maandag 15 december 2008

Raphael Saadiq: Terug naar Motown

Afgepeigerd is hij. Raphael Saadiq, Charlie Ray Wiggins voor zijn moeder, is net ingevlogen uit Parijs. Zijn bezoek aan Amsterdam is de laatste etappe in een korte maar drukke Europese promotietoer langs drie hoofdsteden (Londen, Parijs en Amsterdam). Half liggend op een bank in de bar van het American Hotel werkt Saadiq een biefstuk met aardappelpuree en spruitjes naar binnen. Hij is gehuld in afgewassen vrijetijdskleding. Zijn nieuwe imago, een strak gesneden maatpak en een bril die van hem een dubbelganger van Temptations-frontman David Ruffin maken, zit nog in zijn koffer.

Lees ook:

Raphael Saadiqs derde soloalbum The Way I See It is een ode aan Motown. De sound wordt zo dicht benaderd dat het album bijna een pastiche is. Medewerking van percussionist Jack Ashford en arrangeur Paul Riser van de legendarische Motown-huisband The Funk Brothers, plus Stevie Wonder verhogen de authenticiteit. Maar elke keer dat je The Way I See It draait, wordt het steeds meer een typisch Raphael Saadiq album. Zijn handtekening zit in de details. The Way I See It is geen hippe gimmick, maar een groeialbum dat bij elke luisterbeurt meer prijsgeeft.

Hoe kwam je op het idee om een album te maken in de oude Motown-stijl?
“Ik werd op een ochtend wakker en ik had van die kleren aan, bij wijze van spreken. Ik viel er min of meer in. Ik wist niet wat er uit zou komen. Ik heb er eigenlijk niet zo bij stilgestaan. Tot nu, nu mensen me die vraag stellen. Ik heb daar niet echt een antwoord op. Het ging heel geleidelijk. Maar toen ik eenmaal bezig was met het album en Sure Hope You Mean It en Staying in Love ging opnemen, zat ik er inmiddels tot over mijn oren in. Uiteindelijk toen ik alles samenvoegde, sloot het goed op elkaar aan en was het echt een concept.”

Wat zo knap aan The Way I See It is dat je de Motown-sound perfect weet na te bootsen, terwijl het toch een typisch Raphael Saadiq album is. Was het moeilijk om je eigen identiteit te bewaren?
“Dat is inderdaad heel bizar. Ik begrijp er zelf niets van. Toen ik begon met muziek maken, was ik geen zanger maar een bassist. Mensen zeiden toen tegen me: je hebt een eigen geluid. Als je op de radio wordt gedraaid, horen we dat jij het bent, je hebt een herkenbare stem. Dus ik denk dat ik in de muziek pas met mijn eigen, duidelijk herkenbare stem. Ik gebruik mijn stem als een instrument, en ik laat de andere instrumenten mij begeleiden, om van mij een betere zanger te maken. Ik ben een crooner, dus ik plaats alles om me heen zo dat ik goed klink.”

Ik las ergens dat je The Way I See It het moeilijkste project uit je carrière vond. Waarom?
“Toen ik in die modus zat besefte ik pas hoe goed ik mijn best moest doen. Ik moest echt zíngen. Toen ik Sure Hope You Mean It zong probeerde ik me voor te stellen hoe David Ruffin een zin als ‘do you mean what you say’ gezongen zou hebben. (Zingt als David Ruffin:) do you meeeaaannn what you say... Begrijp je? Ik moest me in dat personage inleven. Je kunt het niet uit de losse pols doen. Dat was een uitdaging.”

Heb je er ook langer over gedaan om het album op te nemen?
“Een stuk langer. Zo’n 2,5 jaar. Normaal doe ik er een half jaar tot een jaar over.”

Hoe was het om samen te werken met oude Motown-legendes als Stevie Wonder, Jack Ashford en Paul Riser?
“Het was ongelofelijk. Het was alsof ik mijn eigen Motown-familie had, omdat ik drie veteranen samenbracht op één album. Volgens mij hebben ze al heel lang niet meer samen op één album gespeeld. Het was the icing on the cake. Het voelde alsof een keurmerk had gekregen, dat ik hun goedkeuring kan wegdragen. Want je moet met hen wel weten wat je wilt. Je moet ze iets te bieden hebben, anders komen ze niet. Je kunt ook niet een feest zonder drankjes geven. Dus je moet een goed nummer hebben.”

De CV van Raphael Saadiq is op z’n zachtst gezegd indrukwekkend. Als tiener speelde hij al bas bij Prince en Sheila E. Eind jaren tachtig vormde hij met zijn broer Dwayne en neef Timothy Christian de succesvolle R&B-band Tony! Toni! Toné! Midden jaren negentig ging Saadiq solo en stortte zich op een even vruchtbare carrière als producer. Hij werkte samen met o.a. D’Angelo (Untitled van het album Voodoo leverde D’Angelo een Grammy op), Erykah Badu, The Roots, Jill Scott, Macy Gray, Angie Stone, Mary J. Blige, Snoop Dogg, Whitney Houston en The Isley Brothers. Om maar even een paar te noemen. Saadiq was tevens de oprichter van het veelgeprezen gelegenheidsproject Lucy Pearl met Ali Shaheed Muhammed (A Tribe Called Quest) en Dawn Robinson (En Vogue). In 2002 kwam eindelijk Saadiqs solodebuut Instant Vintage uit, een smaakvol meesterwerk dat goed was voor vijf Grammy-nominaties. Je kunt stellen dat de 42-jarige Raphael Saadiq de architect van de neo soul is.

De bizarre werkelijkheid is echter dat bijna niemand hem kent. In Nederland althans. Is dat anders in Amerika?
“Niet zó onbekend, maar wel onder de radar. Toen ik nog in Tony! Toni! Toné! zat was ik bekender. Wat betreft mijn werk als producer, werk ik niet met veel mensen samen. Ik werk met kwaliteitsartiesten samen. En daar zitten niet veel mainstream popartiesten tussen. Want pas als je de grote artiesten produceert, krijg je naam en faam.”

Maar je hebt wel samengewerkt met o.a. John Legend.
“Ja en Joss Stone. Meer mensen benaderen me nu. Maar is een lange reis geweest om hier te komen. Het was ook moeilijk omdat ik eerst in een band zat, en toen solo ging werken als producer. Want mensen hebben liever dat je in een groep zit. Ik heb ervoor gekozen de tijd te nemen en de achterafstraatjes te nemen, waar ik lang kan branden. Op de hoofdstraat brand je snel op.”

Frustreert het je niet?
“Nee. Je hebt meer vrijheid. Je kunt uitgroeien tot iets kwalitatiefs. Als een soort exclusief paar schoenen dat iedereen wil hebben. Ik vind het prettig als mensen graag tegen anderen over me praten. Ik ben voor mensen dan meer een geschenk.”

Werk je alleen samen met artiesten die je goed vindt, of zie je ook wel eens iets door de vingers omdat het goed verdient?
“Dat heb ik wel eens geprobeerd, maar het werkt niet. Je moet met iemand samenwerken die bij je past. Dus dat probeer ik te doen.”

’s Avonds, na nog even een paar uurtjes onder de wol te zijn gekropen, gaf Saadiq een verpletterend optreden in Paradiso. Een strakke en zinderende soul revue. Met een hippe retrosoulplaat die al direct na de release flink wat buzz genereerde, lijkt de weg vrij voor de doorbraak die al veel te lang op zich heeft laten wachten.

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

vrijdag 5 december 2008

Sly Stone heeft faalangst

Sly Stone was eind jaren zestig een superster. Daarna verdween hij. Drie Nederlandse documentairemakers spoorden hem op.
Sly Stone was een icoon van de Woodstockgeneratie. Dance to the Music, Everyday People en Family Affair zijn evergreens. Sly beïnvloedde talloze artiesten. Zonder Sly geen Prince, Lenny Kravitz of OutKast. Maar Sly snoof duizelingwekkende hoeveelheden coke. Hij kwam ten val en dook onder. Er waren smeekbedes van Prince om terug te komen en een miljoenenbod voor een interview. Sly gaf niet thuis.
Documentairemaker Willem Alkema en Sly-biografen Arno en Edwin Konings vonden hem na jaren zoeken en slaagden er als enigen ter wereld in hem voor de camera te interviewen. De NPS zendt de documentaire Dance to the Music zaterdagnacht uit.
Een internetadvertentie waarin Sly’s motor te koop werd aangeboden, leidde de makers in 2005 naar zijn huis, aan het einde van een doodlopende weg op een bergtop in Los Angeles. Op het hek prijkte een gouden S. Ze werden afgewimpeld, maar begin 2006 lukte het hen Sly te ontmoeten, toen ze in de oefenruimte belandden waar Sly and The Family Stone repeteerden voor een optreden bij de Grammy Awards, Sly’s eerste levensteken in decennia.
Alkema: ‘Er stopte een grote camper waar Sly Stone uit kwam. Ik flikkerde bijna van mijn bankje. Toen hoorden we ook nieuwe muziek. Het was een soort operagezang met een beat, waar Sly dan omheen zingt: I want to thank you for letting me be myself. Het klonk vreemd, ik had niet zoiets van wow!’
Als de documentairemakers Sly zijn favoriete Rhythm Ace drumcomputer cadeau geven, weten ze hem uiteindelijk te paaien om één vraag voor de camera te beantwoorden: hoe voelt het om weer op het podium te staan? ‘Ongeveer twee meter hoger dan normaal.’
Waarom heeft Sly bijna dertig jaar als kluizenaar geleefd? Alkema: ‘Zijn saxofonist Jerry Martini zegt dat het een mix van faalangst en succes is. Sly wil weer een succesvolle plaat maken, maar is bang dat het niet lukt. Hij ziet zichzelf niet als superster, hij is zich niet bewust van zijn status. Daarnaast is in de Amerikaanse media veel geschreven over zijn drugsgebruik. Dat heeft hem erg gestoord.’
Sly heeft de afgelopen decennia elke dag muziek gemaakt, zegt Alkema. ‘Hij heeft een archief van honderden liedjes. Ik weet niet of hij dat moet uitbrengen. Het is niet per definitie goed. Kijk maar naar die nieuwe plaat van Guns N’ Roses. Misschien is het beter als hij zijn mythische status behoudt.’
Het was schrikken om te zien dat Sly Stone tegenwoordig een bochel heeft. Hoe komt hij daar aan? ‘Daar zijn verschillende verhalen over’, zegt Alkema. ‘Hij zou bij zijn huis van een steile helling zijn gemieterd. Hij had een bord eten in zijn hand en toen hij neerkwam, had hij het bord nog in zijn hand. Zijn dochter zegt dat hij de afgelopen dertig jaar alleen maar achter zijn keyboard heeft gezeten, in die houding, hij is kromgegroeid.’
Rest de vraag of Sly zijn roemruchte drugsverleden heeft afgesloten. Alkema: ‘Hij gaat nog wel aan de haal met drugs, maar de drugs gaan niet meer aan de haal met hem.’

Dit artikel verscheen eerder in Dagblad De Pers

maandag 10 november 2008

Dr. John: 'De weg naar het Witte Huis is geplaveid met leugens'


Drie jaar na de verwoesting door de orkaan Katrina komt Dr. John met een album over zijn geliefde woonplaats New Orleans. In een exclusief interview sprak De Pers met de levende legende over de puinhopen, Barack Obama en voodoo.





Lees ook:

Malcolm ‘Mac’ Rebennack scharrelt onwennig rond in zijn kleedkamer in de catacomben van Paradiso. Zijn alter ego Dr. John zit nog in zijn koffer. De echte Mac Rebennack is een lieve, oude man. Heel anders dan de in een pooierpak of een uitbundig voodoo-outfit gestoken, met veren, kralen en kettingen uitgedoste Dr. John The Night Tripper. Om Rebennacks lijf met de kenmerkende gekromde rug hangt een oud bruin vest. De enige sporen van Dr. John zijn de voodooketting en een hoed. De Doctor is net gearriveerd uit Keulen en is zichtbaar vermoeid. Een groot deel van zijn tijd brengt Dr. John door on the road. Denkt de bijna 68-jarige muzikant er wel eens aan om het rustiger aan te doen?

‘Misschien als ik niet meer zo vaak wordt geboekt of als ik te oud word. Aan de andere kant krijg ik nou ook niet zo veel werk. Maar het is niet zo dat ik het rustiger aan wil doen. Het ligt eraan wat het leven voor je in petto te heeft. Wie weet wat er morgen gebeurt.’

Cultheld
Dr. John mag worden gerekend tot de canon van de Amerikaanse muziek. Al op zijn vijftiende was hij professioneel muzikant in New Orleans en speelde met plaatselijke grootheden als Professor Longhair. Eerst als gitarist, maar sinds hij een schotwond aan zijn hand opliep, als pianist.

In 1967 verschijnt zijn alter ego Dr. John (naar de negentiende-eeuwse plaatselijke voodoomedicijnman Dr. John Montaigne), alias The Night Tripper. In de verloren studio-uurtjes van een opnamesessie van Sonny & Cher knutselt hij in 1968 zijn debuut Gris-Gris in elkaar, een album vol experimentele en psychedelische voodoofunk dat klinkt als een ritueel op muziek gezet.



Dr. John groeit al snel uit tot een cultheld die mensen als Paul Weller, Eric Clapton en Mick Jagger onder zijn fans heeft. Maar ook Jim Henson is fan en modelleert het Muppet-personage Dr. Teeth naar hem. Dr. John blijft een veelgevraagd sessiemuzikant en speelt met iedereen van de Stones tot Art Blakey. Zijn eigen songs worden vaak gecoverd door o.a. Paul Weller (I Walk on Guilded Splinters) en Cyndi Lauper (Iko Iko). Ook een jongere generatie artiesten als Beck, Portishead en Supergrass zijn aan hem schatplichtig. Dr. John geldt als de schatbewaarder, ambassadeur en de personificatie van de rijke muzikale erfenis van New Orleans, de bakermat van de jazz.

Moeizame relatie
Maar ondanks zijn status en staat van dienst, heeft Dr. John een moeizame relatie met de muziekindustrie.
‘Ik ben erg dankbaar dat deze platenmaatschappij (429) dit album heeft uitgebracht. Mijn vorige platenmaatschappij (Blue Note) zei: niks ervan, jij gaat geen nieuwe plaat over New Orleans maken. En ik zei: jawel! Omdat de vorige plaat over Katrina (Sippiana Hericane uit 2005) niet zo goed verkocht. Het gaat om geld. Geld, geld, geld. Het is business. Daarom hou ik niet van business. Altijd dat gezeur. Ze wilden dat ik iets anders deed, maar ik zei nee. Dus toen hebben ze mijn contract beëindigd. Net zoals ik door alle andere labels ben geloosd. Zij hebben het geld, dus wat kun je doen? Je vliegt de straat op.’



Politiek
The City That Care Forgot is een ouderwets Dr. John album. Een funky en op momenten gevoelige ode aan zijn geliefde, weggevaagde geboortestad. Met medewerking van niemand minder dan Eric Clapton, Willie Nelson en Ani DiFranco.

Is het een politiek album?
‘Dat kun je wel stellen ja. Willie Nelson zingt op Promises, Promises: The road to the White House is paved with lies, but the truth will set you free.’
‘Mensen vinden geld veel te belangrijk. Het is treurig. Neem mijn stad Nawlinz. Als je naar Louisiana kijkt, daar beneden (tekent de kaart in de lucht) zit olie. De regering geeft niks om de mensen, ze willen de olie. Het gaat alleen maar om geld. Ze hebben niets gedaan aan de wederopbouw van New Orleans.’
‘Die waardeloze dijken hadden al 56 jaar geleden gerepareerd moeten zijn. 56 Jaar geleden! Het lijkt wel een derde wereldland! Het kan ze geen bal schelen. De oliemaatschappijen, die verantwoordelijk zijn voor de helft van de schade, betalen geen stuiver. Zo is het leven. Alles draait om geld.’

Gaat het veranderen onder Barack Obama?
‘Op het nieuwe album heb ik een nummer aan hem opgedragen: Time for a Change. Ik weet niet of hij het zal gebruiken. Maar ik ben toch voor hem. Luister, het wordt moeilijk voor hem. Met al die ellende in de wereld door de bullshit die Bush acht jaar lang heeft uitgevreten. Op de plaat noem ik Bush een bitch. Ik mag hem niet en Cheney en al die griezels niet. Die engerd. De enige die ik mag is Colin Powell, die Obama steunt. Dat kan ik waarderen, hij is een goed man. Maar alles is zo verrot. Al die leugens. Mensen zijn bang voor de waarheid. Er is bijna geen politicus in Louisiana die durft te vragen hoe de vork in de steel zit. (leunt naar achter en praat met een lage, cynische stem) En ik vrees dat ze Obama zullen naaien. Ik bid dat hij de kans krijgt. Hij is een goed man. Alles is beter dan hoe het nu gaat.’



Was u in New Orleans toen Katrina toesloeg?
‘Nee, ik was op tournee. Ik moest het op televisie volgen. Mensen belden me, ik belde mijn kinderen en kleinkinderen om te zeggen dat ze moesten vluchten.’

Woont u nog in New Orleans?
‘Ik ben druk bezig om terug te keren.’

Bent u uw huis kwijtgeraakt door Katrina?
‘Nee, mijn dochter en kleinkinderen wonen erin. Die zijn hun huis kwijtgeraakt.’

Hebt u bekenden verloren?
‘Mijn neefje. Ze weten niet wat er met hem is gebeurd. En veel mensen zijn weg uit New Orleans en willen teruggaan, maar kunnen dat niet. Het is de Diaspora van Amerika. Ze zijn uitgewaaierd over het hele land. Daar zitten mensen tussen die in hun hele leven New Orleans nooit uit zijn geweest. Voor hen is het alsof ze naar een ander land zijn verhuisd. Ze weten niet hoe ze daar moeten leven. Ze kunnen niet eens met andere mensen praten. Wij spreken niet dezelfde taal. We praten niet als Amerikanen of Britten, we praten als ons. We zijn mensen uit New Orleans. We hebben onze eigen geschiedenis en cultuur. We hebben de wereld muziek gegeven en andere goede dingen.’

Amsterdam
Met New Orleans in duigen, denkt Dr. John in Amsterdam een alternatief te hebben gevonden.
‘Amsterdam is de enige andere plaats waar je hetzelfde voelt. Volgens komt dat doordat jullie lowlands critters zijn, net als wij. Maar dat is mijn stomme theorie, weet ik veel. Ik ben ook maar een eenvoudige boerenlul. Het is hier goed. Ik wil al heel lang hierheen verhuizen. Maar ik krijg nog niet eens de papieren om hier een paar dagen te blijven. Ik heb wat juridische problemen, laat ik het zo zeggen.’ (Dr. John kampte met een decennialange heroïneverslaving en zat ooit een gevangenisstraf uit wegens drugsbezit)



Voodoo
U hebt altijd grote belangstelling voor voodoo gehad. Houdt u zich er nog steeds mee bezig?
‘Ik heb altijd mijn spullen bij me (wijst op zijn halsketting). Er is sinds kort een medicijnman in New Orleans. Hij doet het niet uit eigenbelang of voor het geld, hij helpt de gemeenschap. Als mensen geen arts kunnen betalen, gaan ze naar de medicijnman. Dat kost niks.’

Is voodoo de oplossing voor de problemen met de zorgverzekeringen in Amerika?
‘It’s cheaper than that shit, haha! Ik wil die gast ontmoeten, want hij heeft het nog van de oude medicijnmannen geleerd, hoe hij medicijnen uit boomwortels moet bereiden en met welke hoeveelheden enzo. Je kunt mensen niet genezen als je de juiste dosis niet weet. Ook met bladeren en gras moet je weten hoeveel je moet gebruiken. Het werkt net als normale medicijnen. Het probleem in Amerika is dat ze je voor alles pillen willen geven. Maar dat is niet altijd de oplossing. Het gaat weer om geld. Money money money money! (zingt For the Love of Money van The O’Jays’)

Aan het einde van het interview buigt Dr. John naar voren, kijkt me indringend aan met zijn donkere arendsogen en klopt met zijn vuist op zijn borst.
‘Luister, schrijf vanuit je hart. Je moet het goed doen. Ik weet dat je dat zult doen. Communiceren is belangrijk. De rest van die shit heeft niks te betekenen. Mijn vader zei vroeger: kijk nooit tegen mensen op en kijk ook niet op ze neer. Je moet mensen recht in de ogen kunnen aankijken. En krop niets op, gooi het eruit. Ook als je het verneukt. Neem dat van me aan.’



Dit artikel verscheen eerder op DePers.nl

dinsdag 21 oktober 2008

Predikanten waarschuwen Urkers voor Halloween

Predikanten op Urk roepen de lokale bevolking op alles wat met Halloween te maken heeft, te mijden. Zeventien dominees hebben hun handtekening gezet onder een open brief in een plaatselijke krant.

"Het is geen onschuldig kinderfeest. Niet zomaar een beetje griezelen. Het is een feest dat is gebouwd op rituelen uit heidense godsdiensten. Dat kan niets goeds teweegbrengen", aldus dominee Oberink van de Hervormde Gemeente Urk. In de brief wordt gesteld dat het vieren van Halloween 'spelen met de aartsvijand van God is'.

De dominees verzoeken de burgers in de brief met klem feesten te mijden waar Halloween gevierd wordt en geen pretparken te bezoeken die in Halloween-sferen gehuld zijn. "Compromissen zijn niet mogelijk. Als je bezig bent met Halloween, begeef je je buiten christelijk vaarwater", meent predikant Van der Kraan van Hervormde Gemeente De Bron op Urk.

Geesten

Oberink wijst erop dat bij de oorspronkelijke Keltische Halloween-viering 'geesten bezit nemen van mensen'. "Als mensen het in contact treden met demonen en geliefde voorouders vereren, dan moeten wij daarvoor waarschuwen." Overigens weet Oberink niet of er op Urk Halloween gevierd wordt.

Verkrachtingen

Of tijdens Halloween daadwerkelijk demonen in het lichaam van levende mensen treden, durft Oberink niet te zeggen. "Ik weet alleen dat er mensen gevoelig voor zijn. Ik heb in een andere kerkgemeente meegemaakt dat er in de Halloweennacht een geit geofferd werd en de resten op de stoep neergelegd werden. En het aantal aanrandingen en verkrachtingen was aanmerkelijk hoger. Er gebeuren rare dingen, maar ik durf geen causaal verband te leggen met geesten. Het zal ook te maken hebben met een gevoel van 'met Halloween kun je lekker over de grens gaat, pakken wat we pakken kunnen'."

Kerstboom
Tegen christelijke feesten met heidense elementen, zoals de kerstboom, heeft Oberink geen bezwaar. "Wanneer een boom alleen dient als kerstboom niet. Maar als je hetzelfde met zo'n boom gaat doen als met Halloween, als de scheidslijn tussen de levenden en de doden dun wordt, dan is dat spelen met vuur."

Mochten er op 31 oktober toch kinderen aan de deur komen, krijgen ze van Oberink gewoon een snoepje. "En ze krijgen tegelijk een foldertje mee waarin ik de ouders uitleg dat ik er niet gelukkig mee ben. Maar ik ben niet tegen een gezellig feest, want wij Urkers houden van gezelligheid."


Dit artikel verscheen eerder op DePers.nl.

woensdag 15 oktober 2008

In memoriam: Norman Whitfield (1940-2008)

Het was een geluk bij een ongeluk dat de auto van zijn vader op de terugweg van de begrafenis van een familielid in Californië naar New York panne kreeg in Detroit, anders was Norman Whitfield wellicht nooit in de standplaats van Motown terechtgekomen. De jonge Norman had als puber vooral belangstelling voor poolen, maar had ontwikkelde een grote voorliefde voor rhythm & blues.
Op zijn achttiende dook Norman al de studio van het plaatselijke label Thelma Records in met Richard Street (die later deel zou uitmaken van The Temptations), The Distants (een voorloper van The Temptations) en The Mohawks. Norman had bewondering voor de succesvolle plaatselijke platenbaas Berry Gordy.
Als tiener hing hij vaak rond bij Motown om alles te observeren en absorberen, tot Gordy hem voor de zoveelste keer eruit schopte. Gordy zag uiteindelijk Whitfields talent en liet aan hem de kwaliteitscontrole over. In 1962, tijdens de hoogtijdagen van Motown, werd hij songwriter naast Harvey Fuqua, Holland-Dozier-Holland en schopte het al gauw tot producer en is zo een van de architecten van de Motown-sound. Whitfield werkte samen met The Marvelettes en The Velvettes. Ook is hij verantwoordelijk voor de hits die zowel Gladys Knight & The Pips als Marvin Gaye scoren met I Heard It Through The Grapevine.
In 1963 neemt Whitfield The Temptations onder zijn hoede en is drie jaar later de exclusieve producer van de groep. Hij bouwt het geluid om naar psychedelische soul met lange, uitgesponnen, zorgvuldig gearrangeerde nummers (overigens in samenwerking met Barrett Strong). De baanbrekende nieuwe sound doet zijn intrede op Cloud Nine (1969). Het levert Whitfield een Grammy Award op. In 1972 scoren The Temptations een wereldhit met Papa Was A Rolling Stone en dat is opnieuw goed voor een Grammy. Intussen boekt Whitfield in 1970 nog een succes met de hit War van Edwin Starr en produceert hij The Undisputed Truth als een soort hobbyproject.
The Temptations zijn niet onverdeeld tevreden met Whitfields werk. Ze vinden dat hun vocalen naar de achtergrond worden gedrukt. Het is een van de redenen waarom Eddie Kendricks de groep verlaat.
Midden jaren zeventig verlaat Whitfield Motown om zijn eigen label Whitfield Records op te richten, waarvan de W in het logo de omgekeerde M van Motown is. Hij neemt The Undisputed Truth mee. In 1976 scoort hij een grote hit met zijn nieuwe groep Rose Royce (de oude begeleidingsband van Edwin Starr) met de soundtrack van Car Wash, die Whitfield bovendien een derde Grammy oplevert.
Begin jaren tachtig raakt Whitfield echter in de obscuriteit. Hij produceert nog wel Sail Away van The Temptations en de soundtrack van The Last Dragon.
In 2004 horen weer van Whitfield als hij met Barrett Strong wordt opgenomen in de Songwriter’s Hall of Fame. Een jaar later treft hij met de IRS een schikking voor belastingontduiking. Hij krijgt huisarrest en hoeft niet de gevangenis in wegens zijn ziekte. Whitfield had suikerziekte.
De laatste maanden van zijn leven bracht Whitfield door in bed in het Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles, waar hij werd behandeld voor diabetes. Een paar weken geleden raakte hij in coma. Op 16 september stief Whitfield op 68-jarige leeftijd.

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

Isaac Hayes: Hot buttered soulman is niet meer

De hartkwaal die hem al een paar jaar plaagde, werd Isaac Hayes op 10 augustus fataal. Zijn vrouw trof hem bewusteloos aan in de slaapkamer naast het hardloopapparaat dat nog aan stond. Reanimatie mocht niet baten. De dood van de soullegende was even onverwacht als vroeg: Ike haalde zijn 66e levensjaar op tien dagen na niet.
Hayes werd in 1942 in Covington, Tennessee geboren. Zijn ouders stierven toen hij nog klein was en hij werd grootgebracht door zijn grootouders. Het arme gezin verdiende kost met katoenplukken.
Op 5-jarige leeftijd begon Hayes te zingen in de plaatselijke kerk en leerde zichzelf piano, orgel, fluit en saxofoon spelen. Als tiener trad hij al met verschillende bandjes op in Memphis en nam singletjes op voor plaatselijke labeltjes. Hij werd in 1964 saxofonist bij The Mar-Keys en komt zo binnen bij het legendarische southern-soullabel Stax in Memphis. Na wat sessies met Otis Redding werd Hayes gecontracteerd als toetsenist van de huisband van Stax. Daar begon ook zijn samenwerking met David Porter. Als het songwriterstandem Soul Children schreven ze vele onverwoestbare hits, zoals Soul Man en Hold on I’m Comin. Sam & Dave, Carla Thomas en Johnnie Taylor vierden grote successen met de nummers van Hayes en Porter. Met huisband Booker T. & The M.G.s groeiden Hayes en Porter uit tot de drijvende productiekracht van Stax.
In 1967 begon Hayes aan zijn carrière als soloartiest met Presenting Isaac Hayes. Maar het grote succes kwam twee jaar later met Hot Buttered Soul. Het album breekt met alle soulconventies: er staan vier lange, uitgesponnen, broeierige tracks op (in plaats van een radiovriendelijk formaat van maximaal drie minuten) en Hayes zingt in een diepe, sexy baritonstem waarmee Barry White later onsterfelijk zou worden. Ook de hoes is innovatief: Hayes heeft kaalgeschoren hoofd en draagt een gouden ketting op een ontbloot bovenlijf. Mijlenver verwijderd van de keurige kostuums en strikjes waarin The Temptations, dan al diep ondergedompeld in de psychedelische soul, nog optreden.
Isaac Hayes werd een superster. Elk album was een hit, met Black Moses als grootste artistieke en commerciële succes. Hayes was het hoogtepunt van Wattstax, het festival (‘het zwarte Woodstock’) dat Stax in 1972 in Watts hield ter nagedachtenis aan de rassenrellen in de zwarte wijk van Los Angeles zeven jaar eerder.
In 1971 schreef Hayes geschiedenis als hij als eerste zwarte artiest een Oscar krijgt voor de soundtrack van de blaxploitation-film (actiefilms met zwarte cast en crew) Shaft. Met zijn karakteristieke wahwah-gitaar werd de filmmuziek zelf een standaard voor de blaxploitation-soundtrack. Hayes maakte inmiddels zelf ook uitstapjes naar het witte doek en speelde mee in de films Truck Turner en Tough Guys, waarvoor hij ook weer de score componeerde.
Met Stax ging het midden jaren zeventig bergafwaarts. Hayes stapte in 1975 op om voor zichzelf te beginnen (Hot Buttered Soul Records). Chocolate Chip en Groove-a-Thon (1975) waren beide gouden platen, maar Hayes is op zijn retour. Ook zakelijk zit het tij tegen en Hayes gaat een jaar later failliet. Met een miljoenenschuld raakt Hayes alles kwijt en alle toekomstige royalties gaan rechtstreeks naar zijn schuldeisers.
In de tweede helft van de jaren zeventig maakte Hayes nog enkele albums (o.a. met Dionne Warwick), waarmee hij nog wel wat commercieel succes boekte maar die artistiek weinig opzienbarend waren. Begin jaren tachtig bleef Hayes vijf jaar lang helemaal weg uit de opnamestudio.
Hayes richtte zich weer op film. Hij speelde mee in de sciencefictioncultfilm Escape from New York (1981) van John Carpenter, maar ook in wanstaltige trash als Oblivion. Ook speelde hij een rolletje in de remake van Shaft uit 2000.
Zijn meest opmerkelijke rol was wel die van Chef in de komische animatieserie South Park. De daaruit voorkomende single Chocolate Salty Balls leverde Hayes eind jaren negentig zowaar een hit op. Voor het grote, hedendaagse publiek zal Hayes waarschijnlijk onthouden worden als de viriele, soulfulle kantinekok. In 2006 brak hij openlijk met South Park-scheppers Matt Stone en Trey Parker omdat in een aflevering de draak werd gestoken met de Scientology kerk, waar Hayes lid van was.
Hayes hield zich ook bezig met liefdadigheid. Als dank voor zijn humanitaire werk werd Hayes in 1992 zelfs gekroond tot koning van de streek Ada in Ghana.
Hoewel hij zich nog sporadisch met muziek bezighield – en zelfs concerten op het laatste moment afzegde, waarmee hij zich de openlijke woede van de North Sea Jazz-festivalorganisatie wekte – produceerde Hayes Alicia Keys’ zeer succesvolle debuutalbum Songs in A Minor (2001).
Al lag zijn artistieke en commerciële succes al twee decennia achter hem, in de jaren negentig had Hayes inmiddels de status van levende legende verworven als een van de voorvaderen van de hiphop. Zijn pratende manier van zingen op bijvoorbeeld Theme from Shaft en Ike’s Rap worden gezien als een voorloper van rap, maar ook zijn muziek is een dankbare samplebron voor hiphopartiesten. Hayes was niettemin verrast toen hij op een dag zijn eigen muziek terughoorde in de hiphop die zijn zoon draaide. Hopelijk is dit hoe Isaac Hayes herinnerd zal worden.



Selectieve discografie

Hot Buttered Soul (Stax 1969)
…To Be Continued (Stax 1970)
Black Moses (Stax 1971)
Shaft (Stax 1971)
Joy (Stax 1973)
Live at the Sahara Tahoe (Stax 1973)
Tough Guys (Enterprise 1974)
Truck Turner (Enterprise 1974)

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

donderdag 4 september 2008

'God haat Sarah Palin'


Hij is grof. Hij is voor abortus en voor de legalisering van drugs. Op het podium drinkt hij meer bier dan André Hazes en rookt meer sigaretten dan Theo van Gogh. En hij wilde nog president van Amerika worden ook. Een gesprek met stand-up comedian Doug Stanhope over de verkiezingen.

“WAT?!”, schreeuwt Stanhope in de telefoon als hij na drie pogingen eindelijk opneemt. Bellen we hem soms wakker? “Nu ben ik wel wakker ja!”

De Amerikaanse stand-up comedian is bezig met een slopende tournee door Europa. Elke avond een ander land. “Even mijn ogen openen om te zien waar ik nu ben. Ah, in Galway, Ierland. Nee, niet Dublin. Die fout maakte ik gisteravond in mijn show ook een paar keer. En ik zei ook nog dat ik in het Verenigd Koninkrijk was. Het publiek begon te schreeuwen: WAAAHHH!!!! Stelletje skinheads, voetbalhooligans.”


Terzake. Behalve comedian is Stanhope ook politiek actief en stelde zich zelfs kandidaat voor het presidentschap. Om zich vervolgens weer terug te trekken overigens. Hoe serieus was dat eigenlijk?

“Net zo serieus als alle andere dingen die ik doe. Ik doe nooit iets serieus. Nee, maar zonder dollen, het was wel een beetje serieus. Maar ik ben gestopt omdat er te veel regels en bullshit was van de kiescommissie. Voor mij was de lol ervan af. En als ik geen lol heb, vind ik het niet de moeite waard. Alles voor de lol. Ik zou zelfs de joden uitroeien als er een goede grap in zat.”

Wat was je program?

“Ik ben lid van de Libertarian Party, en die streven naar zo min mogelijk overheidsbemoeienis. Ik ben voor een beetje anarchie. Persoonlijke vrijheid, zolang je maar op niemands pik gaat staan. Geen regels.”

Stel dat je was doorgegaan en president was geworden. Wat was het eerste geweest dat je had gedaan?

“Ik zou heel veel mensen in de gevangenis vrijlaten die er alleen maar in zitten omdat ze iets deden wat ze leuk vonden en waarmee ze niemand lastigvielen: drugs. De VS hebben de grootste gevangenispopulatie ter wereld en dat zijn grotendeels mensen die vastzitten voor geweldloze drugsdelicten. Ze zijn net de joden in de Tweede Wereldoorlog. - Wat?! Durfde ik drugsgebruikers met Holocaust-slachtoffers te vergelijken? - Onschuldige drugsgebruikers worden vastgeketend aan misdadigers, terwijl ze alleen maar wat lsd namen. De echte criminelen worden rolmodellen voor hen. Als ik dat heb geregeld zou ik er waarschijnlijk mee stoppen. Ik sta er niet om bekend dat ik afmaak waar ik aan begin.”

Je bent lid van de Libertarian Party. Ga je in november op Bob Barr stemmen?

“Nee, hij is een fucking nazi, een piece of shit! Toen hij nog een Republikeinse Afgevaardigde was, was hij het brein achter de impeachment van Bill Clinton vanwege die pijpaffaire. Hij is tegen het homohuwelijk. Hij is voor de war on drugs. Hij wil een soort Neurenberg-proces voor drugsgebruikers. Maar nu beweert hij dat hij van gedachten is veranderd. Dat zeggen veel mannen van in de zestig. Dat herken je vast wel van je eigen vader of opa. Maar het is bullshit, je verandert op die leeftijd niet opeens van gedachten. Hij zegt dat alleen maar omdat hij kandidaat werd om dezelfde reden als ik: de LP heeft nog geen goede lijsttrekker dus kan ik het wel worden. Ik zou zijn Hitler-snor willen afscheren!”

Op wie ga je dan stemmen?

“Op Obama. Ik heb een hekel aan zijn standpunten, maar er is geen andere keus. Voor mij is het net Idols. Het is allemaal entertainment. Ik stem op Obama omdat hij veel op tv komt. Hij is een fantastische acteur en rockster. Ik geloof toch dat een president niets kan uitrichten, al lijkt hij er zelf echt in te geloven. Dus dan kun je maar beter stemmen op iemand naar wie je graag kijkt. Obama is gewoon de beste entertainer en McCain is saai. Bovendien zijn ze in de rest van de wereld ook dol op Obama, dus dat is goed voor het imago van Amerika. Als ik in het buitenland ben zal er niemand meer in mijn eten spugen.”

Is Amerika klaar voor een zwarte president?

“Zei je ‘nigger president’? De Amerikanen zijn er klaar voor. De blanken lopen over van schuldgevoel. Zelfs de ergste rednecks zijn er klaar voor. Noam Chomsky heeft gezegd dat ‘nigger’ binnenkort ook geen scheldwoord meer is. Het is vergelijkbaar met ‘shit sandwich’.”

Wat vind je van het rumoer rondom Sarah Palin?

“Dat haar dochter van zeventien zwanger is interesseert me niks, ik heb haar niet geneukt. Volgens mij wil dat kind dolgraag een abortus. Ze komt uit Wasilla, een gat in Alaska. De enige reden dat ze in dat soort gehuchten tienerzwangerschappen hebben, is om economische redenen. Het heeft niets met moraal te maken. Het is om te voorkomen dat de jeugd wegtrekt om hun dromen na te streven. Ze delen daar vruchtbaarheidspillen uit, anders stort de hele stad in.

Palin is verschrikkelijk. Het is een doorzichtige truc om vrouwelijke kiezers aan te trekken die anders op Hillary Clinton hadden gestemd. Palin heeft twee achterlijke kinderen. De een heeft een Downsyndroom, de ander ging vrijwillig naar Irak. Hoe kan Amerika zich achter Sarah Palin scharen als zelfs God haar haat?”



Dit artikel verscheen eerder op DePers.nl