Posts tonen met het label Americana. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Americana. Alle posts tonen

donderdag 25 juni 2015

John Hiatt verstopte zich voor zichzelf

Foto: Michael Wilson

Singer-songwriter veteraan John Hiatt (62) geeft een exclusieve show op het Roots in the Park festival in Utrecht. “Ik ben een laatbloeier.”

Een dag later dan gepland vindt het interview plaats. Onze belafspraak moest op het laatste moment verzet worden, omdat er een boom in Hiatts tuin was omgevallen. “Twee grote takken waren op elektriciteitskabels terechtgekomen”, legt de 62-jarige Hiatt uit. “Niemand is geëlektrocuteerd, maar dat kon wel gebeuren als we niks deden. Dus we moesten de boom omzagen.” En dan treedt de singer-songwriter deze week uitgerekend in een park op. Niet bang voor vallende bomen? “Nee hoor”, lacht Hiatt. “Ik kijk er naar uit.”

Op het podium in het Utrechtse Julianapark wordt Hiatt zaterdag vergezeld door oude bekenden. “De band die ik meeneem bestaat uit de oude ritmesectie van The Goners, drummer Kenneth Blevins en bassist Dave Ranson. En gitarist Doug Lancio die mijn laatste plaat Terms of my Surrender (2014) produceerde.  We gaan nummers van de laatste plaat spelen, maar ook oud materiaal.”



Hiatts liedjes werden gecoverd door iedereen van Ilse DeLange tot Bob Dylan. Toch maakte hij al bijna vijftien jaar platen toen hij eindelijk zijn eigen geluid vond op zijn achtste album Bring The Family uit 1987. De singer-songwriter had net de drank en drugs afgezworen en dacht dat zijn wisselvallige carrière voorbij was, toen hij doorbrak met de hitsingle Have a Little Faith in Me.

“Ik was een dronkenlap en een drugsverslaafde. Dat stuitte mijn groei aanzienlijk. Ik gebruikte om mijn ware ik te verbergen. Voor mezelf vooral. Toen ik nuchter werd, leerde ik mezelf artistiek kennen. Dus ik was een laatbloeier.”

donderdag 11 juni 2015

Gregg Allman: Muziek is kleurenblind


Na het vertrek van het gitaristenkoppel Warren Haynes en Derek Trucks kondigde Gregg Allman (67) begin vorig jaar voor de derde keer het definitieve einde van The Allman Brothers Band aan. Deze zomer komt hij voor een eenmalig concert op het Europese vasteland naar de Amsterdamse poptempel Paradiso, reden waarom het southern rock-icoon zich bij hoge uitzondering liet aanschieten.

Wat is het verschil tussen uw nieuwe band en The Allman Brothers Band?
“Het grootste verschil is dat er nog maar één kok in de keuken staat, als je begrijpt wat ik bedoel. Bij de Allman Brothers roerden er drie of vier mensen in de pot, en dat maakte het soms erg ingewikkeld. Er is veel minder drama in mijn band, en dat maakt alles een stuk makkelijker.”

Waarom zette u een punt achter The Allman Brothers Band?
“Ik wist een paar jaar geleden al dat het einde naderde. Wij allemaal, denk ik. 45 jaar, dat is een lange tijd, man. We wilden dat de Allman Brothers op hun hoogtepunt zouden stoppen. Dat was voor iedereen belangrijk. Dus dat hebben we gedaan.”

Welke bands vindt u waardige opvolgers van The Allman Brothers Band?
 “Dat vind ik moeilijk te zeggen, maar Blackberry Smoke is in ieder geval een band die het op de oude manier aanpakt: ze winnen nieuwe zieltjes met elke show die ze spelen, net zoals wij vroeger met de Allman Brothers deden.”

Bijna al uw kinderen zijn de muziek ingegaan. Devon trad zelfs uw southern rock-voetsporen met Royal Southern Brotherhood, waarin ook Cyril Neville speelt. Staat u uw kroost bij met raad en daad?
 “Ik had maar één advies voor ze: zoek een echte baan. Maar ze wilden niet luisteren. Ik ben trots op al mijn kinderen, en ik steun ze in alles wat ze doen.”

Het rocksterrendom in de jaren zeventig was synoniem voor een decadente levensstijl. In uw autobiografie My Cross To Bear uit 2012 bent u erg openhartig over alle excessen. Zo  vertelt u over de eerste vlucht met het privévliegtuig van de band. Op de bar stond ‘Welkom Allman Brothers’ geschreven met cocaïne. Hoe kijkt u nu terug op uw drank- en drugsmisbruik?
“Ik heb veel jaren verspild, dat lijdt niet de minste twijfel. Een van de redenen waarom ik dat boek heb geschreven is dat mensen langs die weg kunnen leren van mijn fouten. Een groot deel van mijn leven is een voorbeeld van hoe het niet moet.”

Het liederlijke leven eiste uiteindelijk zijn tol. In 2010 kreeg u een nieuwe lever. Hoe staat het nu met uw gezondheid?
“Ik voel me prima, dank je. Ik eet beter, ik doe aan lichaamsbeweging en ik krijg genoeg slaap. Ik zorg veel beter voor mezelf dan vroeger. Dat maakt een enorm verschil, nou en of.”

Wat motiveert u om na een halve eeuw te blijven touren?
“Ik hou nog steeds van muziek maken, echt waar. Ik heb wel een hekel aan het reizen gekregen, maar muziek is mijn levensader.”

Het fatale motorongeluk van uw gitaar spelende broer Duane in 1971 sloeg een gapend gat in de band. Was het moeilijk om door te gaan?
“Natuurlijk. Eerst dachten we dat het helemaal voorbij was. Maar ik raakte er al gauw van overtuigd dat mijn broer had gewild dat we door zouden gaan. Een paar weken na het ongeluk hielden we een groepsvergadering en ik zei tegen de anderen: laten we gaan spelen. We gingen naar Miami om het album Eat A Peach af te maken. Dat was zwaar, man, maar het lukte. Daarna wisten we dat we het konden.”

Het conservatieve Zuiden van de Verenigde Staten had eind jaren zestig nog maar net met frisse tegenzin de rassenscheiding afgeschaft of daar kwam The Allman Brothers Band met blanke én zwarte leden. Kreeg u daar geen problemen mee?
“Oh man, zeker weten. Wat dacht je, een stel hippies met een zwarte in de band die in de Deep South spelen? Natuurlijk hadden we problemen met rednecks, maar daar hebben we ons nooit door laten weerhouden. Een van de dingen die ik fijn vind aan muziek is dat ze kleurenblind is. Het enige dat telt is of je goed kunt spelen. Er is geen plaats voor racisme in mijn muziek of mijn leven.”

woensdag 22 mei 2013

Lucinda Williams: het leven draait om lijden


Countrykoningin Lucinda Williams komt naar Nederland voor drie ‘intieme’ concerten, een eufemisme voor uitgeklede versies van haar repertoire gespeeld door een uitgedunde band. Maar ze belooft ook een voorproefje van haar nieuwe album dat nog opgenomen moet worden.

“You have reached the home of Lucinda Williams en Tom Overby. Please leave a message after the beep.” Op de achtergrond klinkt een jazzy klarinet. Nee hè, Lucinda Williams wimpelt me toch niet af met een antwoordapparaat? Ik had verhalen gehoord dat ze zich bij voorkeur telefonisch laat interviewen, zodat ze de mogelijkheid heeft niet op te nemen als haar hoofd er niet naar staat. Maar bij de tweede poging neemt ze op. Gelukkig, Lucinda Williams heeft zin in mij.

Meteen terzake dan maar. Eind mei en begin juni doet de countryzangeres ons land aan voor drie optredens onder de noemer ‘an intimate evening with Lucinda Williams’, die inhoudt dat ze niet met een voltallige band komt, maar slechts haar gitarist Doug Pettibone en bassist David Sutton meeneemt. “Dat is uit economische overwegingen”, legt Williams uit. “We moesten het een beetje uitkleden. Het is goedkoper reizen in een klein gezelschap. Je moet moet ook alle instrumenten verzekeren.”

"We moesten het een beetje uitkleden" 

Zonder platenmaatschappij moet Williams de tour uit eigen zak betalen. Ze mag dan wel de ‘grand dame’ van de alternatieve country zijn met een carrière van meer dan 30 jaar en drie Grammy’s op de schoorsteenmantel, een vetpot is het evenwel niet. “Je moet op het niveau zitten van Bruce Springsteen, anders blijft het lastig.”

