dinsdag 19 december 2006
Maurice de Hond: Ik ben in een John Grisham-boek beland
Hoe kijkt u op het jaar terug?
“Het was enerverend, om een combinatie van redenen. Ten eerste de ontwikkelingen in de politiek; de val van het kabinet en de verkiezingen. En ten tweede omdat ik in een ‘real-life Grisham’ terecht ben gekomen. Het is net The Innocent Man. Het Openbaar Ministerie probeert op allerlei manieren de rechtsstaat te verkrachten. Het OM heeft sinds 1999 de ene na de andere blunder gemaakt, en heeft in 2006 geprobeerd de fouten onder het tapijt te schuiven. En dat ongestraft, de verantwoordelijke politiek doet niks.De media gaan erin mee. Ik heb het laatste half jaar feiten boven tafel gekregen waarover nooit iets wordt gepubliceerd. Dan komt het OM in juni met een rapport dat alles in orde is, en dat wordt zo in de media opgeschreven. De Volkskrant schreef in een commentaar dat De Hond ernaast zat. Ik had nooit gedacht dat zoiets kon in het nette Nederland.”
Maar u zei dat er een mes in het graf van de weduwe Wittenberg lag. Na opening van het graf lag die er niet. Dan had u het toch mis?
“Zoals je de vraag stelt is het precies wat media ervan hebben gemaakt. In augustus ben ik benaderd door de beheerder van het graf, die al jaren doodsbang is voor de klusjesman en doodsbang is om naar de politie te gaan. Hij zei tegen mij: A: De weduwe zei een paar dagen vóór de moord dat ze bang is voor de klusjesman omdat ze met hem over het testament moet praten. B: De klusjesman heeft de dag na de moord tegen hem gezegd dat de weduwe vermoord was, terwijl ze nog niet eens gevonden was. Dus hij heeft daderkennis. C. De beheerder heeft dat in 1999 aan de politie verteld, maar die wilden dat niet horen. D. De beheerder heeft de klusjesman met een etui bij het graf gezien, en zonder etui toen hij wegging. Dus hij zou zich kunnen voorstellen dat die in het graf is gegooid. Ik heb een Duits bedrijf een onderzoek naar het graf laten instellen, en die constateerden dat er een metalen voorwerp, mogelijk een mes, in lag. Toen heb ik via de rechter afgedwongen dat het graf werd geopend, toen bleek dat er een metalen voorwerp in lag, maar geen mes. De essentie is dat de politie in 1999 weigerde iets te doen met de verklaring van de beheerder van het graf. Heb je daar iets over gelezen in de media? De media nemen even in een uurtje de zaak door en denken het dan te weten. De media schrijven: De Hond zei dat er een mes in het graf lag en dat is niet zo. Nee, dat heb ik niet zo gezegd.”
De klusjesman heeft u aangeklaagd wegens smaad. Wat vindt u daarvan?
“Dat zien we wel. Hij liegt. Hij had een alibi dat hij op de avond van de moord de hele avond thuis was. Dat is niet waar, dat is op te maken uit zijn telefoongegevens. Toen veranderde hij zijn verhaal en verklaarde dat hij op de soos was. En het OM zegt: prima. Maar als hij dat meteen had gezegd, hadden we dat kunnen controleren. Hij liegt. Ik heb wel 20 leugens van hem.”
Dus u gaat in 2007 gewoon door met de strijd?
“Absoluut.”
Is uw bemoeienis met de Deventer moordzaak niet een beetje een egotrip?
“Als je het een egotrip vindt, vind ik dat prima. Ik win er niets bij. Ik wil me wél inzetten voor de rechtsstaat, terwijl de journalisten achterover leunen. Je kunt je beter eens in de zaak verdiepen in plaats van me dit soort vragen te stellen. De media vinden het blijkbaar belangrijker om me even een kwartiertje te interviewen en dan de volgende te bellen, dan om het dossier te bestuderen. Het is de taak van de journalist om dit soort zaken aan de kaak te stellen? Je hebt het in een uurtje gelezen en je gelooft je ogen niet.”
Wat maakt u deskundig in moordonderzoek?
“Het interessante van deze zaak is dat de deskundigheid komt van burgers die zich verdiepen in deze zaak, en via internet de feiten analyseren. Terwijl de zogenaamde professionals er een puinhoop van maken. Net als met de Schiedammer Parkmoord, als je het Posthumus-rapport leest, dat is gewoon een slapstick. Nu blijkt weer dat de mensen die zichzelf professionals noemen amateurs zijn, en de gewone mensen deskundigen. Het is net Wikipedia, die wordt door gewone mensen gemaakt, en blijkt veel beter te zijn dan de oude encyclopedie die door zogenaamde professionals werd gemaakt.”
Over naar de verkiezingen. Diverse media hadden elke week een peiling. Toch week de uitslag af. Hoe verklaart u dat?
“Er was geen groot verschil. Alle grote trends uit de uitslag zaten erin. Dat de SP fors ging winnen heb ik goed gehad. Er was een marge van 14 zetels verschil, maar dat is iedere keer.”
Wat vindt u ervan dat de media die in de campagne uw peilingen afnamen, na de verkiezingen opeens kritiek hadden?
“Tja… De volgende keer wordt het precies hetzelfde. Het ging tien keer zo, de elfde keer gaat het precies zo.”
De media maakten intensief gebruik van opiniepeilingen. Elke week was er een nieuwe peiling. Is dat een goede zaak?
“Een heel goede zaak. De politici bespelen het volk, en in de peilingen kun je goed zien hoe de mensen erop reageren.”
Beïnvloeden peilingen het stemgedrag?
“Het valt wel mee. Je kunt ook zeggen: we doen in de maand voor de verkiezingen helemaal niks, we brengen geen krant uit, we houden geen debatten, en dan kijken we wat de mensen stemmen. De invloed is beperkt, aan de andere kant denk ik: so what?”
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
maandag 24 juli 2006
Thirteen Days
Om nog even je geheugen op te frissen, volgt hier eerst een korte geschiedenis. Amerikaanse verkenningsvliegtuigen ontdekten Op 16 oktober 1962 dat de Sovjet-Unie op Cuba kernraketten aan het neerzetten was. Voor Sovjet-Unie was het Cubaanse arsenaal een reactie op de plaatsing van Amerikaanse raketten in Turkije. De Verenigde Staten zagen de atoombewapening in hun achtertuin als een ernstige provocatie en escalatie. De Amerikaanse president Kennedy stelde eerst een zeeblokkade tegen Cuba in om te voorkomen dat Russisch wapentuig het eiland zou bereiken.
Uiteindelijk schreef Sovjetleider Nikita Chroetsjov in brieven aan Kennedy dat de Cubaanse raketten alleen voor verdediging waren bestemd en dat de Sovjet-Unie vreedzame intenties had. Maar de Sovjet-Unie bood twee verschillende deals aan. Eerst wilde het communistische land de raketten van Cuba verwijderen, in ruil voor de garantie van de VS dat ze Cuba niet zouden aanvallen. Een dag later kwam Chroetsjov met een tweede, dit keer publiekelijk gestelde aanvullende eis, dat de VS ook hun raketten uit Turkije zouden weghalen. Kennedy aanvaardde het eerste aanbod van de Russen en liet zijn broer Robert aan de Russische ambassadeur beloven dat de VS binnen een half jaar hun raketten uit Turkije zouden weghalen. Daarop keerden de Russische schepen die richting Cuba kruisten om. De wereld was door het oog van de naald gekropen.
Middenin het crisiscentrum
Thirteen Days neemt de kijker mee naar het crisiscentrum, waar we de gebeurtenissen volgen door de ogen van Kenny O’Donnell (Kevin Costner), topadviseur en vertrouweling van president Kennedy. Overigens zou O’Donnell in werkelijkheid een minder belangrijke rol in de Cuba-crisis hebben gespeeld dan de film suggereert. We zien alle machinaties die werken tijdens een crisis: een progressieve, pacifistische president die het hoofd koel moet houden terwijl de haviken in de legertop hem proberen voor een voldongen feit te stellen. Namelijk keihard in de tegenaanval te gaan omdat dat in hun ogen de enige oplossing is. Je mag de vijand nooit de indruk geven dat je zwak bent en keihard in de tegenaanval gaan, daarbij het risico op een kernoorlog voor lief nemend.
Dan zijn er de onzekerheden. Was het wel echt Chroetsjov die met een aanbod kwam en is hij wel beslissingsbevoegd of is hij slechts een marionet van de haviken in het Politbureau, of is hij misschien afgezet? Onverwachte gebeurtenissen die roet in het eten gooien, zoals een U-2-verkenningsvliegtuig dat boven Cuba wordt neergehaald en een andere U-2 die bijna boven Siberië wordt onderschept omdat een dissidente luchtmachtgeneraal het presidentiële bevel negeerde om de verkenningsvluchten te stoppen. De fouten, zoals het lek naar de pers van president Kennedy en broer Robert om te suggereren dat de VS bereid waren de raketten in Cuba op te geven.
Historisch accuraat
Thirteen Days is een complexe, intelligente en historisch accurate film die een eerstehands inzicht geeft in de machtigste kliek ter wereld. Veel dialogen uit de film zijn gebaseerd op bandopnames die Kennedy van de vergaderingen liet maken. Wie enigszins op de hoogte is van de voorbereidingen van de regering-Bush voor de invasie van Irak, ziet opvallende parallellen. In beide gevallen lijken de medewerkers weinig ontzag te hebben voor hun opperbevelhebber en proberen ze hem stap voor stap in een oorlog te lokken, tot de president geen andere keus meer heeft.
De hoge informatiedichtheid, en de opvallende afwezigheid van typisch Amerikaans nationalistisch getrompetter (op hier en daar wat zoetsappige gezinsmomenten en van-dik-hout-zaagt-men-planken-symboliek na), staat niet in de weg dat Thirteen Days een zeer effectieve thriller is. De kijker zit de volle 145 minuten nagelbijtend te kijken naar hoe de wereld bijna een halve eeuw geleden langs de rand van de nucleaire afgrond scheerde.
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
vrijdag 14 april 2006
Wordt Iran de nieuwe oorlog van Amerika?
Het is geen nieuws dat het Amerikaanse ministerie van Defensie voortdurend papieren aanvalsplannen ontwikkelt, voor het geval dat. Maar het groeiende aantal uitgelekte berichten over aanvalsplannen wijst doorgaans op een op volle toeren draaiende oorlogsmachine.
Het gezaghebbende tijdschrift The New Yorker berichtte afgelopen weekend dat de Verenigde Staten de voorbereidingen voor een aanval opgevoerd hebben. Een van de opties is een tactische kernaanval op een van de Iraanse ondergrondse atoomreactors.
Eveneens vorig weekend schreef de Washington Post dat de VS overwegen beperkte bombardementen uit te voeren op de Iraanse reactors, of een uitgebreidere bommencampagne die ook gericht is op militaire en politieke doelwitten. Er kleven echter veel haken en ogen aan een aanval en die zal niet op korte termijn plaatsvinden, tekent de Post aan.
Geen theoretische oefening
Ray McGovern, een vooraanstaande voormalige CIA-analist die 27 jaar voor de inlichtingendienst werkte en dagelijks de presidenten Reagan en Bush senior briefte, ziet duidelijke tekenen dat de VS druk bezig zijn een aanval voor te bereiden. Hij wijst op de spionagevluchten die de VS uitvoeren boven Iran.
“Dit is geen theoretische oefening. Het gaat om planning, volgorde van gevechten, grensoverschrijdingen. Dat is precies wat je uittest voor je oorlog gaat voeren, of luchtaanvallen gaat uitvoeren op Iraanse kerninstallaties.”
Op zijn beurt laat Iran zijn tanden zien en voert de laatste weken rakettesten uit. Dat kan erop wijzen dat Teheran ernstig rekening houdt met een Amerikaanse aanval.
Drie fases
Volgens Sam Gardiner, een voormalige Amerikaanse luchtmachtkolonel en een expert op het gebied van militaire strategie, zijn er veel signalen dat de Amerikaanse regering een aanval op Iran voorbereidt. Het proces vertoont hetzelfde patroon als de aanloop naar de oorlog in Irak, en voltrekt zich in 3 fasen.
“De eerste fase is de voorbereidingsfase voor Amerika om Iran onder druk te zetten. In de tweede fase probeert de VS de wereld ervan te overtuigen dat er iets moet gebeuren. In de derde fase wordt er iets gedaan. We zitten nu tussen de voorbereidings- en de marketingfase.”
Heeft president Bush dan niet geleerd van zijn fouten in Irak?
Messiaans
“Waar ik me zorgen om maak is dat Bush op dit moment denkt dat zijn opvolger het niet doet, en hij het zelf maar moet doen. Een beetje Messiaans”, zegt Amerika-deskundige Willem Post. “Bush denkt aan zijn erfenis. Zijn erfenis van Irak is natuurlijk dramatisch. Misschien denkt hij: ‘als ik het Iraanse atoomprogramma weet uit te schakelen, en misschien de regering kan destabiliseren doordat de middenklasse in opstand komt, misschien kan ik dan de mislukking van Irak uitwissen’.”
Beschadigde oorlogspresident
Maar hoeveel macht, of liever gezegd gezag heeft president Bush nog om zich in een nieuw militair avontuur te storten? De ‘war president’ is beschadigd. Zijn populariteit is tot een historisch dieptepunt gekelderd door de uitzichtloze situatie in Irak.
Het is dus zeer de vraag of er draagvlak en ruimte is voor een oorlog tegen Iran. De bezettingen van Afghanistan en Irak vergen al het uiterste van het Amerikaanse leger. Het Pentagon voelt daarom weinig voor nog een oorlog.
Irak vormt bovendien een flinke aanslag op de schatkist. De foutieve inlichtingen, of zelfs valse voorwendselen waarmee de regering het Congres overhaalde om voor de invasie van Irak te stemmen, zijn een deuk in de geloofwaardigheid en Bush moet goed beslagen ten ijs komen wil hij goedkeuring voor een aanval op Iran krijgen. Bovendien kleven er zo veel risico’s aan een aanval, dat de Senaat en het Huis van Afgevaardigden het niet aandurven, of het middel erger achten dan de kwaal.
Op de onvoorwaardelijke steun van de Republikeinen kan Bush niet meer rekenen. Met de tussentijdse verkiezingen voor de deur willen de Republikeinen in het Congres zo min mogelijk met de impopulaire president geassocieerd worden. Bush’ partijgenoten hebben met diverse wetsvoorstellen al tegen hem gerebelleerd.
Post wil echter niet uitsluiten dat het Congres toch groen licht geeft voor een aanval. “Als je nuchter denkt krijgt Bush de oorlogsverklaring nooit door het Congres. Maar er is verschil tussen een oorlogsverklaring en militaire actie. Hij kan het Congres ervan overtuigen voor actie te stemmen als Iran een bom heeft. Hij kan de War Powers Act gebruiken, die geeft hem 60 dagen om zo’n militaire actie uit te voeren. Duurt het avontuur langer, dan moet hij een oorlogsverklaring indienen. Dus als Bush per se militaire actie tegen Iran wil, is er speelruimte.”
Hezbollah
Het zal moeilijk worden de handen op elkaar te krijgen voor een aanval, omdat aan een invasie van Iran veel grotere risico’s kleven dan aan Irak. De VS zullen de toorn van de islamitische wereld over zich afroepen, wat kan leiden tot een toename van moslimterrorisme. Iran heeft de controle de internationale terreurorganisatie Hezbollah, die zich nu nog koest houdt maar bij een aanval actief zal worden. Waarschijnlijk zal het Iraanse volk zich tegen de Amerikaanse vijand keren, wat het regime juist versterkt.
De gevolgen in de internationale gemeenschap zullen enorm zijn voor de VS, zegt Dick Leurdijk, VN-deskundige van het instituut Clingendael. “Sinds de invasie van Irak zijn de verhoudingen in de wereld al zeer instabiel. Dat heeft gevolgen voor de positie van de regering-Bush zelf, maar dat heeft ook repercussies voor de verhoudingen tussen de VS en Europa, het leidt tot politieke onrust in het Midden-Oosten, om nog maar niet te spreken over de consequenties voor de relatie tussen het westen en de islamitische wereld.”
Veiligheidsraad
Eerst moet afgewacht worden wat de VN-Veiligheidsraad gaat doen. Die heeft Iran 30 dagen gegeven om openheid van zaken te geven. Leurdijk: “De VS hebben er belang bij om in de Veiligheidsraad op één lijn te zitten te zitten met Rusland en China, die allebei vetorecht hebben. Ze willen allemaal dat Iran openheid van zaken geeft aan het IAEA.”
Cruciaal wordt de rapportage van IAEA-directeur Mohamed el-Baradei over zijn bezoek aan Teheran. “Als el-Baradei terugkomt en op 28 april aan de Veiligheidsraad rapporteert dat zijn bezoek niets heeft opgeleverd, breekt een nieuwe fase aan. Dan moet de Veiligheidsraad beslissen of er sancties ingesteld worden. Rusland en China zijn daar tegen. Dan kunnen de VS alleen komen te staan.”
De Amerikaanse regering maakt zich klaar voor een aanval. De diplomatie is echter nog niet uitgeput en in Washington en de VN-Veiligheidsraad moet nog heel wat gewikt en gewogen worden. Voorlopig roeren de monden zich maar zwijgen de kanonnen.
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
donderdag 1 december 2005
Bush trippelt op zijn tenen uit Irak
Bij elke uitspraak van een politicus dient men zich af te vragen of er electorale belangen meespelen. Bij Bush is dat zeker het geval, al zal het Witte Huis dat natuurlijk niet toegeven. De bodem onder zijn populariteit is weggeslagen door de uitzichtloze situatie in Irak, de allesbehalve vlekkeloze reactie op de orkaan Katrina en de alsmaar stijgende brandstofprijzen. Over een jaar staan de verkiezingen voor het Congres voor de deur, en het ziet er momenteel ongunstig uit voor de Republikeinen.
Achterdeur
De 35 pagina’s tellende ‘Nationale strategie voor overwinning in Irak’ moet de kritiek doen verstommen dat president Bush geen Irak-plan heeft. De druk op Bush om de 155.000 Amerikaanse manschappen uit Irak terug te trekken groeit. Maar ‘war president’ Bush heeft zichzelf altijd geprofileerd als een sterke leider die zich niet uit het veld laat slaan of zich laat leiden door opiniepeilingen, en volhardt in zijn standpunt dat zijn leger op volle kracht in Irak blijft tot de klus geklaard is. Of in zijn eigen bewoordingen: hij neemt niet genoegen met minder dan de ‘totale overwinning’.
Geen ‘cut and run’ dus, maar intussen broedt het Witte Huis wel op een plan om op hun tenen uit Irak te sluipen via de achterdeur. Minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice zei recentelijk dat ‘Amerikaanse strijdkrachten in deze aantallen niet veel langer moeten blijven’.
Van groot belang daarbij is het verloop van de Iraakse parlementsverkiezingen op 15 december. Als die succesvol zijn en de soennieten meedoen, kan er een begin gemaakt worden met een geleidelijke troepenreductie.
Doofpot
Voor het Witte Huis is het van cruciaal belang dat de Republikeinen hun meerderheid behouden in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden, omdat de doofpot over hoe de Verenigde Staten in Irak is beland, opengaat als de Democraten het voor het zeggen krijgen. Dat zal resulteren in onderzoekscommissies, hoorzittingen en dagvaardingen voor leden van de regering.
De Democraten hebben al diverse pogingen ondernomen om boven tafel te krijgen wat de regering heeft uitgespookt met de inlichtingen over de vermeende massavernietigingswapens van Irak. De Republikeinen hebben dat tot dusver gedwarsboomd.
Verstandig
De vraag of een spoedige terugtrekking uit Irak verstandig is, is moeilijk te beantwoorden. Voorstanders, waaronder de Democratische Afgevaardigde en havik John Murtha, menen dat de Amerikaanse aanwezigheid in Irak de wederopbouw eerder in de weg staat dan bevordert.
Het geweld houdt aan vanwege de haat jegens de Amerikaanse troepen. Als ze weg zijn, zal de situatie in Irak normaliseren, is de redenering. Inderdaad, de opstandelingen genereren hun steun uit de woede van het Iraakse volk over de Amerikaanse bezetting, dus die basis valt weg. Bovendien zijn er signalen dat sommige verzetsgroepen de wapens willen inruilen voor de politiek.
Ook voor het gehele Midden-Oosten zou de terugtrekking positieve gevolgen hebben. De Arabische landen zijn weliswaar blij dat Saddam Hussein verdreven is, maar zijn evengoed tegen de Amerikaanse bezetting van Irak. Veel terreuraanslagen in de regio, zoals vorige maand in Jordanië, hangen mogelijk daarmee samen. Daarnaast kunnen de teruggetrokken militairen elders in de wereld ingezet worden voor terreurbestrijding.
Destabilisatie
Tegenstanders waarschuwen dat terugtrekking het land verder zal destabiliseren. De CIA vreest dat de verschillende bevolkingsgroepen elkaar al zo naar het leven staan, dat het mogelijk te laat is om het uiteenvallen van Irak nog te voorkomen. Het Iraakse leger en de politie zijn momenteel niet in staat om de veiligheid te handhaven, door gebrek aan mankracht en niveau.
Bovendien zijn de Iraakse veiligheidsmachten geïnfiltreerd door sjiitische en Koerdische milities, die vergeldingsacties uitvoeren tegen soennieten, door wie ze tijdens Saddams bewind onderdrukt werden. Vorige maand werden 173 overwegend soennitische gevangenen gevonden in een gevangenis van het ministerie van Binnenlandse Zaken, een sjiitisch bolwerk. De gevangenen waren ondervoed en sommigen hadden sporen van martelingen op hun lichaam.
Los daarvan hebben de Amerikanen de morele plicht om het land op te bouwen dat ze 2,5 jaar geleden annexeerden. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell noemde dat de ‘Pottery Barn Rule’ (regel van de pottenbakkerij): als je iets breekt, moet je dokken.
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
woensdag 23 november 2005
Nederlandse rap geen voorbode van oproer
Dat rappers in hun muziek uiten wat hen bezighoudt is niet nieuw. Rap kan teruggevoerd worden naar de Afrikaanse griots (volksvertellers), die in ritmische vorm verhalen overdroegen. Ook de moderne rap heeft een rijke geschiedenis aan maatschappijkritiek. Zo was The Message van Grandmaster Flash & The Furious Five (1982) een van de eerste commerciële hits van hiphop. Public Enemy predikte een radicaal zwart bewustzijn en geldt nog altijd als de grootste hiphopgroep aller tijden. Frontman Chuck D noemde hiphop ‘het zwarte CNN’, in de zin dat rappers de stem zijn van een monddode, achtergestelde – zwarte – bevolkingsgroep, voor wie de gevestigde media geen aandacht hebben. In dat licht moet ook gangsta rap worden gezien, dat in eerste instantie een rauw verslag van het gewelddadige bestaan in de Amerikaanse getto’s was. Oorspronkelijk heette gangsta rap dan ook reality rap.
Kutmarokkanen
Tegenwoordig is gangsta rap uitgehold tot een commercieel uiterst succesvolle formule en zijn het vooral mooie vrouwen en bling die de mainstream hiphop domineren. Als maatschappijkritisch medium heeft hiphop echter nog niet afgedaan. In Nederland halen rappers er zelfs de top-40 mee. In het najaar van 2002, toen criminele Marokkaanse jongeren de krantenkoppen domineerden, brak de Almeerder Raymzter – zoon van een Marokkaanse vader en een Nederlandse moeder – door met Kutmarokkanen?!, naar de roemruchte uitspraak van toenmalige Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk.
“Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten
We hebben ze niks gedaan en alsnog willen ze ons haten
Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten
Tijd dat dit verandert heb je dat niet in de gaten”
Raymzter noemt enkele praktische vooroordelen waarmee Marokkaanse jongeren dagelijks te maken hebben: “Dit klinkt misschien eenvoudig maar ze kijken me aan alsof ik vloog in de Twin Towers.” En: “Shit als dit kan mijn dag bederven, als ik langs een vrouw loop en ik zie haar d'r tas verbergen.”
Geweigerd
Nog succesvoller is Ali B, die het refrein van Kutmarokkanen?! schreef. In Geweigerd.nl verhaalt hij over discotheken die geen Marokkanen binnen willen laten.
“Ik ben een goeie jongen wil voor iedereen het beste
Maar toch ben ik de dupe omdat anderen het verpesten
Ik vraag me zelf af of ik eruit zie als een slechte
Ben gekomen om te dansen niet gekomen om te vechten”
Grimmiger van toon is de Tuindorp Hustler Click (THC), een groep uit Amsterdam-Noord die regelmatig verhaalt over het harde straatleven. Sociale uitsluiting van allochtone jongeren is het thema van Wil je weten hoe het voelt: “Wil je weten hoe het voelt om altijd anders te zijn, wil je weten hoe het voelt om buitenlander te zijn?”
“Onze jonge generatie is zwaar in de meerderheid”, rapt RBDjan. “Ze leren strijd, ze leren schijt hebben aan de maatschappij, want wat de fuck doet de maatschappij voor mij.”
Rocks hekelt de voortdurende negatieve berichtgeving over allochtone jongeren: “Allochtoon ik hoor het woord te vaak, en het stoort me vaak.” En: “God het spijt me, in me hart ben ik zuiver, maar ze sluiten me buiten. Wordt niet geluisterd dus ik voel me al anders. Ben een Amsterdamse, Nederlandse, buitenlander.”
Kans
The Anonymous Mis, frontman van de Rotterdamse hiphop-reggae-groep Postmen levert niet alleen kritiek maar biedt ook een oplossing. Hij richtte Social Life op, een organisatie die probeert straatjongeren op het rechte pad te krijgen met onder meer muziekworkshops. Mis ziet hiphop als een kans voor kansarme jongeren om aan hun uitzichtloze bestaan te ontsnappen.
“Hiphop is een manier om onze eigen banen te creëren, het is een tool om aan mensen te laten zien dat je op je eigen voorwaarden je plek in deze samenleving kan veroveren”, zegt Mis in Van Brooklyn naar Breukelen, een boek over Nederlandse hiphop. “Juist voor jongens die vast zitten is dat een belangrijke boodschap, om ze te laten nadenken over wat ze zelf willen gaan doen als ze vrijkomen. Mijn boodschap is geen andere dan die van de eerste de beste maatschappelijk werker. Maar van mijn pikken ze het, want ze weten waar ik vandaan kom, ze kunnen zich identificeren met mij.”
Discriminatie, armoede en sociale uitsluiting zijn onderwerpen die zijn weerklank vinden in de Nederlandse hiphop, maar tot harde taal komt het nauwelijks. Uitwassen als DHC, de rappers die Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali in een van hun nummers zouden hebben bedreigd, rekent Saul van Stapele, hiphopjournalist en schrijver van Van Brooklyn naar Breukelen, niet tot Nederlandse hiphop omdat dit een geïsoleerd geval is. “Die hebben geen impact gehad op de scene.” Veel hiphoppers namen de groep niet serieus vanwege het amateuristische en infantiele niveau. Daar komt bij dat stoer doen en grootspraak intrinsiek aan hiphop zijn.
Positief over multiculturele samenleving
Van Stapele merkt op dat Nederlandse rappers over het algemeen positief zijn over de multiculturele samenleving, in tegenstelling tot het heersende, negatieve sentiment in de maatschappij van de laatste jaren. “Ze zijn er trots op deel uit te maken van een multiculturele samenleving. Ze groeien in de grote stad in die realiteit op. Hiphop verschaft hen ook een gezamenlijke identiteit, want het biedt plaats aan alle kleuren van de regenboog. Hiphop is ook een alternatief voor de dominante media, een soort zwarte CNN. De gevestigde media schetsen voortdurend een negatief beeld, hiphop is veel hoopvoller en positiever.”
Rappers laten wel hun licht schijnen over maatschappelijke kwesties, maar hiphop is geen politiek, stelt Van Stapele. “Er zijn wel rappers die graag een politiek statement leveren, maar je hebt ook rappers die alleen de straat kennen en rappen over wat ze om zich heen zien, of rappers die alleen over feesten rappen. Dat is allemaal hiphop. Ik denk wel dat rappers het maatschappelijke debat kunnen beïnvloeden.”
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
Oorlogsfotograaf wint vertrouwen verzet Irak
De leerlingen van de madrassa spelen een gevecht na tussen het Mahdi Leger van de Iraakse sjiitische geestelijke Moqtada al-Sadr en het Amerikaanse leger.
Het incident wordt gemythologiseerd en wordt het zaadje voor de diepgewortelde haat tegen de Amerikaanse bezetter, stelt fotograaf Thorne Anderson. Het tafereel is een van de foto’s in het boek Unembedded, dat Anderson samenstelde met drie andere fotojournalisten (Ghaith Abdul-Ahad, Kael Alford en Rita Leistner) die onafhankelijk werkten in Irak.
De titel slaat op een typische term uit de Irak-oorlog, toen voor het eerst journalisten mee mochten met het leger (embedded). Dat levert echter een scheef beeld op, omdat het Amerikaanse leger bepaalt wat de journalist wel en niet mag zien. Unembedded wil juist een onafhankelijk en ongecensureerd inzicht geven in Irak, vanuit het oogpunt van de Iraakse bevolking. Anderson geeft een voorbeeld: tijdens de oorlog repten de Amerikaanse regering en de media van ‘chirurgische bombardementen’, waarmee doelwitten met precisie uitgeschakeld konden worden en onnodige schade en onschuldige slachtoffers tot een minimum werden beperkt. “Dat klinkt alsof het heel gecontroleerd en ‘clean’ is”, zegt Anderson in zijn kantoor in het veilige Amsterdam-West. “Maar dat is het niet. Een bombardement is onvoorstelbaar gewelddadig. Het niet een humane manier van mensen doden. Mensen vergeten dat wel eens, en we willen dat laten zien.” We zien verwoeste gebouwen, bebloede burgerslachtoffers die op straat liggen, kinderen die toekijken hoe hun ouders sterven op een brancard, verscheurde moeders die het stoffelijk overschot van hun kinderen in hun armen houden. Maar ook de vrolijke momenten uit het zware bestaan in een oorlogsgebied: een bruiloft, een kermis, zwemmende kinderen. Mensen proberen er het beste van te maken.
Geen politiek statement “We proberen een zo genuanceerd mogelijk beeld van Irak te geven. We willen de complexiteit van Irak te tonen. Het is deel van een politieke dialoog. Het is de wens van de Amerikaanse regering om de informatie te controleren. Het boek heet Unembedded, omdat de verslaggeving in de Amerikaanse media, vooral televisie, en in het bijzonder de populairste zender Fox News, sterk beïnvloed wordt door officiële informatie. Die komt van journalisten die samenwerken met het Amerikaanse leger. Niet dat ze hun werk slecht doen, maar het is een beperkt perspectief. Als je echt wil weten wat er in Irak gebeurt, moet je de andere zienswijzen ook kennen. Dat proberen we met het boek te doen. Vanwege het politieke klimaat in de VS, is dat een politiek statement.” Opstandelingen “Om dat te kunnen doen, moet je iemand kennen in het Mahdi leger die je bescherming biedt, die garant voor je staat, zodat als je in dreigende situatie terechtkomt, dan heb je een insider nodig die zegt: hij is okay, hij is een journalist, hij is geen soldaat, geen spion, geen politicus, hij is alleen hier om een verhaal te maken en ik sta voor hem in. Als hij een insider is, biedt dat je bescherming.” “Het bleek dat de tempel helemaal niet als basis voor aanvallen werd gebruikt”, stelt Anderson. “Er bevonden zich helemaal geen wapens in de tempel. Er waren pelgrims voor morele steun, uit solidariteit met de strijders. Er waren wel veel strijders in de tempel, maar ze mochten niet hun wapens mee naar binnen nemen.” “Ik herinner me dat een strijder die gewond was geraakt bij een gevecht, door zijn makkers naar binnen werd gebracht naar een provisorisch hospitaal in een van de kantoortjes in de tempel. Ze kwamen net uit een gevecht dus droegen nog hun kalasjnikovs over hun schouders, ze hadden granaten aan hun riem. Ze mochten hun gewonde kameraad naar binnen brengen maar kregen meteen het bevel om zich eerst buiten te ontwapenen voordat ze weer naar binnen mochten.” Veilige haven Geen kogelwerend vest “Ik heb niet zoveel belangstelling om middenin de gevechten te zitten, ik ben meer geïnteresseerd in wie de strijders zijn. Ik probeer vuurgevechten te vermijden, maar het is onvermijdelijk. Ik draag zelf nooit een wapen, ook geen kogelwerend vest. Mijn primaire bescherming zijn de mensen. Dat is verreweg de meest betrouwbare bescherming. Als ik in zo’n situatie een kogelwerend vest zou dragen, schept dat een barrière tussen mij en de mensen en het neemt de gelijkheid weg. Dat vergroot niet mijn veiligheid, maar brengt me juist in gevaar. Het ondermijnt mijn relatie met de mensen en het vertrouwen.” Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl
De oorlog in Irak is met afstand de grootste internationale controverse sinds de Koude Oorlog. Een boek over Irak is daardoor bijna automatisch een politiek pamflet. Maar dat is in eerste instantie niet de intentie, verklaart Anderson.
Wat Unembedded bijzonder maakt, is dat het boek ook het Iraakse verzet van binnenuit laat zien, een wereld die voor westerlingen zo goed als ontoegankelijk is, laat staan dat ze het kunnen navertellen. Anderson wist het vertrouwen te winnen van Mahdi Leger, de verzetsbeweging van de sjiitische geestelijke Moqtada al-Sadr.
Najaf
Door zijn goede contacten met het Mahdi Leger bracht Anderson drie dagen door in de Imam Ali tempel in Najaf, tijdens een grootschalig Amerikaans offensief tegen het sjiitische verzet in augustus 2004. In de tempel ligt het lichaam van Imam Ali, de grondlegger van de sjiitische islam, en is een van de belangrijkste heiligdommen in de sjiitische wereld. Tijdens het Amerikaanse offensief was de Imam Ali tempel een toevluchtsoord voor de opstandelingen. Volgens het Amerikaanse leger gebruikte het Mahdi Leger echter als aanvalsbasis.
“De sfeer in de tempel was heel vreemd. De tempel is heel mooi, prachtige architectuur. Ze hadden stroomgenerators, dus er was licht. Van binnen is alles bekleed met goud, dat fonkelt. De gevechten in Najaf waren ongelofelijk intens, de Amerikanen gooiden 500 pond zware bommen, heel dicht bij de tempel, binnen 100 meter. Je kon de inslagen voelen, de muren schudden, soms lieten er stenen los. Er vlogen granaatscherven over de buitenmuren van de tempel naar binnen en landden op de binnenplaats. Dagelijks raakten mensen gewond. Ondanks het voortdurende geweld, was het binnen de tempel een veilige haven. Er was een sterke onderlinge kameraadschap, ook tussen de strijders en burgers. Ze deelden samen voedsel, baden samen. Heel warm. In de tempel was geen voedsel, dus we moesten de stad in om te eten. En ik wilde natuurlijk ook zien wat er buiten gebeurde. Als er relatief rustige momenten waren ging ik naar buiten, om te kijken wat de strijders deden.”
Voor iemand die in oorlogssituaties heeft gewerkt, spreekt Anderson met opvallende afstandelijkheid over zijn ervaringen. Hij toont zich een koelbloedige professional.
Als Amerikaanse fotojournalist tussen anti-Amerikaanse strijders, is het voor te stellen dat je last krijgt van gewetenswroeging. Anderson had er geen problemen mee. “Nooit, geen seconde. Ik vind dat ik een dienst bewijs aan de Verenigde Staten. Er vindt een enorme verschuiving van het Amerikaanse buitenlandbeleid plaats in Irak. Amerikanen moeten begrijpen hoe dat eruit ziet, vanuit alle gezichtspunten, en zeker niet alleen vanuit de zienswijze van de Amerikaanse regering.”
zaterdag 12 november 2005
Rappers waarschuwden voor rellen
Veel Franse rappers voelen zich door hun platencontract uitverkoren, en zien hun muziek als een platform om het op te nemen voor hun monddode achterban. De teksten van populaire groepen als Suprême NTM, 113, MC Solaar, IAM en Fonky Family staan vol verwijzingen naar politiegeweld, drugs, werkloosheid, sociale ongelijkheid en racisme.
Luidspreker
In 1990 waarschuwde NTM al dat de kansarme jeugd in de banlieues, de verpauperde voorsteden, op een dag in revolte zou komen. “Ik ben geen leider, ik ben slechts een luidspreker, van een opstandige generatie, klaar om alles op z’n kop te zetten”, rapt de groep op Le monde de demain (De wereld van morgen). “Mensen keren cruciale problemen de rug toe, naar de sociale problemen die de kinderen verstikken.” NTM (dat staat voor Nique Ta Mère, ofwel neuk je moeder) nam ook het controversiële Nique la police op, alsmede het vreedzame Pose ton gun (leg je wapen neer).
“In hoge gebouwen, onbegrip, groepen van zogenaamd slecht opgevoede kinderen, frictie, spanning, burgerwachten, onzinnige angsten, stomme roddels en mythen”, rapte de uit Marseille afkomstige groep IAM op Demain est loin (Morgen is ver weg) uit 1999. Stadsgenoten Fonky Family riepen op Cherche pas à comprendre (Probeer het niet te begrijpen) in 1999 openlijk op tot een opstand.
Geen opruiing
Dat kan uitgelegd worden al opruiing, maar rappers zijn slechts een spreekbuis van de achtergestelde allochtone jeugd, stelt journalist en schrijver Olivier Cachin, die veel publiceert over Franse hiphop. “Rappers leveren commentaar, soms ook ideeën, of vertalen woede of een gevoel van onrecht”, zei Cachin tegen het Franse persbureau AFP. “Veel mensen denken dat rappers de nieuwe politici zijn, maar dat is niet hun functie.”
Niettemin riep een van de populairste rappers in Frankrijk, Disiz La Peste, deze week op tot een einde aan het geweld. “We berokkenen schade aan ons zelf, want het vindt plaats in onze eigen wijken.”
De gebeurtenissen van de afgelopen weken doen sterk denken aan de film La Haine (De haat) uit 1995, over 3 vrienden – een jood, een Afrikaan en een Arabier – uit een Parijse banlieue. Mathieu Kassovitz’ film handelt over hoe het dagelijkse leven in de deprimerende flatwijken de jongeren naar de kop stijgt, met als katalysator een Arabische vriend die in een politiecel sterft. De gewelddadige ontknoping is de hele film onvermijdelijk: “Ken je dat verhaal van die man die van een wolkenkrabber valt? Tijdens zijn val zegt hij bij iedere verdieping: tot dusver gaat alles goed, tot dusver gaat alles goed, tot dusver gaat alles goed. Het gaat er niet om hoe je valt. Het gaat erom hoe je landt”, peinst een van de hoofdpersonen.
La Haine, doorspekt met een flinke dosis hiphop, geeft zo’n realistisch inzicht in het leven in een banlieue, dat het Franse kabinet destijds een speciale voorstelling hield. Wellicht schallen dezer dagen de 'boom bap beats' door de gangen van het Elysée.
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
dinsdag 1 november 2005
‘Het is wij tegen de staat’
Gaat de politie in de immigrantenwijken regelmatig haar boekje te buiten en komt corruptie veel voor?
“Mensen hebben het niet voor niets cynisch over arrestanten die ‘uitglijden’ in politiecellen. Ik was laatst op een etentje en toen grapte iemand dat de vloer zo glad is in de politiebureaus. Of de politie mensen mishandelt en wat er op de politiebureaus gebeurt, is moeilijk te bewijzen. Je hoort wel dergelijke geluiden.Het is ook bekend dat de politie niet iedereen gelijk behandelt, dat jongeren met een Arabisch uiterlijk sneller worden aangehouden. Vrienden van mij die ook in een ‘banlieue’ wonen en van Marokkaanse afkomst zijn overkomt het regelmatig. Als je drie keer op een dag door de politie wordt gestopt en om je papieren wordt gevraagd, gaat dat irriteren.
Frankrijk kampt met een groot probleem, namelijk de gettovorming in de voorsteden. Er wordt veel gediscrimineerd, mensen met een Arabische naam vinden moeilijk een woning en een baan. Met als gevolg dat je in troosteloze wijken een concentratie van mensen zonder werk krijgt, getto’s dus. Dat leidt tot veel frustratie bij jongeren.
Ik heb vrienden van Arabische komaf die in het theater werken en bijbaantjes zoeken, zij merken dat ze bij sollicitaties worden afgewezen alleen al op basis van hun naam en adres. Terwijl Fransen wel werk vinden.
De politie is natuurlijk fel in dat soort wijken, dus de jongeren keren zich nu tegen alles dat een uniform draagt. Daar heerst nu het sentiment van ‘wij tegen de staat’.”
Wat doet de Franse regering om de situatie in de achterstandswijken te verbeteren?
“In 2007 zijn er presidentsverkiezingen, en je ziet dat de minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy – die verantwoordelijk is voor de politie en openbare orde – de ontwikkelingen gebruikt om campagne te voeren. Sarkozy beloofde ‘tolérance zéro’ tegen de criminaliteit in de wijken. Dat lijkt effectbejag. Zelfs in de regering wordt dat zo ervaren. De minister van Integratie Azouz Begag, zelf van Algerijnse origine, heeft gezegd dat zulke ferme taal niet werkt en wil zelf in de wijken gaan kijken. Hij bepleit geen harde woorden, maar juist voor toenadering tot de jongeren, bijvoorbeeld via wijkagenten.”
Ziet u Sarkozy’s uitlatingen als een provocatie?
“Voor de mensen in de wijk is het een provocatie. In de pers wordt het meer gezien als een verkiezingscampagne.”
Verwacht u dat de rellen zich uitbreiden naar andere voorsteden?
“Het heeft zich al uitgebreid. De eerste nacht kregen de jongeren in Clichy-sous-Bois al hulp van bendes uit nabij gelegen wijken. De afgelopen nacht was er ook in andere voorsteden onrust. De rellen zijn voor iedereen te zien op televisie, dus ook jongeren in andere achterstandswijken zien dat. Het is moeilijk te voorspellen hoe de situatie zich in de komende weken ontwikkelt, maar het is niet ondenkbaar dat het nog een paar weken onrustig blijft.”
Denkt u dat de Franse regering en samenleving is wakkergeschud en dat er nu echt iets gaat veranderen?
“Het onderwerp komt alsmaar terug, het is er niet opeens. Dat weet iedereen ook. In de presidentsverkiezingen van 2002 was het ook een belangrijk onderwerp in de campagnes. Maar achteraf vroegen de media zich af of ze het onderwerp niet te veel hadden uitvergroot en aandacht hadden gegeven. Bij de komende presidentsverkiezingen zal het ook wel weer spelen, maar die zijn pas over anderhalf jaar, dus dat is nog ver weg. Of de regering nu maatregelen gaat nemen, weet ik niet. Het zal wel moeten als het de komende weken onrustig blijft.”
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
‘Het is wij tegen de staat’
Gaat de politie in de immigrantenwijken regelmatig haar boekje te buiten en komt corruptie veel voor? Het is ook bekend dat de politie niet iedereen gelijk behandelt, dat jongeren met een Arabisch uiterlijk sneller worden aangehouden. Vrienden van mij die ook in een ‘banlieue’ wonen en van Marokkaanse afkomst zijn overkomt het regelmatig. Als je drie keer op een dag door de politie wordt gestopt en om je papieren wordt gevraagd, gaat dat irriteren. Frankrijk kampt met een groot probleem, namelijk de gettovorming in de voorsteden. Er wordt veel gediscrimineerd, mensen met een Arabische naam vinden moeilijk een woning en een baan. Met als gevolg dat je in troosteloze wijken een concentratie van mensen zonder werk krijgt, getto’s dus. Dat leidt tot veel frustratie bij jongeren. Ik heb vrienden van Arabische komaf die in het theater werken en bijbaantjes zoeken, zij merken dat ze bij sollicitaties worden afgewezen alleen al op basis van hun naam en adres. Terwijl Fransen wel werk vinden. De politie is natuurlijk fel in dat soort wijken, dus de jongeren keren zich nu tegen alles dat een uniform draagt. Daar heerst nu het sentiment van ‘wij tegen de staat’.”
“Mensen hebben het niet voor niets cynisch over arrestanten die ‘uitglijden’ in politiecellen. Ik was laatst op een etentje en toen grapte iemand dat de vloer zo glad is in de politiebureaus. Of de politie mensen mishandelt en wat er op de politiebureaus gebeurt, is moeilijk te bewijzen. Je hoort wel dergelijke geluiden.
Wat doet de Franse regering om de situatie in de achterstandswijken te verbeteren?
“In 2007 zijn er presidentsverkiezingen, en je ziet dat de minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy – die verantwoordelijk is voor de politie en openbare orde – de ontwikkelingen gebruikt om campagne te voeren. Sarkozy beloofde ‘tolérance zéro’ tegen de criminaliteit in de wijken. Dat lijkt effectbejag. Zelfs in de regering wordt dat zo ervaren. De minister van Integratie Azouz Begag, zelf van Algerijnse origine, heeft gezegd dat zulke ferme taal niet werkt en wil zelf in de wijken gaan kijken. Hij bepleit geen harde woorden, maar juist voor toenadering tot de jongeren, bijvoorbeeld via wijkagenten.”
Ziet u Sarkozy’s uitlatingen als een provocatie?
“Voor de mensen in de wijk is het een provocatie. In de pers wordt het meer gezien als een verkiezingscampagne.”
Verwacht u dat de rellen zich uitbreiden naar andere voorsteden?
“Het heeft zich al uitgebreid. De eerste nacht kregen de jongeren in Clichy-sous-Bois al hulp van bendes uit nabij gelegen wijken. De afgelopen nacht was er ook in andere voorsteden onrust. De rellen zijn voor iedereen te zien op televisie, dus ook jongeren in andere achterstandswijken zien dat. Het is moeilijk te voorspellen hoe de situatie zich in de komende weken ontwikkelt, maar het is niet ondenkbaar dat het nog een paar weken onrustig blijft.”
Denkt u dat de Franse regering en samenleving is wakkergeschud en dat er nu echt iets gaat veranderen?
“Het onderwerp komt alsmaar terug, het is er niet opeens. Dat weet iedereen ook. In de presidentsverkiezingen van 2002 was het ook een belangrijk onderwerp in de campagnes. Maar achteraf vroegen de media zich af of ze het onderwerp niet te veel hadden uitvergroot en aandacht hadden gegeven. Bij de komende presidentsverkiezingen zal het ook wel weer spelen, maar die zijn pas over anderhalf jaar, dus dat is nog ver weg. Of de regering nu maatregelen gaat nemen, weet ik niet. Het zal wel moeten als het de komende weken onrustig blijft.”
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
dinsdag 4 oktober 2005
Iran wil werelddominantie
Iran als kernmacht is de nachtmerrie van het Westen.
Het moslimfundamentalistische land is al ruim een kwart eeuw de aartsvijand van de Verenigde Staten, en werd door president Bush gerekend tot de ‘as van het kwaad’. De vrees is dat in het zwartste doemscenario, Iran met een kernbom de wereld kan gijzelen, of dat de atoomtechnologie in handen komt van terroristen.
Geheimzinnig
Iran probeert de internationale gemeenschap gerust te stellen door te zeggen dat het atoomprogramma voor uitsluitend vreedzame doeleinden bestemd is, namelijk de opwekking van energie. Echter, voor een land met een zuiver geweten is Iran erg terughoudend wat betreft transparantie van zijn nucleaire activiteiten. De samenwerking met het Internationale Atoomenergieagentschap (IAEA) is schoorvoetend en wisselvallig; inspecteurs mochten reactors bezoeken, maar delen van de administratie waren ‘zoek’. Sommige documenten mochten wel door de inspecteurs wel ingezien maar niet meegenomen worden. Uit de informatie die Iran wel vrijgaf, bleek hoeveel het land had achtergehouden.
Geen hard bewijs
Maar hard bewijs dat Iran inderdaad aan kernwapens werkt, is er niet. Amerikaanse regeringsexperts moesten in augustus toegeven dat de uraniumsporen die twee jaar geleden in een Iraanse reactor gevonden werden, afkomstig waren van besmette Pakistaanse apparatuur en geen bewijs waren voor een clandestien kernwapenprogramma.
De kwestie is echter veel groter dan kernwapens. Irans overkoepelende ambitie is om de regio te domineren en te vormen naar zijn eigen inzicht. Dat streven botst direct met de VS, die ook het Midden-Oosten willen hervormen naar hun eigen smaak.
Meerdere supermachten
Iran schuift zijn aspiraties niet onder stoelen of banken. Generaal Yahya Safavi, opperbevelhebber van de Revolutionaire Garde, verklaarde deze zomer in een toespraak voor hoge marineofficieren dat de missie van Teheran was om ‘een multipolaire wereld’ te scheppen waarin ‘Iran een leidende rol speelt’. Met andere woorden: als het aan Iran ligt zijn de VS niet langer de enige wereldmacht.
President Mahmoud Ahmadinejad deed daar een schepje bovenop. Het ultieme doel van het buitenlandbeleid van Iran is niets minder dan ‘een regering voor de hele wereld’ onder leiding van de Mahdi, het sjiitische equivalent van de christelijke Messias. De Mahdi verschijnt aan het einde der tijden en zal dan de ongelovigen vernietigen en een islamitisch rijk stichten waar moslims in vrede kunnen leven. Ahmadinejads doctrine komt neer op de export van een radicale islam. De VS vertonen hun laatste stuiptrekkingen, ze zijn een ‘ofuli’, de macht van de zonsondergang, terwijl Iran de ‘toluee’, de zonsopgang van de islamitische republiek, vormt. Overheersing van het Midden-Oosten is in de ogen van Ahmadinejad het ‘onbetwistbare recht van de Iraanse natie’.
Opgezwollen retoriek lijkt het, maar het is Ahmadinejad bittere ernst. En de tekenen zijn gunstig voor Iran. Van oudsher speelt Iran een leidende rol in de geschiedenis van de islam. Iran is één van slechts twee moslimlanden die nooit door Westerse mogendheden gekoloniseerd zijn (de andere is Turkije, maar dat land trekt in de ogen van de moslimwereld te veel naar het Westen toe). Het land heeft een centrale ligging in de ‘islamitische boog’ die zich van de Atlantische Oceaan tot de Grote Oceaan uitstrekt. Iran beschikt over veel olie die snel in waarde stijgt.
Groeiende invloed
Ironisch genoeg profiteert Iran van de door de VS geïnitieerde ‘war on terror’. In twee buurlanden zijn voor Iran vijandige regimes verwijderd; Saddam Hussein in Irak en de Taliban in Afghanistan. Iran speelt handig in op de ontstane machtsvacua. De invloed van Iran in Irak, waar tweederde van de bevolking ook sjiitisch is, is aanzienlijk. In het zuiden van Irak zitten sjiitische bondgenoten van Iran in stadsbesturen en veiligheidsdiensten. Het stikt er bovendien van door Iran getrainde en gefinancierde milities. Ook in het soennitische centrale deel van Irak en het Koerdische noorden laat Iran zich gelden, zij het minder opvallend. Na de terugtrekking van Syrië uit Libanon afgelopen voorjaar, is Iran de grootste buitenlandse invloed geworden in de vorm van Hezbollah.
Amerika kan niets doen
Voor de VS lijkt Iran niet bang te zijn. Tijdens de islamitische revolutie van 1979 sprak Ayatollah Khomeini al de beruchte woorden: “Amerika kan niets doen!” En het was waar. In november 1979 gijzelden studenten medewerkers van de Amerikaanse ambassade in Teheran en hielden hen bijna anderhalf jaar vast. De VS stonden machteloos. De boodschap van Iran was duidelijk.
Welvaart
Economische sancties knepen Iran af, maar tegenwoordig vaart het land wel door olieopbrengsten, die goed zijn voor 200 miljoen dollar per dag. Iran heeft nu een begrotingsoverschot van 25 miljard dollar. Hoe meer internationale onrust over het Iraanse atoomprogramma en een eventuele aanval, hoe groter de zorg over de wereldwijde olievoorziening, hoe hoger de olieprijs en de inkomsten van Iran. Door deze rijkdom kan Iran het zich veroorloven om zijn middelvinger op te steken naar Amerika en Europa.
Wel vreest Iran voor zijn nationale veiligheid als er een regionale wapenwedloop ontstaat. Turkije en Saudi-Arabië hebben te kennen gegeven ook het bezit van kernwapens na te streven als Iran een atoombom heeft. Die oorlogsdreiging heeft economische onzekerheid tot gevolg, waardoor miljarden dollars naar het buitenland wegvloeien.
Iran is onstuitbaar. Stopzetting van het atoomprogramma zal Iran er niet van weerhouden zijn invloed in de gedestabiliseerde regio verder uit te breiden. De IAEA kan de kwestie doorverwijzen naar de VN-Veiligheidsraad, maar Iran heeft al sancties doorstaan en die maken geen indruk meer. Bovendien heeft Iran met zijn oliebronnen een sterke troef in handen. President Ahmadinejad dreigde zaterdag nog met het dichtdraaien van de oliekraan. Voor een Amerikaanse aanval hoeft Iran niet te vrezen, de VS hebben hun handen al vol aan buurland Irak. De vrees is dat Iran met een kernbom de wereld kan gijzelen, maar in feite doet het land dat nu al.
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
zaterdag 24 september 2005
Vroeger, toen hip-hop nog leuk was
12 November 1974 noemt Afrika Bambaataa als de officiële geboortedatum van hip-hop. Waar hij deze accuratesse op baseert is onduidelijk, maar het is wel in deze tijd dat DJ Kool Herc met zijn mobiele soundsystem spontane feesten hield in de parken in de New Yorkse achterbuurt South Bronx en hip-hop uitvond.
“Hip-hop was set out in the dark, they used to do it out in the park”, rapte MC Shan in The Bridge, een ode aan de subcultuur in 1987. Voor het gemak deed Shan aan geschiedvervalsing en gaf hij zijn wijk Queensbridge in de borough Queens de credit van het uitvinden van hip-hop. Het kwam hem op een fikse uitbrander van Bronxite KRS-One te staan (de legendarische beef tussen KRS’ Boogie Down Productions en Shans Juice Crew). In zijn antwoord South Bronx (1987) gaf KRS verder inzicht in hoe die eerste feesten zich voltrokken: “Power from the street light made the place dark.”
Het was in deze periode dat Jamel Shabazz door New York pendelde met zijn Canon AE-1 camera en de opkomende straatcultuur vereeuwigde. Deze zomer verscheen zijn tweede boek A Time Before Crack, waarin tientallen van zijn foto’s, gemaakt tussen 1975 en 1984, verzameld werden. We zien tieners gekleed in old skool Adidas-trainingspakken, Lee-spijkerbroeken, leren jassen met bontkraag, met aan hun voeten Puma-gympen met dikke, gekleurde veters en op hun hoofd een Kangol-zonnehoed. Ze kijken in de camera van achter hun gigantische Cazal-brillen en poseren met hun ghettoblasters. Veel bravoure, maar geen ‘thugs’.
Iets uit niets
Shabazz is niet de enige fotograaf die de jonge jaren van hip-hop vastlegde op de gevoelige plaat. Vorig jaar verscheen Hip-Hop Files - Photographs 1979-1984 van Martha Cooper. In 1985 verwierf Cooper al in beperkte kring, maar wel wereldwijd, faam met haar boek Subway Art en de documentaire Style Wars. Beide werken gelden als ijkpunten. Hier is het allemaal begonnen. De kanslozen uit de ‘Boogie Down Bronx’ creëren met niets, vanuit het niets, iets. Graffiti is slechts één van de creatieve uitingen die vrijkomen uit de armoede. Samen met breakdance, DJ-ing, en het rappen vormt graffiti uiteindelijk de basis voor een vorm van zelfexpressie die niets kost, uit alle hoeken en gaten inspiratie put en dit herschikt en omvormt tot een nieuw geheel: hip-hop.
Crack
Shabazz en Cooper tonen hip-hop in zijn jeugd, nog vol onschuld. Die onschuld is tevens de scherpe afbakening van A Time Before Crack. In 1985 overspoelde crack de zwarte getto’s van Amerika. De goedkope, synthetische cocaïne trof de toch al arme en schier leefbare binnensteden ‘harder dan een vuistslag van Mike Tyson’, schrijft kunstenaar/schrijver/fotograaf James “Koe” Rodriguez in het slotwoord van A Time Before Crack. De onbedorven kinderen op Shabazz’ foto’s transformeerden in meedogenloze criminelen en graatmagere, tandenloze straathoertjes die bevielen van verslaafde baby’s die ze vervolgens verkochten voor een nieuwe fix. Bijna van de ene op andere dag waren de tijden voorgoed veranderd. Jonge zwarten spraken elkaar niet meer aan met ‘brother’ maar met ‘nigga’. Hele wijken veranderden in platgebrande oorlogsgebieden, compleet met het geweld dat normaal is in de Gazastrook maar ongehoord voor het machtigste land ter wereld dat mensen op de maan zet. De verwoesting documenteerde Shabazz in zijn debuut Back in the Days (2001).
Gangsta rap
Niet toevallig verandert midden jaren tachtig ook het geluid van hip-hop. De zorgeloze discosound van de Sugarhill Gang moest plaatsmaken voor de snoeiharde mokerbeats van L.L. Cool J en de loeiende gitaarriffs van Run-DMC. Niet langer rapten de MC’s over hun unieke talent om elk feest te laten slagen. In de South Bronx rapte de toen nog dakloze KRS-One over crack en drugsdealers, vanuit Philadelphia verhaalde Schoolly D over zijn bende de Park Side Killers en cocaïne en in Los Angeles vertelde Ice-T over bendeoorlogen tussen de Bloods en Crips. Gangsta rap was geboren.
Liefdevol en rauw
A Time Before Crack en Hip Hop Files zijn terugblikken op een tijdsperiode die bepalend was voor de cultuur, maar kan net zo goed worden gezien als een steunbetuiging aan alle kansarme citykids waar ook ter wereld. Ook zonder Hummer en je bek vol bling bling kun je plezier maken en respect afdwingen: voor een ‘turtle’ heb je aan een kartonnen doos voldoende en een mooie piece maak je met ‘geleende’ spuitbussen. De foto’s van Shabazz en Cooper zijn liefdevol en rauw tegelijk. Liefdevol omdat het de jeugd laat zien zoals ze is. Puur en zonder bijbedoeling. Rauw omdat het straatjeugd is. Niet iedereen zal het waarderen wanneer hij niet naar buiten kan kijken doordat de metroramen door liefdevolle jeugd volgespoten zijn. De energie spat van alle foto’s af. New York City-stylee op zijn best. We zien foto’s van breakers op kartonnen dozen, schrijvers rennend over metrowagons en vrolijke gezichten op de befaamde blockparties.
De onbedorvenheid van hip-hop zoals die naar voren komt in het werk van Shabazz en Cooper, wekt nostalgische gevoelens op. Nu hip-hop is geannexeerd door MTV en winstbeluste platenmaatschappijen die de muziek uithollen met kant en klare formules van seks, geweld en bling, is het nuttig om te zien hoe rijk de hip-hop-cultuur in werkelijkheid is. Vergis je niet, hip-hop is meer dan alleen rap, voor jong zwart Amerika is het alles dat ze kennen en hebben, de dagelijkse realiteit, de lucht die ze inademen. Ooit begon hip-hop met kansarme jongeren die middels een do-it-yourself-attitude hun leven zin wilden geven en hun eigen plaats in deze verdorven wereld probeerden te verwerven. Of, om het aloude graffiti-credo te gebruiken: Make your mark on society, not in society!
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl. Co-auteur: Mayko Bakker
vrijdag 9 september 2005
Seventies-seks met `Frank & Eva'
De jaren zeventig, veel mensen denken er met warme nostalgie aan terug. De jaren zeventig was het tijdperk van de seksuele revolutie. De jaren zeventig waren ook het tijdperk van Pim en Wim, ofwel de filmmakers Pim de la Parra en Wim Verstappen, die met Blue Movie en Frank en Eva een eigen kleine revolutie ontketenden.
Een schokgolf ging door Nederland toen in 1971 Blue Movie uitkwam. Hugo Metsers speelt zedendelinquent Michael, die na zijn gevangenisstraf in een flat in de Bijlmer komt te wonen. Terwijl hij achter tralies zat is de seksuele moraal in de samenleving ingrijpend veranderd. Iedereen doet het nu met iedereen. Michael gaat met iedere vrouw in het gebouw naar bed en uiteindelijk groeit het appartementencomplex uit tot één grote seksindustrie.
Blauwdruk Seks bracht geld in het laatje, dus Blue Movie kreeg een vervolg met VD, Frank en Eva en Alicia. In Frank en Eva is de hoofdrol opnieuw weggelegd voor Hugo Metsers. De welgeschapen Frank is niet in de wieg gelegd voor trouw en gaat met elke vrouw naar bed die hij kan krijgen. Verder wordt Frank elke avond dronken in het café van Lex Goudsmit en uit hij de leegte van zijn bestaan in nepzelfmoorden. Eva is inmiddels zwanger van Frank en wil vastigheid. Dat levert natuurlijk problemen op. Frank en Eva staat bol van de seks, die evenals in Blue Movie confronterend in beeld wordt gebracht. Zo naait Frank Eva 'helemaal kapot' tot ze 'niet meer kan lopen', vingert Frank een dame in het café en neukt hij Sylvia Kristel 'full frontal' onder de douche. Functioneel naakt is het allerminst, de onanie van Pim en Wim druipt ervan af. Overigens kwamen ze daar ook eerlijk voor uit, Verstappen verklaarde dat hij hield 'van de geur van seks op de set'. Vrije seks bestaat niet Frank en Eva heeft niet de onbekommerde lach-of-ik-schiet-lol van de Tiroler sekskluchten. De ondertoon is zwaar en de film handelt over de morbide schaduwzijde die seks kan hebben. Niettemin doet Frank en Eva terugverlangen naar de jaren zeventig, een periode lang vóór de normen en waarden-discussie van premier Balkenende, toen dit soort films nog gemaakt konden worden. Lang leve het Sodom en Gomorra! Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl
Door de expliciet in beeld gebrachte seks (zelfs met de blik van tegenwoordig gaat het nog ver) werd Blue Movie in een mum van tijd beroemd en berucht. De film trok zo'n 2,5 miljoen bezoekers en staat daarmee nog steeds in de top 3 van de succesvolste Nederlandse films. De filmkeuring werd om zeep geholpen. Retrospectief bezien is Blue Movie wellicht de blauwdruk voor de Nederlandse film, die door de jaren heen een reputatie verwierf door zijn hoge seksgehalte. Zeker is dat de eigenzinnige en uitgesproken Pim en Wim in de jaren zeventig de voorhoede van de Nederlandse cinema vormden.
Maar zowel Blue Movie als Frank en Eva zijn meer dan een reeks seksscènes waar een verhaaltje omheen is verzonnen. Pim en Wim onderkennen het plezier van vrije seks en brengen er zelfs een ode aan, maar ze maken duidelijk dat het plezier slechts oppervlakkig is. Het rondneuken heeft uiteindelijk voor alle betrokkenen desastreuze gevolgen. Vrije seks bestaat niet omdat seks niet vrijblijvend is. Als het op liefde, menselijk contact en verantwoordelijkheid aankomt, falen Hugo Metsers' personages in zowel Blue Movie als Frank en Eva: als Michael de vrouw van zijn dromen (Carrie Tefsen) heeft is hij impotent en Frank kan zich niet binden aan Eva maar hij kan ook niet zonder haar. En verwijst de naam van het bedrijf VD uit de gelijknamige film niet naar 'venereal disease', het Engelse woord voor geslachtsziekte?
vrijdag 1 juli 2005
Wederopbouw Irak is een fata morgana
De gemiddelde inwoner van Bagdad merkt weinig van de wederopbouw. Stroomuitvallen van enkele uren achtereen zijn alledaags. In een stad waar het ’s zomers 50 graden Celcius kan worden en airco’s van levensbelang zijn, is dat een grote bron van ergernis. Om het nog zacht uit te drukken. Tel daar nog eens een allesbehalve optimaal functionerende waterleiding bij op. Een torenhoge werkloosheid en de onveiligheid trekken een wissel op de levenskwaliteit.
Achteruitgang
President Bush beloofde dat het nieuwe Irak een welvarend land met een hoge levensstandaard voor alle inwoners zou worden. Maar het gros van de Irakezen vindt dat ze er sinds de val van Saddam Hussein alleen maar op achteruit zijn gegaan. Die onvrede kan ook worden gestaafd met cijfers; volgens het VN-Wereldvoedselprogramma is 27 procent van alle kinderen onder de vijf jaar ondervoed. Negentig procent van de Iraakse steden heeft geen behoorlijke riolering. Een derde van de Irakezen heeft geen beschikking over schoon drinkwater.
Maar als we de officiële cijfers mogen geloven, wordt er aan de weg getimmerd om de Iraakse infrastructuur weer op te bouwen. Sinds 2003 heeft USAID (United States Agency for International Development) ruim vijf miljard dollar uitgegeven aan de wederopbouw van Irak. Wekelijks publiceert USAID een update van de wederopbouwactiviteiten, waarin trots kond wordt gedaan van de prestaties.
In onder meer Kirkuk en Bagdad worden elektriciteitscentrales gebouwd. Er wordt meer elektriciteit gegenereerd dan in de tijd van Saddam. In Karbala wordt een waterzuiveringsinstallatie aangelegd. De olieproductie zit met 2,17 miljoen vaten per dag bijna op vooroorlogs niveau (2,5 miljoen). De van oudsher gecentraliseerde economie wordt hervormd tot een marktmodel. Er wordt samengewerkt met gemeenschappen om hun behoeften te inventariseren. Ruim een half miljoen kinderen krijgen spullen voor school of andere lesprogramma’s. Duizenden politieagenten en militairen worden opgeleid. Gegoochel met cijfers Leenders berekende dat van de 18,4 miljard dollar die het Amerikaanse Congres vrijmaakte voor de wederopbouw, slechts 1,5 miljard is uitgegeven. Veertig procent daarvan is bovendien gespendeerd door buitenlandse organisaties aan beveiliging. Uiteindelijk is slechts 900 miljoen dollar daadwerkelijk aan wederopbouwprojecten besteed, schat Leenders. Corruptie De ICG publiceerde vorig jaar een uiterst kritisch rapport over de wederopbouw. De Coalition Provisional Authority (CPA), het voormalige Amerikaanse bestuur, maakte ‘schokkende fouten’. Het ontbrak aan planning, de behoeften van burgers werden genegeerd, gelden werden te traag geïnvesteerd, de focus lag te veel op lange-termijnprojecten in plaats van nijpende, urgente problemen die het dagelijkse leven bemoeilijkten.
Bij de cijfers van USAID kunnen echter vraagtekens geplaatst worden. “Het is een cijferspel”, zei Reinoud Leenders, Midden-Oostenanalist van de denktank International Crisis Group (ICG) en auteur van een kritisch rapport over de wederopbouw, in januari tegen de Arabische zender al-Jazeera.
De wederopbouw wordt tevens geplaagd door corruptie. Vorige maand constateerde Stuart Bowen, bijzonder inspecteur-generaal voor de wederopbouw van Irak, dat honderd miljoen dollar is verdwenen, waarschijnlijk in de zakken van corrupte functionarissen.
Geweld is obstakel Maar het excuus dat de onveiligheid de wederopbouw ondermijnt is slechts ten dele waar, vinden critici. “Er zijn veel delen van het land die relatief veilig zijn”, zegt Isam al-Khajafi, directeur van Iraq Revenue Watch, een divisie van het Open Society Institute, dat zich inzet voor democratisch en transparant bestuur. Bovendien hebben Irakezen het gevoel dat buitenlandse ondernemingen liever buitenlanders in dienst nemen. Officieel werken er tachtigduizend Irakezen aan wederopbouwprojecten; de beroepsbevolking telt 6,7 miljoen Irakezen. Maar naar schatting zijn er twintigduizend buitenlandse werknemers in Irak (IPS). Niettemin komt de onvrede onder de Irakezen de veiligheidssituatie niet ten goede, waarschuwt het Open Society Institute. De voortgang van de wederopbouw verloopt dus allerminst vlekkeloos. Maar welke dingen gaan eigenlijk wel goed? In veel gebieden wel succes De problemen concentreren zich volgens Kani vooral in de soennitische gebieden, met name in sommige wijken in Bagdad en steden als Mosul en Ramadi. De (media-)aandacht gaat te veel uit naar de aanslagen, vindt Kani. “Het gaat niet uitstekend, maar de aandacht voor de aanslagen overschaduwt de aandacht voor de andere ontwikkelingen. Er gebeurt veel meer in Irak. Er wordt weer muziek gemaakt, er worden weer boeken uitgegeven, er wordt weer gesport.” Irak-deskundige Pim van Harten is het echter grondig met Kani oneens. Op macro-economisch niveau verkeert de wederopbouw in een impasse, werpt hij tegen.
Een belangrijk obstakel voor de wederopbouw is het geweld. Opstandelingen gebruiken wederopbouwprojecten als doelwit voor aanslagen en sabotage. Werknemers – al dan niet buitenlands - zijn prooien van opstandelingen voor ontvoeringen en moorden. De VS moeten daardoor meer geld uitgeven aan bewaking (eind 2004 ging 22 procent van alle aanbestede contracten naar bodyguards). Of projecten worden algeheel afgeblazen.
Voor een groot deel wordt de woede en frustratie van Irakezen veroorzaakt door het gevoel dat ze worden uitgesloten van wederopbouwprojecten, menen critici. Weinig contracten werden toegekend aan Iraakse bedrijven. Het Open Society Institute rapporteerde in september 2004 dat slechts twee procent van de 1,5 miljard dollar aan contracten die werden betaald met olieopbrengsten, naar Iraakse bedrijven ging.
Mariwan Kani, journalist en Irakees, constateert dat in de meeste delen van Irak de wederopbouw redelijk goed verloopt. “In het Koerdische deel in Noord-Irak worden huizen, ziekenhuizen, scholen, universiteiten en hotels gebouwd. Dat verloopt goed”, zegt Kani tegen Planet.nl. “In Zuid-Irak verloopt het redelijk. Mensen hebben meer geld dan in de jaren negentig, jongeren kunnen weer plannen maken, bijvoorbeeld om te trouwen. De steden zijn schoner. Ik hoorde van een vriend dat ze Nasiriyah gingen schoonmaken. Een paar dagen later kwam hij daar, hij had het nog nooit zo schoon gezien.”
“Het geweld heeft de wederopbouw volledig van de agenda geblazen. Er ligt heel veel stil,” zegt Van Harten. “Het offensief in Fallujah [april 2004 – red.] begon omdat er een paar Amerikaanse contractors gelyncht werden. Dat kon toen nog, dat je een paar Amerikanen een stad in stuurt voor de wederopbouw. Dat kan nu echt niet meer.” Verder constateert Van Harten dat de door de Amerikanen ingezette liberalisering van de economie, waarbij staatsfabrieken werden afgestoten, hebben geleid tot een enorme werkloosheid. De CIA schat de werkloosheid op 25 à 30 procent, maar de Universiteit van Bagdad zelfs op 70 procent. Volgens Van Harten is geld geen probleem. “Geld is er genoeg, er moet alleen een manier gevonden worden om het te besteden.” Lokale successen “De succesverhalen zijn lokale verhalen, en die hebben een tijdelijk karakter”, vervolgt Van Harten. “De interim-regering werkt aan een nieuwe Iraakse grondwet, en ze zijn er nog niet uit of het een federale staat gaat worden.” Het is dus mogelijk dat de huidige autonomie van de provincies op termijn weer ingeperkt wordt.
Op lokaal niveau worden wel succesjes geboekt. “Wat betreft de aanleg van scholen en wegen zijn er veel lokale verschillen”, aldus Van Harten. “Dat komt doordat de verhoudingen tussen de provincies en Bagdad zijn veranderd. Vroeger werd alles centraal geregeld. Tegenwoordig kunnen provincies zelf onderhandelen. Toen de Amerikanen nog formeel de macht hadden konden gouverneurs met hen wel eens wat ritselen.”
Middenstanders maken een bloeiperiode door. “Kleine middenstanders doorstaan altijd alle oorlogen”, zegt Van Harten. “Je ziet nu een boom van kleine middenstanders. De consumentenmarkt groeit. Uit Koeweit worden koelkasten geïmporteerd, tv’s uit Dubai.”
Op de nationale economie heeft het echter weinig effect. “Grote bedrijven hebben behoefte aan stabiliteit.”
Het zal veel vergen om de neerwaartse spiraal om te buigen en de belofte van een welvarend, vreedzaam land waar te maken. Maar dat is ook niet verwonderlijk in een land dat decennia lang is uitgemergeld door oorlog, sancties en tirannie. En om Bush’ vraag te beantwoorden of het de opoffering waard is: de VS hebben geen keuze. Zonder de Amerikaanse militaire aanwezigheid is het einde helemaal zoek. Maar de VS hebben in beginsel de morele plicht Irak op te bouwen. Daartoe verplichtten de VS zich met de invasie. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell waarschuwde Bush al een half jaar voor de oorlog: “U wordt de trotse eigenaar van 25 miljoen mensen. U bezit al hun hoop, aspiraties en problemen. U bezit het allemaal.”
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
maandag 25 april 2005
De macht van Beatrix
De koningin is lid van de regering, maar het zijn de ministers die verantwoording afleggen aan het parlement. Wel benoemt de koningin de bewindslieden. Verder houdt de vorstin goed bij wat er in het kabinet speelt. Maar hoe groot haar invloed is op het beleid, is giswerk en verdeelt deskundigen.
Jan Willem Brouwer, historicus parlementaire geschiedenis van de Radboud Universiteit Nijmegen, stelt dat de invloed van koningin Beatrix op het regeringsbeleid klein is.
Invloed hangt af van premier
“Sinds de grondwetswijziging van 1983 is ze wel lid van de regering, maar ze heeft geen echte macht”, zegt Brouwer. “Premier Kok citeerde in 2000 Walter Bagehot [Britse econoom en journalist uit de 19e eeuw en schrijver van The English Constitution (1867) over de rol van de koning en het parlement – red.]: de koningin heeft het recht om geraadpleegd te worden, het recht aan te moedigen en het recht te waarschuwen. Ik denk dat er in regering wel veel naar haar geluisterd wordt, als onafhankelijk persoon en gezien haar positie. Maar dat is ook afhankelijk van haar verstandhouding met de premier en ministers.”
Zo had Dries van Agt (minister-president van 1977 tot 1982) een moeizame relatie met koningin Beatrix. Zijn partijgenoot Ruud Lubbers (premier van 1982 tot 1994) had echter een zeer nauwe band met de koningin. Ook PvdA-premier Wim Kok (1994-2002) had een goede verstandhouding met Beatrix. De relatie tussen de vorstin en de huidige premier Jan Peter Balkenende is daarentegen ‘niet optimaal’, zegt Fred J. Lammers, koningshuisdeskundige en auteur van ruim zeventig boeken over de Oranjes.
“Balkenende heeft diep respect voor Beatrix en zal wel toegeven aan haar gezag”, schat Lammers in. “Beatrix vindt Balkenende niet zo flink, ze heeft weinig respect voor hem.” De koningin viel de premier bijvoorbeeld publiekelijk af over de Oranjesatires.
Vaste prik is het bezoek dat de minister-president elke maandagmiddag aan de vorstin brengt om de resultaten van de laatste ministerraad te bespreken. Die bezoeken zijn volgens Lammers ‘zeker geen formaliteit’. Maar volgens Brouwer is de mening van de koningin niet doorslaggevend in de besluitvorming van het kabinet. Peter Rehwinkel, oud-PvdA-Kamerlid (portefeuille koningshuis), burgemeester van Naarden en van huis uit staatsrechtgeleerde, stelt dat de koningin van het kabinet ‘zeker wel eens nul op het rekest’ krijgt.
Inderdaad, de Volkskrant berichtte zaterdag dat premier Kok in 1995 tegenhield dat koningin Beatrix haar excuses aanbood aan Indonesië voor de mensenrechtenschendingen door Nederlandse militairen tijdens de politionele acties in 1949 en 1950 (Kok ontkende het bericht overigens). Ook D66-leider Jan Terlouw, die vice-premier was in het tweede kabinet-Van Agt (1981-1982), beaamt dat de vorstin geen vrij spel heeft. “Ze heeft geen invloed. Ze is wel geïnteresseerd. De koningin heeft weinig macht, dat wordt vaak overdreven.”
Krachtig persoon
Maar Terlouw erkent dat Beatrix een ‘krachtig persoon’ is. Diezelfde woorden gebruikt Lammers ook. Hij wijst op de gedegen voorbereiding, deskundigheid en ervaring van de vorstin, die haar gezag en daarmee invloed verschaffen (volgens kenners wekt Beatrix’ intellect ook in het buitenland ontzag). Het kabinet zal zeker naar de koningin luisteren, maar kunnen van haar wensen afwijken. Liesbeth Spies, Tweede Kamerlid voor het CDA, wijst erop dat ministers luisteren naar iedereen die hen van advies kan dienen en ‘daarin speelt de koningin wellicht ook een rol’. Maar ze heeft geen indicaties dat ‘besluiten door de koningin onmogelijk zijn gemaakt’.
Historicus en koningshuisdeskundige Jan Kikkert is een andere mening toegedaan. Hij refereert aan een anekdote die Lubbers ooit vertelde over het vaste maandagmiddagbezoek aan de koningin. “De koningin zei dan: ‘dit kan niet’. De vrijdag erop zei Lubbers in de ministerraad: ‘ik heb er nog eens over nagedacht, maar ik heb het besluit gewijzigd’. En wel naar het inzicht van de koningin.” Kikkert citeert bovendien oud-minister Joseph Luns: “De koningin is niet iemand om tegen te spreken.”
Grenzen grondwet verkennen
Kikkert stelt dat de invloed van koningin Beatrix in het kabinet ‘groter is dan wordt aangenomen’. “Toen Hare Majesteit haar eredoctoraat ontving, zei ze in haar toespraak dat haar eerste ministers haar meer vrijheid hadden gegeven dan gebruikelijk is volgens de regels van de grondwet.” Kikkert geeft toe dat de grondwet geen harde grens trekt, ‘maar ze is die grenzen wel voortdurend aan het verkennen’.
Kikkert spreekt van ‘Beatrixisme’; de koningin en de premier regeren samen. Daarbij krijgt de koningin haar kennis van haar adviseurs en de premier van zijn ministers en topambtenaren. “Maar de adviseurs van de Majesteit worden door niemand gecontroleerd.”
Volgens Paul Cliteur, rechtsgeleerde van de Universiteit Leiden en lid van het Republikeins Genootschap dat de monarchie wil afschaffen, is de politieke invloed van het koningshuis groot. Hij wijst bijvoorbeeld op het lidmaatschap van prinses Máxima van de Commissie Participatie van Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroep (PaVEM). “Ze zit daar niet alleen voor de show.”
Kikkert stelt dat de koningin zeker invloed uitoefent via diverse commissies en ook benoemingen van burgemeesters, of liever gezegd het uitsluiten van personen ‘die ze niet kan pruimen’. Een bekend voorbeeld is dat koningin Beatrix in 1996 naar verluidt zich persoonlijk heeft bemoeid met de overplaatsing van de Nederlandse ambassadeur Röell in Zuid-Afrika, omdat hij een buitenechtelijke relatie had.
Formatie
De koningin oefent sowieso invloed uit op kabinetsformaties. Ze mag informateurs en formateurs benoemen, maar ze moet daarbij wel rekening houden met de verkiezingsuitslag en haar adviseurs.
Volgens Terlouw speelt koningin Beatrix een actieve rol bij formaties en heeft ze daarbij een eigen mening. Ze koos in 1981 De Gaay Fortman als informateur terwijl de partijen andere kandidaten naar voren hadden geschoven. De koningin zal naar eigen inzicht personen afwijzen, maar geen partijen, aldus Terlouw. Inderdaad, in 1994 koos koningin Beatrix de PvdA’er Kok als formateur, terwijl informateur Herman Tjeenk Willink iemand uit VVD-kring aanraadde. De liberalen boekten tenslotte een winst van acht zetels en de PvdA verloor twaalf zetels.
Beperkte ruimte
Aan de bevoegdheid van de koningin om (in)formateurs aan te wijzen is in het verleden gemorreld. In 1971 dienden de Tweede Kamerleden Van Tijn (PvdA), Goudsmit (D66) en Aarden (PPR) een motie in die de aanwijzing van de formateur aan de Tweede Kamer wilde overlaten. Het CDA en de VVD stemden het voorstel weg en de bevoegdheid bleef bij de vorstin.
De koningin kan dus invloed uitoefenen, toch is haar beweegruimte beperkt. “Beatrix wil geen heibel rondom de troon, omdat dit haar positie nog verder kan uithollen”, zegt Brouwer.
Als voorbeeld voor de beperkte beweegruimte van het staatshoofd wijst Brouwer op de controverse rondom de 5 mei-toespraak van Beatrix uit 1995. “Dat was een multiculti-toespraak over tolerantie. De VVD zag dat als een belediging voor zijn leider Bolkestein, die bezig was integratie op de agenda te zetten. “De VVD stuurde bij partijbijeenkomsten traditioneel een felicitatietelegram naar de koningin. Ze hebben toen overwogen om als straf dat telegram niet te versturen.”
In de jaren ’90 en rond de millenniumwisseling leefde de discussie over de macht van de koningin met regelmaat op. In 1996 werd het Republikeins Genootschap opgericht. In 2000 stelde D66-leider Thom de Graaf voor om de rol van het staatshoofd fors te reduceren volgens het Zweedse model; daarin is de koningin geen lid van de regering en heeft louter een ceremoniële taak. Toenmalig premier Kok onderzocht het voorstel maar uiteindelijk bleef alles bij het oude. CDA-Kamerlid Spies vindt de huidige situatie prima geregeld; als er iets mis gaat met de monarchie, kan de minister-president ter verantwoording geroepen worden.
De discussie over de monarchie is de laatste jaren op de achtergrond geraakt. Actief republicanisme geniet weinig aanhang. Het koningshuis lijkt zelfs steeds populairder te worden, signaleert Brouwer. Hij wijst op het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima in 2002.
Terlouw wijst erop dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking nog altijd voorstander van het koningshuis is. Inderdaad, uit een enquête dat Interview NSS in opdracht van de Telegraaf uitvoerde, bleek zaterdag nog dat bijna zestig procent van de ondervraagden voorstander van de monarchie was. Slechts een kwart was republikein.
Maar de politieke rol van de vorst(in) zal in de toekomst wel afnemen om vervangen te worden door een ceremoniële functie, voorziet Terlouw. Volgens Spies is dat ook afhankelijk van de manier waarop kroonprins Willem-Alexander zijn functie gaat invullen. Lammers wijst daarnaast op ontwikkelingen binnen de Europese Unie, waar koningshuizen verder gemarginaliseerd zullen worden. Hij gaat zelfs een stapje verder; Lammers betwijfelt of prinses Amalia nog koningin zal worden.
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
