woensdag 19 oktober 2011

Aaron Neville: ‘Ik heb het aan God overgelaten’

Foto: Sarah A. Friedman
Hij overleefde een heroïneverslaving, de orkaan Katrina en, niet te vergeten, een halve eeuw muziekindustrie, wat uiteraard zijn sporen heeft achtergelaten bij de nachtegaal van de soul. Niet voor niets gaf Aaron Neville (70) zijn vorig jaar verschenen gospelalbum de titel I Know I’ve Been Changed mee.

Lees ook:

Aaron Neville is niet zomaar een zanger, hij is een natuurkracht. Het blijft onvoorstelbaar dat uit die ondergetatoeëerde kleerkast zo’n engelachtige kopstem komt. Je verwacht hem eerder gewichtheffend op de luchtplaats van San Quentin dan gevoelige gospels zingend in een studio. Neville grinnikt. “Ik kan alleen maar zeggen: het komt uit mijn hart.” Door de telefoon klinkt een lage, monotone mannenstem. “Mensen zeggen dat het tegenstrijdig is, maar ik zeg altijd: dat is de God in mij die de God in jou aanraakt.” Zo groot als zijn spierbundels zijn, zo klein is zijn hart. “Ik ben absoluut niet gevaarlijk. Ik ben de aardigste persoon die je ooit zult tegenkomen.”

dinsdag 18 oktober 2011

Bellen met Ramsey Lewis

Ik heb al heel wat van mijn muzikale helden geïnterviewd, maar de phoner met jazzpianist Ramsey Lewis maandagavond was een bijzondere eer. Ramsey Lewis legde de blauwdruk voor mijn muzikale smaak. Als peuter stond ik al te swingen op zijn album Solar Wind. Het was de familieplaat van de Schongen. Ondanks onze verschillende muzieksmaken was iedereen verenigd in zijn liefde voor dit album. Lewis bracht onlangs Ramsey, Taking Another Look uit waarin hij nummers uit zijn jazzfunk-periode in de jaren '70 (o.m. Sun Goddess) herinterpreteert. Het interview vind je hier.

woensdag 28 september 2011

Remembering Miles: de ultieme muzikaliteit

De trompet die Miles Davis op Bitches Brew zou hebben bespeeld (Hard Rock Cafe, Krakau, mei 2008). Of die claim waar is weet ik niet - Miles had een rode trompet met zijn naam er in gegraveerd.

Vandaag 20 jaar geleden zag ik op het journaal dat Miles Davis was overleden. Ik was een puber van 14 en vond het musique de papa. "Ach, die ouwe lul", reageerde ik tot woede van mijn broer, een Miles-fan.


Lees ook:



Een half jaar later kwam mijn broer thuis met On The Corner. Het klonk in mijn prille oren als een kakofonie, maar die genadeloze, loeiende, overweldigende funk was onweerstaanbaar.

Voor mij is Miles een muzikant die alles en iedereen overstijgt en overtreft. Het genie der genieën. Kun je nagaan: een gemiddelde revolutionair kan één revolutie op zijn naam schrijven, Miles meerdere. Hij was kampioen in het zichzelf voortdurend opnieuw uitvinden, en daarmee ook de jazz. Miles zocht altijd de grens op en haalde het uiterste uit muziek. Een rijkdom en inventiviteit die zeldzaam is. Miles is de ultieme muzikaliteit. Altijd ambitieus maar nooit pretentieus.

Vernieuwingen dateren doorgaans, bij Miles niet. Hij was experimenteel zonder te vervallen in overstuurd, richtingloos gejengel. Geen pseudo-hip effectbejag met een bloedserieus gezicht. "If they act too hip, you know they can't play shit", zei Miles daar zelf over.

Paradoxaal genoeg streefde Miles Davis altijd naar eenvoud. "As complex as people try to make my music out to be, I like it simple." Bij Miles ging het om spontaniteit en het proces. 

Dat de muziek van Miles Davis 20 jaar na zijn dood nog altijd relevant is, spreekt wel uit het feit dat iedereen Kind of Blue in de kast heeft staan. Maar ook uit bijvoorbeeld het recente revisionisme van zijn verguisde elektrische werk uit de jaren '70. Miles is gek geworden, werd jarenlang gezegd. Nu ziet men het genie in en wordt de invloed op hiphop, dubstep en drum&bass onderkend. Die maffe muziek was zijn tijd ver vooruit en is vandaag de dag nog steeds vooruitstrevend.
Het is niet uitgesloten dat Miles' jaren '80-platen eenzelfde herwaardering krijgen. Die werden wel eens spottend een Miami Vice-soundtrack genoemd (waarop Miles prompt een rolletje speelde in de populaire politieserie). Maar ook die muziek is bezield en barst van de muzikaliteit. Zelfs een minimalistische, klinische plaat als Tutu heeft wel degelijk een - verfijnde - ziel.

Over wat er zo fantastisch is aan Miles Davis is alles wel gezegd en geschreven. Maar eigenlijk is Miles met geen pen te beschrijven. Elke poging klinkt flauw en afgezaagd, misschien wel omdat Miles precies het tegenovergestelde was (en ook dat is een cliché). En of hij zich vereerd zou voelen? "I know what I've done for music, but don't call me a legend. Just call me Miles Davis. A legend is an old man with a cane known for what he used to do. I'm still doing it." (...)

Deze zin uit het gedicht Inamorata, voorgedragen door Conrad Roberts op Live-Evil, treft Miles het beste: "Who is this music that which description may never justify? Can the ocean be described?"



Omdat Miles' muziek het beter kan zeggen dan ik, een eerbetoon in video's. Ik heb livemateriaal uit zijn elektrische periode uitgekozen (dus jaren '70 en '80), omdat dit mijn eerste kennismaking met Miles was en nog steeds mijn favoriete Miles-periode is.

Dit artikel verscheen eerder op DePers.nl.

dinsdag 30 augustus 2011

David "Honeyboy" Edwards overleden

Een van de laatste originals van de blues, gitarist David "Honeyboy" Edwards is overleden. Hij werd 96 jaar. Honeyboy was bevriend met Robert Johnson en was zelfs aanwezig toen de mythische bluesman werd vergiftigd. Honeyboy speelde ook met Charley Patton, Little Walter en Howlin' Wolf. Vorig jaar kreeg Honeyboy nog een Grammy Lifetime Achievement Award. Met Honeyboy is tevens een belangrijk stuk muziekgeschiedenis heengegaan. Volgens zijn manager Michael Frank is met het overlijden van Edwards de laatste directe band met de eerste generatie Delta blues-muzikanten verloren. "Mensen kunnen voortaan alleen nog lezen over dit stukje geschiedenis van die generatie."

P.S. De New York Times schreef een uitgebreide necrologie over Honeyboy

donderdag 18 augustus 2011

De warmbloedige elektronica van Little Dragon

Meestal is Amerika het hoogst haalbare voor een band. Little Dragon uit Zweden draait het om. In Amerika hadden ze al succes, maar met hun derde album Ritual Union begint nu ook Europa te vallen voor hun warmbloedige elektronica.

Een slaperige Erik Bodin belt terug. Little Dragon is net terug uit New York en de drummer lag in zijn Brusselse hotel zijn jetlag uit te slapen, vandaar dat hij de telefoon niet opnam. “We hebben net twee releaseparty's gehad in New York en Los Angeles. En we hebben opgetreden op een festival in San Francisco.”
Hoewel Ritual Union al het derde album is van de Zweedse elektronicagroep, begint Little Dragon nu pas in Europa door te breken bij het grote publiek. “In Los Angeles werden voor het eerst opgemerkt. We hebben daar ook fans die ons vanaf het begin overal naartoe volgen.”
Opmerkelijk, want Europese bands beginnen meestal in eigen land, breiden vervolgens uit naar de rest van Europa voordat de ultieme stap naar Amerika wordt gewaagd. “Dat zal wel komen door internet en Myspace. Mensen ontdekken het en tippen hun vrienden en zo ontstaat een fanbase. Een radiozender in Los Angeles, KCRW, heeft ons altijd gesteund en zij hebben als eerste een paar optredens voor ons georganiseerd. Dat waren onze allereerste uitverkochte shows.”
Maar Europa loopt toch niet achter, we hebben hier toch ook internet? “Hahaha! Ja dat is zo. Ik weet het ook niet. Maar het is leuk dat Europa ons nu ook omarmt.”

dinsdag 16 augustus 2011

Lowlands preview

Lowlands 2011 staat weer voor de deur. Samen met drie collega's van De Pers zal ik weer verslag doen van het festival. Check de special www.depers.nl/lowlands2011 voor interviews, verslagen, reportages, foto's en video's. A.s. vrijdag ook in de krant uitgebreid aandacht voor Lowlands. Nu alvast een beetje voorpret met de videoplayer van DePers.nl.



woensdag 29 juni 2011

Dennis Coffey komt zijn erfenis opeisen

Foto: Jerry Wald
Achter zijn lange blonde manen, grote baard en nerdy bril zou je geen funkmuzikant vermoeden die een hele generatie rappers voorzag van kant-en-klare samples. De naam Dennis Coffey zegt maar weinig mensen meer wat. Nu is de 70-jarige gitarist terug met een nieuwe plaat om ons op zijn enorme staat van dienst te attenderen.

"Oh Chuck, they out to get us man, yo we gotta dust these boys off", klinkt de stem van Flavor Flav op 'You're Gonna Get Yours', de openingstrack van Public Enemy's Yo! Bum Rush The Show (1987). De borrelende gitaarlick leende Public Enemy van 'Getting It On' van Dennis Coffey uit 1971. PE was een van velen die putten uit het werk van Dennis Coffey. Ook L.L. Cool J, Queen Latifah, Diamond D., Lord Finesse, Beastie Boys, Moby, Roni Size, Mos Def, Ultramagnetic MC's, Geto Boys en Compton's Most Wanted. To name a few.

Wie is dan die Dennis Coffey, die sprekend leek op David van Driessen, de hippieleraar uit Beavis & Butt-Head, maar zulke vette funkplaten op zijn naam heeft staan? Coffey begon als tiener al te werken als professioneel muzikant. In de jaren '60 speelt hij op verschillende hits van soulzanger Edwin Starr, waaronder 'S.O.S. (Stop Her On Sight)' uit 1966. Al gauw maakt Coffey naam in Detroit en onvermijdelijk belandt hij bij Motown.

Coffey verenigt in zich de twee muzikale uitersten die Detroit als hun thuis hebben: sweet soul music en loeiharde rock. Eind jaren '60 begint Motown de kauwgomballensoulsound af te schudden voor een volwassener geluid dat beter past bij de veranderende tijdsgeest. Dennis Coffey is de man die de Wahwah-gitaar introduceert bij Motown, een hippe psychedelische vervorming uit de rock.