zaterdag 7 mei 2011

Bad motherfucker: Andre Williams

Andre en ik.
De R&B-legende waar nooit iemand van heeft gehoord Andre Williams speelde vrijdagavond in De Kelder in Amersfoort. Ooit schreef hij een van Stevie Wonders eerste hits, maar was decennia verdwaald door een hardnekkige drank- en drugsverslaving waardoor hij zelfs op straat leefde. Zijn ruige leven komt terug in zijn rauwe teksten en podiumact, met veelzeggende titels als Ain't No Such a Thing as Good Dope en Pussy Stank (But So Do Marijuana). De show in De Kelder was dan ook smerig als een strontvlieg.

Update: Dietmar Terpstra schreef een concertverslag op Bluesmagazine.nl.

zaterdag 9 april 2011

Anna Calvi: het moet gevaarlijk zijn

Tjongejonge, wat is ze toch verlegen. Het vraaggesprek met Anna Calvi voelt als een ongemakkelijke blind date. Het begon al toen ik me aan haar voorstelde en de botjes in haar tere hand voelde. Ik was bang dat ik ze zou verbrijzelen als luciferhoutjes. De conversatie verloopt hortend en stotend als een eerste rijles. Het zaag- en boorgeweld in het souterrain van Paradiso helpt ook niet mee. Het kleine tengere breekbare meisje met de zachte stem dreigt te worden verpletterd onder het lawaai.
Maar make no mistake, achter het timide voorkomen van de 28-jarige Londense gaat een muzikale furie met een sterke persoonlijkheid schuil, vol zelfvertrouwen over haar kunst. De Britse zangeres en gitarist weet precies wie ze is en wat ze wil. Ze laat zich door niemand de les lezen of van de wijs brengen.
Anna Calvi’s titelloze solodebuut (ze speelde eerder in diverse bands waaronder Cheap Hotel) is een fascinerend, sferisch, visueel, sensueel, duister, broeierig en intens album dat direct bij de eerste gitaartonen de aandacht opzuigt als een supernova. Het album klinkt als de soundtrack van een spaghettiwestern geregisseerd door David Lynch, opgenomen met PJ Harvey, Link Wray, Los Lobos, Chris Isaac en David Bowie in de zinderende Mexicaanse woestijn. De muziek roept associaties op met de meest uiteenlopende genres en muzikanten, van post-punk en indie-rock tot flamenco. Maar Calvi weet haar eclecticisme te kanaliseren en ingenieus samen te smeden tot een eenheid. Anna Calvi klinkt als alles en niets tegelijk. Een veelbelovend talent – de BBC bombardeerde haar tot een van de Sounds of 2011 – dat niemand minder dan Nick Cave en Brian Eno tot haar fans mag rekenen. Eno noemde Calvi zelfs ‘de opwindendste vrouwelijke artiest sinds Patti Smith’. We gaan er maar van uit dat hij doelde op haar muzikale talent.

Noem 3 woorden om je plaat te omschrijven.
“Eerlijk, gepassioneerd… en ik hoop beeldschoon. Ik wilde iets maken dat voor mij persoonlijk waarachtig was, niet zozeer iets wat anderen bijzonder zouden vinden. Ik wilde mijn visie neerzetten, zonder afgeleid te worden.”

Het album is heel intiem. Zitten er autobiografische elementen in je muziek?
“Ik schrijf improviserend. Tekst en melodie ontstaan tegelijkertijd. Ik ga niet zitten met het idee: nu ga ik hier eens over schrijven. Het komt er allemaal  natuurlijk uit, ik vertrouw op het onderbewuste.”

De sfeer is nogal donker.
“Ik vind het album niet specifiek donker. Ik erken dat er donkere elementen in zitten, maar er is meer. Er zit ook veel hoop en schoonheid in. Schoonheid vereist zowel donker als licht.”

dinsdag 22 maart 2011

Sacred Soul: Aaron Neville

De engelachtige stem van Aaron Neville, alweer zeventig jaar oud, blijft verbluffen. Niet alleen omdat het moeilijk is voor te stellen dat die stem komt uit die kleerkast, maar ook omdat Neville's falsetto ondanks zijn leeftijd en getroubleerde verleden nog perfect intact is. Met fabuleuze verfijning zingt hij broeierige en gevoelige gospeltraditionals en spirituals op zijn nieuwe album I Know I've Been Changed. Een authentieke en warmbloedige New Orleans-plaat waarop Neville na bijna veertig jaar herenigd wordt met de al even legendarische Allen Toussaint. I Know I've Been Changed laat zich beluisteren als een Library of Congress-opname van Alan Lomax.

Dinsdag sprak ik met de nachtegaal uit Nawlinz over hoe orkaan Katrina zijn huis verwoestte en over de ups en downs van zijn lange carrière (50 jaar!). Dat hij amper een cent zag van zijn muziek vindt Neville achteraf bezien maar goed ook. "Als ik vroeger rijk was geworden van mijn hits, was het mijn dood geworden."
En laat je niet afschrikken door zijn massieve spierbundels en tatoeages. "Ik ben de aardigste persoon die je ooit zal tegenkomen."

Binnenkort het hele interview met Aaron Neville.

vrijdag 4 maart 2011

Beth Hart live in Carré

Beth Hart in Carré 3 maart 2011: intens, intiem, ingenieus, gevoelig, soulful, bluesy, hard, zacht,  humoristisch, rauw, rock 'n roll. Bij vlagen leek het alsof de reïncarnatie van Janis Joplin op het podium stond. En dan ook nog een bloedstollend mooie cover van Sam Cooke's A Change Is Gonna Come doen die zich kan meten met het origineel. Een magisch concert.

zaterdag 19 februari 2011

De ontdekking: Anna Calvi

2011 is nog jong, maar Anna Calvi is wat mij betreft de grote kanshebber voor album van het jaar. Calvi’s titelloze solodebuut (ze speelde eerder in diverse bands waaronder Cheap Hotel) is een fascinerend, sferisch, visueel, sensueel, duister, broeierig en intens album dat direct bij de eerste gitaartonen de aandacht opzuigt als een supernova. Het album klinkt als de soundtrack van een spaghettiwestern geregisseerd door David Lynch, opgenomen met PJ Harvey, Link Wray, Los Lobos, Chris Isaac en David Bowie in de zinderende Mexicaanse woestijn. De muziek roept associaties op met de meest uiteenlopende genres en muzikanten, van post-punk en indie-rock tot flamenco. Maar Calvi weet haar eclecticisme te kanaliseren en ingenieus samen te smeden tot een eenheid. Anna Calvi klinkt als alles en niets tegelijk.

Een veelbelovend talent – de BBC bombardeerde haar tot een van de Sounds of 2011 – dat niemand minder dan Nick Cave en Brian Eno tot haar fans mag rekenen. Eno noemde Calvi zelfs ‘de opwindendste vrouwelijke artiest sinds Patti Smith’. We gaan er maar van uit dat hij doelde op haar muzikale talent.

Watch this space for the interview.

woensdag 2 februari 2011

The White Stripes brachten de roll terug in de rock

The White Stripes waren eigenlijk al meer dood dan levend - de boel lag al een paar jaar stil en Jack White was vooral druk met The Raconteurs en The Dead Weather - en de frisheid was er wel een beetje van af. Maar toch doet het een beetje pijn als het overlijdensbericht komt.

De Stripes waren mijns inziens de beste en belangrijkste band van de jaren nul. Ze herinnerden rock aan zijn bluesroots. De Stripes maakten rock weer stoer, strak en hoekig. De White Stripes deden precies wat ik leuk vond aan rock: heavy at the bottom en killer riffs. En ze deden precies niet wat ik niet leuk vond aan rock: geen jengelende gekwelde bleekneuzen die naar hun schoenen staren. Jack en Meg brachten de roll weer terug in de rock.

Terug naar het begin: live in Detroit 1998


Tips: NME zette hun 10 beste Stripes-momenten op een rij + een fotogalerij van hun carrière. En check ook de fraaie foto's van de Stripes eerste Nederlandse tournee in 2001. Dietmar Terpstra schreef een rake beschouwing over de betekenis van de Stripes.
3voor12 heeft een Loladamusica-aflevering uit 2001 over de toen nog up and coming Stripes online gezet. Grappig moment als hun manager hen probeert aan te sporen hun muziek wat te polijsten, waar Jack niets van wil weten. Hij kan zich sowieso niet voorstellen dat de Stripes ooit in stadions zullen spelen. Dat had ik destijds ook nooit gedacht. Zo'n harde rauwe minimalistische band? But they obviously struck a chord...

Afterthought: Het optreden van de Stripes in Tivoli in het voorjaar van 2002 was fenomenaal. Het leek alsof Jack White twee gitaristen in een was. De chemie tussen Jack en Meg - toen officieel nog broer en zus - had iets incestueus, Cement Garden-achtigs.
Aan de drumkwaliteiten van Meg White werd door menigeen getwijfeld. Ze was inderdaad geen spectaculaire drummer, maar haar metronome strakheid was het fundament waarop de Stripes-formule steunde. Haar slordigheid zou de boel als een plumpudding in elkaar laten zakken. En zou een briljant muzikant als Jack White - zelf van huis uit slagwerker en drummer bij The Dead Weather - werken met een amateuristische drummer die steken laat vallen?

woensdag 12 januari 2011

Soul en inspiratie uit een Rotterdamse platenbak

Soulband Kings Go Forth is voor drie shows in Nederland. De Pers nam ‘platendetective’ Andy Noble mee op jacht in Rotterdam.
De plaat The Outsiders Are Back van Kings Go Forth was een van de leukste van 2010, en zou zomaar een zoekgeraakte opname kunnen zijn van Curtis Mayfield en The Impressions tijdens een vakantie in Afrika. De opzwepende retrosoul van de band uit Milwaukee stormt uit de speakers als een kudde kwade olifanten, maar dan met heupen die op de melodie van Move on up heen en weer gaan.
Het brein achter de sprankelende, tienkoppige soulformatie is bassist Andy Noble (35). Hij liet zich inspireren door de duizenden oude Chicago-, Detroit-, Philly- en Northern Soulplaatjes uit zijn collectie. De Pers nam de zelfbenoemde ‘platendetective’ mee op jacht in Rotterdam. ‘Ik spoor de producers op van singletjes die in de jaren zeventig in eigen beheer zijn uitgebracht’, zegt hij in De Plaatboef op de Nieuwe Binnenweg. ‘Liefst artiesten van wie zelfs in hun eigen stad niemand gehoord heeft. Die mensen hebben dan vaak zelf nog honderden exemplaren in hun kelder staan. Die koop ik op of breng het opnieuw uit via mijn platenhandel Lotus Land Records. Wist je dat die ‘private pressings’ vaak door de maffia gefinancierd werden? Die gebruikte ze als dekmantel voor de belasting, omdat ze er gegarandeerd verlies op draaiden, daar konden ze winst op afschrijven. Net als The Producers van Mel Brooks, maar dan werd de plaat geen succes.’