Posts tonen met het label Booker T. and the MG's. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Booker T. and the MG's. Alle posts tonen

zondag 13 mei 2012

In memoriam: Donald "Duck" Dunn

Booker T. & The MGs, met links Donald "Duck" Dunn

Een droevig bericht van Steve Cropper op zijn Facebook-pagina hedenochtend: Donald "Duck" Dunn is tijdens een Japanse tournee in Tokio in zijn slaap overleden. Hij werd 70 jaar.
Als bassist van Booker T. & The MGs, de huisband van Stax, was Dunn een van de architecten van de soul: het is bijna niet op te noemen op welke historische platen hij allemaal heeft meegespeeld. Nadien zat Duck in de Blues Brothers Band en speelde zichzelf in de film, ook al een klassieker. Booker T. & The MGs kregen in 2007 een Grammy voor hun gehele oeuvre.
In 2009 had ik de eer Dunn te interviewen. Een introverte maar heel aardige man, vol mooie anekdotes over Stax.
Petje af en een diepe buiging voor Donald "Duck" Dunn.


Klik hier voor mijn interview met Booker T. Jones. Mijn achtergrondartikel over Booker T. & The MGs vind je hier.

zaterdag 21 mei 2011

Booker T. Jones - The Road From Memphis

Booker T. Jones won dan wel een Grammy voor Potato Hole (2009), zijn nieuwe album The Road From Memphis (luisterpaal) is wat mij betreft beter. Het uitstapje naar de rock (met The Drive-By Truckers) op Potato Hole was me te vrijblijvend. Op The Road From Memphis (met hiphopband The Roots) blijft Booker op eigen terrein, met beter resultaat. Hoekige, rauwe, funky beats die hem dwingen tot puntig spel.

En lees meteen even mijn interview met Booker T.

zaterdag 12 juni 2010

Booker T. is de MGs ontgroeid

Booker T. & Me backstage in 013 Tilburg, 26 mei 2010.
Booker T. kennen we natuurlijk van de MGs en evergreens als Green Onions. Maar voor de soullegende is er meer in het leven.

Klik hier voor het interview met Steve Cropper en Donald "Duck" Dunn

Booker T. Jones (65) heeft het wel gezien met de band die al een halve eeuw zijn naam draagt. Hij treedt nog wel op met de MGs, vorig jaar nog in Nederland, maar Jones is de band allang ontgroeid. Niet zo gek dat je hoofd naar iets anders staat als je net een Grammy Award hebt gewonnen voor je soloalbum Potato Hole (2009), een rockgeoriënteerd album dat Jones opnam met de Drive-By Truckers en Neil Young.

“In het begin van mijn carrière werd ik onder het kopje R&B geschaard. Vond ik prima hoor. Maar sinds de jaren zeventig heb ik mezelf verbreed. Ik ben altijd een liefhebber van rock geweest. Maar mijn rockkant kwam met de MGs nooit uit de verf. Ik heb vele kanten en heb altijd gezocht naar een balans tussen mijn verschillende facetten. Ik heb samengewerkt met Neil Young, Willie Nelson en Earl Klugh. Ik hou ook veel van gospel en klassiek, maar ook van hiphop. Ik heb net in New York veertien nummers met The Roots opgenomen voor mijn volgende album, dat een hiphop/R&B-plaat wordt. Die komt dit najaar uit.
De muziek die ik nu in mijn hoofd hoor is zo anders dan wat ik in de jaren zestig hoorde. The MGs zijn nog steeds een geweldige band met een fantastisch oeuvre en geschiedenis, maar een ander soort band. Het is geen rockband. En ook geen hiphopband.”



Eenvoud
Wat Booker T. & The MGs wel waren: meesters van de groove. Alles staat ten dienste van de groove. Steen voor steen opgebouwd. Nooit te veel, alleen wat nodig is. Simpel en effectief.
Als huisband van het toonaangevende soullabel Stax in Memphis speelden Booker T. & The MGs in de jaren zestig op de platen van soullegendes als Otis Redding, Rufus Thomas en Eddie Floyd. Maar Booker T. & The MGs scoorden zelf ook hits als Green Onions, Hip Hug-Her en Time is Tight. Ze waren architecten van de soul. Niet slecht voor een stel muzikanten die hun tienerjaren niet of nauwelijks ontgroeid waren.

Het uitgekiende geluid getuigt van een opvallende muzikale volwassenheid. Volgens Jones, een muzikaal wonderkind en multi-instrumentalist die als scholier al bij Stax werkte, kreeg de MGs-sound zijn vorm zonder veel geschaaf en gebeitel.

“Het klonk meteen al zo. Direct toen we begonnen te spelen. Het was een meeting of the minds”, zegt de toetsenist. “Er ging weinig overleg aan vooraf. Het was een wederzijds begrip dat we het simpel moesten houden. De neuzen stonden gewoon allemaal dezelfde kant op.”

De eenvoud en rauwheid van het Stax-geluid is precies waarom Booker T. er zich thuis voelde. “De muziek bleef altijd basic en funky. Niet zo uitgesponnen en gelaagd als bij Motown. De teksten, melodieën en songs waren altijd eenvoudig, toegankelijk en funky. Ik was behalve een werknemer ook een fan van Stax.”



Muziekgeschiedenis
De lijst met grootheden en klassiekers op de CV van Booker T. & The MGs is duizelingwekkend lang. Beseften ze destijds dat ze muziekgeschiedenis schreven?

“Soms wel ja”, zegt Jones. “Als we met Albert King speelden bijvoorbeeld. Er is een nummer, As The Years Go Passing By, waarop zijn stem zo prachtig is. There is nothing I can do, if you leave me, with a cry. Ik luisterde door de koptelefoon en ik wist meteen: dit gaat de geschiedenisboeken in. Dit is een klassieker. Albert King was de Frank Sinatra van de blues. Hij was beter dan Bobby Bland.”

“Dat gevoel had ik meteen toen ik Otis Redding voor het eerst ontmoette. Hij kwam binnen en vroeg of hij een liedje mocht zingen. Hij ging naast me zitten en zong een paar maten van These Arms of Mine. Dit is echt iets bijzonders, dacht ik. In die tijd hoorde ik Johnny Ace en B.B. King en andere blueszangers op de radio, maar Otis was een klasse apart. Hij legde er zo veel gevoel in.”

Rassenscheiding
Booker T. & The MGs schreven niet alleen muziekgeschiedenis, ook op andere vlakken was de groep baanbrekend. In de hoogtijdagen van de zwarte emancipatiestrijd waren Booker T. & The MGs de eerste band met zowel blanke (gitarist Steve Cropper en bassist Donald “Duck” Dunn) als zwarte (Jones en drummer Al Jackson, Jr.) leden. Dat was nogal wat in een land dat met veel pijn en moeite bezig was de rassenscheiding af te schaffen.

“Dat was wel lastig ja”, herinnert Jones zich. “De hotels waren toen gescheiden, dus we moesten in zwarte hotels of blanke hotels slapen. Restaurants waren gescheiden, dus we moesten apart eten. Vaak aten we dan maar in de auto. Of Steve en Duck moesten de kamers regelen en Al en ik slopen dan via de achterdeur naar binnen, want we konden niet gewoon de lobby binnenwandelen. Dus we moesten wel de nodige listen uithalen. Maar we hebben nooit met bedreigingen of geweld te maken gehad.”



Otis Redding
Een van de ‘great rock&roll deaths’ is die van Otis Redding. In december 1967 stortte zijn vliegtuig neer in een meer. Booker T. weet het moment dat hij het tragische nieuws hoorde nog precies.

“We waren op het vliegveld van Cincinnati. We zouden ‘s morgens vroeg terugvliegen van een optreden in Cincinnati naar Memphis. Al Jackson werd gebeld door zijn vrouw. Ik weet nog dat we aan de bar zaten en Al kwam terug met een bedroefd gezicht en vertelde dat Otis dood was. We konden het niet geloven.”

Moord
De boodschapper van het slechte nieuws, Al Jackson kwam zelf ook voortijdig aan zijn einde. In 1975 werd hij doodgeschoten in zijn huis in Memphis. Jackson zou zijn vermoord door inbrekers, maar uit het huis was niets ontvreemd en hij had zijn portemonnee nog op zak. Drie verdachten, onder wie Jacksons ex-vrouw, werden niet vervolgd. De zaak is nooit opgelost.

Jones weet ook nog steeds niet hoe de vork in de steel zit. “Die beroving klinkt me onlogisch in de oren. De politie heeft de zaak niet grondig onderzocht. Er is inderdaad ook een verhaal dat zijn ex-vrouw hem doodgeschoten heeft, maar dat was de eerste keer. Hij is namelijk twee keer neergeschoten. Van de eerste keer was hij hersteld. Hij was zelfs in staat om naar Californië te reizen. Ik heb hem toen gezien. Hij liet me de kogelwond op zijn borst zien. Verschrikkelijk. Dat was weken voor de fatale schietpartij. Ik dacht toen dat het was opgelost. De tweede keer is hij door iemand anders neergeschoten, niet door zijn ex. Maar wie het wel heeft gedaan weet ik dus niet.”

Jacksons sloppy drumstijl was bepalend voor de Stax-sound en de MGs. “Toen we Al Jackson verloren, zijn we veel kwijtgeraakt. The MGs hebben sindsdien nooit meer hetzelfde geklonken. Het is nog steeds een geweldige band, maar het is toch anders”, treurt Booker nog altijd. “Al had zo veel input in de band. Hij was een grote creatieve bron die afgesneden is.”

Jones noemt Jackson meerdere malen tijdens het interview, een teken dat de drummer nog altijd veel voor hem betekent. “Zijn dood heeft zijn weerslag gehad op mijn hele leven. Hij was mijn beste vriend.”

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

woensdag 18 maart 2009

Booker T. & The MG's spelen als ze zin hebben


De legendarische soulband Booker T. & The MG’s toert even door Nederland. Gewoon omdat ze daar tijd voor hadden. En zin.

Klik hier voor het interview met Booker T. Jones

Wat doe je als band als je muziekgeschiedenis hebt geschreven en je inmiddels de pensioensgerechtigde leeftijd hebt behaald? Dan leun je lekker achterover en kom je alleen je stoel uit als het jou uitkomt. En zo is het minitoertje van Booker T. & The MG’s door Nederland, hun enige optredens in Europa, meteen een vakantie. De bandleden vlogen op eigen gelegenheid naar Amsterdam, dus gitarist Steve Cropper en bassist Donald ‘Duck’ Dunn zien elkaar voor het eerst in de lobby van hun hotel.
‘Jij was hier gisteren al? Ik ben vanmorgen aangekomen’, zegt Cropper. Dunn heeft zijn vrouw meegenomen. Hun vakantie begon slecht. ‘Er was een probleem met de boarding passes, waardoor we tijdens de vlucht niet bij elkaar zaten. Mijn vrouw was woedend.’

Bijna vijftig jaar zijn Booker T. & The MG’s al bij elkaar. Ze begonnen begin jaren zestig als studiomuzikanten bij Stax in Memphis, het toonaangevende soullabel van grootheden als Otis Redding en Isaac Hayes. Hun handelsmerk: de groove. Alles staat ten dienste van de groove. Bij toeval werden Booker T. & The MG’s zelf sterren, als ze in 1962 in verloren studio-uurtjes Green Onions in elkaar sleutelen, wat een grote hit werd en tot op de dag van vandaag nog wel eens opduikt in tv-reclames. Booker T. & The MG’s werd een van de hotste sessiebands.



Een halve eeuw later zijn ze elkaar nog niet zat. Cropper: ‘Dat komt doordat we elkaar ook niet zo vaak zien. We hebben allemaal onze eigen projecten waarmee we bezig zijn. Booker zit bijvoorbeeld nu in Londen om een plaat (Potato Hole) te promoten die hij met Neil Young en de Drive-By Truckers heeft opgenomen. En Donald en ik hebben een meegespeeld op een album van Guy Sebastian, de winnaar van Australian Idol.’
Dunn: ‘Ik denk dat als we een half jaar lang met elkaar opgescheept zitten in een toerbus, we elkaar de hersenen wel zullen inslaan!’

Maar wat is dan de chemie waardoor Booker T. & The MG’s al zo lang samen spelen?
Cropper: ‘We hebben precies dezelfde muzieksmaak. Duck en ik zijn al vrienden sinds de basisschool en hielden altijd van rhythm & blues, vanwege de groove en niet zozeer de melodie. Vandaar ook het minimalistische geluid van onze muziek. Ik hou ook van jazz en klassiek, maar ik zou het nooit spelen. Daar moet je veel voor oefenen. Maar misschien ben ik wel gewoon lui.’

Toch zijn jullie begin jaren zeventig uit elkaar gegaan.
Cropper: ‘Dat zegt iedereen, maar we hebben gewoon een tijdje geen platen samen opgenomen. We hadden het druk met onze eigen dingen.
Daarnaast hadden we problemen met het management van Stax. We waren inmiddels veelgevraagde sessiemuzikanten, maar Stax beperkte ons in onze carrièrekansen. Booker moest bijvoorbeeld Simon & Garfunkel laten schieten en ik Frank Sinatra Jr. Plus er waren geschillen over de rechten. Dus Booker vertrok en daarna ik.
Maar soms speelden we nog wel samen, bijvoorbeeld in de Blues Brothers Band. We maken vaak de grap dat Booker en ik al vijftig keer gescheiden en hertrouwd zijn. Het is trouwens wel vaker voorgekomen dat we incompleet waren. In de jaren zestig is Booker er een paar jaar tussenuit geweest om te studeren. Isaac Hayes speelde dan vaak toetsen. Er zijn ook wel Booker T. & The MG’s platen met Isaac in plaats van Booker. Bootlegs dan. Zelfs wij horen niet of het Booker of Isaac is.’

Dunn: ‘Ik weet nog wel dat we ergens moesten optreden, en de zaal wilde per se Booker T. & The MG’s. Maar in plaats van Booker hadden we Isaac meegenomen. Niemand had het in het begin door, maar tijdens het derde nummer riep een meisje opeens: 'hé, dat is Booker T. helemaal niet!' Isaac probeerde zich achter zijn orgel te verschuilen.’



Jullie hebben op heel wat historische platen meegespeeld, bijvoorbeeld Sittin’ on the Dock of the Bay van Otis Redding. Beseften jullie destijds de waarde van jullie muziek?
Cropper: ‘Nee, we wisten helemaal niet waarmee we bezig waren. We wisten niet eens of iets een hit zou worden. Soms dachten we dat iets een hit zou worden, en dat werd het niet. En omgekeerd. De oprichter van Stax, Jim Stewart, vond het nooit goed genoeg.’

Dunn: ‘Dan zat hij achter dat raam in de studio met een ongeïnteresseerde kop. Soms leek het net alsof hij lag te slapen van verveling.’

Cropper: ‘Maar met die benadering wist hij wel het beste uit ons te halen. Hij leerde je te vechten voor waar je in geloofde, en je idee steeds meer te perfectioneren. Maar man, wat was hij moeilijk. Ik weet nog dat we met pijn en moeite Knock on Wood hadden opgenomen met Eddie Floyd. ‘Cropper, dit is gewoon ruk’, zei Jim. Vervolgens bleef het negen maanden op de plank liggen. We hebben het uiteindelijk op onze eigen kosten uitgebracht. Wat denk je? Het werd een grote hit.’

Veel oude bands zijn futloze oldies acts. Jullie niet. Hoe houden jullie de muziek fris?
Cropper: ‘Wat we net al zeiden, doordat we elkaar niet zo vaak zien. En we zien het niet als werk. We doen alleen maar dingen die wel leuk vinden. Als ik thuis kom dan smijt ik mijn gitaar in de hoek en pak ik mijn golfclubs.’
Dunn: ‘Of vishengel.’

Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers

woensdag 15 februari 2006

Booker T. & The MG’s: Architecten van de soul

V.l.n.r. Donald "Duck" Dunn, Booker T. Jones en Steve Cropper.

Als huisband van het Stax-label verkeerden Booker T. & The MG’s in de benijdenswaardige positie om grootheden als Aretha Franklin, Otis Redding, Wilson Pickett, Carla en Rufus Thomas en Sam & Dave te mogen begeleiden. Tussen de bedrijven door timmerden ze nog een handjevol klassiekers als Green Onions in elkaar. Je kunt stellen dat Booker T. & The MG’s architecten van de soul zijn.
Booker T. & The MG’s speelden op meer dan 600 Stax-opnames en kunnen soul standards als Eddy Floyds Knock on Wood, Otis Reddings (Sittin’ on) the Dock of the Bay en Wilson Picketts In the Midnight Hour op hun conto schrijven. Het geluid van Booker T. & The MG’s kenmerkt zich door een verbluffende eenvoud. Geen ingewikkelde solo’s, maar slechts accenten, zoals de stuwende Hammond-tonen van Jones en de vlijmscherpe gitaarriffs van Cropper. De muziek drijft puur op de bluesy, economische grooves en de bijna telepathische chemie tussen de bandleden.
In hun hoogtijdagen waren Booker T. & The MG’s de coolste studioband ter wereld (voor zover je kunt spreken van ‘coole’ studiobands). Ontelbare bands probeerden hun sound te kopiëren. Het spaarzame Booker T. & The MG’s-geluid is duidelijk terug te horen in de muziek van The Meters uit New Orleans, die daarmee op hun beurt de blauwdruk voor de funk leverden. Veel groove-jazzmuzikanten uit eind jaren zestig als Jimmy Smith en Jimmy McGriff hebben goed geluisterd naar Booker T. & The MG’s. In de acidjazzscene is hun muziek veertig jaar na dato nog steeds hip. Green Onions, hun grootste hit, duikt nog wel eens op in tv-reclames.
Zwart-wit
Niet alleen op muzikaal vlak waren Booker T. & The MG’s pioniers. Met de zwarte Booker T. Jones en Al Jackson Jr. en de blanke Steve Cropper en Donald “Duck” Dunn waren Booker T. & The MG’s een van de eerste ‘geïntegreerde’ bands. In de jaren zestig in het zuiden van Amerika en tijdens de hoogtijdagen van de zwarte emancipatiestrijd, was dat nogal wat. De bandleden zelf zijn daar vrij nuchter over. “Muzikanten denken daar nooit over na”, aldus Dunn in 2001 tegen het Britse muziekblad Mojo.
Multi-instrumentalist Jones – hij beheerste als kind al de saxofoon, hobo, trombone en piano – kwam in 1960 als sessiemuzikant in dienst bij het kersverse Stax Records in Memphis. Hij speelde baritonsax op de eerste hit van Stax, Cause I Love You van Rufus en Carla Thomas. Jones speelde eerder bas en saxofoon bij lokale bandleiders als Willie Mitchell. Daar leert hij drummer Jackson kennen, die hem volgt naar Stax. In 1962 stapt gitarist Cropper uit de blanke (!) rhythm & bluesband The Mar-Keys om als sessiemuzikant bij Stax in dienst te treden. In 1961 hadden The Mar-Keys een hit gescoord met Last Night, waardoor ze het hele land door toerden met Ike & Tina Turner, James Brown en Chuck Berry. Eveneens afkomstig van The Mar-Keys is bassist Dunn, die zich in 1962 bij de Memphis Group voegt.
Green Onions
Op een hete zomermiddag in 1962 zitten Jones, Cropper, Jackson en bassist Lewie Steinberg in de Stax-studio op 926 East McLemore Avenue, een oud theater, vergeefs te wachten tot rockabillyzanger Billy Lee Riley komt opdagen voor zijn opnamesessie. Om de tijd te doden begint de band wat te jammen en na drie takes hebben ze op band wat de doorbraak van de band en Stax zou worden: Green Onions. De sturende Hammond-groove van Jones en de snijdende gitaarlick van Cropper maken het nummer tot een onvermijdelijke hit. Green Onions schiet naar nummer 3 in de hitlijsten. In tegenstelling tot tegenwoordig was het in die tijd geen zeldzaamheid dat instrumentale nummers hits werden. Ook het aanstekelijke gelijknamige debuutalbum, dat eveneens volledig instrumentaal is en naast eigen composities (Mo’ Onions) ook een handjevol hitcovers (o.a. Twist and Shout) bevat, gaat als zoete broodjes over de toonbank.
Otis Redding
In het najaar van 1962 schrijven Booker T. & The MG’s geschiedenis als na een vruchteloze opnamesessie met Johnny Jenkins & The Pinetoppers een 21-jarige zanger met de naam Otis Redding een half uurtje krijgt om zijn ballad These Arms of Mine op te nemen. De aanwezigen zijn overdonderd door het talent en charisma van de jongeman en These Arms of Mine bereikt binnen een mum van tijd de R&B-top-20. De carrière van een soullegende was geboren.
Het succes heeft echter tot gevolg dat er amper tijd meer was voor de Booker T. & The MG’s zelf. De band wist het succes van Green Onions niet meer te evenaren, maar was als backing band de gouden kip van Stax. Dat betekende al hun tijd ging zitten in het begeleiden van andere artiesten van het label, zoals Carla Thomas en vader Rufus, Sam & Dave, William Bell, Eddie Floyd en Albert King. Eigen opnames moesten gemaakt worden in overgebleven tijd na andere sessies of als een artiest niet kwam opdagen. “Het kwam nooit voor dat we een week de studio boekten om als Booker T. & The MG’s opnames te maken”, zei Cropper.
De werkdruk is groot. Daar kwam bij dat Jones besloot zijn muziekstudie aan de Indiana University besloot af te maken. Cropper doet veel sessiewerk in Los Angeles. Ook wordt de band regelmatig ingehuurd door artiesten die niet op Stax zitten, zoals soulzanger Wilson Pickett. “We zaten letterlijk vijftien uur per dag in de studio”, zegt Cropper. “We werkten voor zeventien of achttien artiesten, dus we hadden een behoorlijk druk schema.”
Met het succes beginnen ook de problemen. Cropper is naast muzikant ook A&R-manager van Stax, en dat leidt tot scheve ogen binnen de groep. Ook vinden de bandleden dat ze niet genoeg betaald krijgen, terwijl zij de drijvende kracht achter het succes van Stax zijn. De voortijdige dood van Redding eind 1967, met wie ze eerder dat jaar nog een Europese tournee en legendarisch optreden op het Monterey Pop Festival hadden gedaan, slaat in als een bom. Postuum sleutelt een rouwende Cropper nog (Sittin’ ON) the Dock of the Bay in elkaar, wat Reddings handelsmerk wordt.
Martin Luther King
Als in het voorjaar van 1968 Martin Luther King in Memphis wordt vermoord, verandert dat voorgoed de verhoudingen tussen blanke en zwarte muzikanten bij Stax en in Memphis. “Het was een verschrikkelijke tijd”, herinnert Dunn zich. “Een dag later stond ik voor de deur bij Stax met Isaac Hayes en David Porter, en de politie reed langs, sprongen uit hun wagen en vroegen of er wat aan de hand was. Het was een afschuwelijke situatie.”
“Veel dingen veranderen ingrijpend in Memphis”, vult Cropper aan.
In dezelfde periode hebben Booker T. & The MG’s wel de commerciële wind in de rug. Hip Hug-Her, Groovin’, Soul Limbo, Hang ‘em High en Time is Tight halen allemaal de top 40 tussen 1967 en 1969.
Bergafwaarts
Maar Stax heeft inmiddels de banden met moederbedrijf Atlantic doorgesneden en oprichter Jim Stewart verkoopt Stax in 1968 aan Gulf & Western. Vanaf dat moment gaat het vanwege slechte distributie bergafwaarts met het label. In 1970 kopen Stewart en Al Bell Stax terug en beginnen onderhandelingen met Columbia. Een tijdperk van schimmige zakendeals breekt aan en het Stax-kantoor werd gefrequenteerd door louche types. Uiteindelijk gaat Stax in 1974 op de fles en in 1976 definitief failliet.
Het familiegevoel van vroeger was begin jaren zeventig bij Stax verdwenen en Booker T. & The MG’s voelde zich niet meer thuis op het label. Bovendien was de band uitgekeken op zijn formule, en zocht naar nieuwe wegen. McLemore Avenue uit 1970, een interpretatie van Abbey Road van The Beatles, is daarvan een getuigschrift. Na het saillant genoeg in New York opgenomen Melting Pot uit 1971 stapt Jones uit de band en vertrekt naar Los Angeles, waar hij producer wordt voor A&M Records. Hij bezorgt Bill Withers een hit met Ain’t No Sunshine en produceert Willie Nelsons album Stardust. Jones trouwt met Priscilla Coolidge (de zus van Rita) en maakt met haar drie albums. Cropper volgt Jones naar de westkust en bouwt in een vervallen deel van Santa Monica Boulevard Cropper zijn Trans-Maximus Studio (TMI). Jackson en Dunn blijven bij Stax en maken nog een album als de MG’s. Daarnaast drumt Jackson nog bij Al Green.
Na een paar jaar beginnen de bandleden elkaar te missen. In september 1975 togen Dunn en Jackson, die Stax trouw waren gebleven en nog een album als The MG’s hadden opgenomen, naar LA voor een reünie.
Moord
Maar dan slaat het noodlot toe. Amper een week later, op 1 oktober 1975, wordt Jackson in zijn huis aan Central Avenue in Memphis doodgeschoten. Tot op de dag van vandaag is de moord onopgelost. Jacksons ex-vrouw Barbara beweert dat inbrekers haar en Jackson hadden vastgebonden, en hem vervolgens hebben doodgeschoten. De politie twijfelt aan Barbara’s relaas, want er zijn geen braaksporen en er is niets ontvreemd. Barbara had bovendien twee maanden eerder ook haar nieuwe echtgenoot neergeschoten. De verdenking valt ook op zangeres Denise LaSalle en de voortvluchtige crimineel Nate Doyle die op de gewraakte dag bij Jacksons woning zijn gesignaleerd. Doyle wordt een jaar later door de FBI in Seattle doodgeschoten.
Tegenwoordig is Booker T. & The MG’s een losvast project van Jones, Cropper en Dunn. Ze vormden het hart van de Blues Brothers Band. Atlantic Records huurde Booker T. & The MG’s in 1986 als begeleidingsband voor de viering van het 40-jarig bestaan van het label. In 1992 vroeg Bob Dylan hen als begeleidingsband voor Bobfest, het concert ter ere van zijn 30-jarige jubileum. Datzelfde jaar kregen Booker T. & The MG’s een welverdiende plaats in de Rock and Roll Hall of Fame. In 1994 maakten ze hun laatste album, That’s the Way it Should Be. Booker T. & The MG's deden meerdere tournees met Neil Young. De band treedt nog geregeld op. Na bijna een halve eeuw is het vuur en de vriendschap nog niet gedoofd.

Discografie
1962 Green Onions
1965 Soul Dressing
1966 In the Christmas Spirit
1966 And Now! Booker T. & The MG’s
1967 Hip Hug-Her
1968 Doin’ Our Thing
1968 Soul Limbo
1968 Uptight
1968 Get Ready
1970 McLemore Avenue
1971 Melting Pot
1973 The MGs
1994 That’s the Way it Should Be

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.