zaterdag 28 maart 1998

De DITC dynastie

`Keep it real' is een credo dat door overmatig en onrechtmatig gebruik behoorlijk aan kracht heeft moeten inboeten. Degenen die dit het hardst riepen waren vaak ook degenen die er zich het minst aan hielden. Het Newyorkse collectief Diggin' In The Cra­tes heeft echter altijd de daad bij het woord gevoegd. Dig­gin' In The Crates staat voor hiphop in de ware zin van het woord. Dit jaar willen ze hiphop gaan kapen.

Diggin' In The Crates, kortweg DITC, werd opge­richt door Dia­mond D (producer en rapper), Lord Finesse (rapper en producer) en Showbiz & AG (respectievelijk producer en rap­per). De groep draagt pas vanaf begin jaren '90 de naam Diggin' In The Crates, maar het vier­tal was al op jonge leeftijd geza­men­lijk actief op house- en blockparty's in The Bronx, New York. De naam `Dig­gin' In The Crates' (`Graven In De Kratten') slaat op hun lief­de voor oude jazz- en funk­platen.

De crew
Diamond D (die wegens een juridische kwestie met zijn uit Cali­fornië afkomstige naamgenoot officieel Diamond heet) was de eerste die een plaat uitbracht, genaamd `I'm Not Play­ing', samen met Master Rob en The Ultimate Force.
In 1989 bracht Lord Finesse (Robert Hall) zijn debuut `Funky Technician' uit, een plaat die al snel een underground klassie­ker werd. Vanaf toen begon het balletje te rol­len. Lord Fines­se: "Iedereen dacht: `Finesse komt uit de projects (sociale woningbouw, PS), we wonen allemaal in dezelfde buurt, dat kun­nen wij ook."
`Funky Technician' was tot stand gekomen met medewer­king van Diamond D (Joe Kirk­land), Showbiz (Rodney Lemay) en dj Premier (van Gang Starr). AG (Andre Barnes) rapte ook mee, en zodoende zijn hij en Show­biz een duo gewor­den, dat in 1992 de inmiddels klassieke EP `Party Groove' en daarna de eveneens klassieke elpee `Runa­way Slave' uitbracht.
Terwijl Diamond D rond 1992 met zijn eerste solopro­ject `Stun­ts, Blunts & Hip­hop' bezig was, ontdek­te hij de eveneens uit The Bronx afkom­stige Puertoricaanse rapper Fat Joe (Joe Carta­gena). Rond die tijd ontdekte Lord Finesse de rapper Big L (L. Cole­man) en de producer Buckwild (Anthony Best). Op een tournee leerde Buck­wild de rapper OC (Omar Cred­le) kennen. OC kwam oor­spronkelijk uit de stallen van Organi­zed Konfu­sion, en was al te horen op hun single `Fudge Pudge' uit 1991.
Het nieuwste lid van DITC is, als men de geruchten mag geloven (het is dus niet officieel), Big Punisher. Punis­her werd ont­dekt door Fat Joe, en deed al een gastoptreden op Fat Joe's laatste plaa­t. Hij is tevens lid van Fat Joe's crew, Terror Squad (tezamen met Shorty Pros­pect, Cuban Link en Triple Sies).
Punisher heeft een contract met Loud Records, waar hij de sin­gle "I'm not a Player" uitbracht.

Het jaar van DITC
1998 Moet het jaar van DITC worden. Big L: "We gaan onze plaat­sen reserveren. Op de stoelen staat `DITC', het is onze plek."
-"Just get the fuck outta there!", vult OC hem aan.
Klare taal dus. Nu horen we het de DITC-leden al jaren zeggen (volgens Big L staat er al sinds eind jaren '80 een gezamenlijk project op het programma), maar dit jaar lijken de plannen eindelijk vaste vor­men aan te nemen.
Allereerst komt het groepsalbum eraan. Vorig jaar bracht DITC al twee singles in eigen beheer uit (`Day One' en `In­ternation­ally Known/The Ene­my' op DITC Records). Voor het hele album hebben ze een con­tract met het label PayDay gete­kend.
Wat mogen we dit jaar nog meer van DITC verwachten? `Moeders mooiste' Fat Joe (alias Joey Crack) zal dit voorjaar na een afwezigheid van bijna drie jaar weer te­rugkeren. Voor dit album is Fat Joe van label ges­witched. Voor­heen zat Fat Joe op Rela­tivi­ty Records, waar hij zijn twee albums `Represent' (1993) en `Jea­lous One's Envy' (1995) uit­bracht. `Joe Cartagena', zoals zijn derde plaat gaat heten, zal waar­schijnlijk uitkomen op Atlan­tic Records. De eerste single van de nieuwe elpee, `Find Out', kwam ook al uit op Atlantic. De produktie van `Joe Carta­gena' wordt ge­daan door Buckwild, Ras­had Smith, Sugar Bear en the Hitmen. Raekwon (Wu-Tang Clan), Prodigy (Mobb Deep), Norie­ga (Capone-N-Norie­ga), Big Punisher, Nas en zelfs Bone Thugs-N-Harmony zul­len vo­caal hun steentje bijdra­gen.
Lord Finesse werkt momenteel ook aan zijn nieuwste plaat. `The Underworld Operator' moet Fines­se's vierde album gaan heten. De produk­tie wordt gedaan door Lord Finesse zelf, alsme­de Showbiz, Buck­wild, Diamond D, dj Pre­mier en Easy Mo Bee. "Ik denk niet dat het zo kleurrijk als `The Awakening' (zijn vorige album, red.) gaat klinken, met alle smoo­th stuff erop. Je hebt nog wel drie of vier nummers die anders klinken, maar de rest is strai­ght Finesse type stuf­f", zei Lord Finesse al eerder in Xces. De plaat zou eerst vorig jaar okto­ber, en later januari dit jaar gedropt worden, maar het schijnt dat Lord Finesse enige ge­schillen met zijn label Penal­ty Re­cords heeft.
Ook Diamond D lijkt overhoop te liggen met zijn platen­label Mercury Re­cords, aangezien het gerucht circu­leert dat hij zelfs door Mercury gedropt is. Wat daarvan waar is, is tot dusver niet bekend. Op Mercury verscheen vorig jaar Diamond D's tweede solo-album `Love, Hatred & Infidelity'.
Big L bereidt zich inmiddels voor op een opvolger voor zijn debuut `Lifestylez ov da Rich & Dangerous' uit 1995, dat op zijn eigen label Flamboyant Records zal verschijnen. Veel is er nog niet over bekend, maar in een interview met dit blad liet Big L weten dat het album anders dan zijn debuut wordt. "Ik ben nu niet kwaad, ik heb iets te bewijzen."
Ook Showbiz & AG schijnen met een nieuw pro­ject aan de slag te zijn.
OC (alias Mush), die vorig jaar zijn tweede plaat (`Jewelz') uitbracht, is al bezig met een nieuw project. De opnames voor `Love, Hell or Right', zoals de voorlopige titel luidt, moesten in januari beginnen.
De leden van Diggin' In The Crates zijn ook buiten DITC ac­tief. Diamond D produ­ceert voor de tweede elpee (`The End') van de West­coast-rapper Ras Kass. OC zal ook op de plaat te horen zijn. OC en Ras Kass hebben ook de koppen bijelkaar gestoken voor de Open Mic/Rawkus verzamelaar `Lyricist Lounge Volume I'. Voorts doet OC doet een nummer (`Your Life') op de sound­track van de film `Soul in the Hole'. De soundtrack zal ver­schijnen op Loud Records.
Lord Finesse rondde enkele maanden geleden een samenwerking af met een Zweedse rapper genaamd Steven Simmons. Op de plaat rijmen Big L en Marquee (een vrouwelijke emcee, die ook al op Lord Fines­se's `The Awakening' te horen was) mee. Ook hier hebben DITC dus hun visitekaartje achtergelaten.
Buckwild produceerde recentelijk met Diamond D voor `Afro Jazz­', en ook de `Tru Criminals' elpee bevat beats van Buck­wild, alsmede Lord Finesse. Buckwild en OC drukten de DITC-stem­pel op twee nummers op de `Street Smartz' verzamelaar, op de nummers `Problemz' en `Metal Thangz' om precies te zijn. Ook Organized Konfusions Pharaohe Monch is hierop te horen.

DITC's betekenis voor hiphop
Diggin' In The Crates heeft een grotere invloed in de hiphop dan het op het eerste gezicht lijkt. DITC ver­vult een be­lang­rijke rol achter de schermen, door het pro­duceren of het doen van remixes voor een groot scala aan meer en minder beken­de arties­ten. Lord Finesse heeft bij­voorbeeld beats gemaakt voor The Notorious B.I.G., en Dia­mond D produceerde voor The Fugees.
De back to basics geest die een paar jaar terug speelde is deels terug te voeren op Diggin' In The Crates. Men heeft tot op het heden het gevoel dat hiphop te ver van de kern verwij­derd is geraakt. Er ontstond een herwaardering voor de funda­men­ten van hiphop, dat zich uitte in een revival van de old skool. De battle rhymes, met het zogenaamde braggin' and boas­tin' (opscheppen), keer­den terug in de tek­sten.
De teksten van de DITC-leden, en vooral Lord Finesse, hebben altijd gespeend gestaan van dit soort b-boy machismo. In een tijd waarin tallo­ze rappers zich gedwongen voelden ofwel op de kennis- ofwel de gangstertrein te springen, is dat tamelijk non-con­ventioneel. Geleidelijk aan werd dat door anderen opge­pikt.
Het belang van Diggin' In The Crates moet vooral in de pijlers van de hiphop gezocht worden. DITC mag dan wel weinig mainstre­am suc­ces heb­ben, de formatie geniet wel veel respect in de under­ground, de basis en kern van alle muziek. De populaire hiphop die in de hit­lijsten zegeviert, hiphop à la Puff Daddy bijvoor­beeld, steunt op de underground. De underground bestaat uit trendlei­ders, het is de bron van nieuwe ontwikkelingen, en het bepaalt de richting. Juist bij hip­hop is dit het ge­val, omdat hiphop bij uitstek muziek van de straat is. En de straat, dat is waar DITC zich ophoudt.
Daarom, en wegens de constante kwaliteit van hun produkten, kan een groep als DITC altijd zeker zijn van een vaste plek in het snel groeiende hiphop spectrum. Met hun creatie­ve input nemen ze hiphop steeds een stapje verder. Afgezien daar­van bestaat er een weliswaar kleine maar wel consis­tente doel­groep die hun platen wel koopt.
Door deze lowkey benadering is DITC nooit tot de mainstream doorgebroken, en heeft de groep zelfs te kam­pen met tame­lijk slechte verkoopcij­fers. Ze maken hiphop volgens de wetten van de straa­t, het recept waarmee hiphop in haar puurste vorm be­reid wordt.
Om in de mainstream te slagen moet de muziek aan bepaalde onge­schre­ven wetten voldoen. De muziek moet bijvoor­beeld van haar scher­pe rand­jes ontdaan zijn. Het moet een ge­luid hebben dat voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk is. Vaak betekent dit dat de artiest concessies moet doen. De leden van DITC staan er niet bepaald om bekend zich aan te passen aan die onge­schreven wetten voor commercieel succes.
Diggin' In The Crates staat nu al bijna tien jaar garant voor onver­valste hiphop met veel street appeal. Het is verfrissend om te horen dat er nog steeds mensen zijn die bij de kern blij­ven, die de essentie van hiphop weer­geven. Dat laatste is dezer dagen helaas een schaarstegoed gewor­den. DITC toont niet alleen dat ze ruggengraat hebben, maar dat ze ook de ruggengraat van de hiphop zijn.





Discografie
Voor degene die alvast een voorproefje wil hebben van wat DITC tot nu toe heeft gedaan, is er genoeg voor handen. Diamond D dropte eind vorig jaar zijn lang verwachte album `Love, Hatred & Infideli­ty' op Mercury Records. Zijn eerste album, `Stunts, Blun­ts & Hiphop', is inmid­dels opnieuw door Chemistry Records uit­gebracht. Op de re-release staan echter niet alle nummers. Dia­mond heeft ook tal­rijke produkties voor andere artiesten op zijn naam staan, waaronder namen als Fu­gees, Alkaholiks, Phar­cyde, Ras Kass (Dia­mond gaat ook voor Ras Kass' nieuwe album produceren), Ra­kim, KRS-One en Sadat X.
Ook Buckwild heeft als producer zijn sporen verdiend. Behalve produkties voor DITC, kan hij ook namen als Mic Geronimo, Orga­nized Konfusion, Artifacts, AZ, Kool G Rap en The Notorious B.I.G. op zijn curriculum vitae zetten.
Vorig jaar werd `Runaway Slave', de debuutelpee uit 1992 van Showbiz & AG opnieuw uitgebracht (helaas staan niet alle num­mers erop). Hun EP `Par­ty Groove' (1992), die aan `Runaway Sla­ve' vooraf ging, is ook opnieuw uitgegeven in eigen beheer (Sho­wbiz Productions). `Goodfellas' (1995), het laatste album van Show & AG, ligt nog steeds in de winkels.
OC bracht vorig jaar op Payday Records `Jewelz', de opvolger van zijn debuut `Word...Life' uit. Volgens OC is hij op `Jewe­lz' ouder, wijzer en daarmee milder geworden: "De tek­sten zijn wat meer getemperd. `Word...­Life' was een persoonlijk album, dit album is meer business, het heeft een groter be­reik. Het is iets voor ieder­een, makkelijk luisterbaar. Niet té makkelijk luisterbaar, maar gewoon makke­lijk luisterbaar. Niet zoals `Word...Life', waar de rhymes mensen verwarden, zodat ze moes­ten terugspoelen en op­nieuw moesten luisteren."
Met `Word...Life' (1994) had OC de pech dat zijn toenmalige label Wild Pitch fail­liet ging. "Wild Pitch went out of busi­ness, word up!" zei OC sma­lend tegen Xces. `Word...Life' is al­leen nog met heel veel geluk te vin­den.
Lord Finesse's carrière ging ook niet van een leien dakje. Zijn debuut `Funky Technician' uit 1989 (op Wild Pitch) had, ondanks grote populariteit in de underground, teleur­stellende verkoop­cijfers. Volgens Finesse zelf is `Funky Technician' wel zijn best verkochte plaat: "Dat niveau heb ik nog niet be­reikt."
Een betere deal met het grotere label Giant, plus steun van Ice-T en lidmaatschap van het Rhyme Syn­dicate leken goede prik­kels voor Finesse's car­rière. Zijn twee­de album `Return of the Funky Man' (1991) haalde echter ook niet de beoog­de verkoopcij­fers.
In 1995 keerde Lord Finesse terug met `The Awake­ning' op het label Penalty Records, dat, in tegen­stelling tot Finesse's eerste twee albums, een wat toegan­kelij­ker geluid had. `Funky Technician' is op­nieuw uitge­bracht, en `The Awakening' is nog steeds in de win­kels ver­krijgbaar. Of `Return of the Funky Man' opnieuw uitge­bracht zal worden, is niet bekend. Wel is er een verzamelaar (`From the Crates to the Vaults') met niet eerder uitge­brachte nummers en remixes uit die tijd verschenen. Behal­ve als rapper is Lord Finesse ook als produ­cer actief. Uiter­aard pro­duceert hij voor zichzelf en DITC, maar namen als The Noto­rious BIG, Sadat X, Capone-N-No­riega mogen niet onver­meld blijven.

woensdag 25 maart 1998

Big Pun: Engel des doods


Na een duwtje in de rug van boezemvriend Fat Joe gaat Big Pu­nisher op eigen kracht verder. Zijn aankomende debuutalbum moet hiphop een stap verder nemen, en de positie van Puerto­ricaanse rappers verster­ken.

Ik ben blij dat het interview met Big Punisher telefonisch plaatsvindt. Als ik vragen stel die hem niet aanstaan, kan Punisher hooguit de hoorn erop gooien. Zijn forse verschijning is namelijk die van iemand die je niet in een donker steegje wil tegen­komen, laat staan een ver­licht steegje. Voor zijn muzikale carrière leefde de uit de Bronx, New York afkomstige rapper van de drugshandel. Big Punisher is dus geen type om ruzie mee te krijgen.
Door de telefoon is Punisher echter de vrie­ndelijkheid zelve,
hij spreekt me zelfs aan met een vals Engels accent. Pun (voor intimi) schijnt be­kend te staan om zijn humor.
Big Punishers skills werden voor het eerst aan de wereld gepre­senteerd in 1995, met een gastoptreden op Fat Joe's album `Jea­lous One's Envy'. Deze succesvolle samenwerking werd voortgezet op de single `Fire­water' (tezamen met Raekwon van de Wu-Tang Clan). Puns skills wekten zoveel indruk dat Funkmaster Flex hem vroeg voor wat zijn `The Mixtape Vol. I'. Een single (`Wishful Thinking') met Cypress Hills B-Real, Kool G Rap en Fat Joe volgde, evenals een bijdrage voor Flesh-N-Bone (spin-off groep van Bone Thugs-N-Harmony).
In­middels heeft Pun een contract met Loud Records, waar hij tot nu toe twee singles heeft ge­dropt (`You Ain't A Killer' en `I'm Not A Player (I Just Fuck A Lot)­'). De remix van `I'm Not A Player', met de R&B zanger Joe krijgt al behoorlijk wat spins op de Amerikaanse radio. Een album is onderweg, `Ca­pital Pu­nishment' zal eind april in de winkels liggen. De beats worden gelegd door o.a. Minnesota (Money Boss Players), Psycho LES (Beatnuts), Frank Nitty (Trackmasters) en Showbiz (Showbiz & AG). Dat belooft dus wat te worden. Dat kan Punisher beamen: "The album's crazy. The album is next level hiphop. Om de paar jaar komt er iemand die hiphop voor je ver­andert, als alles hetzelfde klink­t. Ik denk dat ik deze keer de engel des doods ben."
Weinig mensen weten dat Puertoricanen ook aan de wieg van hip­hop hebben ge­staan. Net als Fat Joe een paar jaar geleden met `Represent', is Big Punisher met `Capital Punishment' op een missie om de positie van Puertoricanen in hiphop te versterken. "We zitten niet zoveel in the game als we zouden moeten. We moeten meer gasten erin hebben. Nu begin je dat allemaal te zien. Steeds meer gasten komen tevoorschijn, zoveel zelfs dat ze [de radiostati­ons - PS] het niet allemaal meer kunnen draai­en. Het wordt al zoveel erkend. Ik wijt het half aan de busi­ness, en half aan het feit dat artiesten niet durfden uit te komen. [Fat] Joe en ik zei­den: `we moeten niet bang zijn, wij maken ook zwarte muziek, we zijn alleen Puertoricaans'."

woensdag 18 maart 1998

MCing: Freestylin’ on the block, now I chief rock

Na een bestaan van een kwart eeuw is hiphop populairder dan ooit. Nog nooit stonden zoveel rappers in de hitlijsten. Nog nooit had hun muziek echter nog zo weinig met hiphop te maken. In 1998 heeft hiphop zichzelf grotendeels uit het oog ver­loren. De hoeveelheid mensen die (nog) weet waar hiphop voor staat is klein. Een slechte ontwikkeling die een steeds grotere bedrei­ging voor de cultuur gaat vormen.
Om weerstand te bieden tegen zijn eigen ondergang zal hiphop zich van zijn puurste kant moeten laten zien. De meest logische manier om dat te doen is terugkeren naar de oorsprong. Xces wil met deze serie het oude gevoel doen herleven, aan de hand van de 4 elementen van hiphop: DJing, breakdance, graffiti en MCing. Deze maand de laatste aflevering over het jongste element: MCing.


Als men aan hiphop denkt, denkt men in de eerste plaats aan rap. De twee termen zijn lange tijd zelfs synoniem geweest, ondanks dat er wel degelijk een verschil was. Zelfs over wat dat verschil nu precies was, is onduidelijkheid geweest. Uiteindelijk moesten ‘hiphop-personificaties’ als KRS-One (een bescheiden eer die de man zichzelf aandeed) aan de pas komen om de twee exact te definiëren. Hiphop is de (sub)cultuur, rap de muzikale uiting daarvan.
Van de vier elementen is rap de jongste. Midden jaren ‘70 droeg hiphop-peetvader DJ Kool Herc droeg ritmische rijmpjes voor over de platen die hij aan elkaar draaide, om zijn presentatie wat meer aan te kleden. Andere DJ’s gebruikten zogenaamde Masters of Ceremonies, kortweg MC’s, om het publiek op te zwepen en de feeststemming te verhogen. Zo had Grandmaster Flash zijn Furious Five. Gaandeweg ontwikkelden de partykreten zich in ritmische, vloeiende en rijmende spraakwatervallen. De boodschap die de MC’s uitdroegen werd ook belangrijker. Zo ontstonden de raps. De MC’s/rappers ontwikkelden zich tot artiesten, die deelnamen in battles, de letterlijk verbale krachtmetingen.
In 1979 verscheen de eerste rap op plaat. Op een b-kantje van een single van de Fatback Band stond King Tim III, van een gelijknamige rapper. Hierop volgde Rapper’s Delight van de Sugarhill Gang (vorig jaar gecoverd door de Def Squad). Meer rappers verschenen op plaat, zoals de klassiekers The Message van Grandmaster Flash (eerste rapplaat met een boodschap) en Planet Rock van Afrika Bambaataa & The Soul Sonic Force. Ook uit hele andere genres gingen artiesten zich toeleggen op het rappen, dat inmiddels een ware rage geworden was. Zo scoorde Malcolm McLaren, bekend van de Britse punkpioniersband Sex Pistols, een hit met Buffalo Gals.
Rap groeide snel uit tot het meest prominente element van de hiphopcultuur. Midden jaren ‘80 was Run-DMC de eerste serieuze rapgroep die op MTV te zien was. Run-DMC heeft de eerste gouden plaat van rap op hun naam staan, stonden als eerste rapgroep op de cover van de Rolling Stone, en waren de eerste rapgroep die een sponsordeal tekenden (met Adidas).
In het kielzog van Run-DMC volgde een nieuwe golf rappers, bekend geworden als de new school, die braken met de old skool. Een belangrijke rol speelde het Def Jam-label van Russell Simmons (grote broer van Run), met rappers als L.L. Cool J, Public Enemy en de Beastie Boys in zijn stallen. Andere vooraanstaande artiesten uit deze tijd waren Eric B & Rakim (Paid in Full), EPMD, BDP (KRS-One),Just-Ice, Biz Markie, Big Daddy Kane, Schoolly D, Ice-T en NWA.
Met de commerciële vlucht die rap steeds meer nam, raakten de overige drie elementen steeds meer op de achtergrond. Zo ontstond de spraakverwarring van hiphop en rap, en maakte rap ook een oversteek naar andere muzieksoorten, te beginnen met (hip)house.

Vroeger was een MC dus eigenlijk hetzelfde als een rapper. Deams (Dutch Masters), volgens sommigen de eerste Nederlandse rapper die vloeiende teksten kon voordragen, maakt geen onderscheid tussen de twee.
“Binnen hiphop is er voor mij geen rapper of MC. Het is allebei hetzelfde. Vroeger heette het een MC, en later werd het rapper genoemd.”
In bredere zin, dus buiten de grenzen van wat onder de noemer hiphop geschaard kan worden, maakt Deams wel een onderscheid.
“Rappen kan op elke muzieksoort. Je hoort ook rap op R&B of rock. MCing is meer hosten. Iemand die op een houseparty het publiek oppept is ook een MC. En entertainer. Dat hangt ook weer af van het soort evenement.”
Dat brengt ons op een lastige kwestie, namelijk wat nou precies een rapper is, en wat een MC. De meningen lopen hierover nogal uiteen. Tegenwoordig lijkt er steeds meer onderscheid te worden gemaakt tussen een rapper en een MC. Een rapper wordt vaak gezien als iemand die gewoon rapt, of dat over hiphop beats is, of over andere muzieksoorten. Een MC is meer hiphop, als een exponent van de cultuur. Een MC zou meer een battler, een freestyler, en eventueel een host (op party’s) zijn.
“Ik denk dat een rapper van alles kan zijn en dat een MC meer met zijn hart bezig is. De MC beoefent meer de kunst, de hiphop druipt er vanaf.”, zegt Skate the Great (Next Chapter, Dutch Masters). Brainpower (Butter-host, rapper, MC, Bassic Groove/Update-journalist) aarzelt met het maken van een onderscheid tussen een rapper en een MC. “Dat hangt er vanaf hoe je het definieert. Volgens mij is er niet echt een verschil tussen een MC en een rapper, tenzij je met MC een host bedoelt.” Maar hij erkent wel: “Een rapper is iemand die gewoon ritmisch een rijmpje zegt over een beat. Dat kan dope of wack zijn, het kan over een hiphopbeat zijn, een funkbeat, een housebeat, een violenbeat. Een MC is meer the whole package.” Toch vindt Brainpower niet dat een MC per se een battler en/of freestyler is. “Veel MC’s vinden dat een MC zowel moet kunnen battlen als freestylen. Ik vind dat een goede MC niet perse moet kunnen battlen. Hij moet wel kunnen freestylen. Rakim bijvoorbeeld is een legende,  maar je moet hem niet tegen Canibus laten battlen, want dat kan hij niet.”
Zijn de meningen verdeeld over of er een verschil is tussen een rapper en een MC, en wat dat eventuele verschil dan is, Skate, Brainpower en Deams zijn wel eensgezind over de benodigdheden voor een goede MC. “Actuele skills hebben, in de zin van trendsetter zijn en verrassend zijn. Een goede MC moet fris zijn, hij moet je laten lachen maar je ook laten nadenken. Het is heel breed. Sommige MC’s maken je echt aan het lachen, anderen maken je bang met wat ze wel niet allemaal verkondigen. Als ik bondig moest zijn zou ik zeggen dat het van belang is dat de message overkomt. Hoe mooier de stijl en woordkeus, hoe beter de MC.”, aldus Skate.
“Een bekwame MC is iemand die goed kan rappen, charisma heeft, een goede verschijning heeft, gefocust bezig is, scherp is, analytisch is, een goede stem heeft. Dat is ook heel belangrijk, want iedereen kan wel rappen, maar niet iedereen heeft een goede stem.”
Essentieel voor een MC is zijn (podium)presentatie. Volgens Deams is juiste timing daarbij belangrijk. “Een goede MC weet de aandacht van het publiek vast te houden, en weet ook wanneer hij die aandacht niet meer heeft. Sommige MC’s gaan te lang door, waardoor ze de aandacht van het publiek verliezen. Een goede MC heeft dus voor 100% de aandacht van het publiek.”
Voor Brainpower is de al eerder genoemde KRS-One het ultieme voorbeeld van een MC. “Hij kan zowel het ghetto-publiek bereiken als lezingen doen op universiteiten om daar aan leken uit te leggen wat hiphop is.”
Waar vroeger MCing en rappen twee woorden voor hetzelfde ding waren, lijkt er tegenwoordig steeds meer een scheiding te worden gemaakt, vooral in de Amerikaanse bladen. MCing staat heden ten dage überhaupt meer in de schijnwerpers. Betekent dat er sprake is van een revival van het oude ambacht?
“Nee, het is er altijd al geweest. Er zijn altijd gasten geweest die het nooit uit het oog hebben verloren, die het nooit voor het geld hebben gedaan, en gewoon deden wat hun hart hen ingaf. Het is een manier om jezelf te uiten.”, redeneert Skate.
Aangezien Deams geen onderscheid tussen rappen en MCing maakt (in enge zin, dus binnen hiphop), is er volgens hem ook geen sprake van een revival. Ook Brainpower spreekt tegen dat er een herleving van MCing plaatsvindt. “Ik denk dat mensen continu op zoek zijn naar een kick. Nu is dat bijvoorbeeld ook weer DJing, dat heft nu veel meer aandacht dan vroeger. Terwijl de DJ’s van nu in wezen niet zoveel verschillen van een Cash Money van tien jaar geleden. Dat geldt ook voor MCing. Wat Canibus nu doet, werd in feite tien jaar geleden ook al gedaan. Ik denk ook dat het komt doordat er nu in Nederland mee independents op plaat te krijgen zijn, dat er meer nadruk op lyrics wordt gelegd. Maar ik denk ook dat er niet zozeer sprake is van een revival, maar dat er meer focus op wordt gelegd.”

Dit artikel verscheen eerder in Xces.

DJing - Power from the streetlight made the place dark

Na een bestaan van een kwart eeuw is hiphop populairder dan ooit. Nog nooit stonden zoveel rappers in de hitlijsten. Nog nooit had hun muziek echter nog zo weinig met hiphop te maken. In 1998 heeft hiphop zichzelf grotendeels uit het oog ver­loren. De hoeveelheid mensen die (nog) weet waar hiphop voor staat is klein. Een slechte ontwikkeling die een steeds grotere bedrei­ging voor de cultuur gaat vormen.
Om weerstand te bieden tegen zijn eigen ondergang zal hiphop zich van zijn puurste kant moeten laten zien. De meest logische manier om dat te doen is terugkeren naar de oorsprong. Xces wil met deze serie het oude gevoel doen herleven, aan de hand van de 4 elementen van hiphop: Deejaying, breakdance, graffiti en MC'i­ng. Deze maand de eerste aflevering over waarmee het alle­maal begon: Deejaying.

Deejaying is het absolute beginpunt van hiphop. Iedereen kent het verhaal wel van de Jamaicaanse DJ Kool Herc die medio jaren '70 in de Newyorkse borough The Bronx feesten gaf. Deze feesten werd voornamelijk op straat en in parken gegeven, waarbij de lantaarnpalen als stroomvoorziening dienden voor de gigantische sound­systems (vandaar de titel "Power from the streetlight made the place dark" - PS). Op de feesten zette Kool Herc twee de­zelfde pla­ten op, en herhaalde dan stee­ds hetzelfde stukje. Vaak mixte Kool Herc er nog stukken van andere platen doorheen. Zo ontstond er een nieuw nummer dat bestond uit Kool Hercs favoriete stukken uit platen. Er werd geput uit funk-, reg­gae-, soca-, ca­lyp­so- en jazzpla­ten. Alles wat maar een enigs­zins funky beat had kreeg een spin. Anderen pikten Kool Hercs manier van draai­en op, en creë­erden nieuwe tech­nieken als back­spinnen en scr­at­chen. DJ's begon­nen tegen elkaar te wedij­veren om wie de beste trucs kon (battlen).
Niet veel later werden zogenaamde Masters of Ceremonies (kort­weg MC's) ingezet, om het publiek op te zwepen. Grandmaster Flash, die de scratch wereldberoemd maakte, had bijvoorbeeld The Furious Five. De kreterige aanmoedi­gingen van de MC's wer­den geleidelijk ste­eds ritmischer en vloeiender. De rap was geboren. Ook tussen rappers ontstonden battles, wedstrij­den waarin MC's (inmiddels beter bekend als rappers) het tegen elkaar opnamen om wie het beste kon rappen. De rapper trad steeds meer naar de voorgrond en werd steeds meer als artiest gezien.
De rapper trad zelfs zo ver naar de voorgrond dat de DJ steeds meer naar de achtergrond verschoof. In 1979 werd de eerste rapplaat uitgebracht, "King Tim I­II (Personality Jock)" van de Fatback Band. Hierna volgde de ene rapplaat de andere op. De DJ had in de opname­studio nagenoeg geen func­tie meer. De muziek werd met sample-apparaten en drumcompu­ters gemaakt, of het werd door een band ver­zorgd. Toen halver­wege de jaren '80 de CD werd geïntro­du­ceerd, was de rol van de DJ tot het uiterste beperkt.
"Ik weet nog dat groe­pen als De La Soul op een gegeven moment rie­pen `we gaan zonder DJ werken, we gaan alleen maar met DAT werken'", zegt KC The Funka­holic, huis-DJ van Paradiso en orga­nisator van de maande­lijkse Bassli­ne par­ty's, verder bekend van Butter (van de hiphop-speci­aalzaak Fat Beats) en Paradisco.
Bovendien was met het verschijnen van hiphop op plaat eind jaren '70 en begin jaren '80, de cultuur gegroeid. Hiphop was niet meer be­perkt tot de binnensteden. Door de interna­tio­nali­sering van hiphop kwamen mensen ermee in aanra­king die nauwe­lijks weet hadden van de context waarin het was ontstaan. Zij hadden geen weet van de feesten in de parken met de DJ's en MC's. De DJ had voor hen geen spe­ciale beteke­nis, het zei hen zelfs helemaal niets.
Om enigszins te overleven gingen DJ's zich specialiseren in bepaalde deelgebieden. De echte diehards gingen door in battle deejaying, de meest oorspronkelijke vorm. In de jaren '80 kwa­men wedstrijden op. De in­ternationa­le DMC Cham­pi­ons­hips is wel de be­kend­ste en meest prestigieuze. DJ's die aan DMC hebben meegedaan en ook hebben gewonnen zijn Roc Raida (X-Men), Q-Bert (Invisibl Skratch Piklz) en Cash Money. Ze zijn allen autori­teiten op het gebied van battle deejaying.
Sommige DJ's ontwikkelden zich tot radio DJ's. Chuck Chillout, Red Alert, Kid Capri, Stretch Armstrong & Bobbito en Funk­master Flex zijn enkele voorbeel­den van DJ's die de ether ingingen. Hun shows zijn legendarisch geworden, en de plaats om de nieuw­ste hiphop platen te horen. Vaak organiseren zij ook party's waarop zij zelf draaien, en brengen ze mixtapes uit.
De meeste DJ's kozen echter voor een richting die het meeste geld opleverde: producer DJ. Het daadwerkelijke deejayen werd wel beperkt tot hooguit de nummers voorzien van scratches (hoe­wel zelfs die een tijd schaars waren op platen), en het functi­oneren als back-up bij optredens. DJ Pre­mier, DJ Mark The 45 King en Jazzy Jay zijn slechts enkele voorbeelden. In feite is elke hiphop producer van huis uit een DJ.
Ook waren er DJ's die zich gingen toeleggen op rappen. Zo zijn Redman, Diamond D en Dr. Dre begonnen als DJ.
Rond 1994 begon een groeiend aantal mensen zich weer te inte­resseren in de DJ. In de hip­hop scene groe­ide het besef dat hiphop te ver van zijn oor­spro­ng verwij­derd was ge­raakt. Men wilde hiphop terug in zijn pure, oor­spronke­lijke vorm. Back to ba­sics. Het is dan natuurlijk lo­gisch dat men bij het begin begint; bij de DJ dus.
Old skool klassiekers werden uit de kast gehaald of opnieuw geperst. Talloze hiphop heads schakelden over van CD op vinyl (dit is een trend die zich voordoet in vrijwel alle muziekgen­res), en begonnen SL1200's aan te schaffen om zelf te gaan deejayen (ook dit gebeurde niet alleen in de hiphop; ook in house, jun­gle en drum & bass raakte men geïnteresseerd in dee­jaying). Het feno­meen mixtapes (cassettebandjes waarop DJ's hun vaar­digheden ten gehore brengen) werd steeds populair­der, en zit nog steeds in de lift. Bij live shows stond de rapper niet meer alleen op het podium, maar werd hij weer als vanouds ver­gezeld door de DJ. Vol­gens DJ Chainsaw (bekend van o.a. Bassli­ne en de stand-up come­dy show Fresh Wagon) is de DJ in Amerika echter nooit van het toneel verdwe­nen, en is het meer een Ne­derlands verschijnsel.
"Bij optredens is het zo dat ze in de States altijd liever een DJ bij zich hebben, omdat je er daar ook gewoon veel meer mee kan verdienen. Het budget is hier nou eenmaal een stuk kleiner. Het heeft gewoon heel veel met geld te maken hier in Ne­derland, denk ik.
"[Het is] natuurlijk altijd goedkoper om met een DATje te komen dan met een DJ, want die moet je ook weer betalen en een DATje kun je zo weer in je zak steken natuurlijk.
"In de hiphop scene in Amerika is het natuurlijk nog al­tijd wel dat DJ's grote faam kunnen maken, puur met alleen discjockey zijn. Maar in Nederland is dat echt anders, heb ik het idee."
Volgens KC The Funkaholic is de opkomst van de mixtape ook iets typisch Nederlands. "De mixtape is ook al in Amerika en ook Engeland al vijftien jaar een belangrijk, gevestigd iets. Al­leen in Nederland wordt het nu steeds belangrijker. Dus het is gewoon weer dat we achter de feiten aanlopen."
KC The Funkaholic vindt ook niet dat er sprake is van een revi­val, in de zin van dat deejaying is weggeweest en nu weer terug is. "De basis wordt volgens mij steeds breder. Er zijn steeds meer jongens die heel erg goed zijn. Er zijn steeds meer mensen ermee bezig. Vroeger had je er maar een paar."
Hij denkt vooral dat de functie van de DJ is veran­derd. "Het verschil met een paar jaar geleden is dat de DJ nu meer als artiest gezien wordt, en niet meer als een soort back-up in een live-optre­den."
DJ's beginnen zich inderdaad steeds meer als artiesten te pro­fileren. Vooraanstaande DJ-collectieven als de X-Men (officieel de Xecutioners), Beat Junkies en Invisibl Skratch Piklz heb­ben deejaying op een hoog technisch niveau gebracht, met mind­blo­wing trucs als beat jug­glin' (het maken van nieuwe beats met twee platen), en steeds com­plexer wordende scratches.
Men begint de turntable dan ook steeds meer te zien als een muziekin­strument. De X-Men, Invisibl Skratch Piklz en vooral de Beat Junkies zijn steevast ervan overtuigd dat de turntable een volwaardig muziekinstrument is (de Beat Junkies spreken dan ook niet van een DJ, maar van een `turntablist'). DJ Kypski, win­naar van de Turnta­blized kampi­oens­chap­pen van afge­lopen jaar, ziet grote overeen­komsten met een mu­ziek­instru­men­t. "Ik drum ook en ik speel ook vibrafoon. Het is zeker ver­gelijkbaar. Je legt je ziel er wel in, en je doet niet zomaar wat, je bent niet aan het rotzooien met geluid ofzo. Ik gebruik dingen die ik met drummen heb geleerd ook met scrat­chen. Dat is voor mij al een verklaring eigenlijk."
KC The Funkaholic vindt de vergelijking met een muziekinstru­ment niet onterecht, maar wil het wel enigszins relativeren.
"Ik vind zoals de X-Men [dat benaderen] erg overdreven. Dan heb ik zoiets van `hé jongens, even een beetje dimmen'. Dat vind ik niet te vergelijken. Kijk, scratchen heeft natuurlijk een onge­lofelijk eigenzinnig geluid. Dus in dat opzicht wel, het is een nieuw soort geluid. Maar ik vind het niet te vergelijken met een saxofoon ofzo. Dat gaat me weer een stapje te ver. Ik snap ook wel dat je net zo dedicated moet zijn om een turntable te spinnen als een instrument. Of je nou zes, zeven uur met je saxofoon bezig bent, of zes, zeven uur met je turntables. De tijd moet je er wel aan spenderen om heel goed te worden. Maar een scratcher hoeft geen noot te kunnen lezen bijvoorbeeld."
Met het oog op de toekomst kan gezegd worden dat de DJ here to stay is. "Ik denk dat een DJ gelijk­waar­diger gaat worden aan een rapper," voorspelt Kypski. Ook Chainsaw denkt dat de DJ een steeds belangrijker wordende rol zal gaan vervullen, zeker wat optredens betreft. "Dat hebben de X-Men wel bewezen hier [met een legendarisch optreden in Amsterdam waar Rob Swift en Roc Raida fysiek onmogelijk lijkende trucs deden - PS]. Skra­tch Piklz zijn nog niet geweest, maar die zullen dat zeker kunnen doen."
De DJ weet zich steeds meer uit de schaduw van de MC te werken. Het besef dat de DJ de hoeksteen van hiphop is, zal nooit meer vervagen. Bovendien gaan DJ's zich steeds meer pro­fileren, zowel qua techniek als qua neerzetten van spectacu­laire shows. De groeiende populariteit van de Beat Junkies, Invisibl Skratch
Piklz en X-Men inspireert ande­ren om hetzelfde te gaan doen. De DJ beschikt over de potentie ooit gelijkwaardig te worden aan de MC, zeker als de huidige trend doorgaat. Maar of DJ's ooit echt van hun backspinning kunnen leven, is twijfelachtig. Toen Roc Raida ooit in een interview hiernaar werd gevraagd, zei hij kort maar krachtig: "No!".

Dit artikel verscheen eerder in Xces.

donderdag 20 november 1997

O.C. en Big L: Ouder en milder?

Nederland lijkt de laatste tijd wel te worden bestormd door DITC-leden. Een tijdje terug nog werden we door Lord Fines­se met een bezoekje ver­eerd, en onlangs kwamen ook OC en Big L naar de hoofd­stad. Maar het is niet voor niets, want als we de twee rap­pers mogen geloven, wordt 1998 het jaar van DITC.

De combinatie OC en Big L is een leuk contrast. OC is de intro­verte, coole, oudere rapper. Big L is daarentegen amicaal en extravert met veel jeugdig enthousiasme. Volgens OC is Big L ook een beetje het kind binnen DITC (voluit Diggin' In Tha Cra­tes, de Newyorkse formatie bestaande uit klinkende namen als Diamond D, Showbiz & AG, Lord Finesse, Fat Joe, Buckwild, OC en Big L), maar dat komt vooral door zijn leeftijd. Zittend aan een tafel in het Melkweg Café doet OC zich te goed aan whisky, terwijl Big L, om zijn stem te sparen, thee met honing drinkt.
1998 wordt jaar van DITC, verzekeren Big L en OC me. Zoals bekend staat het DITC album voor de deur. Diamond D heeft zo­juist zijn nieuwste project gedropt. Lord Finesse werkt aan de opvolger van `The Awakening' (zie interview elders in dit blad­). Fat Joe is bezig met een nieuw album. Big L bre­ngt zijn tweede werk uit op zijn eigen label, Flam­boyant Records. Show­biz & AG steken ook de kop­pen weer bij­elkaar. Zelfs OC ­is al bezig met een derde plaa­t. "Love, Hell or Right" gaat het he­ten, en de opnames moeten in januari gaan be­ginnen. Opmerke­lijk, want OC's tweede plaat verscheen nog vrij recentelijk.
"Jewelz", zoals zijn tweede album heet, is volgens OC meer toegankelijk dan zijn debuut "Word...Life" uit 1994.
"De tek­sten zijn wat meer getemperd. `Word...Life' was een persoonlijk album, dit album is meer business, het heeft een groter be­reik. Ik wil dat de vrouwen begrijpen hoe OC is, ik wil dat gasten het be­grijpen. Voor mensen die niet underground geo­riënteerd zijn, dat zij begrijpen wat ik bedoel. Het is iets voor ieder­een, makkelijk luisterbaar. Niet tè makkelijk luis­terbaar, maar gewoon makke­lijk luisterbaar. Niet zoals `Word..­.Life', waar de rhymes mensen verwarden, zodat ze moesten te­rugspoelen en op­nieuw moesten luisteren."
Ook de enigszins teleurstellende verkoopcijfers van OC's debuut speelden een rol in de nieuwe benadering.
"De verkopen waren verneukt omdat het label niets voor me deed. Maar ik heb er voor gekozen niet nog een single uit te brengen. Dat was tijdverspilling."
OC schaamt zich er niet voor dat hij "Jewelz" ook wel voor het geld heeft gemaakt.
"Wat is er mis met geld verdienen? Het respect heb ik. Ik ben zeven jaar underground, dus het zou stom zijn als ik geen geld verdiende. Ik probeer niet gewoon pop te gaan ofzo."
Respect van de underground zal OC niet verliezen, daar is hij van overtuigd. "Daar ben ik een te goede emcee voor," zegt hij zelfverzekerd, als het niet de voor rappers typerende braggado­cio is. Het is inderdaad onwaarschijnlijk dat "Jewelz" OC's reputatie zal beschadigen. De produktie is namelijk in handen van o.a. DJ Premier, Buckwild en de Beatminerz; namen waar men vrijwel blinde­lings op kan vertrouwen.
Leeftijd was nog een meespelende factor. OC zegt ouder, mil­der en naden­kender, en daarmee ook beter qua skil­ls te zijn gewor­den. Big L kan zich daarin vin­den. Zijn tweede album is ook rustiger dan het eer­ste.
"Zoals ik het nu zie ben ik niet boos, terwijl ik op het eerste album boos was. Ik was mijn demo aan het shoppen, en niemand wou me tekenen. Iedereen zei: `we vinden het goed maar we vin­den het niet goed.' Als ze je niet tekenen, ben je boos. Nu ben ik niet boos, ik heb gewoon iets te bewijzen. Ik moet me­zelf bewijzen. Ik moet het laten zien, ik kan het niet zeggen en het vervolgens niet doen."
OC en Big L mogen dan wel volwassener zijn geworden, voorlopig zijn ze nog niet op jaren. Big L: "We zijn allemaal jong begon­nen, we draaien al lang mee, en we zijn nog steeds jong. We weten niet waar we over een paar jaar zijn, want we hebben onze top nog niet bereikt, we zijn nog steeds groeiende. En daar ben ik blij om, want: the later the dinner, the greater the win­ner."

zaterdag 18 oktober 1997

Organized Konfusion: Buitenbeentjes van de hiphop

Organized Konfusion is zonder twijfel één van de meest onderge­waardeerde groe­pen in hiphop. Dit komt door hun stijl, die sterk afwijkt van de gemiddelde hiphop. Het is rap voor de gevorderde, diehard hiphop fan. Onlangs bracht Organized Konfu­sion hun derde elpee uit, waarmee ze hun status nogmaals be­ves­tigen.

