donderdag 11 juni 2015

Allen Toussaint: de spil van New Orleans


“That’s quite alright”, zegt de gedistingeerde stem aan de andere kant van de lijn. Ik krijg meteen een voorproefje van de gentleman zoals die steevast wordt omschreven door de vele mensen die met hem samenwerkten. Allen Toussaint (77) lijkt welhaast de verpersoonlijking van het ontspannen karakter waar New Orleans zijn bijnaam The Big Easy aan dankt.

Lees ook:



Ik moest me bij hem verontschuldigen. Door de wintertijd had ik me vergist in het tijdverschil en belde een uur te laat. Allen Toussaint aanvaardt mijn excuus laconiek. De reden voor ons telefoongesprek is zijn komst eind juni naar de North Sea Jazz Club in Amsterdam.

Met Allen Toussaint backstage in de North Sea Jazz Club, 26 juni 2015.

“Ik neem mijn kwartet mee: piano, gitaar, bas en drums. Het repertoire bestaat uit liedjes die ik door de jaren heen heb geschreven en door anderen populair zijn gemaakt, aangevuld met nummers die ik zelf ooit heb opgenomen, zelfs als ze niet van eigen hand zijn. Get Out My Life, Woman, zal beslist niet ontbreken, net zo min als A Certain Girl. Ik ga helemaal terug naar Mother In Law en dan weer vooruit in de tijd met Yes We Can Can en Sneakin’ Sally Through The Alley. Working In The Coal Mine doe ik ook, dat is een publieksfavoriet. We sluiten af met Southern Nights, misschien wel in twee verschillende vertolkingen: mijn oorspronkelijke uitvoering als samba in modaal en de populaire popversie van Glen Campbell.”



Zijn naam mag dan geen massale bekendheid genieten, Allen Toussaint is een soul royalty, die in de jaren zestig uitgroeide tot een sleutelfiguur in de muziekscene van New Orleans. Hij schreef, arrangeerde en produceerde tal van hits voor lokale sterren als Ernie K-Doe, Aaron Neville en Lee Dorsey, en stond als ontdekker van The Meters aan de bakermat van de funk. Zijn liedjes werden werden veelvuldig gecoverd door onder anderen Bonnie Raitt, Little Feat, Robert Palmer, Boz Scaggs, Warren Zevon, Van Dyke Parks en The Pointer Sisters, terwijl grootheden als Paul McCartney, Paul Simon en Joe Cocker naar The Crescent City togen om van zijn diensten gebruik te maken. Zijn immense oeuvre nemen we in vogelvlucht door aan de hand van zeven sleutelplaten.


Lee Dorsey - Ride Your Pony (1966)

“Lee’s stem stem was zo heerlijk en uniek. Daarbij straalde hij zo veel plezier uit als zanger. Hij maakte singles voor een klein label met Harold Battiste als arrangeur. Begin jaren zestig werkten ze aan het nummer Lottie-Mo. Harold kende mij en mijn stijl en wist dat dit liedje precies in mijn straatje paste, dus schakelde hij mij in. A&R-manager Marshall Sehorn stapte op een gegeven moment over naar Fury, waar Lee toen toevallig ook op zat. Marshall liet me wat nummers met hem opnemen, waaronder Ride Your Poney, dat ik op zijn verzoek speciaal voor Lee had geschreven. Dat was eigenlijk het begin van onze samenwerking met mij als zijn vaste producer. Get Out Of My Life, Woman van datzelfde album speel ik nog steeds bij elk concert. Lee heeft zijn carrosseriebedrijf in New Orleans altijd aangehouden. Toen begin jaren zeventig het succes ophield ging hij gewoon weer aan het werk in zijn garage, waar hij ook kon rondhangen met zijn vrienden.”



The Meters - The Meters (1969)

“Toen ik halverwege de jaren zestig uit het leger kwam, hing ik veel rond in de clubs van het French Quarter. Op een avond hoorde ik op de hoek van Bourbon Street en Toulouse Street heel funky muziek naar buiten komen. Toen ik naar binnen ging om te kijken wie het waren, zag ik dat het Art Neville was, samen met een paar anderen. Ze noemden zich Art Neville & The Neville Sounds. Art formeerde altijd magische groepen. Ik nodigde hem uit om op te komen nemen voor Sansu, het label dat Marshall Sehorn en ik hadden opgezet. Ze zeiden ja en de rest is geschiedenis. Ik verzon vier namen waaruit ze konden kiezen, waaronder The Meters, wat inderdaad sloeg op het ritme. Het klonk percussief, rudimentair. Iedereen speelde precies zo dat de anderen daarop konden inspelen. Die stijl hebben ze in de loop der jaren geperfectioneerd. Ik begrijp de vergelijking met Booker T. and the MG’s wel, maar zij waren absoluut geen inspiratiebron. The Meters kwamen voort uit de vibe van de Mardi Gras indianen, de percussieve muziek van de brassbands op straat in New Orleans.”



The Band - Rock of Ages (1972)

“Wat een geweldige groep, toch. Ze klonken als geen enkele andere band en zeker in het begin liet hun muziek zich moeilijk in een bepaalde categorie plaatsen. Ze gaven overal hun eigen draai aan. Ze wisten zo goed wie ze waren. Iedereen was heel nauwgezet over zijn rol in het geheel. Op het moment dat ze me vroegen, kende ik ze nog niet. Ik wist niet dat ze zo gevestigd en populair waren. Toen ik met ze samenwerkte had ik niet door dat de groep uit elkaar begon te vallen. Ik heb blazers toegevoegd aan een aantal nummers voor een reeks concerten in de Academy Of Music in New York. Ik vond het geweldig, een mijlpaal in mijn leven. Onderweg naar de Bearsville Studios bij Woodstock, waar de repetities plaatsvonden, was op het vliegveld mijn tas met partituren gestolen. Ik moest helemaal opnieuw beginnen, maar achteraf ben ik blij dat het zo gelopen is, want wat ik uit nood schreef was beter dan wat ik eerst had geschreven. Het was een kwestie van serendipiteit.”



Dr. John - In The Right Place (1973)

“De plaat met Right Place, Wrong Time. Hoewel Mac Rebennack en ik sinds onze tienerjaren vaker samengespeeld hadden, was dit de eerste keer dat ik meewerkte aan een plaat van Dr. John. Waarom het pas bij zijn zesde album de eerste keer was, weet ik eigenlijk niet precies. Mac had het voortdurend druk en hij nam altijd op waar hij op dat moment zat, en dat was niet in de buurt, al hoef je daarvoor natuurlijk niet per se vlakbij elkaar te wonen. Jerry Wexler heeft ons uiteindelijk samengebracht. Mac gaf me carte blanche. Ik haalde The Meters erbij, die waren precies goed voor dit project. En Mac stond ervoor open, al zou hij volgens mij akkoord zijn gegaan met iedereen die ik zou hebben voorgesteld.”



Wings - Venus and Mars (1975)

“Ik speel piano op Rock Show, het tweede nummer van de plaat. Samenwerken met Paul McCartney was geweldig. Het werd me meteen duidelijk waarom hij zo’n grootheid is: hij weet precies wat hij doet en waar hij naar toe wil. En hij weet hoe je magie in de studio kan creëren en hoe je die vast kan houden. Er zitten geen ruwe randjes aan zijn persoonlijkheid. Hij heeft helemaal geen ego. De mensen om hem heen voelen zich goed. Hij heeft veel oprecht respect voor anderen, dat vond ik zeer prettig. Ik weet niet waarom hij in New Orleans plaatopnamen wilde maken, maar hij heeft op diverse plaatsen opgenomen, dus voor zijn ervaring moest hij het misschien ook een keer in New Orleans doen, vermoed ik. Ik ben blij dat hij toen voor ons heeft gekozen.”



Allen Toussaint - Southern Nights (1975)

“Alle nummers waren al geschreven en opgenomen, maar voor mijn gevoel ontbrak er nog iets aan het album. Van Dyke Parks wist dat ik worstelde met de voltooiing, hij kwam langs en zei: ‘Stel dat je over twee weken overlijdt, wat wil je dan gezegd hebben?’ Toen heb ik Southern Nights geschreven. Dat liedje gaat over mijn jeugd. Het gaat over de indrukken die ik opdeed als mijn vader me meenam naar het platteland. Zo werd ik me bewust van de wereld en kreeg ik oog voor wat er zoal om mij heen gebeurde.
Het zou goed kunnen dat deze plaat meer pop is dan mijn andere werk. Als ik voor anderen schrijf, denk ik te weten wie zij zijn of wie ze zouden moeten zijn. Voor mezelf weet ik dat niet, ik richt me niet tot een bepaald publiek, dus heb ik niet echt een idee van wat ik wel en niet moet zingen. Ik zou Working In The  Coal Mine nooit geschreven hebben als het niet voor Lee Dorsey was geweest. Het is niet mijn soort nummer. Ik vind het erg ingewikkeld om liedjes voor mezelf te schrijven.”



Allen Toussaint & Elvis Costello - The River in Reverse (2006)

“Ik had al eerder wat dingen met Elvis gedaan. Na Katrina werd in New Orleans de noodtoestand uitgeroepen en verhuisde ik tijdelijk naar New York. Daar gaven Elvis en ik enkele benefietconcerten voor de overlevenden van de ramp. Elvis wilde altijd nog eens een album maken met werk van Allen Toussaint, en nu we toch samen in New York zaten leek het hem een uitstekend idee om de studio in te duiken. Hij duikelde een stel oude liedjes van mij op waarvan ik het bestaan vergeten was, maar we schreven ook samen een aantal nummers. Het was een luxe om met hem te werken. Elvis heeft maximaal respect en liefde voor alle soorten muziek en hij duikt er diep in. Populariteit kan hem niet schelen. Hij is heel compleet in zijn manier van schrijven, in die zin dat hij een nummer van begin tot eind schrijft. Zelf ben ik ook gewend dat zo te doen. Ik heb het album niet zelf geproduceerd, want als je zelf de uitvoerende artiest bent, heb je een deskundig klankbord nodig. Je moet iemand achter het glas hebben om mee te sparren. Ik had al eerder met Joe Henry gewerkt en vond hem een prettige producer. Hij is cool en haalt het onderste uit de kan. Elvis kende hem ook en dacht er hetzelfde over. Wat mij betreft is de plaat een eerbetoon aan New Orleans, maar Elvis was wat meer uitgesproken over de nalatigheid van de Amerikaanse overheid. Ik vond dat prima, iedereen mag van mij zijn mening geven. Maar ons album schudde niet met de vuist naar de heersende orde, al schuilt in de titel wel de boodschap dat er iets nodig moet veranderen: de rivier moet haar juiste koers volgen.”



Dit artikel verscheen in popmagazine Heaven

Geen opmerkingen:

Een reactie posten