woensdag 28 september 2011

Remembering Miles: de ultieme muzikaliteit

De trompet die Miles Davis op Bitches Brew zou hebben bespeeld (Hard Rock Cafe, Krakau, mei 2008). Of die claim waar is weet ik niet - Miles had een rode trompet met zijn naam er in gegraveerd.

Vandaag 20 jaar geleden zag ik op het journaal dat Miles Davis was overleden. Ik was een puber van 14 en vond het musique de papa. "Ach, die ouwe lul", reageerde ik tot woede van mijn broer, een Miles-fan.


Lees ook:



Een half jaar later kwam mijn broer thuis met On The Corner. Het klonk in mijn prille oren als een kakofonie, maar die genadeloze, loeiende, overweldigende funk was onweerstaanbaar.

Voor mij is Miles een muzikant die alles en iedereen overstijgt en overtreft. Het genie der genieën. Kun je nagaan: een gemiddelde revolutionair kan één revolutie op zijn naam schrijven, Miles meerdere. Hij was kampioen in het zichzelf voortdurend opnieuw uitvinden, en daarmee ook de jazz. Miles zocht altijd de grens op en haalde het uiterste uit muziek. Een rijkdom en inventiviteit die zeldzaam is. Miles is de ultieme muzikaliteit. Altijd ambitieus maar nooit pretentieus.

Vernieuwingen dateren doorgaans, bij Miles niet. Hij was experimenteel zonder te vervallen in overstuurd, richtingloos gejengel. Geen pseudo-hip effectbejag met een bloedserieus gezicht. "If they act too hip, you know they can't play shit", zei Miles daar zelf over.

Paradoxaal genoeg streefde Miles Davis altijd naar eenvoud. "As complex as people try to make my music out to be, I like it simple." Bij Miles ging het om spontaniteit en het proces. 

Dat de muziek van Miles Davis 20 jaar na zijn dood nog altijd relevant is, spreekt wel uit het feit dat iedereen Kind of Blue in de kast heeft staan. Maar ook uit bijvoorbeeld het recente revisionisme van zijn verguisde elektrische werk uit de jaren '70. Miles is gek geworden, werd jarenlang gezegd. Nu ziet men het genie in en wordt de invloed op hiphop, dubstep en drum&bass onderkend. Die maffe muziek was zijn tijd ver vooruit en is vandaag de dag nog steeds vooruitstrevend.
Het is niet uitgesloten dat Miles' jaren '80-platen eenzelfde herwaardering krijgen. Die werden wel eens spottend een Miami Vice-soundtrack genoemd (waarop Miles prompt een rolletje speelde in de populaire politieserie). Maar ook die muziek is bezield en barst van de muzikaliteit. Zelfs een minimalistische, klinische plaat als Tutu heeft wel degelijk een - verfijnde - ziel.

Over wat er zo fantastisch is aan Miles Davis is alles wel gezegd en geschreven. Maar eigenlijk is Miles met geen pen te beschrijven. Elke poging klinkt flauw en afgezaagd, misschien wel omdat Miles precies het tegenovergestelde was (en ook dat is een cliché). En of hij zich vereerd zou voelen? "I know what I've done for music, but don't call me a legend. Just call me Miles Davis. A legend is an old man with a cane known for what he used to do. I'm still doing it." (...)

Deze zin uit het gedicht Inamorata, voorgedragen door Conrad Roberts op Live-Evil, treft Miles het beste: "Who is this music that which description may never justify? Can the ocean be described?"



Omdat Miles' muziek het beter kan zeggen dan ik, een eerbetoon in video's. Ik heb livemateriaal uit zijn elektrische periode uitgekozen (dus jaren '70 en '80), omdat dit mijn eerste kennismaking met Miles was en nog steeds mijn favoriete Miles-periode is.

Dit artikel verscheen eerder op DePers.nl.

dinsdag 30 augustus 2011

David "Honeyboy" Edwards overleden

Een van de laatste originals van de blues, gitarist David "Honeyboy" Edwards is overleden. Hij werd 96 jaar. Honeyboy was bevriend met Robert Johnson en was zelfs aanwezig toen de mythische bluesman werd vergiftigd. Honeyboy speelde ook met Charley Patton, Little Walter en Howlin' Wolf. Vorig jaar kreeg Honeyboy nog een Grammy Lifetime Achievement Award. Met Honeyboy is tevens een belangrijk stuk muziekgeschiedenis heengegaan. Volgens zijn manager Michael Frank is met het overlijden van Edwards de laatste directe band met de eerste generatie Delta blues-muzikanten verloren. "Mensen kunnen voortaan alleen nog lezen over dit stukje geschiedenis van die generatie."

P.S. De New York Times schreef een uitgebreide necrologie over Honeyboy

donderdag 18 augustus 2011

De warmbloedige elektronica van Little Dragon

Meestal is Amerika het hoogst haalbare voor een band. Little Dragon uit Zweden draait het om. In Amerika hadden ze al succes, maar met hun derde album Ritual Union begint nu ook Europa te vallen voor hun warmbloedige elektronica.

Een slaperige Erik Bodin belt terug. Little Dragon is net terug uit New York en de drummer lag in zijn Brusselse hotel zijn jetlag uit te slapen, vandaar dat hij de telefoon niet opnam. “We hebben net twee releaseparty's gehad in New York en Los Angeles. En we hebben opgetreden op een festival in San Francisco.”
Hoewel Ritual Union al het derde album is van de Zweedse elektronicagroep, begint Little Dragon nu pas in Europa door te breken bij het grote publiek. “In Los Angeles werden voor het eerst opgemerkt. We hebben daar ook fans die ons vanaf het begin overal naartoe volgen.”
Opmerkelijk, want Europese bands beginnen meestal in eigen land, breiden vervolgens uit naar de rest van Europa voordat de ultieme stap naar Amerika wordt gewaagd. “Dat zal wel komen door internet en Myspace. Mensen ontdekken het en tippen hun vrienden en zo ontstaat een fanbase. Een radiozender in Los Angeles, KCRW, heeft ons altijd gesteund en zij hebben als eerste een paar optredens voor ons georganiseerd. Dat waren onze allereerste uitverkochte shows.”
Maar Europa loopt toch niet achter, we hebben hier toch ook internet? “Hahaha! Ja dat is zo. Ik weet het ook niet. Maar het is leuk dat Europa ons nu ook omarmt.”

dinsdag 16 augustus 2011

Lowlands preview

Lowlands 2011 staat weer voor de deur. Samen met drie collega's van De Pers zal ik weer verslag doen van het festival. Check de special www.depers.nl/lowlands2011 voor interviews, verslagen, reportages, foto's en video's. A.s. vrijdag ook in de krant uitgebreid aandacht voor Lowlands. Nu alvast een beetje voorpret met de videoplayer van DePers.nl.



woensdag 29 juni 2011

Dennis Coffey komt zijn erfenis opeisen

Foto: Jerry Wald
Achter zijn lange blonde manen, grote baard en nerdy bril zou je geen funkmuzikant vermoeden die een hele generatie rappers voorzag van kant-en-klare samples. De naam Dennis Coffey zegt maar weinig mensen meer wat. Nu is de 70-jarige gitarist terug met een nieuwe plaat om ons op zijn enorme staat van dienst te attenderen.

"Oh Chuck, they out to get us man, yo we gotta dust these boys off", klinkt de stem van Flavor Flav op 'You're Gonna Get Yours', de openingstrack van Public Enemy's Yo! Bum Rush The Show (1987). De borrelende gitaarlick leende Public Enemy van 'Getting It On' van Dennis Coffey uit 1971. PE was een van velen die putten uit het werk van Dennis Coffey. Ook L.L. Cool J, Queen Latifah, Diamond D., Lord Finesse, Beastie Boys, Moby, Roni Size, Mos Def, Ultramagnetic MC's, Geto Boys en Compton's Most Wanted. To name a few.

Wie is dan die Dennis Coffey, die sprekend leek op David van Driessen, de hippieleraar uit Beavis & Butt-Head, maar zulke vette funkplaten op zijn naam heeft staan? Coffey begon als tiener al te werken als professioneel muzikant. In de jaren '60 speelt hij op verschillende hits van soulzanger Edwin Starr, waaronder 'S.O.S. (Stop Her On Sight)' uit 1966. Al gauw maakt Coffey naam in Detroit en onvermijdelijk belandt hij bij Motown.

Coffey verenigt in zich de twee muzikale uitersten die Detroit als hun thuis hebben: sweet soul music en loeiharde rock. Eind jaren '60 begint Motown de kauwgomballensoulsound af te schudden voor een volwassener geluid dat beter past bij de veranderende tijdsgeest. Dennis Coffey is de man die de Wahwah-gitaar introduceert bij Motown, een hippe psychedelische vervorming uit de rock.

zaterdag 28 mei 2011

In memoriam: Gil Scott-Heron


Een van de belangrijkste en meest ondergewaardeerde figuren uit de muziek is vrijdag heengegaan: Gil Scott-Heron, the godfather of rap. Gil overleed in een New Yorks ziekenhuis nadat hij na terugkeer uit Europa ziek was geworden. Hij werd 62 jaar.

Lees ook:

Gil Scott-Herons op percussieritmes voorgedragen gedichten waren van grote invloed op hiphop. Hij verwierf zodoende de eretitel godfather of rap - een titel waar hij overigens weinig om gaf, hij wees (gangsta) rappers op hun verantwoordelijkheid als rolmodel voor hun generatie. Publicist Dorian Lynskey vindt dat de titel hem tekort doet omdat het Gil Scott-Heron degradeert tot een onderdeel van een ander verhaal terwijl zijn eigen betekenis al groot is. Commercieel succes heeft hij nooit echt gekend, daarvoor waren zijn teksten veel te politiek, hij is altijd een cultheld gebleven. Maar nummers als The Revolution Will Not Be Televised, The Bottle, Home Is Where The Hatred Is, Pieces of a Man, Johannesburg, Lady Day and John Coltrane en We Almost Lost Detroit zijn klassiekers geworden.

Gil worstelde jaren met een chronische cokeverslaving en zat meerdere keren achter de tralies. Er waren onregelmatige optredens en nog sporadischer nieuwe platen.
Vaak heb ik het voorbije decennium gedacht: deze tijd schreeuwt om een Gil Scott-Heron plaat. De twijfelachtige verkiezing van George W. Bush, 9/11, de leugens rond de inval van Irak, de oorlog in Afghanistan, Guantánamo Bay, de verkiezing van Barack Obama als eerste zwarte president van Amerika. Wie kon de politieke turbulentie beter van commentaar voorzien dan Gil Scott-Heron?
In 2010 verscheen onverwacht zijn comebackalbum I'm New Here. Zou hij zich eindelijk hebben herpakt? Bij een optreden op North Sea Jazz kwam hij op het laatste moment niet opdagen. Het was een teken dat Gils evenwicht wankel was. In de recensie van I'm New Here schreef ik: "Hopelijk is dit slechts een opmaat naar meer, en is de volgende keer dat we weer van hem horen niet in de vorm van een arrestatie of een necrologie." Die vrees werd vrijdag helaas werkelijkheid.


Naar aanleiding van zijn comeback schreef ik vorig jaar voor Heaven een uitgebreid overzichtsverhaal over Gil Scott-Heron.
Op het Radio 6-webkanaal Grooves is Gil de hele week van 22:00 tot 23:00 uur te beluisteren.
Een complete discografie van Gil Scott-Heron vind je in de All Music Guide.

Als troost: Lady Day and John Coltrane

dinsdag 24 mei 2011

Diamond live: Sade in Ahoy

Het lange wachten (18 jaar) op Sade werd gisteravond beloond. Het concert in Ahoy was niets minder dan hypnotisch. De alweer 52(!)-jarige zangeres heeft nog steeds een loepzuivere stem. Bloedstollende vertolkingen van Jezebel en Is It A Crime sneden door de ziel en maakten duidelijk wat een unieke zangeres Sade eigenlijk is. Een natuurfenomeen.
De band was even strak als de bodystocking van Sade en klonk in feite precies als op de plaat (zij het wat rafeliger). Dat is doorgaans geen aanbeveling maar in dit geval is het een knappe prestatie als je dat live kunt reproduceren. Het bewijst de beheersing en professionaliteit van de muzikanten; deze band weet precies wat ze wil en doet. Uitgekiend.
Van tevoren maakte ik me zorgen over het geluid in de beruchte badkuip Ahoy - zulke subtiele en verfijnde muziek staat of valt met een goed geluid - maar dat was kraakhelder en open.
De show was zeer fraai met schitterende videoprojecties, vooral de Frank Miller-achtige animatie van een duister New York als aanloop naar Smooth Operator.
Het was een lang optreden (twee uur), wellicht iets te lang want de tweede helft kabbelde hier en daar. Het was een greatest hits-show, maar dat mag best na zo een lange afwezigheid. Er was bovendien genoeg nieuw materiaal te horen, zoals de opener Soldier of Love.
En is Sade nog net zo mooi als vroeger? Oef!