zondag 16 december 2012

Het verdriet van Jim White



Jim White probeert een oude rommelmarktgitaar weer aan de praat te krijgen als we hem thuis bellen in Athens, Georgia. Het is welhaast een metafoor voor zijn leven. De 55-jarige alt.country singer-songwriter en zijn gezin maakten de laatste jaren een armoedeval toen zijn vrouw hem verliet en hij brak met zijn label Luaka Bop, waar hij zijn hele carrière zat. Met veel pijn en moeite schraapte White de financiering van zijn nieuwe plaat Where It Hits You bij elkaar. Maar het gevaar is nog niet geweken: “We mogen van geluk spreken als we ons huis kunnen houden.”
 
Met een bonte stoet aan seriemoordenaars, geesten, godsdienstfanaten en bijgelovigheid, waren de platen van Jim White nooit een vrolijke boel. Toch valt de sombere toon van Where It Hits You meteen op. Opvallend genoeg waren de liedjes al vóór de scheiding geschreven. Openingsnummer Chase The Dark Away was zelfs een cadeautje voor zijn soon to be ex wife.
“Ik denk nooit van tevoren: ik ga een plaat maken over spijt, plezier of euforie. Ik volg gewoon mijn neus. Het is als het maken van een documentairefilm: je weet wat je wilt onderzoeken, maar het verhaal presenteert zich tijdens het filmen. Dat gebeurde ook met dit album, tijdens het schrijven presenteerde het verhaal zich: mijn vrouw verliet me. Dus veel liedjes gaan over haar en ons leven samen. Het album besloot een andere betekenis te nemen dan die ik in mijn hoofd had, en ik moest daaraan meewerken. Het album wilde droevig worden, maar ik was niet bedroefd toen ik de liedjes schreef. Maar uiteindelijk draaide ik bij.
Mijn hart was gebroken. Mijn vrouw liep weg en we hadden een kind van drie, die was ook verscheurd. Er waren veel problemen. Het waren een paar heel slechte jaren.”
“De liedjes waren al geschreven. Ze zijn van een afstand geschreven. Epilogue to a Marriage had ik al geschreven voordat ik wist dat mijn eigen huwelijk voorbij was. Soms is iets nabij, maar dat heb je pas nadien door.”

Besefte u het misschien onderbewust al?
“Ik weet niet of het zo psychologisch was, of het een onderbewuste projectie was. Het is alsof je een boek leest. Je bent op bladzijde tien en de personages doen iets. Plots blaast de wind de bladzijden verder naar pagina 22 en opeens is alles anders. Je hebt geen tijd om te beseffen wat er is gebeurd en dan blaast de wind de bladzijden weer terug. Ik zag flarden van een uiteenvallende wereld, maar wist niet dat het de mijne was. En ik schrijf veel over uiteenvallende werelden, dus het is niet ongewoon.
De dag waarop ik Epilogue to a Marriage opnam was de dag waarop mijn vrouw me verliet. De zangeres op het nummer, Caroline Herring, had haar kinderen meegenomen en die speelden met mijn kinderen in de tuin. Mijn vrouw paste op ze terwijl de zangeres zong over het einde van een huwelijk. Dat was een lange, zware dag voor mij, kan ik je vertellen.”

Zou het lied uw vrouw aangespoord hebben?
“Het heette toen nog niet Epilogue to a Marriage, maar On The Best of Days. Er is geen causaal verband, denk ik. Het is als een rivier waarin stokken hout drijven. Bij de flessenhals proppen de stokken op, ze gaan door de flessenhals en drijven weer uit elkaar. Het waren dus veel dingen die samengedrukt werden in een krappe ruimte en die raakten met elkaar verstrikt.”

zaterdag 8 december 2012

Sunken Condos: platgetreden paden




Voor een diehard Dan-fan als ik was het comebackalbum Two Against Nature uit 2000 een grote gebeurtenis. En het eerste studioalbum van Steely Dan in twintig jaar stelde niet teleur. Walter Becker en Donald Fagen gingen verder waar ze met Gaucho (1980) waren gebleven.

Maar laten we eerlijk zijn: hoe vaak draai je Two Against Nature, Everything Must Go (2003) of Donald Fagens soloalbum Morph The Cat (2006) ten opzichte van klassieke albums als Countdown to Ecstasy, The Royal Scam of Aja? Hoe vaak borrelt er spontaan een nummer van Steely Dans post-2000 platen in je hoofd op in vergelijking met een Babylon Sister of een Black Cow? Hoewel van prima kwaliteit, is het nieuwe Steely Dan werk weinig memorabel. Het zijn in feite stijloefeningen die klinken als Steely Dan, maar de inhoud ontbreekt.

Dat is ook het euvel van Sunken Condos. Het album heeft een typisch Fagen-geluid, maar het is meer sound dan song. Machinale ritmes met jazzy pianoaccenten, gelikte dameskoortjes, obligate solo’s, voorspelbare wendingen en Fagens vermoeide  (en soms valse) vocalen zorgen dat het album voortkabbelt en maar niet wil overtuigen of beklijven. Fagen en producer Michael Leonhart kozen voor een minimalere productie, maar dat geeft eerder een magere, onaffe en ongeïnspireerde indruk dan dat het getuigt van uitgekiende precisie. Het waren juist de subtiele details en sterke songs die The Nightfly (1982) – en het onderschatte Kamakiriad (1993) evengoed – zo rijk maakten. Weather in my Head, met een prachtige, gevoelige gitaarsolo van Jon Herington, en Planet D’Rhonda steken boven de rest uit, maar redden Sunken Condos als geheel niet van de middelmaat.

Steely Dan is een acquired taste. De band is vaak verweten muzak te maken, maar er lag altijd een addertje onder het gras. Tot in de puntjes verzorgde, vernuftige composities, ijzersterke songs en cryptische, ironische teksten gaven de muziek een ruw randje. Donald Fagen maakt het op Sunken Condos moeilijk om te verdedigen waarom het geen liftmuziek is. Openingsnummer Slinky Thing zou niet detoneren in een hotelbar en de uptempo Isaac Hayes-cover Out of the Ghetto komt te veel uit een doosje om echt funky te zijn.

Misschien heeft Fagen een producer nodig die hem uitdaagt en hem uit zijn comfort zone haalt. Donald Fagen begeeft zich op platgetreden paden in zijn achtertuin, en deze keer glijdt er geen adder over zijn keurig gemaaide gazon.



Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

maandag 15 oktober 2012

Een liefdesverklaring aan hiphop



“Hiphop didn’t invent anything, but hiphop re-invented everything”, zegt rappionier Grandmaster Caz in Something from Nothing: The Art of Rap. De invloed van hiphop op ons dagelijks leven is vandaag de dag gigantisch. Het werkwoord ‘pimpen’ is bijvoorbeeld al zo ingeburgerd dat zelfs je oma het gebruikt. Niet slecht voor een muziekgenre van maatschappelijke marginalen, waarvan jaren werd gezegd dat het een inhoudsloze modegril was die geen talent vereiste en andermans muziek bij elkaar jatte.

In zijn zelf geregisseerde en geproduceerde documentaire gaat rapper Ice-T op zoek naar de kunst en het ambacht van het rappen. Hij gaat langs bij een groot en illuster gezelschap: van Melle Mel, Afrika Bambaataa en Kool Moe Dee tot Run-DMC, Chuck D, Rakim, KRS-One, Ice Cube, Nas, Dr. Dre en Eminem. 

Open deur
Maar het lukt Ice niet er de vinger achter te krijgen wat nou precies een goede rap maakt. De interviews blijven aan de oppervlakte, het zijn onderonsjes met vrienden die meer gaan over de kick van het schrijven van een goede tekst, dan dat je iets opsteekt over hun techniek en methodes. In zijn eindconclusie trapt Ice-T dan ook een open deur in: rappen is iets dat talent vergt.

The Art of Rap is vooral een liefdesverklaring aan de hiphop. Er is ook veel moois te beleven, zoals de ijzingwekkende rap van Joe Budden over het rauwe gettoleven, die doet denken aan het werk van reggaedichter en spoken word-artiest Linton Kwesi Johnson.



Verfrissend is dat de niggaz, bitches, guns ’n bling-clichés over hiphop niet terug te vinden zijn in de film, zodat de onderbelichte kant van hiphop, namelijk artiesten die serieus en toegewijd bezig zijn met hun muziek, eindelijk eens voor het voetlicht treedt.

donderdag 13 september 2012

Geen keuze voor Europa, maar tegen het populisme

Foto: Kleuske/Wikipedia

Blijdschap in Brussel, Berlijn en de andere buurlanden. Windvaan Nederland, jubelt men, heeft gekozen voor Europa! Maar de verkiezingsoverwinning van VVD en PvdA en de nederlaag van PVV en de SP zijn niet zozeer een uiting van eurofilie, als wel een afrekening met het populisme.

Het besef dat het vijf voor twaalf is, is doorgedrongen tot de kiezer. De crisis woekert al jaren voort en het einde is nog niet in zicht. De balans wordt opgemaakt: wat heeft tien jaar populisme ons gebracht? Het vertrouwen van de burger in de politiek is sinds de Fortuyn-revolutie niet gestegen, eerder gekrompen door voortdurende verdachtmakingen en interne strijd in de LPF en uiteindelijk ook de PVV. De massa-immigratie is geen halt toegeroepen. De samenleving raakte gepolariseerd door een schijnbare links-rechts-tegenstelling. Cynisme vierde hoogtij.

Iedereen was doordrongen van de noodzaak van hervormingen om de economie er weer bovenop te krijgen, ook als die pijnlijk waren. Toen het kabinet-Rutte eindelijk spijkers met koppen wilde gaan slaan in het Catshuis, liep Wilders weg. Het enige succes dat de PVV op haar conto kan schrijven is de dierenpolitie.

De partij dacht te gaan scoren met een anti-Europa-campagne. Wilders' ooit zo gewiekste oneliners sloegen echter dood. Opvallend was dat de PvdA aan haar opmars begon toen Diederik Samsom in het premiersdebat van RTL afrekende met de stoere taal van Wilders en Rutte dat de gulden moest terugkomen en er geen cent meer naar Griekenland mocht, en pleitte voor een eerlijk verhaal. De kiezer bleek Europa als realiteit te aanvaarden. Wat nog niet wil zeggen dat hij pro-Europees is.



Na vier crisisjaren snakt het volk naar oplossingen, en is de kiezer tot inzicht gekomen dat de degelijke, traditionele middenpartijen – en niet de schreeuwerige populisten die weglopen voor hun verantwoordelijkheid als het erop aankomt – misschien toch wel de beste papieren hebben om de boel weer op de rails te krijgen. Niet dat de onvrede over de politiek verdwenen is. Maar het speelkwartier is over.

dinsdag 31 juli 2012

Hillen vs. Hiphop

"De ergste uitvinding ooit is rappen: agressief schreeuwen op een offensief ritme." Aldus demissionair minister van Defensie Hans Hillen. Van het CDA.

Al sinds ik in 1986 als een blok viel voor rap, moet ik het genre verdedigen. Toen zou het geen muziek zijn, want alles was bij elkaar gejat en voor rappen heb je geen talent nodig en de teksten gingen helemaal nergens over. Rap zou dus snel overwaaien.

Vervolgens kwamen er groepen als Public Enemy en NWA. De criticasters kregen door dat rap toch wel wat serieuzer was dan ze hadden gedacht. Politieke teksten. Samples verweven in ingenieuze producties.

Maar zie daar het nieuwe verwijt aan hiphop: boze negers die rappen over geweld en vrouwen uitschelden voor hoeren.

Twee decennia later is het een cliché geworden. Voor veel mensen is hiphop een homogeen genre waarin iedereen het alleen maar over niggas, guns en ho's heeft. Daarbij gaan ze voorbij aan het feit dat er ook zat rappers zijn die zich met andere dingen bezighouden.

We willen zelf gewelddadige en vrouwonvriendelijke rap
Dat kun je de critici verwijten, maar dat moet je ook de rappers verwijten. Er zijn maar weinig rappers die het tegendeel proberen aan te tonen. Want het is lekker cashen. Gangsta rap is big business. Blijkbaar willen wij als publiek dus ook dat hiphop gewelddadig en vrouwonvriendelijk is.

Video: comedian Chris Rock over vrouwen die graag dansen op seksistische rap


Generatiekloof
En Hillen? Ach, de pensioensgerechtigde bewindsman neusduikt slechts in een generatiekloof. Hij bewijst eigenlijk daarmee de raison d'être van rock 'n roll (rebellie), en daarmee hiphop als subcultuur. Wees eerlijk: je wil ook niet dat Hillen zelf gaat rappen. Kennen we de Donner Rap nog?


P.S. De hiphop-band Stetsasonic maakte in 1988 met Talkin' All That Jazz een krachtig verweer tegen de kritiek op hiphop:
"You think rap is a fad/You must've been mad/'Cause we're so bad we get respect you never had/Tell the truth, James Brown was old/Till Eric and Ra came out with I Got Soul/Rap brings back old R&B/And if we would not/People could've forgot"
En de nu profetische zin: "You made the same mistake politicians have: talkin' all that jazz"

maandag 16 juli 2012

Waarom Obama gaat winnen

Foto: White House/Pete Souza

Barack Obama wordt in november herkozen tot president van de Verenigde Staten. Deze voorspelling uit ik al maanden tegen vrienden en collega’s. Het zal wel a hell of a job worden, met zo’n desastreuze economie. Maar de aanwijzingen worden steeds sterker dat Mitt Romney het onderspit zal delven.

Om te beginnen is Romney simpelweg een zwakke kandidaat. Hij heeft geen visie. Nog erger is dat de Republikeinen niet echt van hem houden (denk aan de meerdere Anything But Romney-kandidaten in de primary's). Romney is stijfjes en afstandelijk, hij weet geen harten te veroveren. Hij is de kandidaat bij gebrek aan beter. Kortom, hij is een moetje.

Deze irrationele factoren zijn vaak doorslaggevend in het stemhokje. De inhoudelijk zwakke maar charmante, toegankelijke George W. Bush versloeg in 2000 de saaie, academische Al Gore en herhaalde dat vier jaar later met de al even weinig charismatische John Kerry.

Door de economische crisis zou president Obama een gemakkelijk doelwit moeten zijn voor Romney, maar het lijkt hem maar niet te lukken een vuist te maken. Romney tracht met zijn verleden als succesvol zakenman zich te presenteren als dé aangewezen persoon om de economie erbovenop te helpen, waarin president Obama juist faalde.

Maar die strategie komt nu als een boemerang bij Romney terug. Al lang wordt Romney achtervolgd door zijn verleden bij zijn voormalige investeringsmaatschappij Bain Capital. Het bedrijf bouwde een reputatie op met massaontslagen en het verplaatsen van arbeidsplaatsen naar lagelonenlanden. En dat ligt gevoelig in crisistijd en met oplopende werkloosheid. Te meer omdat Romney Obama graag om de oren sloeg met de vele arbeidsplaatsen die naar het buitenland verdwenen tijdens diens presidentschap.

Dodelijk wapen
En nu heeft Obama een potentieel dodelijk wapen in handen. Uit een onthulling van de Boston Globe vorige week zou blijken dat Romney heeft gelogen over zijn vertrek bij Bain. Romney beweerde altijd dat hij in 1999 opstapte om de Olympische Winterspelen in Salt Lake City van 2002 te organiseren, maar uit documenten blijkt volgens de Globe dat hij nog tot 2002 op de loonlijst stond als topman. Net de periode waarin de massaontslagen vielen.

Romney sputtert tegen dat hij geen bestuurder maar 'slechts' de eigenaar was van Bain. What difference does it make? En dan eist Romney ook nog eens excuses van Obama. Dat komt heel zwak over, een presidentiële kandidaat politicus zonder eelt op zijn ziel. Daar kan Wouter Bos over meepraten. Take it like a man.



woensdag 6 juni 2012

Marvin Gaye waaide uit in Oostende

Marvin Gaye en Freddie Cousaert op de zeedijk, 1982. Foto: JJ Soenen/Toerisme Oostende

Wat deed Marvin Gaye begin jaren ’80 in hemelsnaam in Oostende? Met een audiovisuele wandeling in de Vlaamse badplaats treedt de fan in de voetsporen van de soulzanger.


Marvin Gaye (41) had niets te verliezen toen hij op een kille 14 februari 1981 – Valentijnsdag – de haven van Oostende binnenstoomde op de pont uit Dover. Het enige dat hij bezat waren de kleren die hij droeg, zijn zoontje Bubby aan zijn hand, een zware cocaïneverslaving en een miljoenenschuld aan twee ex-vrouwen en de belastingdienst. Een gevallen ster van begin veertig met zijn carrière in duigen. Marvin had zijn lot in handen gelegd van een Belg die hij nauwelijks kende, maar hem was komen opzoeken in zijn van dealers, hoeren en ander geteisem vergeven flatje in Londen en beloofde zijn leven en carrière weer op de rails te krijgen. In een winderige badplaats aan de andere kant van de Noordzee genaamd Oostende. Heel wat anders dan het snelle showbizzleven dat Marvin gewend was in Los Angeles. Als een Brusselse cameraploeg hem vraagt wat de superster in hemelsnaam te zoeken heeft in Oostende, houdt zijn antwoord niet over qua enthousiasme: 'Ik ben een wees en Oostende is mijn weeshuis.' Om daar typisch religieus aan toe te voegen: 'Maar waarschijnlijk moet ik hier zijn.'
Vaak wandelde Marvin naar het einde van de pier, om zo dicht mogelijk bij zijn vaderland te zijn. Maar volgens de mensen die hem destijds kenden was Marvin wel degelijk gelukkig in de badplaats, waar de verf afbladdert van de sierlijke herenhuizen en de chique appartementencomplexen aan de Albert-I-promenade. Anders had hij het er niet bijna twee jaar uitgehouden. En hij was van plan terug te keren om er te gaan wonen.
Op deze zonovergoten voorjaarsdag, met strandwandelaars, volle terrassen op de zeedijk en kinderen die op skelters tussen de badgasten door zoeven, is dat niet moeilijk voor te stellen.

zondag 13 mei 2012

In memoriam: Donald "Duck" Dunn

Booker T. & The MGs, met links Donald "Duck" Dunn

Een droevig bericht van Steve Cropper op zijn Facebook-pagina hedenochtend: Donald "Duck" Dunn is tijdens een Japanse tournee in Tokio in zijn slaap overleden. Hij werd 70 jaar.
Als bassist van Booker T. & The MGs, de huisband van Stax, was Dunn een van de architecten van de soul: het is bijna niet op te noemen op welke historische platen hij allemaal heeft meegespeeld. Nadien zat Duck in de Blues Brothers Band en speelde zichzelf in de film, ook al een klassieker. Booker T. & The MGs kregen in 2007 een Grammy voor hun gehele oeuvre.
In 2009 had ik de eer Dunn te interviewen. Een introverte maar heel aardige man, vol mooie anekdotes over Stax.
Petje af en een diepe buiging voor Donald "Duck" Dunn.


Klik hier voor mijn interview met Booker T. Jones. Mijn achtergrondartikel over Booker T. & The MGs vind je hier.

maandag 7 mei 2012

Turnings of the Sun blaakt van de muzikaliteit


Turnings of the Sun, het nieuwe album van hiphop-producer Naturetone, blaakt van de muzikaliteit. Vergelijkingen met Klaus Schulze en Tangerine Dream zijn al gemaakt, er wordt zelfs gesproken over Krauthop, al is Naturetone geen Duitser maar een Zwitser.

Naturetone (39) uit Bern staat in zijn land bekend als een hiphop-pionier. In de jaren '90 maakte hij met zijn groep Three Tree Posse twee albums (The Quest uit 1993 en Ostlärm uit 1995), de eerste Zwitserse hiphop-platen. In 2010 keerde Naturetone terug met zijn solodebuut Nihon, een atmosferisch instrumentaal hiphop-album geïnspireerd door Japan.

Het Verre Oosten is opnieuw de inspiratiebron voor Naturetone's tweede soloalbum Turnings of the Sun (releasedatum 7 mei). Naturetone tilt hiphop niet alleen naar een hoger niveau, maar neemt het mee naar een nieuwe wereld. Op Turnings of the Sun worden alle conventies losgelaten en verruild voor avontuur en sfeer. Naturetone weeft melodieën, geluiden, beats en raps tot een ingenieus tapijt. Turnings of the Sun is meer dan muziek, het is een auditieve ervaring. Het is als een wandeling over een markt in Azië die bruist van het leven en de bedrijvigheid. De zintuigen worden geprikkeld door geuren, smaken, geluiden en kleuren.

dinsdag 17 april 2012

Ramsey Lewis: 'Geen idee hoe je uitverkoopt'

Ramsey Lewis nadert langzaamaan de tachtig en brengt zijn tachtigste album uit waarop de jazzpianist zijn oude werk nog eens overdoet. Ramsey Taking Another Look is toch geen afscheid? “Hahaha! Nee hoor, helemaal niet”, stelt de vitaal klinkende Lewis me gerust.

Ramsey Lewis (Chicago, 1935) begon op zijn vierde met pianospelen en begeleidde luttele jaren later al het kerkkoor waarvan zijn vader dirigent was. Toen hij als prille twintiger met zijn eerste trio debuteerde op de plaat, had hij zijn sporen al verdiend in de jazzscene van Chicago. Aan complexe hardbop waagde hij zich niet, zijn toegankelijke stijl was stevig geworteld in de rhythm & blues. Daarbij mocht hij graag aan de haal gaan met bekende songs en thema’s. Ramsey Lewis was de meester van de cover: die transformeerde hij geheel tot een eigen creatie. Zo scoorde hij in de tweede helft van de jaren zestig grote hits met covers van Dobie Gray's The In Crowd en de McCoys-kraker Hang On Sloopy. In de jaren zeventig legde Lewis zich toe op de toen in zwang zijnde jazzfunk. Herenigd met Maurice White, toen drummer van Earth, Wind & Fire, maakt hij het succesvolle album Sun Goddess. Twee decennia later bleek dat werk onder hiphoppers een dankbare bron voor samples, maar jazzcritici geven er tot op de dag van vandaag niet bepaald hoog van op. “MOR, easy-listening disco music”, moppert The Rough Guide to Jazz, terwijl de gezaghebbende Penguin Guide to Jazz, die toch ‘the first comprehensive, critical listing covering all jazz recordings currently available’ pretendeert te zijn, Lewis kennelijk niet relevant genoeg achtte om hem überhaupt op te nemen.

Hoe kwam u eigenlijk op het idee voor Taking Another Look?
“Eind 2010 in Japan suggereerde iemand dat ik weer met een kwintet ging spelen. Vervolgens kwam ik terug in de VS en toen zei iemand anders precies hetzelfde. Na de feestdagen heb ik wat jongens gebeld voor een jamsessie. Alleen om te kijken hoe het voelde, wat er zou gebeuren. We gebruikten nummers van Sun Goddess. We begonnen gewoon te spelen en mijn God dat voelde zó goed. Ik belde mijn vrouw op dat ik over een uur thuis zou zijn. Pas drie uur later kwam ik hijgend binnen. Mijn vrouw vroeg: wat is er aan de hand? Ik had zó veel plezier.”

Wat voor nieuws heeft u aan de oude nummers toegevoegd?
 “De improvisatie en de ritmes. De tijd verandert de stukken. Charles Heath (drums) en Joshua Ramos (bas) speelden hiphop-patronen. Daardoor speelden wij onze solo’s op een andere manier.”

Waarom heeft u uw trio van toen (met bassist Cleveland Eaton en percussionist Morris Jennings) niet gebruikt?
“Cleveland Eaton doceert tegenwoordig in Alabama. En ik heb geen idee waar Morris Jennings tegenwoordig is. Ik weet niet of hij nog steeds in Chicago woont.
Maar daarnaast wilde ik met een jonge band spelen. Joshua is 28, Charles is 34. Die gasten hebben zo veel energie. Dat heb ik geleerd van Miles Davis en Art Blakey. Toentertijd besefte ik niet waarom zij met jonge muzikanten werkten, zoals Art Blakey met Lee Morgan en Miles Davis met Herbie Hancock en Tony Williams. Maar nu begrijp ik dat dit een heel nuttige dimensie aan de muziek geeft: energie, nieuwsgierigheid, de wil om een stap verder te gaan, frisse ideeën. Ze proberen nieuwe dingen. Ze zitten nog niet vastgeroest. Ze hebben nog niet van: dit werkte goed, laat ik het weer doen. Ze zijn eager.”

De critici vonden uw werk te commercieel. Wat vindt u van die kritiek?
“De eerste zestien albums schreven de jazzcritici dat we een goed trio waren, een nieuw geluid hadden, we kregen veel steun. En op het zeventiende album zetten we een nummer, slechts één van de tien, The In Crowd. In eerste instantie vonden de jazzcritici dat prima. Dergelijke nummers hadden we ook op onze eerdere platen gezet. Maar na een maand of drie werden de critici kwaad op ons, omdat de verkoopcijfers richting popcijfers gingen. De plaat ging van de jazzlijsten naar de poplijsten en kwam tussen The Beatles en Elvis Presley te staan. En toen zeiden de critici opeens: he sold out. Welnu, hoe verkoop je uit? Veel van mijn vrienden spelen hardbop, en zij vragen zich dat vaak af. Als je een plaat maakt duim je ervoor dat mensen hem kopen. Soms lukt dat en soms niet. Ik weet niet hoe je moet uitverkopen.”

dinsdag 10 april 2012

Commodore 64


Jack Tramiel, oprichter van Commodore, is zondag overleden. De computerpionier werd 83 jaar.

We schrijven 1986. 'Wanneer krijgen we nou een computer?', vroeg ik, acht lentes jong, aan mijn moeder. 'Dit jaar', antwoordde ze. Je ging in die tijd niet over een nacht ijs voor de aanschaf van een computer. Mijn ouders hadden een stapel brochures van allerhande computers in huis gehaald om zich optimaal te oriënteren op hun Eerste Computer, hun Eerste Stap Naar De Digitale Toekomst Die Voor De Deur Staat. Tussen de folders zat er eentje van de Philips MSX. Ondanks mijn atheïstische opvoeding bad ik dat mijn ouders die níet zouden kopen. Dat was zo'n saai ding met een zwart beeldscherm en groene letters, waarmee je alleen taal- en rekenspelletjes, en vooruit, Galgje, kon spelen. Een vriendje had er een. Zoontje van onderwijzers, dan weet je het wel. Dezelfde computer hadden we ook op school. Vurig hoopte ik dat we die toffe spelcomputer kochten die een ander vriendje had: de Commodore 64. Met Bruce Lee, Pitfall, Pole Position, Pacman. Met bewegende poppetjes in kleur. Maar mijn vader, een fel tegenstander van plat vermaak, vond dat de computer nuttig en educatief moest zijn.

Mijn gebeden werden verhoord en de belofte ingelost. Op oudjaarsdag reden papa, mama en mijn grote broer naar de Maxis in Muiden. Aan het einde van de middag kwamen ze terug met een witte sporttas met daarop een hoekige blauwe C. De Commodore 64 werd eruit getild. Maar het was niet de karakteristieke donkergrijze met zwarte toetsen. Mijn vader had de Commodore 64 Personal Computer aangeschaft, met de zakelijke lichtgrijze tint die de pc's hadden die toen op de markt kwamen. Een nuttige computer. Het verschil met de normale Commodore 64 is me echter altijd ontgaan, of liever gezegd, ik heb nooit de moeite genomen om het uit te zoeken want ik wilde gewoon gamen.



In 1986 nog geen USB-sticks. Nee kinderen, opa werkte toen nog met cassettebandjes op de Commodore 64. Met vriendjes en klasgenoten wisselde je spelletjes uit op bandjes. Moest je eerst het bandje een stukje afspelen om de data in te laden, dan een nieuw bandje erin om de kopie op te nemen. Hele middagen was je bezig. En dan in een schriftje noteren bij welk nummer op de teller het spelletje begon. Om tijd te besparen probeerde ik de bandjes te kopiëren op een dubbel cassettedeck, maar daar kreeg je crappy files van. Hard moesten we lachen als we de spelletjesbandjes op de stereo speelden. 'Krrriieggggprrrriieeeekggggggg', hoorde je dan. Hilarisch vonden we dat. In mijn naïviteit probeerde ik wat er zou gebeuren als je een audiotape op de Commodore 64 afspeelde. Misschien zie je dan wel de noten en de teksten op het beeldscherm! De uitslag van het experiment laat zich raden.

dinsdag 3 april 2012

De vrouwen van laatbloeier Johnny Dowd

Foto's: Kat Dalton

Stalkers, obsessie, zelfmoord, strippers en hoeren. Welkom in de zwartgallige en verknipte wereld van Johnny Dowd. Op No Regrets bezingt de singer-songwriter de vrouwen die hij in zijn 64-jarige leven heeft gekend. "Of vermoord."

