Posts tonen met het label New Orleans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label New Orleans. Alle posts tonen

vrijdag 18 februari 2022

Leo Nocentelli: goddelijke interventie

Leo Nocentelli live in 2006 (Foto: Flickr/cisc1970)

Hoe het vergeten en verdwenen solo-album van Leo Nocentelli, gitarist van de pionierende funkband The Meters, uit het wassende water van orkaan Katrina werd gered en na vijftig jaar eindelijk zijn weg naar de luisteraar heeft gevonden, is een ongelofelijk verhaal. ‘Het heeft een zekere spiritualiteit.’


Lees ook:

De toekomst is ongewis als Leo Nocentelli in 1971 zijn intrek neemt in de fameuze Jazz City Studio in New Orleans om een paar solo-demo’s op te nemen. “Ons label Josie, waarop The Meters drie albums hadden uitgebracht, ging failliet. Dus we hadden geen platencontract meer. We hadden niks te doen dus ik besloot wat nummers te schrijven”, vertelt de 75-jarige Nocentelli een halve eeuw later aan de telefoon vanuit ‘The Big Easy’. Tijdens de sessies over een periode van twee maanden wordt de gitarist vergezeld door zijn Meters-collega’s George Porter Jr. (bas) en Joseph “Zigaboo” Modeliste (drums). Af en toe schuiven ook hun illustere vaste producer Allen Toussaint en jazzmuzikant James Black aan achter de piano en het drumstel.

Maar ondanks de bijna voltallige Meters-bezetting (op toetsenist Art Neville na), tapt Nocentelli uit een ander vaatje. “Ik had een paar platen gekocht van James Taylor en was erg gecharmeerd van wat hij deed, de akkoordenschema’s en zijn teksten. Het was niet van ‘baby I love you’ en ‘don’t leave me’, maar het waren verhalen. Ik wilde ook dat soort liedjes schrijven.”


"Toen ik er destijds naar luisterde zou ik het ‘country and western’ genoemd hebben"


Folk

Leo verruilt zijn elektrische gitaar voor een akoestische, en wat er uit de sessies komt is niet de minimale oerfunk waar The Meters patent op hebben. “Toen ik er destijds naar luisterde zou ik het ‘country and western’ genoemd hebben. Met de kennis van nu zou ik het een folk album noemen”, omschrijft Nocentelli de tien songs op Another Side, zoals het album vijftig jaar na dato is vernoemd. “Het heeft een folk-feeling, folk-teksten die ik normaal niet voor een funknummer van The Meters zou schrijven, zoals Pretty Mittie en You’ve Become a Habit, dat over een prostituee gaat. Het is een singer-songwriter plaat, terwijl The Meters het volledige repertoire van solo’s, ingenieuze zang en achtergrondzang had. Al zit er nog steeds funk in, want zo ben ik nu eenmaal. Dit is strikt singer-songwriter, het is een andere manier van denken.”

Nocentelli ziet het, zoals de albumtitel impliceert, als een andere kant van zichzelf. “Het zit in je. Ik heb geleerd om naar verschillende genres te luisteren en ze te spelen. Toen ik jong was had ik drie of vier optredens per dag in New Orleans: een jazz-optreden, een dixieland-optreden, een R&B-optreden, enzovoorts. Je moest verschillende stijlen leren beheersen om te overleven. Zo heb ik een oor voor verschillende muzieksoorten ontwikkeld en ze leren spelen.” 

Het is een ander idioom, maar de muzikale benadering is hetzelfde als met The Meters: eenvoud. The Meters namen een jaar eerder een fijngevoelige cover op van Wichita Lineman voor hun derde album Struttin’, dat stilistisch een voorproefje van Another Side had kunnen zijn. Het funky Riverfront, gebaseerd op de ervaringen van Art’s broer Aaron Neville als havenarbeider in New Orleans, schuurt tegen The Meters aan. Een hoogtepunt op Another Side is een prachtige, wellicht zelfs superieure cover van Elton John's Your Song, dat op dat moment een hit was.


vrijdag 7 juni 2019

The Meters: oerfunk

The Meters live in 2011. (Foto: Annette Jones)

Blauwdrukfunk. Zo laat de muziek van The Meters zich het beste omschrijven. Hun kale, ritmische sound lijkt welhaast lesmateriaal voor hoe je funk speelt. Het pionierende kwartet uit New Orleans is altijd een cultband gebleven, maar hun invloed is enorm.  Vijftig jaar geleden verscheen hun debuutalbum, met een al even basale titel als hun sound: simpelweg The Meters.


Lees ook:

In de nachtclubs van de bruisende French Quarters in New Orleans formeerde toetsenist Art Neville midden jaren 60 de band, die later The Meters zou gaan heten. Neville (1937), de broer van zanger Aaron Neville, was al een veteraan in de plaatselijke muziekscene en nam sinds de jaren 50 al singles op. Gitarist Leo Nocentelli (1946), drummer Joseph “Zigaboo” Modeliste (1946) en bassist George Porter J.r (1947) zijn bijna tien jaar jonger, nog niet of net meerderjarig  en beginnen net als professioneel muzikant.  De band treedt op in het clubcircuit met Arts broers Aaron (1941) en Charles (1939-2018) als zangers. Tijdens een optreden in The Nitecap wordt de groep ontdekt door de lokale producer Allen Toussaint (1938-2015), die samenwerkte met sterren als Irma Thomas en Lee Dorsey.

“Toen ik uit het leger kwam in 1965 ging ik naar Bourbon Street waar veel clubs zaten waar muziek werd gespeeld. Op een avond liep ik op Bourbon Street en op de hoek van Bourbon en Toulouse Street hoorde ik heel funky muziek. Ik kende de groep niet. Toen ik naar binnen ging om te kijken zag ik dat het Art Neville was met een paar anderen. Ze noemden zich Art Neville & The Neville Sounds”, vertelde Toussaint in 2015, enkele maanden voor zijn plotse overlijden, aan Heaven. “The Meters waren vanaf het begin al een fantastische groep. Art Neville stelde altijd magische groepen samen.”

Toussaint had met Marshall Sehorn (1934-2006) het platenlabel Sansu opgericht en biedt Neville’s groep, minus zangers Aaron en Charles Neville, een baan als studioband aan. Ze spelen mee op platen van Earl King en Lee Dorsey, zoals Yes We Can uit 1970, dat drie jaar later een megahit voor The Pointer Sisters werd (die een extra Can aan de titel toevoegden).

Lootjes

George Porter, Jr. in 2011 (Foto: Pax Ahimsa Gethen)
De naam van de groep wordt omgedoopt in The Meters. “We hebben lootjes getrokken”, herinnert George Porter zich. “We deden met z’n vijven briefjes met namen in een hoed en Marshall Sehorn pakte er een uit. De namen die wij in de hoed deden, hebben we nooit gezien. Allen heeft de naam The Meters erin gedaan, en die werd getrokken.”
 ”Die naam sloeg op ritme,” verklaarde Toussaint in 2015.

In het voorjaar van 1969 brengen The Meters op het Josie label de singles Sophisticated Cissy en Cissy Strut uit, op de voet gevolgd door een album, simpelweg getiteld The Meters (met op de hoes, u raadt het al, allerlei meters)., vol tot op het bot uitgeklede, kurkdroge oerfunk. De elementaire muziek van The Meters lijkt welhaast een instructieplaat voor het maken van funk: syncoperende drums, bas, gitaar en orgel, met precisie gedoseerd, effectief uitgevoerd en onweerstaanbaar swingend.



De muziek is zo kaal dat de nummers in eerste instantie niet eens titels hadden. “Ik noem alle nummers ‘pockets’: losse stukjes muziek die een liedje werden. Ze heetten gewoon ‘Meter 1’, ‘Meter 2’, enzovoorts”, vertelt Porter in een telefoongesprek met Heaven vanuit New Orleans. “We waren op tournee en een A&R-manager kwam langs met het album, en de nummers hadden opeens titels. Waar kwamen die namen vandaan? Marshall Sehorn of Allen Toussaint heeft de nummers een naam gegeven. We moesten de nummers leren aan de hand van de titels, daarvoor waren het gewoon grooves, pockets.”

De eenvoud geeft de muziek van The Meters een onverwoestbare, tijdloze kwaliteit, zoals een boterham met kaas nooit gaat vervelen.



donderdag 11 juni 2015

Allen Toussaint: de spil van New Orleans

Met Allen Toussaint backstage in de North Sea Jazz Club, 26 juni 2015.

“That’s quite alright”, zegt de gedistingeerde stem aan de andere kant van de lijn. Ik krijg meteen een voorproefje van de gentleman zoals die steevast wordt omschreven door de vele mensen die met hem samenwerkten. Allen Toussaint (77) lijkt welhaast de verpersoonlijking van het ontspannen karakter waar New Orleans zijn bijnaam The Big Easy aan dankt.

Lees ook:



Ik moest me bij hem verontschuldigen. Door de wintertijd had ik me vergist in het tijdverschil en belde een uur te laat. Allen Toussaint aanvaardt mijn excuus laconiek. De reden voor ons telefoongesprek is zijn komst eind juni naar de North Sea Jazz Club in Amsterdam.


“Ik neem mijn kwartet mee: piano, gitaar, bas en drums. Het repertoire bestaat uit liedjes die ik door de jaren heen heb geschreven en door anderen populair zijn gemaakt, aangevuld met nummers die ik zelf ooit heb opgenomen, zelfs als ze niet van eigen hand zijn. Get Out My Life, Woman, zal beslist niet ontbreken, net zo min als A Certain Girl. Ik ga helemaal terug naar Mother In Law en dan weer vooruit in de tijd met Yes We Can Can en Sneakin’ Sally Through The Alley. Working In The Coal Mine doe ik ook, dat is een publieksfavoriet. We sluiten af met Southern Nights, misschien wel in twee verschillende vertolkingen: mijn oorspronkelijke uitvoering als samba in modaal en de populaire popversie van Glen Campbell.”



Zijn naam mag dan geen massale bekendheid genieten, Allen Toussaint is een soul royalty, die in de jaren zestig uitgroeide tot een sleutelfiguur in de muziekscene van New Orleans. Hij schreef, arrangeerde en produceerde tal van hits voor lokale sterren als Ernie K-Doe, Aaron Neville en Lee Dorsey, en stond als ontdekker van The Meters aan de bakermat van de funk. Zijn liedjes werden werden veelvuldig gecoverd door onder anderen Bonnie Raitt, Little Feat, Robert Palmer, Boz Scaggs, Warren Zevon, Van Dyke Parks en The Pointer Sisters, terwijl grootheden als Paul McCartney, Paul Simon en Joe Cocker naar The Crescent City togen om van zijn diensten gebruik te maken. Zijn immense oeuvre nemen we in vogelvlucht door aan de hand van zeven sleutelplaten.

woensdag 19 oktober 2011

Aaron Neville: ‘Ik heb het aan God overgelaten’

Foto: Sarah A. Friedman
Hij overleefde een heroïneverslaving, de orkaan Katrina en, niet te vergeten, een halve eeuw muziekindustrie, wat uiteraard zijn sporen heeft achtergelaten bij de nachtegaal van de soul. Niet voor niets gaf Aaron Neville (70) zijn vorig jaar verschenen gospelalbum de titel I Know I’ve Been Changed mee.

Lees ook:

Aaron Neville is niet zomaar een zanger, hij is een natuurkracht. Het blijft onvoorstelbaar dat uit die ondergetatoeëerde kleerkast zo’n engelachtige kopstem komt. Je verwacht hem eerder gewichtheffend op de luchtplaats van San Quentin dan gevoelige gospels zingend in een studio. Neville grinnikt. “Ik kan alleen maar zeggen: het komt uit mijn hart.” Door de telefoon klinkt een lage, monotone mannenstem. “Mensen zeggen dat het tegenstrijdig is, maar ik zeg altijd: dat is de God in mij die de God in jou aanraakt.” Zo groot als zijn spierbundels zijn, zo klein is zijn hart. “Ik ben absoluut niet gevaarlijk. Ik ben de aardigste persoon die je ooit zult tegenkomen.”

maandag 10 november 2008

Dr. John: 'De weg naar het Witte Huis is geplaveid met leugens'


Drie jaar na de verwoesting door de orkaan Katrina komt Dr. John met een album over zijn geliefde woonplaats New Orleans. In een exclusief interview sprak De Pers met de levende legende over de puinhopen, Barack Obama en voodoo.





Lees ook:

Malcolm ‘Mac’ Rebennack scharrelt onwennig rond in zijn kleedkamer in de catacomben van Paradiso. Zijn alter ego Dr. John zit nog in zijn koffer. De echte Mac Rebennack is een lieve, oude man. Heel anders dan de in een pooierpak of een uitbundig voodoo-outfit gestoken, met veren, kralen en kettingen uitgedoste Dr. John The Night Tripper. Om Rebennacks lijf met de kenmerkende gekromde rug hangt een oud bruin vest. De enige sporen van Dr. John zijn de voodooketting en een hoed. De Doctor is net gearriveerd uit Keulen en is zichtbaar vermoeid. Een groot deel van zijn tijd brengt Dr. John door on the road. Denkt de bijna 68-jarige muzikant er wel eens aan om het rustiger aan te doen?

‘Misschien als ik niet meer zo vaak wordt geboekt of als ik te oud word. Aan de andere kant krijg ik nou ook niet zo veel werk. Maar het is niet zo dat ik het rustiger aan wil doen. Het ligt eraan wat het leven voor je in petto te heeft. Wie weet wat er morgen gebeurt.’

Cultheld
Dr. John mag worden gerekend tot de canon van de Amerikaanse muziek. Al op zijn vijftiende was hij professioneel muzikant in New Orleans en speelde met plaatselijke grootheden als Professor Longhair. Eerst als gitarist, maar sinds hij een schotwond aan zijn hand opliep, als pianist.

In 1967 verschijnt zijn alter ego Dr. John (naar de negentiende-eeuwse plaatselijke voodoomedicijnman Dr. John Montaigne), alias The Night Tripper. In de verloren studio-uurtjes van een opnamesessie van Sonny & Cher knutselt hij in 1968 zijn debuut Gris-Gris in elkaar, een album vol experimentele en psychedelische voodoofunk dat klinkt als een ritueel op muziek gezet.



Dr. John groeit al snel uit tot een cultheld die mensen als Paul Weller, Eric Clapton en Mick Jagger onder zijn fans heeft. Maar ook Jim Henson is fan en modelleert het Muppet-personage Dr. Teeth naar hem. Dr. John blijft een veelgevraagd sessiemuzikant en speelt met iedereen van de Stones tot Art Blakey. Zijn eigen songs worden vaak gecoverd door o.a. Paul Weller (I Walk on Guilded Splinters) en Cyndi Lauper (Iko Iko). Ook een jongere generatie artiesten als Beck, Portishead en Supergrass zijn aan hem schatplichtig. Dr. John geldt als de schatbewaarder, ambassadeur en de personificatie van de rijke muzikale erfenis van New Orleans, de bakermat van de jazz.

Moeizame relatie
Maar ondanks zijn status en staat van dienst, heeft Dr. John een moeizame relatie met de muziekindustrie.
‘Ik ben erg dankbaar dat deze platenmaatschappij (429) dit album heeft uitgebracht. Mijn vorige platenmaatschappij (Blue Note) zei: niks ervan, jij gaat geen nieuwe plaat over New Orleans maken. En ik zei: jawel! Omdat de vorige plaat over Katrina (Sippiana Hericane uit 2005) niet zo goed verkocht. Het gaat om geld. Geld, geld, geld. Het is business. Daarom hou ik niet van business. Altijd dat gezeur. Ze wilden dat ik iets anders deed, maar ik zei nee. Dus toen hebben ze mijn contract beëindigd. Net zoals ik door alle andere labels ben geloosd. Zij hebben het geld, dus wat kun je doen? Je vliegt de straat op.’



Politiek
The City That Care Forgot is een ouderwets Dr. John album. Een funky en op momenten gevoelige ode aan zijn geliefde, weggevaagde geboortestad. Met medewerking van niemand minder dan Eric Clapton, Willie Nelson en Ani DiFranco.

Is het een politiek album?
‘Dat kun je wel stellen ja. Willie Nelson zingt op Promises, Promises: The road to the White House is paved with lies, but the truth will set you free.’
‘Mensen vinden geld veel te belangrijk. Het is treurig. Neem mijn stad Nawlinz. Als je naar Louisiana kijkt, daar beneden (tekent de kaart in de lucht) zit olie. De regering geeft niks om de mensen, ze willen de olie. Het gaat alleen maar om geld. Ze hebben niets gedaan aan de wederopbouw van New Orleans.’
‘Die waardeloze dijken hadden al 56 jaar geleden gerepareerd moeten zijn. 56 Jaar geleden! Het lijkt wel een derde wereldland! Het kan ze geen bal schelen. De oliemaatschappijen, die verantwoordelijk zijn voor de helft van de schade, betalen geen stuiver. Zo is het leven. Alles draait om geld.’

Gaat het veranderen onder Barack Obama?
‘Op het nieuwe album heb ik een nummer aan hem opgedragen: Time for a Change. Ik weet niet of hij het zal gebruiken. Maar ik ben toch voor hem. Luister, het wordt moeilijk voor hem. Met al die ellende in de wereld door de bullshit die Bush acht jaar lang heeft uitgevreten. Op de plaat noem ik Bush een bitch. Ik mag hem niet en Cheney en al die griezels niet. Die engerd. De enige die ik mag is Colin Powell, die Obama steunt. Dat kan ik waarderen, hij is een goed man. Maar alles is zo verrot. Al die leugens. Mensen zijn bang voor de waarheid. Er is bijna geen politicus in Louisiana die durft te vragen hoe de vork in de steel zit. (leunt naar achter en praat met een lage, cynische stem) En ik vrees dat ze Obama zullen naaien. Ik bid dat hij de kans krijgt. Hij is een goed man. Alles is beter dan hoe het nu gaat.’



Was u in New Orleans toen Katrina toesloeg?
‘Nee, ik was op tournee. Ik moest het op televisie volgen. Mensen belden me, ik belde mijn kinderen en kleinkinderen om te zeggen dat ze moesten vluchten.’

Woont u nog in New Orleans?
‘Ik ben druk bezig om terug te keren.’

Bent u uw huis kwijtgeraakt door Katrina?
‘Nee, mijn dochter en kleinkinderen wonen erin. Die zijn hun huis kwijtgeraakt.’

Hebt u bekenden verloren?
‘Mijn neefje. Ze weten niet wat er met hem is gebeurd. En veel mensen zijn weg uit New Orleans en willen teruggaan, maar kunnen dat niet. Het is de Diaspora van Amerika. Ze zijn uitgewaaierd over het hele land. Daar zitten mensen tussen die in hun hele leven New Orleans nooit uit zijn geweest. Voor hen is het alsof ze naar een ander land zijn verhuisd. Ze weten niet hoe ze daar moeten leven. Ze kunnen niet eens met andere mensen praten. Wij spreken niet dezelfde taal. We praten niet als Amerikanen of Britten, we praten als ons. We zijn mensen uit New Orleans. We hebben onze eigen geschiedenis en cultuur. We hebben de wereld muziek gegeven en andere goede dingen.’

Amsterdam
Met New Orleans in duigen, denkt Dr. John in Amsterdam een alternatief te hebben gevonden.
‘Amsterdam is de enige andere plaats waar je hetzelfde voelt. Volgens komt dat doordat jullie lowlands critters zijn, net als wij. Maar dat is mijn stomme theorie, weet ik veel. Ik ben ook maar een eenvoudige boerenlul. Het is hier goed. Ik wil al heel lang hierheen verhuizen. Maar ik krijg nog niet eens de papieren om hier een paar dagen te blijven. Ik heb wat juridische problemen, laat ik het zo zeggen.’ (Dr. John kampte met een decennialange heroïneverslaving en zat ooit een gevangenisstraf uit wegens drugsbezit)



Voodoo
U hebt altijd grote belangstelling voor voodoo gehad. Houdt u zich er nog steeds mee bezig?
‘Ik heb altijd mijn spullen bij me (wijst op zijn halsketting). Er is sinds kort een medicijnman in New Orleans. Hij doet het niet uit eigenbelang of voor het geld, hij helpt de gemeenschap. Als mensen geen arts kunnen betalen, gaan ze naar de medicijnman. Dat kost niks.’

Is voodoo de oplossing voor de problemen met de zorgverzekeringen in Amerika?
‘It’s cheaper than that shit, haha! Ik wil die gast ontmoeten, want hij heeft het nog van de oude medicijnmannen geleerd, hoe hij medicijnen uit boomwortels moet bereiden en met welke hoeveelheden enzo. Je kunt mensen niet genezen als je de juiste dosis niet weet. Ook met bladeren en gras moet je weten hoeveel je moet gebruiken. Het werkt net als normale medicijnen. Het probleem in Amerika is dat ze je voor alles pillen willen geven. Maar dat is niet altijd de oplossing. Het gaat weer om geld. Money money money money! (zingt For the Love of Money van The O’Jays’)

Aan het einde van het interview buigt Dr. John naar voren, kijkt me indringend aan met zijn donkere arendsogen en klopt met zijn vuist op zijn borst.
‘Luister, schrijf vanuit je hart. Je moet het goed doen. Ik weet dat je dat zult doen. Communiceren is belangrijk. De rest van die shit heeft niks te betekenen. Mijn vader zei vroeger: kijk nooit tegen mensen op en kijk ook niet op ze neer. Je moet mensen recht in de ogen kunnen aankijken. En krop niets op, gooi het eruit. Ook als je het verneukt. Neem dat van me aan.’



Dit artikel verscheen eerder op DePers.nl