Posts tonen met het label massavernietigingswapens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label massavernietigingswapens. Alle posts tonen

maandag 21 juli 2003

'Grote kans op nepbewijzen in Irak'

Er is vijftig procent kans dat de Amerikaanse regering nepbewijzen voor massavernietigingswapens in Irak gaat neerleggen, als de vondst van wapens uitblijft en de regering in het nauw komt.

Die schatting doet voormalig CIA-analist Ray McGovern in een vraaggesprek met Planet Internet. McGovern werkte 27 jaar bij de CIA, en bezocht in die hoedanigheid jarenlang het Witte Huis om de Amerikaanse presidenten op de hoogte te brengen van de dreigingen voor de VS.

Tegenwoordig maakt McGovern deel uit van de Veteran Intelligence Professionals for Sanity (VIPS), een stuurgroep van inlichtingenexperts die zich grote zorgen maakt over wat zij zien als vervalsing van de bewijzen voor de vermeende massavernietigingswapens van Irak.

'Buisjes met antrax in de woestijn'
"De meeste mensen denken dat als je het over het opzettelijk neerleggen van wapens hebt, je een Scud raket ergens moet plaatsen die voor iedereen te zien is", zegt McGovern. "Ik denk niet dat het zo werkt.".

"Kun je je nog dat kleine buisje met antrax of nagebootste antrax herinneren dat Colin Powell omhoog hield toen hij zijn presentatie gaf [voor het voortdurende wapenprogramma van Irak, in de VN-Veiligheidsraad op 5 februari - red.]? Wat dacht je ervan dat je een paar van die dingen neemt, in de borstzak van een marinier doet en ze die in de woestijn laat neerleggen. Dan kom je twee weken later terug en je 'vindt' ze. Je zegt: 'Aha! Eureka! Massavernietigingswapens!' Je dient ze op en zegt: 'voor degenen onder jullie die het bestaan van de wapens betwistten, hier zijn ze dan'."

Scepsis
"De meeste mensen in Europa en elders in de wereld zouden zoiets met scepsis ontvangen", vervolgt McGovern. "Jullie zouden het mogelijk zelfs uitlachen. Maar de Amerikaanse regering van vandaag de dag geeft niet veel om wat jullie er in Nederland, Frankrijk of Engeland van vinden. Wat er wel toe doet is wat het Amerikaanse volk ervan vindt. De president vertrouwt op zijn PR-mensen, die zeggen: 'we hebben deze buisjes met massavernietigingswapens gevonden, en de Fransen, de Nederlanders en de Denen zeggen dat ze niet echt zijn en dat ze neergelegd zijn. Wie geloven jullie? De president van de Verenigde Staten of de Fransen? Kies maar."

Zoals de situatie er nu voor staat voor de Amerikaanse president Bush en de Britse premier Blair, die momenteel zwaar onder vuur liggen omdat ze valse documenten zouden hebben gebruikt om de oorlog in Irak te rechtvaardigen, acht McGovern de kans dat de VS nepbewijzen in Irak zullen neerleggen aanzienlijk.

'Fifty-fifty'
"Ik zeg fifty-fifty", schat McGovern. "En Blair is vandaag hier [in Washington]. Ik gok dat dit tête-à-tête besproken wordt in een kamer waar niemand anders bij is. Ze moeten beslissen of ze a) massavernietigingswapens zullen 'neerleggen', of b) ze veranderen hun toon en ze spreken niet meer over wapens, maar over plannen of programma's of intenties [voor de wederopbouw van Irak]."

Wel voegt McGovern eraan toe dat binnen de VIPS de meningen over deze bewering verdeeld zijn. Sommige leden achten het onwaarschijnlijk dat de president dit zou doen, vanwege het risico dat de fraude uiteindelijk aan het licht komt.

Toch vindt McGovern zijn theorie niet vergezocht. "Als iemand me drie maanden geleden had gevraagd of ik dacht dat de regering-Bush wapens zou planten, zou ik veel sceptischer zijn geweest. Maar als ik kijk naar het cynische gebruik van materiaal, waarvan bekend is dat het vervalst is, moet ik de waarschijnlijkheid dat ze opnieuw zoiets zouden doen herzien."

Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.

donderdag 12 juni 2003

Waar zijn de massavernietigingswapens?

De acute dreiging van Saddam Husseins massavernietigingswapens was de aanleiding voor de oorlog in Irak. Bijna twee maanden na de oorlog zijn er echter nog steeds geen wapens gevonden. De bewijzen voor het bestaan ervan blijken nogal mager.

Voor de Amerikaanse president Bush lijkt het gevaar geweken. De Republikeinen in het Congres hebben een openbaar onderzoek naar de vraag of de gegeven informatie over de massavernietigingswapens is gemanipuleerd, tegengehouden en doorverwezen naar een inlichtingencommissie. Deze zal achter gesloten deuren de feiten bestuderen. Veel politieke gevolgen lijkt dat niet te krijgen.

De Britse premier Tony Blair is zijn politieke carrière echter minder zeker. De populariteit van de premier is al ruim een jaar laag omdat zijn pro-oorlogsstandpunt nauwelijks op sympathie onder de Britten kon rekenen. Zelfs zijn eigen Labour partij was grotendeels tegen een oorlog, en ook het kabinet was verdeeld. Enkele ministers zijn zelfs al opgestapt. Maar Blair is de laatste weken onder vuur komen te liggen omdat hij de belastende informatie over de wapens van Irak zou hebben aangedikt. Oud-minister Clare Short beschuldigde de premier zelfs van leugens.

Beschuldigingen gebaseerd op veronderstellingen, zonder hard bewijs
De beschuldiging dat Irak massavernietigingswapens had, was grotendeels gebaseerd op veronderstellingen, zonder hard bewijs. Als Saddam geen verboden wapens had, waarom zou hij dan accepteren dat zijn bewind meer onder vuur kwam te liggen, zo was de redenering. De VN-wapeninspecteurs vermoedden dat Irak voorraden antrax en GX had, maar konden dat niet bewijzen. Verder was de CIA op de hoogte van enkele financiële transacties van Saddam, uitbreidingen van vermeende wapenfabrieken en de aankoop van chemicaliën en apparatuur in het buitenland. Maar dat Irak daadwerkelijk aan chemische of biologische wapens werkte kon niet bewezen worden, en de CIA had geen betrouwbare spionnen in Irak.

Vervolgens werden Iraakse overlopers geraadpleegd. Ze wisten de VS te vertellen over ondergrondse bunkers en laboratoria, waarin grote voorraden chemische, biologische en nucleaire wapens lagen opgeslagen. Maar de CIA was sceptisch over het waarheidsgehalte van hun verklaringen. Overlopers die een toevluchtsoord zoeken overdrijven of verzinnen de feiten vaak, weet de inlichtingendienst uit ervaring.

Maar de haviken in de regering omarmden de overlopers. Veel van hen waren aanhangers van de Iraakse balling Ahmed Chalabi, leider van de oppositiegroep Iraaks Nationaal Congres (INC). Chalabi stond hoog in aanzien bij Richard Perle, topadviseur van minister van Defensie Donald Rumsfeld. De CIA wantrouwde Chalabi echter, en zag hem als een oplichter. Chalabi is in Jordanië veroordeeld voor bankfraude, wat hijzelf overigens ontkent.

De Hofkliek
Omdat de CIA geen bewijzen kon leveren richtte het ministerie van Defensie een eigen team van inlichtingenanalisten op onder de naam Office of Special Plans (door de leden gekscherend de 'Hofkliek' genoemd). Het team moest een verband tussen Saddam en al-Qaeda vinden, en in het bijzonder bewijs voor de rol van Saddam bij de aanslagen van 11 september 2001.

De Hofkliek ging aan de slag met een bericht dat Mohammed Atta, een van de kapers die het WTC invlogen, in april 2001 een Iraakse geheim agent zou hebben ontmoet in Praag. De FBI had er echter al op gewezen dat dit gerucht niet waar was, omdat Atta op dat moment reisde tussen Florida en Virginia Beach. De FBI beschikte over bonnetjes van Atta's huurauto en hotelkamers om dat te bewijzen.
Maar het ministerie van Defensie en vice-president Dick Cheney trokken zich daar niets van aan. In toespraken van Cheney, Bush en Rumsfeld bleef het veronderstelde doch onbewezen verband tussen Saddam en al-Qaeda opduiken.

Bewering aankoop Nigerees uranium gebaseerd op valse documenten
Een andere onbewezen bewering was dat Irak een kernwapenprogramma had en binnen een jaar een atoomwapen kon fabriceren. In januari 2002 zei president Bush in zijn State-of-the-Union toespraak dat Irak had geprobeerd uranium te kopen in Niger. Bush baseerde zich op Britse inlichtingendiensten.

Maar het Bureau of Intelligence and Research (INR) van het ministerie van Buitenlandse Zaken had al eerder verklaard dat de aankoop van vijfhonderd ton uraniumoxide uit Niger onwaarschijnlijk was. De documenten waarop Bush zich beriep waren vals. Deze waren door een Afrikaanse diplomaat doorgespeeld aan de Italianen. Op het briefpapier stond de naam van een Nigerese minister van Buitenlandse Zaken die die functie al tien jaar niet meer bekleedde. Een eenvoudige controle had de fraude aan het licht kunnen brengen.

Aluminium buisjes
Het zwaarste bewijs voor het vermeende Iraakse kernwapenprogramma was de aankoop van aluminium buisjes door Irak, die gebruikt kunnen worden voor de verrijking van uranium. Maar ook dit blijkt achteraf speculatie.

Kort voor de toespraak van Bush voor de Verenigde Naties in september 2002, waarin hij de Veiligheidsraad opriep steun te geven aan de resolutie die de oorlog moest goedkeuren, publiceerde de New York Times het verhaal over de buisjes. Dezelfde dag nog traden Cheney en nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice op in diverse actualiteitenprogramma's om het verhaal te bevestigen.

Maar in inlichtingenkringen werd getwijfeld of de buisjes inderdaad bestemd waren voor de productie van kernwapens. Het ministerie van Energie concludeerde dat de buisjes niet geschikt waren voor gebruik in een centrifuge, die voor de verrijking van uranium wordt gebruikt. Het INR constateerde dat de buisjes bestemd waren voor een raketlanceerinstallatie. Bovendien kocht Irak de buisjes niet in het geheim, de bestelling was op internet gezet. De conclusie dat er geen betrouwbaar bewijs was voor het vermeende kernwapenprogramma van Irak werd gerapporteerd aan minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell. De bevindingen kwamen terecht in een geheim inlichtingenrapport voor de regering, maar zaten niet in de openbare versie. De VN-wapeninspecteurs vonden intussen hard bewijs dat Irak de buisjes gebruikte voor de productie van kleine raketten.

Ook Powell twijfelde aan bewijzen
Powell plaatste zijn vraagtekens bij de bewijslast toen hij begin februari in de VN-Veiligheidsraad de bewijzen voor de massavernietigingswapens ging presenteren, en hij was op zijn hoede niet in de val te lopen van de haviken in de regering. De minister kreeg van de nationale veiligheidsstaf van het Witte Huis een script voor zijn toespraak, maar Powell vermoedde dat de haviken bewijzen hadden toegevoegd die hun standpunt ondersteunden, en tegenstrijdigheden hadden weggelaten.

Powell gaf zijn medewerkers opdracht alle feiten in het script na te trekken. Vervolgens sommeerde Powell CIA-directeur George Tenet naar New York te komen en achter hem plaats te nemen in de VN-Veiligheidsraad. Voorafgaand aan de presentatie namen Powell, Tenet, medewerkers, assistenten en ook Rice het bewijsmateriaal door, en gooiden het meeste weg. De vermeende banden van Saddam met al-Qaeda en het Niger-rapport werden geschrapt. Wel hield Powell vast aan de aluminium buisjes, en liet hij bandopnames horen van Iraakse functionarissen die iets leken te verbergen voor de VN-wapeninspecteurs. Wat ze verborgen was echter onduidelijk.

Intussen was het Centrale Commando (CENTCOM) van het Amerikaanse leger druk bezig met de oorlogsplanning. De CIA leverde verouderd materiaal, bestaande uit satellietfoto's van gebouwen die tijdens de Golfoorlog in 1991 gebombardeerd waren. De CIA kon niet zeggen wat er zich in de gebouwen bevond. Amerikaanse soldaten konden na de oorlog in Irak niets vinden in de gebouwen. Ook zijn de twintig Scud-raketten met biochemische lading die volgens de CIA in de westelijke woestijn opgesteld waren niet gevonden.

Inlichtingendienst waarschuwde Blair
De Britse premier Tony Blair werd in verlegenheid gebracht toen twee weken geleden uitlekte dat hij het Britse parlement verkeerd had voorgelicht tijdens zijn pleidooi voor deelname aan de oorlog. Blair zei dat Irak in staat was binnen 45 minuten Britse doelen te treffen. Deze bewering was voor het parlement doorslaggevend om goedkeuring te geven aan de aanval.

Maar naar nu blijkt was Blairs bewering gebaseerd op een onbetrouwbare bron, en hebben inlichtingendiensten de premier daarvoor ook gewaarschuwd. De inlichtingencommissie van het parlement heeft een onderzoek ingesteld. De inlichtingendiensten zouden Blair nu dreigen voor hem belastend materiaal openbaar te maken als ze de zwarte piet toegespeeld krijgen. Overigens klagen ook CIA-medewerkers dat ze door de Amerikaanse regering onder druk zijn gezet om met belastende bewijzen tegen Irak te komen.

Regering VS bagatelliseert
De zoektocht naar de massavernietigingswapens van Irak gaat onvermoeibaar voort. Intussen proberen vooral Amerikaanse politici de kwestie te bagatelliseren door te stellen dat de wapens niet zo'n belangrijke rol speelden in het besluit om de aanval op Irak in te zetten.

Aanvankelijk zei een Amerikaanse legerofficier dat de Irakezen de wapens zo goed hadden verstopt, dat ze deze zelf niet meer konden vinden. Twee weken geleden zorgde onderminister van Defensie Paul Wolfowitz voor rumoer toen hij in een interview zei dat de massavernietigingswapens slechts om 'bureaucratische' reden als aanleiding voor de oorlog werden opgegeven. Rumsfeld stelde op zijn beurt dat Irak de wapens waarschijnlijk kort voor de oorlog heeft vernietigd. Om de boel te sussen benadrukte Bush vorige week dat de inzet voor de oorlog het stichten van vrede was.

Het is voor president Bush en premier Blair zaak dat er zo snel mogelijk een 'smoking gun' wordt gevonden in Irak, anders staan hun politieke levens op het spel. Blairs premierschap hangt momenteel aan een zijden draad. Bush zit voorlopig even in de luwte nu er geen openbaar onderzoek komt, maar loopt wel de kans volgend jaar bij de verkiezingen afgestraft te worden als blijkt dat hij heeft gelogen. Maar bovenal zou het een geruststellende gedachte zijn als de oorlog tenminste om de juiste redenen is gevoerd.

Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.

donderdag 17 april 2003

Hoe Bush rijk wordt van de oorlog

De Amerikaanse president Bush verdient indirect een fortuin aan de oorlog in Irak, via de geheimzinnige investeringsmaatschappij Carlyle Group, die wapentuig levert aan het Amerikaanse leger. George Bush sr. is adviseur van deze invloedrijke groep met wereldwijde connecties, zelfs met Bin Laden.

Het hoofdkantoor van de Carlyle Group bevindt zich middenin het centrum van de macht; aan de Pennsylvania Avenue in Washington, tussen het Witte Huis en het Capitool in. De Carlyle Group is geen bekende naam, en het bedrijf wil dat ook graag zo houden. Maar de invloed van de investeringsmaatschappij is groot.

George Bush senior: topadviseur
De Carlyle Group werd in 1987 opgericht en wordt bestuurd door voormalige hoofdrolspelers in de internationale politiek. Het bedrijf wordt dan ook wel 'the ex-presidents' club' genoemd. Oud-minister van Defensie (in het kabinet van president Ronald Reagan) en voormalig adjunct-directeur van de CIA Frank Carlucci is directeur, de voormalige Britse premier John Major is voorzitter van Carlyle Europe, oud-minister van Buitenlandse Zaken en Financiën James Baker (respectievelijk onder Reagan en Bush sr.) is een topadviseur, en oud-president George Bush senior is topadviseur.

Ook Bush jr. werkte voor Carlyle
Maar ook de huidige president Bush heeft directe banden met Carlyle gehad. In 1990 werd hij benoemd tot directielid van een van Carlyles eerste aankopen, de vliegtuigvoedsel producent Caterair. Het bedrijf werd met verlies weer verkocht, en in 1992 vertrok Bush om gouverneur van Texas te worden. In die functie benoemde Bush enkele leden van de commissie die de investeringen van een pensioenfonds voor leraren beheerde. Dezelfde commissie besloot later om honderd miljoen dollar van de belastingbetaler te investeren in de Carlyle Group.

Eigenaar van producenten van oorlogstuig
De vele bedrijven waarvan de Carlyle Group eigenaar is zijn producenten van onder meer van apparatuur, voertuigen en wapens voor het Amerikaanse leger. United Defense maakt bijvoorbeeld raketlanceersystemen die op de Amerikaanse fregatten in de Golf worden gebruikt, alsmede andere lanceersystemen en gevechtsvoertuigen. Het bedrijf is op zijn beurt eigenaar van Bofors, een Zweedse munitiefabrikant. Maar Carlyle bezit ook de Franse krant Le Figaro en het bedrijf dat de flessen van het limonademerk Dr Pepper bottelt. In Nederland heeft de Carlyle Group ook belangen; eind vorig jaar werd kabelbedrijf Casema aan de investeringsmaatschappij verkocht.

Niettemin beweert de Carlyle Group dat slechts zeven procent van zijn fondsen geïnvesteerd is in defensiebedrijven, wat veel minder zou zijn dan andere investeringsmaatschappijen.

Connecties met familie Bin Laden
Carlyle heeft over de hele wereld connecties, waaronder enkele zeer opmerkelijke. Sinds 1995 investeert de familie Bin Laden in Carlyle. De familie houdt vol dat ze al lang geleden de banden met hun beruchte lid Osama hebben verbroken. Bush sr. zou de Bin Ladens twee keer hebben bezocht ten behoeve van Carlyle. Overigens zou de investering geannuleerd zijn en doet Carlyle geen zaken meer met de Bin Ladens.

Sinds 11 september 2001 is de betekenis van Carlyle gegroeid. De IT Group kreeg in het najaar van 2001 diverse contracten van de Amerikaanse regering om met antrax besmette gebouwen schoon te maken, waaronder het Hart Senate Office Building, het kantoor van de Amerikaanse senator Tom Daschle. Carlyle bezit 25 procent van de IT Group.

De oorlog in Afghanistan, en nu in Irak, waren voor de dochters van Carlyle een perfecte gelegenheid om hun oorlogstuig te leveren aan het Amerikaanse leger. Indirect komt dit ten goede aan de portemonnee van de werknemers van Carlyle, waaronder dus de vader van de huidige Amerikaanse president Bush. De oud-president wordt betaald met aandelen in de Carlyle Group, en verdient derhalve aan bijvoorbeeld de Irak-oorlog. Als zoon ligt het voor de hand dat de huidige president Bush erfgenaam is.

'Gerecyclede samenzweringstheorieën'
De Carlyle Group vindt het verhaal, uitvoerig omschreven in het boek The Iron Triangle - Inside the Secret World of the Carlyle Group van de gerenommeerde Amerikaanse journalist Dan Briody (dat deze maand verschijnt), echter niet meer dan een paranoïde samenzweringstheorie. "Pel de lagen van feitelijke fouten en zelfgenoegzaamheid weg en alles dat je overhoudt zijn insinuaties zonder grond", zegt woordvoerder Chris Ullman. "Dit boek is een verzameling gerecyclede samenzweringstheorieën gemaskeerd als onderzoeksjournalistiek."

Invloed op regeringsbeleid
Het is weliswaar moeilijk om de vinger te leggen op de mate waarin Carlyle invloed uitoefent op het beleid van de Amerikaanse regering, maar de nauwe band tussen medewerkers van Carlyle en leden van de regering is een feit.

Carlyle zelf ontkent voor de regering te lobbyen om belangenverstrengeling te voorkomen, maar de vraag is welke pet Baker en Major dragen als ze in Londen in Bush' voordeel een toespraak geven over de vermadelijde presidentsverkiezingen van 2000. Of als minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell een toespraak geeft op een banket van Carlyle.

Het is bekend dat verkiezingscampagnes in de Verenigde Staten gefinancierd worden door het bedrijfsleven. George Bush junior staat bekend als de 'pro-business president'. Het is een dubieus gegeven, maar het wordt extra wrang als presidenten rijk worden van een oorlog die ze zelf voeren.

Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.