U zingt over de vrouwen in uw leven. Waarom?
"We hadden eerst een paar liedjes die waren gebaseerd op vrouwen die ik ooit heb gekend. Of heb vermoord. Hahaha! Nee, dat was een grapje, dat moet je niet opschrijven. Maar dat was een goed organisatieprincipe."
Welke ervaringen heeft u met vrouwen?
"Goed, slecht en neutraal. Op een bepaald moment in mijn leven besefte ik dat alle vrouwen met wie ik ben omgegaan – zowel romantisch als niet – dezelfde lijst met klachten over mij hadden Ik realiseerde me dat ik wel eens het probleem kon zijn."
Is het album een soort therapie?
"Nee. Ik weet best wat met mij mis is. De songs zijn een mix van verschillende vrouwen. Je begint met de een en die loopt over in een andere. Op een gegeven moment herken je ze niet meer."
Is het allemaal gebaseerd op ware gebeurtenissen?
"Je moet het met een korreltje zout nemen. Ik begin altijd met iets kleins en verzin er een hoop omheen. Het is bovendien lastig om een waargebeurd verhaal te laten rijmen."
U zei net dat de meeste vrouwen dezelfde klachten over u hadden. Waar klaagden ze over?
"Dat ik niet luister, egocentrisch ben, onbetrouwbaar, vergeetachtig. Toen ik jong was, was ik vrij wild. Maar ik ben nu niet meer dezelfde persoon als toen ik veertig was."
U heeft uw leven gebeterd?
"Ik ben een aardiger geworden, zeker. Hoop ik. Ik luister nu naar kritiek. Ik probeer me te houden aan de Gulden Regel: behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden. Ik besefte dat ik mensen niet behandelde op de manier waarop ik zelf behandeld zou willen worden. Dat leek me niet fair."
Waarom deed u dat dan?
"Ik was gewoon jong, denk ik. Niet dat ik gemeen was hoor. Ik was vooral met mezelf bezig."
Toch is de titel van het album No Regrets.
"Aanvankelijk was de titel Regrets, I Have a Few. Maar dat vond ik te lang, dus werd het gewoon No Regrets. Ik heb wel spijt van sommige dingen, maar ik kan er nu toch niks meer aan veranderen. Ik kan niet meer teruggaan naar de vrouwen met wie ik veertig jaar geleden iets had, en vragen of ze spijt hebben dat ze me ooit hebben gekend."

woensdag 14 maart 2012

Zita Swoon Group wil geen Afrikaans kleurtje

Wait for Me van de Zita Swoon Group is een rasechte Afrikaanse plaat geworden, want de Belgische groep neemt geen genoegen met een exotisch sausje. ‘Dat is een verdoken vorm van kolonialisme.’

Op het podium zet de Zita Swoon Group een groove in die het Amsterdamse Bimhuis binnen dendert als een kudde losgebroken olifanten. Zangeres Awa Démé schopt haar slippers uit en wiegt ritmisch heen-en-weer. Door de glaspartij achter hen prikt de zon door het wolkendek. Een glimlach krult de mond van voorman Stef Kamil Carlens. Het is gelukt. De missie om westerse en Afrikaanse muziek te versmelten is geslaagd.
Wait for Me is een rijke plaat met Americana en Africana volbloed in het DNA. Een knappe prestatie, want de makke van veel crossoverprojecten is dat ze slechts een uitheems vernislaagje hebben. ‘Ik was op mijn hoede dat het niet muziek zou worden met een exotisch kleurtje. Dat wou ik ab-so-luut niet’, vertelt Carlens later, als de opnames voor het VPRO-programma Vrije Geluiden erop zitten. ‘Ik wou dat het echt een samenwerking werd. Daarom heeft het ook zo lang geduurd om die songs te maken. Niet zo van hier een vleugje balafon en daar een stemmetje. Om het heel cru te zeggen, vind ik dat een verdoken vorm van kolonialisme. Ik wou echt samenkomen, echt begrijpen.’

dinsdag 14 februari 2012

Kitschy Whitney

Alsof Leo Blokhuis zojuist de Holocaust had ontkend, zo werd er maandagavond aan tafel bij De Wereld Draait Door gereageerd toen hij stelde dat Whitney Houston de nodige draken op haar naam heeft staan. De onderkaak van Trijntje Oosterhuis klapte van verbazing en ontsteltenis op het tafelblad. Hoe durfde hij?

Terwijl Blokhuis slechts herhaalde wat muziekcritici en -liefhebbers Whitney Houston al vanaf het begin hebben nagedragen: haar muziek was glad en inhoudsloos.