zaterdag 15 april 2006

Sly Stone: Kluizenaar van de funk

Sly Stone op North Sea Jazz, juli 2007.
Foto: Chris Hakkens/Wikimedia Commons

Het kan snel gaan in de showbizz. Het ene moment sta je aan de top, het andere moment lig je in de goot. Sly Stone is een van de invloedrijkste artiesten, maar door overmatig drugsgebruik kwam hij ten val, onttrok zich aan de wereld en raakte in de vergetelheid.

Daar kwam hij in februari het podium opwandelen bij de Grammy Awards. De 61- of 64-jarige Sly Stone (“Ik heb zo vaak over mijn leeftijd gelogen, ik weet het zelf niet meer”) was in stijl: weliswaar met een bochel en zijn rechterhand in het verband omdat zijn pink enkele weken eerder bij een motorongeluk was afgerukt en weer aangezet, maar de altijd extravagante Sly ging gekleed in een slick zilveren pak en een geblondeerde hanenkam. Lang bleef hij niet, nog voor I Want to Take You Higher afgelopen was, was Sly alweer verdwenen. Maar de verloren zoon, de ‘J.D. Salinger van de funk’ had zijn gezicht laten zien, een levensteken gegeven, voor het eerst in dertien jaar.

Revolutie
Veertig jaar geleden bracht Sly een revolutie teweeg. Sly & The Family Stone was een van de eerste popbands die bestond uit mannen en vrouwen en blanken en zwarten, en die combinatie was te horen in de muziek. Gospel, soul en blues smolten samen met pop en psychedelische rock. Met James Brown populariseerden Sly & The Family Stone de funk. Bassist Larry Graham is de trotse uitvinder van de hamer- en plukbas, een van de belangrijkste kenmerken van de funk. Sly Stone was een icoon van de Woodstock-generatie en zijn naam werd in een adem genoemd met Bob Dylan, Jim Morrison en John Lennon.

Er was zwarte muziek voor Sly Stone en er was zwarte muziek na Sly Stone, aldus zijn biograaf Joel Selvin. Voor Sly traden soulartiesten op in keurige pakken. Na Sly landde George Clinton in uitbundige kostuums op het podium in een ruimteschip. Sly zaagde aan de stoelpoten van de kauwgomballensoulsound van Motown. Berry Gordy zou zelfs Stand! als huiswerk hebben verspreid onder zijn staf. Nadat hij een concert van Sly & The Family Stone had bezocht, gooide Stevie Wonder het roer om en lanceerde zijn reeks meesterwerken, beginnend met Music of my Mind en culminerend in Songs in the Key of Life. Voor Sly leverden weinig zwarte artiesten maatschappijkritiek in hun muziek. Na Sly nam Marvin Gaye de klassieker What’s Going On (1971) op. Behalve Jimi Hendrix was het Sly die Miles Davis aanspoorde te experimenteren met rock en funk. Miles’ revolutionaire dubbelalbum Bitches Brew (1969) luidde jazzrock en fusion in. Nieuwe generaties muzikanten putten hun inspiratie nog steeds uit Sly Stone, van Prince tot Lenny Kravitz en OutKast.




Gospel
Sylvester Stewart (15 maart 1941 of 1944) komt uit een muzikaal en kerkelijk gezin en nam als kind al een gospelplaatje op met zijn broer en zussen. Maar Sly, gefascineerd door de straat, keerde de kerk de rug toe. Als tiener zong hij in de blanke doo-wopgroep The Viscaynes. Midden jaren zestig werkt Syl als radiodiskjockey en platenproducer van allerhande blanke rock&roll-bandjes in San Francisco, waaronder een voorloper van The Grateful Dead alsmede Grace Slick (Jefferson Airplane). Op 19-jarige leeftijd schreef en produceerde Sly de top5-hit C’Mon and Swim voor Bobby Freeman. In deze tijd doopt Syl zichzelf Sly Stone.

Sly richt begin 1967 richt Sly & The Family Stone op, met Sly’s broer Freddie op gitaar, zus Rose op piano, Larry Graham op bas, Greg Errico op drums, Cynthia Robinson op trompet en Jerry Martini op saxofoon. Met hun multiraciale samenstelling en eclectische geluid vallen Sly & The Family Stone direct op tussen de flowerpowerbands in San Francisco, waar in de Summer of Love van 1967 in Haight-Ashbury de hippiebeweging begint.

De eerste single I Ain’t Got Nobody op het lokale label Loadstone wordt dan ook een regionale hit. Het debuutalbum A Whole New Thing, waarop de band hippe, doch tamelijk rechtlijnige rhythm & blues speelt, verschijnt eind ’67 op Epic en doet nog niet veel. De opvolger Dance to the Music, dat begin 1968 uitkomt, is echter een schot in de roos. De titelsong wordt een top10-hit. Het derde album Life, later in ’68 uitgebracht, scoort echter maar matig. De single Everyday People, die eind ’68 wordt uitgebracht, komt echter hoog in de hitlijsten en is de voorbereiding voor de definitieve doorbraak van Sly & The Family Stone in 1969 met het album Stand!




Met Everyday People, Stand, Sing a Simple Song, I Want to Take You Higher is Stand! een onverwoestbaar hitalbum en het eerste meesterwerk van Sly & The Family Stone. De LP schiet meteen naar nummer 13 in de albumlijsten en blijft honderd weken in de hitlijsten staan. Op Stand! Wordt Sly’s politieke engagement uitgesprokener met nummers als Don’t Call Me Nigger, Whitey. 

Ook ontwikkelt de band zich van liedjes in de richting van meer uitgesponnen, psychedelische instrumentale jams als Sex Machine. Sly & The Family Stone consolideren hun plaats in de muziekgeschiedenis in augustus 1969 met een optreden op Woodstock, een van de hoogtepunten van het legendarische festival. Eind 1969 en begin 1970 verschijnen de singles Hot Fun in the Summertime en Thank You (Falettinme Be Mice Elf Agin)/Everybody is a Star die respectievelijk nummer 2- en 1-hits worden.




In deze tijd gaat het met Sly persoonlijk echter bergafwaarts. Zijn cocaïnegebruik is overgegaan in een hardnekkige verslaving die zijn functioneren ernstig belemmert. Hij komt vaak te laat of helemaal niet opdagen bij optredens. Een nieuw album laat op zich wachten. Om het momentum vast te houden brengt Epic eind 1970 een Greatest Hits-album uit, die naar nummer 2 schiet.

Junk
Sly is intussen verhuisd naar Los Angeles, waar hij de villa in Beverly Hills van John en Michelle Phillips van The Mamas and the Papas huurde. De verhuizing markeert een ommekeer in Sly’s leven. Hij was niet langer een flowerchild, maar een decadente junk die zich te buiten ging aan coke en PCP. Sly’s villa was een verzamelplaats van gangsters, met voorop Sly’s jeugdvriend Hamp “Bubba” Banks. Dan was er nog de gestoorde pitbull Gun voor wie niemand veilig was.

In de studio op zolder probeerde Sly een nieuw album op te nemen. Door Sly’s badinerende gedrag en Bubba’s hardhandige bemoeienissen begon de band uit elkaar te vallen. Sly begon zelf de baspartijen in te spelen, en maakte Larry Graham overbodig. Greg Errico’s drums werden vervangen door Sly’s Rhythm King drumcomputer. Sly’s huis werd een honk voor muzikanten. Bobby Womack, Billy Preston, Miles Davis en Herbie Hancock kwamen regelmatig langs en namen deel aan urenlange jamsessies. Zo bouwde Sly een enorm archief van stockopnames op. Langzaam begon zich een album te vormen.

Desillusie
Onder druk van de platenmaatschappij en een oplopende schuldenlast brengt Sly in september 1971 There’s a Riot Goin’ On uit. Het geluid was ingrijpend veranderd. De optimistische happy clappy hippie sound was verdwenen en had plaatsgemaakt voor een duistere, ongrijpbare, apestonede, aan elkaar geweven muzikale lappendeken. Desillusie voerde de boventoon en dat symboliseerde de uiteenspatting van de hippiedroom begin jaren zeventig. Sly had een nieuw meesterwerk afgeleverd. Bij de release schoten het album en de single Family Affair naar nummer 1.




