zaterdag 10 december 2011

Een inktzwart en bloedrood liefdesverhaal

Foto: Vivian Johnson

Willy Vlautin (43) komt Paradiso uit lopen met twee blikjes Heineken in zijn hand. “Laten we lekker buiten gaan zitten, het is prachtig weer.” Recordweer zelfs. Het is de warmste 1 oktober ooit. We nestelen ons achter de poptempel aan de gracht, waar bootjes met feestende mensen en slechte Eurohouse voorbij glijden. Het Leidseplein gonst van de drukte. Boven de stad ronkt een politiehelikopter. Die houdt een oogje in het zeil omdat op het Spui krakers en de ME elkaar in de haren vliegen.

De broeierige sfeer staat in schril contrast met de claustrofobische verstilling van het afgelegen houthakkersdorp ‘waar het zes maanden per jaar regent’ uit The High Country, het nieuwste album van alt.countrygroep Richmond Fontaine. Op het negende album combineert voorman Willy Vlautin zijn beide disciplines. Naast negen albums publiceerde de singer-songwriter namelijk ook drie al even lovend ontvangen romans, waarvan het debuut The Motel Life volgend jaar als film in de roulatie zal gaan met in de hoofdrollen Kris Kristofferson, Stephen Dorff en Dakota Fanning. The High Country is volgens eigen zeggen een song novel, een liedjesroman. Een ambitieus project, waarbij het vooral de kunst was een balans te vinden tussen vorm en inhoud. Je moet het verhaal vertellen zonder de songs in de weg te zitten.
“Dat is altijd mijn grootste probleem als songwriter geweest”, bekent Vlautin. “Vroeger voerden de teksten de boventoon. Ik heb wel een paar goede songs verpest met de teksten. Of ik formuleerde de tekst zo precies dat het ten koste ging van de melodie. De catchy nummers zijn altijd eerst de muziek, de niet-catchy liedjes de tekst eerst. Als ik een liedje schrijf gaat het om het gevoel. Dan heb ik het verhaal in mijn hoofd en probeer ik het in dat gevoel te passen, zodat dat overkomt als je het nummer luistert. Het heeft me jaren gekost om de juiste balans te vinden, en ik worstel er nog steeds mee. Onze producer J.D. Foster leerde me te zeggen wat ik wilde te zeggen zonder zo veel woorden nodig te hebben. Ik probeer altijd een heel verhaal in drie minuten te passen. Soms lukt dat, vaak gaat het mis.”



The High Country behelst een inktzwarte en bloedrode liefdesgeschiedenis, die zich afspeelt in het achterland van Oregon, ‘waar het zes maanden per jaar regent’.
“Het gaat over een meisje uit een klein dorpje dat zwanger wordt van een gozer die ze eigenlijk niet leuk vindt. Maar ze weet niet wat ze moet doen en uiteindelijk trouwt ze met hem”, omschrijft Vlautin het plot. “Na hun huwelijk krijgt ze een miskraam. Hij geeft haar de schuld en praat niet meer met haar. Ze woont middenin de bossen, houthakkersgebied. Na het werk maakt ze lange wandelingen langs de ‘logging roads’. Het is heel deprimerend, ze zit vast in een gehucht.
Dan is er nog een man die een louche kroeg runt waar veel speed en methamfetamine wordt gebruikt. Hij is verliefd op haar en zonder dat ze het weet houdt hij haar in de gaten tijdens haar wandelingen.
Intussen is er een automonteur die terugkeert naar het dorp. Het meisje werkt in een autogarage. Ze komen elkaar weer tegen. Ze kenden elkaar van jaren geleden. De monteur wordt ook verliefd op haar. Hij probeert haar over te halen aan om met hem te vluchten. De nummers The Eagles Lodge, The Meeting on the Logging Road en The Mechanic’s Life vertellen zijn verhaal: verzamel al je moed, pak je boeltje en wegwezen. Uiteindelijk in I Can See a Room, heeft ze eindelijk de moed en ziet ze een uitweg uit het dorp.
Maar in de tussentijd vermoordt de speedfreak Claude Murray haar man en zijn eigen vrouw, omdat hij denkt dat hij dan het meisje krijgt. En uiteindelijk vermoordt hij ook de automonteur en hij wordt weer vermoord door de bareigenaar Angus King. Hij heeft pleinvrees en zit gekluisterd aan zijn kroeg en is in feite onderworpen aan de gek die zijn bar runt.
Het is een donker verhaal, heel romantisch en heel gewelddadig, goed en slecht. Eigenlijk heel eenvoudig, ik vond dat het verhaal voor een plaat simpel moest zijn.”

Voor The High Country hoefde Vlautin niet ver te zoeken voor inspiratie. “Shit man, ik woon zelf in de bossen, zestig kilometer buiten Portland, Oregon. Het is een groot bosbouwgebied. Zie je dat gebouw daar? De bomen zijn er nog hoger. En ze zijn overal. Je kunt niks zien. Het is er regenachtig en mistig zes maanden per jaar. Maar je kunt iedereen horen. Iedereen schiet met geweren, scheurt rond in trucks, fucking weird noises. Er is een familie die er al honderdvijftig jaar woont. Er woont een hippie in een stacaravan. Er is een arme familie en een rijke familie. Maar je kunt ze niet zien omdat er allemaal bomen staan.
Ik begon te schrijven omdat elke morgen om half vijf denderen de vrachtwagens met boomstammen langs mijn huis. Het hele huis staat dan te schudden op zijn grondvesten omdat ze zo groot zijn en zo veel kabaal maken. Ik werd er wakker van en begon erover na te denken. Ik wilde eigenlijk liefdesliedjes schrijven, omdat het soms zo duister wordt in mijn hoofd dat ik hoopte dat het me zou opvrolijken en dat ik meer in het leven zou gaan geloven.  Maar toen begon ik daar antwoorden op te geven, en zo ontstond het verhaal van The High Country.”

In boeken en films zijn Amerikaanse dorpjes vaak angstaanjagende plaatsen vol achterlijke, gevaarlijke, gestoorde mensen, waar het kwaad op de loer ligt. Maar strookt dat beeld wel met de werkelijkheid?
“Nee, in zijn algemeenheid waarschijnlijk niet”, erkent Vlautin. “In het gehucht waar ik woon zijn de mensen toevallig ongemeen conservatief en niet bepaald vriendelijk tegenover vreemdelingen. Ik kom zelf uit zo’n gezin, vandaar dat ik veel schrijf over bekrompenheid en vijandigheid. Ik worstel er al mijn hele leven mee. Het verontrust me. Het is de angst voor dat soort mensen. Mensen die al zes dagen wakker zijn en speed gebruiken zijn gestoord, niet voor rede vatbaar, ze zien dingen die er niet zijn. Dat vind ik heel griezelig. In veel kleine dorpjes in Amerika is speedgebruik een groot probleem. Ik heb speed altijd een fascinerende drug gevonden omdat gekte veroorzaakt. Doodeng. Ik heb eens meegemaakt dat ik gewoon op straat liep en zo’n kerel op me af stevende en vroeg: waar is mijn vrouw? En je hebt geen idee waar hij het over heeft. Dan moet je je uit zo’n penibele situatie zien te redden.”
Paradoxaal genoeg voelt Vlautin zich daar wel thuis. “De natuur is zo prachtig. Mijn vriendin heeft paarden, ze is een paardrijmeisje. Je zit wel tussen de conservatievelingen, maar je ziet ze niet vaak. Juist die afzondering vind ik zo prettig aan daar wonen.”
Als schrijver is Vlautin gefascineerd door Amerikanen aan de zelfkant van de samenleving, met verrotte levens doordrenkt van alcohol. “Ik vind het niet zozeer fascinerend, maar ik kan gewoon niet stoppen met eraan te denken. Neem waar dan ook de lokale krant en je leest over de meest verschrikkelijke dingen die mensen elkaar aandoen. En dat zijn gewoon je buren. Dan heb je nog de oorlogen, massamoorden, hongersnoden. De wereld is een chaos. En dat houdt me voortdurend bezig. Ik heb mijn liedjes nooit naargeestig gevonden, ze zijn gebaseerd  op de werkelijkheid. Vroeger dacht ik dat mijn hoofd wat zou opklaren als ik ouder werd, maar shit, dat is niet gebeurd.”

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen