donderdag 29 oktober 2009

The Dead Weather: Band niet gepland


Jack White’s The Dead Weather biedt 5 bands voor de prijs van 1 én de beste rockplaat van het jaar.
‘Jack, hou op!’, gilt Alison Mosshart in de telefoon. ‘Hij zit te klieren.’ De verveling slaat toe in de tourbus van The Dead Weather die onderweg is naar Edinburgh. Jack White laat de woordvoering liever aan zijn zangeres over, om de enige vrouw in zijn band vervolgens te treiteren.
The Dead Weather is op tournee, nadat ze dit voorjaar met Horehound misschien wel de beste (rock)plaat van het jaar afleverden. Loeiende hardrock die toch gelaagd, gedetailleerd en uitgebalanceerd is. Veel recensenten waren evenwel teleurgesteld dat er op het album geen echte liedjes stonden. Maar dat is een dogma van popjournalisten. Wat doet het er toe als de muziek goed is? Niemand verweet The Grateful Dead een gebrek aan songstructuren. Maar het is ook onzin: de nummers op Horehound zijn geen eindeloze niet uitgewerkte jams met kop noch staart, ze zijn compact en gebouwd rondom catchy hooks.
Afgerond
Een opvallend afgerond geluid juist voor een band die nog maar een paar maanden bestond en in feite bestaat uit vijf bands: Mosshart is zangeres van The Kills, White is zanger en gitarist van The White Stripes en The Raconteurs, Dean Fertita is toetsenist en gitarist van de Queens of the Stone Age en Jack Lawrence is bassist van The Greenhornes en The Raconteurs. Zie daar maar eens eenheid in te brengen. Waar sluiten de afgemeten bluesrock van The White Stripes, de punkachtige garagerock van The Kills, de rock&roll van The Greenhornes, de gitaarrock van The Raconteurs en de stonerrock van QOTSA op elkaar aan?
‘Het zijn inderdaad heel verschillende bands, maar de basis is bij ons allen de blues. Ook al hebben we er allemaal onze eigen interpretatie van, onze wortels liggen in de blues’, legt Mosshart uit. ‘Ik vind het moeilijk de vinger erop te leggen hoe we onze sound geschapen hebben. Ik zou het geen democratisch proces noemen. Dat werkt toch nooit trouwens. We waren gewoon vier muzikanten in een ruimte die samen jamden. We begonnen met niks en na een uur hadden we al een nummer. Bij het maken van Horehound was niks gepland of afgesproken. We begonnen gewoon te jammen en na een tijdje drukten we de opnameknop in. We hebben Horehound in drie weken opgenomen en we hebben ons niet gehaast.’
Officieel werd de band begin dit jaar opgericht, maar de leden kennen elkaar al jaren. Vorig jaar toerden The Kills en The Raconteurs samen. ‘We zaten voortdurend in de bus samen te jammen. Zo ontstonden de songs en de band. We waren helemaal niet van plan een band te vormen.Het voelt wel als een echte band, niet als een gelegenheidsformatie of project.’
Ego clash
Superbands worden maar al te vaak geplaagd door botsende ego’s. Crosby, Stills, Nash & Young is een beroemd voorbeeld. Jack White is een hyperproductief muzikaal genie en misschien wel de invloedrijkste rockmuzikant van dit decennium. Voeg er drie zwaargewichten aan toe en je hebt het recept voor een oorlogsband. ‘Nee hoor, er was geen ego clash’, zegt Mosshart echter. Heeft White een groot ego? Het is even stil. ‘Nee… Jack hou nou op!’ ‘Iedereen steunde elkaar’, zegt Mosshart. ‘Er waren geen attitudes. Het werkt niet als je grote ego’s in de band hebt. We hebben begrip en respect voor elkaars creatieve passies en willen allemaal gewoon iets maken dat briljant is.’
De imposante staat van dienst van Jack White werkte niet intimiderend. ‘Ik vond het juist uitdagend en het voelde ook als erkenning. En het is natuurlijk niet zo dat de andere leden net komen kijken’, aldus Mosshart.
Nieuw album
De chemie is nog niet uitgewerkt want The Dead Weather is al begonnen aan een tweede album dat eind dit jaar moet verschijnen, zegt Mosshart. ‘We hebben nu zo’n vijftien ideeën en vijf nummers zijn al af.’
Weer klinkt een schreeuw. ‘Rot nou op Jack, of ik sla je op je bek!’



Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers

vrijdag 23 oktober 2009

De romantiek van een rioolbuis


Een nachtje slapen in een rioolbuis? U hoeft niet naar Roemenië, het kan ook op het idyllische platteland van Oost-Groningen.

Hoe zou dat zijn, een nachtje leven als een straatkind in Boekarest? In een rioolbuis, onder de grond, putdeksel erop, kokhalzen van de stank van stront en pis, zo donker dat je niet eens de ratten kunt zien die aan je tenen knagen? Het claustrofobische van riolen, ondergrondse kerkers en levend begraven worden, kun je nu zelf ervaren op natuurcamping Buitengewoon Groenhoff in Vriescheloo op het Oost-Groningse platteland.

In het echt blijkt het verblijf in het Berenhotel, zoals het rioolbuizenkamp heet, verre van een ontbering. In de gouden gloed van de nazomerzon hebben de vijftien buizen, ingegraven in een dijkje en idyllisch gelegen aan een vijver, veel weg van de Hobbitstee uit Lord of the Rings.

Eigenaar Bé Dijkhoff van Buitengewoon Groenhoff kwam op het idee tijdens een borrel met een collega van Consumentenboerderij Bleyendael, een naburig activiteitenbedrijf. ‘We waren al een tijdje aan het nadenken over meerdaagse arrangementen. Ik wilde iets bijzonders doen. We dronken Beerenburg – vandaar de naam Berenhotel – en dachten: waarom stoppen we de mensen niet onder de grond? We zijn gaan rondkijken en toen kwam mijn schoonzoon met het idee van de rioolbuizen.’

Geen luxe

Het Nijmeegse betonbedrijf De Hamer bleek geschikte rioolbuizen te leveren, onder licentie van Tulip Hotels, die in Oostenrijk luxueuze hotelkamers in rioolbuizen exploiteert.

Maar zo comfortabel is het Berenhotel niet. De buizen zijn een maatje kleiner (2,50x1,80m), zodat je net niet rechtop kunt staan. Je moet namelijk wel een ‘grotgevoel’ hebben, alsof je in een echt berenhol ligt. De wanden zijn bespoten met leem, waarvan af en toe korrels naar beneden vallen. In de buis staat een tweepersoonsbed, aan weerzijden zijn twee zitjes, maar die doen beter dienst als plank voor je spullen. Verder is er centrale verwarming (een verblijf is dus het hele jaar door mogelijk), verlichting en een stopcontact. Plassen en wassen kan in de jachthut, waar ook een bar en een vuurplaats is. In de toekomst komt er in de vijver mogelijk een bubbelbad.

Schrik niet als u ’s avonds laat tastend in het aardedonker in een lichte alcoholroes op zoek naar de toiletten, geconfronteerd wordt met een levenloze vrouw die met haar auto de vijver in is gereden. Voordat u heldhaftig het portier openbreekt of met een bystander-syndroom aan de grond genageld staat: het is maar een pop. Het hoort bij het spookspel, een bij de prijs inbegrepen activiteit.

De nacht valt, tijd voor de vuurdoop. Wordt dit een real-life versie van Tim Krabbés thriller Het Gouden Ei? Het valt mee. Zo klein is het niet, al zou een raampje in de deur geen overbodige luxe zijn. Als het licht uit is zie je geen hand voor ogen. Echt het gevoel dat je in een rioolbuis of een grot slaapt heb je niet, het is meer alsof je in een bunker ligt.

Binnen hangt een muffe aardelucht en het is, ondanks de luchtpijp, benauwd. Met de deur op een kier is het te doen, maar dat doe je ’s winters niet zo gauw. Maar een Roemeens straatkind zou er een moord voor doen.


Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.

donderdag 1 oktober 2009

Platenmaatschappijen vertrouwden Raekwon niet


Veertien jaar na zijn meesterwerk Only Built 4 Cuban Linx komt rapper Raekwon van de Wu-Tang Clan met een vervolg.

Een groot ego heeft Raekwon ontegenzeglijk. Tijdens het interview noemt hij zichzelf een ‘legende’, ‘getalenteerd’ en Only Built for Cuban Linx… Pt. II een ‘klassieker’, terwijl zijn nieuwe album amper een maand in de winkels ligt.

Maar je kunt hem niet helemaal ongelijk geven. Raekwon is lid van de grootste hiphopgroep ooit en werkte mee aan enkele klassiekers in het genre. Zijn debuutalbum Only Built 4 Cuban Linx… (1995) is een meesterwerk dat wordt gezien als een van de beste Wu-albums, maar ook als een van de beste hiphop-platen.


Bloedstollende reis door het getto

Op Cuban Linx 1 namen Raekwon en partner in crime Ghostface Killah de luisteraar mee op een bloedstollende reis door het getto met knap vertelde filmische verhalen over drugsdealers en ander gespuis.

‘Het ging over drugsdealers die aan het getto probeerden te ontsnappen, maar nog wel met één voet in het getto stonden’, vertelt Raekwon.

Veertien jaar later is er dan een vervolg. Het concept van 'OB4CL2' is oudere boeven die terugblikken op hun misdaadcarrière.

‘Het nieuwe album gaat terug naar de hiphop uit de tijd van het eerste album met harde beats, hardcore teksten, een conceptalbum met filmische teksten.

Het neemt je terug naar het leven in de projects (sociale woonflats in de achterbuurten) en op straat. Je krijgt een inkijkje in wat er zich achter de voordeur afspeelt. Ik vertel echte verhalen door de ogen van drugsdealers. Ik kom uit die wereld. Het is niet zozeer autobiografisch, maar het is wel een omgeving waarin ik ben opgegroeid en die me heeft gevormd tot een verhalenverteller. Het is een cinematografisch drugsverhalenalbum.’


Onderschat

Reeds in 2005 kondigde Raekwon de sequel aan. Maar Only Built 4 Cuban Linx… Pt. II liet nog vier jaar op zich wachten. ‘Als je aan een klassieker werkt, raffel je het niet af, daar neem de tijd voor’, is Raekwons verklaring.

De waarheid is dat platenmaatschappijen – ondanks hooggespannen verwachtingen - niet hun vingers aan het project durfden te branden.

‘De platenmaatschappijen onderschatten het project. Ze denken dat als je er even tussenuit bent geweest, dat je de weg kwijt bent. Ze willen alleen maar commerciële hiphop uitbrengen. Ze geloven niet dat een legende die al jaren meedraait nog veel platen kan verkopen. Ze denken dat je je tijd hebt gehad.’

Na vele vertragingen bracht Raekwon het album uiteindelijk maar op zijn eigen label Icewater uit.



'Rza is soms arrogant'

Opvallend is dat Rza, de huisproducer van de Wu-Tang Clan die het eerste album geheel produceerde, op het tweede album maar twee nummers aanlevert. Raekwon en Rza ruzieden over diens producties voor het Wu-Tang album 8 Diagrams (2007). Maar daar zou Rza’s beperkte rol niets mee te maken hebben, beweert Raekwon.

‘Rza is nu een ander persoon. Hij heeft een druk leven. Ik kan hem niet mijn agenda laten bepalen. En deel 2 moest anders worden dan deel 1. Ik vind deel 2 interessanter omdat ik heb samengewerkt met veel verschillende goede producers (o.a. Dr. Dre, Pete Rock, Erick Sermon, J Dilla, Marley Marl – red.). Nee, mijn kritiek op Rza’s producties voor het Wu-Tang album 8 Diagrams heeft er niks mee te maken.’

Wel wil Raekwon nog eens uitleggen waar hun openlijk uitgevochten ruzie over ging. ‘Het punt met Rza is dat hij soms een beetje opstandig is en niet naar anderen wil luisteren. Hij wist wat ik wilde maar hij was destijds niet van plan dat op te volgen. Hij vond dat het alleen maar míjn ding was. Al waren er mensen die er hetzelfde over dachten als ik. Rza is soms arrogant en denkt dat hij alles weet. Dus wij zeiden tegen hem: je weet helemaal niet alles. Je bent wel een goede producer, maar je gedraagt je niet als een grote producer.'

'Er was wat onenigheid, maar dat is verleden tijd. Even goede vrienden. We hebben zo veel samen meegemaakt. We hebben samen geschiedenis geschreven. Dus we zullen elkaar nooit de rug toe keren.’

Raekwon gaat evenwel door met zijn project Shaolin vs. Wu-Tang, een album met diverse Wu-Tang-leden, maar waarop Rza niets mag produceren. Een anti-Rza album is het volgens Raekwon evenwel niet. ‘Niemand dist niemand.’


Groepsalbum

Een nieuw groepsalbum van de Wu-Tang Clan zit er voorlopig niet in. ‘Op dit moment gaat iedereen zijn eigen richting uit als soloartiest’, antwoordt Raekwon desgevraagd. ‘We zijn een groep die bestaat uit soloartiesten. We verdienen meer geld met individuele projecten. Maar het blijft een Clan-ding want we zijn altijd op elkaars platen te horen. Er zijn geen concrete plannen voor een groepsalbum. Zo ver kijken we niet de toekomst in. Als het gebeurt, gebeurt het.'

De Wu-Tang Clan verkwanselde hun uitstekende (live)reputatie met kwalitatief mindere albums, en nog erger, door niet of slechts onvoltallig te komen opdagen bij optredens. De Wu kreeg de naam van een zootje ongeregeld. Maar dat ligt er volgens Raekwon niet aan dat de faam naar hun hoofd gestegen is.

‘Je moet begrijpen dat als er zo veel leden (9) in een groep zitten, het moeilijk is om iedereen aanwezig te laten zijn,’ legt Raekwon uit. ‘Iedereen gaat zijn eigen kant op. We hebben allemaal kinderen. Soms moet iemand voor vader spelen. Soms kan iemand als soloartiest meer geld verdienen dan met de Wu-Tang Clan. Er moet wel brood op de plank komen, dat beseffen mensen niet altijd.’



Dit artikel verscheen eerder op DePers.nl

woensdag 30 september 2009

De zoete wraak van Q-Tip

‘Industry rule number 4080, record company people are shady’, rapte Q-Tip in 1991 al. En hij heeft het geweten. Zeven jaar van zeuren en onderhandelen – en naar verluidt eigen geld – kostte het de rapper om zijn tweede soloalbum Kamaal The Abstract gereleased te krijgen. In april 2002 trok zijn platenmaatschappij op het allerlaatste moment het album terug, uit vrees dat het album te experimenteel en dus onverkoopbaar zou zijn.




Een vreemde aanname, want Q-Tip bouwde als frontman van A Tribe Called Quest een ijzersterke reputatie op als vooruitstrevend artiest. Dus een uitdagende plaat zou bij zijn achterban niet in slechte aarde zijn gevallen. Eerder omgekeerd. Dat de rapper een soulplaat maakte waarbij hiphop op de achterbank plaatsnam, had niemand hem kwalijk genomen. Daaraan waren we in 2002 allang gewend dankzij The Roots, D’Angelo en Erykah Badu. Intussen moest Q-Tip met lede ogen aanzien hoe labelmates OutKast dubbelplatina hits scoorden met hun experimentele muziek.

Is Kamaal The Abstract een album dat je zintuigen stevig op de proef stelt? Welnee. Maar c’est le ton qui fait la musique. In vergelijking met zijn voorganger Amplified (1999) is Kamaal The Abstract donkerder van toon, minder jiggy en compact. Catchy pop hooks ontbreken en er is geen radiovriendelijke single.

Q-Tip heeft zijn raps flink teruggeschroefd om alle ruimte aan de muziek te geven. Kamaal The Abstract draait om atmosfeer. Uitgesponnen, mellow grooves vormen de ondergrond voor dwarrelende piano-, keyboard-, fluit- en saxsolo’s (van jazzsaxofonist Kenny Garrett). Warm en smaakvol als een kop warme chocolademelk. Kamaal The Abstract is zo’n plaat die in je systeem kruipt als een opiumverslaving. Q-Tips wraak is zoet.

Dit artikel verscheen eerder op DePers.nl.

maandag 28 september 2009

O.P. R.I.P.

De Osdorp Posse is niet meer. Na twintig jaar hebben Def P cum suis er een punt achter gezet. Een goed moment om een mooie jeugdherinnering op te halen. Want de O.P. was mijn allereerste interview.

Zestien jaar was ik en ik leefde voor hiphop. En ik wilde (pop)journalist worden. Ik schreef voor het jongerenblad Catch toen ik in november 1993 de Osdorp Posse mocht gaan interviewen. Vlijmscherp was net uit.

Al weken van tevoren was ik zenuwachtig. Op de bewuste vrijdagavond dat ik met IJsblok had afgesproken brachten mijn ouders me. Naar Osdorp. Het Braillehof. Bij IJsblok thuis. Mijn ouders zetten me voor de deur af van het naargeestige flatgebouw uit de jaren '50, type probleemwijk. Het is inmiddels gesloopt. Het was donker en waterkoud. Koudwatervrees.

IJsblok deed open. Ik stapte de hal in. “De rapper is er ook”, zei IJsblok en wees naar de keuken waar Def P – toen nog met lang haar in een paardenstaart – stond af te drogen terwijl zijn tante – IJsbloks moeder - de afwas deed. IJsblok - niet gewoon moordenaar, maar moordenaarder - woonde nog bij zijn ouders. Dat er ouders waren stelde me gerust. Want klasgenoten hadden me gewaarschuwd dat de Osdorp Posse me misschien wel op m’n bek zouden timmeren als ik een kritische vraag stelde.

We gingen naar het kleine slaapkamertje van IJsblok. Def P ging op het bed zitten, IJsblok op een bureaustoel op wielen. Het interview begon. Een taperecorder had ik nog niet, dus ik moest alles neerkalken en pende als een bezetene.

Terwijl ik hun citaten opschreef, kletsten Def P en IJsblok met elkaar. Def P had Henry: Portrait of a Serial Killer op video. Ze lachten om het kleine slaapkamertje van IJsblok. Hij demonstreerde dat hij al zijn kleren in een klein kastje bewaarde, een soort kluisje dat aan de muur hing. Aan de binnenkant van het deurtje was met plakbandjes een vergeeld A4-tje opgehangen met een piece van Grandmaster Flash. Een vroege creatie van Def P.

Na het interview - mijn moeder had inmiddels vanuit een naburig café gebeld of we al klaar waren (lees: of alles in orde was) - wandelden we de huiskamer in. IJsbloks ouders zaten er, zijn zusje en nog een familielid, waarschijnlijk een oom. Vader, een ambtenaarstype van middelbare leeftijd met een bril, ringbaardje en grijze spencer, schonk een jenever in. IJsbloks zusje, een bakvis van een jaar of veertien, maakte een opmerking over mijn provinciale accent en geslis. “Wat praat je raar, je kan wel horen dat je niet uit Amsterdam komt.”

Def P vouwde een papier in kleine vakjes en scheurde die langs de vouwen af. Vanavond trok de familie lootjes voor Sinterklaas. Viert de Osdorp Posse Sinterklaas? vroeg ik aan Def P. “Ja natuurlijk, het is een Oerhollands feest”, antwoordde de rapper. “Kerst kan van mij de tering krijgen.”

De moraal van dit verhaal? Rappers zijn ook gewone mensen.

donderdag 17 september 2009

Bijna de echte Joni Mitchell

Je moet van goeden huize komen om Joni Mitchell te coveren. Charlie Dée slaagt summa cum laude.

Precies op de maat van Coyote begint het rookalarm te fluiten in het mottige theaterzaaltje boven op het Groothandelsgebouw in Rotterdam. Dat is balen als je als artiest bezig bent met een eerbetoon aan je grootste heldin en inspiratie, Joni Mitchell. En dat bovendien gefilmd wordt voor een documentaire. Maar Charlie Dée lost het ontspannen op. ‘Dat komt door die haarlak die je bij me hebt opgespoten’, grapt de zangeres naar haar visagiste. Als de band de draad weer heeft opgepakt, begint er een bewaker luidruchtig te telefoneren. Gelukkig kun je het uit de film knippen en zit de zaal vol familie en vrienden. ‘Ik ben blij dat jullie niet betaald hebben.’

Het prille leven van Renée van Dongen veranderde voorgoed toen ze zeventien jaar was. Van haar eerste vriendje kreeg ze een bandje van Joni Mitchell. Renée van Dongen werd Charlie Dée. ‘Door Joni Mitchell wist ik dat ik fulltime wilde gaan zingen en dat ik zelf moest gaan schrijven.’

Zonder Joni Mitchell dus geen Charlie Dée. Haar invloed klinkt duidelijk door in Charlies eigen muziek. De inmiddels 32-jarige zangeres en winnares van de Grote Prijs van Nederland en een Essent Award, leerde van Mitchell ‘verder te kijken dan je neus lang is’. ‘Ze zegt niet: ik hou van jou, maar ze zegt het op een andere, beeldende manier. Joni Mitchell schrijft alsof ze schildert. Of eigenlijk schildert ze als ze schrijft.’ De magie van Joni Mitchell? ‘Niemand zingt mooier over het leven en de liefde dan Joni Mitchell,’ zegt Charlie bewonderend over de Canadese die door velen wordt gezien als een van de belangrijkste singer-songwriters.

Een eerbetoon aan de belangrijkste inspirator van Charlies leven en werk is dus een logische consequentie. In het theaterprogramma A Tribute to Joni Mitchell waarmee Charlie Dée dit najaar door het land reist zingt ze Joni-klassiekers als Blue, A Case of You, Both Sides Now, maar ook minder bekende nummers als Cherokee Louise, The Drycleaner from Des Moines en Night Ride Home.

Tussendoor vertelt Charlie anekdotes uit Joni’s bewogen leven en over de ontstaansgeschiedenis van de songs. ‘Maar de rode draad is ook mijn leven, omdat ik heel erg door Joni Mitchell beïnvloed ben’, voegt Charlie toe. ‘Veel liedjes gaan terug naar een moment van mij. Daar heb ik herinneringen aan, of ben ik door getroost, of daardoor ben ik op een bepaald spoor gezet. Dat eerste cassettebandje kreeg ik van mijn eerste vriendje. Hij was 33 en ik was 17. Een groot leeftijdsverschil en veel mensen vonden dat helemaal niet gaaf. Een van de liedjes op het bandje was My Old Man. Dat liep ik een jaar lang te kwelen. Ik voelde meteen een vriendschap met Joni.’

Charlie heeft Joni Mitchells oeuvre binnenstebuiten gekeerd, uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet. ‘Ik heb me echt de pleuris gestudeerd!’, lacht Charlie. ‘Ik heb drie maanden lang elke dag gestudeerd. Nog nooit heb ik iets zo gedisciplineerd aangepakt. Eerst heb ik alle teksten uit mijn hoofd geleerd en heel erg háár ding gedaan, en toen ben ik pas mijn eigen ding ervan gaan maken. Ik heb alles drie maanden lang elke dag door gezongen, zodat het helemaal in mijn stem ging zitten. Het is ongelofelijk moeilijk.’

Een van de moeilijkste aspecten van Joni Mitchells complexe muziek is haar onconventionele gitaarspel. Vele gevorderde gitaristen hebben zich het hoofd gebroken over haar typische, afwijkende stemmingen. ‘Joni Mitchell is een autodidact en niet gehinderd door kennis heeft ze zichzelf allerlei gekke, afwijkende stemmingen aangeleerd’, legt Charlies gitarist Martijn van Agt uit. ‘Als geoefend gitarist ga je uit van bepaalde conventies. Er is niets zo moeilijk als spelen als een leek als je een geoefend gitarist bent. Je moet van alles gaan afleren.’ Die moeite heeft Van Agt zichzelf bespaard. ‘Ik heb mijn gitaar expres niet omgestemd, want ik wil geen copycat zijn. Het gaat mij niet om haar spel, maar om de liedjes.’

Dan is er nog een andere complicatie: de Joni Mitchell-fans. Want kom niet aan het werk van de godmother der singer-songwriters, dat is heiligschennis. ‘Ik was wel bang voor kritiek ja. De eerste paar keer dat we het deden - en ik wist dat er een paar echte Joni-fans kwamen- was ik wel zenuwachtig’, bekent Charlie. ‘Maar ik hoor alleen maar positieve verhalen. Er komen mensen naar me toe die zeggen: ik ben haar grootste fan, ik heb haar live gezien, ik heb al velen gezien die het geprobeerd hebben, en jij dóet het.’

Charlie Dées vertolking kan de goedkeuring wegdragen van Joni Mitchell zelf, die een paar video’s van de tribute op haar website zette. Joni Mitchell treedt zelden nog op, dus Charlie Dée is waarschijnlijk het dichtste dat je ooit bij de echte Joni Mitchell zal komen.


Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers

donderdag 27 augustus 2009

‘Ik heb zo veel gemist in de jaren dat ik in The Cranberries zat’

Popster zijn is niet zo romantisch als het lijkt, weet Dolores O’Riordan. De zangeres van The Cranberries leeft tegenwoordig voor haar gezin. Toch is er nu een tweede soloalbum. Én een reünie van de band.

Het is even tanden op elkaar voor Dolores O’Riordan. Het is al haar tiende interview vandaag en ze moet nog meer Europese hoofdsteden langs. Het is een mooie lentedag in mei, drie maanden voor de release van No Baggage, haar tweede plaat zonder The Cranberries. De zangeres propt alle promotieactiviteiten in het voorjaar, zodat ze in de zomer op vakantie kan met de kinderen. Want haar gezin komt tegenwoordig op de eerste plaats.

In 2003 zette O’Riordan een punt achter The Cranberries, de immens succesvolle band die wereldhits scoorde met Zombie en Linger. De zangeres met de overslaande stem worstelde jarenlang met de druk van het sterrendom en dat uitte zich in paniekaanvallen en eetstoornissen. ‘Te jong, te beroemd, te veel druk, te veel mensen om me heen’, analyseert O’Riordan.

Spirituele reis

De spotlights beu ging O’Riordan (37) op zoek naar zichzelf. Ze trok zich terug op haar landgoed in Limerick en in een boshut in de Canadese wildernis, baarde kinderen en hervond haar liefde voor muziek.

No Baggage verwijst naar een spirituele reis. Bagage maakt je tot wie je bent en wordt. Naarmate je ouder wordt, leer je met je bagage omgaan. Je leert jezelf beter kennen en accepteren. Je wordt sterker.’

Na een eenmalig optreden in januari zette O’Riordan dit voorjaar de deur voor een reünie van The Cranberries op een kier, al ‘hebben we het er nog niet over gehad’, zei ze nog in mei. Deze week kondigde de band plotsklaps aan komend najaar weer op tournee te gaan. Er zouden zelfs nieuwe songs geschreven worden.

The Cranberries waren een product geworden. De lol was ervan af, verklaart O’Riordan het einde van de band destijds. Dat je daar weer tegenaan kan lopen gaat er bij de zangeres niet in. ‘Ik zit niet meer bij een grote platenmaatschappij, dus er is veel minder druk. Ik treed op wanneer het mij uitkomt. Toen ik mijn solodebuut uitbracht (Are You Listening? uit 2007), vroeg iedereen zich af wie Dolores O’Riordan was. Dat was een opluchting. Ik begon met een schone lei, moest mezelf opnieuw bewijzen. Dat was veel leuker dan verdergaan met The Cranberries en op die naam te teren. Muziek is weer een hobby. Mijn prioriteiten liggen anders. Nu is zorgen voor mijn kinderen en ouders mijn werk.’

Huis schoonmaken

Haar leven is lichtjaren verwijderd van haar vroegere sterrenbestaan. ‘Ik ga met mijn kinderen mee naar school als voorleesmoeder. Ik geniet van kleine dingen als ontbijten met ze. Ik maak het huis schoon. Zalig! Vroeger was ik alleen maar bezig met The Cranberries. Ik werd een Cranberry toen ik nog op school zat. Ik wist niet beter. Je hebt amper contact met je familie en verliest je vrienden. Dus ik moest dit doen om erachter te komen wat het echte leven was. Ik heb zo veel gemist in de jaren dat ik in The Cranberries zat.’


Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.