Riot is de laatste plaat van Sly met de originele samenstelling van de Family Stone. Nadat Sly’s criminele vrienden hadden getracht Larry Graham te vermoorden, stapte de bassist uit de band. Ook Greg Errico vertrok. Ze werden opgevolgd door respectievelijk Rusty Allen en Andy Newmark.
Op Fresh, uitgebracht in juni 1973, is het geluid van Riot uitgekristalliseerd, al klinkt de muziek een stuk coherenter. Sly verkent de mogelijkheden van ritmes, met name op In Time. Ook covert hij Que Sera Sera van Doris Day, die hij kent via haar zoon, de producer Terry Melcher. Het vertrek van Graham en Errico blijken geen gemis. If You Want Me To Stay haalt de top 10 en het album ook. 

Fresh blijkt Sly’s laatste meesterwerk te zijn. Hoewel het hem persoonlijk voor de wind lijkt te gaan door zijn huwelijk met Kathy Silva op het podium van Madison Square Garden en de geboorte van hun zoon Sylvester junior, is Small Talk een lichte tegenvaller. Afgezien van de titelsong en de single Time for Livin’ bevat het album weinig spannends. Toch haalt Small Talk nog nummer 15 in de albumlijsten. Overigens circuleert er een uiterst zeldzame alternatieve versie van Fresh, die nog niet is afgemixt – let op de prominente drums – en per abuis werd uitgebracht en vervolgens teruggetrokken.




Val
Midden jaren zeventig zit Sly’s carrière en leven in een onomkeerbare neergang. Na een half jaar was zijn huwelijk met Silva alweer op de klippen gelopen. Voor een concert in januari 1975 in de Radio City Music Hall komen 3 man en een paardenkop opdagen. Sly’s eerste soloalbum High on You, dat in november verschijnt, blijft steken op nummer 45 in de hitlijsten. Heard Ya Missed Me, Well I’m Back, dat een jaar later uitkomt, haalt niet eens de hitlijsten. In 1978 dropt Epic Sly, maar Warner Bros. neemt hem onder hun vleugels. Maar Sly krijgt nog maar een half miljoen in plaats van zijn vaste 2 miljoen dollar per album. Back on the Right Track uit 1979 was een onterecht afgekraakte comebackpoging die snel in de vergetelheid raakte. Het album haalt net de top 150. Ain’t But the One Way uit 1982 is een niemendalletje. Sly doet dan nog weinig met muziek, los van een samenwerking met George Clinton en Funkadelic op The Electric Spanking of War Babies (1981).

Arrestaties
In die periode verdwijnt Sly in de obscuriteit. Volgens broer Freddie is hij het snelle leven zat en wilde hij ‘normaal’ zijn. De enige levenstekens zijn arrestaties vanwege drugs- en wapenbezit. In augustus 1981 wordt Sly met George Clinton op de snelweg in Los Angeles aangehouden omdat ze tijdens het rijden zitten te freebasen. Een klein jaar later wordt Sly in een hotel in LA aangehouden wegens cocaïnebezit. Sly geeft zich uit voor zijn broer Freddie. En zo volgen nog talloze arrestaties. In augustus 1983 wordt Sly in een homodisco in Fort Lauderdale aangehouden omdat hij een ring van een hotelgast zou hebben gestolen. Tijdens zijn voorgeleide valt hij in slaap. Enkele maanden eerder was hij in comateuze toestand gevonden in een hotelkamer.




Af en toe nam Sly nog wat op. In 1986 doet hij een duet met Jesse Johnson op diens hitje Crazay. Eek-Ah-Bo-Static en het duet Love & Affection (met Martha Davis) op de soundtrack van Soul Man uit 1986 is zijn laatste officiële opname. In 1987 treedt hij voor de laatste keer op. Hij beweert clean te zijn, maar wordt voor de deur gearresteerd omdat hij geen alimentatie betaalde en wordt tevens aangeklaagd voor cocaïnebezit. Tot ieders grote verrassing – de leden van zijn eigen band incluis – komt Sly in januari 1993 opdagen als hij met de Family Stone wordt opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

Sly’s verblijfplaats is gehuld in mysterie. Wilde geruchten zijn er genoeg: een villa in Beverly Hills, een aftands flatje in San Fernando Valley, een mooi huis in Pacific Palisades, in Malibu, op straat. Documentairemaker Willem Alkema spoorde Sly vorig jaar zomer op in een huis in de bergen buiten Los Angeles, alwaar een grote S op het hek prijkt. Sly hield zich verborgen.




Nieuwe plaat?
En zo werd het 2006 en stond Sly op het podium bij de Grammy’s. Dat voedt opnieuw de speculatie en de hoop dat er een nieuw album in de maak is. Freddie Stone zei backstage cryptisch dat er ‘evolutie zit in het werk dat hij vandaag de dag doet’. In de Nieuwe Revu deed documentairemaker Willem Alkema verslag van een repetitie van Sly & The Family Stone voor de Grammy’s, waar Sly een nieuw nummer laat horen. “Het is een kale, minimalistische funk, met een opera-achtig tussenstuk. Dertien jaar amper contact met de buitenwereld heeft zijn muziek laten evolueren tot iets wat ik nog nooit gehoord heb. Het groovet, maar het klinkt tegelijkertijd vreemd.”

Laten we niet te vroeg juichen en een flinke slag om de arm houden. In het verleden zijn al ettelijke keren nieuwe albums aangekondigd. Mensen uit Sly’s inner circle reppen al jaren van nieuw materiaal, dat Sly uiteindelijk weer wist. Wellicht is het een poging de mythe te ontzenuwen dat Sly een passieve, berooide chronische junk is. Of om de mythe en de mystiek in stand te houden. Bovenal moeten wij ons afvragen of we eigenlijk wel willen dat Sly Stone een nieuwe plaat maakt, of dat we liever zijn mythe koesteren.




Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

vrijdag 14 april 2006

Wordt Iran de nieuwe oorlog van Amerika?

Gerespecteerde Amerikaanse media reppen over concrete aanvalsplannen voor Iran. Een nieuwe oorlog lijkt steeds dichterbij te komen. Mogen we binnenkort bommen op Teheran verwachten?

Het is geen nieuws dat het Amerikaanse ministerie van Defensie voortdurend papieren aanvalsplannen ontwikkelt, voor het geval dat. Maar het groeiende aantal uitgelekte berichten over aanvalsplannen wijst doorgaans op een op volle toeren draaiende oorlogsmachine.

Het gezaghebbende tijdschrift The New Yorker berichtte afgelopen weekend dat de Verenigde Staten de voorbereidingen voor een aanval opgevoerd hebben. Een van de opties is een tactische kernaanval op een van de Iraanse ondergrondse atoomreactors.

Eveneens vorig weekend schreef de Washington Post dat de VS overwegen beperkte bombardementen uit te voeren op de Iraanse reactors, of een uitgebreidere bommencampagne die ook gericht is op militaire en politieke doelwitten. Er kleven echter veel haken en ogen aan een aanval en die zal niet op korte termijn plaatsvinden, tekent de Post aan.

Geen theoretische oefening

Ray McGovern, een vooraanstaande voormalige CIA-analist die 27 jaar voor de inlichtingendienst werkte en dagelijks de presidenten Reagan en Bush senior briefte, ziet duidelijke tekenen dat de VS druk bezig zijn een aanval voor te bereiden. Hij wijst op de spionagevluchten die de VS uitvoeren boven Iran.

“Dit is geen theoretische oefening. Het gaat om planning, volgorde van gevechten, grensoverschrijdingen. Dat is precies wat je uittest voor je oorlog gaat voeren, of luchtaanvallen gaat uitvoeren op Iraanse kerninstallaties.”

Op zijn beurt laat Iran zijn tanden zien en voert de laatste weken rakettesten uit. Dat kan erop wijzen dat Teheran ernstig rekening houdt met een Amerikaanse aanval.

Drie fases
Volgens Sam Gardiner, een voormalige Amerikaanse luchtmachtkolonel en een expert op het gebied van militaire strategie, zijn er veel signalen dat de Amerikaanse regering een aanval op Iran voorbereidt. Het proces vertoont hetzelfde patroon als de aanloop naar de oorlog in Irak, en voltrekt zich in 3 fasen.

“De eerste fase is de voorbereidingsfase voor Amerika om Iran onder druk te zetten. In de tweede fase probeert de VS de wereld ervan te overtuigen dat er iets moet gebeuren. In de derde fase wordt er iets gedaan. We zitten nu tussen de voorbereidings- en de marketingfase.”

Heeft president Bush dan niet geleerd van zijn fouten in Irak?

Messiaans
“Waar ik me zorgen om maak is dat Bush op dit moment denkt dat zijn opvolger het niet doet, en hij het zelf maar moet doen. Een beetje Messiaans”, zegt Amerika-deskundige Willem Post. “Bush denkt aan zijn erfenis. Zijn erfenis van Irak is natuurlijk dramatisch. Misschien denkt hij: ‘als ik het Iraanse atoomprogramma weet uit te schakelen, en misschien de regering kan destabiliseren doordat de middenklasse in opstand komt, misschien kan ik dan de mislukking van Irak uitwissen’.”

Beschadigde oorlogspresident
Maar hoeveel macht, of liever gezegd gezag heeft president Bush nog om zich in een nieuw militair avontuur te storten? De ‘war president’ is beschadigd. Zijn populariteit is tot een historisch dieptepunt gekelderd door de uitzichtloze situatie in Irak.

Het is dus zeer de vraag of er draagvlak en ruimte is voor een oorlog tegen Iran. De bezettingen van Afghanistan en Irak vergen al het uiterste van het Amerikaanse leger. Het Pentagon voelt daarom weinig voor nog een oorlog.

Irak vormt bovendien een flinke aanslag op de schatkist. De foutieve inlichtingen, of zelfs valse voorwendselen waarmee de regering het Congres overhaalde om voor de invasie van Irak te stemmen, zijn een deuk in de geloofwaardigheid en Bush moet goed beslagen ten ijs komen wil hij goedkeuring voor een aanval op Iran krijgen. Bovendien kleven er zo veel risico’s aan een aanval, dat de Senaat en het Huis van Afgevaardigden het niet aandurven, of het middel erger achten dan de kwaal.

Op de onvoorwaardelijke steun van de Republikeinen kan Bush niet meer rekenen. Met de tussentijdse verkiezingen voor de deur willen de Republikeinen in het Congres zo min mogelijk met de impopulaire president geassocieerd worden. Bush’ partijgenoten hebben met diverse wetsvoorstellen al tegen hem gerebelleerd.

Post wil echter niet uitsluiten dat het Congres toch groen licht geeft voor een aanval. “Als je nuchter denkt krijgt Bush de oorlogsverklaring nooit door het Congres. Maar er is verschil tussen een oorlogsverklaring en militaire actie. Hij kan het Congres ervan overtuigen voor actie te stemmen als Iran een bom heeft. Hij kan de War Powers Act gebruiken, die geeft hem 60 dagen om zo’n militaire actie uit te voeren. Duurt het avontuur langer, dan moet hij een oorlogsverklaring indienen. Dus als Bush per se militaire actie tegen Iran wil, is er speelruimte.”

Hezbollah
Het zal moeilijk worden de handen op elkaar te krijgen voor een aanval, omdat aan een invasie van Iran veel grotere risico’s kleven dan aan Irak. De VS zullen de toorn van de islamitische wereld over zich afroepen, wat kan leiden tot een toename van moslimterrorisme. Iran heeft de controle de internationale terreurorganisatie Hezbollah, die zich nu nog koest houdt maar bij een aanval actief zal worden. Waarschijnlijk zal het Iraanse volk zich tegen de Amerikaanse vijand keren, wat het regime juist versterkt.

De gevolgen in de internationale gemeenschap zullen enorm zijn voor de VS, zegt Dick Leurdijk, VN-deskundige van het instituut Clingendael. “Sinds de invasie van Irak zijn de verhoudingen in de wereld al zeer instabiel. Dat heeft gevolgen voor de positie van de regering-Bush zelf, maar dat heeft ook repercussies voor de verhoudingen tussen de VS en Europa, het leidt tot politieke onrust in het Midden-Oosten, om nog maar niet te spreken over de consequenties voor de relatie tussen het westen en de islamitische wereld.”

Veiligheidsraad

Eerst moet afgewacht worden wat de VN-Veiligheidsraad gaat doen. Die heeft Iran 30 dagen gegeven om openheid van zaken te geven. Leurdijk: “De VS hebben er belang bij om in de Veiligheidsraad op één lijn te zitten te zitten met Rusland en China, die allebei vetorecht hebben. Ze willen allemaal dat Iran openheid van zaken geeft aan het IAEA.”

Cruciaal wordt de rapportage van IAEA-directeur Mohamed el-Baradei over zijn bezoek aan Teheran. “Als el-Baradei terugkomt en op 28 april aan de Veiligheidsraad rapporteert dat zijn bezoek niets heeft opgeleverd, breekt een nieuwe fase aan. Dan moet de Veiligheidsraad beslissen of er sancties ingesteld worden. Rusland en China zijn daar tegen. Dan kunnen de VS alleen komen te staan.”

De Amerikaanse regering maakt zich klaar voor een aanval. De diplomatie is echter nog niet uitgeput en in Washington en de VN-Veiligheidsraad moet nog heel wat gewikt en gewogen worden. Voorlopig roeren de monden zich maar zwijgen de kanonnen.


Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.

woensdag 15 februari 2006

Booker T. & The MG’s: Architecten van de soul

V.l.n.r. Donald "Duck" Dunn, Booker T. Jones en Steve Cropper.

Als huisband van het Stax-label verkeerden Booker T. & The MG’s in de benijdenswaardige positie om grootheden als Aretha Franklin, Otis Redding, Wilson Pickett, Carla en Rufus Thomas en Sam & Dave te mogen begeleiden. Tussen de bedrijven door timmerden ze nog een handjevol klassiekers als Green Onions in elkaar. Je kunt stellen dat Booker T. & The MG’s architecten van de soul zijn.
Booker T. & The MG’s speelden op meer dan 600 Stax-opnames en kunnen soul standards als Eddy Floyds Knock on Wood, Otis Reddings (Sittin’ on) the Dock of the Bay en Wilson Picketts In the Midnight Hour op hun conto schrijven. Het geluid van Booker T. & The MG’s kenmerkt zich door een verbluffende eenvoud. Geen ingewikkelde solo’s, maar slechts accenten, zoals de stuwende Hammond-tonen van Jones en de vlijmscherpe gitaarriffs van Cropper. De muziek drijft puur op de bluesy, economische grooves en de bijna telepathische chemie tussen de bandleden.
In hun hoogtijdagen waren Booker T. & The MG’s de coolste studioband ter wereld (voor zover je kunt spreken van ‘coole’ studiobands). Ontelbare bands probeerden hun sound te kopiëren. Het spaarzame Booker T. & The MG’s-geluid is duidelijk terug te horen in de muziek van The Meters uit New Orleans, die daarmee op hun beurt de blauwdruk voor de funk leverden. Veel groove-jazzmuzikanten uit eind jaren zestig als Jimmy Smith en Jimmy McGriff hebben goed geluisterd naar Booker T. & The MG’s. In de acidjazzscene is hun muziek veertig jaar na dato nog steeds hip. Green Onions, hun grootste hit, duikt nog wel eens op in tv-reclames.
Zwart-wit
Niet alleen op muzikaal vlak waren Booker T. & The MG’s pioniers. Met de zwarte Booker T. Jones en Al Jackson Jr. en de blanke Steve Cropper en Donald “Duck” Dunn waren Booker T. & The MG’s een van de eerste ‘geïntegreerde’ bands. In de jaren zestig in het zuiden van Amerika en tijdens de hoogtijdagen van de zwarte emancipatiestrijd, was dat nogal wat. De bandleden zelf zijn daar vrij nuchter over. “Muzikanten denken daar nooit over na”, aldus Dunn in 2001 tegen het Britse muziekblad Mojo.
Multi-instrumentalist Jones – hij beheerste als kind al de saxofoon, hobo, trombone en piano – kwam in 1960 als sessiemuzikant in dienst bij het kersverse Stax Records in Memphis. Hij speelde baritonsax op de eerste hit van Stax, Cause I Love You van Rufus en Carla Thomas. Jones speelde eerder bas en saxofoon bij lokale bandleiders als Willie Mitchell. Daar leert hij drummer Jackson kennen, die hem volgt naar Stax. In 1962 stapt gitarist Cropper uit de blanke (!) rhythm & bluesband The Mar-Keys om als sessiemuzikant bij Stax in dienst te treden. In 1961 hadden The Mar-Keys een hit gescoord met Last Night, waardoor ze het hele land door toerden met Ike & Tina Turner, James Brown en Chuck Berry. Eveneens afkomstig van The Mar-Keys is bassist Dunn, die zich in 1962 bij de Memphis Group voegt.
Green Onions
Op een hete zomermiddag in 1962 zitten Jones, Cropper, Jackson en bassist Lewie Steinberg in de Stax-studio op 926 East McLemore Avenue, een oud theater, vergeefs te wachten tot rockabillyzanger Billy Lee Riley komt opdagen voor zijn opnamesessie. Om de tijd te doden begint de band wat te jammen en na drie takes hebben ze op band wat de doorbraak van de band en Stax zou worden: Green Onions. De sturende Hammond-groove van Jones en de snijdende gitaarlick van Cropper maken het nummer tot een onvermijdelijke hit. Green Onions schiet naar nummer 3 in de hitlijsten. In tegenstelling tot tegenwoordig was het in die tijd geen zeldzaamheid dat instrumentale nummers hits werden. Ook het aanstekelijke gelijknamige debuutalbum, dat eveneens volledig instrumentaal is en naast eigen composities (Mo’ Onions) ook een handjevol hitcovers (o.a. Twist and Shout) bevat, gaat als zoete broodjes over de toonbank.
Otis Redding
In het najaar van 1962 schrijven Booker T. & The MG’s geschiedenis als na een vruchteloze opnamesessie met Johnny Jenkins & The Pinetoppers een 21-jarige zanger met de naam Otis Redding een half uurtje krijgt om zijn ballad These Arms of Mine op te nemen. De aanwezigen zijn overdonderd door het talent en charisma van de jongeman en These Arms of Mine bereikt binnen een mum van tijd de R&B-top-20. De carrière van een soullegende was geboren.
Het succes heeft echter tot gevolg dat er amper tijd meer was voor de Booker T. & The MG’s zelf. De band wist het succes van Green Onions niet meer te evenaren, maar was als backing band de gouden kip van Stax. Dat betekende al hun tijd ging zitten in het begeleiden van andere artiesten van het label, zoals Carla Thomas en vader Rufus, Sam & Dave, William Bell, Eddie Floyd en Albert King. Eigen opnames moesten gemaakt worden in overgebleven tijd na andere sessies of als een artiest niet kwam opdagen. “Het kwam nooit voor dat we een week de studio boekten om als Booker T. & The MG’s opnames te maken”, zei Cropper.
De werkdruk is groot. Daar kwam bij dat Jones besloot zijn muziekstudie aan de Indiana University besloot af te maken. Cropper doet veel sessiewerk in Los Angeles. Ook wordt de band regelmatig ingehuurd door artiesten die niet op Stax zitten, zoals soulzanger Wilson Pickett. “We zaten letterlijk vijftien uur per dag in de studio”, zegt Cropper. “We werkten voor zeventien of achttien artiesten, dus we hadden een behoorlijk druk schema.”
Met het succes beginnen ook de problemen. Cropper is naast muzikant ook A&R-manager van Stax, en dat leidt tot scheve ogen binnen de groep. Ook vinden de bandleden dat ze niet genoeg betaald krijgen, terwijl zij de drijvende kracht achter het succes van Stax zijn. De voortijdige dood van Redding eind 1967, met wie ze eerder dat jaar nog een Europese tournee en legendarisch optreden op het Monterey Pop Festival hadden gedaan, slaat in als een bom. Postuum sleutelt een rouwende Cropper nog (Sittin’ ON) the Dock of the Bay in elkaar, wat Reddings handelsmerk wordt.
Martin Luther King
Als in het voorjaar van 1968 Martin Luther King in Memphis wordt vermoord, verandert dat voorgoed de verhoudingen tussen blanke en zwarte muzikanten bij Stax en in Memphis. “Het was een verschrikkelijke tijd”, herinnert Dunn zich. “Een dag later stond ik voor de deur bij Stax met Isaac Hayes en David Porter, en de politie reed langs, sprongen uit hun wagen en vroegen of er wat aan de hand was. Het was een afschuwelijke situatie.”
“Veel dingen veranderen ingrijpend in Memphis”, vult Cropper aan.
In dezelfde periode hebben Booker T. & The MG’s wel de commerciële wind in de rug. Hip Hug-Her, Groovin’, Soul Limbo, Hang ‘em High en Time is Tight halen allemaal de top 40 tussen 1967 en 1969.
Bergafwaarts
Maar Stax heeft inmiddels de banden met moederbedrijf Atlantic doorgesneden en oprichter Jim Stewart verkoopt Stax in 1968 aan Gulf & Western. Vanaf dat moment gaat het vanwege slechte distributie bergafwaarts met het label. In 1970 kopen Stewart en Al Bell Stax terug en beginnen onderhandelingen met Columbia. Een tijdperk van schimmige zakendeals breekt aan en het Stax-kantoor werd gefrequenteerd door louche types. Uiteindelijk gaat Stax in 1974 op de fles en in 1976 definitief failliet.
Het familiegevoel van vroeger was begin jaren zeventig bij Stax verdwenen en Booker T. & The MG’s voelde zich niet meer thuis op het label. Bovendien was de band uitgekeken op zijn formule, en zocht naar nieuwe wegen. McLemore Avenue uit 1970, een interpretatie van Abbey Road van The Beatles, is daarvan een getuigschrift. Na het saillant genoeg in New York opgenomen Melting Pot uit 1971 stapt Jones uit de band en vertrekt naar Los Angeles, waar hij producer wordt voor A&M Records. Hij bezorgt Bill Withers een hit met Ain’t No Sunshine en produceert Willie Nelsons album Stardust. Jones trouwt met Priscilla Coolidge (de zus van Rita) en maakt met haar drie albums. Cropper volgt Jones naar de westkust en bouwt in een vervallen deel van Santa Monica Boulevard Cropper zijn Trans-Maximus Studio (TMI). Jackson en Dunn blijven bij Stax en maken nog een album als de MG’s. Daarnaast drumt Jackson nog bij Al Green.
Na een paar jaar beginnen de bandleden elkaar te missen. In september 1975 togen Dunn en Jackson, die Stax trouw waren gebleven en nog een album als The MG’s hadden opgenomen, naar LA voor een reünie.
Moord
Maar dan slaat het noodlot toe. Amper een week later, op 1 oktober 1975, wordt Jackson in zijn huis aan Central Avenue in Memphis doodgeschoten. Tot op de dag van vandaag is de moord onopgelost. Jacksons ex-vrouw Barbara beweert dat inbrekers haar en Jackson hadden vastgebonden, en hem vervolgens hebben doodgeschoten. De politie twijfelt aan Barbara’s relaas, want er zijn geen braaksporen en er is niets ontvreemd. Barbara had bovendien twee maanden eerder ook haar nieuwe echtgenoot neergeschoten. De verdenking valt ook op zangeres Denise LaSalle en de voortvluchtige crimineel Nate Doyle die op de gewraakte dag bij Jacksons woning zijn gesignaleerd. Doyle wordt een jaar later door de FBI in Seattle doodgeschoten.
Tegenwoordig is Booker T. & The MG’s een losvast project van Jones, Cropper en Dunn. Ze vormden het hart van de Blues Brothers Band. Atlantic Records huurde Booker T. & The MG’s in 1986 als begeleidingsband voor de viering van het 40-jarig bestaan van het label. In 1992 vroeg Bob Dylan hen als begeleidingsband voor Bobfest, het concert ter ere van zijn 30-jarige jubileum. Datzelfde jaar kregen Booker T. & The MG’s een welverdiende plaats in de Rock and Roll Hall of Fame. In 1994 maakten ze hun laatste album, That’s the Way it Should Be. Booker T. & The MG's deden meerdere tournees met Neil Young. De band treedt nog geregeld op. Na bijna een halve eeuw is het vuur en de vriendschap nog niet gedoofd.

Discografie
1962 Green Onions
1965 Soul Dressing
1966 In the Christmas Spirit
1966 And Now! Booker T. & The MG’s
1967 Hip Hug-Her
1968 Doin’ Our Thing
1968 Soul Limbo
1968 Uptight
1968 Get Ready
1970 McLemore Avenue
1971 Melting Pot
1973 The MGs
1994 That’s the Way it Should Be

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

donderdag 15 december 2005

Outkast: Progressief én succesvol

Toen OutKast in 1993 debuteerde, was het duo hooguit een interessante novelty act. Wie had toen gedacht dat in een genre waarin carrières doorgaans kort duren, het hiphop-duo uit Atlanta zou uitgroeien tot een van de commercieel én artistiek succesvolste hiphopgroepen ooit?


Tri-Cities High School in East Point, Atlanta, is de plaats waar André “Dre” Benjamin en Antwan “Big Boi” Patton elkaar eind jaren tachtig ontmoeten. Ze battlen elkaar regelmatig en besluiten uiteindelijk een duo te vormen onder de noemer 2 Shades Deep. De naam wordt echter al gauw veranderd in OutKast. Indertijd was New York het epicentrum van de hiphop en kon alleen Los Angeles aanspraak maken op de troon. Rappers uit het Zuiden werden amper serieus genomen.

Southernplayalisticadillacmuzik
Dre en Big Boi zijn amper meerderjarig en van de middelbare school af als ze in 1992 een contract tekenen bij het LaFace label van L.A. Reid en Kenneth “Babyface” Edmonds. OutKasts eerste blootstelling aan de buitenwereld is een couplet op een remix van Ain’t 2 Proud 2 Beg van R&B-trio TLC. In 1993 debuteert OutKast met de single Player’s Ball, dat meteen een hit wordt en zelfs de eerste plaats in de Billboard rap chart haalt.



In 1994 volgt het album Southernplayalisticadillacmuzik, dat sterk geënt is op G-funk, de relaxte, op de P-funk van George Clinton geïnspireerde hiphop van Dr. Dre en die op dat moment de heersende sound van de populaire hiphop is. OutKast voegt er live-instrumentatie en een zuidelijk, bluesy geluid aan toe. Inhoudelijk zijn Dre en Big Boi gepreoccupeerd met de typische liefhebberijen van adolescente mannen: mooie auto’s, vrouwen, zuipen en blowen. Hoewel ze de kanttekening maken dat feestvieren nooit voor de belangrijke zaken in het leven mag komen. Southernplayalisticadillacmuzik, geproduceerd door het lokale producersteam Organized Noize, is een sterk album dat platina gaat en OutKast in 1995 ook een prijs oplevert voor beste nieuwkomer van het gerenommeerde hiphoptijdschrift The Source. OutKast maakt een opvallende entree, maar sterke debuten en korte carrières zijn intrinsiek aan hiphop en bieden geen garantie voor de toekomst.



ATLiens
OutKast zet een flinke stap vooruit met ATLiens, dat in 1996 verschijnt. Dre en Big Boi zijn volwassener geworden. Dre heeft bijvoorbeeld een ascetische levensstijl aangenomen en is vegetariër geworden, en hij toont zich ook in zijn teksten een serieuzer, geconcentreerder persoon. “No drugs or alcohol/So I can get the signal clear” Dergelijke bekeringen zijn meestal funest voor een artiest, maar het legt OutKast geen windeieren. ATLiens is eigenzinniger, experimenteler en breder, maar tegelijk strakker en minimalistischer dan zijn voorganger. Dre en Big Boi's raps worden complexer en tongbrekender. Dre heeft een fascinatie voor het buitenaardse en tijdreizen ontwikkeld en begint zich steeds extravaganter te kleden, wat sommigen doen twijfelen aan geestelijke gezondheid – hij zou door drugs de weg kwijt zijn – en zijn seksuele geaardheid. “Iedereen wil een ‘thug’ (gangster) zijn. Mensen durven niet origineel te zijn”, klaagde Dre in 1998 in een interview met The Source.

Naast de muziek begint Dre ook professioneel te schilderen en hij krijgt een relatie met nu soul zangeres Erykah Badu, met wie hij een zoon, Seven, krijgt. ATLiens is een nieuw commercieel succes voor OutKast; van het album gaan 1,5 miljoen exemplaren over de toonbank en gaat twee keer platina. De eerste door OutKast zelf geproduceerde single Elevators (Me and You) wordt de eerste top 20 hit van de groep. Voor veel fans van het eerste uur was ATLiens te ver van hun bed, maar OutKast krijgt wel erkenning in aan de oost- en de westkust, waar doorgaans op rappers uit het Zuiden wordt neergekeken.



Aquemini
Als in 1998 het derde album Aquemini uitkomt, is duidelijk dat OutKast een van de belangrijkste hiphopgroepen is. Was ATLiens al een stap vooruit, Aquemini was een heuse Grote Sprong Voorwaarts. De productie is grotendeels in handen van Dre en Big Boi zelf en de invloed van Organized Noize heeft plaatsgenomen op de achterbank. Aquemini is organischer en muzikaler dan ATLiens. Dre en Big Boi hebben hun spervuurraps verder ontwikkeld tot een duizelingwekkende snelheid en strakheid. Critici en fans bejubelen Aquemini om zijn vooruitstrevendheid. Aquemini is wellicht een van de beste hiphopalbums aller tijden. The Source kent Aquemini 5 mics toe, een eervolle beoordeling waarmee het blad zeer zuinig is. Spin Magazine plaatst Aquemini op nummer 35 in de lijst van negentig belangrijkste platen van de jaren negentig. De plaat wordt twee keer platina.



Rosa Parks
Maar niet iedereen is even tevreden. Burgerrechtenactiviste Rosa Parks, die in oktober van dit jaar overleed, klaagt OutKast aan omdat haar naam zonder haar toestemming is gebruikt voor de naar haar vernoemde single, die overigens inhoudelijk niet over Parks gaat. OutKast spreken tegen dat ze Parks te schande wilden maken en wijzen op haar grote betekenis voor de zwarte gemeenschap. Diverse rechters wijzen Parks’ klacht af, maar in 2003 bepaalt het Hooggerechtshof dat de zaak voortgezet mag worden. Een jaar later trekt de familie van Parks haar handen van de rechtszaak af, omdat ze vrezen dat de vertegenwoordigers van Parks de rechtszaak voeren uit eigen financieel gewin en niet namens de demente Parks zelf. In april 2005 wordt de zaak geschikt en stemt OutKast ermee in om een tribute aan Parks op te nemen.


Stankonia
Het artistieke succes van Stankonia wordt doorgetrokken op Stankonia, dat in het najaar van 2000 verschijnt. Opnieuw bewijst OutKast een van de progressiefste hiphopgroepen te zijn. De bluesy, zuidelijke ‘down home’ sound is enigszins verlaten voor een strakker, elektronischer doch funky geluid (“Stankonia, the place from which all funky things come”). Aquemini was misschien OutKasts meesterwerk, maar Stankonia staat minstens op gelijke hoogte. Stankonia overstijgt zijn voorgangers qua succes, omdat de hit Ms. Jackson hun internationale doorbraak is en ook So Fresh, So Clean wordt een hit. Vier keer platina is uiteindelijk de opbrengst. Ms. Jackson is waarschijnlijk bedoeld voor de moeder van Erykah Badu, omdat Dre – die inmiddels zijn naam in Andre 3000 heeft veranderd – de relatie met de zangeres heeft afgebroken. Dre ontkent overigens dat het nummer specifiek over de breuk gaat. In juni 2001 doet OutKast Nederland aan en treedt op Pinkpop op. Stankonia levert OutKast 2 Grammy awards op, voor beste album en beste single (Ms. Jackson).



Ook de compilatie Big Boi and Dre Present...OutKast die eind 2001 verschijnt, bezorgt OutKast een Grammy, voor het nummer The Whole World, één van de drie extra tracks die voor de compilatie zijn opgenomen. Op de hielen van Stankonia volgt bovendien Even in Darkness van de Dungeon Family, een supergroep van OutKast en bevriende artiesten als Goodie Mob. Het is een prima album, maar haalt het niet bij het OutKast-materiaal. Onder de noemer Earthtone III produceren OutKast en Mr. DJ artiesten op hun eigen Aquemini-label (tegenwoordig Purple Ribbon Ent.). Verder richten Dre en Big Boi in 2001 de OutKast Clothing Company op.



Speakerboxxx/The Love Below
Daarnaast beginnen Big Boi en Dre afzonderlijk albums op te nemen. Dat voedt het gerucht dat het duo op het punt staat hun gescheiden wegen te gaan. Dre en Big Boi spreken dat tegen; OutKast is per definitie de som van twee autonome entiteiten. Dat was ook de betekenis van de titel Aquemini, een amalgama van hun sterrenbeelden Waterman en Tweelingen: “Ik blow, hij niet. Ik ga naar stripclubs, hij niet meer”, zei Big Boi in The Source. “Het is individualisme en daar draait het om in OutKast.”



De twee soloalbums worden dan ook gebundeld uitgebracht in september 2003: Speakerboxxx/The Love Below. Big Boi’s Speakerboxxx is in wezen een voortzetting van het oude OutKast-werk, maar de muziek is wel harder en meer ‘street’. Maar Speakerboxxx is allerminst een stagnatie; het is een stap verder gaan door een stap terug te doen.

Dre’s The Love Below is het tegenovergestelde. Hij laat hiphop zo goed als los en het album is een eclectisch project waarin hij funkt als Prince en Rick James en croont als Frank Sinatra. Het knappe is bovendien dat The Love Below nooit hoogdravend wordt. De recensenten komen superlatieven tekort. Vooral The Love Below wordt de hemel in geprezen, waardoor Speakerboxxx onterecht overschaduwd wordt.


Speakerboxxx/The Love Below is verreweg OutKasts grootste succes. De dubbelaar debuteert op nummer 1 in de Billboard album top 200. Er worden 5 miljoen exemplaren verkocht, maar omdat Speakerboxxx/The Love Below als aparte albums worden gerekend zijn de officiële verkoopcijfers 10 miljoen, wat het dubbelalbum de diamanten status oplevert. De singles Move van Speakerboxxx en Hey Ya! van The Love Below worden beide hits, de laatste scoort vooral in Nederland. Wesley Clark, presidentskandidaat voor de Democraten, verwijst zelfs in een campagnefilmpje naar OutKast in een poging de jeugd voor zich te winnen. In 2004 krijgt OutKast opnieuw een Grammy toegekend voor het beste album. Bij de uitreiking treedt OutKast op met George Clinton. De show komt hen op een klacht van het Native American Cultural Center te staan, omdat tijdens het optreden van Dre dansers met verentooien om een teepee dansen. De zender CBS, die de show uitzond, biedt zijn excuses aan.



Idlewild
OutKast waagt zich nu aan een film. Idlewild gaat op 6 januari in première. De soundtrack wordt begin december uitgebracht. Opnieuw verrast OutKast het publiek. Op The Love Below was het hiphopgehalte al fors gereduceerd, op Idlewild zou OutKast rap als geheel hebben verlaten. De film speelt zich af in de Deep South tijdens de economische crisis van de jaren dertig. André 3000 speelt een muzikant en Big Boi als boef. “Omdat het zich in de jaren dertig afspeelt, wilden we geen synthesizers gebruiken”, zei Big Boi tegen het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone. Big Boi omschrijft de eerste single Idlewild Blues als een ‘juke-joint jam’ en André 3000 zou klinken als Cab Calloway.
Ook staat nog een nieuw album in de steigers, The Hard Ten, dat voor eind 2006 gepland staat. Ook zou Big Boi aan een nieuwe soloplaat werken, waarvoor al 14 nummers af zijn.

Ruim een decennium na hun debuut is OutKast een van de succesvolste en progressiefste (hiphop)-groepen. Dre en Big Boi hebben het zeldzame vermogen zich te blijven ontwikkelen en vernieuwen, en bezitten bovendien het unieke talent om hun experimenteerdrift te verkopen aan een groot publiek. Hun grootste bijdrage is echter dat ze definitief hebben duidelijk gemaakt dat hiphop wel degelijk volwaardige muziek is en veel meer heeft te bieden dan seks, geweld en gevloek. Laat OutKast de sleutel zijn tot een schatkist vol juwelen.

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

donderdag 1 december 2005

Bush trippelt op zijn tenen uit Irak

Ronkende retoriek weer van Bush. In zijn toespraak van woensdagavond weigerde de Amerikaanse president zich te committeren aan een tijdschema voor de terugtrekking uit Irak. Maar achter de schermen wordt wel degelijk gewerkt aan een exit-strategie.

Bij elke uitspraak van een politicus dient men zich af te vragen of er electorale belangen meespelen. Bij Bush is dat zeker het geval, al zal het Witte Huis dat natuurlijk niet toegeven. De bodem onder zijn populariteit is weggeslagen door de uitzichtloze situatie in Irak, de allesbehalve vlekkeloze reactie op de orkaan Katrina en de alsmaar stijgende brandstofprijzen. Over een jaar staan de verkiezingen voor het Congres voor de deur, en het ziet er momenteel ongunstig uit voor de Republikeinen.

Achterdeur
De 35 pagina’s tellende ‘Nationale strategie voor overwinning in Irak’ moet de kritiek doen verstommen dat president Bush geen Irak-plan heeft. De druk op Bush om de 155.000 Amerikaanse manschappen uit Irak terug te trekken groeit. Maar ‘war president’ Bush heeft zichzelf altijd geprofileerd als een sterke leider die zich niet uit het veld laat slaan of zich laat leiden door opiniepeilingen, en volhardt in zijn standpunt dat zijn leger op volle kracht in Irak blijft tot de klus geklaard is. Of in zijn eigen bewoordingen: hij neemt niet genoegen met minder dan de ‘totale overwinning’.

Geen ‘cut and run’ dus, maar intussen broedt het Witte Huis wel op een plan om op hun tenen uit Irak te sluipen via de achterdeur. Minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice zei recentelijk dat ‘Amerikaanse strijdkrachten in deze aantallen niet veel langer moeten blijven’.

Van groot belang daarbij is het verloop van de Iraakse parlementsverkiezingen op 15 december. Als die succesvol zijn en de soennieten meedoen, kan er een begin gemaakt worden met een geleidelijke troepenreductie.

Doofpot
Voor het Witte Huis is het van cruciaal belang dat de Republikeinen hun meerderheid behouden in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden, omdat de doofpot over hoe de Verenigde Staten in Irak is beland, opengaat als de Democraten het voor het zeggen krijgen. Dat zal resulteren in onderzoekscommissies, hoorzittingen en dagvaardingen voor leden van de regering.

De Democraten hebben al diverse pogingen ondernomen om boven tafel te krijgen wat de regering heeft uitgespookt met de inlichtingen over de vermeende massavernietigingswapens van Irak. De Republikeinen hebben dat tot dusver gedwarsboomd.

Verstandig
De vraag of een spoedige terugtrekking uit Irak verstandig is, is moeilijk te beantwoorden. Voorstanders, waaronder de Democratische Afgevaardigde en havik John Murtha, menen dat de Amerikaanse aanwezigheid in Irak de wederopbouw eerder in de weg staat dan bevordert.

Het geweld houdt aan vanwege de haat jegens de Amerikaanse troepen. Als ze weg zijn, zal de situatie in Irak normaliseren, is de redenering. Inderdaad, de opstandelingen genereren hun steun uit de woede van het Iraakse volk over de Amerikaanse bezetting, dus die basis valt weg. Bovendien zijn er signalen dat sommige verzetsgroepen de wapens willen inruilen voor de politiek.

Ook voor het gehele Midden-Oosten zou de terugtrekking positieve gevolgen hebben. De Arabische landen zijn weliswaar blij dat Saddam Hussein verdreven is, maar zijn evengoed tegen de Amerikaanse bezetting van Irak. Veel terreuraanslagen in de regio, zoals vorige maand in Jordanië, hangen mogelijk daarmee samen. Daarnaast kunnen de teruggetrokken militairen elders in de wereld ingezet worden voor terreurbestrijding.

Destabilisatie
Tegenstanders waarschuwen dat terugtrekking het land verder zal destabiliseren. De CIA vreest dat de verschillende bevolkingsgroepen elkaar al zo naar het leven staan, dat het mogelijk te laat is om het uiteenvallen van Irak nog te voorkomen. Het Iraakse leger en de politie zijn momenteel niet in staat om de veiligheid te handhaven, door gebrek aan mankracht en niveau.

Bovendien zijn de Iraakse veiligheidsmachten geïnfiltreerd door sjiitische en Koerdische milities, die vergeldingsacties uitvoeren tegen soennieten, door wie ze tijdens Saddams bewind onderdrukt werden. Vorige maand werden 173 overwegend soennitische gevangenen gevonden in een gevangenis van het ministerie van Binnenlandse Zaken, een sjiitisch bolwerk. De gevangenen waren ondervoed en sommigen hadden sporen van martelingen op hun lichaam.

Los daarvan hebben de Amerikanen de morele plicht om het land op te bouwen dat ze 2,5 jaar geleden annexeerden. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell noemde dat de ‘Pottery Barn Rule’ (regel van de pottenbakkerij): als je iets breekt, moet je dokken.


Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.

woensdag 23 november 2005

Nederlandse rap geen voorbode van oproer

Jarenlang wezen Franse rappers op onvrede onder de kansarme allochtone jeugd in de verpauperde voorsteden. Enkele weken geleden kwam de onrust tot uitbarsting. Er is vrees dat in achterstandswijken in Nederland de bom eveneens zal barsten. Want ook hier reppen rappers al geruime tijd van discriminatie.

Dat rappers in hun muziek uiten wat hen bezighoudt is niet nieuw. Rap kan teruggevoerd worden naar de Afrikaanse griots (volksvertellers), die in ritmische vorm verhalen overdroegen. Ook de moderne rap heeft een rijke geschiedenis aan maatschappijkritiek. Zo was The Message van Grandmaster Flash & The Furious Five (1982) een van de eerste commerciële hits van hiphop. Public Enemy predikte een radicaal zwart bewustzijn en geldt nog altijd als de grootste hiphopgroep aller tijden. Frontman Chuck D noemde hiphop ‘het zwarte CNN’, in de zin dat rappers de stem zijn van een monddode, achtergestelde – zwarte – bevolkingsgroep, voor wie de gevestigde media geen aandacht hebben. In dat licht moet ook gangsta rap worden gezien, dat in eerste instantie een rauw verslag van het gewelddadige bestaan in de Amerikaanse getto’s was. Oorspronkelijk heette gangsta rap dan ook reality rap.

Kutmarokkanen
Tegenwoordig is gangsta rap uitgehold tot een commercieel uiterst succesvolle formule en zijn het vooral mooie vrouwen en bling die de mainstream hiphop domineren. Als maatschappijkritisch medium heeft hiphop echter nog niet afgedaan. In Nederland halen rappers er zelfs de top-40 mee. In het najaar van 2002, toen criminele Marokkaanse jongeren de krantenkoppen domineerden, brak de Almeerder Raymzter – zoon van een Marokkaanse vader en een Nederlandse moeder – door met Kutmarokkanen?!, naar de roemruchte uitspraak van toenmalige Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk.

“Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten
We hebben ze niks gedaan en alsnog willen ze ons haten
Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten
Tijd dat dit verandert heb je dat niet in de gaten”

Raymzter noemt enkele praktische vooroordelen waarmee Marokkaanse jongeren dagelijks te maken hebben: “Dit klinkt misschien eenvoudig maar ze kijken me aan alsof ik vloog in de Twin Towers.” En: “Shit als dit kan mijn dag bederven, als ik langs een vrouw loop en ik zie haar d'r tas verbergen.”

Geweigerd
Nog succesvoller is Ali B, die het refrein van Kutmarokkanen?! schreef. In Geweigerd.nl verhaalt hij over discotheken die geen Marokkanen binnen willen laten.

“Ik ben een goeie jongen wil voor iedereen het beste
Maar toch ben ik de dupe omdat anderen het verpesten
Ik vraag me zelf af of ik eruit zie als een slechte
Ben gekomen om te dansen niet gekomen om te vechten”

Grimmiger van toon is de Tuindorp Hustler Click (THC), een groep uit Amsterdam-Noord die regelmatig verhaalt over het harde straatleven. Sociale uitsluiting van allochtone jongeren is het thema van Wil je weten hoe het voelt: “Wil je weten hoe het voelt om altijd anders te zijn, wil je weten hoe het voelt om buitenlander te zijn?”

“Onze jonge generatie is zwaar in de meerderheid”, rapt RBDjan. “Ze leren strijd, ze leren schijt hebben aan de maatschappij, want wat de fuck doet de maatschappij voor mij.”

Rocks hekelt de voortdurende negatieve berichtgeving over allochtone jongeren: “Allochtoon ik hoor het woord te vaak, en het stoort me vaak.” En: “God het spijt me, in me hart ben ik zuiver, maar ze sluiten me buiten. Wordt niet geluisterd dus ik voel me al anders. Ben een Amsterdamse, Nederlandse, buitenlander.”

Kans
The Anonymous Mis, frontman van de Rotterdamse hiphop-reggae-groep Postmen levert niet alleen kritiek maar biedt ook een oplossing. Hij richtte Social Life op, een organisatie die probeert straatjongeren op het rechte pad te krijgen met onder meer muziekworkshops. Mis ziet hiphop als een kans voor kansarme jongeren om aan hun uitzichtloze bestaan te ontsnappen.

“Hiphop is een manier om onze eigen banen te creëren, het is een tool om aan mensen te laten zien dat je op je eigen voorwaarden je plek in deze samenleving kan veroveren”, zegt Mis in Van Brooklyn naar Breukelen, een boek over Nederlandse hiphop. “Juist voor jongens die vast zitten is dat een belangrijke boodschap, om ze te laten nadenken over wat ze zelf willen gaan doen als ze vrijkomen. Mijn boodschap is geen andere dan die van de eerste de beste maatschappelijk werker. Maar van mijn pikken ze het, want ze weten waar ik vandaan kom, ze kunnen zich identificeren met mij.”

Discriminatie, armoede en sociale uitsluiting zijn onderwerpen die zijn weerklank vinden in de Nederlandse hiphop, maar tot harde taal komt het nauwelijks. Uitwassen als DHC, de rappers die Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali in een van hun nummers zouden hebben bedreigd, rekent Saul van Stapele, hiphopjournalist en schrijver van Van Brooklyn naar Breukelen, niet tot Nederlandse hiphop omdat dit een geïsoleerd geval is. “Die hebben geen impact gehad op de scene.” Veel hiphoppers namen de groep niet serieus vanwege het amateuristische en infantiele niveau. Daar komt bij dat stoer doen en grootspraak intrinsiek aan hiphop zijn.

Positief over multiculturele samenleving
Van Stapele merkt op dat Nederlandse rappers over het algemeen positief zijn over de multiculturele samenleving, in tegenstelling tot het heersende, negatieve sentiment in de maatschappij van de laatste jaren. “Ze zijn er trots op deel uit te maken van een multiculturele samenleving. Ze groeien in de grote stad in die realiteit op. Hiphop verschaft hen ook een gezamenlijke identiteit, want het biedt plaats aan alle kleuren van de regenboog. Hiphop is ook een alternatief voor de dominante media, een soort zwarte CNN. De gevestigde media schetsen voortdurend een negatief beeld, hiphop is veel hoopvoller en positiever.”

Rappers laten wel hun licht schijnen over maatschappelijke kwesties, maar hiphop is geen politiek, stelt Van Stapele. “Er zijn wel rappers die graag een politiek statement leveren, maar je hebt ook rappers die alleen de straat kennen en rappen over wat ze om zich heen zien, of rappers die alleen over feesten rappen. Dat is allemaal hiphop. Ik denk wel dat rappers het maatschappelijke debat kunnen beïnvloeden.”


Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.

Oorlogsfotograaf wint vertrouwen verzet Irak

Een islamschool in de sjiitische sloppenwijk Sadr City in Bagdad. Geknield op kleurig gestreepte vloerkleden dekt een jongetje een vriendje toe met een Iraakse vlag. Tegenover hem staat een jongetje met een dolk, en naast hem ligt nog een knaapje. Jonge martelaars.

De leerlingen van de madrassa spelen een gevecht na tussen het Mahdi Leger van de Iraakse sjiitische geestelijke Moqtada al-Sadr en het Amerikaanse leger.

Het incident wordt gemythologiseerd en wordt het zaadje voor de diepgewortelde haat tegen de Amerikaanse bezetter, stelt fotograaf Thorne Anderson. Het tafereel is een van de foto’s in het boek Unembedded, dat Anderson samenstelde met drie andere fotojournalisten (Ghaith Abdul-Ahad, Kael Alford en Rita Leistner) die onafhankelijk werkten in Irak.

De titel slaat op een typische term uit de Irak-oorlog, toen voor het eerst journalisten mee mochten met het leger (embedded). Dat levert echter een scheef beeld op, omdat het Amerikaanse leger bepaalt wat de journalist wel en niet mag zien. Unembedded wil juist een onafhankelijk en ongecensureerd inzicht geven in Irak, vanuit het oogpunt van de Iraakse bevolking.

Anderson geeft een voorbeeld: tijdens de oorlog repten de Amerikaanse regering en de media van ‘chirurgische bombardementen’, waarmee doelwitten met precisie uitgeschakeld konden worden en onnodige schade en onschuldige slachtoffers tot een minimum werden beperkt.

“Dat klinkt alsof het heel gecontroleerd en ‘clean’ is”, zegt Anderson in zijn kantoor in het veilige Amsterdam-West. “Maar dat is het niet. Een bombardement is onvoorstelbaar gewelddadig. Het niet een humane manier van mensen doden. Mensen vergeten dat wel eens, en we willen dat laten zien.”

We zien verwoeste gebouwen, bebloede burgerslachtoffers die op straat liggen, kinderen die toekijken hoe hun ouders sterven op een brancard, verscheurde moeders die het stoffelijk overschot van hun kinderen in hun armen houden. Maar ook de vrolijke momenten uit het zware bestaan in een oorlogsgebied: een bruiloft, een kermis, zwemmende kinderen. Mensen proberen er het beste van te maken.

Geen politiek statement
De oorlog in Irak is met afstand de grootste internationale controverse sinds de Koude Oorlog. Een boek over Irak is daardoor bijna automatisch een politiek pamflet. Maar dat is in eerste instantie niet de intentie, verklaart Anderson.

“We proberen een zo genuanceerd mogelijk beeld van Irak te geven. We willen de complexiteit van Irak te tonen. Het is deel van een politieke dialoog. Het is de wens van de Amerikaanse regering om de informatie te controleren. Het boek heet Unembedded, omdat de verslaggeving in de Amerikaanse media, vooral televisie, en in het bijzonder de populairste zender Fox News, sterk beïnvloed wordt door officiële informatie. Die komt van journalisten die samenwerken met het Amerikaanse leger. Niet dat ze hun werk slecht doen, maar het is een beperkt perspectief. Als je echt wil weten wat er in Irak gebeurt, moet je de andere zienswijzen ook kennen. Dat proberen we met het boek te doen. Vanwege het politieke klimaat in de VS, is dat een politiek statement.”

Opstandelingen
Wat Unembedded bijzonder maakt, is dat het boek ook het Iraakse verzet van binnenuit laat zien, een wereld die voor westerlingen zo goed als ontoegankelijk is, laat staan dat ze het kunnen navertellen. Anderson wist het vertrouwen te winnen van Mahdi Leger, de verzetsbeweging van de sjiitische geestelijke Moqtada al-Sadr.

“Om dat te kunnen doen, moet je iemand kennen in het Mahdi leger die je bescherming biedt, die garant voor je staat, zodat als je in dreigende situatie terechtkomt, dan heb je een insider nodig die zegt: hij is okay, hij is een journalist, hij is geen soldaat, geen spion, geen politicus, hij is alleen hier om een verhaal te maken en ik sta voor hem in. Als hij een insider is, biedt dat je bescherming.”

Najaf
Door zijn goede contacten met het Mahdi Leger bracht Anderson drie dagen door in de Imam Ali tempel in Najaf, tijdens een grootschalig Amerikaans offensief tegen het sjiitische verzet in augustus 2004. In de tempel ligt het lichaam van Imam Ali, de grondlegger van de sjiitische islam, en is een van de belangrijkste heiligdommen in de sjiitische wereld. Tijdens het Amerikaanse offensief was de Imam Ali tempel een toevluchtsoord voor de opstandelingen. Volgens het Amerikaanse leger gebruikte het Mahdi Leger echter als aanvalsbasis.

“Het bleek dat de tempel helemaal niet als basis voor aanvallen werd gebruikt”, stelt Anderson. “Er bevonden zich helemaal geen wapens in de tempel. Er waren pelgrims voor morele steun, uit solidariteit met de strijders. Er waren wel veel strijders in de tempel, maar ze mochten niet hun wapens mee naar binnen nemen.”

“Ik herinner me dat een strijder die gewond was geraakt bij een gevecht, door zijn makkers naar binnen werd gebracht naar een provisorisch hospitaal in een van de kantoortjes in de tempel. Ze kwamen net uit een gevecht dus droegen nog hun kalasjnikovs over hun schouders, ze hadden granaten aan hun riem. Ze mochten hun gewonde kameraad naar binnen brengen maar kregen meteen het bevel om zich eerst buiten te ontwapenen voordat ze weer naar binnen mochten.”

Veilige haven
“De sfeer in de tempel was heel vreemd. De tempel is heel mooi, prachtige architectuur. Ze hadden stroomgenerators, dus er was licht. Van binnen is alles bekleed met goud, dat fonkelt. De gevechten in Najaf waren ongelofelijk intens, de Amerikanen gooiden 500 pond zware bommen, heel dicht bij de tempel, binnen 100 meter. Je kon de inslagen voelen, de muren schudden, soms lieten er stenen los. Er vlogen granaatscherven over de buitenmuren van de tempel naar binnen en landden op de binnenplaats. Dagelijks raakten mensen gewond. Ondanks het voortdurende geweld, was het binnen de tempel een veilige haven. Er was een sterke onderlinge kameraadschap, ook tussen de strijders en burgers. Ze deelden samen voedsel, baden samen. Heel warm. In de tempel was geen voedsel, dus we moesten de stad in om te eten. En ik wilde natuurlijk ook zien wat er buiten gebeurde. Als er relatief rustige momenten waren ging ik naar buiten, om te kijken wat de strijders deden.”

Geen kogelwerend vest
Voor iemand die in oorlogssituaties heeft gewerkt, spreekt Anderson met opvallende afstandelijkheid over zijn ervaringen. Hij toont zich een koelbloedige professional.

“Ik heb niet zoveel belangstelling om middenin de gevechten te zitten, ik ben meer geïnteresseerd in wie de strijders zijn. Ik probeer vuurgevechten te vermijden, maar het is onvermijdelijk. Ik draag zelf nooit een wapen, ook geen kogelwerend vest. Mijn primaire bescherming zijn de mensen. Dat is verreweg de meest betrouwbare bescherming. Als ik in zo’n situatie een kogelwerend vest zou dragen, schept dat een barrière tussen mij en de mensen en het neemt de gelijkheid weg. Dat vergroot niet mijn veiligheid, maar brengt me juist in gevaar. Het ondermijnt mijn relatie met de mensen en het vertrouwen.”

Als Amerikaanse fotojournalist tussen anti-Amerikaanse strijders, is het voor te stellen dat je last krijgt van gewetenswroeging. Anderson had er geen problemen mee. “Nooit, geen seconde. Ik vind dat ik een dienst bewijs aan de Verenigde Staten. Er vindt een enorme verschuiving van het Amerikaanse buitenlandbeleid plaats in Irak. Amerikanen moeten begrijpen hoe dat eruit ziet, vanuit alle gezichtspunten, en zeker niet alleen vanuit de zienswijze van de Amerikaanse regering.”


Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl