maandag 30 maart 2015

José James: ode aan Billie Holiday


Op de honderdste verjaardag van de legendarische Billie Holiday brengt José James, ‘een jazzzanger voor de hiphop-generatie’, een ode aan Lady Day met het coveralbum Yesterday I Had The Blues. “Zij is de meest ultieme jazzzangeres aller tijden.”

Om maar met de hoes te beginnen: we zien jou op de Amsterdamse grachten. Wat is het idee en wat heeft dat met Billie Holiday te maken?
“Er is eigenlijk geen verband. Ik trad op met het Concertgebouworkest en had fotografe Janette Beckman meegenomen. Zij is bekend van haar foto’s van rock- en hiphopartiesten en maakte foto’s van het orkest. Ik had een dag vrij en wilde de Amsterdamse grachten verkennen, en vroeg haar mee. Toen we de hoes moesten uitkiezen, ging het met om drie dingen. De Nederlanders waren de eersten die mijn muziek omarmden. Daarnaast wilde ik zo’n iconische Blue Note-hoes die verwees naar de bijzondere band die jazz altijd met Europa heeft gehad. Veel jazzmuzikanten, zoals Dexter Gordon, hebben er gewoond en Europa is altijd als een thuis voor jazz geweest. Deze hoesfoto leek me een mooie persoonlijke manier om dat te zeggen.”

Wilde je zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke versies blijven?
“Niet echt. Daarom wilde ik pianist Jason Moran erbij hebben, want hij geeft zo’n andere kleur aan de muziek. Hij heeft het eigentijds gemaakt. Tijdens de voorbereidingen heb ik het er met hem over gehad dat ik het wilde laten klinken als iets van dit jaar. Het moest een connectie hebben met de mensen die nu leven.”

Toch is het je meest traditionele jazzplaat.
“Absoluut. Sommige mensen vroegen of ik een album met beats wilde maken, maar dat voelde niet aan als een echt eerbetoon. De enige manier om te laten horen welke invloed zij in mijn leven gehad, was om het in een zelfde context te doen, met akoestische instrumenten.”

Eer je Billie Holiday meer door zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven, of door het juist als vertrekpunt te gebruiken en er je eigen draai aan te geven?
“Door ervan af te wijken. Het is makkelijker om de verschillen tussen Billie Holiday en mij te horen dan de overeenkomsten.”

Billie Holiday was een heel intense zangeres. Was het moeilijk om dat te reproduceren?
“Bij Billie Holiday ging het om emotie. Dat heb ik geprobeerd te vangen. Iedereen brengt zijn eigen geschiedenis en ervaringen in een standard in. Die zijn voor haar anders dan voor mij. De leidraad in haar muziek is haar eerlijkheid, dus ik moest mijn eigen eerlijkheid zien te vinden.”

vrijdag 13 februari 2015

Curtis Harding: rock ’n soul

Foto: Hedi Slimane

Curtis Harding is een soulman, maar draait er zijn hand niet voor om om flink te rocken. “Het is een en hetzelfde.”

Driemaal is scheepsrecht. Curtis Harding had het razend druk toen hij in november ons land aandeed voor een minitour.  Twee keer moesten we het interview verzetten vanwege uitgelopen soundchecks. We krijgen hem eindelijk te pakken als hij onderweg is naar de volgende gig, waar hij die avond furore zal maken op het Le Guess Who festival in Utrecht.

Hardings debuutalbum Soul Power, een tijdloze rhythm & blues-plaat met een ruw rockrandje, was die week het 3voor12 album van de week en de Curtis Mayfield-achtige single Keep on Shining  de 3FM Megahit. Was Harding verrast door al die aandacht?
“Een beetje wel.  Ik wist niet wat ik moest verwachten wat media-aandacht betreft. Ik hoorde wel dat de plaat veel op de radio gedraaid werd.  Ik wist niet dat het zo groot zou zijn, dus dat is een prettige verrassing.”

Krijg je hier meer aandacht dan in Amerika?
“Het is anders. Radio is hier in Nederland groter. In de VS worden we vooral gedraaid op college radio. We zijn druk met toeren.  Maar we hebben daar nog geen tv-optredens gedaan, of aandacht van de grote radiozenders.”



Je album heet Soul Power. Is dat een statement over soulmuziek?
“Over soul in het algemeen, niet per se over het muziekgenre. Je hoeft niet van soul te houden om soul te hebben.  Eigenlijk gaat het over het leven. Over alles. Voor sommige mensen is muziek hun leven. Het album gaat over het leven, liefde, vrijheid,  strijd.”

Welke artiesten hebben je geïnspireerd?
“Te veel om op te noemen. Allerlei soorten artiesten: soul, gospel, country, klassiek, rock, punk.”

Ben je eigenlijk vernoemd naar Curtis Mayfield?
“Nee. “

Die vraag wordt je vast vaak gesteld?
“Ja.”



Op Soul Power is je liefde voor oude soul duidelijk hoorbaar. Is het moeilijk om iets  nieuws en oorspronkelijks toe te voegen aan zo’n rijk muzikaal erfgoed?
“Niet als je het gewoon probeert. We proberen de beste muziek mogelijk te maken. Dat is onze opdracht. “

Wat is jouw bijdrage?
“Hopelijk goede muziek, man. Dat is het doel. En stijl en persoonlijkheid.”

Je muziek beperkt zich niet tot soul, je maakt ook uitstapjes naar garagerock. Dat lijken twee contrasterende stijlen. Wat hebben zij gemeen?
“Ik vind juist niet dat ze contrasteren.  Ze hebben heel veel met elkaar gemeen. Soul komt voort uit gospel en blues, en garagerock gebruikt dezelfde elementen. Het is een en hetzelfde.”

Soul Power is uitgebracht door Burger Records, een label dat zich vooral richt op garagerock. Hoe ben je daar terechtgekomen?
“Ik heb een garagerock sideproject genaamd Night Sun en Burger Records heeft daarvan een single uitgebracht. Toen wilden ze ook een soloalbum van mij. Met Night Sun liep het zo goed dat ik besloten heb om bij Burger Records te tekenen.”

Je hebt een gospelachtergrond. Gospel heeft tegenwoordig een imagoprobleem. Hebben mensen er een verkeerd  beeld van?
“Ik weet niet wat voor een idee mensen hebben van gospel. Voor mij tellen goede liedjes. Ik ben geen liefhebber van hedendaagse gospel, maar ik hou wel veel van oude gospel.  Daar ben ik mee opgegroeid.”

Wat is het verschil tussen oude en nieuwe gospel?
“Hoe het klinkt en is opgenomen. Oude gospel heeft meer live-instrumenten.  Maar het hoeft ook helemaal geen instrumenten te hebben.  Het is veel rauwer, funkier en spiritueler.”



In het verleden heb je samengewerkt met Cee-Lo Green en OutKast. Hoe hebben zij je muzikale ideeën beïnvloed?
“Van Cee-Lo heb ik liedjes leren schrijven en goed leren luisteren naar structuur. En stilistisch/esthetisch gezien hebben zij me geleerd om anders te zijn, niet bang te zijn om je eigen ding te doen. “

Jouw muziek heeft een klassiek soulgeluid. Is het moeilijk om een balans te vinden tussen de tijdloze kwaliteit van oude soul en de wat gladdere, kunstmatige moderne R&B?
“Ik heb niet geprobeerd om een soulplaat te maken, dit is gewoon zoals het klinkt.  Soul Power is maar een titel die we aan de plaat hebben gegeven. Mensen mogen het noemen wat ze willen. Je moet het een naam geven om het te kunnen verkopen. Het geluid is een smeltkroes van dingen die in mij zitten en mij vormen en waarvan ik geniet. Wie weet maak ik de volgende keer een countryplaat.”

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

maandag 19 januari 2015

Beeld is voor Kraftwerk net zo belangrijk als muziek

Foto: Andréas Hagström

De legendarische Duitse electrogroep Kraftwerk speelt de hele week elke avond een album uit zijn invloedrijke oeuvre in een uitverkocht Paradiso. Compleet met 3D-animaties waarbij de ruimteschepen tegen je aan lijken te vliegen. Beeld en muziek staan bij Kraftwerk op gelijke voet.

“Kraftwerk is een gesamtkunstwerk”, legt Kraftwerk-oprichter Ralf Hütter in een exclusief interview. “Het is een combinatie van multimedia. Dat doen we al vanaf het begin. Vroeger gebruikten we nog dia’s, schilderijen en tekeningen. Sinds 2009 werken we met 3D, daarvoor met 2D. Het Museum of Modern Art in New York nodigde ons uit voor het Retrospective, en toen hebben we ons hele repertoire omgezet naar 3D. Daar hebben er vier jaar aan gewerkt.”

Huisvlijt
De visueel spectaculaire show is het resultaat van huisvlijt. “We zijn geen Disney of Hollywoodstudio, we doen alles zelf, komt allemaal uit de Kling Klang Studio”, zegt Hütter, die zijn Spiderman-achtige bodysuit met fluorescerende rasters inmiddels  heeft verruild voor zijn alledaagse kloffie. “Ik heb tekeningen gemaakt met mijn oude vriend Emil Schult (de ontwerper van de iconische platenhoezen van Kraftwerk - red.), hij is een leerling van de beroemde Duitse kunstenaar Joseph Beuys. Ik heb zelf architectuur gestudeerd en mijn voormalige Kraftwerk-partner Florian Schneider kon ook goed tekenen. Vandaag de dag is alles mogelijk dankzij de computer: 3D en animaties. Voor Spacelab hebben we oude tekeningen uit begin jaren 70 geanimeerd.”



Live
Op het podium staan de Kraftwerk-leden er statisch bij, maar denk niet dat de groep met een druk op een knop op de laptop de show afdraait. Alles is live. “We werken altijd aan nieuwe muziek en nieuwe geluiden die we verwerken. Het zijn minimale composities waarop we kunnen improviseren en variëren. Bij Autobahn kunnen we live het verkeer en weer aanpassen, de auto’s worden op het podium gevormd en alle geluiden en mixes zijn live. Falk Grieffenhagen, die helemaal rechts staat op het podium, bedient alle animaties. Hij is ook muzikant, dus hij heeft het juiste gevoel om de animaties te arrangeren op de muziek. Een normale grafisch kunstenaar begrijpt de muziek of de ritmes niet. Behalve de 3D-graphics is ook het geluid driedimensionaal, surround sound.”

Vandaar dat Hütter nog steeds vier man nodig heeft op de bühne. “Om het live te spelen heb je meer handen nodig, het is veel werk. Technisch gezien kun je ook gewoon de plaat opzetten. Technologie is geen beperking meer. Maar het is anders als je interactie hebt met mensen en graphics.” De toekomst van Kraftwerk-concerten zal dus niet, zoals de groep ooit grapte, volledig in handen komen van de robots.



Project
Hütter is het enige overgebleven oorspronkelijke Kraftwerk-lid. Kun je het dan nog wel Kraftwerk noemen wat op het podium staat? Hütter: “Ik ben de oprichter van Kraftwerk samen met mijn voormalige partner Florian Schneider. Kraftwerk is eigenlijk een concept, een project. We hebben gewerkt met veel verschillende, roulerende muzikanten, fotografen, filmmakers, technici die instrumenten voor ons bouwden. We hebben dus altijd met externe mensen samengewerkt. De andere leden zijn niet vertrokken, Kraftwerk bestond uit twee personen, Florian en ik. Florian stapte in 2006 uit Kraftwerk. Hij wilde niet meer reizen, maar een rustig leven leiden met familie en vrienden.”

Ook Hütter leidt liever een teruggetrokken leven. Hij geeft zelden interviews. Het draait namelijk om de muziek, niet om de makers.



Technologie
Technologie is het hoofdthema van Kraftwerk. Het geluid van de groep uit Düsseldorf is geïnspireerd op de zware industrie in het Roergebied. “Er waren industriële, synthetische ritmes overal om ons heen.
“Kraftwerk is de mens-machine: de interactie tussen de mens en de machine. We sluiten ons aan, we zijn elektronisch verbonden en scheppen geluiden en beelden: soundscapes.”



Commentaar
Technologische vooruitgang is behalve het middel ook het onderwerp van hun muziek. Kraftwerk bezong de spoorwegen (Trans-Europe Express), de snelwegen (Autobahn), robots (The Robots) en computers (Computer World). De muziek van Kraftwerk is echter niet louter een viering van de voortschrijdende techniek, verklaart Hütter, die overigens nog belt met een model mobiele telefoon dat tien jaar geleden gangbaar was.

“Het is commentaar op onze dagelijkse realiteit in een geïndustrialiseerde samenleving. Het is ook kritiek. Op Radio-Activity gebruikten we radiofragmenten uit 1975 waarin de overheid atoomenergie promoot, mensen kenden toen de gevaren niet. Nu weten we van Fukushima, Harrisburg, Sellafield, al het kernafval, en is het duidelijk dat dit de verkeerde weg is. Computer World ging over de mogelijkheden van computers, we kunnen er muziek, beelden en kunst mee maken. Maar aan de andere kant gebruiken overheden en organisaties computers om informatie over mensen te verzamelen en te controleren, wat Snowden aan de kaak stelde. Wij schreven de teksten van Computer World al in 1981.”



Invloedrijk
De Beatles van de elektronische dansmuziek is Kraftwerk ooit genoemd. Hun betekenis voor de hedendaagse muziek is gigantisch. Ze waren een grote inspiratiebron voor David Bowie in zijn Berlijn-periode (V-2 Schneider op het album Heroes is vernoemd naar Florian Schneider). Met hun elektronische pionierswerk ontketende Kraftwerk in hun kielzog diverse nieuwe muziekgenres: Britse synthpop van The Human League, Ultravox en Depeche Mode, en aan de overzijde van de Atlantische Oceaan sloegen de machinale ritmes van de Duitsers aan bij de zwarte pioniers van de hiphop en de house. Afrika Bambaataa scoorde in 1982 een van de eerste raphits met een sample van Trans-Europe Express op Planet Rock. Meer recent zijn de sporen van Kraftwerk nog zichtbaar bij Daft Punk en leende Coldplay het refrein van Computer Love voor Talk.

Met zijn belang houdt Hütter zich evenwel niet bezig. “Je maakt muziek en hoopt dat mensen begrijpen waar je mee bezig bent. Je concentreert je op je werk: Kraftwerk.”



Dit artikel verscheen in De Stentor, De Gelderlander, De Limburger, BN De Stem en het Eindhovens Dagblad.

woensdag 17 december 2014

Black Messiah van D'Angelo is geen meesterwerk


D’Angelo is deze week het koffieautomaatgesprek nu hij eindelijk zijn langverwachte derde studioalbum uitbracht. Bijna vijftien jaar had hij nodig om met een opvolger van zijn meesterstuk Voodoo te komen. Het regent superlatieven, maar misschien willen de recensenten iets te graag een nieuw meesterwerk horen in Black Messiah.

D’Angelo trapt als vanouds af met het broeierige Ain’t That Easy, om de luisteraar vervolgens te overrompelen met het ronkende 1000 Deaths. Maar als we na het rijk geschakeerde Sugah Daddy in het hart van het album zijn aangekomen, doemen valkuilen op. Het probleem met Black Messiah is namelijk dat er per saldo te weinig echt goede songs op staan. Dat is an sich niet erg, als er genoeg goede ideeën, spanning en avontuur tegenover staan. Op Voodoo leek het alsof maandenlang jammen in een zweterige juke joint een schat aan fantastische muziek had opgeleverd, waar D’Angelo uit de losse pols wat orde en structuur in had aangebracht. Voodoo was een wonder van spontaniteit, onder het juiste gesternte geboren, en kon meanderen zonder een seconde te vervelen. Black Messiah bevat veel onuitgewerkte ideeën, is langdradig, repetitief en heeft weinig zuurstof. Wel brengt D’Angelo het album tot een goed einde met het stijlvolle Another Life.

Het maken van een waardige opvolger van Voodoo is een worsteling waar D’Angelo nog niet bovenop is gekomen. Misschien wilde hij te graag een nieuwe klassieker maken. Toch laat hij horen, op de briljante momenten die Black Messiah zeker heeft, dat hij nog steeds een klasse apart is in de hedendaagse soul.



Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven

zaterdag 11 oktober 2014

De eeuwige jeugd van Roy Ayers

Met Roy Ayers in de kleedkamer van de North Sea Jazz Club, 26 augustus 2014.

De liefhebbers die zich in de Amsterdamse North Sea Jazz Club verzamelen, hadden zijn kleinkinderen kunnen zijn. Met 74 jaar op de teller wordt Roy Ayers weliswaar wat strammer, zodra hij begint te spelen spetteren de noten als vanouds van zijn vibrafoon.

Hoe kan het dat u nog steeds de jeugd weet aan te spreken?
“Omdat het groovet. Dat stimuleert en motiveert jongeren. Al zo’n 40, 45 jaar spreek ik consequent  een nieuw publiek aan, met name in Londen.  Daar ben ik dankbaar voor, het is een eer.”

U bent een van de meest gesamplede artiesten. Weet u nog de eerste keer dat uw muziek werd gebruikt?
“Mijn zoon en dochter attendeerden me erop dat mijn muziek op de radio gedraaid werd, maar dan uitgevoerd door een andere artiest. Ik vroeg wie het was. Het bleek Mary J. Blige met My Life. Ze was er succesvol mee. En ze heeft iets moois heeft gemaakt met mijn sample. Ik vind het leuk om gesampled te worden. Ik zie het als respect.  Ze laten je weten dat ze van je muziek houden.”

U ziet samplen niet als diefstal van uw muziek?
“Nee, ze betalen er keurig voor. En het betaalt goed. Voor sommige samples krijg je meer dan voor anderen. Dat hangt af van de platenfirma. Sommige platenfirma’s betalen helemaal niks.”

U heeft ook veel samengewerkt met rappers, bijvoorbeeld op het eerste Jazzmatazz-album van Guru. Wat vindt u zo goed aan hiphop?
“Ze hebben goede beats, want ze samplen mij. Het is heel creatief, ze komen steeds met nieuwe ideeën. Dat is cool.”



Beschouwt u zichzelf als een legende?
“Nee. Ik ben gewoon een muzikant. En mijn muziek wordt gewaardeerd. Misschien ben ik een levende legende. Ik doe dit tenslotte al heel lang, ik ben inmiddels over de zeventig.”

Miles Davis zei ooit: “Een legende is een oude man met een wandelstok die bekend is om wat hij heeft gedaan. Ik doe het nog steeds.”
“Hahaha! Ik doe het inderdaad nog steeds en ik voel me nog uitstekend.”



U begon in de jazz, maar stapte later over op jazzfunk en rhythm ’n’ blues. Kreeg u destijds veel kritiek van jazzpuristen?
“Ja, maar het is allemaal mijn roots. Ik ben opgegroeid met jazz en rhythm ’n’ blues. Lionel Hampton had heel veel invloed op mij. Alles is samengekomen in de evolutie van Roy Ayers. Ik speelde al rhythm ’n’ blues toen ik op de middelbare school zat. Het interessante is dat ik in mijn jeugd graag naar James Brown luisterde, en later op hetzelfde label zat als hij. Het was een opwindende carrière.”

Wat was uw repliek op al die kritiek?
“Je moet geld verdienen om de huur te kunnen betalen. Het is net zo zwaar voor mij als voor jou. Of je nou een pop-, rhythm ’n’ blues-, jazzartiest of wat dan ook bent. Are you selling out?, vraag ik dan. Dan geven ze me gelijk. Je moet geld verdienen.”

zaterdag 5 juli 2014

Habib Koité: Het gaat beter in Mali


Voor de 26e keer vindt dit weekeinde het Afrikafestival Hertme plaats. Hoewel vrij onbekend, weet het Twentse gehucht al meer dan een kwart eeuw grote namen uit de Afrikaanse muziek te strikken, onder wie gitarist Habib Koité.

De Malinees Habib Koité koestert warme herinneringen aan het tweedaagse Afrikafestival dat jaarlijks wordt gehouden in het openluchttheater van Hertme. „Ik stond jaren geleden al een paar keer op het festival”, zegt hij. „Ik houd van de gezelligheid. Het is niet al te groot, de podia staan dicht bij het publiek, er komen veel gezinnen, ze zijn aandachtig.”

Koité (1958) keert dit weekeinde, in het kader van zijn Europese tournee, terug naar Hertme. „De eerste keer dat ik er speelde, werd ik thuis uitgenodigd door programmeur Rob Lokin. Hij heeft een enorme platencollectie met oude Afrikaanse bands uit de  jaren ‘50. Ik heb nog nooit zo veel platen gezien van groepen als Zani Diabaté, de leider van de Super Djata Band die succesvol was in Europa. Dat zal ik nooit vergeten.”


De gitarist brak in de jaren ‘90 internationaal door. Hij speelde samen met artiesten als Eric Bibb en Bonnie Raitt. Kenners roemen hem om zijn unieke gitaarspel, waarbij hij een open pentatonische stemming gebruikt.

Mali, nu vooral in het nieuws vanwege de strijd tegen de islamisten, kent een zeer rijke muziekcultuur. Musicologen zien het land als de bakermat van de blues.

„Mali ligt ingeklemd tussen meerdere landen, dus het is het hart van een grote regio, het hart van het Mandingo koninkrijk”, vertelt Koité. „Er is van oudsher een grote verscheidenheid aan muzieksoorten en talen. Mali was het centrum van alle rijken. In deze periode was de griot, een soort troubadour, belangrijk om de verhalen van de koningen te vertellen aan het volk. Die boodschappen werden muzikaal begeleid. Zo was de boodschap makkelijker te horen voor de mensen.”

zaterdag 28 juni 2014

In memoriam: Bobby Womack (1944-2014)

Op 17 juni 2011 interviewde ik Bobby Womack 4 uur lang.

The last soulman is niet meer. Na jarenlange gezondheidsproblemen, kwam Bobby Womacks overlijden op 27 juni toch onverwacht.

Ondanks zijn enorme staat van dienst werd Bobby Womack altijd wat ondergewaardeerd. Zo werd hij vaak verward met Womack & Womack, de band van zijn broer Cecil. “Ik had er geen idee van dat zij zo hot waren. Ik kende hun nummers eigenlijk niet eens omdat ze in Amerika niet zo groot waren, maar hier in Europa waren ze gigantisch”, vertelde Bobby Womack in 2011 aan Heaven. “Ik was eens in Europa en checkte in bij een hotel en de receptionist vroeg: ‘Bent u van Womack & Womack?’ ‘Nee dat is mijn broer’, antwoordde ik. ‘U bent niet van Womack & Womack? Oh ik zie dat we vol zitten.’ Toen zei ik maar dat we inderdaad Womack & Womack waren. Die man zei: ‘Waarom zei u dat niet? We hebben een suite voor u.’”

Geen carrière kende zo veel pieken en dalen als die van Bobby Womack. Sam Cooke ontdekte Bobby en zijn broers al op jonge leeftijd en nam The Womack Brothers onder zijn hoede, toen Bobby nog maar twaalf jaar was. Bobby was coauteur van It’s All Over Now van de gebroeders Womack, inmiddels omgedoopt in The Valentinos. De cover door The Rolling Stones werd een van de eerste hits van de Britse groep.

Het succes van The Valentinos wordt echter gekortwiekt door de moord op Cooke. Als Bobby korte tijd later trouwt met Cooke’s weduwe Barbara– naar eigen zeggen om haar en de kinderen te beschermen - lijkt zijn carrière voorbij. Het huwelijk valt in slechte aarde. Diskjockeys weigeren Bobby’s platen te draaien, breken die zelfs voor zijn ogen in tweeën. Cooke’s broers slaan Bobby bijna dood in een hotelkamer in Chicago.

Als verdienstelijk gitarist bouwt Bobby Womack wel een succesvolle loopbaan op als sessiemuzikant. In de American Studios van Chips Moman in Memphis speelt hij mee op platen van Joe Tex, Aretha Franklin  (Lady Soul) en Elvis Presley, en maakt deel uit van de vaste bands van Ray Charles en Wilson Pickett (Midnight Mover is van Bobby’s hand). Bobby raakt bevriend met Sly Stone en Janis Joplin, hij was naar eigen zeggen op haar hotelkamer enkele uren voordat ze stierf.

Eind jaren ’60 krijgt Womack een tweede kans als artiest. Hij scoort in 1968 zijn eerste hit met California Dreamin’, een cover van The Mamas & The Papas. In de jaren ’70 maakt Bobby een reeks sterke albums met Understanding, Communication en The Facts of Life, en scoort hij hits met o.a. Harry Hippie, Woman’s Gotta Have It en Across 110th Street, dat in de jaren ’90 een revival beleeft als Quentin Tarantino het nummer gebruikt voor de soundtrack van Jackie Brown.