maandag 28 september 2009
O.P. R.I.P.
Zestien jaar was ik en ik leefde voor hiphop. En ik wilde (pop)journalist worden. Ik schreef voor het jongerenblad Catch toen ik in november 1993 de Osdorp Posse mocht gaan interviewen. Vlijmscherp was net uit.
Al weken van tevoren was ik zenuwachtig. Op de bewuste vrijdagavond dat ik met IJsblok had afgesproken brachten mijn ouders me. Naar Osdorp. Het Braillehof. Bij IJsblok thuis. Mijn ouders zetten me voor de deur af van het naargeestige flatgebouw uit de jaren '50, type probleemwijk. Het is inmiddels gesloopt. Het was donker en waterkoud. Koudwatervrees.
IJsblok deed open. Ik stapte de hal in. “De rapper is er ook”, zei IJsblok en wees naar de keuken waar Def P – toen nog met lang haar in een paardenstaart – stond af te drogen terwijl zijn tante – IJsbloks moeder - de afwas deed. IJsblok - niet gewoon moordenaar, maar moordenaarder - woonde nog bij zijn ouders. Dat er ouders waren stelde me gerust. Want klasgenoten hadden me gewaarschuwd dat de Osdorp Posse me misschien wel op m’n bek zouden timmeren als ik een kritische vraag stelde.
We gingen naar het kleine slaapkamertje van IJsblok. Def P ging op het bed zitten, IJsblok op een bureaustoel op wielen. Het interview begon. Een taperecorder had ik nog niet, dus ik moest alles neerkalken en pende als een bezetene.
Terwijl ik hun citaten opschreef, kletsten Def P en IJsblok met elkaar. Def P had Henry: Portrait of a Serial Killer op video. Ze lachten om het kleine slaapkamertje van IJsblok. Hij demonstreerde dat hij al zijn kleren in een klein kastje bewaarde, een soort kluisje dat aan de muur hing. Aan de binnenkant van het deurtje was met plakbandjes een vergeeld A4-tje opgehangen met een piece van Grandmaster Flash. Een vroege creatie van Def P.
Na het interview - mijn moeder had inmiddels vanuit een naburig café gebeld of we al klaar waren (lees: of alles in orde was) - wandelden we de huiskamer in. IJsbloks ouders zaten er, zijn zusje en nog een familielid, waarschijnlijk een oom. Vader, een ambtenaarstype van middelbare leeftijd met een bril, ringbaardje en grijze spencer, schonk een jenever in. IJsbloks zusje, een bakvis van een jaar of veertien, maakte een opmerking over mijn provinciale accent en geslis. “Wat praat je raar, je kan wel horen dat je niet uit Amsterdam komt.”
Def P vouwde een papier in kleine vakjes en scheurde die langs de vouwen af. Vanavond trok de familie lootjes voor Sinterklaas. Viert de Osdorp Posse Sinterklaas? vroeg ik aan Def P. “Ja natuurlijk, het is een Oerhollands feest”, antwoordde de rapper. “Kerst kan van mij de tering krijgen.”
De moraal van dit verhaal? Rappers zijn ook gewone mensen.
donderdag 17 september 2009
Bijna de echte Joni Mitchell
Je moet van goeden huize komen om Joni Mitchell te coveren. Charlie Dée slaagt summa cum laude.
Precies op de maat van Coyote begint het rookalarm te fluiten in het mottige theaterzaaltje boven op het Groothandelsgebouw in Rotterdam. Dat is balen als je als artiest bezig bent met een eerbetoon aan je grootste heldin en inspiratie, Joni Mitchell. En dat bovendien gefilmd wordt voor een documentaire. Maar Charlie Dée lost het ontspannen op. ‘Dat komt door die haarlak die je bij me hebt opgespoten’, grapt de zangeres naar haar visagiste. Als de band de draad weer heeft opgepakt, begint er een bewaker luidruchtig te telefoneren. Gelukkig kun je het uit de film knippen en zit de zaal vol familie en vrienden. ‘Ik ben blij dat jullie niet betaald hebben.’
Het prille leven van Renée van Dongen veranderde voorgoed toen ze zeventien jaar was. Van haar eerste vriendje kreeg ze een bandje van Joni Mitchell. Renée van Dongen werd Charlie Dée. ‘Door Joni Mitchell wist ik dat ik fulltime wilde gaan zingen en dat ik zelf moest gaan schrijven.’
Zonder Joni Mitchell dus geen Charlie Dée. Haar invloed klinkt duidelijk door in Charlies eigen muziek. De inmiddels 32-jarige zangeres en winnares van de Grote Prijs van Nederland en een Essent Award, leerde van Mitchell ‘verder te kijken dan je neus lang is’. ‘Ze zegt niet: ik hou van jou, maar ze zegt het op een andere, beeldende manier. Joni Mitchell schrijft alsof ze schildert. Of eigenlijk schildert ze als ze schrijft.’ De magie van Joni Mitchell? ‘Niemand zingt mooier over het leven en de liefde dan Joni Mitchell,’ zegt Charlie bewonderend over de Canadese die door velen wordt gezien als een van de belangrijkste singer-songwriters.
Een eerbetoon aan de belangrijkste inspirator van Charlies leven en werk is dus een logische consequentie. In het theaterprogramma A Tribute to Joni Mitchell waarmee Charlie Dée dit najaar door het land reist zingt ze Joni-klassiekers als Blue, A Case of You, Both Sides Now, maar ook minder bekende nummers als Cherokee Louise, The Drycleaner from Des Moines en Night Ride Home.
Tussendoor vertelt Charlie anekdotes uit Joni’s bewogen leven en over de ontstaansgeschiedenis van de songs. ‘Maar de rode draad is ook mijn leven, omdat ik heel erg door Joni Mitchell beïnvloed ben’, voegt Charlie toe. ‘Veel liedjes gaan terug naar een moment van mij. Daar heb ik herinneringen aan, of ben ik door getroost, of daardoor ben ik op een bepaald spoor gezet. Dat eerste cassettebandje kreeg ik van mijn eerste vriendje. Hij was 33 en ik was 17. Een groot leeftijdsverschil en veel mensen vonden dat helemaal niet gaaf. Een van de liedjes op het bandje was My Old Man. Dat liep ik een jaar lang te kwelen. Ik voelde meteen een vriendschap met Joni.’
Charlie heeft Joni Mitchells oeuvre binnenstebuiten gekeerd, uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet. ‘Ik heb me echt de pleuris gestudeerd!’, lacht Charlie. ‘Ik heb drie maanden lang elke dag gestudeerd. Nog nooit heb ik iets zo gedisciplineerd aangepakt. Eerst heb ik alle teksten uit mijn hoofd geleerd en heel erg háár ding gedaan, en toen ben ik pas mijn eigen ding ervan gaan maken. Ik heb alles drie maanden lang elke dag door gezongen, zodat het helemaal in mijn stem ging zitten. Het is ongelofelijk moeilijk.’Een van de moeilijkste aspecten van Joni Mitchells complexe muziek is haar onconventionele gitaarspel. Vele gevorderde gitaristen hebben zich het hoofd gebroken over haar typische, afwijkende stemmingen. ‘Joni Mitchell is een autodidact en niet gehinderd door kennis heeft ze zichzelf allerlei gekke, afwijkende stemmingen aangeleerd’, legt Charlies gitarist Martijn van Agt uit. ‘Als geoefend gitarist ga je uit van bepaalde conventies. Er is niets zo moeilijk als spelen als een leek als je een geoefend gitarist bent. Je moet van alles gaan afleren.’ Die moeite heeft Van Agt zichzelf bespaard. ‘Ik heb mijn gitaar expres niet omgestemd, want ik wil geen copycat zijn. Het gaat mij niet om haar spel, maar om de liedjes.’
Dan is er nog een andere complicatie: de Joni Mitchell-fans. Want kom niet aan het werk van de godmother der singer-songwriters, dat is heiligschennis. ‘Ik was wel bang voor kritiek ja. De eerste paar keer dat we het deden - en ik wist dat er een paar echte Joni-fans kwamen- was ik wel zenuwachtig’, bekent Charlie. ‘Maar ik hoor alleen maar positieve verhalen. Er komen mensen naar me toe die zeggen: ik ben haar grootste fan, ik heb haar live gezien, ik heb al velen gezien die het geprobeerd hebben, en jij dóet het.’
Charlie Dées vertolking kan de goedkeuring wegdragen van Joni Mitchell zelf, die een paar video’s van de tribute op haar website zette. Joni Mitchell treedt zelden nog op, dus Charlie Dée is waarschijnlijk het dichtste dat je ooit bij de echte Joni Mitchell zal komen.
Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers
donderdag 27 augustus 2009
‘Ik heb zo veel gemist in de jaren dat ik in The Cranberries zat’
Popster zijn is niet zo romantisch als het lijkt, weet Dolores O’Riordan. De zangeres van The Cranberries leeft tegenwoordig voor haar gezin. Toch is er nu een tweede soloalbum. Én een reünie van de band.
Het is even tanden op elkaar voor Dolores O’Riordan. Het is al haar tiende interview vandaag en ze moet nog meer Europese hoofdsteden langs. Het is een mooie lentedag in mei, drie maanden voor de release van No Baggage, haar tweede plaat zonder The Cranberries. De zangeres propt alle promotieactiviteiten in het voorjaar, zodat ze in de zomer op vakantie kan met de kinderen. Want haar gezin komt tegenwoordig op de eerste plaats.
In 2003 zette O’Riordan een punt achter The Cranberries, de immens succesvolle band die wereldhits scoorde met Zombie en Linger. De zangeres met de overslaande stem worstelde jarenlang met de druk van het sterrendom en dat uitte zich in paniekaanvallen en eetstoornissen. ‘Te jong, te beroemd, te veel druk, te veel mensen om me heen’, analyseert O’Riordan.
Spirituele reis
De spotlights beu ging O’Riordan (37) op zoek naar zichzelf. Ze trok zich terug op haar landgoed in Limerick en in een boshut in de Canadese wildernis, baarde kinderen en hervond haar liefde voor muziek.
‘No Baggage verwijst naar een spirituele reis. Bagage maakt je tot wie je bent en wordt. Naarmate je ouder wordt, leer je met je bagage omgaan. Je leert jezelf beter kennen en accepteren. Je wordt sterker.’
Na een eenmalig optreden in januari zette O’Riordan dit voorjaar de deur voor een reünie van The Cranberries op een kier, al ‘hebben we het er nog niet over gehad’, zei ze nog in mei. Deze week kondigde de band plotsklaps aan komend najaar weer op tournee te gaan. Er zouden zelfs nieuwe songs geschreven worden.
The Cranberries waren een product geworden. De lol was ervan af, verklaart O’Riordan het einde van de band destijds. Dat je daar weer tegenaan kan lopen gaat er bij de zangeres niet in. ‘Ik zit niet meer bij een grote platenmaatschappij, dus er is veel minder druk. Ik treed op wanneer het mij uitkomt. Toen ik mijn solodebuut uitbracht (Are You Listening? uit 2007), vroeg iedereen zich af wie Dolores O’Riordan was. Dat was een opluchting. Ik begon met een schone lei, moest mezelf opnieuw bewijzen. Dat was veel leuker dan verdergaan met The Cranberries en op die naam te teren. Muziek is weer een hobby. Mijn prioriteiten liggen anders. Nu is zorgen voor mijn kinderen en ouders mijn werk.’
Huis schoonmaken
Haar leven is lichtjaren verwijderd van haar vroegere sterrenbestaan. ‘Ik ga met mijn kinderen mee naar school als voorleesmoeder. Ik geniet van kleine dingen als ontbijten met ze. Ik maak het huis schoon. Zalig! Vroeger was ik alleen maar bezig met The Cranberries. Ik werd een Cranberry toen ik nog op school zat. Ik wist niet beter. Je hebt amper contact met je familie en verliest je vrienden. Dus ik moest dit doen om erachter te komen wat het echte leven was. Ik heb zo veel gemist in de jaren dat ik in The Cranberries zat.’
Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.
zaterdag 15 augustus 2009
Candi Staton – Soul Survivor

Sinds soulveterane Candi Staton is herontdekt is ze misschien wel succesvoller dan ooit. Tegen Heaven vertelt ze openhartig over de schaduwjaren, haar voormalige drankprobleem en haar comeback.
Wat is ze klein. Als Candi Staton uit de lift stapt, zie ik haar over het hoofd en heb niet in de gaten dat ze voor mijn neus staat. De petite en verlegen vrouw is privé totaal niet de stoere diva van de platen en het podium. Candi praat met zachte stem en is dankbaar voor de belangstelling. Tijd vrijmaken voor een interview vindt ze geen probleem, ze lijkt het zelfs gezellig te vinden. Candi is geïnteresseerd in mijn digitale memorecorder. “Ik wil er ook een, om mijn zangoefeningen op te nemen”, zegt ze terwijl ze het apparaatje aandacht bestudeert. “Je kunt de geluidsbestanden overzetten naar je pc? Dan moet ik eerst een nieuwe laptop hebben. Mijn kleinkinderen hebben die gesloopt. Ze hebben er hiphop mee gedownload”, vertelt ze met een vies gezicht.
Ambachtelijk
Statons laatste plaat Who’s Hurting Now staat vol ambachtelijke soul alsof de digitale revolutie nooit heeft plaatsgevonden. De 66-jarige zangeres is wars van nieuwerwetse R&B. “De jeugd van tegenwoordig heeft het zo veel beter dan wij vroeger. Wij moesten eerst het hele traject van het chitling circuit afleggen, dat was keihard werken. Er was rassenscheiding, waar vooral de southern soul mee te maken had. Rondreizen was daardoor problematisch. Als je eindelijk was aangekomen bij de zaal, was er vaak geen kleedkamer en we moesten ons eigen eten en drinken meenemen. Tegenwoordig is het normaal dat je dat van de zaal krijgt. De jonkies hoeven niets meer zelf te regelen, ze krijgen het allemaal op een presenteerblaadje. Dus ze hebben niet de diepgang die wij hebben.”
“De oude garde weet wat je met een noot kunt doen”, vervolgt ze. “Aretha Franklin zong één noot en hield die vast tot je hem voelde. Wat wij aan soul hebben, hebben de jonkies aan wat ik vocale aerobic noem. Al die uithalen in hun zang. Mijn God waar gaan we nu weer heen, vraag ik me altijd af. Ze moeten dus allemaal trucs uit de kast halen om te compenseren wat ze niet hebben.”
Staton leerde het vak als tiener als achtergrondzangeres van Mahalia Jackson en dominee C.L. Franklin, de vader van Aretha. Eind jaren zestig begon Staton een solocarrière in de legendarische FAME Studio in soulmekka Muscle Shoals, Alabama, onder de strenge en bezielde leiding van Rick Hall. Ze vierde successen met hits als Stand By Your Man, In The Ghetto en Young Hearts Run Free. Begin jaren tachtig werd het stil. Staton vond God terug en begon een nieuwe loopbaan als gospelzangeres.
Alcohol
“Ik was de rat race en de concurrentie zat. Ik was het beu om dronken wakker te worden met een kater, geen idee hebbend waar ik was. Ik wilde niet meer in een telefoonboek kijken om te weten in welke stad ik was. Ik was dat leventje zat, maar eerst schonk ik daar weinig aandacht aan, ik ging gewoon feesten. Ik verdrong het met alcohol. Het begon me op te breken”, vertelt Staton.
“Ik ben 7,5 jaar alcoholist geweest. Daarom drink ik niet meer”, bekent ze, terwijl ze knikt naar haar kop vruchtenthee. “Mijn moeder bad voor me en haar gebeden hebben me er doorheen geholpen. Een jaar voordat ze stierf was ik clean. Ik zeg altijd dat God me van de drank af heeft geholpen”, bekent Candi met vochtige ogen. Uit een roze make-uptasje pakt ze een tissue en dept haar ooghoek af.
God
“Toen besloot ik niet meer in discotheken op te treden. Ik heb alles laten vallen.Ik heb een tournee afgeblazen. Ik had geen rooie cent. Maar ik vertrouwde op God. Na een tijd kon ik aan de slag bij de christelijke televisie, ik kreeg werk in de kerken, ik begon zelf nummers te schrijven en gospelalbums op te nemen, ik begon mijn eigen label.
Ik had het druk, ik had geen tijd om stil te staan bij wat ze in de buitenwereld deden. Ik had geen contact meer met vrienden.
Ik weet nog dat ik op een muziekconferentie in Miami Roberta Flack tegen het lijf liep. Ze stond op, omarmde me en begon te huilen. Zei vroeg: waarom ben je bij ons weggegaan? Dat heb ik niet gedaan, antwoordde ik. Jawel, zei ze, we hadden geen idee waar je was en wat je aan het doen was. Nu hebben we weer contact”, vertelt Candi. Plots herken ik de zachte hertenogen van de jonge Candi die je aanstaren op de hoes van de selftitled compilatie die in 2004 haar comeback inluidde.
In de steek gelaten
Het waren zware jaren. “Je voelt je in de steek gelaten en gefrustreerd. Je ziet Gladys Knight dubbel platina gaan en Chaka Khan hits scoren, en je denkt: waarom ik niet? En dan ga je denken: misschien ben ik niet zo goed, misschien is er iets mis met me. Maar je probeert er het beste van te maken. Ik ben de niet de persoon naar om een wrok te koesteren of verbitterd te raken. Ik complimenteerde hen met hun succes, en dacht: dit is mijn tijd niet en mijn tijd komt nog.”
Tweede jeugd
Ze kreeg gelijk. Vijf jaar geleden begon Candi Staton aan een tweede jeugd na de release van de titelloze compilatie van haar oude werk. Plots was de vergeten soulzangeres die onderhand de pensioensgerechtigde leeftijd had bereikt, weer hot.
“Ik was geschokt. De eerste keer dat ik in Parijs kwam stond de rij met mensen tot om de hoek van het blok. Toen ik er in een limousine langs reed zei ik: iemand heeft vanavond een volle bak. Ze zeiden: ze komen voor jou. Voor mij?! De zaal was afgeladen. Ik was op van de zenuwen. Ik had jarenlang gospelplaten gemaakt, dus ik had geen idee hoe ik die mensen moest entertainen. Inmiddels ben ik een stuk meer ontspannen, het went. Maar ik zal het nooit als vanzelfsprekend zien. Nooit.”
Duivelse muziek
Niet iedereen is verguld met Statons succes. In de geloofsgemeenschap vindt men die duivelse muziek van Staton maar niks. “Een bevriende DJ van een gospelzender draaide mijn nieuwe plaat. Een luisteraar belde en zei: die vriendin van je is verdorven, ze zingt weer die bluesnummers. De DJ zei terug: je luistert er wel naar, dus wat is het verschil tussen haar en jou? Die vrouw gooide de hoorn op de haak. Dat soort mensen hebben oogkleppen op en focussen helemaal op jou, en vergeten wat ze zelf doen. Het is hypocriet. Vroeger maakte ik me er nog wel druk over, maar nu niet meer.”
Vrijzinnig
Onze Lieve Heer is een belangrijk figuur voor Candi Staton. Ze maakt naast haar soulplaten nog steeds gospelalbums. Maar ze heeft een vrijzinnige instelling. “Ik lééf. Ik heb nog genoeg tijd om dood te zijn. Ik heb geen zin om dood te zijn en me aan andermans regels te houden. Weet je wie Jezus vermoord heeft? Religieuze mensen. Jezus ging met iedereen om. Als hij vandaag de dag zou leven, zat hij in de kroeg.”
Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.
donderdag 13 augustus 2009
Elatik vergelijkt Wilders met Hitler
Geert Wilders doet denken aan Adolf Hitler als hij wil laten uitzoeken hoeveel moslims er in Nederland wonen, vindt de Amsterdamse stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik.
De vragen van Wilders doen Elatik denken aan 'een Europese politicus van 60 jaar geleden', twittert de PvdA-politica. "Ze willen ook al gaan onderzoeken hoeveel moslims er jaarlijks bijkomen. Nog even en ze gaan ons DNA analyseren om aan te tonen dat we niet deugen."
"Volgens mij was er een andere politicus in Europa zo'n 60 jaar geleden die dat ook deed bij een ander semitisch volk”, aldus Elatik.
Oeps
"Oeps, maar dat mag ik natuurlijk helemaal niet zeggen", vervolgt de Zeeburgse sarcastisch. "Hitler was ook democratisch gekozen. Dat vergeten we soms."
Elatik haastte zich te twitteren dat ze niet Wilders zelf met Hitler wilde vergelijken, maar zijn beleid. ‘Hoe Wilders moslims systematisch verdacht maakt lijkt op een van de grootste misdaden van de vorige eeuw’, legt Elatik aan DePers.nl uit. ‘Nu wil hij weten wat moslims kosten. Ik vraag me af waar het heen gaat. Wil hij straks een eenkindpolitiek voor moslims? Ik maak me zorgen over de samenleving en ik heb genoeg vaderlandsliefde om die niet te laten afglijden. Het moest eens gezegd worden, want niemand durft, zelfs de kritische pers niet’. fulmineert ze.
Superdomme gans
Geert Wilders reageerde woedend. ‘Wat een superdomme gans’, aldus het Kamerlid tegenover DePers.nl. ‘De demonisering van de PvdA gaat maar door. Ik hoop dat ze zich realiseren waar dit toe kan leiden.’
‘Dit bevestigt weer eens dat Wilders geen inhoudelijk debat wil en alleen op de persoon speelt’, werpt Elatik terug. ‘Hij moet niet alleen roepen maar met oplossingen komen waar ik als bestuurder iets mee kan.’
Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.
dinsdag 23 juni 2009
‘Een angry old man is een oude zeurkous’
Freek de Jonge wordt helemaal niet vrolijk van de jonge cabaretiers die tegenwoordig op het podium staan. Maar bij zijn 40-jarig jubileum hebben zij vooral kritiek op hém.
Twee knalgele gympen lopen gehaast Beeld en Geluid binnen. Freek de Jonge is dik een kwartier te laat voor het interview. ‘Sorry’, verontschuldigt de cabaretier zich. ‘Ik heb een aanrijding gehad en moest de schadeformulieren invullen. Ik wilde van mijn oprit achteruit de weg op draaien, liet een auto passeren maar zag niet dat er nog een aanhanger achter zat. Die zat te laag om te kunnen zien. Maar de schade valt mee, een kapot achterlicht en een paar krasjes.’
Alsof dat nog niet genoeg is, zijn Freek en zijn vrouw Hella ook nog snipverkouden. Toch geen Mexicaanse griep? ‘Ik heb er wel even aan gedacht’, zegt Hella tussen de chaos van decors, dozen, werklui, gezaag en geboor. Het paar is bezig met de inrichting van de overzichtstentoonstelling van Freek de Jonges veertig jaar omvattende oeuvre. Her en der slingeren attributen uit voorstellingen. De schoenen uit De kerst van de clown. In een hoek ligt een kostuum in een prop.
In de kantine roert Freek in zijn koffie verkeerd en schuift op en neer op zijn kruk, alsof hij niet kan beslissen of hij liever zit of staat.
Vincent van Gogh en andere grote kunstenaars werden pas postuum geëerd. Hoe voelt het om bij leven al geëerd te worden?
‘Zo veel eer krijg ik niet hoor. Ja, ik heb net een oeuvreprijs gewonnen. Kees (van Kooten) en Wim (de Bie) waren hiervoor met een grote tentoonstelling. Maar zij waren er mee opgehouden, dus dat is dan een goede reden om zo’n tentoonstelling te doen. Maar ik laat me hier niet door dwingen om op te houden. Ik heb nog erg veel plannen.‘
‘Ik word nu gedwongen achterom te kijken. Als je terugkijkt, word je heen en weer geslingerd tussen schaamte en trots.’
Waarom schaamte?
‘Vooral het gebabbel in talkshows. In je programma’s ben je verantwoordelijk voor je teksten. Wat je in een talkshow zegt is in het moment. Dat zijn geen afgewogen opmerkingen. Dat is gebabbel.’
Daar is veel kritiek op. Heeft u daar spijt van?
‘Nee, want je kunt er niks aan doen. Dan moet je niet in de media verschijnen, dan moet je je als een heremiet opsluiten. Maar daar heb ik geen zin in. Het hoort bij mijn vak. Af en toe zit er een slippertje tussen. Maar het gaat over veertig jaar, het is helemaal niet recent. Angry blijf je je hele leven, maar aan het young manzijn zitten begrenzingen. Een angry young man valt in de smaak bij het publiek, maar een angry old man is een zeurkous. Het is mijn lot.’
Kunt u een voorbeeld geven van een slippertje?
‘Ik ben weggelopen bij programma’s, heb domme dingen gezegd. Met Peter R. de Vries was het natuurlijk schitterend dat ik Sam Klepper in plaats van Steve Brown zei. Dan maak je jezelf een pispaal.’
Freek wordt onderbroken door een Amersfoorts gezin dat hem de hand wil schudden.
Raakt de kritiek u?
‘Het is als een aanrijding. Op het moment dat het gebeurt is het vervelend. Daarna heb je nog een beetje last. En op een zeker moment is het weg. Het is vervelend dat als je veertig jaar repertoire hebt, je imago komt te hangen op een of twee incidentjes op televisie. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op.’
Freek bepaalt wie er wel en niet deugt, is een verwijt van jonge cabaretiers.
‘Het is aan hen of ze belang hechten aan mijn oordeel. Als ze er zich door aangesproken voelen, moeten ze wat veranderen en zo niet, moeten ze hun gang gaan. Ik voetbal graag. Bij mijn generatie voetballers was kankeren in het veld een normale houding. Je schold elkaar verrot in de hoop dat de ander daardoor scherper werd. Dat is de enige reden waarom ik wel eens kritiek op collega’s heb. Als ze dan roepen dat ik mijn mond moet houden, ook goed.’
Kijkt u naar jonge cabaretiers?
‘Ik probeer het wel bij te houden, maar ik zie niet zo veel. Ik word er niet vrolijk van. Er is veel veranderd in ons vak wat betreft het theatrale aspect. Het is wel heel makkelijk achter een microfoon gaan staan in je dagelijkse kloffie en iets van dichtbij te vertellen. Ik blijf kritisch, zo van: probeer het wat groter te maken. Je kunt je er het beste een beetje buiten houden. Je wordt een beetje nerveus van die vorm. Het zal ook wel de leeftijd zijn.’
Engagement is uw handelsmerk. Wat vindt u van de klapper van Geert Wilders bij de Europese verkiezingen?
‘Een logisch gevolg van de lamlendigheid van het volk. Als je achterover geleund op de bank gaat wachten tot het beter wordt, kun je het wel vergeten, dan gaat het te langzaam. Als 90 procent van de Wilders-aanhang iets meer energie in zijn eigen leven stak, zouden ze op een totaal andere partij stemmen.’
‘Hoe is het mogelijk dat iemand die het zó goed heeft in Nederland niet beseft dat dat voor een groot deel door Europa komt, en zich aansluit bij iemand die vindt dat dat ondermijnd moet worden? Ik vind dat treurig. We zijn lui, inert, we beseffen niet hoe goed we het hebben. Ik raad ontevreden mensen aan meer energie in zichzelf te steken. Ze geven de schuld altijd aan anderen: de politiek, de buurman, de allochtonen. Kijk naar Volendam, waar hooguit 5 procent van de mensen allochtoon is en 40 procent van de mensen op Wilders heeft gestemd. Dat klopt niet.’
Kun je de wereld verbeteren met cabaret?
‘Ik denk niet dat dat zichtbaar kan. Indertijd met Argentinië hebben we weliswaar in Argentinië niks veranderd, maar er is wel veel veranderd in de houding van de sportpers ten opzichte van dictaturen. Er is nu een besef van: kan dat wel? Dat zag je ook met China.’
Maar we gingen wel.
‘Ja. Een van de problemen van de politiek is dat het heel lang duurt. Je kunt niet van de ene op de andere dag de zaak regelen.’
Is uw zienswijze daarover veranderd?
‘Natuurlijk, je weet dat het een proces is waarvan je het einde niet zult meemaken. De kunst van het ouder worden is leren dat de wereld zonder jou doorgaat. Als je dat kunt aanvaarden, doe je het goed.’
Kunt u dat aanvaarden?
‘Met enige tegenzin. Ik ben nog altijd heel erg gedreven.’
U bent de laatste jaren prekeriger geworden, vind ik.
‘Ik zou het niet weten. Het is als in de spiegel kijken, je ziet jezelf ook niet ouder worden als je elke dag kijkt. Ik ben zeker een moralist en ik heb zeker adviezen verstrekt. Maar hoe bindend ze zijn? Ik kan preken maar ik heb natuurlijk helemaal geen gezag. Ik ben streng over het leven en hoe je het moet leven. Ik vind discipline een van de grote waarden. Discipline is dat je jezelf de baas bent. In een samenleving waar vrijheid het hoogste goed is staat de discipline onder druk. Dan ga ik automatisch roepen: vrijheid is prachtig maar discipline is waar het om gaat.’
Wanneer stopt u ermee?
‘Als ik er geen rek meer in zie. Ik word ouder, en dan ga je dingen meemaken die weer tekst opleveren. Je ziet het net passeren (er rijden drie bejaarden in rolstoelen voorbij). Of er een groot publiek in geïnteresseerd is, weet ik niet.’
Zou u in een rolstoel op het podium gaan zitten?
‘Geen probleem, ik heb het ook gedaan toen ik gezond was. Het zou raar zijn als ik het niet deed als ik ertoe gedwongen was. Het gaat er om dat je niet meelijwekkend bent, maar er boven uit weet te stijgen. Ik denk dat daar geen eind aan zit.’
En als het publiek niet meer komt?
‘Je kunt ervan uitgaan dat het publiek steeds kleiner wordt. Mensen kijken niet graag naar oude mensen. Daar worden ze nerveus van, ik weet niet wat het is.’
Bent u wel eens bang dat de mensen u niet meer leuk vinden?
‘Vanaf het begin is er weerstand geweest. Dat was in eerste instantie vanuit de hoek waarvan je juist trots was dat ze het niet goed vonden. Ik ben voor een bepaalde groep altijd controversieel geweest. Nu maak ik jongeren weer enorm boos.’
Wat is uw grootste angst?
‘Ik heb in mijn werkzame leven bereikt wat ik kon bereiken. Ik ben niet bang dat het opeens voorbij is. Ik heb wel een terugkerende droom dat ik geroezemoes hoor, in een kleedkamer zit en iemand zegt: je moet op. Maar ik heb niks. En dan is steevast het antwoord van die ander: dat zeg je altijd. Maar nu is het echt zo.’
Is het wel eens misgegaan?
‘Ik heb zesduizend voorstellingen gespeeld, waarvan er tien mislukt zijn. Dus dat is te verwaarlozen. Ik ben wel gespannen voor een optreden. Maar er kan niet meer zo gek veel misgaan. Je hebt je hele leven wel een enorm matras opgeblazen waar je op valt.’
Vindt u het erg om fouten te maken?
‘Nee, fouten zijn de belangrijkste aanleiding om beter te worden. Van goed zijn word je niet beter.’
Freek staat op en zet koers naar het voetbalveld. ‘Eens kijken of ik die verkoudheid eruit kan krijgen.’
Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers
woensdag 3 juni 2009
Het World Wide Web (b)lijkt atoomvrij, nu de Real World nog
Internet is een eldorado waar je alles kunt vinden, dus je pakt zo een atoombom van het web. Onze slimste cybersurfer heeft duistere ambities...
De atoombom op mijn verlanglijstje kan ik meteen al wegstrepen. Dat vereist zo veel wetenschappelijke kennis, jarenlang onderzoek, omvangrijke en geavanceerde laboratoria en miljoenen of zelfs miljarden euro’s. Exacte vakken gooide ik na de brugklas uit mijn pakket, het krakkemikkige schuurtje in mijn achtertuin is te klein en zo riant betaalt De Pers nou ook weer niet.
Landen die in het geniep aan een atoomprogramma werkten, kregen die kennis en apparatuur van corrupte en omgekochte wetenschappers, denk aan de Pakistaan Abdul Qadeer Khan. Of van de Russische maffia. Maar dat soort mensen benader je niet via Hyves of LinkedIn.
Ik moet mijn ambities naar beneden bijstellen: op zoek dus naar een vuile bom. Dat is een gewone bom maar met wat nucleair materiaal. Die schijn ik wel in mijn schuurtje in elkaar te kunnen knutselen.
Handleiding scoren
Eerst maar eens een bommenhandleiding scoren. The Anarchist Cookbook is een klassieker in het genre. Die is zo te vinden, ook op ouderwets papier bij Bol en Amazon. Een speciale handleiding voor de vuile bom is er evenwel niet.
Nu het nucleaire materiaal. Via Wikipedia ontdek ik dat strontium-90 en cesium-137 geschikt zijn voor mijn vuile bom. Ik kom terecht bij UnitedNuclear.com, een club die chemische en nucleaire spullen levert aan wetenschappers, scholen en hobbyisten. Alles in vrolijk gekleurde kits. Kerstcadeaus hebben ze ook. Ze garanderen dat ze mijn gegevens aan niemand zullen doorspelen. Maar zijn deze atoomspeeltjes ook geschikt voor een bom?
‘Nee’, reageert het bedrijf. ‘Daarvoor zijn ze niet schadelijk genoeg. Je hebt tienduizenden dollars nodig om genoeg materiaal te hebben om één persoon te verwonden. Als het je lukt het onzichtbare radioactieve materiaal van de schijf te verwijderen, wat onmogelijk is. Daarom vallen deze schijfjes niet onder wet- en regelgeving.’ Dood spoor dus. Veilingsite eBay blijkt ook geen optie. Ik vind een brokje uranium, leuk voor mijn collectie natuurstenen.
Maar stoffen als strontium-90, cesium-137 worden ook toegepast in industriële en medische apparatuur. Bij de aanleg van asfaltwegen worden nucleaire dichtheidsmeters gebruikt. Het bedrijf InstroTek maakt ze. Kan ik er een paar bestellen? Helaas. ‘We worden gecontroleerd door de Nuclear Regulatory Agency’, mailt Ali Regimand terug. ‘We voeren zelf ook veel controles uit voordat we nucleaire apparatuur verkopen aan bedrijven. Die bedrijven hebben vergunningen van een atoomagentschap nodig om de apparaten te mogen kopen en gebruiken. Particulieren kunnen deze apparaten niet van ons kopen.’
Ook bij RayFresh Foods, producent van apparatuur waarmee schadelijke bacteriën uit voedsel worden weggestraald, vang ik bot. ‘Die machines kosten miljoenen en je hebt er een vergunning voor nodig’, legt Pete Schoch uit. ‘En wij zullen je controleren om te kijken of je in de mango’s, asperges of terreur zit.’
Loop je niet in de gaten als je op het lekke internet achter een vuile bom aangaat? Pepijn Janssen van Fox-IT, specialist in internetrecherche, wijst op de relatieve beslotenheid van de forum- en chatdienst IRC. ‘Daar wordt wel eens rommel verhandeld. Maar ze zijn voor een buitenstaander bijna niet toegankelijk.’
Die kernbom van het internet, dat is een mythe. Misschien is er daarom nooit een aanslag mee gepleegd.
Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers.
