donderdag 15 februari 2007

Bach, Beethoven en Brown

Of het verhaal waar is weet ik niet, maar het is te mooi om niet te vertellen. Lang geleden verloor James Brown tijdens een optreden zo veel zweet dat hij een hartaanval kreeg. Minutenlang lag James levenloos op het podium en was al opgegeven. Plots sprong hij op en ging onverstoord verder met de show. The hardest working man in showbusiness.

Zoals het vaak gaat met schokkend nieuws, is je eerste reactie ongeloof. Het nieuws van de dood van James Brown was onwerkelijk. James leek niet kapot te krijgen. Mr. Dynamite. Vorig jaar toerde hij als afscheidstoernee de hele wereld rond en speelde ook in onze poptempel Paradiso. Toen hij daags voor zijn dood in het ziekenhuis was opgenomen, zat James middenin een toernee en de verwachting was dat hij na zijn herstel de draad weer zou oppakken. En bovendien, zo oud was James niet: 73.

De meeste mensen zullen zich James Brown vooral herinneren om zijn problemen met de wet. Of om dat ‘discohitje’ Sex Machine. Al is dat beter dan Living in America, die godzijdank in de vergetelheid is geraakt.

Terwijl James’ oeuvre gigantisch is. Er is bijna geen beginnen aan te noemen welke fantastische nummers hij nalaat, maar hierbij een poging: Papa got a Brand New Bag, It’s a Man’s Man’s Man’s World, Please Please Please, Cold Sweat, Funky President, Hot Pants, Say It Loud – I’m Black and I’m Proud, Super Bad, I Got You (I Feel Good), The Payback, My Thang, en dan nog tientallen songs en albums.

Een gevoel voor drama kan dominee Al Sharpton niet ontzegd worden, toen hij naast James’ gouden kist in het Apollo theater in Harlem sprak: “Sommige mensen hadden Bach, anderen Beethoven. Wij hadden Brown. Hij had net zo een invloed op muziek als zij. Hij veranderde over de hele wereld het ritme van de muziek.” Maar niemand kan ontkennen dat James Brown een van de groten der aarde was. Niet alleen was hij een van de grondleggers van funk, daarmee bepaalde hij ook nog eens het basisgeluid van hiphop en zodoende ook de hedendaagse popmuziek. Ontelbare keren werd James’ muziek gesampled. Het bekendste voorbeeld is wel de beat van Funky Drummer, overigens gespeeld door Clyde Stubblefield.

Hoewel muziektheorie hem vreemd was en de opgeleide muzikanten chocola moesten zien te maken van zijn uhs, hehs en heys, was James een van de beste bandleiders ooit. De JB's waren strak gedrild als een peloton. De gevleugelde woorden "I got you" waren niet zozeer een catch-phrase, maar James die één van zijn bandleden betrapte op een fout. Na de show kwam Mr. Dynamite hem een pak op z'n lazer geven. Een strenge baas die James, maar de band was daardoor wel genadeloos en eindeloos funky.

De goede kant aan iemands overlijden is dat het een nieuwe stroom reissues op gang brengt. Vreemd genoeg zijn de befaamde concerten in de Apollo uit James' prime (1966-1976) nauwelijks te krijgen. De zaal ontplofte bijna, de temperatuur lijkt rond de 60 graden te schommelen en als je de beelden ziet, vraag je je af of er geen doden zijn gevallen.

De droomband uit die tijd (saxofonist Maceo Parker en trombonist Fred Wesley in de blazerssectie, Bootsy Collins op bas en natuurlijk Bobby Byrd als sidekick) staat in schril contrast met de derderangs band die James de laatste jaren begeleidde. James Brown zag eruit als de band die de bingoavond in een verzorgingstehuis opluistert. “De revue was geen schim van vroeger”, schreef Wilfried de Jong recentelijk in de VARA Gids. “De zwarte Maceo Parker was vervangen door een witte saxofonist met een rode paardenstaart. Dan weet je eigenlijk al genoeg.” Het leek alsof zijn muzikale erfenis James niets meer kon schelen, de hosselaar in hem die in bittere armoede was opgegroeid wilde slechts nog geld verdienen.

James Brown was niet alleen een muzikaal voorbeeld, maar ook een sociaal rolmodel. Op zijn hoogtepunt bezat hij restaurants en radiostations. Met Say It Loud - I’m Black and I’m Proud gaf hij de zwarte emancipatiestrijd een soundtrack, al was politiek verder niet aan James besteed.

Wat ik vreemd genoeg ook zal missen aan James Brown is zijn typische onverstaanbare en onnavolgbare manier van articuleren. Eddie Murphy kon James meesterlijk imiteren. “I’m getting’ ready to do my thang. Yeah! Movin’? Yeah! Groovin’? Yeah! Louh-chi-bow?”, grapt de komiek in zijn one-man-show Delirious. “Dan begint hij met zijn band te praten en verliest hij je helemaal. Zazibahnow? De band zegt: Yeah! Zayyy-ooh? Yeah! Waar de fuck heeft James het over?! Weet ik niet maar we verdienen geld, zing door!”

The Godfather of Soul is dood. En dat door hartfalen als gevolg van een simpele longontsteking. “Ik ga weg vanavond”, waren zijn laatste woorden. James Brown ademde drie keer diep in en uit, en sloot voorgoed zijn ogen.


James Brown top 5

Live at the Apollo, Vol. I (1963)
James had al de nodige hits en een uitstekende live-reputatie op zak, maar deze release uit 1963 betekende zijn definitieve doorbraak. Op deze live-registratie uit het Apollo theater – waar hij na zijn dood opgebaard lag - bevat zijn vroege hits Think en Please Please Please. Dat James een geweldenaar op het podium was is duidelijk hoorbaar, ook al kunnen we hem niet zien.

Say It Loud – I’m Black and I’m Proud (1969)
Vooral de moeite waard vanwege het legendarische titelnummer, die het thema van de zwarte emancipatiestrijd vormde. Bevat verder het genadeloze Licking Stick en diverse mooie ballads.

Black Caesar (1973)
Soundtrack van de gelijknamige Blaxploitationfilm. De funk spat ervan af op veel gesamplede nummers als Blind Man Can See It, Sportin’ Life, The Boss en de klassieker Mama Feelgood (met Lyn Collins). Een van James Browns evenwichtiger albums.

The Payback (1973)
James op de toppen van zijn kunnen, met krakers als Shoot Your Shot, Take Some, Leave Some en natuurlijk de titelsong. De tracks worden opgerekt tot lengtes van 7,5 en zelfs 12,5 minuut op deze dubbelaar. De band, bestaande uit alle kopstukken van de JB’s, krijgt de ruimte om lekker te soleren over de hypnotische funk grooves. Maar James keert ook terug naar de blues met het prachtige Doing the Best I Can en Forever Suffering. Een van James’ laatste meesterwerken.

Motherlode (1988)
Er zijn talloze compilaties met altijd weer dezelfde verzameling hits. Motherlode bevat daarentegen niet eerder uitgebracht werk uit de periode 1969-1971. Dit is hardcore funk. Hoogtepunten zijn het hypnotische Untitled Instrumental, Baby Here I Come en People Get Up and Drive Your Funky Soul. Een andere uitstekende verzamelaar is In The Jungle Groove.

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen