donderdag 13 augustus 2009

Elatik vergelijkt Wilders met Hitler

Geert Wilders doet denken aan Adolf Hitler als hij wil laten uitzoeken hoeveel moslims er in Nederland wonen, vindt de Amsterdamse stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik.

De vragen van Wilders doen Elatik denken aan 'een Europese politicus van 60 jaar geleden', twittert de PvdA-politica. "Ze willen ook al gaan onderzoeken hoeveel moslims er jaarlijks bijkomen. Nog even en ze gaan ons DNA analyseren om aan te tonen dat we niet deugen."

"Volgens mij was er een andere politicus in Europa zo'n 60 jaar geleden die dat ook deed bij een ander semitisch volk”, aldus Elatik.

Oeps

"Oeps, maar dat mag ik natuurlijk helemaal niet zeggen", vervolgt de Zeeburgse sarcastisch. "Hitler was ook democratisch gekozen. Dat vergeten we soms."

Elatik haastte zich te twitteren dat ze niet Wilders zelf met Hitler wilde vergelijken, maar zijn beleid. ‘Hoe Wilders moslims systematisch verdacht maakt lijkt op een van de grootste misdaden van de vorige eeuw’, legt Elatik aan DePers.nl uit. ‘Nu wil hij weten wat moslims kosten. Ik vraag me af waar het heen gaat. Wil hij straks een eenkindpolitiek voor moslims? Ik maak me zorgen over de samenleving en ik heb genoeg vaderlandsliefde om die niet te laten afglijden. Het moest eens gezegd worden, want niemand durft, zelfs de kritische pers niet’. fulmineert ze.

Superdomme gans

Geert Wilders reageerde woedend. ‘Wat een superdomme gans’, aldus het Kamerlid tegenover DePers.nl. ‘De demonisering van de PvdA gaat maar door. Ik hoop dat ze zich realiseren waar dit toe kan leiden.’

‘Dit bevestigt weer eens dat Wilders geen inhoudelijk debat wil en alleen op de persoon speelt’, werpt Elatik terug. ‘Hij moet niet alleen roepen maar met oplossingen komen waar ik als bestuurder iets mee kan.’


Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.

dinsdag 23 juni 2009

‘Een angry old man is een oude zeurkous’

Freek de Jonge wordt helemaal niet vrolijk van de jonge cabaretiers die tegenwoordig op het podium staan. Maar bij zijn 40-jarig jubileum hebben zij vooral kritiek op hém.

Twee knalgele gympen lopen gehaast Beeld en Geluid binnen. Freek de Jonge is dik een kwartier te laat voor het interview. ‘Sorry’, verontschuldigt de cabaretier zich. ‘Ik heb een aanrijding gehad en moest de schadeformulieren invullen. Ik wilde van mijn oprit achteruit de weg op draaien, liet een auto passeren maar zag niet dat er nog een aanhanger achter zat. Die zat te laag om te kunnen zien. Maar de schade valt mee, een kapot achterlicht en een paar krasjes.’

Alsof dat nog niet genoeg is, zijn Freek en zijn vrouw Hella ook nog snipverkouden. Toch geen Mexicaanse griep? ‘Ik heb er wel even aan gedacht’, zegt Hella tussen de chaos van decors, dozen, werklui, gezaag en geboor. Het paar is bezig met de inrichting van de overzichtstentoonstelling van Freek de Jonges veertig jaar omvattende oeuvre. Her en der slingeren attributen uit voorstellingen. De schoenen uit De kerst van de clown. In een hoek ligt een kostuum in een prop.

In de kantine roert Freek in zijn koffie verkeerd en schuift op en neer op zijn kruk, alsof hij niet kan beslissen of hij liever zit of staat.

Vincent van Gogh en andere grote kunstenaars werden pas postuum geëerd. Hoe voelt het om bij leven al geëerd te worden?

‘Zo veel eer krijg ik niet hoor. Ja, ik heb net een oeuvreprijs gewonnen. Kees (van Kooten) en Wim (de Bie) waren hiervoor met een grote tentoonstelling. Maar zij waren er mee opgehouden, dus dat is dan een goede reden om zo’n tentoonstelling te doen. Maar ik laat me hier niet door dwingen om op te houden. Ik heb nog erg veel plannen.‘

‘Ik word nu gedwongen achterom te kijken. Als je terugkijkt, word je heen en weer geslingerd tussen schaamte en trots.’

Waarom schaamte?

‘Vooral het gebabbel in talkshows. In je programma’s ben je verantwoordelijk voor je teksten. Wat je in een talkshow zegt is in het moment. Dat zijn geen afgewogen opmerkingen. Dat is gebabbel.’

Daar is veel kritiek op. Heeft u daar spijt van?

‘Nee, want je kunt er niks aan doen. Dan moet je niet in de media verschijnen, dan moet je je als een heremiet opsluiten. Maar daar heb ik geen zin in. Het hoort bij mijn vak. Af en toe zit er een slippertje tussen. Maar het gaat over veertig jaar, het is helemaal niet recent. Angry blijf je je hele leven, maar aan het young manzijn zitten begrenzingen. Een angry young man valt in de smaak bij het publiek, maar een angry old man is een zeurkous. Het is mijn lot.’

Kunt u een voorbeeld geven van een slippertje?

‘Ik ben weggelopen bij programma’s, heb domme dingen gezegd. Met Peter R. de Vries was het natuurlijk schitterend dat ik Sam Klepper in plaats van Steve Brown zei. Dan maak je jezelf een pispaal.’

Freek wordt onderbroken door een Amersfoorts gezin dat hem de hand wil schudden.

Raakt de kritiek u?

‘Het is als een aanrijding. Op het moment dat het gebeurt is het vervelend. Daarna heb je nog een beetje last. En op een zeker moment is het weg. Het is vervelend dat als je veertig jaar repertoire hebt, je imago komt te hangen op een of twee incidentjes op televisie. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op.’

Freek bepaalt wie er wel en niet deugt, is een verwijt van jonge cabaretiers.

‘Het is aan hen of ze belang hechten aan mijn oordeel. Als ze er zich door aangesproken voelen, moeten ze wat veranderen en zo niet, moeten ze hun gang gaan. Ik voetbal graag. Bij mijn generatie voetballers was kankeren in het veld een normale houding. Je schold elkaar verrot in de hoop dat de ander daardoor scherper werd. Dat is de enige reden waarom ik wel eens kritiek op collega’s heb. Als ze dan roepen dat ik mijn mond moet houden, ook goed.’

Kijkt u naar jonge cabaretiers?

‘Ik probeer het wel bij te houden, maar ik zie niet zo veel. Ik word er niet vrolijk van. Er is veel veranderd in ons vak wat betreft het theatrale aspect. Het is wel heel makkelijk achter een microfoon gaan staan in je dagelijkse kloffie en iets van dichtbij te vertellen. Ik blijf kritisch, zo van: probeer het wat groter te maken. Je kunt je er het beste een beetje buiten houden. Je wordt een beetje nerveus van die vorm. Het zal ook wel de leeftijd zijn.’

Engagement is uw handelsmerk. Wat vindt u van de klapper van Geert Wilders bij de Europese verkiezingen?

‘Een logisch gevolg van de lamlendigheid van het volk. Als je achterover geleund op de bank gaat wachten tot het beter wordt, kun je het wel vergeten, dan gaat het te langzaam. Als 90 procent van de Wilders-aanhang iets meer energie in zijn eigen leven stak, zouden ze op een totaal andere partij stemmen.’

‘Hoe is het mogelijk dat iemand die het zó goed heeft in Nederland niet beseft dat dat voor een groot deel door Europa komt, en zich aansluit bij iemand die vindt dat dat ondermijnd moet worden? Ik vind dat treurig. We zijn lui, inert, we beseffen niet hoe goed we het hebben. Ik raad ontevreden mensen aan meer energie in zichzelf te steken. Ze geven de schuld altijd aan anderen: de politiek, de buurman, de allochtonen. Kijk naar Volendam, waar hooguit 5 procent van de mensen allochtoon is en 40 procent van de mensen op Wilders heeft gestemd. Dat klopt niet.’

Kun je de wereld verbeteren met cabaret?

‘Ik denk niet dat dat zichtbaar kan. Indertijd met Argentinië hebben we weliswaar in Argentinië niks veranderd, maar er is wel veel veranderd in de houding van de sportpers ten opzichte van dictaturen. Er is nu een besef van: kan dat wel? Dat zag je ook met China.’

Maar we gingen wel.

‘Ja. Een van de problemen van de politiek is dat het heel lang duurt. Je kunt niet van de ene op de andere dag de zaak regelen.’

