dinsdag 27 mei 2008

Geheim agenten vervolgd voor de verdwijning van 119 dissidenten

De Chileense justitie sleept 98 agenten van de voormalige geheime dienst DINA voor de rechter voor hun rol bij Operatie Colombo, die aan 119 dissidenten het leven kostte.

Voor het eerst sinds het einde van de militaire dictatuur in 1990 hebben de Chileense autoriteiten op grote schaal de bezem door eigen huis gehaald. Bijna honderd politiemensen worden aangeklaagd wegens hun veronderstelde betrokkenheid bij Operatie Colombo, waarbij in 1975 119 linkse dissidenten verdwenen. Een van de verdachten is generaal Manuel Contreras. Dit voormalige hoofd van de DINA zit al een gevangenisstraf uit voor de misdaden gepleegd door het militaire regime van generaal Augusto Pinochet.

Operatie Colombo was een even bloederig als bizar pr-offensief om de verschrikkingen van dat regime te verdonkeremanen. Drieduizend mensen verdwenen tijdens het schrikbewind en dat oogstte veel internationale kritiek. Om zichzelf vrij te pleiten, werd door de junta een ingenieus plan gesmeed.

In juli 1975 doken er lijken op in de straten van de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. De lijken waren onherkenbaar gemaakt. De handen en gezichten waren verbrand, sommige waren onthoofd. Wel hadden ze een paspoort met de identiteit van een verdwenen Chileense linkse activist.

Het feit dat de lichamen in het buitenland werden gevonden, moest bewijzen dat de dissidenten niet waren vermoord door de Chileense autoriteiten.

DINA-agenten lieten nepberichten in de Argentijnse media verschijnen dat er een interne strijd onder de linkse activisten aan de gang was en dat ze elkaar afmaakten.

Er werd voor de gelegenheid zelfs een heus tijdschrift opgericht: Lea. Het blad, dat maar één keer verscheen, lag drie dagen na de vondst van de lijken bij alle kiosken in Buenos Aires.

Lea publiceerde een artikel over de zogenaamde interne strijd van de ‘extremisten’, met een lijst van zestig Chilenen die in eigen land waren verdwenen maar die elkaar zouden hebben vermoord in Argentinië. Een week later verscheen nog zo’n nepartikel van dezelfde strekking in Novo O’Dia, een obscure krant in Brazilië.

De Chileense kranten namen de verhalen klakkeloos over. La Segunda, eigendom van de aristocraat Augustin Edwards die goede banden had met de Amerikaanse president Richard Nixon, bracht het nieuws met een weinig subtiele kop: ‘Miristas uitgeroeid als ratten’ (naar MIR, de Beweging van Revolutionair Links).Van de 119 verdwenen dissidenten zijn er 42 nooit teruggevonden. De 98 aangeklaagde DINA-agenten wordt ontvoering ten laste gelegd.

Aldo Contreras (55), die als mirista drie jaar in de gevangenis zat, heeft gemengde gevoelens over de aanklachten. ‘Ik twijfel aan de goede wil van de regering. Pas toen Frankrijk Pinochet wilde gaan vervolgen, kwam Chili in actie. Engeland had Pinochet gepakt, Chili zou hem vervolgen maar er gebeurde niets. Pinochet is nu zonder straf in de hel.’ De generaal overleed in 2006.

Volgens Contreras heeft de regering niet genoeg macht.

’De grondwet is nog die van Pinochet en die belemmert de vervolging. Het leger is pro-Pinochet en heeft grote economische belangen. De regering is bang dat het leger in opstand zal komen.’


Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen