Posts tonen met het label southern rock. Alle posts tonen
Posts tonen met het label southern rock. Alle posts tonen
donderdag 11 juni 2015
Gregg Allman: Muziek is kleurenblind
Na het vertrek van het gitaristenkoppel Warren Haynes en Derek Trucks kondigde Gregg Allman (67) begin vorig jaar voor de derde keer het definitieve einde van The Allman Brothers Band aan. Deze zomer komt hij voor een eenmalig concert op het Europese vasteland naar de Amsterdamse poptempel Paradiso, reden waarom het southern rock-icoon zich bij hoge uitzondering liet aanschieten.
Wat is het verschil tussen uw nieuwe band en The Allman Brothers Band?
“Het grootste verschil is dat er nog maar één kok in de keuken staat, als je begrijpt wat ik bedoel. Bij de Allman Brothers roerden er drie of vier mensen in de pot, en dat maakte het soms erg ingewikkeld. Er is veel minder drama in mijn band, en dat maakt alles een stuk makkelijker.”
Waarom zette u een punt achter The Allman Brothers Band?
“Ik wist een paar jaar geleden al dat het einde naderde. Wij allemaal, denk ik. 45 jaar, dat is een lange tijd, man. We wilden dat de Allman Brothers op hun hoogtepunt zouden stoppen. Dat was voor iedereen belangrijk. Dus dat hebben we gedaan.”
Welke bands vindt u waardige opvolgers van The Allman Brothers Band?
“Dat vind ik moeilijk te zeggen, maar Blackberry Smoke is in ieder geval een band die het op de oude manier aanpakt: ze winnen nieuwe zieltjes met elke show die ze spelen, net zoals wij vroeger met de Allman Brothers deden.”
Bijna al uw kinderen zijn de muziek ingegaan. Devon trad zelfs uw southern rock-voetsporen met Royal Southern Brotherhood, waarin ook Cyril Neville speelt. Staat u uw kroost bij met raad en daad?
“Ik had maar één advies voor ze: zoek een echte baan. Maar ze wilden niet luisteren. Ik ben trots op al mijn kinderen, en ik steun ze in alles wat ze doen.”
Het rocksterrendom in de jaren zeventig was synoniem voor een decadente levensstijl. In uw autobiografie My Cross To Bear uit 2012 bent u erg openhartig over alle excessen. Zo vertelt u over de eerste vlucht met het privévliegtuig van de band. Op de bar stond ‘Welkom Allman Brothers’ geschreven met cocaïne. Hoe kijkt u nu terug op uw drank- en drugsmisbruik?
“Ik heb veel jaren verspild, dat lijdt niet de minste twijfel. Een van de redenen waarom ik dat boek heb geschreven is dat mensen langs die weg kunnen leren van mijn fouten. Een groot deel van mijn leven is een voorbeeld van hoe het niet moet.”
Het liederlijke leven eiste uiteindelijk zijn tol. In 2010 kreeg u een nieuwe lever. Hoe staat het nu met uw gezondheid?
“Ik voel me prima, dank je. Ik eet beter, ik doe aan lichaamsbeweging en ik krijg genoeg slaap. Ik zorg veel beter voor mezelf dan vroeger. Dat maakt een enorm verschil, nou en of.”
Wat motiveert u om na een halve eeuw te blijven touren?
“Ik hou nog steeds van muziek maken, echt waar. Ik heb wel een hekel aan het reizen gekregen, maar muziek is mijn levensader.”
Het fatale motorongeluk van uw gitaar spelende broer Duane in 1971 sloeg een gapend gat in de band. Was het moeilijk om door te gaan?
“Natuurlijk. Eerst dachten we dat het helemaal voorbij was. Maar ik raakte er al gauw van overtuigd dat mijn broer had gewild dat we door zouden gaan. Een paar weken na het ongeluk hielden we een groepsvergadering en ik zei tegen de anderen: laten we gaan spelen. We gingen naar Miami om het album Eat A Peach af te maken. Dat was zwaar, man, maar het lukte. Daarna wisten we dat we het konden.”
Het conservatieve Zuiden van de Verenigde Staten had eind jaren zestig nog maar net met frisse tegenzin de rassenscheiding afgeschaft of daar kwam The Allman Brothers Band met blanke én zwarte leden. Kreeg u daar geen problemen mee?
“Oh man, zeker weten. Wat dacht je, een stel hippies met een zwarte in de band die in de Deep South spelen? Natuurlijk hadden we problemen met rednecks, maar daar hebben we ons nooit door laten weerhouden. Een van de dingen die ik fijn vind aan muziek is dat ze kleurenblind is. Het enige dat telt is of je goed kunt spelen. Er is geen plaats voor racisme in mijn muziek of mijn leven.”
woensdag 6 mei 2009
The Black Crowes hebben nergens spijt van

Er was succes. Er was ruzie. Maar alles is weer koek en ei bij de Black Crowes.
‘Geen idee’, antwoordt zanger Chris Robinson door de telefoon vanuit Californië als hem gevraagd wordt wat de Black Crowes woensdag in de Heineken Music Hall gaan spelen. ‘We hebben zoveel nummers. We zijn geen greatest hits-band. We herhalen geen dingen. We leven in het moment. Dus ik weet nog niet wat we gaan spelen tot kort voor het optreden’, aldus de bebaarde zanger. ‘Waarschijnlijk wordt het een mix van onze eerste platen, persoonlijke favorieten, nieuw materiaal en improvisaties. Als we ergens optreden waar we niet zo vaak spelen, doen we de nummers die mensen graag willen horen. In Amerika zijn we voortdurend on the road en wil men nieuw materiaal. En we zijn vorig jaar nog in Amsterdam geweest.’Niet dat Robinson het vervelend vindt om zijn oude hits steeds weer af te moeten draaien. ‘De oude nummers worden nooit uitgekauwd, want een goede song verandert met je mee. Als je meer levenservaring opdoet, krijgen die nummers een nieuwe betekenis. Je hebt relaties gehad, hebt vrienden en geliefden verloren, hebt kinderen gekregen, nieuwe vrienden gemaakt, mooie tijden beleefd. De fans ook.’
Eigen plan
De bluesrock waarmee de Black Crowes in 1990 debuteerden klonk totaal anders dan de andere muziek in die tijd. Het album Shake Your Money Maker met de singles Hard to Handle (cover van Otis Redding) en She Talks to Angels werden hits. Met de volgende albums bleef de band zijn muzikale grenzen verleggen. Bovendien bouwden de Crowes, die op het podium graag een paar uur jammen, een sterke live-reputatie op. Maar het commerciële succes van hun debuut evenaarde de band nooit meer, met als gevolg dat Columbia de band in 1999 aan de kant zette.
‘Wij hebben altijd ons eigen plan getrokken. Wat niet zonder slag of stoot ging, als ik eerlijk ben. Wij moesten ook tegen het systeem vechten. De grap is dat nadat we ons eigen label zijn begonnen, we de beste verkoopcijfers hebben sinds begin jaren negentig.’
Ruzie
Dan waren er nog de vele ruzies, vooral tussen de broertjes Chris en Rich Robinson. Maar ook met de andere bandleden was het een komen en gaan als bij een afhaalchinees. Wat was er aan de hand?
‘Heb je broers of zussen? Maken jullie wel eens ruzie? Maar je doet vast geen zaken met ze? Muzikanten zijn erg gevoelige mensen. Mensen veranderen in het leven. Het leven verandert. Iedereen gaat zich anders voelen. Vooral in de competitieve aard van broers. Er zijn ego’s, geld, enz. We hebben tijden gekend van groot succes, problemen, conflicten, drugs. Tijdens de eerste tien jaar van de Black Crowes leefden we met z’n allen in een soort duikboot, dus vroeg of laat krijg je last van hutkoorts.’
Volgens Robinson is de band nu weer ‘extreem stabiel’. Spijt van alle strubbelingen heeft hij niet. ‘Je kunt geen spijt hebben. Alles komt terug in de muziek, goed of slecht. Er is geen tijd voor spijt. Het is wat het is.’
Roots
De Black Crowes hebben net het dubbelalbum en dvd Warpaint Live uitgebracht, zoals de titel al verraadt een live-versie van hun album Warpaint uit 2008. In september ligt er een nieuw dubbel studio-album in de winkel. ‘Op Before the Frost, Until the Freeze graven we nog dieper in onze roots: bluegrass en country-blues. Je hoort veel viool, banjo, mandoline. Dat zijn de roots van echte rock ‘n roll.’
Het zal Robinson een worst wezen of mensen de Crowes een retroband vinden. ‘Daar houd ik me helemaal niet mee bezig. Ik heb al twintig jaar een succesvolle carrière, dus ik begrijp niet wat ze bedoelen. Het zal me inmiddels een zorg wezen. Als mensen dat denken, hebben ze nooit naar onze muziek geluisterd.’
Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers
Abonneren op:
Posts (Atom)

