vrijdag 11 oktober 2019

Raphael Saadiq legt zijn ziel bloot


Raphael Saadiq verloor in zijn jeugd drie broers en een zus. Lang meed hij hun verlies in zijn muziek, maar op zijn nieuwe album Jimmy Lee, vernoemd naar zijn broer die overleed aan een overdosis heroïne, confronteert de soulzanger zijn demonen.

Lees ook:

Zeven jaar was kleine Charlie Ray nog maar toen hij zijn broer Alvie begroef. Alvie werd vermoord. In de jaren die volgden pleegde zijn andere broer Desmond, die worstelde met een drugsverslaving, zelfmoord, overleed broer Jimmy aan een overdosis en was zus Sarah verongelukt toen ze van haar oprit reed, in een politieachtervolging terechtkwam en werd aangereden.

Hij droeg een zware last op zijn schouders, maar Charlie, beter bekend als Raphael Saadiq, besloot dat zijn muziek daar geen uitlaatklep voor was. Hij wilde er niet mee te koop lopen, verklaarde hij ooit in een interview.

Met de jaren is hij kennelijk tot een ander inzicht gekomen. Jimmy Lee, zijn eerste album in acht jaar, is zonder meer de persoonlijkste en donkerste plaat die de 53-jarige Saadiq in zijn meer dan drie decennia omspannende carrière heeft gemaakt. De plaat heeft als conceptalbum een losse opzet en is all over the place, verwarrend als de emotionele achtbaan van een rouwproces waarin verdriet, woede en ontgoocheling vechten om een plaats. Hoewel Saadiq al een paar jaar geleden Abraham zag, is hij begiftigd met de stem van een pre-adolescente koorknaap. Die klare stem van de doorgaans coole Raphael Saadiq klinkt nu gekweld.

"Verschillende mensen met een verslaafde moeder of vader hebben me al bedankt"

Opvallend monter legt Saadiq in een telefoongesprek vanuit Londen uit waarom hij van gedachten veranderde: “Ik denk dat ik er nu pas klaar voor was. Ik ben er altijd open over geweest, wilde er wel over praten, maar er niet over zingen. Het kan een slecht album opleveren, een domper. Maar volgens mij ben ik erin geslaagd om er een hoopvolle plaat van te maken. Verschillende mensen met een verslaafde moeder of vader hebben me al bedankt.”

Verslaving

“Mijn broer Jimmy was al vanaf zijn twaalfde aan de heroïne”, vervolgt Saadiq, die opgroeide in een samengesteld gezin van liefst veertien kinderen. “Hij was al het huis uit toen ik klein was, woonde overal en nergens, zat regelmatig in de gevangenis. Ik heb nooit de kans gehad om met hem te praten over zijn verslaving. Toen ik ouder was ging ik er meer over nadenken. Ik kreeg vrienden die met een zilveren lepel in de mond waren geboren, maar ook aan de drugs zaten. Ik begon te schrijven over de kwetsbaarheden waar je in het leven mee te maken krijgt, volwassen worden, de keuzes die je maakt. De gevolgen van verkeerde beslissingen pakken voor iedereen anders uit. Sommige mensen verslaan de drugs, maar meestal winnen de drugs. Ik besloot hier over te schrijven, en de liedjes kwamen op verschillende momenten tot me. Op een gegeven moment had ik een stuk of zes songs over vergelijkbare onderwerpen. Toen besloot ik daar helemaal voor te gaan en het album naar Jimmy Lee te vernoemen.”



Vind je het niet moeilijk dat elke journalist, net als ik, naar je broer vraagt?
“Nog niet. Ik ben er klaar voor om er over praten. Ik moet er maar mee omgaan. Ik heb het zelf geschreven. Ik hoefde er jarenlang niet over te praten. En de plaat klinkt goed, het zou erger zijn als het geen goede plaat was geweest. Mijn broer zou heel gelukkig zijn geweest dat ik een plaat in zijn naam heb gemaakt. Ik herinner me van zijn begrafenis dat de gozer met wie hij altijd naar ons huis kwam om geld van me af te troggelen, langsreed. Ik sprong in mijn auto en ging achter hem aan. Ik sprak hem aan en vroeg of hij wist dat mijn broer overleden was. Hij wist niet eens over wie ik het had. Mensen verkopen drugs en als iemand doodgaat interesseert het ze niks. Daar gaat Kings Fall over.”



Mijn broer stapte 21 jaar geleden uit het leven, dus ik kan me een beetje in jou inleven. Maar jij verloor liefst drie broers en een zus, dat moet welhaast ondraaglijk zijn?
“Vooral voor mijn moeder, maar voor mij ook”, zegt Saadiq. Hij laat een korte stilte vallen. “Muziek was het antwoord voor mij. Ik kon me er helemaal op storten. En ook literatuur, ik heb heel veel boeken. Kunst hield me overeind. Ik moest muziek zo goed mogelijk doen, eerlijk tegen mezelf zijn, ook over mijn fouten. Zo ben ik omgegaan met het overlijden van mijn familieleden. Wat is erger dan op jonge leeftijd familieleden verliezen? Je raakt meteen al de beste dingen uit je leven kwijt. Maar dit is wie ik ben, dit is hoe mijn kaarten geschud zijn. Andere mensen hebben een nog slechtere hand gekregen. Dus wie ben ik om een potje te gaan zitten janken dat mijn leven het allerverschrikkelijkst is? Andere mensen hebben het nog zwaarder.”

Was het ongeluk ook een motivatie om juist wat van je leven te maken?
“Zeker. Ik wilde mijn ouders ook niet nog meer leed aandoen. Ik heb in de zomer van 1997 xtc gebruikt. Vrienden boden het aan: ‘Je zult je fantastisch voelen, de vrouwen zullen je leuk vinden.’ ‘Dat wil ik dan wel eens proberen!’ Maar toen ik erover nadacht, kwam ik tot de slotsom dat ik niet ergens dood wilde eindigen. Ik wilde dat mijn ouders niet aandoen en besloot een andere kant op te gaan. Het motiveerde me om succesvol te zijn. Als je in armoede opgroeit en ineens veel geld verdient, zal je vaak ook veel geld verkwisten. Mijn insteek is: als ik weinig zondig, dan blijf ik met beide benen op de grond.”



Is Jimmy Lee ook een politiek album? Ik doel op het nummer Rikers Island.
 “Een beetje wel. Het was niet de bedoeling, maar Rikers Island is een goed nummer, een waarachtig nummer. Er zitten veel mensen in de gevangenis die daar niet thuishoren. Ze zijn gratis arbeidskrachten. Het is gewoon slavernij. Er zijn zo veel gevangenissen. In Colorado staan er negen gevangenissen binnen een straal van vijftien kilometer. Het is net General Motors in Detroit. Alle bewoners in dat gebied zitten in de gevangenis of werken er. Mijn broer Jimmy heeft veel tijd doorgebracht in gevangenissen in Californië. Het viel mij op dat de officiers van justitie altijd in mooiere auto’s reden dan de andere bezoekers. Ik vroeg mij af waarom ze zo veel geld verdienden aan onfortuinlijke mensen die geen advocaat kunnen betalen. Een gevangenis is een enorm pakhuis vol mensen in oranje pakken.”



Raphael Saadiq begon als tiener zijn professionele carrière in de muziek, als bassist in de tourband van mede-Oaklander Sheila E. Zo speelde hij ook met Prince. Met zijn broer Dwayne Wiggins en neef Timothy Christian richtte hij in 1987 het onderscheidende R&B-trio Tony! Toni! Toné! op. De groep was zowel artistiek als commercieel succesvol en scoorde hits met o.a. Little Walter en It Never Rains (In Southern California). In 1996 ging de groep na vier albums uit elkaar.

Neosoul

Met Tony! Toni! Toné! ontwikkelde Saadiq de modus operandi die hij tot op de dag van vandaag hanteert: moderne soul gemaakt volgens een recept van ambachtelijk en avontuurlijk doch strak muzikantschap. Altijd een vinger aan de pols van de tijd en tegelijkertijd de tijd bepalend. Zo was Saadiq de voorloper, en later in de jaren 90 de spil van de neo soul. De beweging greep in een tijd van aalgladde, ontzielde soul terug naar de soul van weleer uit de jaren 60 en 70. Door zijn medewerking aan de albums Brown Sugar (1995) en Voodoo (2000) van D’Angelo werd Raphael Saadiq een superproducer.

Ook in de retrosoul die de afgelopen jaren in zwang was, gaf Raphael Saadiq de toon aan. Zijn tweede soloalbum The Way I See It (2008) was een onvervalste, vakkundige Motown-plaat, waarop zelfs oude Motown-muzikanten als Jack Ashford, Paul Riser en Stevie Wonder meespeelden. Het succes van het album maakt Saadiq zichtbaar op de radar van de mainstream.

The Internet

Saadiqs sleutelrol in de moderne soul is nog niet uitgespeeld. Er is de laatste jaren een nieuwe generatie opgestaan die in zijn voetsporen treedt en het avontuur zoekt. Saadiq produceerde het belangwekkende album A Seat at the Table (2016) van Solange (zie kader). Echo’s van Saadiq weerklinken in de gestileerde hiphop-soul van The Internet.

“Ik hoor mijn invloed inderdaad terug”, beaamt Saadiq. “Steve Lacy (gitarist van The Internet) is briljant. Hij en Syd (zangeres van The Internet) komen vaak langs in mijn studio. Niet alleen om muziek te maken, vaak praten we gewoon over muziek. Die gesprekken zijn goed voor de jonge generatie. Zij zijn bezig om muziek een nieuwe draai te geven. Ze willen geen mumble rap of trap maken, maar iets anders doen. Ze hebben hun instrumentatie uitgevogeld. Je kunt het eigenlijk geen R&B noemen, het zijn maar muzikale avonturen. Ze willen risico’s nemen en bij een andere muzikale gemeenschap horen.”

Je kunt Raphael Saadiq vergelijken met Nile Rodgers van discogroep Chic. Beiden vormen een uitzondering in een genre dat wordt overheerst door oppervlakkigheid en kitsch. Ze vinden er toch aansluiting bij, maar met stijl en kwaliteit. En beiden werken naast hun eigen projecten als producer voor topartiesten. Op de CV van Raphael Saadiq prijken grote namen als John Legend, Joss Stone, Mary J. Blige en Whitney Houston.

Erkenning

En toch is Raphael Saadiq altijd een musician’s musician gebleven. Ondanks zijn enorme staat van dienst en invloed, is hij voor veel mensen, zelfs die met bovengemiddelde kennis van muziek, een onbekende naam.

“Ik denk dat mijn muziek beter is dan mijn naam”, grapt Saadiq. “Nee, ik ga mijn naam niet veranderen, die bevalt me wel. Het is handig als je ergens bent en je creditcard wordt geweigerd, dan weten ze niet dat jij het bent. Ik vind het heerlijk dat ik niet zo bekend ben, dan word je ook niet gestoord.

"Ik denk dat mijn muziek beter is dan mijn naam"

"Ik stond ooit in het voorprogramma van John Legend. John is een goede vriend, hij grapte dat ik hem moest ontzien. Na mijn optreden ging ik aan de zijkant van het podium naar Johns show kijken. Een vrouw sprak me aan en zei: ‘Ik vond je zo goed, jij gaat het helemaal maken!’. Ze wist niet dat ik al meerdere platen had gemaakt. Steeds weer opnieuw ontdekt worden is goed voor mij.

Maar ik merk soms dat ik niet zo ver onder de radar zit. Ik ging laatst uit eten bij een restaurant in mijn buurt. Ik heb een klassieke 1966 Ford Mustang Convertible. Een of andere dronkenlap gooide een scooter op mijn auto. Ik stoof naar buiten en hij stond op het punt dat ding nog een keer op mijn auto te gooien. Ik trapte hem in zijn rug en hij viel. Ik vroeg of hij gek geworden was. Hij bleek in de war te zijn en hij begon karatemoves te maken. Ik stuurde hem weg. Een stel dat naast me zat in het restaurant kwam ook naar buiten om me te helpen. Toen ik, enigszins overstuur, weer binnenkwam ging ik naar ze toe om ze te bedanken. Ze zeiden: ‘Ik zag dat binnenkort je nieuwe plaat uitkomt. We vinden de single zo goed!’”

Over een gebrek aan erkenning hoor je Saadiq niet klagen. “Mijn erkenning komt in de vorm van een cheque. Ik heb een goed leven. Begrijp me niet verkeerd, het is geweldig om erkenning te krijgen, maar ik heb het niet nodig. Ik speel voor een fatsoenlijk aantal mensen in veel verschillende landen. Daar ben ik tevreden over. Als ik het vervelend zou vinden dat men mij niet zo goed kent als John Legend, zou ik daar eerlijk voor uitkomen. Maar ik ken John Legend, ik produceer zijn platen, ik produceer D’Angelo, bij de Grammy’s mag ik het podium delen met Mick Jagger. Mick Jagger belde mij, dus hij kent mijn naam. Ik heb liever dat hij mijn naam kent dan veel andere mensen.”

Raphael Saadiq live: 18 oktober Doornroosje Nijmegen; 22 oktober Theater Rotterdam (uitverkocht), 24 oktober Paradiso Amsterdam (uitverkocht); 28 oktober Het Depot Leuven

Saadiqscografie

Tony! Toni! Toné! – House of Music (1996)
In een tijd waarin soul een glad, blikkerig en kitscherig genre was geworden, maakte Tony! Toni! Toné! furore met een geslaagde fusie van eigentijdse R&B geschoeid op traditionele leest. De vier albums van het trio zijn allemaal sterk, House of Music was hun zwanenzang. Er zijn plannen voor een reünie, zegt Raphael Saadiq: “We hebben na onze laatste plaat nooit een tournee gedaan. Misschien gaan we na Jimmy Lee een nieuwe EP opnemen en dan een tournee doen om de nummers van het laatste album te spelen.”



Raphael Saadiq – Instant Vintage (2002)
Na het uiteenvallen van Tony! Toni! Toné had Raphael Saadiq het druk met het produceren van andere artiesten en zijn supergroep Lucy Pearl (met dj Ali Shaheed Muhammad van A Tribe Called Quest en zangeres Dawn Robinson van En Vogue). Hij deed er zes jaar over met zijn solodebuut Instant Vintage te komen. De titel definieert zijn muzikale identiteit: ouderwetse kwaliteit maar du moment. Zijn sound is afgewogen, strak en stijlvol. Als bassist speelt Saadiq melodieus en is hij aanwezig, maar altijd dienstbaar; het draait nooit om de bas maar om de song. Zeventien jaar na de release klinkt Instant Vintage nog altijd fris en modern.



Raphael Saadiq – The Way I See It (2008)
De vakkundige ode aan Motown is Saadiqs persoonlijke favoriet. “De jaren 60 waren een goede tijd. Ik ben dol op de oude Motown-tijd. Ik wou dat ik in die tijd leefde en platen kon maken met die groep mensen. Dus ik moest mijn sixties plaat maken met oude mensen van Motown als Jack Ashford en Paul Riser.”



D’Angelo – Voodoo (2000)
D’Angelo worstelde jarenlang met de hoge verwachtingen na Brown Sugar (1995) maar overtrof die spectaculair met Voodoo, de beste soulplaat van de laatste veertig jaar. Het album klinkt als een zwaar geïntoxiceerde nachtenlange jamsessie in een zweterige jukejoint vol bevallige vrouwen. Het met een Grammy bekroonde Untitled (How Does It Feel) werd mede geschreven en geproduceerd door Raphael Saadiq. Een klassieker.



Solange – A Seat at the Table (2016)
Solange Knowles stapte uit de schaduw van haar grote zus Beyoncé met het geëngageerde A Seat at the Table. Raphael Saadiq was uitvoerend producent van dit gestileerde, afgewogen en precieze meesterwerk, dat muzikaal is in wat er juist níet wordt gespeeld. Geen muziek die je direct grijpt, maar na meerdere luisterbeurten ga je voor de bijl. Solange won een Grammy voor Cranes in the Sky, waaraan Saadiq meeschreef. A Seat at the Table verscheen toen de Black Lives Matter beweging van zich liet horen en kan tippen aan het monumentale What’s Goin’ On.


Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten