Hij overleefde een heroïneverslaving, de orkaan Katrina en, niet te vergeten, een halve eeuw muziekindustrie, wat uiteraard zijn sporen heeft achtergelaten bij de nachtegaal van de soul. Niet voor niets gaf Aaron Neville (70) zijn vorig jaar verschenen gospelalbum de titel I Know I’ve Been Changed mee.
Aaron Neville is niet zomaar een zanger, hij is een natuurkracht. Het blijft onvoorstelbaar dat uit die ondergetatoeëerde kleerkast zo’n engelachtige kopstem komt. Je verwacht hem eerder gewichtheffend op de luchtplaats van San Quentin dan gevoelige gospels zingend in een studio. Neville grinnikt. “Ik kan alleen maar zeggen: het komt uit mijn hart.” Door de telefoon klinkt een lage, monotone mannenstem. “Mensen zeggen dat het tegenstrijdig is, maar ik zeg altijd: dat is de God in mij die de God in jou aanraakt.” Zo groot als zijn spierbundels zijn, zo klein is zijn hart. “Ik ben absoluut niet gevaarlijk. Ik ben de aardigste persoon die je ooit zult tegenkomen.”
De engelachtige stem van Aaron Neville, alweer zeventig jaar oud, blijft verbluffen. Niet alleen omdat het moeilijk is voor te stellen dat die stem komt uit die kleerkast, maar ook omdat Neville's falsetto ondanks zijn leeftijd en getroubleerde verleden nog perfect intact is. Met fabuleuze verfijning zingt hij broeierige en gevoelige gospeltraditionals en spirituals op zijn nieuwe album I Know I've Been Changed. Een authentieke en warmbloedige New Orleans-plaat waarop Neville na bijna veertig jaar herenigd wordt met de al even legendarische Allen Toussaint. I Know I've Been Changed laat zich beluisteren als een Library of Congress-opname van Alan Lomax.
Dinsdag sprak ik met de nachtegaal uit Nawlinz over hoe orkaan Katrina zijn huis verwoestte en over de ups en downs van zijn lange carrière (50 jaar!). Dat hij amper een cent zag van zijn muziek vindt Neville achteraf bezien maar goed ook. "Als ik vroeger rijk was geworden van mijn hits, was het mijn dood geworden."
En laat je niet afschrikken door zijn massieve spierbundels en tatoeages. "Ik ben de aardigste persoon die je ooit zal tegenkomen."
"Ik had geen make-up op",
vertrouwde Mavis Staples het publiek
in Paradiso in november toe.
Jeff Tweedy en Mavis Staples. Een rare combi? Het huwelijk van de jonge rocker en de bejaarde souldiva bleek een match made in heaven waaruit de mooiste soulplaat van het jaar werd geboren.
You Are Not Alone is zo’n plaat waarvan het lijkt alsof die er altijd al is geweest. Niet zo gek, het album staat vol prehistorische gospeltraditionals en heruitvoeringen van oude Pops Staples-nummers. Twee nummers werden nieuw geschreven door Wilco-frontman Jeff Tweedy, die plaatsnam achter de knoppen. You Are Not Alone is een rootsy, ambachtelijke en warmbloedige gospelsoulplaat geworden die voor hetzelfde geld eind jaren ’60 op Stax was uitgekomen. Overborrelend van enthousiasme over het geslaagde project staat Mavis Staples (71) mij vanuit Chicago te woord.
Hoe is de samenwerking met Jeff Tweedy tot stand gekomen?
“We wonen allebei in Chicago. Ik in de South Side, hij in de North Side. Ik trad in ’08 in de North Side op in een club genaamd The Hideout. Jeff Tweedy kwam kijken en hij kwam backstage om me te feliciteren. We gingen samen op de foto. Drie weken later belde hij dat hij mijn plaat wilde produceren. Het is mij een eer. Ik ken Wilco goed, ik luister al lang naar hun platen. Ze doen me denken aan The Band. Maar ik had nooit gedacht dat Tweedy er iets voor zou voelen om met mij te werken. Ik kon zijn moeder zijn. Een paar dagen later zijn we samen gaan lunchen om over de plaat te praten. Hij vertelde dat hij in een platenzaak had gewerkt en altijd mijn oude platen draaide. Hij is gek op mijn vader Pops Staples.
Veel popjournalisten noemden ons een ‘odd couple’: wat doen een gospelzangeres en een rockster samen? Het is inderdaad een onverwachte combinatie. Maar muziek is universeel. Ik hou van allerlei soorten muziek, van rock tot folk. The Staple Singers vielen ook niet in één categorie. Pops zei ooit tegen de songwriters: wij zingen en dat kan allerlei soorten muziek zijn: gospel, blues. God heeft ons dit geschenk gegeven. Mijns inziens zijn blues en gospel volbloed neven van elkaar.
Jeff Tweedy is geen zondaar, hij leest de Bijbel. En hij luistert graag naar gospel. Hij is zo een goede jongen. Toen ik hem voor het eerst ontmoette vond ik hem verlegen. Maar als hij eenmaal over zijn gêne heen is, lach je je rot met hem. Ik zei altijd: ‘als ik elke dag met jou kon omgaan, hoefde ik nooit meer naar de dokter, dan blijf ik gezond.’
Sinds soulveterane Candi Staton is herontdekt is ze misschien wel succesvoller dan ooit. Tegen Heaven vertelt ze openhartig over de schaduwjaren, haar voormalige drankprobleem en haar comeback.
Wat is ze klein. Als Candi Staton uit de lift stapt, zie ik haar over het hoofd en heb niet in de gaten dat ze voor mijn neus staat. De petite en verlegen vrouw is privé totaal niet de stoere diva van de platen en het podium. Candi praat met zachte stem en is dankbaar voor de belangstelling. Tijd vrijmaken voor een interview vindt ze geen probleem, ze lijkt het zelfs gezellig te vinden. Candi is geïnteresseerd in mijn digitale memorecorder. “Ik wil er ook een, om mijn zangoefeningen op te nemen”, zegt ze terwijl ze het apparaatje aandacht bestudeert. “Je kunt de geluidsbestanden overzetten naar je pc? Dan moet ik eerst een nieuwe laptop hebben. Mijn kleinkinderen hebben die gesloopt. Ze hebben er hiphop mee gedownload”, vertelt ze met een vies gezicht.
Ambachtelijk
Statons laatste plaat Who’s Hurting Now staat vol ambachtelijke soul alsof de digitale revolutie nooit heeft plaatsgevonden. De 66-jarige zangeres is wars van nieuwerwetse R&B. “De jeugd van tegenwoordig heeft het zo veel beter dan wij vroeger. Wij moesten eerst het hele traject van het chitling circuit afleggen, dat was keihard werken. Er was rassenscheiding, waar vooral de southern soul mee te maken had. Rondreizen was daardoor problematisch. Als je eindelijk was aangekomen bij de zaal, was er vaak geen kleedkamer en we moesten ons eigen eten en drinken meenemen. Tegenwoordig is het normaal dat je dat van de zaal krijgt. De jonkies hoeven niets meer zelf te regelen, ze krijgen het allemaal op een presenteerblaadje. Dus ze hebben niet de diepgang die wij hebben.”
“De oude garde weet wat je met een noot kunt doen”, vervolgt ze. “Aretha Franklin zong één noot en hield die vast tot je hem voelde. Wat wij aan soul hebben, hebben de jonkies aan wat ik vocale aerobic noem. Al die uithalen in hun zang. Mijn God waar gaan we nu weer heen, vraag ik me altijd af. Ze moeten dus allemaal trucs uit de kast halen om te compenseren wat ze niet hebben.”
Staton leerde het vak als tiener als achtergrondzangeres van Mahalia Jackson en dominee C.L. Franklin, de vader van Aretha. Eind jaren zestig begon Staton een solocarrière in de legendarische FAME Studio in soulmekka Muscle Shoals, Alabama, onder de strenge en bezielde leiding van Rick Hall. Ze vierde successen met hits als Stand By Your Man, In The Ghetto en Young Hearts Run Free. Begin jaren tachtig werd het stil. Staton vond God terug en begon een nieuwe loopbaan als gospelzangeres.
Alcohol
“Ik was de rat race en de concurrentie zat. Ik was het beu om dronken wakker te worden met een kater, geen idee hebbend waar ik was. Ik wilde niet meer in een telefoonboek kijken om te weten in welke stad ik was. Ik was dat leventje zat, maar eerst schonk ik daar weinig aandacht aan, ik ging gewoon feesten. Ik verdrong het met alcohol. Het begon me op te breken”, vertelt Staton.
“Ik ben 7,5 jaar alcoholist geweest. Daarom drink ik niet meer”, bekent ze, terwijl ze knikt naar haar kop vruchtenthee. “Mijn moeder bad voor me en haar gebeden hebben me er doorheen geholpen. Een jaar voordat ze stierf was ik clean. Ik zeg altijd dat God me van de drank af heeft geholpen”, bekent Candi met vochtige ogen. Uit een roze make-uptasje pakt ze een tissue en dept haar ooghoek af.
God
“Toen besloot ik niet meer in discotheken op te treden. Ik heb alles laten vallen.Ik heb een tournee afgeblazen. Ik had geen rooie cent. Maar ik vertrouwde op God. Na een tijd kon ik aan de slag bij de christelijke televisie, ik kreeg werk in de kerken, ik begon zelf nummers te schrijven en gospelalbums op te nemen, ik begon mijn eigen label.
Ik had het druk, ik had geen tijd om stil te staan bij wat ze in de buitenwereld deden. Ik had geen contact meer met vrienden.
Ik weet nog dat ik op een muziekconferentie in Miami Roberta Flack tegen het lijf liep. Ze stond op, omarmde me en begon te huilen. Zei vroeg: waarom ben je bij ons weggegaan? Dat heb ik niet gedaan, antwoordde ik. Jawel, zei ze, we hadden geen idee waar je was en wat je aan het doen was. Nu hebben we weer contact”, vertelt Candi. Plots herken ik de zachte hertenogen van de jonge Candi die je aanstaren op de hoes van de selftitled compilatie die in 2004 haar comeback inluidde.
In de steek gelaten
Het waren zware jaren. “Je voelt je in de steek gelaten en gefrustreerd. Je ziet Gladys Knight dubbel platina gaan en Chaka Khan hits scoren, en je denkt: waarom ik niet? En dan ga je denken: misschien ben ik niet zo goed, misschien is er iets mis met me. Maar je probeert er het beste van te maken. Ik ben de niet de persoon naar om een wrok te koesteren of verbitterd te raken. Ik complimenteerde hen met hun succes, en dacht: dit is mijn tijd niet en mijn tijd komt nog.”
Tweede jeugd
Ze kreeg gelijk. Vijf jaar geleden begon Candi Staton aan een tweede jeugd na de release van de titelloze compilatie van haar oude werk. Plots was de vergeten soulzangeres die onderhand de pensioensgerechtigde leeftijd had bereikt, weer hot.
“Ik was geschokt. De eerste keer dat ik in Parijs kwam stond de rij met mensen tot om de hoek van het blok. Toen ik er in een limousine langs reed zei ik: iemand heeft vanavond een volle bak. Ze zeiden: ze komen voor jou. Voor mij?! De zaal was afgeladen. Ik was op van de zenuwen. Ik had jarenlang gospelplaten gemaakt, dus ik had geen idee hoe ik die mensen moest entertainen. Inmiddels ben ik een stuk meer ontspannen, het went. Maar ik zal het nooit als vanzelfsprekend zien. Nooit.”
Duivelse muziek
Niet iedereen is verguld met Statons succes. In de geloofsgemeenschap vindt men die duivelse muziek van Staton maar niks. “Een bevriende DJ van een gospelzender draaide mijn nieuwe plaat. Een luisteraar belde en zei: die vriendin van je is verdorven, ze zingt weer die bluesnummers. De DJ zei terug: je luistert er wel naar, dus wat is het verschil tussen haar en jou? Die vrouw gooide de hoorn op de haak. Dat soort mensen hebben oogkleppen op en focussen helemaal op jou, en vergeten wat ze zelf doen. Het is hypocriet. Vroeger maakte ik me er nog wel druk over, maar nu niet meer.”
Vrijzinnig
Onze Lieve Heer is een belangrijk figuur voor Candi Staton. Ze maakt naast haar soulplaten nog steeds gospelalbums. Maar ze heeft een vrijzinnige instelling. “Ik lééf. Ik heb nog genoeg tijd om dood te zijn. Ik heb geen zin om dood te zijn en me aan andermans regels te houden. Weet je wie Jezus vermoord heeft? Religieuze mensen. Jezus ging met iedereen om. Als hij vandaag de dag zou leven, zat hij in de kroeg.”
Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.
Mijn passie voor muziek en liefde voor schrijven brachten me in de journalistiek. Ik maakte voor diverse (dag)bladen interviews met o.a. The Black Keys, Kraftwerk en Bootsy Collins. Op deze website vind je al mijn artikelen.