woensdag 17 januari 2001

Miles Davis: On The Corner / Big Fun / Get Up With It

De legendarische trompettist Miles Davis is altijd bewonderd om zijn onophoudelijke drang naar vernieuwing. De jaren ’70, Davis’ meest innovatieve periode, is echter ook zijn meest omstreden en bekritiseerde fase. De uiterst avant-gardistische experimenten met rock en funk gingen de meeste fans te ver. Het lijkt dan ook alsof de periode wordt doodgezwegen.
Gaven de meesten Davis met de klassieker Bitches Brew (1970) nog het voordeel van de twijfel, On The Corner (1972) scheurde het publiek in tweeën. Aan de ene kant stonden degenen die de trompettist bewonderden om zijn weigering stil te staan, aan de andere kant stonden veelal jazzpuristen die meenden dat Davis zichzelf in de uitverkoop had gegooid en maar vaag wat blies op zijn door wahwah-pedalen vervormde toeter. Toegegeven, Davis’ muziek uit de zeventiger jaren vereist een open geest.
Zo is On The Corner op het eerste gehoor een chaotische en onsamenhangende kakofonie. Echter, de rauwe, funky poliritmes zitten strak als een korset. On The Corner is daarom één van Davis’ meest gecontroleerde platen uit de jaren ’70.
De opvolger Big Fun (1974) is eveneens sterk op de funk georiënteerd, maar is een stuk toegankelijker dan On The Corner.
Get Up With It (1974) heeft meer een rockgeluid. Het album zal de wat minder ingevoerde luisteraar nog enigszins kunnen bekoren, hoewel er soms behoorlijk freaky wordt gejamd. Het nummer Rated X (drum&bass avant la lettre), met de psychotische orgeltonen, zal echter veel luisteraars afschrikken.
Hopelijk openen de reissues (met nieuwe liner notes en extra tracks) de oren voor het zwaar ondergewaardeerde jaren ’70-werk van Miles Davis, dat na bijna drie decennia wel eens de erkenning mag krijgen die het verdient.

zaterdag 12 juni 1999

Iain Matthews maakt geen muziek om de hits

Het komt niet vaak voor dat in Edam in een lokale kroeg een internationale beroemdheid optreedt. Met drie optredens van de van origine Britse folkzanger en –gitarist Iain Matthews in De Harmonie is het meteen raak. Eind jaren zestig speelde hij bij Fairport Convention. Daarna richtte hij zijn eigen band op, Matthews Southern Comfort en scoorde in 1971 een hit met het nummer ‘Woodstock’, dat ook tijdens zijn optredens nog ten gehore wordt gebracht. Matthews doorliep verschillende bands en werkte enige tijd als A&R-manager bij Island Records. Eind jaren negentig telt hij nog steeds mee.

Aan een houten tafel zit Iain Matthews. Hij oogt fris ondanks een korte nachtrust. Gisteravond trad hij hier in een volgestouwde Harmonie op. Het aantal bezoekers overtrof de eigenlijke capaciteit van de tent. Hoe komt een muzikant van Matthews’ formaat in Edam terecht? ,,Iemand die hier werkt zag me vorig jaar optreden en zei tegen Siem-Kees Slegt (eigenaar van De Harmonie, red.) dat hij moest proberen mij te boeken. Dat heeft Siem-Kees met mijn manager geregeld’’, vertelt Matthews. Matthews en Bløf hebben dezelfde manager en Bas Kennis van de populaire Nederlandse band, speelde piano bij Matthews’ optreden afgelopen woensdag. Matthews toert drie weken door Nederland met Bløf en speelt in Paradiso, Tivoli en Nighttown. Ondanks de grootte van deze zalen in respectievelijk Amsterdam, Utrecht en Rotterdam, vindt Matthews het Edamse De Harmonie niet klein. ,,Ik ben aan alle soorten zalen gewend, ik speel overal. Ik doe hier drie avonden omdat het niet groot genoeg is voor één.’’


Electric folk
Matthews was één van de Fairport Convention-leden van het eerste uur. Toen heette de band nog The Ethnic Shuffle Orchestra. De Brit nam de leadzang voor zijn rekening. In de band zat ook gitarist en zanger Richard Thompson. Toen zangeres Judy Dyble zich bij de groep aansloot werd deze omgedoopt in Fairport Convention. De formatie werd de Britse tegenhanger van Jefferson Airplane genoemd.
,,Men noemde ons zo omdat we een mannelijke en een vrouwelijke zanger hadden, en we leken een beetje op ze. Maar de muziek was compleet anders. Jefferson Airplane was een rockband, Fairport Convention speelde meer electric folk’’, verklaart Matthews de stempel die de band kreeg opgedrukt. Tijdens de opnames van Fairport Conventions derde album ‘Unhalfbricking’ in 1969, verliet Matthews de band wegens artistieke meningsverschillen met de andere leden. ,,Zij wilden traditionele folk spelen. Ik wilde me juist op eigentijdse muziek richten’’, licht Matthews de breuk toe.


Hits
Na het verlaten van Fairport Convention richtte Matthews zijn eigen band Matthews Southern Comfort op. Dat leek de juiste stap. In 1971 scoorde hij een hit met ‘Woodstock’. Zeven jaar later scoorde hij nog een hit met, ‘Shake It’. Matthews is niet gefrustreerd dat hij gedurende een carrière van dertig jaar slechts twee hits leverde.
Wat maakt volgens een ervaren muzikant een nummer een hit? ,,Het moet op de radio gedraaid worden. Het is op de juiste plaats op de juiste tijd. Het moet op de juiste tijd van het jaar uitkomen, mensen moeten in de juiste gemoedstoestand zijn. Dat is het wel zo’n beetje. Het hoeft niet eens een goed nummer te zijn. Het is een combinatie van gunstige factoren. Je kunt een hit creëren met een visueel beeld van iemand. Zoals de Spice Girls bijvoorbeeld. Je schept een image en de muziek komt op de tweede plaats’’, doet Matthews uit de doeken.


Na drie albums met Southern Comfort doekte Matthews de band op in 1971 en vormde Plainsong. Daarmee hield hij het twee albums uit en verkaste in 1972 naar de Verenigde Staten om zich in het zonnige Californië te vestigen. ,,De meeste muziek waarnaar ik toen luisterde was Amerikaans. Ik kreeg de kans om naar Californië te verhuizen en daar te werken. ‘’ Inmiddels heeft Matthews in Seattle gezeten en woont nu in Texas.
In 1993 maakte Matthews een tournee door Groot-Brittannië. Bij een van de optredens was een oud lid van Plainsong aanwezig. Voor de grap speelden de oud-bandgenoten een aantal keren met elkaar. Het beviel hen beiden zo goed dat ze besloten de band nieuw leven in te blazen. Inmiddels heeft de band vier albums uitgebracht en is net klaar met een nieuw album getiteld ‘New Place Now’. De cd moet deze maand in de winkels liggen.


Experimenteren
Opvallend is dat Matthews in vele bands heeft gespeeld en deze snel voor elkaar heeft ingeruild. Waarom hield hij het zo snel voor gezien? ,,Je weet nooit hoe lang je dit zal doen. Sommige artiesten draaien niet zo lang mee. Ik houd ervan verschillende dingen te ervaren. 25 Jaar geleden wist ik niet dat ik het nu nog steeds zou doen. Ik geloof niet in het doen van één ding omdat het succesvol is. Ik wil experimenteren met verschillende dingen’’, legt Matthews uit.
In de tweede helft van de jaren ’70 ging Matthews steeds meer experimenteren met verschillende instrumenten, voornamelijk elektronische als synthesizers. Critici noemden deze experimenten ‘ongeïnspireerd en niet succesvol’. Matthews is het daarmee niet eens. ,,Misschien dat zij dat zo ervoeren, ik had veel plezier.’’ Desalniettemin ging de muzikant al snel terug naar een meer akoestisch geluid dat hem toch beter beviel.


Midden in de jaren tachtig kwam Matthews’ muzikale carrière op een laag pitje te staan. Hij raakte gedurende vier jaar zijn gitaar zelfs niet meer aan. Gebrek aan inspiratie. In die tijd was hij A&R-manager bij Island Records, wat inhield dat hij niet talent contracteerde voor de platenmaatschappij. Na Island had hij dezelfde functie bij het New Age-label Windham Hill, dat bezig was een vocale tak op te zetten. A&R-management bleek geen werk dat voor Matthews was weggelegd. ,,Na vier jaar voelde ik me geïnspireerd om weer te gaan spelen. Bovendien vond ik A&R-manager zijn niet zo leuk als gitaar spelen. Je moet namelijk meer denken vanuit het bedrijf dan vanuit de artiest. Je moet het bedrijf voor laten gaan en daarna pas de artiest. Ik liet altijd de artiest voorgaan. Ik was natuurlijk zelf ook een artiest’’, evalueert hij zijn aanstelling. Het besluit ermee te stoppen was ‘wederzijds’. ,,Toen de beslissing viel had ik al besloten ermee te stoppen en weer muziek te gaan maken.’’
Begin jaren tachtig blies Matthews zijn carrière nieuw leven in. Hij tekende bij Watermelon Records, herenigde Plainsong en richtte de band Hamilton Pool op. ,,Hamilton Pool bestond uit drie songwriters. Het was niet serieus. We hebben het een korte tijd gedaan. Iedereen had een andere carrière. Het was een soort hobby, iets dat we in onze vrije tijd deden. We hebben één album gemaakt.’


Platenmaatschappijen
Gedurende zijn carrière zat Matthews bij zowel kleine als grote platenmaatschappijen. Hij weet niet waarnaar zijn voorkeur uit gaat. ,,Ik vind beide goed om verschillende redenen. Bij grote platenmaatschappijen krijg je meer media-aandacht. Ik houd van de ‘independent labels’ omdat je meer aandacht van het personeel krijgt. Ze hebben beide hun voor- en nadelen. Ik heb geen voorkeur. Bij een grote platenmaatschappij verkoop je veel meer platen, maar kleine maatschappijen besteden meer zorg en je hebt meer te vertellen. De ideale situatie is een grote maatschappij die zorg aan je besteedt.’’
Vrijheid
Matthews voegt eraan toe dat de artiest meer creatieve vrijheid heeft bij een kleine platenmaatschappij. ,,Bij een kleine maatschappij maak je je plaat en die brengen ze uit. Een groot label bemoeit zich inhoudelijk met het album en daar hou ik niet zo van. Daar is mijn muziek niet naar. Daarom zit ik nu bij een klein label.’’ Matthews heeft een contract met het Duitse Blue Rose.


De meeste mensen spellen Matthews’ voornaam nog als Ian. In feite noemt Matthews zich sinds een jaar of tien Iain, uit eergevoel voor zijn Keltische roots. ,,Maar het is iets dat ik al een lange tijd wilde veranderen, maar wat er niet van kwam.’’ Het staat echter niet op zijn geboorteakte.


Dit artikel verscheen eerder in het Noordhollands Dagblad/Nieuwe NoordhollandseCourant.

donderdag 25 februari 1999

Rob Swift wil meer zijn dan alleen DJ


Jarenlang zat deejaying in het slop, totdat Rob Swift opstond en de kunst een nieuwe impuls gaf. Sindsdien spreekt men ook niet meer van deejaying, maar van ‘turntablism’.

Rob Swift is één van de meest invloedrijke DJ’s van dit moment. De tijd zal het leren, maar naar alle waarschijnlijkheid hebben we hier te maken met één van de groten die thuishoort in het rijtje waarin ook Grandmaster Flash vermeld staat, en die hiphop de richting zal wijzen. Volgens velen is Rob namelijk de grondlegger van beat juggling (met twee dezelfde platen een geheel nieuw nummer maken). Met zijn crew de X-Ecutioners (voorheen de X-Men), en andere collectieven als de Invisibl Skratch Piklz en de Beat Junkies zorgde Rob Swift ervoor dat de nieuwe techniek om zich heen greep als een Ebola-virus. Enkele zeer spectaculaire shows in Amsterdam besmetten tal van hiphop-heads.
Recentelijk verscheen Robs eerste soloalbum, The Ablist. Evenals op het X-Ecutioners album X-Pressions, ontpopt Rob zich hierop als een vaardig producer. Want hoewel hij voornamelijk bekend staat als DJ/turntablist, wil Rob meer zijn dan alleen dat. “De titel van het album is The Ablist, I just wanna show that I’m able, iedereen moet verschillende dingen kunnen doen binnen hiphop. Ik wil niet in één gebied gecategoriseerd worden. Ik kan beats maken, ik rijm, ik produceer, ik gebruik de draaitafel als een muziekinstrument. Ik wil mijn creatieve kunnen laten zien. Ik wil veelzijdiger zijn, en ik hoop uiteindelijk meer geld te verdienen met produceren.”
Rob ziet battlen dan ook als een stadium dat voor hem achter de rug is. “Ik probeer nu te laten zien hoe divers ik kan zijn. Met het X-Ecutioners-album namen we een stap. We waren de eerste turntablist crew die een album maakte. Nu zitten we op een groot label, we hebben net met Loud [label waarop ook o.a. Big Punisher, Mobb Deep en Inspectah Deck zitten – PS] getekend. Op mijn album, The Ablist, wil ik laten zien dat een turntablist zijn meer is dan alleen battlen, dat we het een stapje verder moeten nemen. Battling is the greatest thing any DJ should get into, om zijn skills te verbeteren. Maar als een hiphop-artiest en muzikant moet je altijd je horizon verbreden.”
The Ablist is inderdaad een compleet hiphop-album. Voor sommigen is het moeilijk om naar een heel album met alleen beats en scratches te luisteren. Daarom heeft Rob een aantal MC’s laten opdraven. “We hebben geprobeerd er een divers album van te maken en verschillende groepen mensen te bereiken, met de verschillende MC’s die op het album meedoen.” Onder deze MC bevinden zich Pharaohe Monch van Organized Konfusion, Gangis Kahn, een oude vriend van Rob die nu in de gevangenis zit, en Gudtyme, die al eerder op het X-Ecutioners-album meedeed.

Rob Swift was enkele jaren geleden één van de mensen die deejaying weer een impuls gaf, nadat de kunst in de vergetelheid was geraakt. Rob verklaart hoe de DJ, nota bene de grondlegger van hiphop, naar de achtergrond is verschoven. “Hiphop begon met twee draaitafels. Dat kwam op gang, net als graffiti en breakdance. Het werd wijdverbreid en wereldwijd. Maar na een tijdje werd het een gimmick. Je zag het op tv en in reclames. Er waren kinderen met speelgoeddraaitafels. Sommigen namen het niet meer serieus omdat het een commercieel marketinginstrument werd. De reden waarom mensen weer geïnteresseerd raken is volgens mij omdat er veel saaie MC’s optreden. Als je een turntablist ziet, geen DJ, maar iemand die de draaitafels manipuleert, daar gaat zo’n creatieve impact van uit dat mensen denken ‘hé, eens kijken wat hij gaat doen. Gaat hij tussen z’n benen door scratchen, achter zijn rug om, hoe manipuleert hij de platen zodat de muziek compleet anders klinkt?’ Er was een tijd dat mensen dachten: ‘oké, we gebruiken de DJ alleen in het refrein.’ Ze dachten dat een DJ niet veelzijdig en creatief kon zijn. Mensen zagen DJ’s niet als turntablists, wat mensen zijn die de draaitafel als muziekinstrument gebruiken. We praten nu met onze handen, en ik denk dat het daarom weer terugkomt.”
De huidige generatie DJ’s probeert de DJ weer gelijkwaardig aan de MC te krijgen. “We nemen grote stappen. Turntablist/DJ-albums, er komen steeds meer nieuwe crews, de verkoopcijfers zijn goed, we kunnen het bijhouden. In sommige landen houdt men meer van DJ’s dan van MC’s.”
Na beat juggling lijkt het wel alsof deejaying technisch niet veel  gekker kan worden. Welke kant gaat deejaying op in technisch opzicht? “Als je naar DJ Craze kijkt, hij manipuleert de draaitafels met verschillende pitch control-standen. Mixmaster Mike en de Skratch Piklz praten met hun draaitafels en zij hebben hun wetenschappelijke, futuristische stijlen. Je hebt zoveel verschillende dingen nu, zoveel kanten dat het op kan gaan, verbazingwekkend.”

woensdag 17 februari 1999

Prince Paul: De Dali van de hiphop

Als je nadenkt over wie de beste producers in hiphop zijn, zie je op de één of andere manier Prince Paul snel over het hoofd. Onterecht. Al vanaf het begin van zijn carrière tot op het heden is hij verantwoordelijk voor een flink aantal klassiekers en meesterwerken. Het nieuwste van zijn hand: A Prince Among Thieves. Het is een soundtrack voor een film die nog gemaakt moet worden. Dit werk is een voorbeeld van Prince Pauls handelsmerk: pure hiphop met een vreemd smaakje.

Prince Paul is de man achter de schermen. Altijd on the downlow, maar intussen wel belangrijk. In 1984 sloot hij zich aan bij de legendarische ‘hiphop band’ Stetsasonic. Drie platen bracht de formatie voort, waarna ze in 1992 uiteen gingen. Intussen had Prince Paul al de nodige dingen buiten Stet gedaan. In 1989 ontdekte hij een jong trio uit zijn woonplaats Amityville, een voorstad van New York. Het succesvolle drietal zou het gezicht van hiphop ingrijpend veranderen: De La Soul. Drie albums produceerde Paul voor hen. Ook nam Prince Paul de productie van enkele tracks van 3rd Bass voor zijn rekening. Hij zette een eigen label op, Dew Dew Man Records, dat echter maar een kort leven beschoren was. Die frustraties reageerde Paul af met de Gravediggaz (met o.a. Wu-Tangs Rza en ex-Stetsasonic-genoot Fruitkwan), waarvan inmiddels alweer twee albums zijn verschenen.
Over naar Prince Pauls nieuwste schepping, A Prince Among Thieves. Voor dit project heeft Paul zo’n beetje alle grote namen van hiphop opgetrommeld. Zo speelt Big Daddy Kane de rol van de pooier Count Mackula, Kool Keith de wapenhandelaar Crazy Lou, en Special Ed en Biz Markie de schurken Breakneck en Die Hard. Everlast is een corrupte politieagent, en Sadat X, Xzibit en Kid Creole zijn bajesklanten. Rza speelt zichzelf en komiek Chris Rock is hilarisch in zijn rol als junkie. Opvallend is dat De La Soul ook junks spelen.
A Prince Among Thieves gaat over twee vrienden, True (Sha) en Tariq (Breeze van de Juggaknots), die op het punt staan rap stars te worden. Tariq heeft een afspraak met Rza, die zeer geïnteresseerd was na het horen van zijn demo. Om zijn demo op tijd af te krijgen, gaat Tariq op advies van True drugs verkopen. Ze komen in contact met crime boss Mr. Large (Chubb Rock), die hem aanneemt. Voor zelfbescherming kopen True en Tariq enkele wapens bij Crazy 'Welcome to Weapon World' Lou. De drugsverkoop is succesvol, en True trakteert Tariq op een avondje met een hoer. Net op het moment dat het intiem wordt doet de politie een inval. Tariq wordt gearresteerd wegens wapen- en drugsbezit. Tariq komt in de cel, die hij deelt met Sadat X, Xzibit en Kid Creole (Furious Five). Hier begint Tariq te beseffen dat True hem erin heeft geluisd. Tariqs moeder regelt dat een dominee Tariq vrij krijgt wegens een vormfout (de politie had geen huiszoekingsbevel). Als Tariq Rza belt, hoort hij op de achtergrond zijn eigen beats, waar True overheen rapt. Tariq wacht True thuis op, en wanneer deze arriveert, opent hij het vuur. Tariq en True worden allebei geraakt, Tariq realiseert zich dat Mr. Large hem onherroepelijk te pakken zal nemen, en slaat de hand aan zichzelf. True droeg echter een kogelvrij vest, en loopt ongedeerd weg. Hij is klaar voor het sterrendom.
Het is nogal uitzonderlijk dat de soundtrack wordt opgenomen vóór de film, meestal is het omgekeerd. Er gingen al geruchten dat de film überhaupt niet bestond. “We hebben eigenlijk nog maar een klein stukje geschoten, en we proberen de rest van het geld bij elkaar te krijgen, ha ha. We hadden genoeg geld om een trailer te maken, en we onderhandelen nu met een paar bedrijven om te zorgen dat het uitkomt.”, verklaart Prince Paul. “Ik heb gewoon het omgekeerde gedaan, ik breng eerst de soundtrack uit. Ik weet niet hoe ik films moet maken, maar ik weet wel hoe ik platen moet maken. Dus ik heb eerst de soundtrack en het script gemaakt om te kijken of het daarna begon te lopen.”
Afgaande op de cast van A Prince Among Thieves, krijg je bijna het idee dat de film een soort tweede Who’s The Man? is. Niets dan klinkende namen bevolken de set. Hoe heeft Prince Paul al die mensen weten te strikken voor de film? “Ik weet het niet. Ik pakte de telefoon en belde iedereen op. Ik had geen management dat voor me belde. Verbazingwekkend genoeg doet bijna iedereen die ik vroeg mee. Ik vroeg Vanilla Ice, maar hij heeft me niet teruggebeld.”
Bijna alle rollen in de film zijn op de acteur geschreven. “Iedereen past perfect in het personage. Wie kan er een betere wapendeskundige spelen dan Kool Keith? Hij is gek. Wie kan er een betere pooier spelen dan Kane als Count Mackula? Wie kan er een betere bendeleider spelen dan Chubb Rock als Mr. Large? Everlast als de crooked cop. De personages waren er al. Dat maakte het makkelijk voor me. Sommige personages had ik al in gedachten, sommige waren nog open. Ik had Kane al in gedachten voor de rol als pooier, en Everlast als smeris. Sommige personages waren dus al duidelijk. Andere had ik geschreven, later teruggekeken en de bijpassende persoon bedacht.”
Inspiratie haalde Prince Paul uit films als Deep Cover, Juice, I’m ‘Bout It en Grease. Het lijkt bijna op het spelletje ‘welke hoort niet in dit rijtje thuis?’, omdat Grease toch weinig verband met hiphop lijkt te hebben. Prince Paul ziet er wel de logica van in. “Vanwege het muzikale aspect. Het heeft dialogen die in de muziek overgaan. ‘Dat wil ik ook doen’, dacht ik.”
Bij het lezen van de plot outline, borrelt de gedachte boven dat A Prince Among Thieves voor Prince Paul een uitlaadklep is voor zijn frustraties over de muziekindustrie. “Ik heb de industrie gebruikt als middel om een gevoel te uiten, ik richt me niet specifiek op de industrie. Het gaat om mensen in het algemeen. Mensen die je verraden, zowel in de muziekindustrie als vrienden. Als je succes hebt willen mensen geld van je lenen en betalen ze je nooit terug. Meisjes willen met je gaan alleen omdat je platen maakt. Dat heb ik gebruikt als thema.”
Op A Prince Among Thieves wordt het samenwerkingsverband Prince Paul-De La Soul (Prince Paul produceerde alle albums van De La, behalve de laatste, Stakes Is High) nieuw leven ingeblazen. Van een echte hereniging is echter geen sprake. “We zijn wel op een paar nummers herenigd, maar ik denk niet dat we samen aan hele albums zullen werken. We’ve always been cool, vooral in de muziekindustrie is men geneigd te denken dat als mensen niet meer samenwerken er beef is. We het hebben gewoon verschillende ideeën op het creatieve vlak. Ik respecteer hen, en ze mogen doen wat ze willen doen. Ik wil me niet bemoeien met iemands creatieve proces. Ik wil ook niet dat iemand dat bij mij doet. Het was een goede split. We zijn gaan zitten en er erover gaan praten, en we waren er allemaal tevreden over. Het was wel moelijk voor me, begrijp me niet verkeerd, want ik hou zielsveel van ze, het was mijn groep. Maar soms moet je beslissen wanneer ‘t het beste is dat iemand zijn eigen weg gaat.”

Behalve een interessant heden, ken Prince Paul ook een belangrijk verleden. Zoals al eerder werd vermeld was Prince Paul vanaf 1984 lid van Stetsasonic, tot de split-up zeven jaar terug. Prince Paul was de enige die daarna een noemenswaardige carrière nastreefde. Rapper en Stet-frontman Daddy-O maakte in 1993 een tegenvallend solo-album. Fruitkwan sloot zich met Paul aan bij de Gravediggaz. Van de overige leden werd niets meer vernomen. Wat is er met hen gebeurd? “Iemand zei tegen me dat Daddy-O een gospellabel is begonnen, en hij werkt met één of andere meidengroep genaamd Dimes, die net een contract getekend hebben met Arista. Hij produceert. Wat de anderen doen weet ik eigenlijk niet. We moeten samen komen en een show doen volgende maand. Dat wordt de eerste Stet-show in bijna tien jaar. Ik praat soms nog wel met ze, ongeveer één keer per jaar, twee jaar. Dan kom ik iemand tegen, maar niet regelmatig.”
Na het uiteenvallen van Stetsasonic deed Prince Paul een poging een eigen label, genaamd Dew Dew Man Records, onder de paraplu van Def Jam op te zetten. Het werd een fiasco. Paul legt uit wat de problemen waren. “Ten eerste was ik erg jong en ik was niet echt business minded. Ten tweede geloofde het label niet in me. Dat maakte het een beetje moeilijk. Ik was geïnteresseerd in creatieve hiphop, en daar konden zij zich niet in vinden. De artiesten ook niet. Het was een kwestie van timing. Het klopte allemaal niet. Ik werd gedwongen het te doen, ik was er niet klaar voor en ik nam het niet zo serieus als ik eigenlijk had moeten doen. En het label begreep niet wat ik wilde doen. It kind of crumbled. Eerste baalde ik wel van, maar nu ben ik blij dat het zo gelopen is.”
Prince Paul heeft dan ook geen concrete plannen om in de toekomst een nieuwe poging te wagen. “Ik heb geen plannen, maar als ik een aanbod krijg en ik zie er wat in, ik kan er wat mee, dan zou ik er geen bezwaar tegen hebben. Ik maak zelf alleen geen plannen. Ik vind het gewoon leuk om muziek te produceren. Als het op labels aankomt, dat zijn zaken, en dat botst nog wel eens met de creatieve kant. Ik vind het leuk om te zitten, nummers te maken and make people bug out, ze aan het denken te zetten.”
Afgezien van het mislukte avontuur met zijn eigen label en de twee Gravediggaz-albums is Prince Paul continu op het Tommy Boy-label gebleven. Zo’n staaltje trouw is vrij zeldzaam in hiphop. “Het was het enige label dat altijd in me heeft geloofd. Labels twijfelen in zekere zin altijd aan je, ze hebben altijd zoiets van ‘we zien wel’. Tommy Boy nam dan wel risico’s met me, met Stetsasonic, met De La Soul, met Psychoanalysis en nu met dit project. Ik moet hun daarvoor respect betuigen. Bij een label werken altijd wel wat jerks en buttholes die het verkeerd aanpakken, maar over het algemeen zijn ze er wel voor je en steunen ze je. I have to give the love back.”
Voor het Gee Street-label maakte Prince Paul twee albums met de Gravediggaz. De groep is voor Paul een gesloten hoofdstuk. “Ik denk dat er wel een derde album komt, maar zonder mij. Ik denk ook zonder Rza trouwens. Ik deed het als een side project, en het was voor mij een manier om een brok stress en boosheid te ventileren. [Gravediggaz] was mijn manier om dat te doen. Once I did it, it was done. Ik voelde me een stuk beter en ik kon niet nog een Gravediggaz-album maken. Het was een kant van me die ik wilde uiten, en toen we het tweede album moesten gaan maken, kon ik het niet écht doen. Ook zijn de ideeën binnen de groep veranderd. Ik respecteer dat, ik wil hen laten doen wat ze willen doen. Ik was toen ook meer gefocust op Psychoanalysis, ik was met mijn gedachten ergens anders.”

Prince Paul lijkt altijd met zijn gedachten ergens anders te zijn. Zijn producties klinken altijd als pure, conventionele hiphop. Toch zijn ze anders, eigenaardig. Zijn tijd vooruit, of gewoon van een andere planeet. Prince Paul leeft in zijn eigen, lichtelijk verknipte en surrealistische wereld. De Dali van hiphop.

Prince Paul discografie


Als artiest

•Prince Paul: A Prince Among Thieves
•Prince Paul: DJ Paul vs. The World
•Prince Paul: Psychoanalysis
•Gravediggaz: Niggamortis/Six Feet Deep
•Gravediggaz: The Pick, The Sickle and the Shovel
•Stetsasonic: On Fire
•Stetsasonic: In Full Gear
•Stetsasonic: Blood, Sweat and No Tears

Als producer

•Chris Rock: TBD
•Chris Rock: Roll With The New (Grammy Award voor beste comedyalbum in 1997)
•Vernon Reid: Mistaken Identity
•Twigy: The Single
•Biz Markie & Chubb Rock: No Rubber, No Backstage Pass (van America Is Dying Slowly soundtrack)
•Justin Warfield: Dip Dip Divin
•Justin Warfield: K Sera Sera
•Justin Warfield: Thoughts In The Buttermilk
•Big Daddy Kane: No Damn Good
•Big Daddy Kane: It’s Hard Being The Kane
•Big Daddy Kane: Ain’t No Stoppin’ Us
•Big Daddy Kane: It’s A Big Daddy Thing
•Boogie Down Productions: Drug Dealer
•Boogie Down Productions: Sex & Violence
•Boogie Down Productions: How Not To Get Jerked
•De La Soul: Three Feet High and Rising
•De La Soul: De La Soul Is Dead
•De La Soul: The Buhloone Mindstate
•3rd Bass: The Gas Face
•3rd Bass: Brooklyn Queens
•MC Lyte: MC Lyte Likes Swingin

Als remixer

•Imani Coppola: Legend of a Cowgirl
•Dr. Octagon: Blue Flowers
•Altered Beats (verzamel): If Nine Was Six
•Beastie Boys: Beat Down
•Alliance Ethnik: Simple et Funky
•Alliance Ethnik: Respect
•Reziah Jones: African Space Craft
•Cypress Hill: Latin Lingo
•Colonel Abrams: I Can’t Love You
•Boo-Yaa T.R.I.B.E.: Psycho Funk
•Living Colour: Funny Vibe
•Fine Young Cannibals: I’m Not Satisfied
•Fine Young Cannibals: Godd Thing
•Peter Wolf: 99 Worlds
•George Clinton: Tweakin
•Chill Rob G: Let Me Show You

maandag 30 november 1998

Islamitisch onderwijs: emancipatie of desintegratie?

De islamitische gemeenschap in Nederland heeft een aanzienlijke omvang bereikt. Moskeeën behoren inmiddels tot het gewone straatbeeld in talrijke steden. Na eigen moskeeën is ook de behoefte aan eigen onderwijs gegroeid. Dat leidt in Nederland wel eens tot discussie. Moslimfundamentalisme is tegenwoordig maar al te vaak in het nieuws, en zijn islamitische scholen geen kweekvijvers daarvoor? Bevordert islamitisch onderwijs de emancipatie en het zelfbewustzijn van de islamitische gemeenschap, of leidt het tot isolement en wereldvreemdheid?

Ondoordringbaarheid
Het idee achter islamitische scholen is dat de leerlingen betere leerprestaties leveren. De sociale controle is er groter, de ouders nemen meer verantwoordelijkheid voor hun kinderen, dus de kans dat de jeugd in criminaliteit vervalt wordt verkleind.
De boodschap moet in hun eigen taal aan de islamitische jeugd overgebracht worden. "In haar strijd tegen criminaliteit, drugshandel en sociaal-economische malaise slaagt de overheid er niet in om grote groepen allochtone jongeren te bereiken: in tegenstelling tot moskeeën." (...), schreef Coskun Cörüz (voorzitter Stichting Bijzondere Leerstoel Islam) in De Volkskrant.
De ouders van islamitische kinderen vinden de relatie met de schoolleidingen van normale scholen vaak slecht. De schoolleidingen zouden niet zelden slecht op de hoogte van de religieuze en culturele achtergronden van hun moslim-leerlingen zijn. Schoolleidingen verwijten op hun beurt de islamitische ouders van ondoordringbaarheid, en het leven in een eigen wereld.
Redenerend naar analogie van gereformeerde of katholieke ouders die hun kinderen meestal ook naar respectievelijk gereformeerde of katholieke scholen sturen, zijn de islamitische ouders van mening dat zij hun kinderen daarom best naar een islamitische school kunnen sturen. De Nederlandse grondwet voorstaat tenslotte vrijheid van onderwijs, en een islamitische school is gewoon een bijzondere school.

Emancipatie
Bovendien zou eigen onderwijs in het verleden ook al een grote bijdrage hebben geleverd aan de emancipatie en het zelfbewustzijn- en vertrouwen van andere bevolkingsgroepen, zoals de joden en katholieken. De islam kampt in Nederland met een slecht imago, en doordat religie een belangrijk onderdeel van de identiteit is, is dat schadelijk voor de vorming van islamitische jongeren. Daardoor zouden zij in criminaliteit vervallen.
Volgens voorstanders van islamitisch onderwijs gaat men onterecht ervan uit dat islamitische scholen alleen de leer van de islam prediken. Het lesprogramma bestaat uit het reguliere curriculum zoals die er op elke school is. Het gaat erom dat de leerlingen goed Nederlands leren spreken, en dat het reilen en zeilen van onze samenleving bijgebracht wordt. Er wordt alleen een islamitische stempel op het onderwijs gedrukt.

Integratie
Van belemmering van integratie zou geen sprake zijn, want door verankering van islamstructuren in bestaande structuren wordt de integratie juist bevorderd, is de redenering.
Een pikant detail is dat tien jaar geleden na de oprichting van de eerste islamitische basisschool in Nederland, de eerste lichting minder gemotiveerd blijkt te zijn om islamitisch (vervolg) onderwijs te volgen.
Bovendien is nog nooit bewezen dat islamitisch onderwijs de integratie in de weg staat, en voor de lagere kwaliteit van het onderwijs is evenmin bewijs geleverd. Centraal op islamitische scholen staan goed onderwijs en religieuze vorming (van de moskee blijken leerlingen minder kennis mee te krijgen). Men moet eerst de eigen cultuur kennen om in Nederland te kunnen functioneren.
Volgens de Amsterdamse onderwijsdeskundige Metin Alkan doet `mentale gettovorming' zich echter wel degelijk voor in het islamitisch onderwijs. Hij wijst op de koepelorganisatie ISNO, waarvan het streven veel verder reikt dan de bedoeling de islam in het onderwijs te integreren. Zoals de overheid randvoorwaarden stelt voor het onderwijs, zal zij dat ook moeten doen voor het islamitische onderwijs. Het onderwijs moet aansluiting op de Nederlandse samenleving hebben, daarbij zijn ook de leerlingen gebaat. De onderwijsinspectie zou hiervoor moeten waken.

Moslimambassadeurs
In september 1995 startte de eerste islamitische HBO-opleiding, aan de Academie voor Theologie en Levensbeschouwing van de Hogeschool Holland in Diemen. Bij de start was de belangstelling al drie maal groter dan voor christelijke theologie (dertig tegen tien). Dit cursusjaar was dat elf tegen één.
De HBO-studie in Diemen leidt op tot islamitisch godsdienstleraar of geestelijk opbouwwerker. De student verwerft grondige kennis van de islam, maar ook van andere godsdiensten en levensbeschouwingen. De opleiding bereidt haar studenten ook voor op functies in de maatschappelijke dienstverlening en sociaal-cultureel werk. De oprichters hopen hun studenten op te leiden tot moslim-ambassadeurs. Van een imam-opleiding is geen sprake. Zulke opleiding komen in Nederland zeer moeilijk van de grond. De Binnenlandse Veiligheidsdienst vreest dat buitenlandse fundamentalistische moslims invloed krijgen. De imams komen vaak uit het buitenland ('pendelimams'), spreken geen Nederlands, en weten niets van de Nederlandse samenleving en de situatie van de hier wonende islamieten. De buitenlandse organisaties willen hun invloed handhaven.

Zelfbewustzijn
Ook tweede-generatie moslims zien dit als een probleem. Ze voelen zich moslim, en willen ook zo door het leven. Ze willen echter ook meedraaien in de maatschappij. De imams hebben hiervoor geen (duidelijke) antwoorden. Ze hebben behoefte aan een imam die op de hoogte is van de Nederlandse samenleving. De moslimorganisaties en de eerste generatie, staan sceptisch tegenover een `Nederlandse' imam-opleiding, evenals de HBO-opleiding. Men twijfelde of de islam wel in de juiste (lees: ware) vorm gegoten werd.
De eerste generatie vindt dat de koran in principe niet in het Nederlands uitgelegd kan worden. Ook in het verleden progressieve personen, die een seculier leven leidden, keren zich weer tot hun geloof. De islam biedt hen werk en houvast, wat de linkse kabinetten in het verleden niet deden. Uit teleurstelling en groeiend zelfbewustzijn keren ze zich tegen de Nederlandse samenleving.

Nationalistisch
De moslimorganisaties hebben nauwe banden met de herkomstlanden. Vaak zijn de organisaties nationalistisch georiënteerd. Bijvoorbeeld het Turk-zijn wordt vaak gelijk gesteld aan de islam. Alleen Turken zouden dan in staat zijn een opleiding op te zetten. Dit leidt weer tot verdeeldheid tussen de verschillende moslimgroepen en -generaties.
Het is opvallend dat bij jonge Turkse mannen (ruwweg tussen de 17 en 21 jaar) de aan de Turkse Welvaartspartij gelieerde moslimorganisatie Milli Görüs zeer populair is. Ook de Grijze Wolven zijn populair.
Beide organisaties winnen veel zielen, en dus is de Binnenlandse Veiligheid wegens hun extreem-nationalistische identiteit op haar hoede. De BVD plaatst hierbij wel de kanttekening dat slechts een zeer klein groepje moslims daadwerkelijk streeft naar een islamitische staat of wereldorde, en dus echt gevaarlijk is.
Het is echter moeilijk dit de bestrijden, omdat de moslimradicalen uiterst heimelijk te werk gaan. Zij zijn niet altijd aangesloten bij als radicaal herkenbare organisaties, of ze zijn lid van bonafide grote organisaties, en winnen van binnenuit aan aanhang en kracht.
De BVD heeft geen vrees dat de invloed van radicale moslims binnen afzienbare tijd kritiek zal worden, maar wijst wel op het gevaar op de lange termijn.
Ondanks het groeiende aantal moskeeën, islamitische scholen, en de gesuggereerde daarbij horende isolationisme en desintegratie, is er geen sprake van een islamitische zuil, en dus ook niet van dè islam. De moslimgemeenschap is versplinterd en verdeeld.

Tweedeling
Onder Turken is er een tweedeling van enerzijds Diyanet-aanhangers, en anderzijds aanhangers van Milli Görüs. De meeste Nederlandse moskeeën zijn verbonden aan het Turkse Directoraat voor Godsdienstzaken, het Diyanet. De organisatie stuurt imams en koraanleraren naar Nederland, en betaalt deze. Er is grote bemoeienis van de Turkse staat. Paradoxaal genoeg zet Milli Görüs, die gelieerd is aan de Welvaartspartij, zich af tegen staatsislam. Ook is er een verschil tussen Turken die van het platteland of uit de stad afkomstig zijn. De laatste groep is vaak hoger opgeleid.

Alevieten
Een op zichzelf staande stroming is de vrijzinnige Alevitische islam. Alevieten voorstaan scheiding van kerk en staat en gelijkwaardigheid van seksen. Ze gaan niet naar de moskee en geloven niet in de goddelijke openbaring van de koran. Voor alevieten aanbidt elke godsdienst dezelfde god.
Alevieten aanvaarden geen kledingsregels, houden geen ramadan en sturen hun kinderen naar openbare scholen. Zij zijn de politieke en religieuze onderdrukking in Turkije ontvlucht.

Verdeeldheid
De grote onderlinge verschillen tussen de islamitische stromingen staan het vormen van eenduidig islamitisch onderwijs, waarin elke stroming zich kan vinden, in de weg. De ouders willen voor hun kinderen wel onderwijs met een islamitische signatuur, maar ze weten vaak niet hoe ze daaraan concreet invulling moeten geven. Er wordt dan al gauw teruggegrepen op tradities, en die tradities zorgen juist voor de verdeeldheid.

maandag 12 oktober 1998

AG en Big L: Graven in de kratten der kwaliteit

AG, Big L en Peter Schong backstage in de Melkweg, 8 oktober 1998.
(Foto: Ruben Le Noble)

Goede hiphop platen zijn schaars tegenwoordig. De kwaliteit is omgekeerd evenredig aan de kwantiteit. De Newyorkse rappers AG (van Show & AG) en Big L behoren tot het handjevol rappers dat zich onderscheidt van de massa met oerdegelijke en onvervalste hiphop platen. Niet graven in de portemonnee van het publiek, maar graven in de kratten der kwaliteit.

"Uche uche uche!" hoest AG (`Andre the Giant') in de kleedkamer van de Melkweg in Amsterdam. Hij heeft zojuist een pure blunt gerookt, en is bovendien verkouden. Als dat maar goed gaat, want AG (Show is niet meegekomen) moet ook nog optreden van­avond. Zijn DITC-genoot Big L doet het rustiger aan. Om aan zijn dagelijkse dosis vitaminen te komen laat hij zich de ap­pels op de tafel goed smaken.

Verkoop vanuit de kofferbak
AG begon zijn muzikale carrière bij Lord Finesse. Lord Finesse werkte aan zijn debuutalbum Funky Technician, waarop AG op één nummer optrad. Showbiz produceerde enkele tracks op het album. Het klikte meteen tussen de twee, en het duo Show(biz) & AG was geboren. In 1992 gooide het duo hoge ogen met de in eigen be­heer uitgebrachte Party Groove/Soul Clap EP, die Show en AG vanuit de kof­ferbak van hun auto aan de man brachten. De EP resulteerde in een contract met het label PayDay, waarop Show & AG twee mees­terwerken uitbrachten: Runaway Slave (1992) en Goodfellas (199­5).
Na Goodfellas bleef het een tijd stil rond Show & AG. Show produceerde hier en daar voor andere artiesten. Samen met de hele Diggin' In The Crates crew (kortweg DITC, een Newyorks collectief bestaande uit Show & AG, Big L, Lord Finesse, Dia­mond D, Fat Joe, OC en Buck­wild) werkten Show & AG aan enkele DITC singles (Day One, Internationally Known/The Enemy en Dig­nified Soldiers/Themes, Schemes en Dreams) afkomstig van een aankomend groepsalbum.

Eigen label
Dit voorjaar dropten Show & AG een nieuwe EP, Full Scale. Het duo zat niet meer op hun oude PayDay label, maar brachten de EP in eigen beheer uit op D.I.T.C. Records. Wat was er met hun contract met PayDay gebeurd? AG legt uit: "We waren er niet gelukkig. Ze wisten niet wat ze met het product moesten doen. Ze brachten de verkeerde dingen uit. De promotie was slecht. Je moet geld uitgeven om geld te verdienen.
"Als je een plaat koopt, moet de naam een naam zijn die je kent. Als mensen je naam niet kennen kunnen ze je album niet kopen."
Show & AG hebben meer vertrouwen in hun werk nu ze op hun eigen label zitten. Ze kunnen doen wat ze willen, en ze verdienen meer geld. De verkoopcijfers zijn zelfs gestegen, zegt AG.

Nieuwe projecten
Show & AG hebben het druk. Show is bezig met het maken van beats voor het DITC groepsalbum. Het duo is bezig met een remix EP die eind oktober moet uitkomen. Behalve dat staat er een album voor begin 1999 op het programma. Van AG verscheen on­langs de single Hidden Crate/Hold Mines. De nummers zijn afkom­stig van de verzamelplaat Unda-Pendent Hiphop Volume 1, waarop behalve AG ook de uit Brooklyn afkomstige rappers United King­dom, Timbuktu en 12 Jewels te horen zijn. Het album is geprodu­ceerd door DJ Greyboy, een acid-jazz DJ uit San Diego. Unda-Pendent Hiphop Volume 1 is Greyboys eerste hiphop project, en wordt uitgebracht op zijn eigen label P-Jays Records (gedistri­bueerd door Ubiquity Records).

Nieuw album
Ook Big L werd door Lord Finesse ontdekt. De twee ontmoetten elkaar in een platenzaak, en wisselden telefoonnummers uit. In 1995 verscheen op Columbia Big L's debuutalbum Lifestylez ov da Poor & Dangerous. Recentelijk verscheen de single Ebonics (Cr­im­inal Slang)­/Size 'Em Up op Big L's eigen Flamboyant label. Momenteel is Big L met een album in de weer, die volgend jaar in de winkels moet liggen. "Ik heb al veel rhymes, veel goed materiaal, veel tracks. Ik heb de num­mers gemaakt, ik heb ze zelf geproduceerd.
"Ik ben aan het wachten, er zijn veel labels die het project willen steunen. Ik wil de tijd nemen om te wachten op de beste deal. We zijn nu in onderhandeling met Rockafella, maar niet over mij als solo-artiest. Het is voor Wolfpack. Dat ben ik, mijn kleine broertje C-Town en McRuff samen."

Diggin' In The Crates
Al ruim een jaar is er sprake van een groepsalbum van DITC. Tot dusver is er nog geen album, slechts een nieuw single, Digni­fied Sol­diers/Themes, Schemes and Dreams. Het album laat nog even op zich wachten. "Ik weet niet wanneer hij uitkomt. Ieder­een heeft het nu druk met zijn eigen projecten. Het is moeilijk iedereen samen te krijgen. Maar uiteindelijk komt het wel af, ik denk dat het binnenkort wel af is. Showbiz is nu de beats aan het maken. Als we maar eenmaal de beats hebben, want we hebben zoveel geta­lenteerde MC's om het album te maken (...). Dus als we eenmaal de tracks hebben, sluiten we ons een maand op in de studio en maken we het af. And it's gonna be crazy!", zegt Big L, die een stuk spraakzamer is dan AG.
Behalve het DITC groepsalbum had Lord Finesse's nieuwe plaat al ongeveer een jaar in de winkels moeten liggen. Wat is daarmee aan de hand? Big L: "Ze (Lord Finesse en zijn label Penalty Records - PS) zijn opnieuw in onderhandeling over zijn con­tract. Ze stoppen meer geld in het project, ze steunen hem wat meer dan eerst. Fat Joe overziet het hele project, hij is de executive producer."
OC's nieuwe album bevindt zich in een vergevorderd stadium. Het album is bijna af, maar de titel en tijdstip van uitgave zijn nog niet bekend.

