zaterdag 9 april 2011

Anna Calvi: het moet gevaarlijk zijn

Tjongejonge, wat is ze toch verlegen. Het vraaggesprek met Anna Calvi voelt als een ongemakkelijke blind date. Het begon al toen ik me aan haar voorstelde en de botjes in haar tere hand voelde. Ik was bang dat ik ze zou verbrijzelen als luciferhoutjes. De conversatie verloopt hortend en stotend als een eerste rijles. Het zaag- en boorgeweld in het souterrain van Paradiso helpt ook niet mee. Het kleine tengere breekbare meisje met de zachte stem dreigt te worden verpletterd onder het lawaai.
Maar make no mistake, achter het timide voorkomen van de 28-jarige Londense gaat een muzikale furie met een sterke persoonlijkheid schuil, vol zelfvertrouwen over haar kunst. De Britse zangeres en gitarist weet precies wie ze is en wat ze wil. Ze laat zich door niemand de les lezen of van de wijs brengen.
Anna Calvi’s titelloze solodebuut (ze speelde eerder in diverse bands waaronder Cheap Hotel) is een fascinerend, sferisch, visueel, sensueel, duister, broeierig en intens album dat direct bij de eerste gitaartonen de aandacht opzuigt als een supernova. Het album klinkt als de soundtrack van een spaghettiwestern geregisseerd door David Lynch, opgenomen met PJ Harvey, Link Wray, Los Lobos, Chris Isaac en David Bowie in de zinderende Mexicaanse woestijn. De muziek roept associaties op met de meest uiteenlopende genres en muzikanten, van post-punk en indie-rock tot flamenco. Maar Calvi weet haar eclecticisme te kanaliseren en ingenieus samen te smeden tot een eenheid. Anna Calvi klinkt als alles en niets tegelijk. Een veelbelovend talent – de BBC bombardeerde haar tot een van de Sounds of 2011 – dat niemand minder dan Nick Cave en Brian Eno tot haar fans mag rekenen. Eno noemde Calvi zelfs ‘de opwindendste vrouwelijke artiest sinds Patti Smith’. We gaan er maar van uit dat hij doelde op haar muzikale talent.

Noem 3 woorden om je plaat te omschrijven.
“Eerlijk, gepassioneerd… en ik hoop beeldschoon. Ik wilde iets maken dat voor mij persoonlijk waarachtig was, niet zozeer iets wat anderen bijzonder zouden vinden. Ik wilde mijn visie neerzetten, zonder afgeleid te worden.”

Het album is heel intiem. Zitten er autobiografische elementen in je muziek?
“Ik schrijf improviserend. Tekst en melodie ontstaan tegelijkertijd. Ik ga niet zitten met het idee: nu ga ik hier eens over schrijven. Het komt er allemaal  natuurlijk uit, ik vertrouw op het onderbewuste.”

De sfeer is nogal donker.
“Ik vind het album niet specifiek donker. Ik erken dat er donkere elementen in zitten, maar er is meer. Er zit ook veel hoop en schoonheid in. Schoonheid vereist zowel donker als licht.”

Je put uit een breed scala aan invloeden, van Claude Debussy tot Captain Beefheart. Wat hebben zij gemeen?
“Ik wil geraakt en geëmotioneerd worden door muziek. Er moet schoonheid in zitten. Ik wil meegenomen worden op een reis. Dat is wat me zo aanspreekt in klassieke muziek, met name in Debussy en Ravel. Het is melodieus prachtig en je wordt meegenomen langs allerlei wendingen. Je weet nooit waar je heen gaat, je moet gewoon op de muziek vertrouwen. Ik vind dat gevaar spannend, dat je niet weet waar je bent.”

Kun je een voorbeeld geven van wat je hebt geleerd van bijvoorbeeld Captain Beefheart?
“Ik hou van het onconventionele. Beefhearts muziek is een beetje gek. Dat is wat me ook aanspreekt in Messiaen. Het is gevaarlijk, je weet nooit wat je te wachten staat.”

Je hebt het woord gevaar al een paar keer laten vallen. Hou je van gevaar?
“Haha! Ik hou niet van gevaar in het echte leven, maar wel in muziek.”

Hoe smelt je al die invloeden samen tot een geheel?
“Dat is geen bewust proces. Ik denk niet: ik ga dit en dat gebruiken van die en die persoon. Zoals ik al zei, ik schrijf instinctief en emotioneel. Ik denk er niet over na, het is een persoonlijke expressie. En zo wordt het vanzelf een eenheid.”

