vrijdag 8 juni 2018

Lamont Dozier: Motown revisited



Op papier is het een weinig aanlokkelijke premisse:  een oude rot die zijn oude hits in een nieuw jasje steekt. Vaak onder aanvoering van hippe producers die alles dichtplamuren met een vette beat, zodat het een jong publiek aanspreekt. Het resultaat is dat de veteraan verdwaald klinkt, als een opa die te gast is op zijn eigen verjaardag. Zo niet, gelukkig, Reimagination van Lamont Dozier.

In de jaren 60 was de zanger en liedjesschrijver (77) een derde van het legendarische producersteam Holland-Dozier-Holland en het brein achter vele Motown-hits van The Four Tops en The Supremes. Motown maakte muziek voor een tienermarkt. Op Reimagination ontdoet Dozier klassiekers als You Keep Me Hangin’ On en I Can’t Help Myself van de kauwgomballensound van Motown, om ze te herinterpreteren met een volwassen, smaakvol, rootsy geluid.

“De oude songs moesten een update krijgen, een facelift, voor de hedendaagse markt. Dit zijn heel goede liedjes, omdat ze zich lenen voor verschillende interpretaties”, legt Dozier uit. “Dit zijn de beste nummers die bij Motown gemaakt zijn. De single Reach Out I’ll Be There met Jo Harman is een heel opwindend duet. We wilden mensen laten horen hoe diep deze nummers eigenlijk gaan.”



 “Het was een idee van de producer, Fred Mollin”, vervolgt Dozier. “We spraken er al jaren over, maar ik was druk met andere projecten. Een jaar geleden besloot ik het te proberen. Fred had een paar ideeën om de oude nummers een nieuw bewustzijn te geven, zoals hij het noemt. Reimagination. Dat vond ik een goed idee, ik wilde dat al een tijd doen. En het is zeer geslaagd. We hadden veel plezier met de gasten, Jo Harman, Graham Nash, Gregory Porter en Cliff Richard. Een van mijn beste ervaringen in de studio. Het deed me denken aan de tijd met The Four Tops. We hadden veel lol, lang geleden dat het zo bevredigend was.”

Familie

‘Motown college, school of knowledge’, vat Dozier de periode samen waarin hij zijn stempel drukte op de Motown-sound, en daarmee ook op de popmuziek. Het was hard werken, maar de sfeer was goed. De hitfabriek voelde als familie.

“Het was druk”, herinnert Dozier zich. “Iedereen sloofde zich uit om de volgende plaat te mogen maken. Maar de competitie tussen de liedjesschrijvers en de producers was vriendschappelijk. De songwriters luisterden naar elkaars liedjes. We hadden het beste met elkaar voor, maar iedereen wilde met het beste nummer komen voor The Supremes, The Four Tops of Martha and the Vandellas. Bij de vergaderingen op vrijdag werden alle liedjes beluisterd die die week waren gemaakt. Daaruit werd de beste gekozen. Onze nummers, van Holland-Dozier-Holland, zaten daar bijna altijd bij.”

Als je bij Motown werkte, stond je onder druk om te leveren. “Maar het was positieve druk. Soms kwam je om negen uur ’s morgens de studio binnen en haalde je door tot drie uur ’s nachts. Maar het was altijd feest, het voelde niet als werk. Motown kwam met een nieuwe manier van muziek opnemen. Een ander soort business, het ging meer om plezier. Ik mis die tijd. Helaas leven veel mensen niet meer. Ik mis de mensen van de huisband The Funk Brothers, met wie we elke dag zestien uur in de studio zaten. En de artiesten natuurlijk. We hadden goede ideeën. We schreven op onze manier geschiedenis. Niet dat we doorhadden hoe groot het zou worden, maar we wisten dat we goed bezig waren.  In Engeland hebben ze nu nog Motown-weekends. Dat vind ik heel opwindend. We hadden geen idee dat die liedjes nu nog zo veel zouden worden gedraaid.”



donderdag 7 juni 2018

John Lydon: 'Punk is verworden tot een cliché'


John Lydon (Foto: Shell Smith)

John Lydon (62), beter bekend als Johnny Rotten van de Sex Pistols, is de godfather of punk. Maar met het genre heeft hij niks meer op. ,,Punk is een beperkte, geüniformeerde manier van denken geworden.'' 

Er was eens een tijd dat je je ouders in de gordijnen kon jagen met muziek. De ideale band die zich daarvoor leende waren de Britse punkers de Sex Pistols. Met subversieve krakers als Anarchy in the UK ('I am an anti-Christ, I am an anarchist') en God Save the Queen ('God save the queen, the fascist regime'), gebracht met een uitgekiende dosis wangedrag, werd de groep midden jaren 70 gezien als een gevaar voor de samenleving.



Wie had veertig jaar geleden kunnen bedenken dat de iconoclastische zanger John Lydon (62) nog eens in de race zou zijn voor het Eurovisie Songfestival? Hij schopte het in de Ierse voorronde (Lydons ouders waren Iers) tot de laatste tien, maar werd afgewezen. ,,Ik had graag die verantwoordelijkheid op me genomen. Ik zag het als een uitdaging om mee te doen aan de dufste competitie die er is", giechelt Lydon, die zowel een Brits, een Iers als een Amerikaans paspoort bezit en al decennia in de VS woont. ,,Ik had de kans om iets ten goede te veranderen. Public Image is precies het soort band dat de ogen van mensen kan laten openen. Maar een hotemetoot van de Ierse omroep besloot in ons nadeel. What a pity! Het hangt altijd af van de seniele delinquenten die het voor het zeggen hebben. Het probleem was of ik wel kon omgaan met een groot publiek. Of ik live optreden niet eng zou vinden? Na veertig jaar vraag je dat aan mij?! Sommige mensen op machtsposities hebben hun hoofd diep in het zand gestoken, als die niet in hun achterste zit. Maar ik ben volgend jaar weer beschikbaar. Ik ben vastberaden. Ik heb de barst in het raam gezien, ik ben als een spin die er graag doorheen kruipt."

Geestig


In zijn jonge jaren ontaardden interviews met Lydon nog wel eens in scheldpartijen, maar aan het gegrinnik door de hoorn te horen heeft hij vandaag een goed humeur en blijkt hij een geestige gesprekspartner. Misschien was zijn onhandelbare gedrag vroeger ook een beetje spielerei. De Sex Pistols waren een ogenschijnlijk zooitje ongeregeld; georganiseerde chaos. Zeker is dat het punkicoon controverse aan zijn kont heeft hangen als een hondenketting aan een portemonnee. ,,Ik hoef er niet eens wat voor te doen. Dat is de kracht van het woord, denk ik. Mijn uitspraken hebben grote betekenis voor veel mensen. Een paar mensen vinden dat niet leuk, die zien verandering aan de horizon en dus moeten ze er korte metten mee maken."

Houdt u ervan te provoceren?

,,Dat weet ik niet. Het zit zo: neem Gil Scott-Heron, The Revolution will not Be Televised. En The Last Poets, voorlopers van de rap. Moedige commentaren die met de tijd juist zijn gebleken. Over positief denken gesproken. Ze hadden geen succesvolle carrière, maar wel een positief effect op de mensen die naar hen luisterden. Dat is gezond. Ik heb een heel opwindende platencollectie door zulke mensen. De tijd heeft uitgewezen dat ik gelijk had. Ik klets niet uit mijn kont, ik spreek duidelijk en bewust en ik zit er meestal niet naast. Mijn ideeën zijn geen meningen, ze zijn weloverwogen, gestoeld op feiten, research en realiteit. En menselijkheid." Hij lacht: ,,Als er ooit iemand familiewaarden predikte, was ik het wel."

vrijdag 13 april 2018

Chet Baker: universele kracht

Chet Baker in België, 1983. (Foto: Michiel Hendryckx)

In een zwoele voorjaarsnacht maakte een val uit een hoofdstedelijk hotelkamerraam dertig jaar geleden een einde aan het leven van Chet Baker. Heaven herdenkt de jazztrompettist  met zijn voormalige bassist Hein van de Geyn, zijn biograaf Jeroen de Valk en jazzkenner Hans Mantel.

Laten we het niet alleen over zijn drugsgebruik hebben, benadrukken de geïnterviewden voor dit artikel. Sigmund Freud was ook aan de drugs en die ging de geschiedenis in als de grondlegger van de psychoanalyse, niet als junk. Dus waarom moeten we het bij Chet Baker altijd over de drugs hebben?

Natuurlijk is zijn astronomische drugsgebruik niet los te zien van de muzikant. Het  maakte zowel deel uit van zijn aantrekkingskracht, als dat het zijn leven en loopbaan overschaduwde. Hij bracht zelfs een jaar achter de tralies door in Italië. Chet leidde een nomadisch bestaan, leefde van fix naar fix en van optreden naar optreden, nam met allerhande muzikanten die hij onderweg tegenkwam platen op. Een enorm oeuvre maar van wisselende kwaliteit. Chets carrière was een eindeloze reeks comebacks. Tot zijn ontzielde lichaam in de nacht van 12 op 13 mei 1988 voor de deur van Hotel Prins Hendrik in Amsterdam werd aangetroffen. Een tragisch einde aan het al even dramatische leven van een van de grootste jazztrompettisten die heeft bestaan.

Zijn carrière was een eindeloze reeks comebacks

Begin jaren ’50 maakte Chet Baker (1929) aan de Amerikaanse westkust school met een nieuw geluid.  In de tijd van de notenfietserij van de bebop maakte Chet snel naam met  zijn unieke fluwelen sound en sobere, bezielde solo’s. Hij kon best zijn spierballen laten zien, getuige zijn samenwerkingen met Charlie Parker en Gerry Mulligan, maar de krachtpatserij van de bebop was aan Chet niet besteed:  “Het lijkt wel alsof mensen maar in drie dingen geïnteresseerd zijn: hoe snel, hoe hoog en hoe hard je kunt spelen.” De cool jazz maakte opgang en met zijn ingetogen spel was Chet Baker het boegbeeld. Chet was bovendien een verdienstelijk zanger en sprak zo een publiek buiten de jazz aan. Zijn wilde levensstijl en zijn looks maakten van Chet de James Dean van de jazz. Hollywood lonkte, maar Chet koos voor de muziek.

Genie

Hans Mantel: “Chet Baker was buitengewoon muzikaal, buitengewoon talentvol en een zeer spectaculaire, grote lyricus en jazzmuzikant. Hij was geen systeemspeler, zoals John Coltrane een methode had uitgezocht op basis waarvan hij improviseerde. Alles ging op zijn oren en gevoel. Dat geeft een soort eerlijkheid en een soort direct vanuit het hart naar buiten zonder dat het eerst langs het hoofd gaat. Dat overrompelt en is van een ontroerende schoonheid.”

Jeroen de Valk: “Chet raakte je hoofd en je hart. Je hoofd omdat hij zo avontuurlijk speelde, zijn solo’s waren nooit hetzelfde. Chet raakte je hart omdat er zo veel melodie was en vanwege de toon. Als hij in goed vorm was, was het allemaal zo raak. En dan tilde hij de hele band op.”

Hein van de Geyn: “Ik heb meegemaakt dat Chet iets helemaal fout speelde, maar zo sterk speelde dat het leek of de ritmesectie fout zat. Zijn logische kracht om een idee weg te zetten was zo sterk. Dat karakteriseert Chet Baker. Zijn streetwise musical truth is stronger than any fucking thing else.”

Hans Mantel: “Chet Baker klonk alleen maar als Chet Baker. Er is aan zijn spel niet te horen wie hem beïnvloed heeft. Je kunt aan Freddie Hubbard goed horen dat hij uit Dizzy Gillespie komt en aan Woody Shaw kun je horen dat hij uit Hubbard komt. Chet Baker is wat dat betreft uniek. Er zullen wel voorbeelden zijn geweest, maar die zijn niet onversneden in zijn spel gekomen. ”

Hein van de Geyn: “Chets  genialiteit was een combinatie van een groot natuurtalent en een sterke persoonlijkheid. Hij had enorme bezieling en was eager om het succesvol te laten zijn, ondanks het feit dat hij zich enorm verloor in zijn levensstijl. Ik kom regelmatig mensen tegen met zulk talent, maar de meesten komen er niet omdat ze niet die eagerness hebben om door te douwen. Ze blijven aan de bar zitten van een jazzclub  en doen niks met hun talent.”


Chet in Laren, 1975

Fred Wesley en Maceo Parker: aan de wieg van de funk

Maceo Parker (Foto: xflickr)

Fred Wesley en Maceo Parker speelden bij James Brown, George Clinton en Prince, werden zo mede-uitvinders van de funk en bepalend voor het geluid van de hiphop. Een gescheiden dubbelgesprek met twee coauteurs van een belangrijk hoofdstuk  van de muziekgeschiedenis.

En dan te bedenken dat James Brown de jonge saxofonist Maceo Parker in 1964 maar op de koop toe nam. “James Brown hoorde mijn jongere broer Melvin drummen en bood hem een baan aan, zodra hij klaar met school zou zijn”, vertelt de inmiddels 75-jarige Parker. “Een jaar later gingen we samen naar James Brown om te kijken of we voor hem konden werken. James nam Melvin aan. Toen hij wilde weggaan, schraapte ik mijn keel en Melvin zei: ‘Mr. Brown, dit is mijn broer, hij speelt saxofoon en hij wil ook een baan.’ James Brown vroeg aan mij: ‘speel je baritonsax?’ Ik had op school wel een beetje met een bariton geklooid. Ik moest mijn lach onderdrukken want ik had die vraag niet verwacht. Dit was mijn antwoord: ‘Euh… ja meneer.’ Toen vroeg James Brown: ‘Héb je een baritonsaxofoon?’ En ik zei weer: ‘Euh… ja meneer.’ Daaruit kon James Brown wel opmaken dat ik er geen had, maar er misschien wel op kon spelen. Hij zei: ‘Weet je wat, als je aan een baritonsax kunt komen, heb je een baan.’ We zijn naar huis gegaan en kochten een baritonsax in de plaatselijke muziekwinkel. De winkelier vroeg: ‘weet je wel wat die dingen kosten? Kun je dat wel betalen?’ ‘We hebben een baan bij James Brown’, antwoordden we. ‘Oh, dat moet dan wel genoeg zijn’, zei hij.”

Fred Wesley. (Foto:The supermat)
Trombonist Fred Wesley (74) kwam op aanbeveling van trompettist Waymon Reed bij de James Brown band. Al snel groeiden Fred, Maceo en Melvin uit tot belangrijke bandleden. Wesley schopte het zelfs tot musical director. Ze speelden op en schreven mee aan James Brown-krakers als Say It Loud (I’m Black And I’m Proud), Papa’s Got A Brand New Bag, Cold Sweat, I Got You (I Feel Good) en Hot Pants. Zodoende stonden ze aan de wieg van de funk.

Van muziektheorie had James Brown geen kaas gegeten.  ,,Maar je hebt geen academische graad nodig om een melodie te kunnen verzinnen”, stelt Maceo. “James had de ideeën”, legt Wesley uit. “Bijvoorbeeld Cold Sweat of Gimme Some More, zulke nummers had ik nooit kunnen verzinnen. Of Pass The Peas en Breakin’Bread, ik weet nog steeds niet wat dat eigenlijk betekent. James Brown had heel aparte ideeën, hij kwam altijd met van die gekke titels of riffs. (Zingt de melodie van Pass The Peas) Ik had niet kunnen bedenken om die riff de hele tijd te herhalen. Maar zo wilde hij het en zo heb ik de blazers en de band gearrangeerd.”



Aan Wesley de  taak om chocola te maken van Browns  ideeën.  “Ik geef James Brown de volledige credits voor de ideeën, maar ik heb alles georganiseerd, de akkoorden geschreven, de ritmes op de juiste plek gezet, zodat het een echt liedje zou worden. Maar James Brown was de initiator.”

Door Browns aansporingen van zijn muzikanten op zijn platen en tijdens liveshows, werden zijn begeleiders ook bekende namen. Maceo: “James Browns muziek ging de hele wereld over, dus toen hij mijn naam begon te noemen als introductie voor de saxsolo’s, ging mijn naam ook de hele wereld over. ‘Come on, Maceo!’ Later gingen mensen James Brown imiteren, zoals Eddie Murphy, en dan kwam Maceo ook voorbij. Mijn naam werd daardoor ook groter en groter. Als dat niet was gebeurd, hadden we waarschijnlijk nu dit interview niet gedaan. We gingen een keer met James Brown naar Afrika. Toen we uit het vliegtuig stapten, stond er een menigte op de landingsbaan die ‘Maceo! Maceo!’ riep. Wat zullen we nou beleven, dacht ik. Terwijl James Brown al weg was in zijn limousine en wij nog wachtten op onze koffers, bleven die mensen ‘Maceo! Maceo!’ roepen.”



Discipline
Brown leidde zijn orkest met militaire discipline. “Je stond onder druk als je in James Browns band zat”, vertelt Wesley. “Hij repeteerde voortdurend. Hij had geen hobby’s en deed niets naast zijn muziek, hij ging niet vissen of joggen ofzo. Het enige dat hij deed was muziek, muziek, optreden, optreden. En dat verwachtte hij ook van zijn mensen. Mensen die andere dingen te doen hadden vonden het moeilijk om voor James Brown te werken. Daarom was er veel verloop. Maar als je er naar schikte kon je zo lang blijven als je wilde.”

Maceo: “We moesten uniformen dragen, onze schoenen moesten altijd gepoetst zijn. Maar hij was bovenal punctueel, je mocht niet te laat komen.”

Voor Browns perfectionisme betaalden zijn muzikanten een prijs Letterlijk. James Brown deelde boetes uit.  “Ik heb wel eens ijs gemorst op een orgelklep, daar gaf hij me een boete voor”, herinnert Maceo zich. “Hij hield twintig of dertig dollar in op je loon. En dan maakte je die fout niet weer.”


woensdag 24 mei 2017

'Dertig jaar Hallo Venray is van de pot gepleurd'

Hallo Venray bestaat uit (vanaf links) zanger en gitarist Henk Koorn, bassist Peter Konings en drummer Henk Jonkers.

Hallo Venray bestaat dertig jaar  en dat viert de Haagse band met een nieuw album en een jubileumtour. ,,Ik vind sommige jonge mensen ouwe lullen.''

Jubileumtour, het heeft een wat gezapige bijklank. Een uitgebloeide band die teert op oude roem en de uitgekauwde golden oldies nog eens afdraait. Dan sta je meer bekend om wat je ooit hebt gedaan dan om wat je nu doet. Weliswaar ontbreken vrijdagavond in Fluor de oude krakers niet op de setlist en zijn bij de grote jubileumavond in Paradiso op de 31ste voormalige bandleden Toon Moerland en Dim Veldhuisen van de partij en spelen gasten zZz en St. Tropez nummers van Hallo Venray.

Maar nieuwe muziek vormt de hoofdmoot, want Hallo Venray heeft een nieuw album, het vorige maand verschenen Where Is The Funky Party? Terwijl zanger en gitarist Henk Koorn een studio aan huis heeft, reisde hij met bassist Peter Konings en drummer Henk Jonkers voor de opnames af naar Zuid-Frankrijk naar een studio aan de voet van de Mont Ventoux.

,,Het was een samenloop van omstandigheden'', legt Henk Koorn uit. ,, Een maand voordat we zouden gaan opnemen, belde degene af die ons zou gaan opnemen en ook voor de ruimte zou zorgen. In de tussentijd had JB Meijers (bekend van The Common Linnets) ons benaderd om als kok mee te gaan. Dus toen vroegen wij aan JB: wil jij ons dan niet opnemen? En hij zei: ja, is prima, dat doe ik. En hij zei: ik weet wel een leuke studio in Frankrijk, dan gaan we daar naartoe. Dus wij zeiden: is goed, regel jij dat maar.''

Bladeren
Als JB niet achter de knoppen zat, stond hij achter het fornuis. Koorn: ,,We hebben hem niet volledig uitgetest, maar hij is wel van het goede leven. Hij maakte van die bladeren die je opeet, die je uitzuigt.'' In twee dagen stond Where Is The Funky Party? erop en dan was er zelfs nog tijd om tussendoor een duik te nemen. Het resultaat is een ruwe, ongepolijste plaat. ,,Ons vorige album Show (2014) was tien dagen lang jammen om tot een resultaat te komen en met een harde schijf vol naar huis te gaan en dat weer uit te gaan pluizen. Dat was een enorm werk. Where Is The Funky Party? is het tegenovergestelde. Niet lullen, maar poetsen. Als ik goed had gezongen, ging ik het niet meer overdoen. En dan staan er ook gitaar en drums op, daardoor krijg je dat ongepolijste geluid. Dat is alleen maar goed. Als de prestatie goed is, gaat dat voor mij boven sonische kwaliteit. Het gaat om het moment, het is een stukje tijd vangen.''



Over een stukje tijd gesproken, Hallo Venray bestaat dus dertig jaar. ,,Dat is natuurlijk van de pot gepleurd'', zegt Koorn om dat vervolgens direct te relativeren. ,,Wat is tijd? Het gaat gewoon voorbij. Dertig jaar, dat voel je niet, dat kun je niet beseffen.''

Weemoedig terugdenken aan de goeie ouwe tijd doet Koorn niet. ,,Ik draaide laatst in de bus een oud bandje met oefenruimteopnames van Hallo Venray. Je hoort weleens van mensen: vroeger ging het allemaal beter en makkelijker. Ik hoorde iets wat ik in mijn idee in vijf minuten had geschreven en wat na tien minuten spelen met de band klaar was. Maar er kwamen allerlei versies voorbij. In mijn herinnering had ik het door een roze bril weggezet als dat ik het vroeger allemaal makkelijker deed.''

,,Maar dit was het harde bewijs van: zie je wel, vroeger was het ook klote. Nu is het dertig jaar later. Ik heb dertig jaar kunnen oefenen op de gitaar. De drummer ook. Als muzikanten zijn we veel beter geworden. Dat resulteert ook weer in andere muziek. Het is iets avontuurlijker en wilder geworden. Iemand zei: het is jazzy geworden. Dat kan best wel kloppen.''

zaterdag 11 februari 2017

Kandace Springs: Prince-protégé



Het duurde even voordat Kandace Springs (28) haar eigen stem had gevonden. Maar toen wist ze niemand minder dan Prince tot tranen te roeren. “Ik heb nog steeds zijn mailtjes om het te bewijzen.”

Met haar afgelopen jaar verschenen debuutalbum Soul Eyes vond ze zichzelf opnieuw uit. De eigentijdse hiphop en urban van haar titelloze ep maakten plaats voor warme, elegante, zij het eerlijk gezegd wat tamme souljazz. “Dit is wie ik sinds mijn tiende ben. Ik luisterde altijd naar jazz, van Ella Fitzgerald en Nina Simone tot Roberta Flack en Luther Vandross. En dat niet alleen, ik hield ook van klassieke muziek, Chopin en Rachmaninoff”, vertelt Kandace Springs. “Mijn label vreesde dat ze jazz niet aan een jong publiek konden verkopen, dus ze lieten me hiphop maken. Ik was nog jong en naïef, dus ik stemde ermee in. Er zat wat jazz bij, maar het was niet wie ik echt was. Na een paar jaar te zijn bestookt door mijn vader en Prince, en niet te vergeten mijn eigen frustratie, besloot ik dat ik meer organische muziek wilde maken.”

'Dit is wie ik sinds mijn tiende ben'

Op zoek naar een andere platenfirma klopten haar producers Carl Sturken en Evan Rogers, de ontdekkers van Rihanna, aan bij het legendarische jazzlabel Blue Note. “Ik mocht auditie komen doen in het fameuze gebouw van Capitol Records in Hollywood. In studio A zong ik aan een prachtige vleugel vijf nummers voor Don Was, de topproducer en sinds een aantal jaren de directeur van Blue Note. Eén van die liedjes was I Can’t Make You Love Me van Bonnie Raitt. Na afloop zei hij: ‘Wow, dit is een van de beste uitvoeringen die ik ooit heb gehoord’. En toen vertelde hij dat hij dat nummer had geproduceerd. Ik ging helemaal uit mijn dak.”

Was koppelde haar aan bassist Larry Klein, die als producer Grammy Awards won voor zijn werk met ex-vrouw Joni Mitchell en Herbie Hancock. “Hij bleek voor mij de ideale man, omdat hij zo organisch te werk gaat. Hij zei eigenlijk alleen maar: doe je ding. In tegenstelling tot het hiphopachtige werk dat ik daarvoor maakte, kwam Larry niet aanzetten met kant-en-klare muziek waar ik alleen nog maar overheen hoefde te zingen. Hij liet me gewoon piano spelen op mijn eigen plaat. Een wonder.”

Kandace Springs groeide op in Nashville, als dochter van een plaatselijk gerenommeerde zanger die samenwerkte met onder anderen Garth Brooks. “Ik houd best van country, maar ik ben met andere muziek opgegroeid, hoe raar dat misschien ook mag lijken. Ik zeg nooit nooit, maar als ik ooit een countryplaat maak, zal het meer een kruisbestuiving van stijlen worden.”

Prince
Een cover van de Sam Smith-hit Stay With Me trok de aandacht van niemand minder dan Prince. “Ik had de videoclip op de website Okayplayer gezet. Prince retweette die en stuurde me een DM. Diezelfde avond belde hij: ‘Hi, how are you?’ Eerst dacht ik aan een grap, maar hij deed zoiets wel vaker, wist ik, dus ik verbrak niet meteen de verbinding. Hij nodigde me uit om mee te doen aan een show in Paisley Park ter ere van de dertigste verjaardag van Purple Rain. Ik zat daar te praten met iemand van zijn band 3rdEyeGirl toen hij plotseling binnenkwam. Ik had me nooit gerealiseerd hoe klein hij wel niet was, ik moest echt naar beneden kijken. Zonder blikken of blozen omhelsde ik hem. Dat verraste hem. Hij was verlegen, vooral tegenover meisjes.” Lachend: “Maar die verlegenheid werkte in zijn voordeel.”

'In het begin voelde het wat ongemakkelijk, want Prince was erg mysterieus'

De poplegende en het jonge talent raakten bevriend. “In het begin voelde het wat ongemakkelijk, want hij was erg mysterieus. Maar al gauw spraken en mailden we elkaar zeker een paar keer per week. We wisselden grapjes en liedjes uit. Hij ontdekte graag nieuwe artiesten, die hij bleef aanmoedigen zichzelf te zijn. Dat heeft hij ook met mij gedaan.”



Ze nam Prince’ advies ter harte. “Ik schreef Rain Falling toen ik zestien was. Het is alleen ik en mijn piano. Dit was hoe ik klonk voordat ik hiphop ging maken, ik speelde alleen maar jazz. Ik stuurde het liedje op naar Prince. Hij antwoordde dat het hem tot tranen toe had ontroerd. Ik heb nog steeds zijn mailtjes om het te bewijzen. Hij vond dat dit de muziek was die ik moest maken. Mijn ep vond hij maar niks. Hij bestookte mijn producers met de vraag waarom ze mijn stem zo hadden bewerkt.”

Op 18 januari 2016, haar 27ste verjaardag, reisde ze af naar Minneapolis om haar album Soul Eyes aan Prince te laten horen. “Het was een ijskoude dag, de temperatuur lag ver onder nul. Prince haalde me op van het vliegveld en we draaiden mijn plaat in de auto. Later die dag gingen we naar de film. Er was een bioscoop bij hem in de buurt waar hij vaak in zijn eentje heen ging. Hij kocht gewoon alle kaartjes voor een voorstelling op, zodat hij het rijk voor zich alleen had. Na zijn overlijden hebben ze als eerbetoon een muurschildering van hem op de gevel laten maken.”

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

dinsdag 18 oktober 2016

Eric Ineke: Eerbetoon aan Dexter Gordon


Veertig jaar nadat hij met de meester zelf speelde, vond Eric Ineke (69) het tijd voor een ode aan jazzsaxofonist Dexter Gordon (1923-1990). Morgenavond brengt de drummer met zijn kwintet stukken van Gordon ten gehore in de Observant in Amersfoort, op slechts een paar straten van de plek waar de grootheid in 1963 zelf speelde.

Lees ook:



Een eerbetoon lijkt nodig, want het jazzicoon ontbreekt nog wel­eens in de lijstjes met de allergrootste jazzmuzikanten. ,,Hij is zeker niet in de vergetelheid geraakt, muzikanten als Dexter Gordon blijven altijd'', werpt Ineke, zelf een van Neerlands meest vooraanstaande jazzslagwerkers, tegen. ,,Misschien is hij in de VS wel een beetje uit het zicht geraakt, omdat hij in de jaren zestig naar Europa verhuisde. In Europa is hij altijd in the picture gebleven. Door de film 'Round Midnight (1986), waarin hij de hoofdrol speelde (goed voor een Oscarnominatie), is hij ook in Amerika in ere hersteld.''

Onderschat
Gordons verdiensten moeten volgens Ineke niet worden onderschat. ,,Dexter ontwikkelde de taal van de bebop naar de tenorsax. Hij was een van de eersten die bebop op de tenorsax speelden. Charlie Parker was de grondlegger van de bebop, maar hij speelde alt en Dexter tenor.''

'Dexter ontwikkelde de taal van de bebop naar de tenorsax'

Bij zijn studenten aan het Koninklijke Conservatorium Den Haag ziet hij nog altijd het belang van Dexter Gordon. ,,Ik ken heel veel jonge jazzmuzikanten die nog steeds naar hem luisteren. Dexter was ook van grote invloed op John Coltrane, in zijn oude opnames hoor je dat duidelijk.''

De flamboyante jazztrompettist Miles Davis schreef in zijn autobiografie dat Dexter Gordon hem leerde dat het belangrijk was om goed gekleed te gaan. Herman Leonards foto van Dexter Gordon in de Royal Roost in 1948, waarop hij een sigaret rookt met zijn sax op schoot en de rook boven zijn hoofd kringelt, is misschien wel de meest iconische jazzfoto ooit gemaakt.

Ineke bracht onlangs de cd Dexternity uit met stukken van Dexter Gordon. In de jaren 70 was hij diens vaste drummer tijdens de Europese tournees van de saxofonist, die toen in Kopenhagen woonde. Volgende maand verschijnt de lp Fried Bananas, een oude opname van de VPRO van een optreden van Gordon uit 1972 in Heemskerk met Ineke op drums en diens partner in crime Rein de Graaff op piano.

Timing
Ineke leerde veel van Gordon. ,,Hij had een bijzondere timing, hij speelde altijd achter de beat. Ik moest daar in het begin wel aan wennen. Ik had eerder met Hank Mobley gespeeld, die had het een klein beetje, maar Dexter speelde wel heel lui. Als drummer moet je daar niet in meegaan, anders krijg je geen magie. Je moet boven op de beat zitten, stuwend spelen, los maar toch strak.''

De illustere Gordon was als persoon heel toegankelijk, herinnert Ineke zich. ,,Zoals hij in de film 'Round Midnight was, was hij in het echt ook. De manier waarop hij liep en praatte. Dat relaxte uitte zich ook in zijn spel, dat spelen achter de beat, de laidback time. Dexter gedroeg zich niet als een star, dat had hij helemaal niet nodig, want hij was een grote personality.'' Letterlijk, want Dexter Gordon was 1 meter 98 en dat leverde hem de bijnaam Long Tall Dexter op.

'Dexter hoefde zich niet als een star te gedragen, want hij was een grote personality'

Warme herinneringen koestert Ineke aan Gordon. ,,In Wuppertal begeleidden we een zangeres. Ze zong een ballad en ik wilde het klein houden, dus ik had mijn brushes niet helemaal uitgeschoven. Op een gegeven moment boog Dexter zich naar me toe en hield zijn hand aan zijn oor en zei: 'Hey Ineke, open up those motherfuckers!'

In 1983 speelde Gordon met zijn band op North Sea Jazz, en ik speelde met mijn groep in een andere zaal. Ik wilde Dexter nog snel gedag zeggen, voordat ik op moest. Ik rende naar de Jan Steenzaal - het festival was toen nog in het Congresgebouw in Den Haag. Er was een lange gang van de artiestenbar naar de uitgang waar de artiesten naar hun hotel konden gaan. Ik rende door die lange gang en kon nog net zien dat Dexter aan het andere eind de deur uit ging. Ik riep hem en hij draaide zich om en schreeuwde terug: 'Ineke! S.O.S.! Same Old Shit!' Na al die jaren was er nog niks veranderd.''



Dexter Gordon ~ Night In Tunisia [1964] door madafonka2

Twee jazzreuzen in Amersfoort

Twee jazzgiganten speelden op 10 november 1963 in bardancing In den Poortwal in Amersfoort: Dexter Gordon en Rahsaan Roland Kirk. Het optreden was georganiseerd en werd gefilmd door de AVRO (zie video hierboven). 

Om de intieme sfeer van een jazzclub te creëren en vanwege de nabijheid van Hilversum, had regisseur Theo Ordeman - die een jaar eerder tv-geschiedenis schreef met Open het Dorp - zijn oog laten vallen op de Poortwal, een van de eerste bar-dancings in de regio. Gordon speelde een vlammende versie van de standard A Night in Tunisia. 


,,Dexter is in grote vorm'', oordeelt saxofonist en vriend Hans Dulfer. ,,Als ik de opnames terugzie, ben ik zeer onder de indruk van de muziek'', zegt Daniel Humair, de Zwitserse drummer die Gordon en Kirk in de Poortwal begeleidde. Het optreden is verschenen in de dvd-serie Jazz Icons en wordt in de pauze van het concert van Eric Ineke Jazz­Xpress vertoond. 


De 'godfather van de Britse blues' John Mayall speelde ook ooit in de Poortwal, maar van oude glorie is niets meer over. Eigenaren Ties en Greetje van Ram­selaar, toen ook uitbaters van De Grote Slok, zijn al jaren dood. Het pand aan de Achter de Arnhemse Poortwal, waar als laatste café het Doktertje in zat, werd in 2001 gesloten. Het maakt een vervallen indruk.

In den Poortwal: vergane glorie.


Dit artikel verscheen eerder in AD Amersfoortse Courant.