Een kleinere band betekent ook dat de liedjes een andere uitwerking krijgen dan we gewend zijn. “We hebben liedjes wel moeten bewerken, ze hebben een ander format, zoals Joy, maar het blijven in essentie dezelfde liedjes.”
Ook zullen we getrakteerd worden op nieuwe muziek van het album waaraan Williams nu werkt. “Ik heb een stapel nieuwe liedjes. Het wordt een plaat met een beetje country, blues, pop en rock, maar ook soul en R&B. We zijn nog niet de studio ingedoken. We gaan eerst op tournee. En we zijn op zoek naar een nieuwe platenmaatschappij. Mijn contract met Lost Highway is afgelopen. Ik hoop de studio in te gaan als we terugkomen uit Europa in juni.”


zondag 16 december 2012

Het verdriet van Jim White



Jim White probeert een oude rommelmarktgitaar weer aan de praat te krijgen als we hem thuis bellen in Athens, Georgia. Het is welhaast een metafoor voor zijn leven. De 55-jarige alt.country singer-songwriter en zijn gezin maakten de laatste jaren een armoedeval toen zijn vrouw hem verliet en hij brak met zijn label Luaka Bop, waar hij zijn hele carrière zat. Met veel pijn en moeite schraapte White de financiering van zijn nieuwe plaat Where It Hits You bij elkaar. Maar het gevaar is nog niet geweken: “We mogen van geluk spreken als we ons huis kunnen houden.”
 
Met een bonte stoet aan seriemoordenaars, geesten, godsdienstfanaten en bijgelovigheid, waren de platen van Jim White nooit een vrolijke boel. Toch valt de sombere toon van Where It Hits You meteen op. Opvallend genoeg waren de liedjes al vóór de scheiding geschreven. Openingsnummer Chase The Dark Away was zelfs een cadeautje voor zijn soon to be ex wife.
“Ik denk nooit van tevoren: ik ga een plaat maken over spijt, plezier of euforie. Ik volg gewoon mijn neus. Het is als het maken van een documentairefilm: je weet wat je wilt onderzoeken, maar het verhaal presenteert zich tijdens het filmen. Dat gebeurde ook met dit album, tijdens het schrijven presenteerde het verhaal zich: mijn vrouw verliet me. Dus veel liedjes gaan over haar en ons leven samen. Het album besloot een andere betekenis te nemen dan die ik in mijn hoofd had, en ik moest daaraan meewerken. Het album wilde droevig worden, maar ik was niet bedroefd toen ik de liedjes schreef. Maar uiteindelijk draaide ik bij.
Mijn hart was gebroken. Mijn vrouw liep weg en we hadden een kind van drie, die was ook verscheurd. Er waren veel problemen. Het waren een paar heel slechte jaren.”
“De liedjes waren al geschreven. Ze zijn van een afstand geschreven. Epilogue to a Marriage had ik al geschreven voordat ik wist dat mijn eigen huwelijk voorbij was. Soms is iets nabij, maar dat heb je pas nadien door.”

Besefte u het misschien onderbewust al?
“Ik weet niet of het zo psychologisch was, of het een onderbewuste projectie was. Het is alsof je een boek leest. Je bent op bladzijde tien en de personages doen iets. Plots blaast de wind de bladzijden verder naar pagina 22 en opeens is alles anders. Je hebt geen tijd om te beseffen wat er is gebeurd en dan blaast de wind de bladzijden weer terug. Ik zag flarden van een uiteenvallende wereld, maar wist niet dat het de mijne was. En ik schrijf veel over uiteenvallende werelden, dus het is niet ongewoon.
De dag waarop ik Epilogue to a Marriage opnam was de dag waarop mijn vrouw me verliet. De zangeres op het nummer, Caroline Herring, had haar kinderen meegenomen en die speelden met mijn kinderen in de tuin. Mijn vrouw paste op ze terwijl de zangeres zong over het einde van een huwelijk. Dat was een lange, zware dag voor mij, kan ik je vertellen.”

Zou het lied uw vrouw aangespoord hebben?
“Het heette toen nog niet Epilogue to a Marriage, maar On The Best of Days. Er is geen causaal verband, denk ik. Het is als een rivier waarin stokken hout drijven. Bij de flessenhals proppen de stokken op, ze gaan door de flessenhals en drijven weer uit elkaar. Het waren dus veel dingen die samengedrukt werden in een krappe ruimte en die raakten met elkaar verstrikt.”

dinsdag 3 april 2012

De vrouwen van laatbloeier Johnny Dowd

Foto's: Kat Dalton

Stalkers, obsessie, zelfmoord, strippers en hoeren. Welkom in de zwartgallige en verknipte wereld van Johnny Dowd. Op No Regrets bezingt de singer-songwriter de vrouwen die hij in zijn 64-jarige leven heeft gekend. "Of vermoord."

U zingt over de vrouwen in uw leven. Waarom?
"We hadden eerst een paar liedjes die waren gebaseerd op vrouwen die ik ooit heb gekend. Of heb vermoord. Hahaha! Nee, dat was een grapje, dat moet je niet opschrijven. Maar dat was een goed organisatieprincipe."
Welke ervaringen heeft u met vrouwen?
"Goed, slecht en neutraal. Op een bepaald moment in mijn leven besefte ik dat alle vrouwen met wie ik ben omgegaan – zowel romantisch als niet – dezelfde lijst met klachten over mij hadden Ik realiseerde me dat ik wel eens het probleem kon zijn."
Is het album een soort therapie?
"Nee. Ik weet best wat met mij mis is. De songs zijn een mix van verschillende vrouwen. Je begint met de een en die loopt over in een andere. Op een gegeven moment herken je ze niet meer."
Is het allemaal gebaseerd op ware gebeurtenissen?
"Je moet het met een korreltje zout nemen. Ik begin altijd met iets kleins en verzin er een hoop omheen. Het is bovendien lastig om een waargebeurd verhaal te laten rijmen."
U zei net dat de meeste vrouwen dezelfde klachten over u hadden. Waar klaagden ze over?
"Dat ik niet luister, egocentrisch ben, onbetrouwbaar, vergeetachtig. Toen ik jong was, was ik vrij wild. Maar ik ben nu niet meer dezelfde persoon als toen ik veertig was."
U heeft uw leven gebeterd?
"Ik ben een aardiger geworden, zeker. Hoop ik. Ik luister nu naar kritiek. Ik probeer me te houden aan de Gulden Regel: behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden. Ik besefte dat ik mensen niet behandelde op de manier waarop ik zelf behandeld zou willen worden. Dat leek me niet fair."
Waarom deed u dat dan?
"Ik was gewoon jong, denk ik. Niet dat ik gemeen was hoor. Ik was vooral met mezelf bezig."
Toch is de titel van het album No Regrets.
"Aanvankelijk was de titel Regrets, I Have a Few. Maar dat vond ik te lang, dus werd het gewoon No Regrets. Ik heb wel spijt van sommige dingen, maar ik kan er nu toch niks meer aan veranderen. Ik kan niet meer teruggaan naar de vrouwen met wie ik veertig jaar geleden iets had, en vragen of ze spijt hebben dat ze me ooit hebben gekend."

donderdag 8 juli 2010

John Fogerty heeft de duivel uitgedreven


There’s no business like showbusiness. Ook wat betreft uitbuiting. Daar weet John Fogerty alles van.

Spijkerharde rock&roll speelde Creedence Clearwater Revival, terwijl psychedelische hippiemuziek eind jaren ‘60 de norm was. Toch was Creedence een van de grootste bands van de Woodstock-generatie. Onsterfelijke songs als Proud Mary, Bad Moon Rising en Born on the Bayou hebben CCR een eervolle vermelding in de rockgeschiedenisboeken opgeleverd.


De trots waarmee voormalig CCR-frontman, -zanger en -leadgitarist John Fogerty (65) terugkijkt op zijn carrière wordt evenwel gebalanceerd door frustratie en verbittering.

Door een wurgcontract zag Fogerty, het brein van Creedence, amper een cent terug van zijn werk. Zijn toenmalige platenlabel Fantasy bezat namelijk alle rechten op de Creedence-liedjes. Talloze keren troffen Fantasy en Fogerty elkaar voor de rechter in zich jarenlang voortslepende zaken. Fantasy klaagde zelfs Fogerty aan omdat zijn nieuwe liedjes klonken als Creedence, nota bene zijn eigen geesteskind. Het moet niet gekker worden. “Fantasy wilde me gewoon straffen omdat ik succes had zonder hen”, zegt Fogerty opvallend monter. “Ik vind dat een pervertering van het rechtssysteem, het is misbruik van de wet.”

Writer's block
Dit soort juridische grappen zijn natuurlijk killing voor de creativiteit, het kostbaarste bezit van een muzikant. “Ook al won ik die zaak, sindsdien zat er een duiveltje in mijn hoofd, dat veel weg had van een advocaat. Elke keer als ik een song schreef dat enigszins klonk als Creedence, kwam hij tevoorschijn en zei: o nee! Ik ben uiteindelijk wel van dat spook afgekomen, maar dat heeft veel tijd gekost.” De man die als brein van Creedence in twee jaar maar liefst zes klassieke rockalbums eruit stampte, kreeg last van een writer’s block en deed jaren over een nieuwe plaat.


Fogerty weigerde jarenlang zijn oude Creedence-songs te spelen. Tegenwoordig probeert hij met tegenzin zich erbij neer te leggen dat hij nooit van zijn leven het geld zal krijgen waar hij recht op heeft. “Ik bezit nog steeds niet de rechten van de Creedence-nummers. Dat is spijtig en fout. Maar ik kan niets aan doen. Het is nou eenmaal zo. Je kunt dat niet laten dooretteren en toelaten dat je er ziek van wordt. Je moet verder gaan met je leven. Zoals Pumbaa zegt in The Lion King: You have to leave your behind in the past.”

Het kostte Fogerty heel veel tranen om tot die aanvaarding te komen. “Ik was de weg kwijt en verbitterd. Ik maakte me zorgen dat ik zo verbitterd was. Er zijn veel beroemde artiesten hun hele leven verbitterd. Ze sterven verbitterd. Ik was bang dat ik ook zo zou eindigen. Ik wist niet hoe ik van dat gevoel af moest komen. Het was groter dan ik.”

Maar de laatste jaren rollen de platen er weer met regelmaat uit. Het nummer Change in the Weather van zijn laatste album Blue Ridge Rangers Rides Again (2009) werd genomineerd voor een Grammy. Wat is er gebeurd? De liefde. “Ik kwam ik een mooi meisje tegen, Julie, die nu mijn echtgenote is. We hebben een leuk gezin. Daar krijg ik emotioneel veel steun en beloning van.”
Geen reünie
John Fogerty is een eigenwijs mannetje. De band explodeerde begin jaren ’70. De overige bandleden waren de alleenheerschappij van Fogerty beu en wilden ook liedjes aandragen. Aldus geschiedde op de artistieke en commerciële flop Mardi Gras, de laatste plaat van het viertal. Veertig jaar later staan de voormalige jeugdvrienden elkaar nog steeds naar het leven. Fogerty’s broer Tom overleed in 1990. Een CCR-reünie zal er dan ook nooit van komen, voorziet Fogerty. “Dan moet er heel wat gebeuren. Ik denk niet dat de anderen het in zich hebben om die dingen te doen. En de dood van mijn broer Tom maakt de zaken niet minder, maar juist meer gecompliceerd.”

Fogerty geeft toe dat hij lastig kan zijn. “Als het gaat om zaken die ik belangrijk vind, kan ik zeker koppig zijn. Het is een kwestie van kwaliteit", geeft Fogerty toe. "Ik heb jarenlang van alles opgeofferd om de band bijeen te houden. Ik deelde mijn songwriterroyalty’s met de anderen, zodat iedereen een gelijk deel kreeg. Ik hoopte daarmee iedereen tevreden te houden, omdat ik wist dat ze me koppig vonden wat de muziek betreft. Maar ik vond dat ik de beste muziek schreef, dus het moest my way. Op het einde ben ik voor ze door de knieën gegaan, en toen maakten we een slechte plaat. De anderen hebben daar nooit hun verantwoordelijkheid voor genomen, zelfs daar kreeg ik de schuld van. Ik heb geen spijt, want ik denk niet dat ik iets had kunnen veranderen. Mijn knieval heeft de band niet kunnen redden.”

De ruzie met zijn broer Tom heeft John Fogerty nooit uitgepraat toen hij in 1990 overleed. ”We waren wel on speaking terms, maar er waren veel zaken waar je uit beleefdheid niet over begon. Zoals de familie bijeenkomt met kerst, om de vrede te bewaren praat je niet over de negatieve dingen. Ik was er wel voor mijn broer toen hij stierf, omdat ik van hem hield. Het zat me niet lekker dat het nooit is uitgepraat, maar ik zag ook in dat Tom dat niet wilde of kon. Ik heb daar geen spijt meer van en ik heb Tom later vergeven. Ik heb afscheid van hem kunnen nemen.”

Een troost voor de Creedence-fans: John Fogerty speelt tegenwoordig de oude hits weer.

Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.

woensdag 6 mei 2009

The Black Crowes hebben nergens spijt van


Er was succes. Er was ruzie. Maar alles is weer koek en ei bij de Black Crowes.
‘Geen idee’, antwoordt zanger Chris Robinson door de telefoon vanuit Californië als hem gevraagd wordt wat de Black Crowes woensdag in de Heineken Music Hall gaan spelen. ‘We hebben zoveel nummers. We zijn geen greatest hits-band. We herhalen geen dingen. We leven in het moment. Dus ik weet nog niet wat we gaan spelen tot kort voor het optreden’, aldus de bebaarde zanger. ‘Waarschijnlijk wordt het een mix van onze eerste platen, persoonlijke favorieten, nieuw materiaal en improvisaties. Als we ergens optreden waar we niet zo vaak spelen, doen we de nummers die mensen graag willen horen. In Amerika zijn we voortdurend on the road en wil men nieuw materiaal. En we zijn vorig jaar nog in Amsterdam geweest.’
Niet dat Robinson het vervelend vindt om zijn oude hits steeds weer af te moeten draaien. ‘De oude nummers worden nooit uitgekauwd, want een goede song verandert met je mee. Als je meer levenservaring opdoet, krijgen die nummers een nieuwe betekenis. Je hebt relaties gehad, hebt vrienden en geliefden verloren, hebt kinderen gekregen, nieuwe vrienden gemaakt, mooie tijden beleefd. De fans ook.’
Eigen plan
De bluesrock waarmee de Black Crowes in 1990 debuteerden klonk totaal anders dan de andere muziek in die tijd. Het album Shake Your Money Maker met de singles Hard to Handle (cover van Otis Redding) en She Talks to Angels werden hits. Met de volgende albums bleef de band zijn muzikale grenzen verleggen. Bovendien bouwden de Crowes, die op het podium graag een paar uur jammen, een sterke live-reputatie op. Maar het commerciële succes van hun debuut evenaarde de band nooit meer, met als gevolg dat Columbia de band in 1999 aan de kant zette.
‘Wij hebben altijd ons eigen plan getrokken. Wat niet zonder slag of stoot ging, als ik eerlijk ben. Wij moesten ook tegen het systeem vechten. De grap is dat nadat we ons eigen label zijn begonnen, we de beste verkoopcijfers hebben sinds begin jaren negentig.’
Ruzie
Dan waren er nog de vele ruzies, vooral tussen de broertjes Chris en Rich Robinson. Maar ook met de andere bandleden was het een komen en gaan als bij een afhaalchinees. Wat was er aan de hand?
‘Heb je broers of zussen? Maken jullie wel eens ruzie? Maar je doet vast geen zaken met ze? Muzikanten zijn erg gevoelige mensen. Mensen veranderen in het leven. Het leven verandert. Iedereen gaat zich anders voelen. Vooral in de competitieve aard van broers. Er zijn ego’s, geld, enz. We hebben tijden gekend van groot succes, problemen, conflicten, drugs. Tijdens de eerste tien jaar van de Black Crowes leefden we met z’n allen in een soort duikboot, dus vroeg of laat krijg je last van hutkoorts.’
Volgens Robinson is de band nu weer ‘extreem stabiel’. Spijt van alle strubbelingen heeft hij niet. ‘Je kunt geen spijt hebben. Alles komt terug in de muziek, goed of slecht. Er is geen tijd voor spijt. Het is wat het is.’
Roots
De Black Crowes hebben net het dubbelalbum en dvd Warpaint Live uitgebracht, zoals de titel al verraadt een live-versie van hun album Warpaint uit 2008. In september ligt er een nieuw dubbel studio-album in de winkel. ‘Op Before the Frost, Until the Freeze graven we nog dieper in onze roots: bluegrass en country-blues. Je hoort veel viool, banjo, mandoline. Dat zijn de roots van echte rock ‘n roll.’
Het zal Robinson een worst wezen of mensen de Crowes een retroband vinden. ‘Daar houd ik me helemaal niet mee bezig. Ik heb al twintig jaar een succesvolle carrière, dus ik begrijp niet wat ze bedoelen. Het zal me inmiddels een zorg wezen. Als mensen dat denken, hebben ze nooit naar onze muziek geluisterd.’

Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers