Posts tonen met het label Harvey Mason. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Harvey Mason. Alle posts tonen

woensdag 3 augustus 2016

Bob James: verguisd en vereerd

Met Bob James in de North Sea Jazz Club, 9 augustus 2016.

In jazzkringen geniet Bob James een omstreden reputatie, maar in de hiphopwereld geldt hij als een ware held. Een exclusief interview met The Godfather Of Smooth Jazz: “Is de muziek van Mozart soms niet gladjes?”

“Rappers zien me als legende. Soms staan ze versteld dat ik nog leef. In hun optiek stammen mijn platen uit de prehistorie”, weet Bob James, de blanke toetsenist, componist en arrangeur, die door zijn voorkomen van een universitair docent een onwaarschijnlijke hiphop-held is. “Omgekeerd heb ik geen hoge pet op van hiphop. Ik hoor zelden iets dat ik echt goed vind. Ik houd van alles dat creatief en fris is, maar hiphop vind ik doorgaans simplistisch en saai. Ik kan het niet uitstaan als iets zich eindeloos herhaalt zonder ontwikkeling en raffinement.”

Kerstkind Robert McElhiney James (76)  zag in eerste instantie een toekomst als studiomuzikant voor zich. Begin jaren zeventig werkte hij als arrangeur voor CTI, het label van Creed Taylor dat met George Benson, Grover Washington, Jr. en Deodato aan de wieg stond van de souljazz en jazzfunk. “Creed was zo aardig mij een soloplaat te laten maken. Ik greep die gelegenheid aan om allerlei dingen uit te proberen, in de hoop zo meer arrangeerklussen binnen te halen. Het commerciële succes van One,dankzij de cover van Roberta Flacks hit Feel Like Makin' Love, veranderde op slag mijn leven. Ik had echt nooit gerekend op een solocarrière.”



Hiphop
De funky grooves van One uit 1974 en opvolger Two van een jaar later bleken zo’n decennium na dato een uitstekende basis voor rap te vormen. Zo werd Take Me To The Mardi Gras vaste prik op de vroege hiphopfeesten in de Bronx en behoort Nautilus tot de meest gesamplede stukken aller tijden. “Eerlijk gezegd heb ik niet veel aandacht besteed aan het opnemen van Nautilus. We spreken nu van lang voor het cd-tijdperk. De beste stukken zette je aan de buitenkant van de lp, want daar had je beste geluidskwaliteit vanwege de bredere groef. Het laatste nummer op de B-kant was bijgevolg meestal een albumvullertje. Niet dat ik Nautilus een wegwerpnummer vond, hoor, daarvoor was de groove toch te lekker.”

Het eenvoudige, repeterende thema leende zich bij uitstek voor een loop, zodat Nautilus zijn weg vond naar de basiscollectie van talloze rapproducers. “Het is een aanstekelijke groove, ja”, beaamt James. “Ik kwam de studio binnen met niets meer dan dat baslijntje en dat pianomotiefje, de rest hebben we ter plekke geïmproviseerd. Later heb ik er nog een strijkersarrangement bij geschreven. De Oberheim synthesizer in het intro deed Creed denken aan het geluid van een onderzeeër, vandaar de titel Nautilus.”