dinsdag 10 november 2015

In memoriam: Allen Toussaint, de bescheiden koning van New Orleans (1938-2015)

Met Allen Toussaint in de North Sea Jazz Club, 26 juni 2015

North Sea Jazz Club, 26 juni 2015. Allen Toussaint wijst op het bakje katjang pedis dat op de salontafel in de kleedkamer staat. "Ik geef je vijf dollar als je die opeet", grapt hij tegen zijn gitarist Renard Poché. Hij bladert de Heaven die ik voor hem had meegenomen door en is onder de indruk van ons interview. Een half uur later funkt Toussaint de spijkers uit het podium. Niemand kon vermoeden dat hij nog geen half jaar later zou overlijden. De 77-jarige songwriter, pianist en producer stierf op 10 november  aan een hartaanval in Spanje, tijdens een Europese tournee.


Lees ook:


Niet veel mensen kenden zijn naam, maar veel mensen kenden zijn muziek. Working in the Coal Mine en Yes We Can Can zijn evergreens. Toussaints invloed is enorm. Hij speelde in de jaren zestig en zeventig een centrale rol in New Orleans, de bakermat van de jazz en misschien wel de belangrijkste muziekstad van de VS. Hij werkte samen met lokale grootheden als Dr. John en Lee Dorsey, maar ook internationale supersterren als Paul McCartney maakten graag gebruik van zijn diensten. Als ontdekker en producer van The Meters stond Toussaint mede aan de wieg van de funk. Decennia later vormden de ritmes van The Meters de basis voor hiphop. Via die omgekeerde route kwam ik ooit op Toussaints pad.

Toch bleef Toussaint ondanks zijn imposante staat van dienst zeer bescheiden, wat mogelijk een verklaring is waarom zijn naam niet bekend is bij het grote publiek. Toussaint zag voor zichzelf een rol op de achtergrond weggelegd, vertelde hij in het interview dat ik in maart met hem deed. "Als ik voor anderen schrijf, denk ik te weten wie zij zijn of wie ze zouden moeten zijn. Voor mezelf weet ik dat niet, ik richt me niet tot een bepaald publiek, dus heb ik niet echt een idee van wat ik wel en niet moet zingen. Ik zou Working In The  Coal Mine nooit geschreven hebben als het niet voor Lee Dorsey was geweest. Het is niet mijn soort nummer. Ik vind het erg ingewikkeld om liedjes voor mezelf te schrijven."

De talrijke artiesten die met hem samenwerkten, omschreven de altijd goed geklede Toussaint steevast als een gentleman. Zo ervoer ik hem toen ik hem in maart een uur te laat belde omdat ik me had vergist in het tijdsverschil, en ik de grote Allen Toussaint mijn excuses moest aanbieden. "That's quite allright", klonk de gedistingeerde stem laconiek door de hoorn.

Video: Het laatste concert van Allen Toussaint in Madrid

vrijdag 16 oktober 2015

Marcos Valle: bossa nova avonturier

Met Marcos Valle in de North Sea Jazz Club, 28 oktober 2015

Een muzikaal wonderkind, zo zou je Marcos Valle (72) gerust mogen noemen. Ruim een halve eeuw geleden scoorde de Braziliaanse zanger, toetsenist en componist zijn eerste hit. Begin jaren negentig werd hij herontdekt door de Londense acidjazzscene, later gevolgd door Amerikaanse rappers als Jay-Z en Kanye West. “Toen leefde ik eindelijk weer op.”

Lees ook:



Met zijn debuutalbum Samba ‘Demais’ uit 1963 werd hij amper twintig prompt uitgeroepen tot de belangrijkste componist van het jaar. “Een grote verrassing en een hele eer. Maar ik voelde ook gelijk de druk om voor de dag te komen met iets nieuws dat minstens even goed was”, herinnert Marcos Valle zich door de telefoon vanuit Rio de Janeiro. De grote Antônio Carlos Jobim, de peetvader van de bossanova en co-auteur van de evergreen The Girl From Ipanema, ontfermde zich destijds over het veelbelovende talent.

“Hij wijdde me als groentje op zakelijk gebied in. Toen Summer Samba een hit werd in de Verenigde Staten, ging hij daar samenwerken met Frank Sinatra. Zo kon hij me ook wegwijs maken in de Amerikaanse muziekindustrie. Jobim was als een vader voor me. Op een gegeven moment werden we overburen en kwamen we geregeld bij elkaar over de vloer. Als bij de een de piano gestemd moest worden, kon die altijd nog bij de ander gaan spelen.”



Valle schetst het bossanovawereldje in het Rio van de jaren zestig als een hechte club. Via zijn oude klasgenootjes Dori Caymmi en Edu Lobo, zoons van de beroemde muzikanten Dorival Caymmi en Fernando Lobo, belandde hij op de wekelijkse jamsessies van de crème de la crème.

“Die vonden telkens bij iemand anders thuis plaats. Dan speelden we elkaar voor wat we de afgelopen week hadden geschreven, waarbij we als vanzelf ideeën uitwisselden. We maakten altijd mooie dingen, daar zorgden we wel voor, want we wilden elkaar imponeren. Vandaar de hoge kwaliteit van de bossanova uit die tijd.”

'Antônio Carlos Jobim was als een vader voor me'

Experimenteren
Eind jaren zestig gloorde er muzikaal iets aan de horizon van de stranden van Rio de Janeiro. Toen de Tropicália-beweging Braziliaanse muziek begon te vermengen met westerse rock, sloeg ook Marcos Valle aan het experimenteren. Met de introspectieve rock van Vento Sul en de onweerstaanbare funk van Previsão Do Tempo ontpopte hij zich in de vroege jaren zeventig als een even veelzijdige als avontuurlijke pionier van de MPB, de Música Popular Brasileira.

“Veel mensen vonden Tropicália destijds maar niks, terwijl ik die muzikale openheid juist verwelkomde. Maar ik heb nooit deel uitgemaakt van die beweging. Ik ging meer om met de Clube Da Esquina, het niet minder progressieve collectief rond Milton Nascimento uit Minas Gerais. Tropicália gaf me vooral de prikkel om vrij mijn mening te gaan verkondigen. Zo zong ik op Mustang Côr De Sangue over de dictatuur, over hoe de rijken met geld smeten zonder een moment om te kijken naar de armen.”



Pete Cosey: de gitaarheld die niemand kent



Pete Cosey was een geweldenaar die kon wedijveren met gitaarhelden als Jimi Hendrix, maar wiens naam op een of andere manier altijd obscuur is gebleven en zwaar onderhewaardeerd wordt. 

Lees ook:

De gitarist uit Chicago (1943-2012) begon zijn carrière als sessiemuzikant bij Chess Records, en speelde op platen van Etta James, Howlin' Wolf en Muddy Waters. Cosey drukte duidelijk zijn stempel op het eigentijdse Electric Mud uit 1968, dat Muddy Waters een tweede jeugd moest geven bij het psychedelische rockpubliek.





Miles Davis
Jazztromprettist Miles Davis, die sinds eind jaren '60 steeds verdergaander experimenteerde met rock en funk, rekruteerde Cosey in 1973. Cosey wordt direct gezichtsbepalend voor het geluid van Davis' band, dat heavy als een atoomaanval wordt. 

Ook op het live-dubbelalbum Agharta dat Miles Davis in 1975 in Osaka opnam (overigens nam hij die avond ook het live-dubbelalbum Pangaea op, met compleet andere muziek), is Cosey the man of the show. Hij speelt schijnbaar eindeloze solo's, en is eigenlijk bijna elke seconde van het concert aanwezig. Coseys fuzzy, zwaar vervormde gitaar is als een wervelstorm de Osaka Festival Hall tot op de laatste heipaal afbreekt.



Een scherp contrast met filmbeelden van Davis' concerten uit die periode; daarop speelt Cosey zittend, stoïcijns als een boeddhist.


vrijdag 9 oktober 2015

Aan tafel! 10 jaar De Wereld Draait Door


De Wereld Draait Door bepaalt al bijna een decennium lang naar welke muziek we luisteren en welke voorstellingen we bezoeken. Onbekende schrijvers maken ineens faam, wetenschappers worden er bekende Nederlanders en de populaire talkshow met Matthijs van Nieuwkerk biedt ruimte aan zowel opera- als Volendamrepertoire. DWDD dwong die status de afgelopen 10 jaar ook af. Het zichtbare enthousiasme op tv drijft voor een deel op ijzeren spelregels, omgevallen medewerkers en een snoeihard deurbeleid. De 'DWDD-familie' is heilig. Wie niet in dat plaatje past, kan vertrekken.

Met Gudo Tienhooven en Leon van Wijk maakte ik voor het AD een longread in het kader van de 10e verjaardag van DWDD.

We hadden ook nieuws: het Commissariaat voor de Media houdt DWDD scherp in de gaten of het programma zich niet dienstbaar maakt aan commerciële doelen.

donderdag 27 augustus 2015

We love Kim Kardashian, maar hoelang nog?



Bijna tien jaar is zelfs de kleinste rimpeling in het turbulente privéleven van Kim Kardashian favoriet onderwerp van internationale showbizzmedia. Maar steeds vaker duiken signalen op dat de wereld Kim en kornuiten door pure overkill zo langzamerhand spuugzat wordt. We houden van haar en we haten haar, en ze spint garen bij allebei.

Voor AD.nl maakte ik met Tom Tates een longread over het (media)fenomeen Kim K, wiens enige talent lijkt te zijn dat ze zich voortdurend in de spotlight weet te spelen en die op zich gericht houdt. En waarom is de wereld zo gefascineerd door iemand die eigenlijk 'niks kan'?

donderdag 25 juni 2015

John Hiatt verstopte zich voor zichzelf

Foto: Michael Wilson

Singer-songwriter veteraan John Hiatt (62) geeft een exclusieve show op het Roots in the Park festival in Utrecht. “Ik ben een laatbloeier.”

Een dag later dan gepland vindt het interview plaats. Onze belafspraak moest op het laatste moment verzet worden, omdat er een boom in Hiatts tuin was omgevallen. “Twee grote takken waren op elektriciteitskabels terechtgekomen”, legt de 62-jarige Hiatt uit. “Niemand is geëlektrocuteerd, maar dat kon wel gebeuren als we niks deden. Dus we moesten de boom omzagen.” En dan treedt de singer-songwriter deze week uitgerekend in een park op. Niet bang voor vallende bomen? “Nee hoor”, lacht Hiatt. “Ik kijk er naar uit.”

Op het podium in het Utrechtse Julianapark wordt Hiatt zaterdag vergezeld door oude bekenden. “De band die ik meeneem bestaat uit de oude ritmesectie van The Goners, drummer Kenneth Blevins en bassist Dave Ranson. En gitarist Doug Lancio die mijn laatste plaat Terms of my Surrender (2014) produceerde.  We gaan nummers van de laatste plaat spelen, maar ook oud materiaal.”



Hiatts liedjes werden gecoverd door iedereen van Ilse DeLange tot Bob Dylan. Toch maakte hij al bijna vijftien jaar platen toen hij eindelijk zijn eigen geluid vond op zijn achtste album Bring The Family uit 1987. De singer-songwriter had net de drank en drugs afgezworen en dacht dat zijn wisselvallige carrière voorbij was, toen hij doorbrak met de hitsingle Have a Little Faith in Me.

“Ik was een dronkenlap en een drugsverslaafde. Dat stuitte mijn groei aanzienlijk. Ik gebruikte om mijn ware ik te verbergen. Voor mezelf vooral. Toen ik nuchter werd, leerde ik mezelf artistiek kennen. Dus ik was een laatbloeier.”

donderdag 11 juni 2015

Allen Toussaint: de spil van New Orleans

Met Allen Toussaint backstage in de North Sea Jazz Club, 26 juni 2015.

“That’s quite alright”, zegt de gedistingeerde stem aan de andere kant van de lijn. Ik krijg meteen een voorproefje van de gentleman zoals die steevast wordt omschreven door de vele mensen die met hem samenwerkten. Allen Toussaint (77) lijkt welhaast de verpersoonlijking van het ontspannen karakter waar New Orleans zijn bijnaam The Big Easy aan dankt.

Lees ook:



Ik moest me bij hem verontschuldigen. Door de wintertijd had ik me vergist in het tijdverschil en belde een uur te laat. Allen Toussaint aanvaardt mijn excuus laconiek. De reden voor ons telefoongesprek is zijn komst eind juni naar de North Sea Jazz Club in Amsterdam.


“Ik neem mijn kwartet mee: piano, gitaar, bas en drums. Het repertoire bestaat uit liedjes die ik door de jaren heen heb geschreven en door anderen populair zijn gemaakt, aangevuld met nummers die ik zelf ooit heb opgenomen, zelfs als ze niet van eigen hand zijn. Get Out My Life, Woman, zal beslist niet ontbreken, net zo min als A Certain Girl. Ik ga helemaal terug naar Mother In Law en dan weer vooruit in de tijd met Yes We Can Can en Sneakin’ Sally Through The Alley. Working In The Coal Mine doe ik ook, dat is een publieksfavoriet. We sluiten af met Southern Nights, misschien wel in twee verschillende vertolkingen: mijn oorspronkelijke uitvoering als samba in modaal en de populaire popversie van Glen Campbell.”



Zijn naam mag dan geen massale bekendheid genieten, Allen Toussaint is een soul royalty, die in de jaren zestig uitgroeide tot een sleutelfiguur in de muziekscene van New Orleans. Hij schreef, arrangeerde en produceerde tal van hits voor lokale sterren als Ernie K-Doe, Aaron Neville en Lee Dorsey, en stond als ontdekker van The Meters aan de bakermat van de funk. Zijn liedjes werden werden veelvuldig gecoverd door onder anderen Bonnie Raitt, Little Feat, Robert Palmer, Boz Scaggs, Warren Zevon, Van Dyke Parks en The Pointer Sisters, terwijl grootheden als Paul McCartney, Paul Simon en Joe Cocker naar The Crescent City togen om van zijn diensten gebruik te maken. Zijn immense oeuvre nemen we in vogelvlucht door aan de hand van zeven sleutelplaten.