AG en Big L hebben nog een aantal dingen in petto waarvan menig hiphop head zal likkebaarden. Met een remix EP voor dit najaar en een album begin volgend jaar van Show AG, en volgend jaar een album van Big L en eentje van zijn Wolfpack, ziet de toe­komst er rooskleurig uit. Hoezo Millenniumprobleem?

vrijdag 9 oktober 1998

Roc Raida, Babu en J-Rocc: We laten zien dat je dit vanu­it de slaapkamer kunt doe­n


De DJ is het begin van hiphop. Ironisch genoeg was het uitgere­kend de DJ die steeds meer uit het zicht verdween. Maar de DJ is weer terug. De mixtape is een gevestigd fenomeen, DJ crews kunnen leven van hun kunsten. Tijd voor een gesprek met de DJ-top van de wereld, Roc Raida (X-Ecutioners), Babu en J-Rocc (Beat Jun­kies), over het verleden, heden en toekomst van dee­jaying.

De basis van hiphop werd gelegd toen DJ Kool Herc midden jaren '70 zijn legenda­rische feesten in de Newyorkse borough de Bronx gaf. Op deze feesten deed Kool Herc iets geheel nieuws; hij draa­ide niet ge­woon platen, maar deelde de muziek naar eigen in­zicht in door de beste stukken aan elkaar te mixen.
Al gauw pikten andere DJ's de nieuwe stijl op, en gingen het ontwikkelen. Om de feestvreugde een extra impuls te geven gin­gen DJ's zogenaamde MC's inzetten, die het publiek en de DJ aan­moedigden. Hun ritmische voordracht groeide uit tot wat we nu kennen als rap.
Door de jaren heen verdween de DJ steeds meer uit het zicht. Roc Raida (o.a. DMC World Champion 1994/1995) verklaart waarom: "MC's zijn meer vocale mensen. Zij worden meer erkend omdat ze meer praten. Ik denk dat men de aandacht meer op hen richt. Zoals in videoclips, zij krijgen automatisch de hoofdrol omdat ze de MC zijn."
Opvallend is dat de rol van de DJ kleiner werd toen men in de studio met sample-apparaten ging werken. Babu (o.a. ITF World Champion Scratching Category and Beat Juggling) wil echter geen oorzakelijk verband leggen.
"Ik denk niet dat DJ's daar tegen­aan keken als een probleem, want wij klooien ook allemaal met samplers. Ik denk dat produ­ceren hetzelfde princi­pe is als veel dingen die je met de draa­itafel doet, het is alleen meer gepro­grammeerd. Zoals wij dat doen met beat jug­gling, doet Primo (DJ Premier van Gang Starr - PS) dat op de drumcom­puter."
Opvallend is dat met de krimpende interesse in de DJ, veel DJ's zich gingen toeleggen op andere terreinen. Veel DJ's werden producer, radio of club DJ's, of werden MC. J-Rocc (o.a. ITF Team World Champion, samen met Babu, Melo-D en Rhettmatic) betwij­felt of DJ's uit noodzaak iets anders gingen doen, maar hij signa­leert de tendens wel.
"Ik denk dat alle DJ's produce­ren. Elke DJ die ik ken wil een beat maken. Ze mogen dan de appara­tuur wel niet hebben, maar ze willen wel een beat maken. En DJ's die voor de radio gingen werken, hebben gewoon de laan van deejay­ing bewandeld. Die gingen die kant op. Het is moei­lijk DJ te zijn en alleen te deejayen, en ergens optreden ofzo. Mensen die je niet kennen komen niet naar je kijken. Veel DJ's cutten het nog steeds op, en ze nemen wel een baan bij de radi­o, maar hun hart is nog steeds bij waarmee ze zijn begonnen."
Babu: ""Vroeger was het moeilijk om te gaan toeren als DJ, zoals Q-Bert en Raida dat nu doen. Deejaying was toen niet op een punt dat je op toernee kon gaan en er geld mee kon verdie­nen. Je maakte misschien eens een scratchplaat. Dus je moest wel een producer worden. Het was een manier om remixes te krij­gen, en contacten te leggen met de andere kant van het land. Te­genwoor­dig is dat anders, nu kan je veel geld verdienen met het gewoon op te cutten."
De laatste jaren is de DJ bezig aan een comeback. Vrijwel geen enkele hiphop act treedt nog zonder DJ op, het publiek is ver­trouwd geraakt met de mixtape, en DJ-crews als de X-Ecutioners, Beat Junkies en Invisibl Skratch Piklz zijn razend populair. "De cirkel is rond," zegt Babu. "Hardcore hiphop komt weer terug. Er is nu weer meer ruimte voor DJ's."
Volgens Babu heeft de terugkeer van de DJ ook te maken met de generatie. "Zij hebben de energie en de drive om het voort te trekken, het naar het volgende niveau te tillen.
"Toen Q-Bert, Raida, X-Men (oude naam van de X-Ecutioners - PS), Piklz, de Junkies uitkwamen was dat een grote sprong. We lieten andere DJ's zien dat je dit vanuit je slaapkamer kunt doen. Er zijn nu zoveel andere kids omdat ze de video's kunnen zien. It is just bullshit, 'cause we just got busy in the be­droom."
De toekomst van deejaying ziet er rooskleurig uit. "Er zijn geen grenzen aan wat er gaat gebeuren.", zegt Roc Raida.
"Drie jaar geleden dacht ik dat de dingen niet veel gekker zouden worden. Ik weet niet waarom. Ik zat tot aan mijn nek in het battlen, en nieuwe kids kwamen uit en ik was niet echt onder de indruk. Maar toen kwamen er kids uit die me echt ver­steld deden staan, en dat was voor mij het bewijs dat deze shit nog lang niet klaar is.", vult Babu aan.
Roc Raida verwacht dat in de toekomst de DJ ook gelijkwaardiger aan de MC wordt. "De DJ krijgt nu meer aandacht, zoals DJ's die albums maken. Het gaat steeds meer die richting uit."
"Het gebeurt al", valt Babu hem in de rede. "[Roc Raida] heeft net een contract met Loud Records getekend. Loud is hetzelfde label als van Wu-Tang en Big Punisher, dus dat is ongelofelijk (...). Q-Bert en [Mixmaster] Mike komen met een album uit. Het wordt groter en groter. Waar­schijnlijk de grootste band van nu, de Beastie Boys, hebben Mixmaster Mike als DJ. Een platinum act!"
De laatste revolutie in deejaying was beat juggling, het met twee dezelfde platen een geheel nieuwe beat creëren. Wat is de volgende stap?
Babu: "De nieuwe stijl nu, en Shortkut, Craze en Dough Boy zijn daar veel mee bezig, is alles combineren. Craze vond ik echt ill, want hij jugglede, scratchte en deed body tricks, allemaal in een kort tijdbestek in één set. En muzikaal en technisch gezien was het ook nog volmaakt.
"Ik denk dat de vorige generatie DJ's vrij beperkt was. Als ik naar mezelf en Melo-D kijk, wij deden niet het fysieke spul, we waren alleen aan het scratchen en bezig met de beat. Meer tech­nisch. Roc Raida was meer bezig met de beat, en weinig scrat­chen. En nu zie je kids het allemáál opzuigen.
"Je kunt die vraag beter aan de nieuwe kids stellen die al die shit doen! Ik voel me oud, ik begin gebreken te vertonen!"