Is uw zienswijze daarover veranderd?

‘Natuurlijk, je weet dat het een proces is waarvan je het einde niet zult meemaken. De kunst van het ouder worden is leren dat de wereld zonder jou doorgaat. Als je dat kunt aanvaarden, doe je het goed.’

Kunt u dat aanvaarden?

‘Met enige tegenzin. Ik ben nog altijd heel erg gedreven.’

U bent de laatste jaren prekeriger geworden, vind ik.

‘Ik zou het niet weten. Het is als in de spiegel kijken, je ziet jezelf ook niet ouder worden als je elke dag kijkt. Ik ben zeker een moralist en ik heb zeker adviezen verstrekt. Maar hoe bindend ze zijn? Ik kan preken maar ik heb natuurlijk helemaal geen gezag. Ik ben streng over het leven en hoe je het moet leven. Ik vind discipline een van de grote waarden. Discipline is dat je jezelf de baas bent. In een samenleving waar vrijheid het hoogste goed is staat de discipline onder druk. Dan ga ik automatisch roepen: vrijheid is prachtig maar discipline is waar het om gaat.’

Wanneer stopt u ermee?

‘Als ik er geen rek meer in zie. Ik word ouder, en dan ga je dingen meemaken die weer tekst opleveren. Je ziet het net passeren (er rijden drie bejaarden in rolstoelen voorbij). Of er een groot publiek in geïnteresseerd is, weet ik niet.’

Zou u in een rolstoel op het podium gaan zitten?

‘Geen probleem, ik heb het ook gedaan toen ik gezond was. Het zou raar zijn als ik het niet deed als ik ertoe gedwongen was. Het gaat er om dat je niet meelijwekkend bent, maar er boven uit weet te stijgen. Ik denk dat daar geen eind aan zit.’

En als het publiek niet meer komt?

‘Je kunt ervan uitgaan dat het publiek steeds kleiner wordt. Mensen kijken niet graag naar oude mensen. Daar worden ze nerveus van, ik weet niet wat het is.’

Bent u wel eens bang dat de mensen u niet meer leuk vinden?

‘Vanaf het begin is er weerstand geweest. Dat was in eerste instantie vanuit de hoek waarvan je juist trots was dat ze het niet goed vonden. Ik ben voor een bepaalde groep altijd controversieel geweest. Nu maak ik jongeren weer enorm boos.’

Wat is uw grootste angst?

‘Ik heb in mijn werkzame leven bereikt wat ik kon bereiken. Ik ben niet bang dat het opeens voorbij is. Ik heb wel een terugkerende droom dat ik geroezemoes hoor, in een kleedkamer zit en iemand zegt: je moet op. Maar ik heb niks. En dan is steevast het antwoord van die ander: dat zeg je altijd. Maar nu is het echt zo.’

Is het wel eens misgegaan?

‘Ik heb zesduizend voorstellingen gespeeld, waarvan er tien mislukt zijn. Dus dat is te verwaarlozen. Ik ben wel gespannen voor een optreden. Maar er kan niet meer zo gek veel misgaan. Je hebt je hele leven wel een enorm matras opgeblazen waar je op valt.’

Vindt u het erg om fouten te maken?

‘Nee, fouten zijn de belangrijkste aanleiding om beter te worden. Van goed zijn word je niet beter.’

Freek staat op en zet koers naar het voetbalveld. ‘Eens kijken of ik die verkoudheid eruit kan krijgen.’


Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers

woensdag 3 juni 2009

Het World Wide Web (b)lijkt atoomvrij, nu de Real World nog

Internet is een eldorado waar je alles kunt vinden, dus je pakt zo een atoombom van het web. Onze slimste cybersurfer heeft duistere ambities...

De atoombom op mijn verlanglijstje kan ik meteen al wegstrepen. Dat vereist zo veel wetenschappelijke kennis, jarenlang onderzoek, omvangrijke en geavanceerde laboratoria en miljoenen of zelfs miljarden euro’s. Exacte vakken gooide ik na de brugklas uit mijn pakket, het krakkemikkige schuurtje in mijn achtertuin is te klein en zo riant betaalt De Pers nou ook weer niet.

Landen die in het geniep aan een atoomprogramma werkten, kregen die kennis en apparatuur van corrupte en omgekochte wetenschappers, denk aan de Pakistaan Abdul Qadeer Khan. Of van de Russische maffia. Maar dat soort mensen benader je niet via Hyves of LinkedIn.

Ik moet mijn ambities naar beneden bijstellen: op zoek dus naar een vuile bom. Dat is een gewone bom maar met wat nucleair materiaal. Die schijn ik wel in mijn schuurtje in elkaar te kunnen knutselen.

Handleiding scoren

Eerst maar eens een bommenhandleiding scoren. The Anarchist Cookbook is een klassieker in het genre. Die is zo te vinden, ook op ouderwets papier bij Bol en Amazon. Een speciale handleiding voor de vuile bom is er evenwel niet.

Nu het nucleaire materiaal. Via Wikipedia ontdek ik dat strontium-90 en cesium-137 geschikt zijn voor mijn vuile bom. Ik kom terecht bij UnitedNuclear.com, een club die chemische en nucleaire spullen levert aan wetenschappers, scholen en hobbyisten. Alles in vrolijk gekleurde kits. Kerstcadeaus hebben ze ook. Ze garanderen dat ze mijn gegevens aan niemand zullen doorspelen. Maar zijn deze atoomspeeltjes ook geschikt voor een bom?

‘Nee’, reageert het bedrijf. ‘Daarvoor zijn ze niet schadelijk genoeg. Je hebt tienduizenden dollars nodig om genoeg materiaal te hebben om één persoon te verwonden. Als het je lukt het onzichtbare radioactieve materiaal van de schijf te verwijderen, wat onmogelijk is. Daarom vallen deze schijfjes niet onder wet- en regelgeving.’ Dood spoor dus. Veilingsite eBay blijkt ook geen optie. Ik vind een brokje uranium, leuk voor mijn collectie natuurstenen.

Maar stoffen als strontium-90, cesium-137 worden ook toegepast in industriële en medische apparatuur. Bij de aanleg van asfaltwegen worden nucleaire dichtheidsmeters gebruikt. Het bedrijf InstroTek maakt ze. Kan ik er een paar bestellen? Helaas. ‘We worden gecontroleerd door de Nuclear Regulatory Agency’, mailt Ali Regimand terug. ‘We voeren zelf ook veel controles uit voordat we nucleaire apparatuur verkopen aan bedrijven. Die bedrijven hebben vergunningen van een atoomagentschap nodig om de apparaten te mogen kopen en gebruiken. Particulieren kunnen deze apparaten niet van ons kopen.’

Ook bij RayFresh Foods, producent van apparatuur waarmee schadelijke bacteriën uit voedsel worden weggestraald, vang ik bot. ‘Die machines kosten miljoenen en je hebt er een vergunning voor nodig’, legt Pete Schoch uit. ‘En wij zullen je controleren om te kijken of je in de mango’s, asperges of terreur zit.’

Loop je niet in de gaten als je op het lekke internet achter een vuile bom aangaat? Pepijn Janssen van Fox-IT, specialist in internetrecherche, wijst op de relatieve beslotenheid van de forum- en chatdienst IRC. ‘Daar wordt wel eens rommel verhandeld. Maar ze zijn voor een buitenstaander bijna niet toegankelijk.’

Die kernbom van het internet, dat is een mythe. Misschien is er daarom nooit een aanslag mee gepleegd.


Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.

donderdag 28 mei 2009

Claudia de Breij barst van de energie

Een nieuwe cd, tv-programma en theatershow en dan ook nog een kind erbij. Allemaal geen probleem voor Claudia de Breij.

Deze maand verscheen de nieuwe cd Samen wakker worden, ergens heen, lekker eten en weer slapen.

‘Het is een echte popplaat geworden. We zijn steeds meer de muziek gaan maken die we zelf gaaf vinden, er staat nu een hele popband op het podium.

Toen we twaalf jaar geleden begonnen maakten we meer van die echte cabaretliedjes, braaf op de akoestische gitaar met teksten vol binnenrijm en koddige vondsten. Maar op plaat gelden andere wetten dan in het theater. Inmiddels zijn we erachter dat men daar niet zit te wachten op liedjes met een tekstueel vondstje.

Dat gaf me veel vrijheid bij de plaat, dan kun je echt alles schrijven dat ook pas na drie keer luisteren valt.’

Dit najaar komt er een nieuw theaterprogramma.

‘Het programma gaat Hete Vrede heten, als contrast met de Koude Oorlog. Het gaat over de tijd waarin we nu leven. Ik vind de jaren nul een verwarrend tijdperk. Sommige mensen roepen heel hard dat ze zeker weten hoe alles zit. Dat wil ik in twijfel trekken. In Hete Vrede vraag ik me af hoe ik later zal terugkijken op deze tijd. Wat ik zeker weet zing ik, dat zijn meer persoonlijke dingen, de rest zijn grappen.’

Ook ga je dit najaar een tv-programma presenteren.

‘Het gaat Claudia op vrijdag heten. Het dreigt heel leuk te worden. Het programma is op dit moment nog in een heel maakbaar stadium, dus ik kan er inhoudelijk nog niets over zeggen.’

Welke vind je het leukst: cabaret, zingen of presenteren?

‘Vroeger zei ik altijd resoluut: theater. Ik merk tot mijn opluchting dat ik recent zeg: ik ben gewoon een maker. Ik heb gedachten waar ik iets mee moet, en daar zoek ik de vorm bij. Soms is dat radio, soms tv of theater. Of schrijven, ik hou van dat eenzame proces. Duizendpoot vind ik een platgetrapte term. Ik ben gewoon een maker.’

Sinds een jaar ben je moeder van zoon Bing. Hoe bevalt het moederschap? Is het niet heel druk met al je activiteiten?

‘Het is geweldig. Iedereen waarschuwde dat je veel moest opgeven, dat er veel van je eigen tijd af gaat. Maar dat is helemaal niet zo. Ik heb er juist iets overweldigends bij gekregen. Het lijkt wel of ik zelfs twee keer zoveel tijd heb gekregen. Het scheelt natuurlijk wel dat ik geen negen-tot-vijf-baan heb, waardoor ik toch veel thuis ben.

Ik heb ook van nature veel energie, dat scheelt. Sommige mensen zijn sneller moe dan ik, dan denk ik: ben je nu al moe? Maar ik moet gewoon mijn bek houden, sommige mensen hebben nu eenmaal minder energie.

In het begin kwam ik wel moe thuis na een voorstelling, dat is vaak ook ver weg, en dan moet je nog eens in actie komen. Dan stond ik wel eens tegen de muur aan te slapen.’

Dit artikel verscheen eerder op DePers.nl.

woensdag 27 mei 2009

Vieux Farka Touré in voetsporen vader


Met het overlijden van de Malinese blueslegende Ali Farka Touré in 2006 verloor Afrika een van zijn prominentste muzikanten. Gelukkig neemt zoon Vieux de zaak over.

Dat Vieux de zoon van Ali is hoor je onmiddellijk aan zijn gitaarsound. Dezelfde broeierige, zinderende woestijnriffs die blijven resoneren in je hersenkwabben als een soort mantra.

Vieux is niet bang om in de schaduw te staan van zijn illustere vader. ‘Ik zie het als een voorrecht. Er was maar één Ali Farka Touré en dat zal altijd zo blijven. Maar ik ben Vieux Farka Touré en dat is een ander verhaal.’

Voor hetzelfde geld hadden we dat verhaal nooit te horen gekregen. Als het aan papa had gelegen was zoonlief nooit de muziek in gegaan. ‘Mijn vader wist uit eigen ervaring hoe zwaar het is om professioneel muzikant te zijn. Hij was net als alle vaders, hij wilde me beschermen. Hij wilde eigenlijk dat ik het leger in ging, kun je het je voorstellen? Maar toen hij zag hoeveel ik van muziek hield en hoe graag ik speelde, was het goed. Hij ging zelfs mee toen ik me ging inschrijven bij het National Arts Institute in Bamako. En hij speelde mee op mijn eerste plaat.’

Vieux’ tweede album Fondo is net uit. Zijn spel mag sterk op dat van zijn vader lijken, de muzikale context is breder. ‘Ik ben 28 en luister naar alle soorten muziek. Op mijn iPod staat hiphop, blues, reggae, reggaeton, traditionele Malinese muziek. Ik ben dol op Phil Collins. Je lacht erom, maar het is echt waar. Dus dat komt allemaal terug in mijn muziek. Mijn naam betekent oud in het Frans, maar ik ben jong en mijn muziek ook.’



Dit artikel verscheen eerder op DePers.nl

donderdag 14 mei 2009

Muzikale wereldburger


Sara Tavares is een vreemde eend in de bijt. Ze mixt Portugese en Afrikaanse muziek met soul. Geef dat beestje maar eens een naam.

Het is moeilijk een etiket op de muziek van Sara Tavares (1978) te plakken. De muziek van de Kaapverdische, die opgroeide in Lissabon bij een Portugese pleegmoeder, klinkt niet typisch Kaapverdisch of Portugees. Tavares is te Afrikaans om Europees te zijn, maar te Europees om Afrikaans te zijn.

Dat is het resultaat van opgroeien tussen twee culturen. ‘Ik miste mijn Kaapverdische kant toen ik opgroeide. Ik was anders en wist niet waarom. Ik wist niet wat er positief was aan dat anders zijn. Ik had geen familie om de rijkdom ervan te begrijpen’, zegt Tavares.

Als tiener begon Tavares haar Kaapverdische roots te verkennen. ‘Toen ik muziek begon te maken, werd het een uitdaging om dat te ontdekken. Voor mij komt muziek voort uit je identiteit. Het werd een uitdaging om alles dat ik was te verwerken in mijn muziek.’

De zangeres ziet zichzelf niet als vertegenwoordiger van de Kaapverdische cultuur. ‘Ik zeg alleen dat ik Kaapverdische ben, en dat ik deel uitmaak van de Creoolse cultuur. Ik ben een wereldburger.’

Tavares’ nieuwe album Xinti is een sensuele plaat vol knap in elkaar gevlochten ritmes, rijke melodieën en gevoelige zang. Een juweeltje om verliefd op te worden.

Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.

woensdag 6 mei 2009

Harry Muskee versus God

Elf jaar duurde het om een opvolger voor Dancing Bear te maken. Maar nu ligt dan Cats Lost van Cuby and the Blizzards, geproduceerd door Daniël Lohues, in de winkels.

Cats Lost klinkt vriendelijker en minder heavy dan het eerdere C+B werk.
Harry Muskee: ‘Ja dat vind ik ook. Het is een veel gedifferentieerder album. Van oude country-blues tot blues met toeters. En daarnaast echte liedjes.’

Lohues: ‘Ik wilde altijd al een plaat met de Blizzards maken waarin al hun sterke punten voorbij zouden komen, waarin alle mensen die in de Blizzards spelen zoiets hebben van: yeah, dat is nou typisch de band.’

In Low Country Blues zing je over de toenemende hufterigheid in Nederland. Heeft die ook al toegeslagen in Grolloo?
Muskee: ‘Nou nee. Daar heb je er niet zoveel last van. Ik ben in ‘78 wel eens voor niks in elkaar geslagen, hadden ze de verkeerde voor zich. Het deed me er wel aan denken. Je hoort tegenwoordig veel rare dingen, zoals dat hele ambulance-trein-bus-en-streekvervoer-verhaal. Ik ben geen massapsycholoog, dus waar dat vandaan komt weet ik niet. Dat zou je Goebbels moeten vragen.’

In Devil Made Religion neem je religie onder vuur.
Muskee: ‘Dat heeft er misschien ook mee te maken. De intolerantie. De duivel heeft religie uitgevonden om de boel te ondermijnen, als een soort spel voor hem. Ik ben atheïst en ik word als infideel en inferieur gezien. Wat voor recht hebben die mensen om mij zo te betitelen?'

Je bent al bijna een halve eeuw bezig. Als je terugkijkt op je carrière, wat zijn dan je mooiste en slechtste herinneringen?

Muskee: ‘We hebben in het Oostblok gespeeld toen het nog communistisch was, dat zijn dingen die je nooit vergeet. Dat zijn spannende jongensboekverhalen.

Muzikale helden ontmoet? B.B. King was vroeger een held. Ik heb die man een paar keer gesproken, en dat viel dan ineens helemaal weg. Hij bleek net als ik te zijn. Daar kijk je dan tegenop maar op een gegeven moment sta je met hem over een kop koffie te praten. Hij is een heel lieve, aardige man.

Ik heb zes jaar lang de Blues Estafette aangekondigd. Veel van die oude bluesmuzikanten waren nog nooit in Europa geweest. Jack Owens moest voor het eerst een paspoort gaan halen. Keb’Mo sprak hem aan met Mister Owens. Dat respect vind ik heel mooi.

Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.

Een dieptepunt was toen de band uiteen ging. Dat is ook de blues en goed om mee te maken.’