zaterdag 15 oktober 2005
Public Enemy: Too Black, Too Strong
dinsdag 4 oktober 2005
Iran wil werelddominantie
Iran als kernmacht is de nachtmerrie van het Westen.
Het moslimfundamentalistische land is al ruim een kwart eeuw de aartsvijand van de Verenigde Staten, en werd door president Bush gerekend tot de ‘as van het kwaad’. De vrees is dat in het zwartste doemscenario, Iran met een kernbom de wereld kan gijzelen, of dat de atoomtechnologie in handen komt van terroristen.
Geheimzinnig
Iran probeert de internationale gemeenschap gerust te stellen door te zeggen dat het atoomprogramma voor uitsluitend vreedzame doeleinden bestemd is, namelijk de opwekking van energie. Echter, voor een land met een zuiver geweten is Iran erg terughoudend wat betreft transparantie van zijn nucleaire activiteiten. De samenwerking met het Internationale Atoomenergieagentschap (IAEA) is schoorvoetend en wisselvallig; inspecteurs mochten reactors bezoeken, maar delen van de administratie waren ‘zoek’. Sommige documenten mochten wel door de inspecteurs wel ingezien maar niet meegenomen worden. Uit de informatie die Iran wel vrijgaf, bleek hoeveel het land had achtergehouden.
Geen hard bewijs
Maar hard bewijs dat Iran inderdaad aan kernwapens werkt, is er niet. Amerikaanse regeringsexperts moesten in augustus toegeven dat de uraniumsporen die twee jaar geleden in een Iraanse reactor gevonden werden, afkomstig waren van besmette Pakistaanse apparatuur en geen bewijs waren voor een clandestien kernwapenprogramma.
De kwestie is echter veel groter dan kernwapens. Irans overkoepelende ambitie is om de regio te domineren en te vormen naar zijn eigen inzicht. Dat streven botst direct met de VS, die ook het Midden-Oosten willen hervormen naar hun eigen smaak.
Meerdere supermachten
Iran schuift zijn aspiraties niet onder stoelen of banken. Generaal Yahya Safavi, opperbevelhebber van de Revolutionaire Garde, verklaarde deze zomer in een toespraak voor hoge marineofficieren dat de missie van Teheran was om ‘een multipolaire wereld’ te scheppen waarin ‘Iran een leidende rol speelt’. Met andere woorden: als het aan Iran ligt zijn de VS niet langer de enige wereldmacht.
President Mahmoud Ahmadinejad deed daar een schepje bovenop. Het ultieme doel van het buitenlandbeleid van Iran is niets minder dan ‘een regering voor de hele wereld’ onder leiding van de Mahdi, het sjiitische equivalent van de christelijke Messias. De Mahdi verschijnt aan het einde der tijden en zal dan de ongelovigen vernietigen en een islamitisch rijk stichten waar moslims in vrede kunnen leven. Ahmadinejads doctrine komt neer op de export van een radicale islam. De VS vertonen hun laatste stuiptrekkingen, ze zijn een ‘ofuli’, de macht van de zonsondergang, terwijl Iran de ‘toluee’, de zonsopgang van de islamitische republiek, vormt. Overheersing van het Midden-Oosten is in de ogen van Ahmadinejad het ‘onbetwistbare recht van de Iraanse natie’.
Opgezwollen retoriek lijkt het, maar het is Ahmadinejad bittere ernst. En de tekenen zijn gunstig voor Iran. Van oudsher speelt Iran een leidende rol in de geschiedenis van de islam. Iran is één van slechts twee moslimlanden die nooit door Westerse mogendheden gekoloniseerd zijn (de andere is Turkije, maar dat land trekt in de ogen van de moslimwereld te veel naar het Westen toe). Het land heeft een centrale ligging in de ‘islamitische boog’ die zich van de Atlantische Oceaan tot de Grote Oceaan uitstrekt. Iran beschikt over veel olie die snel in waarde stijgt.
Groeiende invloed
Ironisch genoeg profiteert Iran van de door de VS geïnitieerde ‘war on terror’. In twee buurlanden zijn voor Iran vijandige regimes verwijderd; Saddam Hussein in Irak en de Taliban in Afghanistan. Iran speelt handig in op de ontstane machtsvacua. De invloed van Iran in Irak, waar tweederde van de bevolking ook sjiitisch is, is aanzienlijk. In het zuiden van Irak zitten sjiitische bondgenoten van Iran in stadsbesturen en veiligheidsdiensten. Het stikt er bovendien van door Iran getrainde en gefinancierde milities. Ook in het soennitische centrale deel van Irak en het Koerdische noorden laat Iran zich gelden, zij het minder opvallend. Na de terugtrekking van Syrië uit Libanon afgelopen voorjaar, is Iran de grootste buitenlandse invloed geworden in de vorm van Hezbollah.
Amerika kan niets doen
Voor de VS lijkt Iran niet bang te zijn. Tijdens de islamitische revolutie van 1979 sprak Ayatollah Khomeini al de beruchte woorden: “Amerika kan niets doen!” En het was waar. In november 1979 gijzelden studenten medewerkers van de Amerikaanse ambassade in Teheran en hielden hen bijna anderhalf jaar vast. De VS stonden machteloos. De boodschap van Iran was duidelijk.
Welvaart
Economische sancties knepen Iran af, maar tegenwoordig vaart het land wel door olieopbrengsten, die goed zijn voor 200 miljoen dollar per dag. Iran heeft nu een begrotingsoverschot van 25 miljard dollar. Hoe meer internationale onrust over het Iraanse atoomprogramma en een eventuele aanval, hoe groter de zorg over de wereldwijde olievoorziening, hoe hoger de olieprijs en de inkomsten van Iran. Door deze rijkdom kan Iran het zich veroorloven om zijn middelvinger op te steken naar Amerika en Europa.
Wel vreest Iran voor zijn nationale veiligheid als er een regionale wapenwedloop ontstaat. Turkije en Saudi-Arabië hebben te kennen gegeven ook het bezit van kernwapens na te streven als Iran een atoombom heeft. Die oorlogsdreiging heeft economische onzekerheid tot gevolg, waardoor miljarden dollars naar het buitenland wegvloeien.
Iran is onstuitbaar. Stopzetting van het atoomprogramma zal Iran er niet van weerhouden zijn invloed in de gedestabiliseerde regio verder uit te breiden. De IAEA kan de kwestie doorverwijzen naar de VN-Veiligheidsraad, maar Iran heeft al sancties doorstaan en die maken geen indruk meer. Bovendien heeft Iran met zijn oliebronnen een sterke troef in handen. President Ahmadinejad dreigde zaterdag nog met het dichtdraaien van de oliekraan. Voor een Amerikaanse aanval hoeft Iran niet te vrezen, de VS hebben hun handen al vol aan buurland Irak. De vrees is dat Iran met een kernbom de wereld kan gijzelen, maar in feite doet het land dat nu al.
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
zaterdag 24 september 2005
Vroeger, toen hip-hop nog leuk was
12 November 1974 noemt Afrika Bambaataa als de officiële geboortedatum van hip-hop. Waar hij deze accuratesse op baseert is onduidelijk, maar het is wel in deze tijd dat DJ Kool Herc met zijn mobiele soundsystem spontane feesten hield in de parken in de New Yorkse achterbuurt South Bronx en hip-hop uitvond.
“Hip-hop was set out in the dark, they used to do it out in the park”, rapte MC Shan in The Bridge, een ode aan de subcultuur in 1987. Voor het gemak deed Shan aan geschiedvervalsing en gaf hij zijn wijk Queensbridge in de borough Queens de credit van het uitvinden van hip-hop. Het kwam hem op een fikse uitbrander van Bronxite KRS-One te staan (de legendarische beef tussen KRS’ Boogie Down Productions en Shans Juice Crew). In zijn antwoord South Bronx (1987) gaf KRS verder inzicht in hoe die eerste feesten zich voltrokken: “Power from the street light made the place dark.”
Het was in deze periode dat Jamel Shabazz door New York pendelde met zijn Canon AE-1 camera en de opkomende straatcultuur vereeuwigde. Deze zomer verscheen zijn tweede boek A Time Before Crack, waarin tientallen van zijn foto’s, gemaakt tussen 1975 en 1984, verzameld werden. We zien tieners gekleed in old skool Adidas-trainingspakken, Lee-spijkerbroeken, leren jassen met bontkraag, met aan hun voeten Puma-gympen met dikke, gekleurde veters en op hun hoofd een Kangol-zonnehoed. Ze kijken in de camera van achter hun gigantische Cazal-brillen en poseren met hun ghettoblasters. Veel bravoure, maar geen ‘thugs’.
Iets uit niets
Shabazz is niet de enige fotograaf die de jonge jaren van hip-hop vastlegde op de gevoelige plaat. Vorig jaar verscheen Hip-Hop Files - Photographs 1979-1984 van Martha Cooper. In 1985 verwierf Cooper al in beperkte kring, maar wel wereldwijd, faam met haar boek Subway Art en de documentaire Style Wars. Beide werken gelden als ijkpunten. Hier is het allemaal begonnen. De kanslozen uit de ‘Boogie Down Bronx’ creëren met niets, vanuit het niets, iets. Graffiti is slechts één van de creatieve uitingen die vrijkomen uit de armoede. Samen met breakdance, DJ-ing, en het rappen vormt graffiti uiteindelijk de basis voor een vorm van zelfexpressie die niets kost, uit alle hoeken en gaten inspiratie put en dit herschikt en omvormt tot een nieuw geheel: hip-hop.
Crack
Shabazz en Cooper tonen hip-hop in zijn jeugd, nog vol onschuld. Die onschuld is tevens de scherpe afbakening van A Time Before Crack. In 1985 overspoelde crack de zwarte getto’s van Amerika. De goedkope, synthetische cocaïne trof de toch al arme en schier leefbare binnensteden ‘harder dan een vuistslag van Mike Tyson’, schrijft kunstenaar/schrijver/fotograaf James “Koe” Rodriguez in het slotwoord van A Time Before Crack. De onbedorven kinderen op Shabazz’ foto’s transformeerden in meedogenloze criminelen en graatmagere, tandenloze straathoertjes die bevielen van verslaafde baby’s die ze vervolgens verkochten voor een nieuwe fix. Bijna van de ene op andere dag waren de tijden voorgoed veranderd. Jonge zwarten spraken elkaar niet meer aan met ‘brother’ maar met ‘nigga’. Hele wijken veranderden in platgebrande oorlogsgebieden, compleet met het geweld dat normaal is in de Gazastrook maar ongehoord voor het machtigste land ter wereld dat mensen op de maan zet. De verwoesting documenteerde Shabazz in zijn debuut Back in the Days (2001).
Gangsta rap
Niet toevallig verandert midden jaren tachtig ook het geluid van hip-hop. De zorgeloze discosound van de Sugarhill Gang moest plaatsmaken voor de snoeiharde mokerbeats van L.L. Cool J en de loeiende gitaarriffs van Run-DMC. Niet langer rapten de MC’s over hun unieke talent om elk feest te laten slagen. In de South Bronx rapte de toen nog dakloze KRS-One over crack en drugsdealers, vanuit Philadelphia verhaalde Schoolly D over zijn bende de Park Side Killers en cocaïne en in Los Angeles vertelde Ice-T over bendeoorlogen tussen de Bloods en Crips. Gangsta rap was geboren.
Liefdevol en rauw
A Time Before Crack en Hip Hop Files zijn terugblikken op een tijdsperiode die bepalend was voor de cultuur, maar kan net zo goed worden gezien als een steunbetuiging aan alle kansarme citykids waar ook ter wereld. Ook zonder Hummer en je bek vol bling bling kun je plezier maken en respect afdwingen: voor een ‘turtle’ heb je aan een kartonnen doos voldoende en een mooie piece maak je met ‘geleende’ spuitbussen. De foto’s van Shabazz en Cooper zijn liefdevol en rauw tegelijk. Liefdevol omdat het de jeugd laat zien zoals ze is. Puur en zonder bijbedoeling. Rauw omdat het straatjeugd is. Niet iedereen zal het waarderen wanneer hij niet naar buiten kan kijken doordat de metroramen door liefdevolle jeugd volgespoten zijn. De energie spat van alle foto’s af. New York City-stylee op zijn best. We zien foto’s van breakers op kartonnen dozen, schrijvers rennend over metrowagons en vrolijke gezichten op de befaamde blockparties.
De onbedorvenheid van hip-hop zoals die naar voren komt in het werk van Shabazz en Cooper, wekt nostalgische gevoelens op. Nu hip-hop is geannexeerd door MTV en winstbeluste platenmaatschappijen die de muziek uithollen met kant en klare formules van seks, geweld en bling, is het nuttig om te zien hoe rijk de hip-hop-cultuur in werkelijkheid is. Vergis je niet, hip-hop is meer dan alleen rap, voor jong zwart Amerika is het alles dat ze kennen en hebben, de dagelijkse realiteit, de lucht die ze inademen. Ooit begon hip-hop met kansarme jongeren die middels een do-it-yourself-attitude hun leven zin wilden geven en hun eigen plaats in deze verdorven wereld probeerden te verwerven. Of, om het aloude graffiti-credo te gebruiken: Make your mark on society, not in society!
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl. Co-auteur: Mayko Bakker
vrijdag 9 september 2005
Seventies-seks met `Frank & Eva'
De jaren zeventig, veel mensen denken er met warme nostalgie aan terug. De jaren zeventig was het tijdperk van de seksuele revolutie. De jaren zeventig waren ook het tijdperk van Pim en Wim, ofwel de filmmakers Pim de la Parra en Wim Verstappen, die met Blue Movie en Frank en Eva een eigen kleine revolutie ontketenden.
Een schokgolf ging door Nederland toen in 1971 Blue Movie uitkwam. Hugo Metsers speelt zedendelinquent Michael, die na zijn gevangenisstraf in een flat in de Bijlmer komt te wonen. Terwijl hij achter tralies zat is de seksuele moraal in de samenleving ingrijpend veranderd. Iedereen doet het nu met iedereen. Michael gaat met iedere vrouw in het gebouw naar bed en uiteindelijk groeit het appartementencomplex uit tot één grote seksindustrie.
Blauwdruk Seks bracht geld in het laatje, dus Blue Movie kreeg een vervolg met VD, Frank en Eva en Alicia. In Frank en Eva is de hoofdrol opnieuw weggelegd voor Hugo Metsers. De welgeschapen Frank is niet in de wieg gelegd voor trouw en gaat met elke vrouw naar bed die hij kan krijgen. Verder wordt Frank elke avond dronken in het café van Lex Goudsmit en uit hij de leegte van zijn bestaan in nepzelfmoorden. Eva is inmiddels zwanger van Frank en wil vastigheid. Dat levert natuurlijk problemen op. Frank en Eva staat bol van de seks, die evenals in Blue Movie confronterend in beeld wordt gebracht. Zo naait Frank Eva 'helemaal kapot' tot ze 'niet meer kan lopen', vingert Frank een dame in het café en neukt hij Sylvia Kristel 'full frontal' onder de douche. Functioneel naakt is het allerminst, de onanie van Pim en Wim druipt ervan af. Overigens kwamen ze daar ook eerlijk voor uit, Verstappen verklaarde dat hij hield 'van de geur van seks op de set'. Vrije seks bestaat niet Frank en Eva heeft niet de onbekommerde lach-of-ik-schiet-lol van de Tiroler sekskluchten. De ondertoon is zwaar en de film handelt over de morbide schaduwzijde die seks kan hebben. Niettemin doet Frank en Eva terugverlangen naar de jaren zeventig, een periode lang vóór de normen en waarden-discussie van premier Balkenende, toen dit soort films nog gemaakt konden worden. Lang leve het Sodom en Gomorra! Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl
Door de expliciet in beeld gebrachte seks (zelfs met de blik van tegenwoordig gaat het nog ver) werd Blue Movie in een mum van tijd beroemd en berucht. De film trok zo'n 2,5 miljoen bezoekers en staat daarmee nog steeds in de top 3 van de succesvolste Nederlandse films. De filmkeuring werd om zeep geholpen. Retrospectief bezien is Blue Movie wellicht de blauwdruk voor de Nederlandse film, die door de jaren heen een reputatie verwierf door zijn hoge seksgehalte. Zeker is dat de eigenzinnige en uitgesproken Pim en Wim in de jaren zeventig de voorhoede van de Nederlandse cinema vormden.
Maar zowel Blue Movie als Frank en Eva zijn meer dan een reeks seksscènes waar een verhaaltje omheen is verzonnen. Pim en Wim onderkennen het plezier van vrije seks en brengen er zelfs een ode aan, maar ze maken duidelijk dat het plezier slechts oppervlakkig is. Het rondneuken heeft uiteindelijk voor alle betrokkenen desastreuze gevolgen. Vrije seks bestaat niet omdat seks niet vrijblijvend is. Als het op liefde, menselijk contact en verantwoordelijkheid aankomt, falen Hugo Metsers' personages in zowel Blue Movie als Frank en Eva: als Michael de vrouw van zijn dromen (Carrie Tefsen) heeft is hij impotent en Frank kan zich niet binden aan Eva maar hij kan ook niet zonder haar. En verwijst de naam van het bedrijf VD uit de gelijknamige film niet naar 'venereal disease', het Engelse woord voor geslachtsziekte?
maandag 15 augustus 2005
Miles Davis’ eerste kwintet - Vijftig jaar 'Round About Midnight
Miles Davis was als herboren toen hij terugkeerde in New York in het voorjaar van 1954. Tijdens een eenzame opsluiting op de boerderij van zijn vader in Illinois was hij op eigen kracht van zijn heroïneverslaving afgekomen. Miles borrelde over van de energie en nieuwe ideeën.
Lees ook:
- On The Corner: de meest gehate jazzplaat aller tijden wordt 50
- Miles Davis: altijd alles anders
- Remembering Miles: de ultieme muzikaliteit
- Recensie: On The Corner / Big Fun / Get Up With It
- Pete Cosey: de gitaarheld die niemand kent
- Betty Davis: flamboyante funkdiva
Davis was door zijn heroïneverslaving zo goed als afgeschreven. Hij wist dat hij het onderste uit de kan moest halen om het publiek weer voor zich te winnen. Waar Miles in het verleden door zijn drugsgebruik er met de pet naar gooide, had zijn spel een nieuwe intensiteit, passie en technische kwaliteit. Hij werkte hard aan zijn geluid en omringde zich met topmuzikanten als saxofonist Sonny Rollins, bassist Percy Heath en drummer Art Blakey. In 1954 nam Davis met wisselende bezettingen enkele sterke albums op voor Blue Note en Prestige, waaronder het meesterwerk Walkin’. Intussen bracht Capitol eindelijk Birth of the Cool uit, het historische cool jazz album dat Davis in 1949 en 1950 opnam met zijn nonet. Miles was op de terugweg naar de top en dat had het publiek in de gaten.
Newport
“Iedereen ging uit z’n dak. Ik kreeg een staande ovatie. Iedereen keek me aan alsof ik een koning was”, schreef Davis in 1989 in zijn autobiografie. “Alle muzikanten daar behandelden me als een god, en dat allemaal om een solo die me lang geleden zo veel moeite had gekost om onder de knie te krijgen.”
Miles speelt 'Round Midnight met zijn tweede grote kwintet in Berlijn in 1967
Het kwintet werd al snel een sensatie in de jazzscene. Jazzliefhebbers en hipsters dromden om Miles Davis en zijn nieuwe band te horen. In het publiek bevonden zich niemand minder dan Frank Sinatra, Tony Bennett, Ava Gardner, Elizabeth Taylor, Marlon Brando en James Dean.
Ongelofelijk
Het Miles Davis Kwintet keerde de jazz binnenstebuiten. Miles’ vloeiende, ronde toon (vaak met demper) was een breuk met de heersende conventies. De trompettist was sterk beïnvloed door de pianist Ahmad Jamal, wiens lichte en harmonieuze spel de tenen van de jazzpuristen deed krommen. Zij schreven de pianist af als een ordinaire cocktailbarpingelaar, maar Davis bewonderde echter Jamals raffinement, understatement, beheersing en gebruik van ruimte. Hij instrueerde zijn pianist Red Garland dan ook om in de stijl van Jamal te spelen.
Ook de ritmesectie van het kwintet viel op, die functioneerde als een strakke eenheid terwijl ze individueel en autonoom musiceerden. Bassist Paul Chambers ontplooide technieken in zijn spel die nooit eerder in de jazz waren toegepast, zoals het gebruik van de strijkstok. Drummer Philly Joe Jones zou met zijn ‘Philly lick’, een rimshot op de vierde tel, nog generaties na hem beïnvloeden.
De grootste ster van het firmament was John Coltrane. Hij was vrijwel onbekend, maar maakte razendsnel naam. Zijn introspectieve spel had geen precedent of referentiepunt. Coltranes geluid contrasteerde bovendien mooi met Miles’ coole toon, en stuwde Miles’ spel tot grote hoogten. Het was even wennen, maar Coltranes stijl sloeg in als een bom en het was duidelijk dat men hier te maken had met een grootheid.
Columbia
Davis wilde maar wat graag in zee met Columbia. Maar hij zat nog vast aan zijn contract met Prestige. Labelbaas Bob Weinstock wilde zijn paradepaard niet kwijt, en Avakian wilde de rijzende ster graag onder zijn vleugels nemen. Daar moest dus een fikse afkoopsom uitonderhandeld worden. Na maandenlang getouwtrek was de uitkomst dat Davis genoeg materiaal voor vier albums voor Prestige zou opnemen.
In oktober 1956 dook het kwintet voor het eerst de Columbia-studio in voor de opnames van ‘Round About Midnight. De titel is niet toevallig gekozen; waarschijnlijk wilden Davis en Columbia het momentum van Newport maximaal uitbuiten. Het ingetogen, gevoelige openingsnummer ‘Round Midnight, waarin Miles’ trompet lijkt te fluisteren, is ‘vintage’ Miles. Het album was een stap vooruit voor het kwintet wat betreft verfijning van hun composities. De band was door maandenlang optreden volledig op elkaar ingespeeld.
Flamboyant
“Ik kleedde me weer heel goed: pakken van Brooks Brothers en op maat gemaakte Italiaanse pakken”, schreef Miles in zijn autobiografie. “Ik herinner me dat ik er op een avond zo gelikt uit zag dat ik mezelf in de spiegel stond te bewonderen. Harold Lovett [Davis’ manager] was erbij. Ik moest die avond optreden en hij ging mee. Dus ik zei tegen hem: ‘Man, I’m cleaner than a motherfucker in this blue suit.’ Hij knikte en ik voelde me zo goed dat ik de deur uit ging zonder trompet. Met opgeheven hoofd liep ik de deur uit en Harold riep: ‘Hé Miles, denk je dat ze je clean in de Bohemia willen zien zonder trompet?’ Man, wat moest ik lachen.”
Davis ontwikkelde zich tot een keiharde onderhandelaar die hoge gages uit optredens sleepte en eisen durfde te stellen aan zijn klanten. Davis’ hautaine gedrag leidde ook tot irritaties. Vooral zijn gewoonte om met zijn rug naar het publiek te spelen of van het podium te lopen tijdens solo’s van zijn bandleden, viel niet in goede aarde. Miles wuifde de kritiek weg door te zeggen dat hij geen entertainer was maar een simpelweg een trompettist, en dat hij de aandacht van het publiek voor de solo’s van zijn bandleden niet wilde afleiden met zijn aanwezigheid.
Een onbedoelde factor in Miles’ image was zijn stem. De trompettist moest begin 1956 een gezwel aan zijn strottenhoofd operatief laten verwijderen. De artsen adviseerden Davis zijn stem enkele weken niet te verheffen, maar het noodlot wilde dat hij ruzie kreeg met iemand uit de muziekindustrie en hem uitkafferde. De rest van zijn leven had Miles zijn legendarische schorre stem.
Scheuren
Davis vervulde zijn verplichtingen aan Café Bohemia door Coltrane te vervangen door Sonny Rollins, die inmiddels uit de afkickkliniek was. In het najaar van 1956 ontbond hij het kwintet tijdelijk, ook omdat hij deel uitmaakte van een Europese tournee van prominente jazzmusici. Na zijn terugkeer in de VS aan het eind van het jaar herenigde Davis het kwintet. De oude problemen speelden echter al gauw weer op en in april 1957 ontsloeg Miles John Coltrane en Philly Joe Jones definitief. Sonny Rollins volgde Coltrane op. Philly werd vervangen door Art Taylor. Miles’ eerste grote kwintet was niet meer. De band werd een jaar later wel herenigd als sextet met saxofonist Julian ‘Cannonball’ Adderley erbij en nam het klassieke Milestones op. Maar Miles was, zoals altijd, alweer verder aan het kijken.
vrijdag 1 juli 2005
Wederopbouw Irak is een fata morgana
De gemiddelde inwoner van Bagdad merkt weinig van de wederopbouw. Stroomuitvallen van enkele uren achtereen zijn alledaags. In een stad waar het ’s zomers 50 graden Celcius kan worden en airco’s van levensbelang zijn, is dat een grote bron van ergernis. Om het nog zacht uit te drukken. Tel daar nog eens een allesbehalve optimaal functionerende waterleiding bij op. Een torenhoge werkloosheid en de onveiligheid trekken een wissel op de levenskwaliteit.
Achteruitgang
President Bush beloofde dat het nieuwe Irak een welvarend land met een hoge levensstandaard voor alle inwoners zou worden. Maar het gros van de Irakezen vindt dat ze er sinds de val van Saddam Hussein alleen maar op achteruit zijn gegaan. Die onvrede kan ook worden gestaafd met cijfers; volgens het VN-Wereldvoedselprogramma is 27 procent van alle kinderen onder de vijf jaar ondervoed. Negentig procent van de Iraakse steden heeft geen behoorlijke riolering. Een derde van de Irakezen heeft geen beschikking over schoon drinkwater.
Maar als we de officiële cijfers mogen geloven, wordt er aan de weg getimmerd om de Iraakse infrastructuur weer op te bouwen. Sinds 2003 heeft USAID (United States Agency for International Development) ruim vijf miljard dollar uitgegeven aan de wederopbouw van Irak. Wekelijks publiceert USAID een update van de wederopbouwactiviteiten, waarin trots kond wordt gedaan van de prestaties.
In onder meer Kirkuk en Bagdad worden elektriciteitscentrales gebouwd. Er wordt meer elektriciteit gegenereerd dan in de tijd van Saddam. In Karbala wordt een waterzuiveringsinstallatie aangelegd. De olieproductie zit met 2,17 miljoen vaten per dag bijna op vooroorlogs niveau (2,5 miljoen). De van oudsher gecentraliseerde economie wordt hervormd tot een marktmodel. Er wordt samengewerkt met gemeenschappen om hun behoeften te inventariseren. Ruim een half miljoen kinderen krijgen spullen voor school of andere lesprogramma’s. Duizenden politieagenten en militairen worden opgeleid. Gegoochel met cijfers Leenders berekende dat van de 18,4 miljard dollar die het Amerikaanse Congres vrijmaakte voor de wederopbouw, slechts 1,5 miljard is uitgegeven. Veertig procent daarvan is bovendien gespendeerd door buitenlandse organisaties aan beveiliging. Uiteindelijk is slechts 900 miljoen dollar daadwerkelijk aan wederopbouwprojecten besteed, schat Leenders. Corruptie De ICG publiceerde vorig jaar een uiterst kritisch rapport over de wederopbouw. De Coalition Provisional Authority (CPA), het voormalige Amerikaanse bestuur, maakte ‘schokkende fouten’. Het ontbrak aan planning, de behoeften van burgers werden genegeerd, gelden werden te traag geïnvesteerd, de focus lag te veel op lange-termijnprojecten in plaats van nijpende, urgente problemen die het dagelijkse leven bemoeilijkten.
Bij de cijfers van USAID kunnen echter vraagtekens geplaatst worden. “Het is een cijferspel”, zei Reinoud Leenders, Midden-Oostenanalist van de denktank International Crisis Group (ICG) en auteur van een kritisch rapport over de wederopbouw, in januari tegen de Arabische zender al-Jazeera.
De wederopbouw wordt tevens geplaagd door corruptie. Vorige maand constateerde Stuart Bowen, bijzonder inspecteur-generaal voor de wederopbouw van Irak, dat honderd miljoen dollar is verdwenen, waarschijnlijk in de zakken van corrupte functionarissen.
Geweld is obstakel Maar het excuus dat de onveiligheid de wederopbouw ondermijnt is slechts ten dele waar, vinden critici. “Er zijn veel delen van het land die relatief veilig zijn”, zegt Isam al-Khajafi, directeur van Iraq Revenue Watch, een divisie van het Open Society Institute, dat zich inzet voor democratisch en transparant bestuur. Bovendien hebben Irakezen het gevoel dat buitenlandse ondernemingen liever buitenlanders in dienst nemen. Officieel werken er tachtigduizend Irakezen aan wederopbouwprojecten; de beroepsbevolking telt 6,7 miljoen Irakezen. Maar naar schatting zijn er twintigduizend buitenlandse werknemers in Irak (IPS). Niettemin komt de onvrede onder de Irakezen de veiligheidssituatie niet ten goede, waarschuwt het Open Society Institute. De voortgang van de wederopbouw verloopt dus allerminst vlekkeloos. Maar welke dingen gaan eigenlijk wel goed? In veel gebieden wel succes De problemen concentreren zich volgens Kani vooral in de soennitische gebieden, met name in sommige wijken in Bagdad en steden als Mosul en Ramadi. De (media-)aandacht gaat te veel uit naar de aanslagen, vindt Kani. “Het gaat niet uitstekend, maar de aandacht voor de aanslagen overschaduwt de aandacht voor de andere ontwikkelingen. Er gebeurt veel meer in Irak. Er wordt weer muziek gemaakt, er worden weer boeken uitgegeven, er wordt weer gesport.” Irak-deskundige Pim van Harten is het echter grondig met Kani oneens. Op macro-economisch niveau verkeert de wederopbouw in een impasse, werpt hij tegen.
Een belangrijk obstakel voor de wederopbouw is het geweld. Opstandelingen gebruiken wederopbouwprojecten als doelwit voor aanslagen en sabotage. Werknemers – al dan niet buitenlands - zijn prooien van opstandelingen voor ontvoeringen en moorden. De VS moeten daardoor meer geld uitgeven aan bewaking (eind 2004 ging 22 procent van alle aanbestede contracten naar bodyguards). Of projecten worden algeheel afgeblazen.
Voor een groot deel wordt de woede en frustratie van Irakezen veroorzaakt door het gevoel dat ze worden uitgesloten van wederopbouwprojecten, menen critici. Weinig contracten werden toegekend aan Iraakse bedrijven. Het Open Society Institute rapporteerde in september 2004 dat slechts twee procent van de 1,5 miljard dollar aan contracten die werden betaald met olieopbrengsten, naar Iraakse bedrijven ging.
Mariwan Kani, journalist en Irakees, constateert dat in de meeste delen van Irak de wederopbouw redelijk goed verloopt. “In het Koerdische deel in Noord-Irak worden huizen, ziekenhuizen, scholen, universiteiten en hotels gebouwd. Dat verloopt goed”, zegt Kani tegen Planet.nl. “In Zuid-Irak verloopt het redelijk. Mensen hebben meer geld dan in de jaren negentig, jongeren kunnen weer plannen maken, bijvoorbeeld om te trouwen. De steden zijn schoner. Ik hoorde van een vriend dat ze Nasiriyah gingen schoonmaken. Een paar dagen later kwam hij daar, hij had het nog nooit zo schoon gezien.”
“Het geweld heeft de wederopbouw volledig van de agenda geblazen. Er ligt heel veel stil,” zegt Van Harten. “Het offensief in Fallujah [april 2004 – red.] begon omdat er een paar Amerikaanse contractors gelyncht werden. Dat kon toen nog, dat je een paar Amerikanen een stad in stuurt voor de wederopbouw. Dat kan nu echt niet meer.” Verder constateert Van Harten dat de door de Amerikanen ingezette liberalisering van de economie, waarbij staatsfabrieken werden afgestoten, hebben geleid tot een enorme werkloosheid. De CIA schat de werkloosheid op 25 à 30 procent, maar de Universiteit van Bagdad zelfs op 70 procent. Volgens Van Harten is geld geen probleem. “Geld is er genoeg, er moet alleen een manier gevonden worden om het te besteden.” Lokale successen “De succesverhalen zijn lokale verhalen, en die hebben een tijdelijk karakter”, vervolgt Van Harten. “De interim-regering werkt aan een nieuwe Iraakse grondwet, en ze zijn er nog niet uit of het een federale staat gaat worden.” Het is dus mogelijk dat de huidige autonomie van de provincies op termijn weer ingeperkt wordt.
Op lokaal niveau worden wel succesjes geboekt. “Wat betreft de aanleg van scholen en wegen zijn er veel lokale verschillen”, aldus Van Harten. “Dat komt doordat de verhoudingen tussen de provincies en Bagdad zijn veranderd. Vroeger werd alles centraal geregeld. Tegenwoordig kunnen provincies zelf onderhandelen. Toen de Amerikanen nog formeel de macht hadden konden gouverneurs met hen wel eens wat ritselen.”
Middenstanders maken een bloeiperiode door. “Kleine middenstanders doorstaan altijd alle oorlogen”, zegt Van Harten. “Je ziet nu een boom van kleine middenstanders. De consumentenmarkt groeit. Uit Koeweit worden koelkasten geïmporteerd, tv’s uit Dubai.”
Op de nationale economie heeft het echter weinig effect. “Grote bedrijven hebben behoefte aan stabiliteit.”
Het zal veel vergen om de neerwaartse spiraal om te buigen en de belofte van een welvarend, vreedzaam land waar te maken. Maar dat is ook niet verwonderlijk in een land dat decennia lang is uitgemergeld door oorlog, sancties en tirannie. En om Bush’ vraag te beantwoorden of het de opoffering waard is: de VS hebben geen keuze. Zonder de Amerikaanse militaire aanwezigheid is het einde helemaal zoek. Maar de VS hebben in beginsel de morele plicht Irak op te bouwen. Daartoe verplichtten de VS zich met de invasie. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell waarschuwde Bush al een half jaar voor de oorlog: “U wordt de trotse eigenaar van 25 miljoen mensen. U bezit al hun hoop, aspiraties en problemen. U bezit het allemaal.”
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
woensdag 15 juni 2005
Bossa nova: puur natuur
Ipanema, Rio de Janeiro, 22 december 2004. De zomer is begonnen, maar daar is niets van te merken. De regen stort uit de donkere hemel. Een kluitje surfers pakken als verzopen katten hun boeltje. Dit lijkt niet op het Ipanema dat wereldberoemd werd door de bossa nova-hit The Girl from Ipanema van Stan Getz, João en Astrud Gilberto en Antônio Carlos Jobim.
Lees ook:
In 1974 sloten twee Braziliaanse muzikale zwaargewichten de handen ineen voor het eenvoudig getitelde Elis & Tom. Het album bevat enkele bossa nova’s, maar is grotendeels emotioneel geladen en biedt een kijkje in de getroebleerde ziel van Elis Regina (één van de grootste zangeressen van Brazilië stierf een voortijdige dood door drank en drugs). Jobim doorspekt de muziek spaarzaam met orkestrale elementen, maar het geheel blijft kleinschalig. Een klassieker.







