dinsdag 31 juli 2012

Hillen vs. Hiphop

"De ergste uitvinding ooit is rappen: agressief schreeuwen op een offensief ritme." Aldus demissionair minister van Defensie Hans Hillen. Van het CDA.

Al sinds ik in 1986 als een blok viel voor rap, moet ik het genre verdedigen. Toen zou het geen muziek zijn, want alles was bij elkaar gejat en voor rappen heb je geen talent nodig en de teksten gingen helemaal nergens over. Rap zou dus snel overwaaien.

Vervolgens kwamen er groepen als Public Enemy en NWA. De criticasters kregen door dat rap toch wel wat serieuzer was dan ze hadden gedacht. Politieke teksten. Samples verweven in ingenieuze producties.

Maar zie daar het nieuwe verwijt aan hiphop: boze negers die rappen over geweld en vrouwen uitschelden voor hoeren.

Twee decennia later is het een cliché geworden. Voor veel mensen is hiphop een homogeen genre waarin iedereen het alleen maar over niggas, guns en ho's heeft. Daarbij gaan ze voorbij aan het feit dat er ook zat rappers zijn die zich met andere dingen bezighouden.

We willen zelf gewelddadige en vrouwonvriendelijke rap
Dat kun je de critici verwijten, maar dat moet je ook de rappers verwijten. Er zijn maar weinig rappers die het tegendeel proberen aan te tonen. Want het is lekker cashen. Gangsta rap is big business. Blijkbaar willen wij als publiek dus ook dat hiphop gewelddadig en vrouwonvriendelijk is.

Video: comedian Chris Rock over vrouwen die graag dansen op seksistische rap


Generatiekloof
En Hillen? Ach, de pensioensgerechtigde bewindsman neusduikt slechts in een generatiekloof. Hij bewijst eigenlijk daarmee de raison d'être van rock 'n roll (rebellie), en daarmee hiphop als subcultuur. Wees eerlijk: je wil ook niet dat Hillen zelf gaat rappen. Kennen we de Donner Rap nog?


P.S. De hiphop-band Stetsasonic maakte in 1988 met Talkin' All That Jazz een krachtig verweer tegen de kritiek op hiphop:
"You think rap is a fad/You must've been mad/'Cause we're so bad we get respect you never had/Tell the truth, James Brown was old/Till Eric and Ra came out with I Got Soul/Rap brings back old R&B/And if we would not/People could've forgot"
En de nu profetische zin: "You made the same mistake politicians have: talkin' all that jazz"

maandag 16 juli 2012

Waarom Obama gaat winnen

Foto: White House/Pete Souza

Barack Obama wordt in november herkozen tot president van de Verenigde Staten. Deze voorspelling uit ik al maanden tegen vrienden en collega’s. Het zal wel a hell of a job worden, met zo’n desastreuze economie. Maar de aanwijzingen worden steeds sterker dat Mitt Romney het onderspit zal delven.

Om te beginnen is Romney simpelweg een zwakke kandidaat. Hij heeft geen visie. Nog erger is dat de Republikeinen niet echt van hem houden (denk aan de meerdere Anything But Romney-kandidaten in de primary's). Romney is stijfjes en afstandelijk, hij weet geen harten te veroveren. Hij is de kandidaat bij gebrek aan beter. Kortom, hij is een moetje.

Deze irrationele factoren zijn vaak doorslaggevend in het stemhokje. De inhoudelijk zwakke maar charmante, toegankelijke George W. Bush versloeg in 2000 de saaie, academische Al Gore en herhaalde dat vier jaar later met de al even weinig charismatische John Kerry.

Door de economische crisis zou president Obama een gemakkelijk doelwit moeten zijn voor Romney, maar het lijkt hem maar niet te lukken een vuist te maken. Romney tracht met zijn verleden als succesvol zakenman zich te presenteren als dé aangewezen persoon om de economie erbovenop te helpen, waarin president Obama juist faalde.

Maar die strategie komt nu als een boemerang bij Romney terug. Al lang wordt Romney achtervolgd door zijn verleden bij zijn voormalige investeringsmaatschappij Bain Capital. Het bedrijf bouwde een reputatie op met massaontslagen en het verplaatsen van arbeidsplaatsen naar lagelonenlanden. En dat ligt gevoelig in crisistijd en met oplopende werkloosheid. Te meer omdat Romney Obama graag om de oren sloeg met de vele arbeidsplaatsen die naar het buitenland verdwenen tijdens diens presidentschap.

Dodelijk wapen
En nu heeft Obama een potentieel dodelijk wapen in handen. Uit een onthulling van de Boston Globe vorige week zou blijken dat Romney heeft gelogen over zijn vertrek bij Bain. Romney beweerde altijd dat hij in 1999 opstapte om de Olympische Winterspelen in Salt Lake City van 2002 te organiseren, maar uit documenten blijkt volgens de Globe dat hij nog tot 2002 op de loonlijst stond als topman. Net de periode waarin de massaontslagen vielen.

Romney sputtert tegen dat hij geen bestuurder maar 'slechts' de eigenaar was van Bain. What difference does it make? En dan eist Romney ook nog eens excuses van Obama. Dat komt heel zwak over, een presidentiële kandidaat politicus zonder eelt op zijn ziel. Daar kan Wouter Bos over meepraten. Take it like a man.



woensdag 6 juni 2012

Marvin Gaye waaide uit in Oostende

Marvin Gaye en Freddie Cousaert op de zeedijk, 1982. Foto: JJ Soenen/Toerisme Oostende

Wat deed Marvin Gaye begin jaren ’80 in hemelsnaam in Oostende? Met een audiovisuele wandeling in de Vlaamse badplaats treedt de fan in de voetsporen van de soulzanger.

Lees ook:
Marvin Gaye (41) had niets te verliezen toen hij op een kille 14 februari 1981 – Valentijnsdag – de haven van Oostende binnenstoomde op de pont uit Dover. Het enige dat hij bezat waren de kleren die hij droeg, zijn zoontje Bubby aan zijn hand, een zware cocaïneverslaving en een miljoenenschuld aan twee ex-vrouwen en de belastingdienst. Een gevallen ster van begin veertig met zijn carrière in duigen. Marvin had zijn lot in handen gelegd van een Belg die hij nauwelijks kende, maar hem was komen opzoeken in zijn van dealers, hoeren en ander geteisem vergeven flatje in Londen en beloofde zijn leven en carrière weer op de rails te krijgen. In een winderige badplaats aan de andere kant van de Noordzee genaamd Oostende. Heel wat anders dan het snelle showbizzleven dat Marvin gewend was in Los Angeles. Als een Brusselse cameraploeg hem vraagt wat de superster in hemelsnaam te zoeken heeft in Oostende, houdt zijn antwoord niet over qua enthousiasme: 'Ik ben een wees en Oostende is mijn weeshuis.' Om daar typisch religieus aan toe te voegen: 'Maar waarschijnlijk moet ik hier zijn.'
Vaak wandelde Marvin naar het einde van de pier, om zo dicht mogelijk bij zijn vaderland te zijn. Maar volgens de mensen die hem destijds kenden was Marvin wel degelijk gelukkig in de badplaats, waar de verf afbladdert van de sierlijke herenhuizen en de chique appartementencomplexen aan de Albert-I-promenade. Anders had hij het er niet bijna twee jaar uitgehouden. En hij was van plan terug te keren om er te gaan wonen.
Op deze zonovergoten voorjaarsdag, met strandwandelaars, volle terrassen op de zeedijk en kinderen die op skelters tussen de badgasten door zoeven, is dat niet moeilijk voor te stellen.

zondag 13 mei 2012

In memoriam: Donald "Duck" Dunn

Booker T. & The MGs, met links Donald "Duck" Dunn

Een droevig bericht van Steve Cropper op zijn Facebook-pagina hedenochtend: Donald "Duck" Dunn is tijdens een Japanse tournee in Tokio in zijn slaap overleden. Hij werd 70 jaar.
Als bassist van Booker T. & The MGs, de huisband van Stax, was Dunn een van de architecten van de soul: het is bijna niet op te noemen op welke historische platen hij allemaal heeft meegespeeld. Nadien zat Duck in de Blues Brothers Band en speelde zichzelf in de film, ook al een klassieker. Booker T. & The MGs kregen in 2007 een Grammy voor hun gehele oeuvre.
In 2009 had ik de eer Dunn te interviewen. Een introverte maar heel aardige man, vol mooie anekdotes over Stax.
Petje af en een diepe buiging voor Donald "Duck" Dunn.


Klik hier voor mijn interview met Booker T. Jones. Mijn achtergrondartikel over Booker T. & The MGs vind je hier.

maandag 7 mei 2012

Turnings of the Sun blaakt van de muzikaliteit


Turnings of the Sun, het nieuwe album van hiphop-producer Naturetone, blaakt van de muzikaliteit. Vergelijkingen met Klaus Schulze en Tangerine Dream zijn al gemaakt, er wordt zelfs gesproken over Krauthop, al is Naturetone geen Duitser maar een Zwitser.

Naturetone (39) uit Bern staat in zijn land bekend als een hiphop-pionier. In de jaren '90 maakte hij met zijn groep Three Tree Posse twee albums (The Quest uit 1993 en Ostlärm uit 1995), de eerste Zwitserse hiphop-platen. In 2010 keerde Naturetone terug met zijn solodebuut Nihon, een atmosferisch instrumentaal hiphop-album geïnspireerd door Japan.

Het Verre Oosten is opnieuw de inspiratiebron voor Naturetone's tweede soloalbum Turnings of the Sun (releasedatum 7 mei). Naturetone tilt hiphop niet alleen naar een hoger niveau, maar neemt het mee naar een nieuwe wereld. Op Turnings of the Sun worden alle conventies losgelaten en verruild voor avontuur en sfeer. Naturetone weeft melodieën, geluiden, beats en raps tot een ingenieus tapijt. Turnings of the Sun is meer dan muziek, het is een auditieve ervaring. Het is als een wandeling over een markt in Azië die bruist van het leven en de bedrijvigheid. De zintuigen worden geprikkeld door geuren, smaken, geluiden en kleuren.

dinsdag 17 april 2012

Ramsey Lewis: 'Geen idee hoe je uitverkoopt'

Ramsey Lewis nadert langzaamaan de tachtig en brengt zijn tachtigste album uit waarop de jazzpianist zijn oude werk nog eens overdoet. Ramsey Taking Another Look is toch geen afscheid? “Hahaha! Nee hoor, helemaal niet”, stelt de vitaal klinkende Lewis me gerust.

Ramsey Lewis (Chicago, 1935) begon op zijn vierde met pianospelen en begeleidde luttele jaren later al het kerkkoor waarvan zijn vader dirigent was. Toen hij als prille twintiger met zijn eerste trio debuteerde op de plaat, had hij zijn sporen al verdiend in de jazzscene van Chicago. Aan complexe hardbop waagde hij zich niet, zijn toegankelijke stijl was stevig geworteld in de rhythm & blues. Daarbij mocht hij graag aan de haal gaan met bekende songs en thema’s. Ramsey Lewis was de meester van de cover: die transformeerde hij geheel tot een eigen creatie. Zo scoorde hij in de tweede helft van de jaren zestig grote hits met covers van Dobie Gray's The In Crowd en de McCoys-kraker Hang On Sloopy. In de jaren zeventig legde Lewis zich toe op de toen in zwang zijnde jazzfunk. Herenigd met Maurice White, toen drummer van Earth, Wind & Fire, maakt hij het succesvolle album Sun Goddess. Twee decennia later bleek dat werk onder hiphoppers een dankbare bron voor samples, maar jazzcritici geven er tot op de dag van vandaag niet bepaald hoog van op. “MOR, easy-listening disco music”, moppert The Rough Guide to Jazz, terwijl de gezaghebbende Penguin Guide to Jazz, die toch ‘the first comprehensive, critical listing covering all jazz recordings currently available’ pretendeert te zijn, Lewis kennelijk niet relevant genoeg achtte om hem überhaupt op te nemen.

Hoe kwam u eigenlijk op het idee voor Taking Another Look?
“Eind 2010 in Japan suggereerde iemand dat ik weer met een kwintet ging spelen. Vervolgens kwam ik terug in de VS en toen zei iemand anders precies hetzelfde. Na de feestdagen heb ik wat jongens gebeld voor een jamsessie. Alleen om te kijken hoe het voelde, wat er zou gebeuren. We gebruikten nummers van Sun Goddess. We begonnen gewoon te spelen en mijn God dat voelde zó goed. Ik belde mijn vrouw op dat ik over een uur thuis zou zijn. Pas drie uur later kwam ik hijgend binnen. Mijn vrouw vroeg: wat is er aan de hand? Ik had zó veel plezier.”

Wat voor nieuws heeft u aan de oude nummers toegevoegd?
 “De improvisatie en de ritmes. De tijd verandert de stukken. Charles Heath (drums) en Joshua Ramos (bas) speelden hiphop-patronen. Daardoor speelden wij onze solo’s op een andere manier.”




Waarom heeft u uw trio van toen (met bassist Cleveland Eaton en percussionist Morris Jennings) niet gebruikt?
“Cleveland Eaton doceert tegenwoordig in Alabama. En ik heb geen idee waar Morris Jennings tegenwoordig is. Ik weet niet of hij nog steeds in Chicago woont.
Maar daarnaast wilde ik met een jonge band spelen. Joshua is 28, Charles is 34. Die gasten hebben zo veel energie. Dat heb ik geleerd van Miles Davis en Art Blakey. Toentertijd besefte ik niet waarom zij met jonge muzikanten werkten, zoals Art Blakey met Lee Morgan en Miles Davis met Herbie Hancock en Tony Williams. Maar nu begrijp ik dat dit een heel nuttige dimensie aan de muziek geeft: energie, nieuwsgierigheid, de wil om een stap verder te gaan, frisse ideeën. Ze proberen nieuwe dingen. Ze zitten nog niet vastgeroest. Ze hebben nog niet van: dit werkte goed, laat ik het weer doen. Ze zijn eager.”

De critici vonden uw werk te commercieel. Wat vindt u van die kritiek?
“De eerste zestien albums schreven de jazzcritici dat we een goed trio waren, een nieuw geluid hadden, we kregen veel steun. En op het zeventiende album zetten we een nummer, slechts één van de tien, The In Crowd. In eerste instantie vonden de jazzcritici dat prima. Dergelijke nummers hadden we ook op onze eerdere platen gezet. Maar na een maand of drie werden de critici kwaad op ons, omdat de verkoopcijfers richting popcijfers gingen. De plaat ging van de jazzlijsten naar de poplijsten en kwam tussen The Beatles en Elvis Presley te staan. En toen zeiden de critici opeens: he sold out. Welnu, hoe verkoop je uit? Veel van mijn vrienden spelen hardbop, en zij vragen zich dat vaak af. Als je een plaat maakt duim je ervoor dat mensen hem kopen. Soms lukt dat en soms niet. Ik weet niet hoe je moet uitverkopen.”

dinsdag 10 april 2012

Commodore 64


Jack Tramiel, oprichter van Commodore, is zondag overleden. De computerpionier werd 83 jaar.

We schrijven 1986. 'Wanneer krijgen we nou een computer?', vroeg ik, acht lentes jong, aan mijn moeder. 'Dit jaar', antwoordde ze. Je ging in die tijd niet over een nacht ijs voor de aanschaf van een computer. Mijn ouders hadden een stapel brochures van allerhande computers in huis gehaald om zich optimaal te oriënteren op hun Eerste Computer, hun Eerste Stap Naar De Digitale Toekomst Die Voor De Deur Staat. Tussen de folders zat er eentje van de Philips MSX. Ondanks mijn atheïstische opvoeding bad ik dat mijn ouders die níet zouden kopen. Dat was zo'n saai ding met een zwart beeldscherm en groene letters, waarmee je alleen taal- en rekenspelletjes, en vooruit, Galgje, kon spelen. Een vriendje had er een. Zoontje van onderwijzers, dan weet je het wel. Dezelfde computer hadden we ook op school. Vurig hoopte ik dat we die toffe spelcomputer kochten die een ander vriendje had: de Commodore 64. Met Bruce Lee, Pitfall, Pole Position, Pacman. Met bewegende poppetjes in kleur. Maar mijn vader, een fel tegenstander van plat vermaak, vond dat de computer nuttig en educatief moest zijn.

Mijn gebeden werden verhoord en de belofte ingelost. Op oudjaarsdag reden papa, mama en mijn grote broer naar de Maxis in Muiden. Aan het einde van de middag kwamen ze terug met een witte sporttas met daarop een hoekige blauwe C. De Commodore 64 werd eruit getild. Maar het was niet de karakteristieke donkergrijze met zwarte toetsen. Mijn vader had de Commodore 64 Personal Computer aangeschaft, met de zakelijke lichtgrijze tint die de pc's hadden die toen op de markt kwamen. Een nuttige computer. Het verschil met de normale Commodore 64 is me echter altijd ontgaan, of liever gezegd, ik heb nooit de moeite genomen om het uit te zoeken want ik wilde gewoon gamen.



In 1986 nog geen USB-sticks. Nee kinderen, opa werkte toen nog met cassettebandjes op de Commodore 64. Met vriendjes en klasgenoten wisselde je spelletjes uit op bandjes. Moest je eerst het bandje een stukje afspelen om de data in te laden, dan een nieuw bandje erin om de kopie op te nemen. Hele middagen was je bezig. En dan in een schriftje noteren bij welk nummer op de teller het spelletje begon. Om tijd te besparen probeerde ik de bandjes te kopiëren op een dubbel cassettedeck, maar daar kreeg je crappy files van. Hard moesten we lachen als we de spelletjesbandjes op de stereo speelden. 'Krrriieggggprrrriieeeekggggggg', hoorde je dan. Hilarisch vonden we dat. In mijn naïviteit probeerde ik wat er zou gebeuren als je een audiotape op de Commodore 64 afspeelde. Misschien zie je dan wel de noten en de teksten op het beeldscherm! De uitslag van het experiment laat zich raden.