buiten houden. Je wordt een beetje nerveus van die vorm. Het zal ook wel de leeftijd zijn.’

Engagement is uw handelsmerk. Wat vindt u van de klapper van Geert Wilders bij de Europese verkiezingen?

‘Een logisch gevolg van de lamlendigheid van het volk. Als je achterover geleund op de bank gaat wachten tot het beter wordt, kun je het wel vergeten, dan gaat het te langzaam. Als 90 procent van de Wilders-aanhang iets meer energie in zijn eigen leven stak, zouden ze op een totaal andere partij stemmen.’

‘Hoe is het mogelijk dat iemand die het zó goed heeft in Nederland niet beseft dat dat voor een groot deel door Europa komt, en zich aansluit bij iemand die vindt dat dat ondermijnd moet worden? Ik vind dat treurig. We zijn lui, inert, we beseffen niet hoe goed we het hebben. Ik raad ontevreden mensen aan meer energie in zichzelf te steken. Ze geven de schuld altijd aan anderen: de politiek, de buurman, de allochtonen. Kijk naar Volendam, waar hooguit 5 procent van de mensen allochtoon is en 40 procent van de mensen op Wilders heeft gestemd. Dat klopt niet.’

Kun je de wereld verbeteren met cabaret?

‘Ik denk niet dat dat zichtbaar kan. Indertijd met Argentinië hebben we weliswaar in Argentinië niks veranderd, maar er is wel veel veranderd in de houding van de sportpers ten opzichte van dictaturen. Er is nu een besef van: kan dat wel? Dat zag je ook met China.’

Maar we gingen wel.

‘Ja. Een van de problemen van de politiek is dat het heel lang duurt. Je kunt niet van de ene op de andere dag de zaak regelen.’

Is uw zienswijze daarover veranderd?

‘Natuurlijk, je weet dat het een proces is waarvan je het einde niet zult meemaken. De kunst van het ouder worden is leren dat de wereld zonder jou doorgaat. Als je dat kunt aanvaarden, doe je het goed.’

Kunt u dat aanvaarden?

‘Met enige tegenzin. Ik ben nog altijd heel erg gedreven.’

U bent de laatste jaren prekeriger geworden, vind ik.

‘Ik zou het niet weten. Het is als in de spiegel kijken, je ziet jezelf ook niet ouder worden als je elke dag kijkt. Ik ben zeker een moralist en ik heb zeker adviezen verstrekt. Maar hoe bindend ze zijn? Ik kan preken maar ik heb natuurlijk helemaal geen gezag. Ik ben streng over het leven en hoe je het moet leven. Ik vind discipline een van de grote waarden. Discipline is dat je jezelf de baas bent. In een samenleving waar vrijheid het hoogste goed is staat de discipline onder druk. Dan ga ik automatisch roepen: vrijheid is prachtig maar discipline is waar het om gaat.’

Wanneer stopt u ermee?

‘Als ik er geen rek meer in zie. Ik word ouder, en dan ga je dingen meemaken die weer tekst opleveren. Je ziet het net passeren (er rijden drie bejaarden in rolstoelen voorbij). Of er een groot publiek in geïnteresseerd is, weet ik niet.’

Zou u in een rolstoel op het podium gaan zitten?

‘Geen probleem, ik heb het ook gedaan toen ik gezond was. Het zou raar zijn als ik het niet deed als ik ertoe gedwongen was. Het gaat er om dat je niet meelijwekkend bent, maar er boven uit weet te stijgen. Ik denk dat daar geen eind aan zit.’

En als het publiek niet meer komt?

‘Je kunt ervan uitgaan dat het publiek steeds kleiner wordt. Mensen kijken niet graag naar oude mensen. Daar worden ze nerveus van, ik weet niet wat het is.’

Bent u wel eens bang dat de mensen u niet meer leuk vinden?

‘Vanaf het begin is er weerstand geweest. Dat was in eerste instantie vanuit de hoek waarvan je juist trots was dat ze het niet goed vonden. Ik ben voor een bepaalde groep altijd controversieel geweest. Nu maak ik jongeren weer enorm boos.’

Wat is uw grootste angst?

‘Ik heb in mijn werkzame leven bereikt wat ik kon bereiken. Ik ben niet bang dat het opeens voorbij is. Ik heb wel een terugkerende droom dat ik geroezemoes hoor, in een kleedkamer zit en iemand zegt: je moet op. Maar ik heb niks. En dan is steevast het antwoord van die ander: dat zeg je altijd. Maar nu is het echt zo.’

Is het wel eens misgegaan?

‘Ik heb zesduizend voorstellingen gespeeld, waarvan er tien mislukt zijn. Dus dat is te verwaarlozen. Ik ben wel gespannen voor een optreden. Maar er kan niet meer zo gek veel misgaan. Je hebt je hele leven wel een enorm matras opgeblazen waar je op valt.’

Vindt u het erg om fouten te maken?

‘Nee, fouten zijn de belangrijkste aanleiding om beter te worden. Van goed zijn word je niet beter.’

Freek staat op en zet koers naar het voetbalveld. ‘Eens kijken of ik die verkoudheid eruit kan krijgen.’


Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen