woensdag 15 augustus 2007

Betty Davis: Flamboyante funkdiva



Ze maakte de lawaaierigste funkplaten ooit. Ze presenteerde zich als seksueel roofdief. Zelfs haar echtgenoot Miles Davis kon haar niet aan. Toen werd het stil. Nu zijn haar vergeten klassiekers uit de vroege jaren zeventig eindelijk heruitgebracht. Get ready for Betty!


Lees ook:

Muziek is Betty Mabry (1944-2022) met de paplepel ingegoten. Haar eerste levensjaren bracht ze door op de boerderij van haar grootmoeder in North Carolina. Oma Beulah Blackwell was een bluesfanaat die zichzelf zag als opvolger van Bessie Smith. Ze was in het trotse bezit van een uitgebreide platencollectie “om van te watertanden”.

Op haar tiende begon Betty al muziek te schrijven. “Tijdens de afwas circuleerden er allerlei door mijzelf uitgedokterde deuntjes door mijn hoofd”, aldus Betty ruim dertig jaar geleden in Muziekkrant Oor. “Het eerste nummer dat ik schreef heette The Cake Of Love en bevatte de memorabele regel: We’re gonna bake that cake of love, baby, just you and me.”

Als middelbare scholiere kreeg Betty haar eerste platencontract te pakken bij Don Costa, de prominente producer die had samengewerkt met Frank Sinatra, Sammy Davis Jr., Paul Anka en Tony Bennett. Nog zonder diploma op zak nam Betty haar eerste single op, Get Ready For Betty. Veel succes had het plaatje niet, maar de piepjonge artieste bezat wel degelijk potentie.

Na haar eindexamen vertrok Betty, inmiddels woonachtig in Pittsburgh, Pennsylvania, naar New York om te gaan studeren aan het Fashion Institute. De beeldschone jongedame werkte daarnaast als model in modeshows en reclamespotjes. Met haar vriend opende Betty een soulclub, de Step-Down Cellar. Zo groeide ze uit tot een prominente figuur in de hippe New Yorkse tegencultuur.

De muziek liet Betty echter niet los. Met de Zuid-Afrikaanse jazztrompettist Hugh Masakela als producer nam ze de single Live, Love, Learn op, maar ze maakte pas naam met haar nummer Uptown in de versie van The Chambers Brothers op hun inmiddels veertig jaar oude succesalbum The Time Has Come.



Overspel
Tijdens de Summer of Love kwam Miles Davis in het leven van Betty Mabry. Het gebeurde na een optreden van de legendarische jazztrompettist in The Village Gate. Een van zijn medewerkers klopte op haar schouder. “Meneer Davis vraagt of u wat met hem wil drinken?”

Ondanks het leeftijdsverschil van bijna twintig jaar werden ze verliefd. Een jaar later trouwden ze, maar het huwelijk slechts kort standhield, duurde het lang genoeg om Davis voorgoed te veranderen. “Betty had grote invloed op mijn persoonlijke en muzikale leven”, zou hij twintig jaar later schrijven in zijn autobiografie.

“Toen ik hem ontmoette luisterde hij naar Stravinsky en Rachmaninoff”, zei Betty twee jaar terug in het Britse muziekblad Mojo. “Daarna begon hij pas naar Otis Redding en Sly & The Family Stone te luisteren. Hij nam mijn persoonlijkheid over.”

"Toen ik Miles ontmoette luisterde hij naar Stravinsky en Rachmaninoff. Daarna begon hij pas naar Otis Redding en Sly & The Family Stone te luisteren"

Op Filles de Kilimanjaro, met Betty’s portret op de hoes, was de verandering al hoorbaar. Vervolgens liet Davis met In A Silent Way de jazz definitief achter zich om aan de haal te gaan met rock, hetgeen in 1969 culmineerde in de fusionklassieker Bitches Brew (volgens Betty suggereerde zij die titel, nadat Miles het album eerst Witches Brew wilde noemen). De maatpakken werden verruild voor een hippe garderobe van leer en suède.

Betty stelde Davis voor aan Jimi Hendrix, een goede vriend van haar. De twee revolutionaire muzikanten speelden vaak samen als Jimi op bezoek kwam. Naar verluidt waren ze zelfs van plan de studio in te gaan, maar de plotselinge dood van Hendrix goeide roet in het eten, aldus de lezing van Davis zelf.

Waarschijnlijker is echter dat zijn vermoeden dat Betty overspel pleegde met Hendrix de werkelijke reden is waarom het project nooit van de grond kwam. Betty zelf heeft overigens steeds categorisch ontkend dat haar relatie met de übergitarist verder ging dan alleen vriendschap.



Hoe dan ook, het huwelijk strandde, mede door het grote leeftijdsverschil. “Betty was te jong en wild voor wat ik van een vrouw verwachtte. Ik was gewend aan coole, hippe, elegante vrouwen als Frances of Cicely, mijn eerdere echtgenotes, die raad wisten met allerlei situaties. Maar Betty had een vrije geest van een rocker en een straatmeid. Ze was ruig en ordinair, alles draaide bij haar om seks.”

"Betty was ruig en ordinair, alles draaide bij haar om seks"

Betty op haar beurt beklaagde zich juist dat de trompettist bang was dat zij hem artistiek zou overvleugelen. Een album dat Betty opnam met hulp van Hendrix en zijn ritmetandem Billy Cox en Mitch Mitchell, aangevuld met saxofonist Wayne Shorter en drummer Tony Williams uit Davis tweede grote kwintet, werd op aandringen van haar man achtergehouden. “Miles wilde niet dat ik iets deed. Hij dacht dat als ik hem zou verlaten als ik succes kreeg. Hij was erg onzeker”, vertrouwde ze Mojo toe. Die onzekerheid manifesteerde zich trouwens ook in fysiek geweld. “Om die reden liep ons huwelijk stuk.”

Explosie
Na haar scheiding besloot Betty Davis zich op de muziek te storten. Ze nam enkele nummers op met een vroege bezetting van The Commodores, maar ook die werden nooit uitgebracht. Met hulp van nota bene Marc Bolan van T. Rex probeerde ze in Groot-Brittannië tevergeefs een platencontract te scoren. Terug in New York ontmoette ze Santana-percussionist Mike Carabello, waarop ze naar San Francisco verkaste. Daar tekende Woodstock-organisator Michael Lang haar voor zijn nieuwe label. Carabello bracht Betty in contact met Greg Errico, de drummer van Sly & The Family Stone. Hij wilde wel als haar producer fungeren en stelde een droomband samen: gitaristen Neal Schon en Douglas Rodriguez van Santana, bassist Larry Graham van The Family Stone, diverse blazers van Tower of Power, toetsenist Merl Saunders en als achtergrondzangeressen The Pointer Sisters. “Het was de who’s who van de Bay Area”, aldus Errico. “Betty had een visie. Ze begon meteen allerhande ideeën te neuriën door de telefoon. En ze wou veel rockgitaren. Ze speelde zelf geen instrument, het zat allemaal in haar hoofd.”

Betty’s titelloze debuut uit 1973 is een sterk album, zij het een tikkeltje onevenwichtig. Ze kwam pas echt goed op dreef op het ongemeen explosieve They Say I’m Different van een jaar later. Geen sterren als begeleiders deze keer, maar de funk is er niet minder hoogstaand om en het geluid nog harder en rauwer. In het titelstuk zingt Betty over haar bluesminnende oma en brengte ze een hommage aan grootheden als Bessie Smith en Robert Johnson.

Berucht is He Was A Big Freak, over een minnaar die in bed graag gegeseld wordt met een turkooizen ketting. Het gerucht ging dat Betty over Jimi Hendrix zong. “Jimi was niet de inspiratie. De turkooizen ketting wel, want hij hield van die kleur. Ging het dan over Miles? Nee hoor, het ging over niemand in het bijzonder.”



Aanstoot
Op het hoogtepunt van de seksuele revolutie en de strijd om de vrouwenemancipatie manifesteerde Betty Davis zich als een genadeloze mannenverslindster. “Ze vond dat vrouwen te onderdanig waren”, vertelde Chuck Mabry, haar broer en toenmalige manager. “Als Betty vandaag de dag nog muziek zou maken, liet ze zich vergelijken met Madonna. Ze was haar tijd vooruit”, schreef Miles Davis in zijn autobiografie. Evenals La Ciccone was Betty een steen des aanstoots onder religieuze groeperingen, die soms met succes probeerden haar muziek van de radio te weren en optredens te laten verbieden.

"Als Betty vandaag de dag nog muziek zou maken, liet ze zich vergelijken met Madonna. Ze was haar tijd vooruit"

In Groot-Brittannië en met name Londen viel Betty’s werk in betere aarde en bouwde ze tevens een uitstekende livereputatie op, mede dankzij een reeks sensationele optredens in de roemruchte club Ronnie Scott’s. Niemand minder dan Eric Clapton bood zelfs aan om haar derde album te produceren, maar Betty had er geen oren naar, 'omdat hij volgens mij geen snars van mijn muziek begrijpt'.

Commercieel gezien deden haar beide albums in de Verenigde Staten zo goed als niets. Betty raakt haar platencontract kwijt, maar via haar nieuwe vlam Robert Palmer, de Britse zanger annex rokkenjager die indertijd botergeile funky soul maakte, kwam ze toch weer aan de bak. Met een groep onbekende muzikanten uit North Carolina die zich Funk House gingen noemen (bestaande uit haar neven Semmie "Nickey" Neal Jr. op drums en Larry Johnson op bas, plus gitarist Carlos Morales en toetsenist Fred Mills) maakte ze in 1975 het opzwepende Nasty Gal. Harde, vuige, genadeloze heavy metal funk voert de boventoon, al toont Betty zich in het door Miles Davis en Gil Evans gearrangeerde You and I ook onverwacht van haar gevoelige kant, zeker waar ze zich omschrijft als “slechts een kind dat een vrouw probeert te zijn”.



Verloren album
Net als de beide voorgangers werd Nasty Gal een enorme flop. In de zomer van 1976 boekten Betty en Funk House een maand lang de state-of-the-art Studio in the Country in de moerassen van Louisiana, voor wat haar vierde album moest worden. Pas 33 jaar later, in 2009, zag Is It Love Or Desire het levenslicht, toen Light in the Attic Records de mastertapes opduikelde en uitbracht.

Waarom het album in de bureaula verdween is onduidelijk. Manager Jim Bateman van Studio in the Country beweerde - beaamd door de bandleden - dat Island de rekening niet betaalde en daarom de opnames niet kreeg. Betty schreef het toe aan rancune van Chris Blackwell vanwege een ruzie tussen haar en de Island-baas. "Die ging over Nasty Gal. Hij wou Talkin' Trash als single uitbrengen, maar wilde mij er niet in kennen. Daarom is dat album niet gereleased. Het was iets tussen hem en mij." Island dumpte Betty Davis vervolgens, waarmee ook het lot van Is It Love Or Desire werd beslecht, nu Island het niet wou uitbrengen en Betty nergens meer onder contract stond. Wel zouden nummers van het album in de jaren negentig opduiken op de bootlegs Hangin' Out in Hollywood en Crashin' From Passion.



Volgens de band was Is It Love Or Desire Betty's beste album, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het meer van hetzelfde biedt. Op het album schoof Betty haar frustraties over de muziekindustrie niet onder stoelen of banken, met zelfs een openlijke aanval op Island: "We need some money, oh hey hey Island!", sneert ze op Stars Starve, You Know. Ook had ze een broertje dood aan disco, die toen de populariteit van funk voorbij begon te streven. "Take off that disco and put on some real music", foetert ze op Bottom of the Barrel. "We're tired of listening to that rinky-dinky sounds."



Na het debacle trok Betty zich dan ook voorgoed terug om vrijwel van de aardbodem te verdwijnen, teleurgesteld en depressief door de dood van haar vader. 

De mediamijdende Betty werkte mee aan de documentaire Betty Davis: They Say I'm Different uit 2017. Maar ze kwam niet in beeld en zelfs een hereniging met haar oude bandleden verliep telefonisch. 

Op 9 februari 2022 overleed Betty op 77-jarige leeftijd aan kanker, thuis in Homestead, Pennsylvania.


NASTY GAL - Movie Teaser from Native Voice Films on Vimeo.

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven en werd in 2009 en 2022 geactualiseerd.

vrijdag 15 juni 2007

Jazzmatazz - Het businessplan van Guru en Solar

Foto: Barbara Mürdter

Een advies aan alle journalisten die Guru gaan interviewen: begin niet over Gang Starr. De ter ziele zijnde hiphop-supergroep waarvan de rapper deel uitmaakte, ligt gevoelig. Maar goed, Guru, Superproducer Solar en ik waren naar Amsterdam gekomen om over hun nieuwe Jazzmatazz album te praten. The Hip Hop Jazz Messenger: Back to the Future, het vierde deel uit de reeks waarop Guru hiphop en jazz samensmelt, ligt in juni in de winkel.


Een snikhete middag in april in een Amsterdams café. Het is er lawaaierig. Door de openstaande ramen komt de herrie van de stad naar binnen. Verschillende keren worden Guru, Solar en ik door dezelfde stratenveger onderbroken omdat het geluid ons overstemt.

Ik heb net het onderdeel Jazzmatazz afgesloten als ik Guru enkele vragen over Gang Starr wil stellen. Een kleine twee jaar geleden zetten Guru en DJ Premier een punt achter hun invloedrijke en toonaangevende samenwerking. Wat de reden voor de beëindiging was is onduidelijk. Als ik ernaar vraag, slaat de sfeer om.

Oud nieuws
“Ik heb niet het gevoel dat dat enige relevantie heeft met betrekking tot Jazzmatazz”, zegt Guru zakelijk. “Het is oud nieuws.”

“Dat is een heel ander interview”, valt Solar gepikeerd in. “Het leidt af. We willen ons totaal focussen op dít album. Het is niet eerlijk naar de fans toe. Er zijn Jazzmatazz fans die geen Gang Starr fans zijn. Als je ons apart wil interviewen over Gang Starr, moet je een nieuwe afspraak maken.”

“Ik voel enige spanning, ligt het zo gevoelig?”, vraag ik.

“We hebben een businessplan”, fulmineert Solar. “We hebben een marketingplan en we zijn hier niet om over onderwerpen te praten die niet met het album te maken hebben.
Je gaat ook niet naar een talkshow om over twintig andere dingen te praten, je praat over wat je aan het doen bent. Misschien is het Amerikaans, maar zo doen we dat. Het spijt me als de platenmaatschappij dat niet aan je heeft uitgelegd.”

“Ik vind het geweldig dat je een fan bent hoor”, voegt Guru toe op een bemiddelende toon. “Maar het is oud nieuws. Hou het up-to-date.”

Pijnlijk
Businessplan m’n neus. Ik zal niet de eerste journalist zijn die naar Gang Starr vraagt en Guru is het beu. Misschien was het beëindigen van een bijna twintig jaar lange samenwerking en vriendschap pijnlijk.

Bovendien wordt Guru’s solowerk – zeker in hiphopkringen – lager aangeslagen dan zijn werk met Premier. En dat is wellicht ook het minderwaardigheidscomplex van Solar, die natuurlijk altijd in de schaduw staat van Guru's illustere ex-partner, een van de beste producers die hiphop rijk is. Maar dat is speculatie.

Terzake. Daarvoor moet de band teruggespoeld worden, want het onderwerp Jazzmatazz hadden we al afgerond. Brand maar los over de nieuwe plaat.

“Jazzmatazz Volume 4 – The Hip Hop Jazz Messenger: Back to the Future is vijftien nummers van ongelofelijk intense nieuwe hiphop”, vertelt Guru. “Weet je, Jazzmatazz is een genre op zich. Dus binnen het Jazzmatazz genre krijg je hiphop en jazz als de basis, maar ook een element van soul, R&B, reggae, rock&roll en funk. Je krijgt je favoriete rapper op een nieuw level met een nieuwe producer die een prachtig landschap voortbrengen met al deze fantastische artiesten die samenkomen, sommigen zijn legendes en anderen up-and-coming artiesten.”

Op de voorgaande Jazzmatazz albums werkte Guru samen met niet de minste muzikanten: de trompettisten Donald Byrd en Freddie Hubbard, vibrafonist Roy Ayers, pianisten/toetsenisten Herbie Hancock en Ramsey Lewis, saxofonisten Branford Marsalis (Guru’s voormalige huisgenoot, die met zijn Buckshot LeFonque project zelf ook aan de haal ging met hiphop en jazz) en Kenny Garrett, soulzangeressen Chaka Khan, Erykah Badu, Angie Stone, Macy Gray en Kelis. Ook deze keer kon Guru rekenen op de steun van imposante namen.

“David Sanborn, Common, Blackalicious, Damian Marley, Caron Wheeler, Vivian Green, Dionne Farris, Ronnie Laws, Bob James”, somt Guru op. En nog meer.

Jazzrap
Guru heeft zijn liefde voor jazz nooit onder stoelen of banken geschoven. Al op het eerste album van Gang Starr, No More Mr. Nice Guy (1989) stond het nummer met de veelzeggende titel Jazz Music. Een jaar later leverden Guru en Premier het nummer Jazz Thing voor de soundtrack van Spike Lee’s Mo’ Better Blues. De pers, die altijd graag een etiket ergens op plakt, sprak van jazzrap. Een term die Guru afwees, want Gang Starr maakte pure hiphop, waarbij gebruik werd gemaakt van jazzsamples. Al was dat eigenlijk niet helemaal waar, de meeste samples kwamen van funkplaten (o.a. Maceo Parker en Fred Wesley) en zelfs van folkrockers The Band. ‘Jazzrap’ was hot begin jaren negentig. A Tribe Called Quest putte dankbaar uit de jazz en werkte samen met bassist Ron Carter, groepen als Digable Planets lieten zich door jazz inspireren en trompettist Miles Davis werkte aan een hiphop-jazz album (Doo-Bop) toen hij in 1991 overleed.

Fusie
In 1993 maakte Guru de eerste volwaardige crossover naar jazz met het eerste Jazzmatazz album. Inmiddels is er dus deel 4. Wat is het verschil met de eerste drie delen?

Guru: “Het nieuwe element is dat er in mijn ogen meer cohesie is tussen de muziek, de stemmen, zeer strakke, vooruitstrevende productie.”

Solar: “De productie is diepgravender. Ik heb mijn huiswerk gedaan; ik heb de eerste drie albums bestudeerd, de sterke en zwakke punten geanalyseerd. Voor inspiratie en motivatie besloot ik terug te gaan naar de begintijd van jazz. Waar is het ontstaan? In New York. Net als hiphop. Jazz is geschapen door zwarte muzikanten die de economische crisis in de jaren dertig in het Zuiden ontvluchtten en naar New York, naar Harlem trokken. Er waren Afro-Caribbeans, invloeden uit Afrika, klassiek geschoolde muzikanten uit Europa en blanke muzikanten, die samenkwamen. Dus jazz is op zichzelf al een fusie van verschillende stijlen.”

Groove
“En om een lang verhaal nog langer te maken,” vervolgt Solar. “Ik ben gaan zitten en ik heb boeken en dvd’s doorgenomen, platen van Blue Note enzo, alles wat ik kon vinden. Vervolgens probeerde ik te begrijpen hoe dit zich heeft ontwikkeld. Ik luisterde naar John Coltrane. Hij had een groove, bestaande uit contrabas en drums (imiteert de muziek), en de groove leek sterk op een groove van Bernard Edwards (imiteert de het basloopje van Good Times van Chic). Dus Bernard Edwards speelt contrabas op zijn elektrische bas. En toen vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Toen begreep ik waarom mensen zeiden dat Steely Dan, een rockgroep, jazz was, of dat Earth, Wind and Fire jazz was. Dat begreep ik voorheen nooit. En toen kreeg ik inspiratie.”

Koppel
“De basis van dit Jazzmatazz album is een hommage aan wat er uit jazz is voortgekomen, niet om terug te gaan en jazz te maken. En hiphop en jazz zijn een natuurlijk koppel. Daarom hebben we Bob James op het album. Bob James heeft de beroemdste jazzbreak die is gesampled (Take Me to the Mardi Gras).”

Fastforward naar het einde van het interview. In mijn tas brandde een Gang Starr lp die ik graag wilde laten signeren. Je bent toch ook een fan. Ik durfde de plaat bijna niet meer tevoorschijn te halen, maar waagde het toch. Guru vond het geen probleem en zette een krabbel op de hoes. Solar kon het niet laten nog even een trap na te geven. “Je wil natuurlijk dat Premier hem ook tekent. Dan kun je wachten tot je een ons weegt.”

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

Dennis Coffey: Man achter de schermen

Met zijn buitenmodel bril, lange blonde lokken en ongetrimde baard leek Dennis Coffey als twee druppels water op hippieleraar David Van Driessen uit Beavis and Butt-Head. Onder funkfans en samplejagers geldt de blanke soulgitarist uit Detroit als niets minder dan een levende legende.

In zijn jonge jaren houdt Dennis Coffey van country, maar op de middelbare school verdiept hij zich in rock ’n’ roll, blues en jazz, waarbij Chuck Berry en Wes Montgomery hem als beginnend gitarist inspireren. Op zijn vijftiende heeft hij al zijn eerste professionele klus: spelen op I’m Gone van de obscure rockabillycat Vic Gallon. Begin jaren zestig voegt Coffey zich bij The Royaltones, die een paar kleine hits hebben gescoord en sessiewerk doen voor onder anderen Del Shannon. Later vormt hij een duo met zanger Durwood Hutto. Intussen studeert hij muziek aan de Wayne State University in Detroit.
Als hij een contract tekent bij Nat Tarnopol, de manager van soulcoryfee Jackie Wilson, komt de carrière van Coffey pas echt op gang. Via Tarnopol komt hij in contact met platenbons Berry Gordy, maar vooralsnog doet hij niets voor Motown, maar werkt hij als sessiemuzikant voor Ric-Tic. Zo is hij te horen op S.O.S. (Stop Her On Sight), een hit van Edwin Starr uit 1966. Vervolgens speelt Coffey op vergeten klassiekers als Open The Door To Your Heart van Darrell Banks, Competition Ain’t Nothing van Carl Carlton en Happiness Is Here van Tobi Larks. Stuk voor stuk nummers die van grote invloed zijn geweest op de Britse Northern Soul.
Fuzzy
Pas in 1968 begint Coffey dan eindelijk bij Motown, net op het moment dat de artiesten op dat label de kauwgomballensoul hebben afgezworen om serieuze muziek te gaan maken die aansluit bij de tijdgeest. The Temptations bijvoorbeeld slaan met Dennis Edwards als vervanger van David Ruffin onder leiding van producer Norman Whitfield een funky psychedelische richting in. Coffey is verantwoordelijk voor de vervormde wahwah-gitaar op Cloud Nine, een hip nieuw geluid dat in de funk veel navolging vindt.
Daarnaast is hij te horen op meer dan honderd platina en gouden platen, waaronder hits van Stevie Wonder, Diana Ross, Marvin Gaye, Four Tops, Gladys Knight, Quincy Jones, Barbra Streisand en Ringo Starr.
Samen met sessiedrummer Mike Theodore begint Coffey een productiebedrijfje onder de naam Theo-Coff. Met een demo van de blue-eyed soulgroep The Sunliners, later omgedoopt tot Rare Earth, slepen ze een deal in de wacht bij Maverick, een dochter van MGM. Een half jaar later krijgt Coffey bovendien een contract als soloartiest. Zijn debuut Hair & Thangs uit 1969 bevat covers van krakers uit de hippiemusical Hair, aangevuld met nummers als It’s Your Thing van The Isley Brothers, dat in zijn versie zowaar de hitlijsten haalt. Het elementaire, harde en vuige album klinkt met zijn fuzzy gitaarspel, funky ritmes en industriële geluid als een futuristische kruising van The Meters en The White Stripes.
Funky
Als Maverick kort na het verschijnen van Hair & Thangs wordt opgeheven, verhuist Dennis Coffey met Rare Earth naar Motown, waar hij meespeelt op onverwoestbare klassiekers als War van Edwin Starr en Band Of Gold van Freda Payne. In 1971 stapt hij over naar Sussex, het nieuwe label van voormalig Maverick-baas Clarence Avant, waarna zijn solocarrière een plotselinge vlucht neemt. Met Scorpio haalt hij zelfs de top tien, terwijl de opvolger Taurus eveneens hoog scoort. Begeleid door The Detroit Guitar Band maakt hij de albumtrits Evolution, Goin’ For Myself en Electric Coffey, die twee decennia later voor menig hiphopper een rijke bron voor samples blijken. Zo duikt alleen al het superfunky Scorpio op bij zulke uiteenlopende grootheden als Public Enemy, LL Cool J, Queen Latifah, Moby en Rage Against The Machine.
Als Coffey in 1974 overstapt naar het label Westbound produceert hij een aantal discohits, waaronder We Got Our Own Thing van CJ & Co en Love Machine van The Tempest Trio. Daarnaast tekent hij voor de geslaagde soundtrack van de low-budget blaxploitationfilm Black Belt Jones rond de zwarte karatekampioen Jim Kelly. Zijn soloplaten uit die periode zijn zowel artistiek als commercieel beduidend minder succesvol. Wanneer Westbound begin jaren tachtig wordt opgedoekt, pakt Coffey het sessiewerk weer op om tegen het eind van dat decennium zijn comeback te maken met het fusionachtige Under The Moonlight. Sindsdien is het vergeefs wachten op een volgende soloplaat, maar wel publiceerde hij een jaar of drie geleden zijn autobiografie Guitars, Bars And Motown Superstars. En bij tijd en wijle staat Dennis Coffey op een podium van een kleine club ergens in de Verenigde Staten met een stel begeleiders een avondje lekker gitaar te spelen.


Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

donderdag 15 februari 2007

Bach, Beethoven en Brown

Of het verhaal waar is weet ik niet, maar het is te mooi om niet te vertellen. Lang geleden verloor James Brown tijdens een optreden zo veel zweet dat hij een hartaanval kreeg. Minutenlang lag James levenloos op het podium en was al opgegeven. Plots sprong hij op en ging onverstoord verder met de show. The hardest working man in showbusiness.

Zoals het vaak gaat met schokkend nieuws, is je eerste reactie ongeloof. Het nieuws van de dood van James Brown was onwerkelijk. James leek niet kapot te krijgen. Mr. Dynamite. Vorig jaar toerde hij als afscheidstoernee de hele wereld rond en speelde ook in onze poptempel Paradiso. Toen hij daags voor zijn dood in het ziekenhuis was opgenomen, zat James middenin een toernee en de verwachting was dat hij na zijn herstel de draad weer zou oppakken. En bovendien, zo oud was James niet: 73.

De meeste mensen zullen zich James Brown vooral herinneren om zijn problemen met de wet. Of om dat ‘discohitje’ Sex Machine. Al is dat beter dan Living in America, die godzijdank in de vergetelheid is geraakt.

Terwijl James’ oeuvre gigantisch is. Er is bijna geen beginnen aan te noemen welke fantastische nummers hij nalaat, maar hierbij een poging: Papa got a Brand New Bag, It’s a Man’s Man’s Man’s World, Please Please Please, Cold Sweat, Funky President, Hot Pants, Say It Loud – I’m Black and I’m Proud, Super Bad, I Got You (I Feel Good), The Payback, My Thang, en dan nog tientallen songs en albums.

Een gevoel voor drama kan dominee Al Sharpton niet ontzegd worden, toen hij naast James’ gouden kist in het Apollo theater in Harlem sprak: “Sommige mensen hadden Bach, anderen Beethoven. Wij hadden Brown. Hij had net zo een invloed op muziek als zij. Hij veranderde over de hele wereld het ritme van de muziek.” Maar niemand kan ontkennen dat James Brown een van de groten der aarde was. Niet alleen was hij een van de grondleggers van funk, daarmee bepaalde hij ook nog eens het basisgeluid van hiphop en zodoende ook de hedendaagse popmuziek. Ontelbare keren werd James’ muziek gesampled. Het bekendste voorbeeld is wel de beat van Funky Drummer, overigens gespeeld door Clyde Stubblefield.

Hoewel muziektheorie hem vreemd was en de opgeleide muzikanten chocola moesten zien te maken van zijn uhs, hehs en heys, was James een van de beste bandleiders ooit. De JB's waren strak gedrild als een peloton. De gevleugelde woorden "I got you" waren niet zozeer een catch-phrase, maar James die één van zijn bandleden betrapte op een fout. Na de show kwam Mr. Dynamite hem een pak op z'n lazer geven. Een strenge baas die James, maar de band was daardoor wel genadeloos en eindeloos funky.

De goede kant aan iemands overlijden is dat het een nieuwe stroom reissues op gang brengt. Vreemd genoeg zijn de befaamde concerten in de Apollo uit James' prime (1966-1976) nauwelijks te krijgen. De zaal ontplofte bijna, de temperatuur lijkt rond de 60 graden te schommelen en als je de beelden ziet, vraag je je af of er geen doden zijn gevallen.

De droomband uit die tijd (saxofonist Maceo Parker en trombonist Fred Wesley in de blazerssectie, Bootsy Collins op bas en natuurlijk Bobby Byrd als sidekick) staat in schril contrast met de derderangs band die James de laatste jaren begeleidde. James Brown zag eruit als de band die de bingoavond in een verzorgingstehuis opluistert. “De revue was geen schim van vroeger”, schreef Wilfried de Jong recentelijk in de VARA Gids. “De zwarte Maceo Parker was vervangen door een witte saxofonist met een rode paardenstaart. Dan weet je eigenlijk al genoeg.” Het leek alsof zijn muzikale erfenis James niets meer kon schelen, de hosselaar in hem die in bittere armoede was opgegroeid wilde slechts nog geld verdienen.

James Brown was niet alleen een muzikaal voorbeeld, maar ook een sociaal rolmodel. Op zijn hoogtepunt bezat hij restaurants en radiostations. Met Say It Loud - I’m Black and I’m Proud gaf hij de zwarte emancipatiestrijd een soundtrack, al was politiek verder niet aan James besteed.

Wat ik vreemd genoeg ook zal missen aan James Brown is zijn typische onverstaanbare en onnavolgbare manier van articuleren. Eddie Murphy kon James meesterlijk imiteren. “I’m getting’ ready to do my thang. Yeah! Movin’? Yeah! Groovin’? Yeah! Louh-chi-bow?”, grapt de komiek in zijn one-man-show Delirious. “Dan begint hij met zijn band te praten en verliest hij je helemaal. Zazibahnow? De band zegt: Yeah! Zayyy-ooh? Yeah! Waar de fuck heeft James het over?! Weet ik niet maar we verdienen geld, zing door!”

The Godfather of Soul is dood. En dat door hartfalen als gevolg van een simpele longontsteking. “Ik ga weg vanavond”, waren zijn laatste woorden. James Brown ademde drie keer diep in en uit, en sloot voorgoed zijn ogen.


James Brown top 5

Live at the Apollo, Vol. I (1963)
James had al de nodige hits en een uitstekende live-reputatie op zak, maar deze release uit 1963 betekende zijn definitieve doorbraak. Op deze live-registratie uit het Apollo theater – waar hij na zijn dood opgebaard lag - bevat zijn vroege hits Think en Please Please Please. Dat James een geweldenaar op het podium was is duidelijk hoorbaar, ook al kunnen we hem niet zien.

Say It Loud – I’m Black and I’m Proud (1969)
Vooral de moeite waard vanwege het legendarische titelnummer, die het thema van de zwarte emancipatiestrijd vormde. Bevat verder het genadeloze Licking Stick en diverse mooie ballads.

Black Caesar (1973)
Soundtrack van de gelijknamige Blaxploitationfilm. De funk spat ervan af op veel gesamplede nummers als Blind Man Can See It, Sportin’ Life, The Boss en de klassieker Mama Feelgood (met Lyn Collins). Een van James Browns evenwichtiger albums.

The Payback (1973)
James op de toppen van zijn kunnen, met krakers als Shoot Your Shot, Take Some, Leave Some en natuurlijk de titelsong. De tracks worden opgerekt tot lengtes van 7,5 en zelfs 12,5 minuut op deze dubbelaar. De band, bestaande uit alle kopstukken van de JB’s, krijgt de ruimte om lekker te soleren over de hypnotische funk grooves. Maar James keert ook terug naar de blues met het prachtige Doing the Best I Can en Forever Suffering. Een van James’ laatste meesterwerken.

Motherlode (1988)
Er zijn talloze compilaties met altijd weer dezelfde verzameling hits. Motherlode bevat daarentegen niet eerder uitgebracht werk uit de periode 1969-1971. Dit is hardcore funk. Hoogtepunten zijn het hypnotische Untitled Instrumental, Baby Here I Come en People Get Up and Drive Your Funky Soul. Een andere uitstekende verzamelaar is In The Jungle Groove.

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.

dinsdag 19 december 2006

Maurice de Hond: Ik ben in een John Grisham-boek beland

2006 was misschien niet het beste jaar van het leven van Maurice de Hond. Zijn pogingen de onschuld van de veroordeelde Deventer-moordverdachte Ernst Louwes te bewijzen strandden, en er was kritiek op zijn opiniepeilingen in de verkiezingscampagne. Planet blikt met De Hond terug op het afgelopen jaar.

Hoe kijkt u op het jaar terug? 
“Het was enerverend, om een combinatie van redenen. Ten eerste de ontwikkelingen in de politiek; de val van het kabinet en de verkiezingen. En ten tweede omdat ik in een ‘real-life Grisham’ terecht ben gekomen. Het is net The Innocent Man. Het Openbaar Ministerie probeert op allerlei manieren de rechtsstaat te verkrachten. Het OM heeft sinds 1999 de ene na de andere blunder gemaakt, en heeft in 2006 geprobeerd de fouten onder het tapijt te schuiven. En dat ongestraft, de verantwoordelijke politiek doet niks.De media gaan erin mee. Ik heb het laatste half jaar feiten boven tafel gekregen waarover nooit iets wordt gepubliceerd. Dan komt het OM in juni met een rapport dat alles in orde is, en dat wordt zo in de media opgeschreven. De Volkskrant schreef in een commentaar dat De Hond ernaast zat. Ik had nooit gedacht dat zoiets kon in het nette Nederland.”

Maar u zei dat er een mes in het graf van de weduwe Wittenberg lag. Na opening van het graf lag die er niet. Dan had u het toch mis?
“Zoals je de vraag stelt is het precies wat media ervan hebben gemaakt. In augustus ben ik benaderd door de beheerder van het graf, die al jaren doodsbang is voor de klusjesman en doodsbang is om naar de politie te gaan. Hij zei tegen mij: A: De weduwe zei een paar dagen vóór de moord dat ze bang is voor de klusjesman omdat ze met hem over het testament moet praten. B: De klusjesman heeft de dag na de moord tegen hem gezegd dat de weduwe vermoord was, terwijl ze nog niet eens gevonden was. Dus hij heeft daderkennis. C. De beheerder heeft dat in 1999 aan de politie verteld, maar die wilden dat niet horen. D. De beheerder heeft de klusjesman met een etui bij het graf gezien, en zonder etui toen hij wegging. Dus hij zou zich kunnen voorstellen dat die in het graf is gegooid. Ik heb een Duits bedrijf een onderzoek naar het graf laten instellen, en die constateerden dat er een metalen voorwerp, mogelijk een mes, in lag. Toen heb ik via de rechter afgedwongen dat het graf werd geopend, toen bleek dat er een metalen voorwerp in lag, maar geen mes. De essentie is dat de politie in 1999 weigerde iets te doen met de verklaring van de beheerder van het graf. Heb je daar iets over gelezen in de media? De media nemen even in een uurtje de zaak door en denken het dan te weten. De media schrijven: De Hond zei dat er een mes in het graf lag en dat is niet zo. Nee, dat heb ik niet zo gezegd.”

De klusjesman heeft u aangeklaagd wegens smaad. Wat vindt u daarvan?
“Dat zien we wel. Hij liegt. Hij had een alibi dat hij op de avond van de moord de hele avond thuis was. Dat is niet waar, dat is op te maken uit zijn telefoongegevens. Toen veranderde hij zijn verhaal en verklaarde dat hij op de soos was. En het OM zegt: prima. Maar als hij dat meteen had gezegd, hadden we dat kunnen controleren. Hij liegt. Ik heb wel 20 leugens van hem.”

Dus u gaat in 2007 gewoon door met de strijd?
“Absoluut.”

Is uw bemoeienis met de Deventer moordzaak niet een beetje een egotrip?
“Als je het een egotrip vindt, vind ik dat prima. Ik win er niets bij. Ik wil me wél inzetten voor de rechtsstaat, terwijl de journalisten achterover leunen. Je kunt je beter eens in de zaak verdiepen in plaats van me dit soort vragen te stellen. De media vinden het blijkbaar belangrijker om me even een kwartiertje te interviewen en dan de volgende te bellen, dan om het dossier te bestuderen. Het is de taak van de journalist om dit soort zaken aan de kaak te stellen? Je hebt het in een uurtje gelezen en je gelooft je ogen niet.”

Wat maakt u deskundig in moordonderzoek?
“Het interessante van deze zaak is dat de deskundigheid komt van burgers die zich verdiepen in deze zaak, en via internet de feiten analyseren. Terwijl de zogenaamde professionals er een puinhoop van maken. Net als met de Schiedammer Parkmoord, als je het Posthumus-rapport leest, dat is gewoon een slapstick. Nu blijkt weer dat de mensen die zichzelf professionals noemen amateurs zijn, en de gewone mensen deskundigen. Het is net Wikipedia, die wordt door gewone mensen gemaakt, en blijkt veel beter te zijn dan de oude encyclopedie die door zogenaamde professionals werd gemaakt.”

Over naar de verkiezingen. Diverse media hadden elke week een peiling. Toch week de uitslag af. Hoe verklaart u dat? 
“Er was geen groot verschil. Alle grote trends uit de uitslag zaten erin. Dat de SP fors ging winnen heb ik goed gehad. Er was een marge van 14 zetels verschil, maar dat is iedere keer.”

Wat vindt u ervan dat de media die in de campagne uw peilingen afnamen, na de verkiezingen opeens kritiek hadden? 
“Tja… De volgende keer wordt het precies hetzelfde. Het ging tien keer zo, de elfde keer gaat het precies zo.”

De media maakten intensief gebruik van opiniepeilingen. Elke week was er een nieuwe peiling. Is dat een goede zaak? 
“Een heel goede zaak. De politici bespelen het volk, en in de peilingen kun je goed zien hoe de mensen erop reageren.”

Beïnvloeden peilingen het stemgedrag? 
“Het valt wel mee. Je kunt ook zeggen: we doen in de maand voor de verkiezingen helemaal niks, we brengen geen krant uit, we houden geen debatten, en dan kijken we wat de mensen stemmen. De invloed is beperkt, aan de andere kant denk ik: so what?”

Dit artikel verscheen eerder op Planet.nl.

vrijdag 15 december 2006

Marvin Gaye - Hear, My Dear: De ultieme scheidingplaat


Een plaat maken over je echtscheiding om je ex af te betalen. Dat kan niet veel soeps zijn, vonden de critici van Marvin Gaye’s Here, My Dear (1978). Hadden zij het even mis.

Lees ook:
Marvin Gaye en Anna Gordy ontmoetten elkaar in 1960, toen Marvin met zijn muzikale partner en mentor Harvey Fuqua na het uiteenvallen van hun doowopgroep The Moonglows naar Detroit toog om een contract te tekenen bij Anna Records, het labeltje van Anna en haar zuster Gwen. Anna was de zus van Motown-baas Berry Gordy. Motown timmerde lokaal al flink aan de weg en Marvins carrière kreeg een nieuwe wending toen Anna Records opging in Motown.
In 1963 trouwden Marvin en Anna. Voor de beginnende Marvin was het huwelijk strategisch. Via Anna hoopte Marvin rekenen op een voorkeursbehandeling van Berry Gordy. “Trouwen met een koningin maakt me misschien geen koning, maar ik maak tenminste kans om prins te worden.”
Maar Marvin koesterde wel degelijk oprechte romantische gevoelens voor Anna. Het paar verschilde 17 jaar in leeftijd. Marvin was begin 20, Anna was eind 30. De veel oudere en verfijnde Anna voedde de groene straatjongen op, nam zijn eenzaamheid weg, geloofde in zijn talent, stimuleerde hem en hielp hem zijn gebrek aan zelfvertrouwen overwinnen. Pride and Joy, een van Marvins grootste hits, schreef hij speciaal voor Anna.
De relatie tussen Marvin en Anna was vanaf het begin stormachtig. Zowel Marvin als Anna ging vreemd en er waren felle, gewelddadige ruzies. Toen de jaren zeventig aanbraken, was het liefdesvuur gedoofd. De enige reden waarom Marvin bij Anna bleef, was omdat zij zijn sleutel tot Motown was. De laatste nagel in de doodkist van het huwelijk was de verhouding die de 33-jarige Marvin in 1973 begon met de 16-jarige Janis Hunter. Het duurde niet lang voordat Marvin en Janis gingen samenwonen en er kinderen kwamen. Dat ervoer Anna als een dolksteek in haar hart en rug.
Mannelijkheid
Begin 1975 vroeg Anna de echtscheiding aan. Marvin vatte dit op als een uitdaging van zijn mannelijkheid. Marvin weigerde Anna geld te betalen en ontketende daarmee een oorlog met zijn echtgenote. Tijdens het huwelijk handelde Anna de zaken en financiën af in plaats van de chaotische Marvin, bovendien was zij de zus van Motown-baas Berry Gordy, dus Marvin was zich maar al te goed bewust van het feit dat Anna hem in de tang had. Anna en Berry hadden hem gemaakt en zij konden hem ook breken. Marvin was als de dood voor Anna, maar probeerde haar van het tegendeel te overtuigen door zich groot en stoer te gedragen. “Ik wist dat ze in staat was elke cent die ik had af te pakken, maar uit trots hield ik me sterk.”
Marvin was achterdochtig dat Berry Gordy en Motown de kant van Anna kozen. Onterecht, zegt Marvins advocaat Curtis Shaw. “Motown behandelde hem als een prins. Ze wilden niets liever dan dat zijn succes voortduurde. Waarom zouden ze een van hun beste verdieners tegenwerken? Maar Marvin wist zeker dat Berry de pik op hem had, ook al hield Berry zich geheel buiten de scheiding.”
Financiële problemen
Marvin raakte dieper en dieper in de problemen. Ondanks uiterst lucratieve miljoenencontracten met Motown had Marvin miljoenenschulden. Hij betaalde Anna geen alimentatie, hij had een gigantische belastingschuld, hij had her en der verlieslijdende investeringen, diverse dure huizen, studio, een extravagante levensstijl en niet in de laatste plaats een geldverslindende cokeconsumptie. Zijn voormalige manager Stephen Hill en enkele bandleden hadden hem voor de rechter gedaagd wegens achterstallige loonbetalingen. Een van zijn huizen werd geveild. Omdat Marvin alle eisen van Anna negeerde werd het juridische gevecht steeds feller en de scheiding dreigde hem te ruïneren. Inmiddels stond zijn relatie met Janis ook al op springen. Maar Marvin liet zich niet kennen. Om aan geld te komen en uit handen te blijven van iedereen die geld van hem eiste toerde Marvin zich in slag in de rondte.
Raadsman Curtis Shaw werd steeds wanhopiger. Tot hij met een lumineus idee kwam: betaal haar met muziek! “Anna was bereid tot een schikking van 1 miljoen dollar. Marvin had zo veel geld niet, dus ik stelde haar voor om 600.000 dollar te betalen. Omdat zelfs dat bedrag al een probleem was, suggereerde ik dat ze het voorschot zou krijgen op Marvins volgende album – 305.000 dollar – en dan nog eens 295.000 dollar van de opbrengst van dat album. Anna vond het een goed idee, ik wist Marvin over te halen, de rechter schreef het bevel en dat was dat.” In maart 1977 was de scheiding een feit.
Zuivering
Nog steeds wilde de even koppige als luie Marvin zich niet laten kennen. “Eerst wilde ik een vluggertje maken. Niets zwaars, zelfs niet goed. Waarom zou ik me druk maken als Anna toch alle centen opstreek? Maar hoe langer ik erover nadacht, hoe meer het idee me begon te fascineren. Bovendien was ik mijn publiek mijn beste kunnen verschuldigd. Uiteindelijk maakte ik de plaat met een diepe passie. Het werd een obsessie. Ik moest mezelf bevrijden van Anna. Al die getuigenverklaringen en hoorzittingen, al die beschuldigingen en leugens – ik wist dat ik zou ontploffen als ik al die rotzooi niet uit me kreeg. Dus ik zong en zong tot ik mezelf had gezuiverd van alles dat ik had doorgemaakt.”




Sarcasme
Het sarcasme druipt af van de titel Here, My Dear. Ook in het gelijknamige openingsnummer loopt Marvin over van bijtende spot, te beginnen bij het ouderwetse doowopnummer dat zijn stem ondersteunt. I guess I'd have to say this album is
dedicated to you/Although perhaps you may not be happy/This is what you want/So I conceded/I hope it makes you happy/There's a lot of truth in it, baby” Vervolgens beschuldigt Marvin Anna ervan hem te chanteren door hun zoon Marvin III bij hem weg te houden, een verwijt dat Marvin vaker maakt op het album.
Het terugkerende thema op Here, My Dear is When Did You Stop Loving Me, When Did I Stop Loving You. Marvin blijft verwijten afvuren op Anna. Hij vraagt Anna hoe ze 1 miljoen van hem kan eisen en hoe ze een straatverbod tegen hem kan laten uitvaardigen, als ze ooit van hem heeft gehouden.
Is That Enough is in dezelfde geest. Marvin vraagt zich hardop af hoe ver Anna wil gaan. Ze wil hem kaalplukken om haar luxe leventje te kunnen volhouden, moppert Marvin: “You got a flair for style/And stylin’ all the while/What could I do?/The judge said she got to keep on livin’ the way she’s accustomed to”
Marvin zingt opvallend openhartig over zijn cokegebruik en hoerenloperij op Time to Get it Together, waarop hij inziet dat hij zelfdestructief bezig is en belooft zijn leven te beteren. Wat hij overigens nooit deed, sterker nog, na de scheiding ging het snel bergafwaarts met hem.
Na alle verwijten aan Anna, haalt Marvin goede herinneringen aan haar op Anna’s Song. Het nummer begint met wrange keyboards, die de pijn van het verraad aan elkaar en alles wat Anna en Marvin gedeeld hebben accentueren. Marvins stem zit voorin de mix, wat een indringend effect geeft. Marvin zingt hoe hij en Anna met elkaar vreeën, hoeveel Anna van zijn muziek hield, hoe ze samen luisterden naar hun spelende kinderen. Dan wordt het Marvin te veel en schreeuwt hij gekweld: “Annaaaaa!!! Annaaaaaaa!!!”
Toenadering
Maar een scheiding is een emotionele rollercoaster, dus na alle beschuldigingen bevat Here, My Dear ook toenaderingspogingen. Alsof Marvin de deur op een kier zet voor Anna, fantaseert hij op A Funky Space Reincarnation hoe hij haar in de verre toekomst tegenkomt op een feestje. Samen roken ze een joint van Venus en vrijen ze in een ruimteschip.



De ogenschijnlijke lijmpoging wordt direct weer afgekapt op You Can Leave, But It’s Going to Cost You, de woorden die Anna uitsprak toen Marvin in het huis van haar zus Gwen haar mededeelde dat hij haar voorgoed verliet voor Janis. “That young girl is gonna cost you”. En om Anna nog even jaloers te maken sluit Marvin het album af met Falling in Love Again, wat natuurlijk slaat op zijn relatie met Janis.
Monopoly
De hoes van Here, My Dear is een illustratie van een Romeins standbeeld van Marvin. Achter hem staat het standbeeld De Kus van Rodin en de woorden ‘love and marriage’. Op de achterkant van de hoes staat de stad en het Rodin-beeld in brand. Vlammen slaan uit het kruis van de man, vermoedelijk symbolisch voor Marvins seksuele onzekerheid. Naast het beeld staan de woorden ‘pain and divorce’. De binnenhoes bestaat uit een Monopolyspel met in het midden het woord ‘judgment’. Een mannenhand reikt een plaat aan een vrouwenhand aan. De man heeft alleen een piano en opnameapparatuur, de vrouw heeft geld, een huis, een auto en een diamanten ring.
Toen Marvin na 3 maanden Here, My Dear voltooid had, wilde hij dat Anna het album zou horen. “Hij vroeg mij om het voor haar te draaien”, zegt engineer Art Stewart. “Ze luisterde ernaar in de studio. Marvin was al die tijd boven op zolder en kwam niet naar beneden. Anna zat daar en luisterde, zei niets en ging weg.”
In december 1978, pas een jaar na de voltooiing, werd Here, My Dear uitgebracht. Marvin zegt dat hij het album niet durfde uit te brengen, maar volgens Mark Gaillard, de halfbroer van Janis, wilde Motown Here, My Dear niet releasen omdat de naam Gordy door het slijk gehaald werd.
Inbreuk op privacy
Na de release van Here, My Dear berichtte het blad People dat Anna Marvin wilde aanklagen voor 5 miljoen dollar wegens inbreuk op haar privacy. “Ik denk dat hij het expres deed, voor het plezier om mij gekwetst te zien”, aldus het lijdend voorwerp. “In liefde en oorlog is alles geoorloofd”, verdedigde Marvin zich. De rechtszaak is er nooit gekomen, wellicht wilde Anna de eer aan zichzelf houden.
De critici en het publiek waren in ieder geval niet te spreken over Here, My Dear. Het album zou een muzikale soap en pretentieuze, banale pulp zijn. Een plaat die is gemaakt om een echtscheiding te financieren kan niet goed zijn, was de teneur. De consument liet het ook afweten. Het album kwam niet hoger dan nummer 26 in de hitlijsten, stukken lager dan de nummers 2 en 4 die respectievelijk Let’s Get It On en I Want You haalden.
Doodzonde, want Here, My Dear is juist een van de beste werken uit het imposante oeuvre van Marvin Gaye. Het concept is alleen al briljant; om een album te wijden aan het meest intieme, persoonlijke, fundamentele en pijnlijke facet van je leven, en dat op zo’n openhartige manier, getuigt van grote moed. De uitwerking is uitmuntend. Marvin Gaye schreef zijn beste teksten voor Here, My Dear. Hij is direct, onverbloemd, gekwetst, rancuneus maar intelligent en nooit banaal. Muzikaal laat Here, My Dear evenmin een steek vallen. Het album wisselt funk af met bitterzoete ballads, en de arrangementen zijn gelaagd en ingenieus. Here, My Dear zakt op geen moment in, maar blijft van begin tot eind fascineren.
“Jesus says time will heal all wounds”, zegt Marvin op Time to get it Together. Zo kon het gebeuren dat Anna door de jaren heen Here, My Dear toch is gaan waarderen. Twintig jaar later gaf ze toe: “Als ik er naar luister ga ik er meer en meer van houden.”

dinsdag 15 augustus 2006

Muscle Shoals: gehucht wordt soulmekka



Waar een kleine stad groot in kan zijn. Muscle Shoals, Alabama telt nog geen twaalfduizend zielen, maar zijn soul sound maakte het gehucht in de jaren zestig en zeventig tot een mekka voor artiesten. Het opmerkelijke verhaal van het belangrijkste dorp van de popmuziek en een gesprek met een van de hoofdrolspelers: Dan Penn.

Het is een persoonlijke tragedie die de het begin vormt van wat zou uitgroeien tot de legendarische Muscle Shoals Sound. Als zijn vader en zijn aanstaande vrouw binnen een tijdspanne van slechts twee weken komen te overlijden, besluit Rick Hall zijn baan in een aluminiumfabriek in Florence, Alabama op te zeggen om de kost te verdienen als gitarist, violist en mandolinespeler bij Carmol Taylor and the Country Pals. In die tijd leert Hall de jonge saxofonist Billy Sherrill kennen. Ze worden vrienden en gaan samen songs schrijven. Uiteindelijk verlaat Hall de Country Pals om met Sherrill de Fairlanes op te richten, een R&B-band met gitarist Dan Penn als leider. Penn was al op jonge leeftijd professioneel songwriter en had op zijn zestiende zijn eerste hit met Is a Bluebird Blue? dat hij aan Conway Twitty had verkocht.

Eind jaren vijftig stampen Hall, Sherrill en Penn er in hoog tempo songs uit, die ze verkopen aan een klein labeltje in Florence, Alabama, in de streek Quad Cities (Muscle Shoals, Florence, Sheffield en Tuscumbia). Het drietal is vrij succesvol, artiesten als Roy Orbison nemen hun liedjes op. Zodoende komen ze in contact met Tom Stafford, die een studiootje had gebouwd boven de drogisterij van zijn familie in Florence genaamd Florence Alabama Music Enterprises, kortweg FAME. Vreemd genoeg was FAME de enige opnamestudio in de hele staat en groeide al snel uit tot een centrum voor muzikanten. Jimmie Johnson, Spooner Oldham en Dan Penn nemen er hun demo’s op om ze te slijten in Nashville.

Hall is moeilijk in de omgang en in 1960 komt hij in aanvaring met Stafford en Sherrill. Zij breken met Hall maar hij mag wel de naam FAME hebben. In 1961 begint FAME te lopen als Arthur Alexander, een piccolo in een plaatselijk hotel die door Stafford aan Hall wordt geïntroduceerd, een hitje scoort met You Better Move On (later gecoverd door de Rolling Stones). De studioband was Dan Penn en de Pallbearers.

Met de opbrengst kan Hall zijn eigen studio bouwen aan de Avalon Avenue in Muscle Shoals, waar het bleef zitten tot de sluiting in begin 2005. FAME begint te lopen als manager Bill Lowry uit Atlanta zijn artiestenstal (Joe South, Tommy Roe en The Tams) onderbrengt bij Hall. In 1964 timmert FAME aan de weg met hits van Jimmy Hughes en Tommy Roe. Hoewel Hall van huis uit een country-liefhebber is, noopt het succes van zijn R&B-artiesten hem de kant van zwarte muziek op te gaan.

Nieuwe generatie
Met het succes van FAME groeit de onvrede. Hall boert goed maar betaalt zijn muzikanten minimumloon. Dan Penn verkast naar Memphis en gaat daar samenwerken met Chips Moman in de American Studio. Een nieuwe generatie dient zich aan bij FAME. Gitarist Jimmy Johnson, drummer Roger Hawkins, bassist David Hood en toetsenisten Spooner Oldham treden in dienst als sessiemuzikanten. Deze studioband, bekend als de Swampers en later de Muscle Shoals Rhythm Section, zou uitgroeien tot een van de meest illusteren studiobands uit de geschiedenis van de popmuziek.

Na een paar maanden schaven aan hun geluid neemt de nieuwe studioband een nummer op die de naam Muscle Shoals een plaats in de geschiedenisboeken zou geven. When a Man Loves a Woman van een lokale ziekenhuisbewaker genaamd Percy Sledge wordt de eerste nummer 1-hit van de southern soul. Plotseling streed het kleine, onbekende Muscle Shoals om de eer met Memphis en Detroit. De soulfulste Tukker aller tijden Arthur Conley neemt zijn klassieke debuutalbum Sweet Soul Music deels in Muscle Shoals op. Etta James ruilde Chess Records en Chicago tijdelijk in voor Muscle Shoals en kwam terug met Tell Mama en I’d Rather Go Blind.

Atlantic
Men begon de oren te spitsen. Atlantic-baas Jerry Wexler ziet de potentie van de Muscle Shoals Sound en stuurt de ene naar de andere artiest naar dat geheimzinnige plaatsje in Alabama. Wilson Pickett nam er een van zijn grootste hits op, Mustang Sally.

Wexler zag in Muscle Shoals de ideale plaats om zijn nieuwste aanwinst Aretha Franklin tot wasdom te laten komen. Franklin had al enkele platen gemaakt voor Columbia, maar werd beperkt door braaf, commercieel materiaal en had matig commercieel succes. Wat ze nodig had was een rauwe, funky band die paste bij haar krachtige stem, redeneerde Wexler. Aretha’s terugkeer naar het zuiden bleek een gouden greep. I Never Loved a Man (The Way I Love You) en Do Right Woman, Do Right Man worden megahits in 1967.

Maar Halls temperament gooit opnieuw roet in het eten. In een dronken bui krijgt hij het aan de stok met Franklins man Ted White. Wexler besluit daarop de banden met Hall door te snijden. Wel laat hij de studioband van Fame overkomen naar New York om de de rest van het album I Never Loved a Man (The Way I Love You) op te nemen. Respect, de cover van Otis Redding, wordt een onsterfelijke wereldhit.

Wat behalve de kleinheid en afgelegenheid Muscle Shoals tot een onwaarschijnlijk soulmekka maakte, was het feit dat dat de hoofdrolspelers allemaal blanke ‘country boys’ waren die beïnvloed werden door zwarte gospel en R&B die ze op de radio hoorden.. We hebben het hier over het Amerikaanse Zuiden van de jaren vijftig en zestig toen er nog een rassenscheiding was en waar zwarten nog katoen plukten. Blank en zwart deed er echter niet toe in de studio. Maar toen in 1968 de zwarte leider Martin Luther King werd vermoord, veranderde de situatie. “Het broederschap tussen zwarte en blanke muzikanten leek eronder te lijden”, herinnert Wexler zich.

Rockmagneet
Muscle Shoals verandert van een soulwalhalla in een magneet voor rockartiesten. Hall en FAME slaan begin jaren zeventig een commerciële richting in en produceert popartiesten als The Osmonds, Tom Jones en Liza Minelli.

De Swampers – inmiddels zonder Spooner Oldham die naar Memphis is vertrokken om zich bij zijn maat Penn te voegen en is vervangen door toetsenist Barry Beckett – richten in mei 1969 in een voormalige lijkkistenwerkplaats in Sheffield hun eigen studio op, Muscle Shoals Sound. De studio is verzekerd van werk voor Atlantic. Hun eerste opdracht is een album voor Cher, dat vernoemd wordt naar het adres van de Muscle Shoals Sound Studios: 3614 Jackson Highway in Sheffield.

Tijdens hun Amerikaanse tournee doen The Rolling Stones in december 1969 Muscle Shoals aan. In drie avond nemen ze You Gotta Move, Wild Horses en Brown Sugar op, die uiteindelijk op het album Sticky Fingers belanden. In de concertfilm Gimme Shelter is de band ook in de Muscle Shoals Sound Studio te zien. Jimmy Johnson leert Keith Richards het Alabama-accent: “Y’all come back, y’hear!”

Vervolgens meldde een journalist van rock magazine Rolling Stone zich bij Muscle Shoals Sound. Na een paar dagen rondgehangen te hebben vertrok de popscribent om een paar weken later terug te keren en een plaat op te nemen. De popjournalist bleek niet de persoon te zijn voor wie hij zich eerder uitgaf, maar Boz Scaggs. Het titelloze album, met Duane Allman, werd een critics’ favorite.

Chris Blackwell van Island bracht reggaezanger Jimmy Cliff naar de Muscle Shoals Sound Studios in de hoop dat een R&B-geluid de artiest zou laten aanslaan bij het Amerikaanse en Europese publiek. Verschillende nummers die in Muscle Shoals werden opgenomen, waaronder Sitting in Limbo, kwamen op de soundtrack van The Harder They Come. Via Blackwell belandde ook Traffic in Muscle Shoals en Barry Beckett, David Hood en Roger Hawkins gingen zelfs met de band op tournee.

Paul Simon meldde zich om enkele nummers voor There Goes Rhymin’ Simon op te nemen, waaronder Take Me to the Mardi Gras, Kodachrome en Loves Me Like a Rock. Simon en de Muscle Shoals Rhythm Section krijgen een Grammy-nominatie. Lynyrd Skynyrd nemen hun eerste demo’s op in Muscle Shoals. Detroit rocker Bob Seger nam zijn grootste hits op in Muscle Shoals, zoals Mainstreet, Old Time Rock & Roll en We’ve Got Tonite. Bob Dylan neemt Slow Train Coming op. Rod Stewart werkt met Jimmy Johnson en Barry Beckett samen op Atlantic Crossing. Dire Straits mixen Communiqué af in Muscle Shoals.

Het was een komen en gaan van artiesten in dat gat in die noordwestelijke uithoek van Alabama, die inmiddels was uitgegroeid tot Hit Recording Capital of the World. Op het hoogtepunt midden jaren zeventig telde Muscle Shoals acht studio’s. Er waren amper hotels de artiesten verbleven soms in caravans. Er was geen nachtleven. Muscle Shoals was in feite verre van rock&roll. Maar dit is misschien juist het geheim. “Je werd niet afgeleid”, verklaart Spooner Oldham. “Je kunt je er makkelijk op je muziek concentreren.”

Dan Penn
Een van de hoofdrolspelers in Muscle Shoals was gitarist, zanger en songwriter Dan Penn. Hij schreef Do Right Woman, Do Right Man en I Never Loved a Man (The Way I Love You) en bezorgde Aretha Franklin onsterfelijkheid. Verder zijn Penns songs vertolkt door Janis Joplin, Rolling Stones en Solomon Burke. Heaven belde met de soularchitect in zijn huis in Nashville.

De huisband van FAME was blank, maar jullie speelden zwarte muziek. Had u een voorkeur voor zwarte muziek?
“Ik kwam met zwarte muziek in aanraking via WLAC Radio in Nashville, Tennessee. Het was een grote zender die ook te ontvangen was in Alabama, waar ik woonde. Ik hoorde iedereen van Jimmy Reed, Reverend Franklin en Aretha toen ze nog jong was. Ik hield van de zwarte spirituals en alles dat ik hoorde.”

Wat voor ervaring was het om als blanke samen te werken met zwarte artiesten in de tijd van de rassenscheiding?
“Er waren minder problemen dan je zou denken. Er waren wel plaatsen met problemen en er gebeurden wel dingen die niet door de beugel konden. Maar niet waar ik was. Ik heb zelf nooit iets meegemaakt. In de studio was je op een andere planeet. Daar respecteerde iedereen elkaar. Dat was liefde. Je weet hoe muzikanten zijn. Het is tegenwoordig nog steeds hetzelfde. Het maakt hen niet uit welke kleur je bent, waar je vandaan komt, of wat dan ook. Zolang je kunt spelen, en goed kunt spelen, ben je mijn vriend.”

Besefte u destijds dat u historische muziek maakte?
“Zo zag ik het niet. Ik vond het gewoon goed klinken.”

Bent u trots op uw werk?
“Ja ik ben trots. Anders had ik bij een pompstation in Alabama gewerkt. Ik ben maar een eenvoudige plattelandsjongen. Ik had geluk dat er deuren voor me open gingen.”

Ziet u zichzelf als een architect van de soul?
“Nee, haha. Alles dat ik voor elkaar heb gekregen heb ik aan iemand anders te danken. Ik zie mezelf niet als een legende. Songs schrijven is mijn werk. Het is een baan. Een mooie baan, maar voor mij is het altijd slechts een baan geweest. De goeie ouwe tijd in Muscle Shoals ligt achter me. Ik leef vandaag. Het verleden ligt achter me, en ik denk er niet veel meer aan terug. Anderen misschien wel, maar ik niet. Ik had geluk om in die positie te mogen verkeren en ik heb er het beste van geprobeerd te maken.”

Dit artikel verscheen eerder in popmagazine Heaven.