donderdag 8 juli 2010

De tweede jeugd van Anvil

Anvil had in de jaren tachtig wereldberoemd kunnen worden. En dankzij de film over hun mislukte comeback zijn ze dat nu alsnog.

Steve ‘Lips’ Kudlow ploetert met een karretje eten door de sneeuw. Ooit speelde hij in stadions vol fans, tegenwoordig leeft hij van een baantje bij een tafeltje-dek-je-service. Het is een van de vele schrijnende scènes uit Anvil! The Story of Anvil, de documentaire die de Canadese heavymetalband een tweede jeugd bezorgde.

Begin jaren tachtig had Anvil de wereld aan zijn voeten. De band toerde met Metallica en Guns N’ Roses. Maar daarna ging het mis.

‘We zaten bij een onafhankelijk label dat onze muziek niet in de VS wilde distribueren, waar het grootste publiek ter wereld is’, legt Lips uit. ‘Onze platen waren daar nauwelijks verkrijgbaar, alleen als import. Er was geen promotie, dus niemand wist van onze platen. Onze nieuwe manager, die ook de manager was van onder andere Aerosmith, ging langs de Amerikaanse maatschappijen, en die wilden de eerste drie albums hebben als onderdeel van de deal. Maar ons oude label wilde ze niet geven, want de platenmaatschappijen boden niet genoeg. Ze wilden niet eens de opnamekosten betalen. Dus we zaten in een impasse in een cruciale tijd. We hebben geen platen gemaakt tussen 1983 en 1987, de belangrijkste jaren voor heavy metal.’

Kwart eeuw geklooi

In de hilarische, Spinal Tap-achtige film volgen we Anvil bij pogingen een comebackalbum te maken. En op een rampzalige tournee door Oost-Europa, waar ze dankzij een incompetente Oost-Duitse manager de trein missen, niet betaald krijgen en voor lege zalen spelen.

Het hervonden succes doet de herinnering schijnbaar vervagen, want Kudlow is de kwart eeuw geklooi in de marge wel erg snel vergeten. ‘Ik had het pas echt klote gevonden als we met onze tweede plaat waren doorgebroken. Want daarna kan het alleen maar minder worden. Als je snel groot wordt, is het ook snel voorbij. Ik wilde een levenslange carrière. Mijn doel was een publiek op te bouwen dat groot genoeg was om mijn carrière oneindig te laten voortduren. En zo is het precies gegaan. Onze muziek is niet commercieel, dus ik heb eigenlijk zelf onze kansen gesaboteerd. Maar we hebben een underground fanschare opgebouwd en vijftien albums kunnen opnemen.’ Met veel moeite en geleend geld van Lips’ zus welteverstaan.

Jaloers op andere bands is Lips evenmin. ‘Ik feliciteer ze. Ze hebben de deuren geopend zodat heavy metal populairder werd en wij ook konden bestaan.’ Het deert Kudlow niet dat hij een flutbaantje nodig had om te overleven. ‘Een muzikale carrière van dertig jaar is niet iets om lacherig over te doen. Niemand op mijn werk heeft dat.’ Voor zolang het duurt. Want het is niet ondenkbaar dat als de hype van de film voorbij is, Lips weer pannetjes soep mag gaan langsbrengen bij ouden van dagen.


Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen