zaterdag 5 juli 2014

Habib Koité: Het gaat beter in Mali


Voor de 26e keer vindt dit weekeinde het Afrikafestival Hertme plaats. Hoewel vrij onbekend, weet het Twentse gehucht al meer dan een kwart eeuw grote namen uit de Afrikaanse muziek te strikken, onder wie gitarist Habib Koité.

De Malinees Habib Koité koestert warme herinneringen aan het tweedaagse Afrikafestival dat jaarlijks wordt gehouden in het openluchttheater van Hertme. „Ik stond jaren geleden al een paar keer op het festival”, zegt hij. „Ik houd van de gezelligheid. Het is niet al te groot, de podia staan dicht bij het publiek, er komen veel gezinnen, ze zijn aandachtig.”

Koité (1958) keert dit weekeinde, in het kader van zijn Europese tournee, terug naar Hertme. „De eerste keer dat ik er speelde, werd ik thuis uitgenodigd door programmeur Rob Lokin. Hij heeft een enorme platencollectie met oude Afrikaanse bands uit de  jaren ‘50. Ik heb nog nooit zo veel platen gezien van groepen als Zani Diabaté, de leider van de Super Djata Band die succesvol was in Europa. Dat zal ik nooit vergeten.”


De gitarist brak in de jaren ‘90 internationaal door. Hij speelde samen met artiesten als Eric Bibb en Bonnie Raitt. Kenners roemen hem om zijn unieke gitaarspel, waarbij hij een open pentatonische stemming gebruikt.

Mali, nu vooral in het nieuws vanwege de strijd tegen de islamisten, kent een zeer rijke muziekcultuur. Musicologen zien het land als de bakermat van de blues.

„Mali ligt ingeklemd tussen meerdere landen, dus het is het hart van een grote regio, het hart van het Mandingo koninkrijk”, vertelt Koité. „Er is van oudsher een grote verscheidenheid aan muzieksoorten en talen. Mali was het centrum van alle rijken. In deze periode was de griot, een soort troubadour, belangrijk om de verhalen van de koningen te vertellen aan het volk. Die boodschappen werden muzikaal begeleid. Zo was de boodschap makkelijker te horen voor de mensen.”

„Tot op de dag van vandaag is de griot een soort encyclopedie van onze tradities, cultuur en de geschiedenis van onze voorvaderen. Het is belangrijk om te weten waar we vandaan komen, om te kunnen weten waar we naartoe gaan in de toekomst. Wat betreft ritmes: je kunt eenvoudig ritmes herkennen zoals M’balax uit Senegal of Coupé Décalé uit Ivoorkust. In Mali zijn er veel verschillende ritmes zoals wassoulou, takamba, danssa. Ze vallen onder de noemer Mandingo-muziek, maar de diversiteit is groot.”

"Het was vreemd dat muziek verboden werd, want het is zo een belangrijk  onderdeel van het dagelijkse leven van de Malinezen."

Muzikanten hadden het moeilijk onder het strenge islamitische bewind in het noorden van Mali. Ze werden geïntimideerd, hun instrumenten werden in beslag genomen en verbrand. Koité: „Het was vreemd dat muziek verboden werd, want het is zo een belangrijk  onderdeel van het dagelijkse leven van de Malinezen. Bij elke belangrijke gebeurtenis - geboortes, sterfgevallen, bruiloften - wordt muziek gemaakt. Dat is niet alleen voor het plezier, het maakte deel uit van de cultuur, en dat mocht niet meer.”

Daarnaast was het een financieel probleem voor de muzikanten, die hun broodwinning kwijtraakten. „Zelfs in Bamako waren samenscholingen verboden, dus concerten mochten niet. Gek genoeg gold dat niet voor sportwedstrijden. Toen de problemen achter de rug waren, zijn de muzikanten niet gecompenseerd. Terwijl ze maanden zonder werk en geld hebben gezeten.”


Koité is optimistisch over de huidige situatie in zijn land. „Het gaat echt beter. Er is nieuwe hoop op vrede. Dat is het belangrijkste. Meer wil ik er niet over zeggen.”


Hij werkte vorig jaar mee aan het vredeslied ‘Mali-ko’ van Fatoumata Diawara over de oorlog in Mali. Op zijn nieuwe album ‘Soô’ bezingt Koité de eenheid van het Malinese volk. „’Soô’ betekent zoiets als ‘oost west, thuis best’, waarmee ik wil zeggen dat  ik me goed voel in Mali.”

Echter, aan politiek doet Koité niet. „Voor mij is muziek in de eerste plaats entertainment. Als de muziek goed is en mensen raakt, zullen ze luisteren en uiteindelijk een boodschap mee krijgen.”

Dit artikel verscheen eerder in De Gelderlander.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen