Waar een kleine stad groot in kan zijn. Muscle Shoals, Alabama telt nog geen twaalfduizend zielen, maar zijn soul sound maakte het gehucht in de jaren zestig en zeventig tot een mekka voor artiesten. Het opmerkelijke verhaal van het belangrijkste dorp van de popmuziek en een gesprek met een van de hoofdrolspelers: Dan Penn.
Het is een persoonlijke tragedie die de het begin vormt van wat zou uitgroeien tot de legendarische Muscle Shoals Sound. Als zijn vader en zijn aanstaande vrouw binnen een tijdspanne van slechts twee weken komen te overlijden, besluit Rick Hall zijn baan in een aluminiumfabriek in Florence, Alabama op te zeggen om de kost te verdienen als gitarist, violist en mandolinespeler bij Carmol Taylor and the Country Pals. In die tijd leert Hall de jonge saxofonist Billy Sherrill kennen. Ze worden vrienden en gaan samen songs schrijven. Uiteindelijk verlaat Hall de Country Pals om met Sherrill de Fairlanes op te richten, een R&B-band met gitarist Dan Penn als leider. Penn was al op jonge leeftijd professioneel songwriter en had op zijn zestiende zijn eerste hit met Is a Bluebird Blue? dat hij aan Conway Twitty had verkocht.
Eind jaren vijftig stampen Hall, Sherrill en Penn er in hoog tempo songs uit, die ze verkopen aan een klein labeltje in Florence, Alabama, in de streek Quad Cities (Muscle Shoals, Florence, Sheffield en Tuscumbia). Het drietal is vrij succesvol, artiesten als Roy Orbison nemen hun liedjes op. Zodoende komen ze in contact met Tom Stafford, die een studiootje had gebouwd boven de drogisterij van zijn familie in Florence genaamd Florence Alabama Music Enterprises, kortweg FAME. Vreemd genoeg was FAME de enige opnamestudio in de hele staat en groeide al snel uit tot een centrum voor muzikanten. Jimmie Johnson, Spooner Oldham en Dan Penn nemen er hun demo’s op om ze te slijten in Nashville.
Hall is moeilijk in de omgang en in 1960 komt hij in aanvaring met Stafford en Sherrill. Zij breken met Hall maar hij mag wel de naam FAME hebben. In 1961 begint FAME te lopen als Arthur Alexander, een piccolo in een plaatselijk hotel die door Stafford aan Hall wordt geïntroduceerd, een hitje scoort met You Better Move On (later gecoverd door de Rolling Stones). De studioband was Dan Penn en de Pallbearers.
Nieuwe generatie
Na een paar maanden schaven aan hun geluid neemt de nieuwe studioband een nummer op die de naam Muscle Shoals een plaats in de geschiedenisboeken zou geven. When a Man Loves a Woman van een lokale ziekenhuisbewaker genaamd Percy Sledge wordt de eerste nummer 1-hit van de southern soul. Plotseling streed het kleine, onbekende Muscle Shoals om de eer met Memphis en Detroit. De soulfulste Tukker aller tijden Arthur Conley neemt zijn klassieke debuutalbum Sweet Soul Music deels in Muscle Shoals op. Etta James ruilde Chess Records en Chicago tijdelijk in voor Muscle Shoals en kwam terug met Tell Mama en I’d Rather Go Blind.
Atlantic
Wexler zag in Muscle Shoals de ideale plaats om zijn nieuwste aanwinst Aretha Franklin tot wasdom te laten komen. Franklin had al enkele platen gemaakt voor Columbia, maar werd beperkt door braaf, commercieel materiaal en had matig commercieel succes. Wat ze nodig had was een rauwe, funky band die paste bij haar krachtige stem, redeneerde Wexler. Aretha’s terugkeer naar het zuiden bleek een gouden greep. I Never Loved a Man (The Way I Love You) en Do Right Woman, Do Right Man worden megahits in 1967.
Maar Halls temperament gooit opnieuw roet in het eten. In een dronken bui krijgt hij het aan de stok met Franklins man Ted White. Wexler besluit daarop de banden met Hall door te snijden. Wel laat hij de studioband van Fame overkomen naar New York om de de rest van het album I Never Loved a Man (The Way I Love You) op te nemen. Respect, de cover van Otis Redding, wordt een onsterfelijke wereldhit.
Wat behalve de kleinheid en afgelegenheid Muscle Shoals tot een onwaarschijnlijk soulmekka maakte, was het feit dat dat de hoofdrolspelers allemaal blanke ‘country boys’ waren die beïnvloed werden door zwarte gospel en R&B die ze op de radio hoorden.. We hebben het hier over het Amerikaanse Zuiden van de jaren vijftig en zestig toen er nog een rassenscheiding was en waar zwarten nog katoen plukten. Blank en zwart deed er echter niet toe in de studio. Maar toen in 1968 de zwarte leider Martin Luther King werd vermoord, veranderde de situatie. “Het broederschap tussen zwarte en blanke muzikanten leek eronder te lijden”, herinnert Wexler zich.
Rockmagneet
De Swampers – inmiddels zonder Spooner Oldham die naar Memphis is vertrokken om zich bij zijn maat Penn te voegen en is vervangen door toetsenist Barry Beckett – richten in mei 1969 in een voormalige lijkkistenwerkplaats in Sheffield hun eigen studio op, Muscle Shoals Sound. De studio is verzekerd van werk voor Atlantic. Hun eerste opdracht is een album voor Cher, dat vernoemd wordt naar het adres van de Muscle Shoals Sound Studios: 3614 Jackson Highway in Sheffield.
Tijdens hun Amerikaanse tournee doen The Rolling Stones in december 1969 Muscle Shoals aan. In drie avond nemen ze You Gotta Move, Wild Horses en Brown Sugar op, die uiteindelijk op het album Sticky Fingers belanden. In de concertfilm Gimme Shelter is de band ook in de Muscle Shoals Sound Studio te zien. Jimmy Johnson leert Keith Richards het Alabama-accent: “Y’all come back, y’hear!”
Vervolgens meldde een journalist van rock magazine Rolling Stone zich bij Muscle Shoals Sound. Na een paar dagen rondgehangen te hebben vertrok de popscribent om een paar weken later terug te keren en een plaat op te nemen. De popjournalist bleek niet de persoon te zijn voor wie hij zich eerder uitgaf, maar Boz Scaggs. Het titelloze album, met Duane Allman, werd een critics’ favorite.
Chris Blackwell van Island bracht reggaezanger Jimmy Cliff naar de Muscle Shoals Sound Studios in de hoop dat een R&B-geluid de artiest zou laten aanslaan bij het Amerikaanse en Europese publiek. Verschillende nummers die in Muscle Shoals werden opgenomen, waaronder Sitting in Limbo, kwamen op de soundtrack van The Harder They Come. Via Blackwell belandde ook Traffic in Muscle Shoals en Barry Beckett, David Hood en Roger Hawkins gingen zelfs met de band op tournee.
Paul Simon meldde zich om enkele nummers voor There Goes Rhymin’ Simon op te nemen, waaronder Take Me to the Mardi Gras, Kodachrome en Loves Me Like a Rock. Simon en de Muscle Shoals Rhythm Section krijgen een Grammy-nominatie. Lynyrd Skynyrd nemen hun eerste demo’s op in Muscle Shoals. Detroit rocker Bob Seger nam zijn grootste hits op in Muscle Shoals, zoals Mainstreet, Old Time Rock & Roll en We’ve Got Tonite. Bob Dylan neemt Slow Train Coming op. Rod Stewart werkt met Jimmy Johnson en Barry Beckett samen op Atlantic Crossing. Dire Straits mixen Communiqué af in Muscle Shoals.
Het was een komen en gaan van artiesten in dat gat in die noordwestelijke uithoek van Alabama, die inmiddels was uitgegroeid tot Hit Recording Capital of the World. Op het hoogtepunt midden jaren zeventig telde Muscle Shoals acht studio’s. Er waren amper hotels de artiesten verbleven soms in caravans. Er was geen nachtleven. Muscle Shoals was in feite verre van rock&roll. Maar dit is misschien juist het geheim. “Je werd niet afgeleid”, verklaart Spooner Oldham. “Je kunt je er makkelijk op je muziek concentreren.”
De huisband van FAME was blank, maar jullie speelden zwarte muziek. Had u een voorkeur voor zwarte muziek?
Wat voor ervaring was het om als blanke samen te werken met zwarte artiesten in de tijd van de rassenscheiding?
Besefte u destijds dat u historische muziek maakte?
Bent u trots op uw werk?
Ziet u zichzelf als een architect van de soul?