Op het album heb je samengewerkt met producer Rob Ellis, die eerder werkte met PJ Harvey. Wie van jullie bepaalde de muzikale visie?
“Grotendeels ik. Ik had al veel gedaan voordat ik Rob ontmoette. Sommige demo’s die we al hadden opgenomen zijn op de plaat terechtgekomen. Ik had het geluk dat Rob mijn visie respecteerde en niet de zijne probeerde door te drukken. Het was een goede samenwerking.”

Vind je het raar dat de media steeds je invloeden memoreren. Elke artiest heeft toch zijn voorbeelden?
“Ik heb inderdaad wel een heel brede muzikale interesse, wellicht meer dan andere artiesten. Ik heb klassieke muziek gestudeerd en ben blootgesteld aan veel soorten muziek die ik anders misschien nooit zo goed had leren kennen. Dat heeft me een diep begrip van de muzikale canon gegeven. Dat heeft me absoluut verrijkt als muzikant.”

Maar vind je het niet vervelend dat je veel wordt vergeleken met andere artiesten?
“Dat gebeurt met elke nieuwe artiest. Mensen hebben andere artiesten nodig om te kunnen uitleggen hoe je klinkt en dat doe je door te vergelijken met wat eraan voorafging. Elke artiest vindt het vervelend, maar het is normaal en ik accepteer het.”

Als ik zeg: je klinkt als PJ Harvey, wat zeg jij dan?
“Je hebt niet in de hand wat mensen over je denken. Als iemand zegt dat ik klinkt als Lady Gaga of Tina Turner, dan hoef ik je niet proberen te overtuigen dat ik totaal niet als hen klink, want jij hebt je mening al gevormd. Ik heb mijn eigen zienswijze, maar ik vind het zinloos om anderen van het tegendeel te overtuigen.”

Maar heb ik gelijk of ongelijk over je gelijkenis met PJ Harvey?
“Ik snap wat je bedoelt wat betreft mijn zang. Ik heb ook een donker, rijk timbre. Maar in muzikaal opzicht zijn we verschillend. Maar als jij vindt van wel, prima. Daar heb ik geen invloed op.”

Is het moeilijk om je eigen geluid te vinden? De recensies zijn unaniem lovend, maar sommige critici vonden wel dat je je meer van je voorbeelden zou mogen losweken.
“Belachelijk. Het is duidelijk dat ik mijn eigen geluid heb.”

Vind je al het enthousiasme en aandacht overweldigend? Ik kan me voorstellen dat het best eng is.
“Ik probeer er niet te veel over na te denken. Er zijn zo veel dingen in de wereld die nog veel enger zijn. Het hele leven is eng. Je kunt de deur uit gaan en aangereden worden door een bus. Het feit dat sommige mensen mijn muziek mooi vinden maakt me niet angstig, bezorgd of nerveus.”

Ben je niet bang dat mensen te hoge verwachtingen van je krijgen?
“Ik voel geen druk. Het is gek, dit wordt me vaak gevraagd. Het is niet iets waar ik me zorgen over maak. Toen ik het album opnam voelde ik de druk van mezelf: kan ik mijn visie optimaal tot uitdrukking brengen? Dat was echt moeilijk. Maar sindsdien is alles zo veel makkelijker. Meer ontspannen.”

Je bent dus niet bang mensen teleur te stellen met je volgende plaat?
“Dat is precies het omgekeerde van hoe ik als muzikant denk. Het gaat mij erom dat het voor mij eerlijk, waarachtig en intuïtief is. Als ik moet nadenken over wat anderen van me willen, dan is dat precies het omgekeerde van mijn manier van werken. Tenzij dat goed voelt.”

’s Avonds staat er een totaal andere Anna Calvi op het podium van de bovenzaal van Paradiso. Zo terughoudend als ze in het sociale verkeer is, zo geeft ze zich helemaal in haar muziek. Gekleed in een rode flamencoblouse speelt Calvi machinaal maar sierlijk op haar enorme gitaar, alsof het een wapen is waarmee ze begerige mannen uitdaagt en tegelijk op afstand houdt. Look but don’t touch. Ze schreeuwt haar hart naar buiten uit haar gigantische met bloedrode lippen omlijnde mond, waarmee ze de voorste rij mannen in het publiek in één keer zou kunnen opslokken. Het schuchtere, frêle meisje van vanmiddag is als een Dr. Jekyll and Mr. Hyde veranderd in een verleidelijke femme fatale. U bent gewaarschuwd.


Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen