vrijdag 8 oktober 2021

Jaco Pastorius: basrevolutionair

Jaco Pastorius met zijn tweede vrouw Ingrid in de kleedkamer tijdens een Japanse tournee in 1980. (Foto: archief Peter Erskine)

Jaco Pastorius’ big bang op de bas galmt bijna 35 jaar na zijn dood nog altijd na. Op 1 december zou hij 70 jaar zijn geworden. Vrienden en kenners aan het woord over een muzikaal fenomeen.

“My name is John Francis Pastorius III, and I’m the greatest bass player in the world.”

“Get the fuck out of here!”

Zo verliep de eerste kennismaking tussen Jaco Pastorius en Joe Zawinul. Het was het najaar van 1974, backstage na een concert van Zawinuls fusiongroep Weather Report in Miami. 

In zijn thuisstaat Florida wist men al wat voor vlees ze in de kuip hadden, maar daarbuiten was Jaco nog onbekend. Zawinul kon niet bevroeden dat deze opschepperige ‘beach bum’ niet blufte, en twee jaar later met zijn verbluffende titelloze debuutalbum, zijn sfeerbepalende spel op Joni Mitchells Hejira én als bassist van zijn eigen Weather Report een schokgolf door de muziekwereld zou laten gaan die vergelijkbaar was met de tsunami van 2004. 

Jaco trok met een nijptang de frets uit de hals en herschreef de natuurwetten van wat mogelijk was op een (fretloze) basgitaar. Er is elektrische bas vóór en bas na Jaco Pastorius. De bas was niet meer slechts onderdeel van de ritmesectie in de achtergrond, maar kleurde de muziek. Jaco’s uit duizenden herkenbare sonore, soepele bas klonk als de paringsdans van baltsende bultruggen in de diepzee waar de laatste lichtstralen door de duisternis priemen. Met zijn flamboyante verschijning en spectaculaire stage show werd Jaco de rockster van de jazz en katapulteerde hij Weather Report van de jazzclubs naar de stadions.

Tekening die Jaco Pastorius maakte van Joe Zawinul in 1978. (archief Peter Erskine)

“I’m the greatest bass player in the world”; het werd Jaco’s opkomst én zijn ondergang, zijn zegen en zijn vloek. De druk om die legende sessie na sessie, concert na concert waar te maken werd ondraaglijk. Met het succes kwamen de drank, drugs en psychische problemen, die leidden tot stukgelopen huwelijken. Het werd een vicieuze cirkel van geestelijke wanhoop. De geheelonthouder Jaco in Florida veranderde in de junk en alcoholist Jaco in New York. Zijn excentrieke gedragingen werden bizar wangedrag. Jaco begon optredens te saboteren, soms zo erg dat de politie traangas moest gebruiken om de woedende menigte uiteen te drijven. Zijn misdragingen werden zo ernstig dat de hoge bazen Jaco de toegang tot het kantoor van Warner Bros. verboden. Hij mocht zijn eigen kinderen niet meer zien, waardoor Jaco nog dieper in de fles dook. Hij raakte aan lager wal en zelfs dakloos, moest starnakel dronken zijn kostje bij elkaar schrapen als straatmuzikant.

Het kon niet anders dan dat het tragisch zou aflopen. Op een kwade dag liep Jaco tegen de vuisten aan van een nachtclubuitsmijter met een zwarte band in vechtsport. Hij werd in coma geslagen en stierf tien dagen later, op 21 september 1987, slechts 35 jaar jong. Precies de leeftijd die hij zelf had voorspeld.

Who is who?
Peter Erskine was van 1978 tot 1982 drummer van de toonaangevende fusiongroep Weather Report, tijdens Jaco’s periode. Ze werden vrienden.
Bassist Alphonso Johnson was Jaco’s voorganger bij Weather Report (van 1973 tot 1975).
Peter Vink was bassist van o.a de Haagse Nederpop-band Q65 en docent aan het Rotterdams Conservatorium.
Drummer André Charlier en pianist Benoît Sourisse brachten met hun Multiquarium Big Band in 2020 het tribute-album Remembering Jaco uit.
Gitarist Biréli Lagrène maakte in 1986 deel uit van Pastorius’ tourband en speelde de ‘rol’ van Jaco op het tribute-album Remembering Jaco.


Talent 

Peter Erskine: “Waarom was hij zo’n groot muzikant? Zijn toon op de fretloze bas is tot op de dag van vandaag ongeëvenaard. Niemand komt in de buurt. Het stoort me zelfs als andere bassisten fretloos spelen. Jaco zat op een niveau vergelijkbaar met Yo-Yo Ma. Hij is verreweg de beste fretloze bassist die ik ooit heb gehoord, en geloof me, ik heb er vele gehoord.

Toen zijn eerste soloalbum uitkwam ging ik uit mijn dak. Donna Lee is alleen al bijzonder, de stoutmoedigheid waarmee hij niet alleen een melodie speelt, maar ook improviseert, akkoorden speelt, harmonie gebruikt op een elektrische bas. Dat hele nummer is alleen bas en conga. Briljant.”

Biréli Lagrène: “Ik stond versteld. Ik kon niet geloven hoe hij Donna Lee zo perfect kon spelen op de bas. En met dat geluid, zonder frets. Ik dacht eerst dat het een goed gestemde contrabas met een ongelofelijke sound was, maar dat bleek niet het geval. Ik vroeg me af: is dit een elektrische bas? Een vriend, die deze plaat tipte, bevestigde dat het een elektrische Fender bas was. Ik stond versteld. En net als zo veel bassisten, probeerde ik Jaco na te doen en die baslijnen na te spelen.”

Erskine: “Jaco speelde melodieën, en begreep het belang van contrapunt als een integraal onderdeel van de textuur van muziek. Jaco was een excellente componist en had de werken van Stravinsky, Bartók en Hindemith goed bestudeerd. Jaco speelde geen bas met zijn duim, en hij had meer belangstelling voor toon, meer dan andere bassisten. Ritmisch ontleende Jaco veel aan de rhythm & blues, maar ook Caribische ritmes. Alex Acuña (voormalig drummer van Weather Report) wees me erop dat veel van Jaco’s ritmische patronen sterk lijken, of zelfs overeenkomen met conga-drumpatronen. Dat was nooit eerder gedaan.”

Peter Vink: “Jeetje, wat had die man een goed ritmegevoel. Hij kon ook met elke drummer spelen. Dat korte, staccato-achtige spel is heel knap. Als je het elektronisch doet, weet je zeker dat alles hetzelfde klinkt, maar dan heb je geen menselijkheid. Op een bas speel je met je handen, je probeert iets van jezelf over te brengen op die bas, die emotie. Die gevoeligheid had hij heel erg in zijn spel. Als hij een mooie langzame riff speelde en je deed je ogen dicht, kon je daar een film bij zien.”


Techniek en innovaties

Vink: “Het is moeilijkheidsgraad Champions League, het hoogste niveau op de bas.” 

Lagrène:  “Zijn spel is technisch en fysiek moeilijk. De noten die hij speelde bestonden nog niet op de bas. Zelfs vandaag de dag, met al die fantastische jonge bassisten die nu in opkomst zijn, is Jaco nog een klasse apart. Sommige mensen zeggen nu dat het makkelijk is om zo te spelen met zulke techniek, maar in de jaren 70 en 80 bestond dat nog niet.”

Vink: “Het is zó moeilijk om met je vingers te spelen. Je hoort alles, elke millimeter verkeerd hoor je. Als Jaco verspringt van snaar hoor je geen dynamiekverschil, het is vaak heel gelijkmatig wat hij speelt, dat is ook heel knap. Omdat je met dikke snaren de neiging hebt meer kracht te zetten.” 

Lagrène: “Omdat zijn vingers aan zijn linkerhand zo flexibel waren (Jaco had een hypermobiele duim) kon hij die dichter bij elkaar zetten op de hals dan een bassist met normale vingers. Dat gaf hem meer mogelijkheden in zijn spel.En dat gold ook voor zijn rechterhand. Als je dichter bij de snaren kunt heb je meer mogelijkheden in je spel.”   

Vink: “Hij trok met een nijptang zijn frets uit zijn bas en vulde de sleuven op met vloeibaar hout en netjes geschuurd, nog geeneens gelakt. Dan wordt het een fretloze bas. Daar moet je wel opkomen.”

Alphonso Johnson: “Veel bassisten imiteren Jaco, dus wat hij deed was niet onmogelijk, maar hij was wel de eerste.”

Erskine: “Ik hoor bassisten tegenwoordig hetzelfde spelen als Jaco. Maar om het te bedenken is heel wat anders. En zeker in de context en met de kwaliteit van het instrument veertig jaar geleden, dat is nogal wat. Tegenwoordig kun je alles corrigeren met ProTools. Veertig jaar geleden had je die mogelijkheden niet, je moest heel slim en creatief zijn, je moet spélen. Jaco had anatomisch een unieke hand, maar dat moet je combineren met zijn gehoor, zijn hart zijn originaliteit, zijn specifieke instrument, zijn aanraking, zijn toon. Als iemand een persoon nadoet, zeg je: ‘Dat is een goede imitatie van Humphrey Bogart, maar het is toch niet de echte’, snap je?”


Componist

Lagrène: “Jaco was een groot componist, een groot muzikant, hij had veel ziel en gevoel. Luister naar zijn ballads, bijvoorbeeld Joe Zawinuls A Remark You Made, dat laat een andere kant van Jaco zien, zijn melodieuze kant. Hij kon bijna elke melodie op de bas spelen en het laten klinken als een symfonie.”

André Charlier: “Als iemand geweldig is op een instrument, wordt dat deel van het talent nog wel eens vergeten. Neem Michael Brecker; hij was een ook geweldige componist, maar iedereen heeft het alleen maar over de saxofoon. Met Jaco ook. We noemen alleen maar de bas, maar hij was hij was een groot muzikant omdat hij ook een ongelofelijke componist was. Hij had alles in huis. Hij speelde ook piano en drums. Hij leefde voor muziek.”

Erskine: “Jaco had scherp voor ogen hoe het stuk moest klinken. Zodra hij de melodie en de harmonie had, veranderde hij niks meer.”

Charlier: “Als Jaco in een band speelde, is zijn geluid zo belangrijk. Als je naar Weather Report luistert, lijkt het net alsof Jaco het nummer heeft geschreven. Hij neemt de muziek over.”

Vink:Hejira van Joni Mitchell vind ik een van zijn hoogtepunten. Normaal zit er zo’n bassist niet bij, dan zit er gewoon een zoemertje bij op de achtergrond. Jaco maakt die band een stuk beter. Die hele band wordt ineens van wereldklasse. Hij kleurt de sfeer.”

Om te luisteren

Jaco Pastorius - Jaco Pastorius (1976)
Jaco’s veelzijdige debuutalbum is ontworpen als een krachttoer en een visitekaartje: zet je schrap voor een nieuw supertalent. Zijn virtuoze vertolking van de bebop-standard Donna Lee op de fretloze bas is verbluffend.

Weather Report - Heavy Weather (1977) De artistieke en commerciële triomf van Weather Report. Op zijn tweede album met de fusion-supergroep heeft Jaco zich al opgewerkt tot co-producer en drijvende kracht naast de tandem Joe Zawinul-Wayne Shorter.


Joni Mitchell - Hejira (1976)
Jaco speelde zijn partijen achteraf in, maar drukt een grote stempel op de sfeer van het album. Joni Mitchell maakte de muzikale schetsen, Jaco kleurde ze in.


Jaco Pastorius - Word of Mouth (1981)
We kenden al Jaco de bassist par excellence, maak kennis met Jaco de componist en leider. Word of Mouth was Jaco’s all-star big band (met o.a. Wayne Shorter, Peter Erskine en Michael Brecker). Toots Thielemans kleurt de muziek sfeervol in met zijn mondharmonica.


Lezen en kijken
Bill Milkowski schetst een gedetailleerd beeld van Jaco’s leven, opkomst en ondergang in zijn biografie Jaco: The Extraordinary and Tragic Life of Jaco Pastorius (1995).






De documentaire Jaco (2014), geproduceerd door Metallica-bassist Robert Trujillo, brengt Jaco’s schokkende onttakeling in beeld.


Rockster

Charlier: “Jaco was als een rockster. Toen hij met Weather Report in Brussel optrad, kwam er drieduizend man op af, net als bij een rockconcert. Het was niet in een jazzclub, maar in een stadion.”

Vink: “Hij had een rock-uitstraling, met die haarband en dat haar. Beetje sjofele kleding, niet wat je vaak bij die jazzjongens ziet. Hij viel een beetje buiten de boot met die muts op. Zo’n nonchalance waarmee hij het allemaal deed. Hij was niet gewichtig, niet pompeus.”

Johnson: “Het rockpubliek houdt ervan dat muzikanten fysiek hun emotionele expressie laten zien. Jaco wist hoe hij een show moest opvoeren.”


Zwakte?

Erskine: “Jaco had zijn zwakke momenten. Als hij een solo moest spelen voor een joelende menigte van duizenden mensen, wilde hij nog wel eens vervallen in herhalingen en routines. Dat deed hij steeds meer toen zijn drugsmisbruik verergerde. Hij viel terug op spierballenvertoon en licks. Jaco heeft Joe Zawinul gesmeekt om een pauze, hij vond dat hij niets meer te zeggen had. Joe reageerde: ‘Hoezo oefenen? Je hoeft niet te oefenen, je moet het gewoon dóen. Je moet in het moment creëren.’ Uiteindelijke stapte Jaco uit Weather Report. Joe Zawinul had gemengde gevoelens over Jaco’s composities. ‘Het zijn geen echte Weather Report nummers’, vertrouwde Joe mij ooit toe. Hij vond dat de R&B te voor de hand liggend werd.” 

Vink: “Dan dat spelen met die flageolets, die boventonen. In het begin vond ik dat hartstikke gaaf maar op een gegeven moment gaat hij dat zo overdrijven. Ik heb een stukje gezien op YouTube met een trio, dan doet hij het alleen maar. Dan denk ik: ik kom om bassen te horen, niet een soort speeldoos.”


Persoonlijkheid

Johnson: “Jaco’s persoonlijkheid had twee kanten: de ene kon heel nederig en geestig zijn, terwijl de andere agressief en vervelend kon zijn. De meeste mensen kennen zijn gevoel voor humor niet, hij kon hilarisch zijn.”

Erskine: “Jaco was een opmerkelijke combinatie van verfijning en ordinair. Hij was meelevend, hij kon hartbrekende melodieën spelen, maar hij kon ook racistische dingen zeggen, dat kwam voort uit zijn jeugd in Florida. Hij was complex. Hij was heilig en profaan, en door zijn geestesziekte trad het profane steeds meer op de voorgrond.

Jaco wist dat hij beruchtheid genoot. Ik denk dat hij zich er opzettelijk naar gedroeg. Bijvoorbeeld, als we met Weather Report groepsfoto’s maakten, deed hij altijd expres zijn ogen dicht als de sluiter dicht ging. Hij probeerde bewust een imago te bouwen. Zijn lef maakte daar deel van uit, het was zijn overlevingsmechanisme.”

Ansichtkaart uit Australië van Jaco Pastorius aan de moeder van Peter Erskine. (Archief Peter Erskine)


Ziekte

Erskine: “In het voorjaar van 1979, toen we naar Cuba gingen voor de Havana Jam, was de eerste keer dat we dachten: ‘wat is er met Jaco aan de hand, er is een probleem.’ Tijdens tournees had hij slaande ruzies met zijn vrouw Ingrid. We zijn ooit bijna met de hele band bijna het hotel uit gezet in Berlijn, omdat hij een deur had vernield. Zijn gedrag op een vlucht naar Japan bedreigde ooit een tournee. Maar ik wil er niet te diep op ingaan, die incidenten zijn al goed gedocumenteerd, ik vertel liever de mooie verhalen.

Ik ben slechts de zoon van een psychiater, ik ben zelf geen arts, maar de artsen dachten dat hij manisch depressief gedrag vertoonde. De term bipolaire stoornis bestond toen nog niet.

Op Hejira zingt Joni Mitchell over Icarus, die volgens de Griekse mythologie vleugels van veren en was maakte. Hij vloog te dicht bij de zon, zijn vleugels smolten en hij viel. Jaco vloog ook te dicht bij de zon. 

"Hij zei altijd dat hij niet ouder zou worden 
dan Charlie Parker of Jezus Christus"
Peter Erskine

Ik zei al eerder dat Jaco zich bewust was van zijn persona. Hij zei altijd dat hij niet ouder zou worden dan Charlie Parker of Jezus Christus. Bijna alsof dat zijn doel was. Ze werden allebei maar 35. Jaco was ijdel, hij had een enorm ego. Maar met geestesziekte kan een ego zijn alsof je op de kermis in een lachspiegel kijkt, het beeld is verstoord. Volgens mij was Jaco’s ego zo groot, dat hij bijna zijn dood georkestreerd heeft, zodat hij een soort Charlie Parker, of Jezus, of Jimi Hendrix kon worden. Het voelt slecht om dit te zeggen, maar ik denk dit wel zo was.”

Lagrène (deed in 1986 twee tournees met Jaco):  “Zijn geestesziekte was toen heel sterk, heel aanwezig. Het was daarom soms heel moeilijk om met hem om te gaan. Maar hij had ook goede dagen, waarin we plezier met elkaar hadden, en hij goed speelde. Je moest het accepteren, al wilde niemand dat hij zo ziek werd. Het was vreselijk om hem zo te zien, en dat niemand iets kon doen, want hij aanvaardde geen hulp. Het was moeilijk, maar je kon niet boos op hem worden, hij was ziek. Hij bleef professioneel. Als het tijd was op het podium op te gaan, leek zijn ziekte even te verdwijnen.”   


Erfenis

Lagrène: “In de jaren 70 waren alle grootheden uit de jazz er nog, uit het bebop-tijdperk, de jaren 40, 50 en 60. Dat iemand met zulk een ongebruikelijk instrument, dat gemaakt is voor ritme, om met drummers te spelen, zo op de voorgrond zet, is een hele prestatie.” 

Johnson: “Ik krijg nog steeds veel studenten die willen spelen en klinken als Jaco Pastorius.”

Vink: “Je hoort hem overal terug. Al die basfreaks, en ik ken er een hoop, doen allemaal Jaco na. Nou, dat wil wat zeggen hoor. Niemand wil de bassist van Status Quo nadoen, bij wijze van spreken.” 

"Het irriteert me als mensen fretloos spelen als Jaco"
Peter Erskine

Erskine: “Hij is klaarblijkelijk nog steeds invloedrijk, afgaande op wat ik op YouTube zie. Hij wordt erkend als de beste. Maar als muziekdocent hoor ik niet bijster veel Jaco, het meeste is zelfs totaal anders. Misschien is Jaco wat ik de ‘derde rail’ noem, de rail die onder stroom staat. Daar durf je je vingers niet aan te branden. Als je fretloze bas speelt, kom op man, vind je eigen stem. Het irriteert me als mensen fretloos spelen als Jaco. Het is nep.”

Sourisse: “Voor bassisten was het slecht. Het was zo uniek wat hij deed, elke bassist probeerde dat na te doen. Elke bassist klinkt als Jaco. Hij heeft de bas niet vermoord, maar na Jaco is het moeilijk om een bassist te zijn.”

Dit artikel verscheen eerder in Heaven magazine.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten