donderdag 12 juni 2003

Waar zijn de massavernietigingswapens?

De acute dreiging van Saddam Husseins massavernietigingswapens was de aanleiding voor de oorlog in Irak. Bijna twee maanden na de oorlog zijn er echter nog steeds geen wapens gevonden. De bewijzen voor het bestaan ervan blijken nogal mager.

Voor de Amerikaanse president Bush lijkt het gevaar geweken. De Republikeinen in het Congres hebben een openbaar onderzoek naar de vraag of de gegeven informatie over de massavernietigingswapens is gemanipuleerd, tegengehouden en doorverwezen naar een inlichtingencommissie. Deze zal achter gesloten deuren de feiten bestuderen. Veel politieke gevolgen lijkt dat niet te krijgen.

De Britse premier Tony Blair is zijn politieke carrière echter minder zeker. De populariteit van de premier is al ruim een jaar laag omdat zijn pro-oorlogsstandpunt nauwelijks op sympathie onder de Britten kon rekenen. Zelfs zijn eigen Labour partij was grotendeels tegen een oorlog, en ook het kabinet was verdeeld. Enkele ministers zijn zelfs al opgestapt. Maar Blair is de laatste weken onder vuur komen te liggen omdat hij de belastende informatie over de wapens van Irak zou hebben aangedikt. Oud-minister Clare Short beschuldigde de premier zelfs van leugens.

Beschuldigingen gebaseerd op veronderstellingen, zonder hard bewijs
De beschuldiging dat Irak massavernietigingswapens had, was grotendeels gebaseerd op veronderstellingen, zonder hard bewijs. Als Saddam geen verboden wapens had, waarom zou hij dan accepteren dat zijn bewind meer onder vuur kwam te liggen, zo was de redenering. De VN-wapeninspecteurs vermoedden dat Irak voorraden antrax en GX had, maar konden dat niet bewijzen. Verder was de CIA op de hoogte van enkele financiële transacties van Saddam, uitbreidingen van vermeende wapenfabrieken en de aankoop van chemicaliën en apparatuur in het buitenland. Maar dat Irak daadwerkelijk aan chemische of biologische wapens werkte kon niet bewezen worden, en de CIA had geen betrouwbare spionnen in Irak.

Vervolgens werden Iraakse overlopers geraadpleegd. Ze wisten de VS te vertellen over ondergrondse bunkers en laboratoria, waarin grote voorraden chemische, biologische en nucleaire wapens lagen opgeslagen. Maar de CIA was sceptisch over het waarheidsgehalte van hun verklaringen. Overlopers die een toevluchtsoord zoeken overdrijven of verzinnen de feiten vaak, weet de inlichtingendienst uit ervaring.

Maar de haviken in de regering omarmden de overlopers. Veel van hen waren aanhangers van de Iraakse balling Ahmed Chalabi, leider van de oppositiegroep Iraaks Nationaal Congres (INC). Chalabi stond hoog in aanzien bij Richard Perle, topadviseur van minister van Defensie Donald Rumsfeld. De CIA wantrouwde Chalabi echter, en zag hem als een oplichter. Chalabi is in Jordanië veroordeeld voor bankfraude, wat hijzelf overigens ontkent.

De Hofkliek
Omdat de CIA geen bewijzen kon leveren richtte het ministerie van Defensie een eigen team van inlichtingenanalisten op onder de naam Office of Special Plans (door de leden gekscherend de 'Hofkliek' genoemd). Het team moest een verband tussen Saddam en al-Qaeda vinden, en in het bijzonder bewijs voor de rol van Saddam bij de aanslagen van 11 september 2001.

De Hofkliek ging aan de slag met een bericht dat Mohammed Atta, een van de kapers die het WTC invlogen, in april 2001 een Iraakse geheim agent zou hebben ontmoet in Praag. De FBI had er echter al op gewezen dat dit gerucht niet waar was, omdat Atta op dat moment reisde tussen Florida en Virginia Beach. De FBI beschikte over bonnetjes van Atta's huurauto en hotelkamers om dat te bewijzen.
Maar het ministerie van Defensie en vice-president Dick Cheney trokken zich daar niets van aan. In toespraken van Cheney, Bush en Rumsfeld bleef het veronderstelde doch onbewezen verband tussen Saddam en al-Qaeda opduiken.

Bewering aankoop Nigerees uranium gebaseerd op valse documenten
Een andere onbewezen bewering was dat Irak een kernwapenprogramma had en binnen een jaar een atoomwapen kon fabriceren. In januari 2002 zei president Bush in zijn State-of-the-Union toespraak dat Irak had geprobeerd uranium te kopen in Niger. Bush baseerde zich op Britse inlichtingendiensten.

Maar het Bureau of Intelligence and Research (INR) van het ministerie van Buitenlandse Zaken had al eerder verklaard dat de aankoop van vijfhonderd ton uraniumoxide uit Niger onwaarschijnlijk was. De documenten waarop Bush zich beriep waren vals. Deze waren door een Afrikaanse diplomaat doorgespeeld aan de Italianen. Op het briefpapier stond de naam van een Nigerese minister van Buitenlandse Zaken die die functie al tien jaar niet meer bekleedde. Een eenvoudige controle had de fraude aan het licht kunnen brengen.

Aluminium buisjes
Het zwaarste bewijs voor het vermeende Iraakse kernwapenprogramma was de aankoop van aluminium buisjes door Irak, die gebruikt kunnen worden voor de verrijking van uranium. Maar ook dit blijkt achteraf speculatie.

Kort voor de toespraak van Bush voor de Verenigde Naties in september 2002, waarin hij de Veiligheidsraad opriep steun te geven aan de resolutie die de oorlog moest goedkeuren, publiceerde de New York Times het verhaal over de buisjes. Dezelfde dag nog traden Cheney en nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice op in diverse actualiteitenprogramma's om het verhaal te bevestigen.

Maar in inlichtingenkringen werd getwijfeld of de buisjes inderdaad bestemd waren voor de productie van kernwapens. Het ministerie van Energie concludeerde dat de buisjes niet geschikt waren voor gebruik in een centrifuge, die voor de verrijking van uranium wordt gebruikt. Het INR constateerde dat de buisjes bestemd waren voor een raketlanceerinstallatie. Bovendien kocht Irak de buisjes niet in het geheim, de bestelling was op internet gezet. De conclusie dat er geen betrouwbaar bewijs was voor het vermeende kernwapenprogramma van Irak werd gerapporteerd aan minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell. De bevindingen kwamen terecht in een geheim inlichtingenrapport voor de regering, maar zaten niet in de openbare versie. De VN-wapeninspecteurs vonden intussen hard bewijs dat Irak de buisjes gebruikte voor de productie van kleine raketten.

Ook Powell twijfelde aan bewijzen
Powell plaatste zijn vraagtekens bij de bewijslast toen hij begin februari in de VN-Veiligheidsraad de bewijzen voor de massavernietigingswapens ging presenteren, en hij was op zijn hoede niet in de val te lopen van de haviken in de regering. De minister kreeg van de nationale veiligheidsstaf van het Witte Huis een script voor zijn toespraak, maar Powell vermoedde dat de haviken bewijzen hadden toegevoegd die hun standpunt ondersteunden, en tegenstrijdigheden hadden weggelaten.

Powell gaf zijn medewerkers opdracht alle feiten in het script na te trekken. Vervolgens sommeerde Powell CIA-directeur George Tenet naar New York te komen en achter hem plaats te nemen in de VN-Veiligheidsraad. Voorafgaand aan de presentatie namen Powell, Tenet, medewerkers, assistenten en ook Rice het bewijsmateriaal door, en gooiden het meeste weg. De vermeende banden van Saddam met al-Qaeda en het Niger-rapport werden geschrapt. Wel hield Powell vast aan de aluminium buisjes, en liet hij bandopnames horen van Iraakse functionarissen die iets leken te verbergen voor de VN-wapeninspecteurs. Wat ze verborgen was echter onduidelijk.

Intussen was het Centrale Commando (CENTCOM) van het Amerikaanse leger druk bezig met de oorlogsplanning. De CIA leverde verouderd materiaal, bestaande uit satellietfoto's van gebouwen die tijdens de Golfoorlog in 1991 gebombardeerd waren. De CIA kon niet zeggen wat er zich in de gebouwen bevond. Amerikaanse soldaten konden na de oorlog in Irak niets vinden in de gebouwen. Ook zijn de twintig Scud-raketten met biochemische lading die volgens de CIA in de westelijke woestijn opgesteld waren niet gevonden.

Inlichtingendienst waarschuwde Blair
De Britse premier Tony Blair werd in verlegenheid gebracht toen twee weken geleden uitlekte dat hij het Britse parlement verkeerd had voorgelicht tijdens zijn pleidooi voor deelname aan de oorlog. Blair zei dat Irak in staat was binnen 45 minuten Britse doelen te treffen. Deze bewering was voor het parlement doorslaggevend om goedkeuring te geven aan de aanval.

Maar naar nu blijkt was Blairs bewering gebaseerd op een onbetrouwbare bron, en hebben inlichtingendiensten de premier daarvoor ook gewaarschuwd. De inlichtingencommissie van het parlement heeft een onderzoek ingesteld. De inlichtingendiensten zouden Blair nu dreigen voor hem belastend materiaal openbaar te maken als ze de zwarte piet toegespeeld krijgen. Overigens klagen ook CIA-medewerkers dat ze door de Amerikaanse regering onder druk zijn gezet om met belastende bewijzen tegen Irak te komen.

Regering VS bagatelliseert
De zoektocht naar de massavernietigingswapens van Irak gaat onvermoeibaar voort. Intussen proberen vooral Amerikaanse politici de kwestie te bagatelliseren door te stellen dat de wapens niet zo'n belangrijke rol speelden in het besluit om de aanval op Irak in te zetten.

Aanvankelijk zei een Amerikaanse legerofficier dat de Irakezen de wapens zo goed hadden verstopt, dat ze deze zelf niet meer konden vinden. Twee weken geleden zorgde onderminister van Defensie Paul Wolfowitz voor rumoer toen hij in een interview zei dat de massavernietigingswapens slechts om 'bureaucratische' reden als aanleiding voor de oorlog werden opgegeven. Rumsfeld stelde op zijn beurt dat Irak de wapens waarschijnlijk kort voor de oorlog heeft vernietigd. Om de boel te sussen benadrukte Bush vorige week dat de inzet voor de oorlog het stichten van vrede was.

Het is voor president Bush en premier Blair zaak dat er zo snel mogelijk een 'smoking gun' wordt gevonden in Irak, anders staan hun politieke levens op het spel. Blairs premierschap hangt momenteel aan een zijden draad. Bush zit voorlopig even in de luwte nu er geen openbaar onderzoek komt, maar loopt wel de kans volgend jaar bij de verkiezingen afgestraft te worden als blijkt dat hij heeft gelogen. Maar bovenal zou het een geruststellende gedachte zijn als de oorlog tenminste om de juiste redenen is gevoerd.

Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.

donderdag 5 juni 2003

Vrede in het Midden-Oosten?

Het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen heeft de laatste weken een flinke stimulans gekregen met de Amerikaanse routekaart. Op de top met de Amerikaanse president Bush verklaarden de Israëlische en Palestijnse premiers Sharon en Abbas woensdag voor een Palestijnse staat te zijn. Betekent dit dat er nu toch vrede in het Midden-Oosten komt? Helaas stemt een blik op de huidige politieke situatie pessimistisch.

In april presenteerden de Verenigde Staten de zogeheten 'routekaart' voor de vrede. Het vredesplan moet gefaseerd uitmonden in de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat in 2005. De routekaart bestaat uit 3 fasen:

  • Fase 1 (tot mei 2003): einde aan het Palestijnse geweld. Hervorming van de Palestijnse Autoriteit. Terugtrekking van het Israëlische leger uit de bezette gebieden en stopzetting van de bouw van joodse nederzettingen in Palestijns gebied. Palestijnse verkiezingen.
  • Fase 2 (mei-december 2003): Oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat. Internationale conferentie en internationaal toezicht op de naleving van de routekaart.
  • Fase 3 (2004-2005): Tweede internationale conferentie. Permanent akkoord over de status van de Palestijnse staat en het einde van het conflict. Akkoord over grenzen, Jeruzalem, vluchtelingen en nederzettingen. Arabische landen moeten vrede sluiten met Israël.

    Een ambitieus plan, dat lijkt te slagen nu alle direct en indirect betrokken partijen hun steun voor het plan hebben uitgesproken. Maar er zijn veel factoren die roet in het eten kunnen gooien.

    Oprechte welwillendheid Sharon onduidelijk

    De Israëlische premier Ariel Sharon lijkt zich te hebben opgeworpen als vredesstichter, maar de als havik bekend staande politicus ging pas na Amerikaanse druk akkoord met het vredesplan. Sharon sprak al maanden over zijn bereidheid 'pijnlijke concessies' te doen om vrede te bereiken, maar over de concrete invulling daarvan was hij zowel vaag als inconsistent. Een voorbeeld is de voor Israël uiterst gevoelige kwestie van de joodse nederzettingen. Enige tijd geleden zei Sharon nog dat de sloop van nederzettingen nog lang niet aan de orde is, maar dinsdag werd bekend dat hij toch zeventien nederzettingen laat ontruimen. En dat zou hij al bij zijn aantreden, bijna drie jaar geleden, van plan zijn geweest.

    Bij Sharon is het dus afwachten of hij zijn woorden zal omzetten in daden. Afgelopen weekeinde kregen de Palestijnen weer toegang tot Israël, maar de Palestijnen klaagden dat er in de praktijk weinig veranderd was. Bovendien ontpopt Sharon zich nu als vredesduif, maar de vraag is of hij dat ook zal blijven als de ogen van de wereld zich van het Midden-Oosten afwenden.

    Mogelijke tegenwerking ultrarechtse partijen

    Daar komt nog bij dat Sharon leiding geeft aan een coalitie met ultrarechtse partijen. Het kabinet keurde de routekaart weliswaar goed, maar met een krappe meerderheid en slechts gedeeltelijk. Vooral de extreem-rechtse ministers en bewindslieden van Sharons eigen Likoed partij verzetten zich tegen het vredesplan.

    Zij kunnen nog dwars gaan liggen als Sharon besluiten wil nemen die in hun ogen onaanvaardbaar zijn. Dat kan leiden tot een regeringscrisis. Als de Likoed zijn steun aan zijn eigen premier intrekt, wordt Sharons positie wankel. Als de ultrarechtse partijen uit het kabinet stappen en Sharon met een minderheidscoalitie verder moet, kan hij het ook moeilijk krijgen om zijn maatregelen door de Knesset te loodsen. De stopzetting van de bouw van joodse nederzettingen en de ontruiming van de al bestaande nederzettingen, is een kwestie die vooral bij de ultrarechtse partijen gevoelig ligt.

    Een ander potentieel struikelblok voor Israël is de toekomstige status van Jeruzalem. Zowel Israël als de Palestijnen zien Jeruzalem als hun hoofdstad. Sharon heeft in het verleden aangegeven nooit een gedeeld Jeruzalem te zullen accepteren.

    Ook het recht van terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar Israël kan nog de nodige hoofdbrekens opleveren. Voor de Palestijnen staat of valt het vredesproces mede met het recht van terugkeer. Israël is op zijn beurt huiverig voor een massale instroom van Palestijnen.

    Hamas verwerpt routekaart

    Aan Palestijnse zijde is de kans op verstoring van het vredesproces zo mogelijk nog groter. Militante groepen als Hamas strijden tegen het bestaan van de staat Israël, en zullen waarschijnlijk geen genoegen nemen met het grondgebied dat ze krijgen. In hun ogen behoort ook het Israëlisch grondgebied aan hen toe. Hamas heeft de routekaart dan ook expliciet verworpen.

    De nieuwe Palestijnse premier Mahmoud Abbas (bij de Palestijnen beter bekend als Abu Mazen) zei vorige week erop te vertrouwen binnen twee tot drie weken een bestand te kunnen sluiten met Hamas en andere militante groepen. Een uiterst ambitieus voornemen. Het is twijfelachtig of de militante groepen het speerpunt van hun agenda nu overboord gooien, ook gezien het feit dat ze Sharon niet vertrouwen. Als Hamas besluit tot een nieuwe terreurcampagne, is het vredesproces snel terug bij af.

    Bovendien is de Palestijnse president Yasser Arafat voortdurend verweten dat hij onvoldoende optrad tegen de terreurgroepen. Het is onduidelijk of Arafat daarin opzettelijk nalatig was, of dat hij geen invloed op hen had. In het eerste geval is het logisch dat de Palestijnse Autoriteit met deze nieuwe kans op vrede wel actief een halt probeert toe te roepen aan de terreur. Maar dan dringt de vraag zich op wanneer Israël het optreden van de Palestijnse Autoriteit tegen de terroristen wel voldoende acht.

    Israëlische extremist vermoordde Rabin

    Tegelijk mogen de extremisten aan Israëlische zijde niet vergeten worden. In de jaren '90 werd in het vredesproces grote vooruitgang geboekt onder de Israëlische premier Yitzhak Rabin en minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres. De Palestijnen kregen een autonome staat. In 1995 werd Rabin vermoord door een extreemrechtse Israëliër. Het is dus mogelijk dat in ultraconservatieve Israëlische kringen naar de wapens wordt gegrepen als Sharon concessies te pijnlijk worden.

    Een terugblik op de vredespogingen uit het recente verleden geeft weinig hoop. Alle Amerikaanse presidenten van de laatste 25 jaar hebben het vergeefs geprobeerd. Israëlische leiders hebben het geprobeerd, maar moesten het met de dood bekopen. Het is dus weinig verwachten, maar hopen op het beste.

  • Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.

    donderdag 15 mei 2003

    Joan Armatrading luistert niet naar muziek


    In haar ruim dertigjarige carrière heeft de Britse singer-songwriter Joan Armatrading nooit achter trends aangehold. In haar werk is ze altijd zichzelf gebleven. Daar heeft Armatrading een simpele verklaring voor: "ik weet niet hoe je trends moet volgen". En ze luistert ook al niet naar muziek.

    Joan Armatrading werd op 9 december 1950 geboren op het Caribische eiland St. Kitts. In 1958 stak ze de Atlantische Oceaan over naar Groot-Brittannië. Daar ontmoette ze begin jaren '70 bij de musical Hair tekstschrijfster Pam Nestor. Uit de samenwerking vloeide in 1972 Armatradings debuutalbum Whatever's for Us voort. Daarmee is Armatrading een van de eerste zwarte vrouwen in Groot-Brittannië die folk maakt. Hoewel ze dat wel flink doorspekt met reggae en soul. Armatrading werkte met het neusje van de zalm samen, van leden van Fairport Convention tot Little Feat en Bruce Springsteens E-Street Band.

    1976 is het jaar van de doorbraak voor Armatrading met haar titelloze album. Love and Affection lanceert haar in de hitlijsten en levert haar een top 10 hit op. Het duurt echter nog vijf jaar voordat Armatrading ook in de Verenigde Staten een hit scoort (met Me Myself I in 1980). Een grote ster werd Armatrading in de VS echter niet, maar ze kreeg wel een trouwe fanschare. Ook in eigen land heeft Armatrading nooit over succes te klagen gehad. Niet voor niets omspant haar carrière inmiddels al ruim dertig jaar. En haar oeuvre is ook bijzonder consistent.

    "Dit is Joan"

    Het is moeilijk doorkomen aan de telefoon. De ene keer lijkt de lijn dood, soms komen er vreemde tonen uit de hoorn, dan wordt er een voicemail aangeschakeld. Na een paar pogingen neemt een vrouw met een schorre stem op. "Hallo?"

    Ik stel me voor en vertel dat ik bel voor het interview met Joan Armatrading. "Dit is Joan", zegt de vrouw aan de andere kant van de verbinding, die overigens erg kraakt en Armatrading is nog net verstaanbaar. De verbinding zou later in het gesprek ook nog verbroken worden. Maar het is wel een directe lijn naar Armatradings kleedkamer in de Liverpool Philharmonic Hall, waar ze zich voorbereidt op een optreden later die avond.

    Joan Armatrading BA Hons DLitt HonDMus MBE

    Tijd voor de eerste vraag. Joan Armatrading bracht eind maart haar achttiende album Lovers Speak uit, wederom een state-of-the-art sophisticated pop-folk plaat. Het was tevens haar eerste plaat in acht jaar. Maar Armatrading heeft in de tussentijd niet stilgezeten.

    "Hahahaha! Ik heb veel gedaan. Ik heb een universitaire graad gehaald [een Bachelor's Degree in kunst alsmede een eredoctoraat aan de universiteit van Birmingham voor haar gehele oeuvre, en ze mag zich nu Joan Armatrading BA Hons DLitt HonDMus MBE noemen - PS]. Ik heb nog getoerd na mijn vorige album [What's Inside uit 1995]. Ik haalde mijn graad terwijl ik toerde, dat is hard werken. Maar ik wilde het graag. Ik was ook bezig met schrijven."

    Tussen de bedrijven door zette Armatrading zich ook in voor Zuid-Afrika. Ze is een van de initiatiefnemers van UKUZA, een organisatie die zich inzet voor het welzijn van de zwarte bevolking in Zuid-Afrika, nu het land veel veranderingen doormaakt sinds de afschaffing van de apartheid. In die rol ontmoette Armatrading diverse keren Nelson Mandela, en schreef en zong een nummer voor hem tijdens het Tribute to Nelson Mandela concert in Londen in 2000. Mandela danste het hele nummer lang.

    "Ik weet niet hoe je trends moet volgen"

    In wanhopige pogingen met de tijd mee te gaan, hebben veel muzikanten belachelijke, geforceerde novelty platen gemaakt. Joan Armatrading is daarentegen altijd opvallend consistent gebleven, en heeft zich nooit door de waan van de dag laten leiden.

    "Ik kan het niet uitleggen, zo ben ik altijd geweest. Ik weet niet of dat goed of slecht is, maar dat is wat ik doe. Ik probeer de nummers te schrijven waarvan ik denk dat ik ze kan schrijven, en niet de nummers die trends volgen. Ik weet eigenlijk niet hoe je trends moet volgen. Als iemand rapt, of garagerock maakt... Het is niet goed als ik zou proberen dat soort muziek te maken, want zo zit ik niet in elkaar. Het is beter om dat over te laten aan de mensen die daar goed in zijn, want dat is natuurlijk voor hen. Wat voor mij natuurlijk is, is de muziek schrijven die ik schrijf. Het is beste om natuurlijk te blijven."

    "Ik luister niet naar muziek"

    Opvallend is dat voor een doorgewinterde, zelfs academisch onderscheiden muzikant, Joan Armatrading weinig naar muziek luistert. "Ik luister niet veel naar muziek eigenlijk. Natuurlijk ken ik wel wat muziek, maar ik luister nooit naar de radio, of koop platen."

    Verbazingwekkend dat een muzikant niet naar muziek luistert. "Hahahaha! Weet je, ik schrijf veel, ik toer. Als ik werk hoef ik niet ook nog eens andere muziek te horen", grapt ze. "Hahahaha!!!"

    Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl

    woensdag 14 mei 2003

    Fugees - Greatest Hits

    Het was te verwachten; een Fugees-reünie blijft maar uit, de solocarrières van de leden lijken te stagneren, dus dan brengt de platenmaatschappij maar een verzamelaar uit om de inkomstenstroom gaande te houden. Dat biedt gelijk voor het publiek een mooie kans om de Fugees in de juiste proporties te zien. Want als er één band is die zwaar overschat wordt, dan zijn het de Fugees wel.

    De Fugees debuteerden in 1994 met Blunted on Reality. Een zeer middelmatig album, dat bij uitkomen al meteen in de vergetelheid raakte. Terecht. Het was dan ook verbazingwekkend toen het tweede album The Score in 1996 werd ontvangen als de terugkeer van Jezus op aarde. Waarschijnlijk door een sluwe promotiecampagne van de platenmaatschappij tuinden de recensenten en vervolgens het publiek in de 'scam' dat de Fugees een uitzonderlijk getalenteerde band was. Een band die aan de haal ging met allerlei genres ("muzikale reis"). Eindelijk was er een hiphop-act die niet gemakzuchtig leunde op samples, maar zelf instrumenten bespeelde. En geen boze negers, ze zongen namelijk ook nog. Genoeg om hen tot genieën te bombarderen.

    In hun enthousiasme zag men over het hoofd dat de Fugees per saldo helemaal niet zo bijzonder waren. Een band uit elk ander genre was hier niet mee weggekomen. Tel maar eens op: ze zangkwaliteiten van Lauryn Hill zijn hooguit voldoende, maar ook lang niet altijd zuiver (zeker live niet). Wyclef is als rapper onderontwikkeld, als gitarist matig. Praz rapt hier en daar wat, maar zijn verdere rol is wat onduidelijk. De muziek is verder toch wat te simpel, bevat weinig rijkdom en is grotendeels zelfs saai, monotoon, spanningsloos.

    Ironisch genoeg zijn de Fugees op hun best als ze covers spelen. En dat doen ze verdacht veel, en verdacht gemakzuchtig. Ze geven de covers bar weinig eigen invulling. Vergelijk Killing Me Softly bijvoorbeeld maar eens met de versie van Roberta Flack (overigens ook een cover); weinig verschil. En hun veelzijdigheid is in werkelijkheid niet meer dan het knippen en plakken van genreconventies.

    Wat de Fugees groot heeft gemaakt, en wat ze slim weten uit te spelen, is dat ze een belofte inhouden (waar ze door alle loftuitingen waarschijnlijk zelf ook in geloven). Hun muziek heeft de schijn van een visie, een complexiteit, een illusie dat de band in de toekomst grote dingen gaat doen. Zo was het solodebuut van Hill (The Miseducation of...) vrij sterk, en kwam ze vorig jaar met een zwaarmoedig akoestisch live-album (MTV Unplugged No. 2.0), vol getergde songs en een heuse huilbui. Doe maar lekker serieus, volgt de rest van de wereld vanzelf. Daar heeft Wyclef ook een handje van; hij loopt op het podium dan wel te schreeuwen, te springen, de handstand te doen, karatetrappen uit te delen en in palen te klimmen. Maar hij neemt ook met een doodserieuze blik zijn gitaar ter hand en duikt in videoclips ook op terwijl hij met een ernstig gezicht zit te spelen. Voeg daar nog eens een vogelvlucht door muzikale genres aan toe, en men trapt erin, men vreet het. Terwijl die belofte maar niet wordt ingelost.

    Deze Greatest Hits (Sony Music) zou de wereld weer met beide benen op de grond moeten trekken. Het documenteert uitvoerig het beperkte kunnen van de Fugees. Behalve de verplichte hits Fu-Gee-La, Ready or Not en Killing Me Softly staan er ook diverse - overbodige - remixen op, alsmede live-materiaal. En live tonen de Fugees hun ware gezicht. Dan blijkt dat de zweem van muzikaliteit vooral het product is van eindeloos afmixen in de studio. Vooral schrijnend is Lauryn Hill. Die zingt zo vals, dat de vraag zich opdringt waarom ze ooit een microfoon in haar handen heeft gekregen. En dat is niet een eenmalige misser, die klacht is veelgehoord.

    Deze dubbelaar legt de pijnlijke waarheid eindelijk eens bloot. De Fugees waren geen nieuwe muzikale revolutie, geen nieuwe wonderkinderen, maar hooguit een eclectische novelty act. De enige reden waarom deze schijven gekocht mogen worden is om deze auditieve fraude eindelijk eens aan het licht te brengen. De Fugees zijn het onderpand van een lening die nooit wordt terugbetaald.


    Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.

    Tupac Shakur - 2Pac vs.

    Het is een bekend gegeven dat kunstenaars vaak pas na hun dood beroemd worden. Vincent van Gogh is een schoolvoorbeeld. Een eigentijdser voorbeeld is de in 1996 doodgeschoten rapper/acteur Tupac Shakur. Na zijn dood groeide 2Pac uit tot een heuse mythe, voor sommigen zelfs een profeet. Terecht?

    De mythe is sterk overdreven. Wat 2Pac de wereld heeft nagelaten is een handjevol prima films en verder generieke gangsta rap albums, en postuum uitgegeven vrachtwagenladingen met inferieur restmateriaal. 2Pac is technisch nooit een getalenteerde rapper geweest, zijn teksten waren achterhaald en zijn productie liet te wensen over. De hele legende om 2Pac heen is in de eerste plaats het product van een uitgekiende campagne van de commercie, wiens cretologie vervolgens werd nagepapegaaid door mensen die niet wisten waar ze het over hadden.

    Wat dan ook nuttig zou zijn geweest was een documentaire die de mythe om 2Pac heen enigszins zou ontkrachten, of hem in ieder geval in de juiste proporties zou plaatsen. Tupac vs. (Xenon/Zyx) doet dat niet. Maker Ken Peters versterkt de legende alleen maar, en geeft er ook nog een misplaatste intellectuele invulling aan.

    De hoes verraadt het al met de woorden "Icon. Philosopher. Martyr." Dat 2Pac een icoon is kan niet ontkend worden. Zijn gezicht staat op ontelbare vlaggen over de hele wereld, om maar een eenvoudig voorbeeld te noemen.

    Filosoof is al iets anders. We horen in een exclusief interview in de gevangenis (waarin hij midden jaren '90 een straf uit zat voor aanranding) 2Pac inderdaad wat bespiegelingen uitkramen, maar dat zijn voornamelijk de belegen samenzweringstheorieën dat donkere krachten (lees: de Amerikaanse regering) de zwarte gemeenschap willen uitroeien en dat daarom crack en aids zijn uitgevonden. Verder dweept hij met boeken die hij heeft gelezen. Al zijn ideeën heeft hij van anderen. En bovendien, als 2Pac zo intellectueel was, waarom stonden zijn platen dan vol met uitgekauwde gangsta rap teksten? In 2Pac vs. komt hij vooral naar voren als een lichtelijk megalomane narcist, die zichzelf continu in het midden van de belangstelling ziet. Hij is welbespraakt, zeker niet dom, maar dat maakt hem nog niet tot een intellectueel.

    Waarom 2Pac een martelaar was wordt onvoldoende beantwoord. De documentaire (en 2pac zelf) stelt dat hij de spreekbuis was van de woedende zwarte jeugd in Amerika, die gefrustreerd is over het racisme en het uitblijven van een toekomst. 2Pac kreeg veel kritiek van de media en politici omdat hij geweld zou verheerlijken. 1+1=2. Maar hoe je het ook wendt of keert, 2Pac werd gewoon het slachtoffer van enkele onzuivere figuren om hem heen.

    2Pac vs. schildert Shakur voortdurend af als een genie die op ingenieuze wijze een alter ego schiep dat de gehele zwarte jeugd in de binnensteden belichaamde. Dat kan wel zijn, maar daarmee wordt voorbij gegaan aan het feit dat 2Pac hierin niet de enige, en ergo: niet de eerste was. Toen 2Pac in opkomst was, was gangsta rap in 'the Black CNN' zin allang doodgebloed. Bovendien is wat 2Pac deed veel beter gedaan door rappers als Ice-T, Ice Cube of de Geto Boys. Sowieso trekt de documentaire 2Pac los van hiphop, alsof hij erboven staat. Hiphop is wel de spreekbuis van jong zwart Amerika (de eerder genoemde Black CNN functie), en hoewel 2Pac een van de bekendere exponenten van de subcultuur is, blijft hij een onderdeel daarvan.

    Daar komt bij dat 2Pac vs. Shakur nogal overdreven verafgoodt. Hij wordt in hetzelfde pantheon geplaatst als de zwarte leiders Martin Luther King en Malcolm X. En men gaat zelfs nog verder door hem een godenstatus toe te dichten: 2Pac was een Zwarte Jezus. Als bewijs voor deze godenstatus wordt aangevoerd dat 2Pac wereldwijd miljoenen platen verkocht. Dat zal best, maar zegt weinig. De meeste mensen kochten zijn cd's simpelweg omdat ze de muziek leuk vonden. Laten we wel wezen: 2Pac was gewoon een popster. Bovendien zou dat inhouden dat elke artiest met een wereldhit een halfgod is.

    De dubieuze kanten van 2Pac worden gebagatelliseerd tot een schijnbare tegenstrijdigheid van zijn persoonlijkheid. Hij zou vooral verkeerd begrepen zijn, omdat hij altijd is afgeschilderd als een duivel, terwijl dat slechts zijn alter ego was, een klein onderdeeltje van zijn gehele persoon. Dat kan wel zijn, maar zijn misdaden worden wel erg makkelijk terzijde geschoven. Zo zegt 2Pac in het interview in de gevangenis dat hij nooit iemand verkracht heeft, maar veroordeeld is omdat hij een vrouw op haar achterwerk sloeg. Niemand die hem een kritische vraag stelt. En het gevecht in 1992, waarbij een 6-jarig jongetje dodelijk getroffen werd door een kogel, wordt niet eens genoemd. Toegegeven, de aanklacht tegen Shakur werd ingetrokken, maar moet voor de feitelijke belans op z'n minst vermeld worden.

    2Pac vs. is vormgegeven in een snelle, opgewonden beeldtaal met korte, flitsende beelden, flarden tekst en pakkende soundbites over beats, die daardoor een sensationele lading krijgen. Het geheel is erg onrustig en vermoeiend. 2Pac vs. is beslist een intelligente documentaire over de vermoorde rapper, maar valt ten prooi aan idolatrie. Daarmee valt de documentaire tussen wal en schip. De overdreven bewierroking zal niet-fans weinig kunnen bekoren. De fans zullen teleurgesteld zijn over het gebrek aan muziek en worden afgeschrikt door het vele gepraat. Hoe dan ook is het vermoeiend om een dik uur naar een duizelingwekkende videoclip te kijken.

    donderdag 17 april 2003

    Hoe Bush rijk wordt van de oorlog

    De Amerikaanse president Bush verdient indirect een fortuin aan de oorlog in Irak, via de geheimzinnige investeringsmaatschappij Carlyle Group, die wapentuig levert aan het Amerikaanse leger. George Bush sr. is adviseur van deze invloedrijke groep met wereldwijde connecties, zelfs met Bin Laden.

    Het hoofdkantoor van de Carlyle Group bevindt zich middenin het centrum van de macht; aan de Pennsylvania Avenue in Washington, tussen het Witte Huis en het Capitool in. De Carlyle Group is geen bekende naam, en het bedrijf wil dat ook graag zo houden. Maar de invloed van de investeringsmaatschappij is groot.

    George Bush senior: topadviseur
    De Carlyle Group werd in 1987 opgericht en wordt bestuurd door voormalige hoofdrolspelers in de internationale politiek. Het bedrijf wordt dan ook wel 'the ex-presidents' club' genoemd. Oud-minister van Defensie (in het kabinet van president Ronald Reagan) en voormalig adjunct-directeur van de CIA Frank Carlucci is directeur, de voormalige Britse premier John Major is voorzitter van Carlyle Europe, oud-minister van Buitenlandse Zaken en Financiën James Baker (respectievelijk onder Reagan en Bush sr.) is een topadviseur, en oud-president George Bush senior is topadviseur.

    Ook Bush jr. werkte voor Carlyle
    Maar ook de huidige president Bush heeft directe banden met Carlyle gehad. In 1990 werd hij benoemd tot directielid van een van Carlyles eerste aankopen, de vliegtuigvoedsel producent Caterair. Het bedrijf werd met verlies weer verkocht, en in 1992 vertrok Bush om gouverneur van Texas te worden. In die functie benoemde Bush enkele leden van de commissie die de investeringen van een pensioenfonds voor leraren beheerde. Dezelfde commissie besloot later om honderd miljoen dollar van de belastingbetaler te investeren in de Carlyle Group.

    Eigenaar van producenten van oorlogstuig
    De vele bedrijven waarvan de Carlyle Group eigenaar is zijn producenten van onder meer van apparatuur, voertuigen en wapens voor het Amerikaanse leger. United Defense maakt bijvoorbeeld raketlanceersystemen die op de Amerikaanse fregatten in de Golf worden gebruikt, alsmede andere lanceersystemen en gevechtsvoertuigen. Het bedrijf is op zijn beurt eigenaar van Bofors, een Zweedse munitiefabrikant. Maar Carlyle bezit ook de Franse krant Le Figaro en het bedrijf dat de flessen van het limonademerk Dr Pepper bottelt. In Nederland heeft de Carlyle Group ook belangen; eind vorig jaar werd kabelbedrijf Casema aan de investeringsmaatschappij verkocht.

    Niettemin beweert de Carlyle Group dat slechts zeven procent van zijn fondsen geïnvesteerd is in defensiebedrijven, wat veel minder zou zijn dan andere investeringsmaatschappijen.

    Connecties met familie Bin Laden
    Carlyle heeft over de hele wereld connecties, waaronder enkele zeer opmerkelijke. Sinds 1995 investeert de familie Bin Laden in Carlyle. De familie houdt vol dat ze al lang geleden de banden met hun beruchte lid Osama hebben verbroken. Bush sr. zou de Bin Ladens twee keer hebben bezocht ten behoeve van Carlyle. Overigens zou de investering geannuleerd zijn en doet Carlyle geen zaken meer met de Bin Ladens.

    Sinds 11 september 2001 is de betekenis van Carlyle gegroeid. De IT Group kreeg in het najaar van 2001 diverse contracten van de Amerikaanse regering om met antrax besmette gebouwen schoon te maken, waaronder het Hart Senate Office Building, het kantoor van de Amerikaanse senator Tom Daschle. Carlyle bezit 25 procent van de IT Group.

    De oorlog in Afghanistan, en nu in Irak, waren voor de dochters van Carlyle een perfecte gelegenheid om hun oorlogstuig te leveren aan het Amerikaanse leger. Indirect komt dit ten goede aan de portemonnee van de werknemers van Carlyle, waaronder dus de vader van de huidige Amerikaanse president Bush. De oud-president wordt betaald met aandelen in de Carlyle Group, en verdient derhalve aan bijvoorbeeld de Irak-oorlog. Als zoon ligt het voor de hand dat de huidige president Bush erfgenaam is.

    'Gerecyclede samenzweringstheorieën'
    De Carlyle Group vindt het verhaal, uitvoerig omschreven in het boek The Iron Triangle - Inside the Secret World of the Carlyle Group van de gerenommeerde Amerikaanse journalist Dan Briody (dat deze maand verschijnt), echter niet meer dan een paranoïde samenzweringstheorie. "Pel de lagen van feitelijke fouten en zelfgenoegzaamheid weg en alles dat je overhoudt zijn insinuaties zonder grond", zegt woordvoerder Chris Ullman. "Dit boek is een verzameling gerecyclede samenzweringstheorieën gemaskeerd als onderzoeksjournalistiek."

    Invloed op regeringsbeleid
    Het is weliswaar moeilijk om de vinger te leggen op de mate waarin Carlyle invloed uitoefent op het beleid van de Amerikaanse regering, maar de nauwe band tussen medewerkers van Carlyle en leden van de regering is een feit.

    Carlyle zelf ontkent voor de regering te lobbyen om belangenverstrengeling te voorkomen, maar de vraag is welke pet Baker en Major dragen als ze in Londen in Bush' voordeel een toespraak geven over de vermadelijde presidentsverkiezingen van 2000. Of als minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell een toespraak geeft op een banket van Carlyle.

    Het is bekend dat verkiezingscampagnes in de Verenigde Staten gefinancierd worden door het bedrijfsleven. George Bush junior staat bekend als de 'pro-business president'. Het is een dubieus gegeven, maar het wordt extra wrang als presidenten rijk worden van een oorlog die ze zelf voeren.

    Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.

    woensdag 13 november 2002

    Tom Jones - Mr. Jones

    Er was eens een knappe wetenschapper, die op een afgelegen onbewoond eiland fossielen van dinosaurussen vond. Met behulp van geavanceerde DNA-techniek kon hij de oerwezens weer tot leven wekken. Zo krijgen de carrières van Cher en Tom Jones om de zoveel tijd weer een nieuwe opleving. Het is fantastisch, maar eigenlijk alleen voor de (bankrekeningen van de) betrokkenen. Voor de rest van de wereld is deze zielige vertoning vooral een bron van ergernis, medelijden of leedvermaak.
    In het geval van Tom Jones vonden zijn managers dat het weer de hoogste tijd was voor de zoveelste verjongingskuur. En zo werd de voormalige bouwvakker weer eens met elektroschokken gereanimeerd en in een studio gedropt met een jonge producer die momenteel hot is: Wyclef Jean.
    De chemie tussen deze twee genieën was ongekend. Tom Jones was er zo lyrisch over dat hij spontaan in hiphop-slang begon te praten. Schijnbaar was de magie van hun werkrelatie zo fenomenaal dat deze niet op een geluidsdrager te vatten was; Mr. Jones is namelijk een wanproduct van de bovenste plank.
    Wyclef weet weer eens zijn toebedeelde status van meesterproducer geheel niet waar te maken, en levert Jones een basis van goedkope, weke elektronische beats met kitscherige synthaccenten. De demo van een driestuiver Casio-keyboard levert beter werk af.
    Intussen is het evident dat Jones verdwaald, ja zelfs gedesoriënteerd is. Hij weet nog net het ritme bij te houden, maar zingt houterig en vlak. Jones probeert er maar het beste van te maken, en omdat hij zich in het gezelschap van Afro-Amerikanen bevindt, gooit hij er maar wat Ebonics doorheen.
    Mr. Jones bereikt een hilarisch dieptepunt op de cover van Leadbelly's klassieker Black Betty. Jones zingt als een speelgoedrobot waarvan de batterijen op beginnen te raken. De luisteraar weet niet meer of hij moet lachen of huilen.
    Mr. Jones is een volstrekt overbodig product van een wanhopige artiest, die niet meer weet waar hij mee bezig is. Deze man moet tegen zichzelf in bescherming genomen worden.

    Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.