zaterdag 10 april 2010

Larry Graham geeft niet om blaren

Larry Graham is er niet, hij zit in Nederland. Kan ik een boodschap aannemen?”, zegt de stem aan de andere kant van de lijn. Wat krijgen we nou, denk ik, we hadden toch een afspraak voor een interview? Er klinkt gegrinnik uit de hoorn. Larry Graham probeerde me bij de neus te nemen en dat is hem gelukt. Ondanks zijn kenmerkende bariton had ik zijn stem niet meteen herkend.
Het is op de kop af veertig jaar geleden dat Larry Graham een basrevolutie in gang zette. Zijn pop and slap-techniek – of thumpin’ and pluckin’ zoals hij het zelf noemt – die hij gebruikte op Thank You (Falettinme Be Mice Elf Agin) van Sly and the Family Stone, werd de blauwdruk voor de funkbas. Grahams uitvinding kreeg navolging van talloze bassisten, van Bootsy Collins en Stanley Clarke tot Mark King en Les Claypool. Dankzij Larry Graham speelt de bas geen rol op de achtergrond meer, maar eist de hoofdrol op.

Zoals het zo vaak gaat met uitvindingen, ontstond het hameren en plukken bij toeval. Van huis uit is Larry Graham helemaal geen bassist, hij is ook bekwaam op de piano, gitaar, drums, klarinet, saxofoon en harmonica.
“Als tiener speelde ik in de band van mijn moeder, zangeres Dell Graham”, vertelt Larry. “Ik speelde de bas op het orgel. Op een dag gingen de baspedalen van het orgel kapot en bleken niet meer te repareren te zijn. Maar zonder de bas had de muziek geen bodem. Dus toen moest ik maar basgitaar gaan spelen. Mijn moeder besloot dat ze geen drummer meer wilde, dus dat hameren en plukken ontstond ter vervanging van de drums; de hamer was de basdrum en het plukken de snare. Ik ben dus eigenlijk per ongeluk bassist geworden.”

Was het een openbaring?
“Nee, het is geboren uit noodzaak. Maar ik ben nooit meer van de bas af gekomen. Vooral natuurlijk toen ik bekend werd om het thumpin’ and pluckin’.”

Als je Larry Graham tekeer ziet gaan op zijn basgitaar, vraag je je af of hij geen last van blaren heeft.
“Natuurlijk, maar dat is juist goed! Een blaar is niet zo erg, die gaat wel weer weg. Je krijgt er eelt van.”



Larry Graham heeft de eer gehad om met twee van de grootste genieën van de popmuziek te mogen spelen: Sly Stone en Prince. Wat heeft hij van hen geleerd?
“Leiderschap. Er is een groot verschil tussen lid zijn van een band en de leider zijn. Sly en Prince waren allebei goede leiders. Tegelijk weet Prince ook op de achtergrond te blijven en iemand anders naar voren te schuiven.
Hun grootste kwaliteit is hun liefde voor muziek en op basis daarvan behandelen ze iedereen in de band. Als de leider te bazig en gemeen is heeft dat zijn weerslag op de muziek. Je kunt iemand doden met gemeen zijn. Het klinkt niet hetzelfde als wanneer je iemand met liefde behandelt.
“Bij Sly and the Family Stone droeg iedereen zijn steentje bij. Sly was weliswaar de schrijver van de muziek, maar hij liet de bandleden ook hun bijdrage leveren. Hij probeerde bijvoorbeeld niet Freddie te vertellen wat hij moest spelen, maar hij liet Freddie in zijn eigen stijl spelen. En niemand speelt als Freddie. Sly presenteerde de song en liet vervolgens de bandleden hun ding doen.”




Door het roemruchte drugsgebruik van Sly Stone viel de Family Stone begin jaren ’70 uiteen. Vooral Sly en Larry Graham raakten gebrouilleerd en de bassist stapte na There’s a Riot Goin’ On (1971) uit de band. Gevraagd naar zijn relatie met Sly houdt Graham zich op de vlakte. Maar zwijgen zegt soms meer dan duizend woorden.
“Mijn relatie met Sly en de band was altijd goed. Dat kon je horen aan de vreugde in de muziek.”

Maar ten tijde van There’s a Riot Goin’ On liep het intern toch niet zo lekker ?
“Wat Sly in zijn privéleven deed is een ander verhaal. Daar was ik niet bij. Het verschil tussen Riot en de eerdere platen was dat we allemaal samen speelden, live in de studio. Op Riot was Sly naar Los Angeles verhuisd en had hij thuis een studio. Sly maakte veel muziek zelf. Ik was daar helemaal niet bij. Ik vloog dan naar Los Angeles om mijn stukken te overdubben. Misschien was Freddie Stone er meer. Maar hij is familie.”

Er was geen animositeit tussen u en Sly?
“O nee. Ik heb altijd een positieve relatie met de band gehad. Het bewijs daarvan is de tour van Graham Central Station met Prince. Toen had ik Rose Stone, Jerry Martini en Cynthia Robinson in de band. Bij sommige optreden speelde zelfs Greg Errico mee.”

Maar Sly was daar dus niet bij.
“Toen was hij nog niet bezig met zijn comeback.”

Er is een verhaal dat Sly u wilde laten vermoorden. Is dat waar?
“Je weet hoe dat gaat met verhalen. Hahaha! Mensen maken er een sensatieverhaal van. Wat betreft die periode in onze levens, ga ik niet in op de negatieve dingen. Ik focus me op het positieve van de muziek. Het enige dat telt is de muziek.”

Wat was dan de reden voor uw vertrek bij Sly and the Family Stone?
“Als je een kind van een familie bent groei je op en ga je het huis uit. Dat heeft geen negatieve reden. Het wordt tijd om verder te gaan. Maar het blijft een familie. En soms kom je nog thuis voor familiebijeenkomsten. Er is nog steeds liefde tussen de ouders en het kind en de broers en zussen. Ze gaan hun eigen levens leiden maar niet omdat ze het huis uit zijn getrapt.”

Maar u ging in 2007 niet mee met Sly’s comebacktournee?
“Nee, ik deed mijn eigen ding.”

Hebt u nog contact met Sly?
“Ik heb hem in de afgelopen jaren gesproken.”

Sly zou aan een comebackalbum werken.
“Dat heb ik vernomen. Ik heb er nog niks van gehoord. Ik hoop het. De man is een genie. Hij heeft een gave die hij met mensen moet delen. Ik hoop dat het een goede plaat wordt.”

Verwacht u dat het net zo goed wordt als zijn oude werk?
“Ik hoop het. Het zal anders worden omdat niet alle oorspronkelijke bandleden meespelen. Maar Riot was ook anders en dat is van de dag nog steeds een relevante plaat. Net zo relevant als onze andere platen als Dance to the Music. Maar anders. De auteur en het genie achter de muziek is nog steeds dezelfde persoon. Dus ja dat wordt geweldig.”

Graham zegt dan wel bij Sly and the Family Stone te zijn opgestapt omdat het tijd was om verder te gaan, de sound van zijn eigen band Graham Central Station lag er dicht tegenaan.
“Natuurlijk. Ik speel wat mijn hart me ingeeft en mijn hart zat ook jarenlang in Sly and the Family Stone. Dus dat komt natuurlijk ook terug in Graham Central Station. Ik heb niet van hart gewisseld.”


Sly and the Family Stone on The Dick Cavett... by eric-hope

Muzikanten en Maffiosi hebben een ding gemeen: ze gaan op latere leeftijd graag in de Heer. In 1975 werd Larry Graham Jehova’s Getuige. Kerken moet doorgaans weinig hebben van verderfelijke rock&roll. Hoe staan de Jehova’s tegenover zo’n flamboyante funkateer als Larry Graham in hun kerk?
“Er zijn inderdaad religies die het verbieden. Jehova’s Getuigen hebben geen verboden die mij in mijn muziek zouden beperken. Maar als ik schuttingtaal zou bezigen of me vulgair zou kleden, is dat niet aanvaardbaar volgens de maatstaven van de Bijbel. Maar verder…”

Maar u komt uit Sly and the Family Stone, een groep waarin veel drugs werden gebruikt. Is dat geen probleem?
“Het zou natuurlijk onaanvaardbaar zijn als ik als Getuige drugs gebruikte. Mensen veranderen. De discipelen van Jezus waren anders voordat Hij met hen praatte. Toen ze Jezus gingen volgen, veranderden ze. Veel Jehova’s Getuigen leefden eerst niet in harmonie met de Bijbel, maar toen ze het leerden, veranderden ze. God staat doe dat we leren en onze levens beteren. Bij Jehova’s Getuigen gaat het erom dat je het probeert. God verwacht niet dat je volmaakt bent, maar dat je het probeert.”

Gaat u ook de deuren langs?
“Jazeker. Misschien klop ik op een dag bij jou aan.”

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen