zaterdag 12 november 2005
Rappers waarschuwden voor rellen
Veel Franse rappers voelen zich door hun platencontract uitverkoren, en zien hun muziek als een platform om het op te nemen voor hun monddode achterban. De teksten van populaire groepen als Suprême NTM, 113, MC Solaar, IAM en Fonky Family staan vol verwijzingen naar politiegeweld, drugs, werkloosheid, sociale ongelijkheid en racisme.
Luidspreker
In 1990 waarschuwde NTM al dat de kansarme jeugd in de banlieues, de verpauperde voorsteden, op een dag in revolte zou komen. “Ik ben geen leider, ik ben slechts een luidspreker, van een opstandige generatie, klaar om alles op z’n kop te zetten”, rapt de groep op Le monde de demain (De wereld van morgen). “Mensen keren cruciale problemen de rug toe, naar de sociale problemen die de kinderen verstikken.” NTM (dat staat voor Nique Ta Mère, ofwel neuk je moeder) nam ook het controversiële Nique la police op, alsmede het vreedzame Pose ton gun (leg je wapen neer).
“In hoge gebouwen, onbegrip, groepen van zogenaamd slecht opgevoede kinderen, frictie, spanning, burgerwachten, onzinnige angsten, stomme roddels en mythen”, rapte de uit Marseille afkomstige groep IAM op Demain est loin (Morgen is ver weg) uit 1999. Stadsgenoten Fonky Family riepen op Cherche pas à comprendre (Probeer het niet te begrijpen) in 1999 openlijk op tot een opstand.
Geen opruiing
Dat kan uitgelegd worden al opruiing, maar rappers zijn slechts een spreekbuis van de achtergestelde allochtone jeugd, stelt journalist en schrijver Olivier Cachin, die veel publiceert over Franse hiphop. “Rappers leveren commentaar, soms ook ideeën, of vertalen woede of een gevoel van onrecht”, zei Cachin tegen het Franse persbureau AFP. “Veel mensen denken dat rappers de nieuwe politici zijn, maar dat is niet hun functie.”
Niettemin riep een van de populairste rappers in Frankrijk, Disiz La Peste, deze week op tot een einde aan het geweld. “We berokkenen schade aan ons zelf, want het vindt plaats in onze eigen wijken.”
De gebeurtenissen van de afgelopen weken doen sterk denken aan de film La Haine (De haat) uit 1995, over 3 vrienden – een jood, een Afrikaan en een Arabier – uit een Parijse banlieue. Mathieu Kassovitz’ film handelt over hoe het dagelijkse leven in de deprimerende flatwijken de jongeren naar de kop stijgt, met als katalysator een Arabische vriend die in een politiecel sterft. De gewelddadige ontknoping is de hele film onvermijdelijk: “Ken je dat verhaal van die man die van een wolkenkrabber valt? Tijdens zijn val zegt hij bij iedere verdieping: tot dusver gaat alles goed, tot dusver gaat alles goed, tot dusver gaat alles goed. Het gaat er niet om hoe je valt. Het gaat erom hoe je landt”, peinst een van de hoofdpersonen.
La Haine, doorspekt met een flinke dosis hiphop, geeft zo’n realistisch inzicht in het leven in een banlieue, dat het Franse kabinet destijds een speciale voorstelling hield. Wellicht schallen dezer dagen de 'boom bap beats' door de gangen van het Elysée.
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
dinsdag 1 november 2005
‘Het is wij tegen de staat’
Gaat de politie in de immigrantenwijken regelmatig haar boekje te buiten en komt corruptie veel voor?
“Mensen hebben het niet voor niets cynisch over arrestanten die ‘uitglijden’ in politiecellen. Ik was laatst op een etentje en toen grapte iemand dat de vloer zo glad is in de politiebureaus. Of de politie mensen mishandelt en wat er op de politiebureaus gebeurt, is moeilijk te bewijzen. Je hoort wel dergelijke geluiden.Het is ook bekend dat de politie niet iedereen gelijk behandelt, dat jongeren met een Arabisch uiterlijk sneller worden aangehouden. Vrienden van mij die ook in een ‘banlieue’ wonen en van Marokkaanse afkomst zijn overkomt het regelmatig. Als je drie keer op een dag door de politie wordt gestopt en om je papieren wordt gevraagd, gaat dat irriteren.
Frankrijk kampt met een groot probleem, namelijk de gettovorming in de voorsteden. Er wordt veel gediscrimineerd, mensen met een Arabische naam vinden moeilijk een woning en een baan. Met als gevolg dat je in troosteloze wijken een concentratie van mensen zonder werk krijgt, getto’s dus. Dat leidt tot veel frustratie bij jongeren.
Ik heb vrienden van Arabische komaf die in het theater werken en bijbaantjes zoeken, zij merken dat ze bij sollicitaties worden afgewezen alleen al op basis van hun naam en adres. Terwijl Fransen wel werk vinden.
De politie is natuurlijk fel in dat soort wijken, dus de jongeren keren zich nu tegen alles dat een uniform draagt. Daar heerst nu het sentiment van ‘wij tegen de staat’.”
Wat doet de Franse regering om de situatie in de achterstandswijken te verbeteren?
“In 2007 zijn er presidentsverkiezingen, en je ziet dat de minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy – die verantwoordelijk is voor de politie en openbare orde – de ontwikkelingen gebruikt om campagne te voeren. Sarkozy beloofde ‘tolérance zéro’ tegen de criminaliteit in de wijken. Dat lijkt effectbejag. Zelfs in de regering wordt dat zo ervaren. De minister van Integratie Azouz Begag, zelf van Algerijnse origine, heeft gezegd dat zulke ferme taal niet werkt en wil zelf in de wijken gaan kijken. Hij bepleit geen harde woorden, maar juist voor toenadering tot de jongeren, bijvoorbeeld via wijkagenten.”
Ziet u Sarkozy’s uitlatingen als een provocatie?
“Voor de mensen in de wijk is het een provocatie. In de pers wordt het meer gezien als een verkiezingscampagne.”
Verwacht u dat de rellen zich uitbreiden naar andere voorsteden?
“Het heeft zich al uitgebreid. De eerste nacht kregen de jongeren in Clichy-sous-Bois al hulp van bendes uit nabij gelegen wijken. De afgelopen nacht was er ook in andere voorsteden onrust. De rellen zijn voor iedereen te zien op televisie, dus ook jongeren in andere achterstandswijken zien dat. Het is moeilijk te voorspellen hoe de situatie zich in de komende weken ontwikkelt, maar het is niet ondenkbaar dat het nog een paar weken onrustig blijft.”
Denkt u dat de Franse regering en samenleving is wakkergeschud en dat er nu echt iets gaat veranderen?
“Het onderwerp komt alsmaar terug, het is er niet opeens. Dat weet iedereen ook. In de presidentsverkiezingen van 2002 was het ook een belangrijk onderwerp in de campagnes. Maar achteraf vroegen de media zich af of ze het onderwerp niet te veel hadden uitvergroot en aandacht hadden gegeven. Bij de komende presidentsverkiezingen zal het ook wel weer spelen, maar die zijn pas over anderhalf jaar, dus dat is nog ver weg. Of de regering nu maatregelen gaat nemen, weet ik niet. Het zal wel moeten als het de komende weken onrustig blijft.”
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
‘Het is wij tegen de staat’
Gaat de politie in de immigrantenwijken regelmatig haar boekje te buiten en komt corruptie veel voor? Het is ook bekend dat de politie niet iedereen gelijk behandelt, dat jongeren met een Arabisch uiterlijk sneller worden aangehouden. Vrienden van mij die ook in een ‘banlieue’ wonen en van Marokkaanse afkomst zijn overkomt het regelmatig. Als je drie keer op een dag door de politie wordt gestopt en om je papieren wordt gevraagd, gaat dat irriteren. Frankrijk kampt met een groot probleem, namelijk de gettovorming in de voorsteden. Er wordt veel gediscrimineerd, mensen met een Arabische naam vinden moeilijk een woning en een baan. Met als gevolg dat je in troosteloze wijken een concentratie van mensen zonder werk krijgt, getto’s dus. Dat leidt tot veel frustratie bij jongeren. Ik heb vrienden van Arabische komaf die in het theater werken en bijbaantjes zoeken, zij merken dat ze bij sollicitaties worden afgewezen alleen al op basis van hun naam en adres. Terwijl Fransen wel werk vinden. De politie is natuurlijk fel in dat soort wijken, dus de jongeren keren zich nu tegen alles dat een uniform draagt. Daar heerst nu het sentiment van ‘wij tegen de staat’.”
“Mensen hebben het niet voor niets cynisch over arrestanten die ‘uitglijden’ in politiecellen. Ik was laatst op een etentje en toen grapte iemand dat de vloer zo glad is in de politiebureaus. Of de politie mensen mishandelt en wat er op de politiebureaus gebeurt, is moeilijk te bewijzen. Je hoort wel dergelijke geluiden.
Wat doet de Franse regering om de situatie in de achterstandswijken te verbeteren?
“In 2007 zijn er presidentsverkiezingen, en je ziet dat de minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy – die verantwoordelijk is voor de politie en openbare orde – de ontwikkelingen gebruikt om campagne te voeren. Sarkozy beloofde ‘tolérance zéro’ tegen de criminaliteit in de wijken. Dat lijkt effectbejag. Zelfs in de regering wordt dat zo ervaren. De minister van Integratie Azouz Begag, zelf van Algerijnse origine, heeft gezegd dat zulke ferme taal niet werkt en wil zelf in de wijken gaan kijken. Hij bepleit geen harde woorden, maar juist voor toenadering tot de jongeren, bijvoorbeeld via wijkagenten.”
Ziet u Sarkozy’s uitlatingen als een provocatie?
“Voor de mensen in de wijk is het een provocatie. In de pers wordt het meer gezien als een verkiezingscampagne.”
Verwacht u dat de rellen zich uitbreiden naar andere voorsteden?
“Het heeft zich al uitgebreid. De eerste nacht kregen de jongeren in Clichy-sous-Bois al hulp van bendes uit nabij gelegen wijken. De afgelopen nacht was er ook in andere voorsteden onrust. De rellen zijn voor iedereen te zien op televisie, dus ook jongeren in andere achterstandswijken zien dat. Het is moeilijk te voorspellen hoe de situatie zich in de komende weken ontwikkelt, maar het is niet ondenkbaar dat het nog een paar weken onrustig blijft.”
Denkt u dat de Franse regering en samenleving is wakkergeschud en dat er nu echt iets gaat veranderen?
“Het onderwerp komt alsmaar terug, het is er niet opeens. Dat weet iedereen ook. In de presidentsverkiezingen van 2002 was het ook een belangrijk onderwerp in de campagnes. Maar achteraf vroegen de media zich af of ze het onderwerp niet te veel hadden uitvergroot en aandacht hadden gegeven. Bij de komende presidentsverkiezingen zal het ook wel weer spelen, maar die zijn pas over anderhalf jaar, dus dat is nog ver weg. Of de regering nu maatregelen gaat nemen, weet ik niet. Het zal wel moeten als het de komende weken onrustig blijft.”
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
zaterdag 15 oktober 2005
Public Enemy: Too Black, Too Strong
dinsdag 4 oktober 2005
Iran wil werelddominantie
Iran als kernmacht is de nachtmerrie van het Westen.
Het moslimfundamentalistische land is al ruim een kwart eeuw de aartsvijand van de Verenigde Staten, en werd door president Bush gerekend tot de ‘as van het kwaad’. De vrees is dat in het zwartste doemscenario, Iran met een kernbom de wereld kan gijzelen, of dat de atoomtechnologie in handen komt van terroristen.
Geheimzinnig
Iran probeert de internationale gemeenschap gerust te stellen door te zeggen dat het atoomprogramma voor uitsluitend vreedzame doeleinden bestemd is, namelijk de opwekking van energie. Echter, voor een land met een zuiver geweten is Iran erg terughoudend wat betreft transparantie van zijn nucleaire activiteiten. De samenwerking met het Internationale Atoomenergieagentschap (IAEA) is schoorvoetend en wisselvallig; inspecteurs mochten reactors bezoeken, maar delen van de administratie waren ‘zoek’. Sommige documenten mochten wel door de inspecteurs wel ingezien maar niet meegenomen worden. Uit de informatie die Iran wel vrijgaf, bleek hoeveel het land had achtergehouden.
Geen hard bewijs
Maar hard bewijs dat Iran inderdaad aan kernwapens werkt, is er niet. Amerikaanse regeringsexperts moesten in augustus toegeven dat de uraniumsporen die twee jaar geleden in een Iraanse reactor gevonden werden, afkomstig waren van besmette Pakistaanse apparatuur en geen bewijs waren voor een clandestien kernwapenprogramma.
De kwestie is echter veel groter dan kernwapens. Irans overkoepelende ambitie is om de regio te domineren en te vormen naar zijn eigen inzicht. Dat streven botst direct met de VS, die ook het Midden-Oosten willen hervormen naar hun eigen smaak.
Meerdere supermachten
Iran schuift zijn aspiraties niet onder stoelen of banken. Generaal Yahya Safavi, opperbevelhebber van de Revolutionaire Garde, verklaarde deze zomer in een toespraak voor hoge marineofficieren dat de missie van Teheran was om ‘een multipolaire wereld’ te scheppen waarin ‘Iran een leidende rol speelt’. Met andere woorden: als het aan Iran ligt zijn de VS niet langer de enige wereldmacht.
President Mahmoud Ahmadinejad deed daar een schepje bovenop. Het ultieme doel van het buitenlandbeleid van Iran is niets minder dan ‘een regering voor de hele wereld’ onder leiding van de Mahdi, het sjiitische equivalent van de christelijke Messias. De Mahdi verschijnt aan het einde der tijden en zal dan de ongelovigen vernietigen en een islamitisch rijk stichten waar moslims in vrede kunnen leven. Ahmadinejads doctrine komt neer op de export van een radicale islam. De VS vertonen hun laatste stuiptrekkingen, ze zijn een ‘ofuli’, de macht van de zonsondergang, terwijl Iran de ‘toluee’, de zonsopgang van de islamitische republiek, vormt. Overheersing van het Midden-Oosten is in de ogen van Ahmadinejad het ‘onbetwistbare recht van de Iraanse natie’.
Opgezwollen retoriek lijkt het, maar het is Ahmadinejad bittere ernst. En de tekenen zijn gunstig voor Iran. Van oudsher speelt Iran een leidende rol in de geschiedenis van de islam. Iran is één van slechts twee moslimlanden die nooit door Westerse mogendheden gekoloniseerd zijn (de andere is Turkije, maar dat land trekt in de ogen van de moslimwereld te veel naar het Westen toe). Het land heeft een centrale ligging in de ‘islamitische boog’ die zich van de Atlantische Oceaan tot de Grote Oceaan uitstrekt. Iran beschikt over veel olie die snel in waarde stijgt.
Groeiende invloed
Ironisch genoeg profiteert Iran van de door de VS geïnitieerde ‘war on terror’. In twee buurlanden zijn voor Iran vijandige regimes verwijderd; Saddam Hussein in Irak en de Taliban in Afghanistan. Iran speelt handig in op de ontstane machtsvacua. De invloed van Iran in Irak, waar tweederde van de bevolking ook sjiitisch is, is aanzienlijk. In het zuiden van Irak zitten sjiitische bondgenoten van Iran in stadsbesturen en veiligheidsdiensten. Het stikt er bovendien van door Iran getrainde en gefinancierde milities. Ook in het soennitische centrale deel van Irak en het Koerdische noorden laat Iran zich gelden, zij het minder opvallend. Na de terugtrekking van Syrië uit Libanon afgelopen voorjaar, is Iran de grootste buitenlandse invloed geworden in de vorm van Hezbollah.
Amerika kan niets doen
Voor de VS lijkt Iran niet bang te zijn. Tijdens de islamitische revolutie van 1979 sprak Ayatollah Khomeini al de beruchte woorden: “Amerika kan niets doen!” En het was waar. In november 1979 gijzelden studenten medewerkers van de Amerikaanse ambassade in Teheran en hielden hen bijna anderhalf jaar vast. De VS stonden machteloos. De boodschap van Iran was duidelijk.
Welvaart
Economische sancties knepen Iran af, maar tegenwoordig vaart het land wel door olieopbrengsten, die goed zijn voor 200 miljoen dollar per dag. Iran heeft nu een begrotingsoverschot van 25 miljard dollar. Hoe meer internationale onrust over het Iraanse atoomprogramma en een eventuele aanval, hoe groter de zorg over de wereldwijde olievoorziening, hoe hoger de olieprijs en de inkomsten van Iran. Door deze rijkdom kan Iran het zich veroorloven om zijn middelvinger op te steken naar Amerika en Europa.
Wel vreest Iran voor zijn nationale veiligheid als er een regionale wapenwedloop ontstaat. Turkije en Saudi-Arabië hebben te kennen gegeven ook het bezit van kernwapens na te streven als Iran een atoombom heeft. Die oorlogsdreiging heeft economische onzekerheid tot gevolg, waardoor miljarden dollars naar het buitenland wegvloeien.
Iran is onstuitbaar. Stopzetting van het atoomprogramma zal Iran er niet van weerhouden zijn invloed in de gedestabiliseerde regio verder uit te breiden. De IAEA kan de kwestie doorverwijzen naar de VN-Veiligheidsraad, maar Iran heeft al sancties doorstaan en die maken geen indruk meer. Bovendien heeft Iran met zijn oliebronnen een sterke troef in handen. President Ahmadinejad dreigde zaterdag nog met het dichtdraaien van de oliekraan. Voor een Amerikaanse aanval hoeft Iran niet te vrezen, de VS hebben hun handen al vol aan buurland Irak. De vrees is dat Iran met een kernbom de wereld kan gijzelen, maar in feite doet het land dat nu al.
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.
zaterdag 24 september 2005
Vroeger, toen hip-hop nog leuk was
12 November 1974 noemt Afrika Bambaataa als de officiële geboortedatum van hip-hop. Waar hij deze accuratesse op baseert is onduidelijk, maar het is wel in deze tijd dat DJ Kool Herc met zijn mobiele soundsystem spontane feesten hield in de parken in de New Yorkse achterbuurt South Bronx en hip-hop uitvond.
“Hip-hop was set out in the dark, they used to do it out in the park”, rapte MC Shan in The Bridge, een ode aan de subcultuur in 1987. Voor het gemak deed Shan aan geschiedvervalsing en gaf hij zijn wijk Queensbridge in de borough Queens de credit van het uitvinden van hip-hop. Het kwam hem op een fikse uitbrander van Bronxite KRS-One te staan (de legendarische beef tussen KRS’ Boogie Down Productions en Shans Juice Crew). In zijn antwoord South Bronx (1987) gaf KRS verder inzicht in hoe die eerste feesten zich voltrokken: “Power from the street light made the place dark.”
Het was in deze periode dat Jamel Shabazz door New York pendelde met zijn Canon AE-1 camera en de opkomende straatcultuur vereeuwigde. Deze zomer verscheen zijn tweede boek A Time Before Crack, waarin tientallen van zijn foto’s, gemaakt tussen 1975 en 1984, verzameld werden. We zien tieners gekleed in old skool Adidas-trainingspakken, Lee-spijkerbroeken, leren jassen met bontkraag, met aan hun voeten Puma-gympen met dikke, gekleurde veters en op hun hoofd een Kangol-zonnehoed. Ze kijken in de camera van achter hun gigantische Cazal-brillen en poseren met hun ghettoblasters. Veel bravoure, maar geen ‘thugs’.
Iets uit niets
Shabazz is niet de enige fotograaf die de jonge jaren van hip-hop vastlegde op de gevoelige plaat. Vorig jaar verscheen Hip-Hop Files - Photographs 1979-1984 van Martha Cooper. In 1985 verwierf Cooper al in beperkte kring, maar wel wereldwijd, faam met haar boek Subway Art en de documentaire Style Wars. Beide werken gelden als ijkpunten. Hier is het allemaal begonnen. De kanslozen uit de ‘Boogie Down Bronx’ creëren met niets, vanuit het niets, iets. Graffiti is slechts één van de creatieve uitingen die vrijkomen uit de armoede. Samen met breakdance, DJ-ing, en het rappen vormt graffiti uiteindelijk de basis voor een vorm van zelfexpressie die niets kost, uit alle hoeken en gaten inspiratie put en dit herschikt en omvormt tot een nieuw geheel: hip-hop.
Crack
Shabazz en Cooper tonen hip-hop in zijn jeugd, nog vol onschuld. Die onschuld is tevens de scherpe afbakening van A Time Before Crack. In 1985 overspoelde crack de zwarte getto’s van Amerika. De goedkope, synthetische cocaïne trof de toch al arme en schier leefbare binnensteden ‘harder dan een vuistslag van Mike Tyson’, schrijft kunstenaar/schrijver/fotograaf James “Koe” Rodriguez in het slotwoord van A Time Before Crack. De onbedorven kinderen op Shabazz’ foto’s transformeerden in meedogenloze criminelen en graatmagere, tandenloze straathoertjes die bevielen van verslaafde baby’s die ze vervolgens verkochten voor een nieuwe fix. Bijna van de ene op andere dag waren de tijden voorgoed veranderd. Jonge zwarten spraken elkaar niet meer aan met ‘brother’ maar met ‘nigga’. Hele wijken veranderden in platgebrande oorlogsgebieden, compleet met het geweld dat normaal is in de Gazastrook maar ongehoord voor het machtigste land ter wereld dat mensen op de maan zet. De verwoesting documenteerde Shabazz in zijn debuut Back in the Days (2001).
Gangsta rap
Niet toevallig verandert midden jaren tachtig ook het geluid van hip-hop. De zorgeloze discosound van de Sugarhill Gang moest plaatsmaken voor de snoeiharde mokerbeats van L.L. Cool J en de loeiende gitaarriffs van Run-DMC. Niet langer rapten de MC’s over hun unieke talent om elk feest te laten slagen. In de South Bronx rapte de toen nog dakloze KRS-One over crack en drugsdealers, vanuit Philadelphia verhaalde Schoolly D over zijn bende de Park Side Killers en cocaïne en in Los Angeles vertelde Ice-T over bendeoorlogen tussen de Bloods en Crips. Gangsta rap was geboren.
Liefdevol en rauw
A Time Before Crack en Hip Hop Files zijn terugblikken op een tijdsperiode die bepalend was voor de cultuur, maar kan net zo goed worden gezien als een steunbetuiging aan alle kansarme citykids waar ook ter wereld. Ook zonder Hummer en je bek vol bling bling kun je plezier maken en respect afdwingen: voor een ‘turtle’ heb je aan een kartonnen doos voldoende en een mooie piece maak je met ‘geleende’ spuitbussen. De foto’s van Shabazz en Cooper zijn liefdevol en rauw tegelijk. Liefdevol omdat het de jeugd laat zien zoals ze is. Puur en zonder bijbedoeling. Rauw omdat het straatjeugd is. Niet iedereen zal het waarderen wanneer hij niet naar buiten kan kijken doordat de metroramen door liefdevolle jeugd volgespoten zijn. De energie spat van alle foto’s af. New York City-stylee op zijn best. We zien foto’s van breakers op kartonnen dozen, schrijvers rennend over metrowagons en vrolijke gezichten op de befaamde blockparties.
De onbedorvenheid van hip-hop zoals die naar voren komt in het werk van Shabazz en Cooper, wekt nostalgische gevoelens op. Nu hip-hop is geannexeerd door MTV en winstbeluste platenmaatschappijen die de muziek uithollen met kant en klare formules van seks, geweld en bling, is het nuttig om te zien hoe rijk de hip-hop-cultuur in werkelijkheid is. Vergis je niet, hip-hop is meer dan alleen rap, voor jong zwart Amerika is het alles dat ze kennen en hebben, de dagelijkse realiteit, de lucht die ze inademen. Ooit begon hip-hop met kansarme jongeren die middels een do-it-yourself-attitude hun leven zin wilden geven en hun eigen plaats in deze verdorven wereld probeerden te verwerven. Of, om het aloude graffiti-credo te gebruiken: Make your mark on society, not in society!
Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl. Co-auteur: Mayko Bakker
vrijdag 9 september 2005
Seventies-seks met `Frank & Eva'
De jaren zeventig, veel mensen denken er met warme nostalgie aan terug. De jaren zeventig was het tijdperk van de seksuele revolutie. De jaren zeventig waren ook het tijdperk van Pim en Wim, ofwel de filmmakers Pim de la Parra en Wim Verstappen, die met Blue Movie en Frank en Eva een eigen kleine revolutie ontketenden.
Een schokgolf ging door Nederland toen in 1971 Blue Movie uitkwam. Hugo Metsers speelt zedendelinquent Michael, die na zijn gevangenisstraf in een flat in de Bijlmer komt te wonen. Terwijl hij achter tralies zat is de seksuele moraal in de samenleving ingrijpend veranderd. Iedereen doet het nu met iedereen. Michael gaat met iedere vrouw in het gebouw naar bed en uiteindelijk groeit het appartementencomplex uit tot één grote seksindustrie.
Blauwdruk Seks bracht geld in het laatje, dus Blue Movie kreeg een vervolg met VD, Frank en Eva en Alicia. In Frank en Eva is de hoofdrol opnieuw weggelegd voor Hugo Metsers. De welgeschapen Frank is niet in de wieg gelegd voor trouw en gaat met elke vrouw naar bed die hij kan krijgen. Verder wordt Frank elke avond dronken in het café van Lex Goudsmit en uit hij de leegte van zijn bestaan in nepzelfmoorden. Eva is inmiddels zwanger van Frank en wil vastigheid. Dat levert natuurlijk problemen op. Frank en Eva staat bol van de seks, die evenals in Blue Movie confronterend in beeld wordt gebracht. Zo naait Frank Eva 'helemaal kapot' tot ze 'niet meer kan lopen', vingert Frank een dame in het café en neukt hij Sylvia Kristel 'full frontal' onder de douche. Functioneel naakt is het allerminst, de onanie van Pim en Wim druipt ervan af. Overigens kwamen ze daar ook eerlijk voor uit, Verstappen verklaarde dat hij hield 'van de geur van seks op de set'. Vrije seks bestaat niet Frank en Eva heeft niet de onbekommerde lach-of-ik-schiet-lol van de Tiroler sekskluchten. De ondertoon is zwaar en de film handelt over de morbide schaduwzijde die seks kan hebben. Niettemin doet Frank en Eva terugverlangen naar de jaren zeventig, een periode lang vóór de normen en waarden-discussie van premier Balkenende, toen dit soort films nog gemaakt konden worden. Lang leve het Sodom en Gomorra! Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl
Door de expliciet in beeld gebrachte seks (zelfs met de blik van tegenwoordig gaat het nog ver) werd Blue Movie in een mum van tijd beroemd en berucht. De film trok zo'n 2,5 miljoen bezoekers en staat daarmee nog steeds in de top 3 van de succesvolste Nederlandse films. De filmkeuring werd om zeep geholpen. Retrospectief bezien is Blue Movie wellicht de blauwdruk voor de Nederlandse film, die door de jaren heen een reputatie verwierf door zijn hoge seksgehalte. Zeker is dat de eigenzinnige en uitgesproken Pim en Wim in de jaren zeventig de voorhoede van de Nederlandse cinema vormden.
Maar zowel Blue Movie als Frank en Eva zijn meer dan een reeks seksscènes waar een verhaaltje omheen is verzonnen. Pim en Wim onderkennen het plezier van vrije seks en brengen er zelfs een ode aan, maar ze maken duidelijk dat het plezier slechts oppervlakkig is. Het rondneuken heeft uiteindelijk voor alle betrokkenen desastreuze gevolgen. Vrije seks bestaat niet omdat seks niet vrijblijvend is. Als het op liefde, menselijk contact en verantwoordelijkheid aankomt, falen Hugo Metsers' personages in zowel Blue Movie als Frank en Eva: als Michael de vrouw van zijn dromen (Carrie Tefsen) heeft is hij impotent en Frank kan zich niet binden aan Eva maar hij kan ook niet zonder haar. En verwijst de naam van het bedrijf VD uit de gelijknamige film niet naar 'venereal disease', het Engelse woord voor geslachtsziekte?