Pharaohe Monch, één helft van het Newyorkse duo Organized Kon­fusion, zal wel een aantal stressy dagen achter de rug hebben. Hij moest alleen in Paradiso optreden, zonder Organized Kon­fusions andere helft, Prince Poetry. Prince kon namelijk de Verenigde Staten niet uit. Hij had bij een bezoek aan de staat Virginia zijn paspoort verloren. Dat was op zich geen probleem. Met zijn vliegticket en andersoortige identificatie kon hij wel een nieuw paspoort krijgen. Dat bleek echter tegen te vallen. Toen Prince een dag voor de reis naar Europa zijn paspoort wilde opha­len, bleek hij niet over voldoende identificatie (zijn rijbe­wijs is afgepakt) te be­schikken. Geen paspoort voor Prince dus.
Het optreden in Nederland was naar aanleiding van het recente­lijk verschijnen van Organized Konfusions derde album, The Equi­nox. Net als zijn voorgangers, getuigt The Equinox van genialiteit. Organized Konfusion probeert altijd van de norm af te wijken, en hiphop een stapje verder te bren­gen. De ongewone titel komt uit de astronomie. Het houdt de over­gang in van de winter naar de lente, en van de zomer naar de herf­st. Maar wat heeft dat met Organized Kon­fusion te ma­ken?
Pharaohe Monch: "We probeerden een manier te vinden om het album aan elkaar te plakken, zodat het makkelijker voor de men­sen is om door de ups en downs en de diversiteit van de muziek te komen. Dus bedach­ten we een verhaal. Als er iets treurigs in het ver­haal gebeur­de, dan zou daarna een langzamer, treuriger nummer komen. Zo zou het makkelijker te verteren zijn. We be­dachten het verhaal The Equinox, wat met de lichte en de donke­re kant, de goede en de slechte kant van dingen te maken heeft. Volgens de definitie komt een equinox tweemaal per jaar voor, als de zon de equator kruist. Dat hebben we op de hoofd­personen ge­projec­teerd. Één van de hoofdpersonen is op een punt in zijn leven waar hij moet besluiten het goede of het slechte pad op te gaan. Dat punt hebben we The Equinox genoemd."
Pharaohe Monch omschrijft The Equinox als een headnodding al­bum. Het is meer gericht op beats. Op de vorige albums van Organized Konfusion lag de nadruk meer op het samplegebruik. Maar er zijn meer ver­schillen tussen The Equinox en hun voor­gaande werken.
"Ik denk dat we als artiesten volwassener zijn geworden. Bij­voorbeeld het invoegen van het verhaal, zodat je het album in één ruk kan luis­teren. Ik ben een fan van de groep, ook al zit ik in de groep. Daardoor kan ik afstand van mijn werk nemen en er kri­tiek op leveren. Één van de dingen die ik bekri­tiseer is dat ik het weliswaar goed vind dat de groep divers is, maar dat ik kan begrijpen dat mensen het moeilijk vinden om naar fast pace hardcore te luisteren, en vervolgens naar een rustig en treurig nummer over de dood te gaan."
Volgens Pharaohe is dit ook de reden waarom Organized Konfusion een beetje een buitenbeentje in hiphop is.
"In een major pop, echelon opzicht zou je kunnen zeggen dat de groep een outcast is, vanwege de approach to the game. Er zijn zekere regels waaraan je je moet houden om aan de top te komen. En wat de muziek betreft gaan we vaak tegen de draad in. Met waar we over praten, met hoe we het benaderen, met de for­mule waarmee we de nummers maken."
Pharaohe heeft echter niet het idee dat hij door hiphop fans minder gerespecteerd wordt.
"Dat is wat ons voedt. Met de fans praten, de fans ontmoeten, en met de mensen praten die onze muziek kopen. Dat zij mijn muziek kopen, daar gaat het om. Hiphop heeft mij een kans gege­ven naar Amsterdam te reizen. Alleen dat op zich is al een zegen, want als kind vroeg ik me al af wat er aan de andere kant van de wereld was, hoe andere mensen aten. Ik weet hoe ik eet, ik heb gezien waar ik woon, ik wil andere plaatsen zien, ik wil over de wereld reizen.
"Heel vaak brengt iemand een nummer uit, het wordt een hit, en hij krijgt geld en auto's en seks en weet ik veel, maar hij is nog steeds niet gelukkig. En het zou voor hem kunnen ophouden. Wat verwerf je daar nou mee? Wat ik nu verwerf met Organized Konfusion is voor mij een leven vol informatie waard. Ervarin­gen die niemand van me kan afnemen. Het is geen auto, het is geen geld, het zijn gewoon ervaringen die ik koester."
Door overmatig gebruik, of liever gezegd misbruik, heeft kee­ping it real inmiddels aan betekenis en geloofwaardigheid afge­daan. Er zijn im­mers talloze rappers die onder dit motto in de uit­ver­koop gingen. Pharaohe Monch neemt zijn vak echter heel se­rieus.
"Mijn filosofie is als je een microfoon pakt, je woorden ver­eeu­wigd worden op een CD. Zolang de planeet bestaat, zal er ergens een CD zijn met mijn vocalen erop. Ik probeer in mijn ziel te kijken en dat weer te geven. Als ik in de studio ben en ik leg de microfoon neer, en de engineer zegt: `dit is het, dit houden we', dan denk ik bij mezelf: `is dat het beste wat je te bieden hebt?'. Als dat zo is, ben ik content."
Pharaohe voelt wel alsof hij in hiphop een missie volbrengt, maar daarbij blijft het niet alleen.
"Ik denk dat het nog verder gaat dan alleen hiphop. Het is niet een missie voor hiphop. Het is een missie voor mij om mensen te vertellen wat God mij vertelt de mensen te vertellen, met als doel de ogen te openen van de mensen die bereid zijn te luiste­ren."
Zolang Pharaohe Monch en Prince Poetry leven, zal Organized Konfusion hiphop de weg blijven wijzen. Als het op true to the game zijn aankomt, zijn ze roomser dan de paus. De kans is klein dat ze ooit tot de mainstream doorbreken, maar ze zullen wel altijd op de achtergrond aanwezig zijn. Of, zoals Frank Lopez het in de in hiphop verafgode film Scarface uitdrukt: "The guys who last in this busi­ness are the guys who fly strai­ght. Low­key, quiet."

zondag 28 september 1997

Lord Finesse: Praise the Lord

Met Lord Finesse voor Fat Beats in Amsterdam, september 1997. (Foto: Ruben Le Noble)

De meeste rappers raken in de vergetelheid als ze in ruim acht jaar slechts drie albums afleveren. Lord Finesse weet echter de aandacht vast te houden, en bewijst dat underground zijn niet hetzelfde is als onder de zoden liggen. Onlangs zegende de rap lord onze hoofdstad met een bezoek.

Lord Finesse heeft het druk gehad de laatste tijd. Hij heeft de DITC verzamelaar net afgerond, evenals OC's nieuwe album. Mo­menteel werkt hij aan zijn eigen album, genaamd Operation Un­derworld, dat rond februari/maart volgend jaar moet uitko­men. Voorts heeft hij samengewerkt met de Zweedse rapper Steven Simmons, op wiens plaat bijdragen van DITC-leden Big L en Mar­quee te horen zullen zijn. Daarnaast heeft hij voor verschil­lende mensen remixes gedaan, onder andere voor het Newyorkse duo Capone-N-Noriega. En nu dus een paar optredens in Duitsland en Neder­land.
Lord Finesse is niet iemand die meeloopt met modegrillen in hiphop, en dat is waarschijnlijk ook de reden waarom zijn popu­lariteit door de jaren heen op een constant peil is gebleven. Het materialisme dat hiphop anno nu beheerst is niet aan Fines­se besteed.
"Het is een stelletje copycatters. Ik vind niet dat het origi­naliteit heeft. Ik vind dat de flavor aan hiphop ontbreekt. Vroeger had je De La Soul, Public Enemy, Rakim, Kane, G Rap, Native Tongues, Q-Tip, Latifah... Er waren zoveel verschillende stijlen. Nu is het net alsof je een ijssalon binnenwandelt waar ze maar een paar smaken hebben. Onze verantwoordelijkheid als hiphop artiesten is om origineel te zijn, hiphop meer flavor te geven, en van de norm af te wijken."
Finesse blijft wel optimistisch. Hij is ervan overtuigd dat het allemaal overgaat, en dat binnen afzienbare tijd de echte hip­hop weer zal domineren.
"Hiphop roteert, gaat in cirkels. Op dit moment leven we in een wereld van commerciële R&B met 1980 beats en rhymes eroverheen. Tegen de tijd dat ik met mijn nieuwe plaat uitkom zijn we weer terug in de hiphop, want ik vind het DITC album hiphop, het OC album is hiphop, Organized Konfusion is hiphop, Diamond is hiphop, alle acts van DITC zijn hiphop. Begin '98 zijn we weer terug in de hiphop."
Volgens Finesse zal de underground op het creatieve vlak toon­aangevend blijven, als reactie op de commer­ciële muziek dat het gezicht van hiphop de laatste jaren be­paalt. Het gaat voorname­lijk om de under­ground artiesten die echt underground willen blijven. Volgens Fines­se zijn er name­lijk genoeg underground artiesten die lie­ver een groot publiek willen trekken, en zo een hoop geld ver­dienen. Met geld willen verdienen heeft Fines­se op zich niet zo'n moei­te.
"Ik wil ook geld verdienen, maar tegelijkertijd wil ik niet pop zijn. Ik laat underground artiesten zien dat je geld kan ver­dienen, zonder pop of commercieel te zijn. Zonder gouden of platina platen. Mensen zien de juwelen en diamanten die ik draag, en denken dat ik in de uitverkoop ga. Maar dat wil ik niet, ik wil alleen comfortabel leven. Ik bedoel, als je under­ground album twaalf miljoen exemplaren ver­koopt, moet je dan het geld weggeven omdat je underground wil blijven ofzo? Nee, je wilt comfor­tabel leven!
"Het gaat erom dat je je hustle, je handel hebt. Een goede hustle kan zijn dat je mixtapes verkoopt, eten verkoopt, kauw­gom verkoopt. Zolang je er geld mee verdient is het een hust­le. Daar gaat het om. Waar het niet om gaat, is je ziel aan de hustle verkopen."
Finesse kan er daarom niet echt wakker van liggen dat hardcore rappers een groter publiek proberen aan te spreken, zoals bij­voorbeeld Nas.
"Ik denk dat dat de richting is waarvoor Nas heeft gekozen. Ik zal zijn hustle niet de grond in boren, want hij is nu wel dubbel-platina. Maar ik, als ik nooit goud of platina zal gaan, dan kan ik daarmee leven. Sommige rappers kunnen daar niet mee leven. Sommigen veranderen hun stijl, anderen veranderen hun hele muziek, anderen gaan over commercieel spul rappen. Als ik nooit goud of platina ga, kan ik daarmee leven, zolang ik maar goed te eten heb en geld verdien.
"Ik denk niet dat er iets mis is met nieuwe dingen proberen. Ik heb verschillende dingen op mijn album. Ik heb een Chinese beat, die is phat en ik rap erop. Ik ben bereid nieuwe dingen te doen, maar dat betekent nog niet dat ik mijn publiek in de steek laat, of dat ik ophoud met de fly shit te zeggen die ik altijd zeg.
"It's in a soul manner. Het is op een manier dat als je hoort, dat het goed voelt, dat het goed klinkt. Niet van: `oh, hij wil platina halen, moet je hem over die commerciële troep horen janken'".
Finesse's laatste album, The Awakening, is inderdaad een stuk toegankelijker voor een breder publiek, maar blijft toch duide­lijk binnen de randvoorwaarden van hiphop. Finesse lijkt zich even aangevallen te voelen als ik hem hiernaar vraag, maar erkent het wel.
"Ik hou van muziek, allerlei soorten muziek. Als ik niet met hiphop bezig ben, dan luister ik naar Brian McKnight, Will Downing, Roy Ayers, ik luister naar muziek. Soms gaat de muziek in dezelfde richting als waar ik heen ga, omdat ik van die muzieksoort hou. Ik vind dat als je hiphop maakt, dat je moet doen wat je van binnen voelt. Je kan niet doen wat iedereen al doet. Je kan niet zeggen van: `hardcore is in, ik moet hardcore maken'. Ik moet doen wat ik leuk vind om te doen. Als ik een album maak, en het is iets wat ik wou doen, en het verkoopt maar tien exemplaren, dan is het tenminste iets wat ik wou doen. Het is erger als je iemand volgt, in de hoop dat je goud of platina gaat, en dan niet goud of platina gaat, en je iets hebt gedaan wat je niet wou doen. Dan heb je er geen excuus voor. You're selling yourself out, omdat je iets dacht te kun­nen doen om geld te verdienen. Wat ik doe doe ik omdat ik het leuk vind om te doen. Als dat goed betaalt, dan betaalt het goed, als dat niet zo is, dan niet, that's me."
The Awakening verkocht aanzienlijk beter dan zijn voorganger Return of the Funky Man, maar kan niet aan Finesse's debuut Funky Technician tippen. Finesse's nieuwe project zal wel rau­wer klinken dan The Awakening.
"Je hebt de hereniging tussen mij en Premier, Easy Mo Bee doet enkele nummers, je hebt DITC. Ik denk niet dat het zo kleurrijk als The Awakening gaat klinken, met alle smooth stuff erop. Je hebt nog wel drie of vier nummers die anders klinken, maar de rest is straight Finesse type stuff."
Een overbelicht aspect van hiphop is ongetwijfeld het east-west­coast conflict en de dood van 2Pac en Biggie Smalls. Toch is het interessant de mening van een hiphop icon als Lord Fi­nesse hierover te horen.
"Ik kende ze allebei, dus ik zie het niet als een oost-west ding. Ik zie het als een ruzie tussen twee individuen. En ik kende ze allebei, ging met beiden om, dus toen ze onenigheid kregen, was dat best schokkend voor mij. Maar ik ging toen niet zeggen van: `fuck westcoast'. Ik ken en respecteer een hoop mensen van de westcoast. Zij representen wat zij willen repre­senten, en ik represent wat ik wil representen. Dat maakt geen verschil voor onze vriendschap."
Finesse gelooft dan ook niet dat 2Pac en Biggie Smalls de
vlee­swordingen van het east-westcoast conflict zijn geworden.
"Ik denk dat het gewoon opgeblazen is. Volgens mij gaat het die­per dan wat je ziet, niet zoals de media het afschilderen. Voor mij waren het gewoon twee ondernemers lockin' down the industry. Je had Suge, je had Puff. Je had twee ondernemers die een geweldig voorbeeld gaven aan mensen die ondernemer willen worden. Suge ging van niets naar een imperium van 125 miljoen. Je had Puff, die begon als interne A&R manager, en gewoon zijn eigen weg ging en voor zichzelf is begonnen. Twee extreem onge­looflijke voorbeelden van hoe Black people geld kunnen verdie­nen. Zij kregen onenigheid, en de media blaast het op. Volgens mij zit het zo in elkaar, en was het geen east-westcoast ding. Het is iets wat de media, en misschien wel de regering, uit de hand wou zien lopen, zodat ze niet meer als voorbeeld voor toekomstige ondernemers konden dienen."
Lord Finesse is een man waarop de hiphop heads kunnen vertrou­wen. Waar veel rappers zich gedwongen zien aan de trends in hiphop mee te doen, blijft Finesse zijn eigen weg gaan. Hij slaagt erin zijn muziek een toegankelijk tintje te geven, maar het toch als pure hiphop te laten klinken. Lord Fi­nesse is true and livin'.