Posts tonen met het label Jazzism. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jazzism. Alle posts tonen

donderdag 20 augustus 2026

George Coleman: jazz survivor

George Coleman (Foto: Jimmy Katz)

Hij is 91 jaar oud en staat nog steeds op het podium, speelt mee bij studiosessies en geeft les. Saxofonist George Coleman stond zijn mannetje met vele giganten, toch bleef hij altijd onderbelicht en een musician’s musician. 'De erkenning komt nu eindelijk in mijn nadagen.’

Lees het interview in Jazzism

donderdag 23 april 2026

Billy Cobham: Less is more

Billy Cobham (Foto: Anton Antonov)

Billy Cobham was in de jaren 70 vermaard om de rollende donder die hij vanaf zijn gigantische drumstel afvuurde op zijn toehoorders. Maar nu hij de 82 jaar bijna aantikt, zegt hij juist te streven naar eenvoud. ‘Ik speel minder noten, maar wel de juiste noten.’

Met zijn gespierde, stuwende spel injecteerde Cobham begin jaren 70 een stevige dosis rockenergie in de jazz. Hij pionierde de fusion met Miles Davis op het baanbrekende Bitches Brew (1970) en Jack Johnson (1971), waarop hij op zijn drumstel een ritme slaat als een dansende bokser in de ring. Cobham vormde met gitarist John McLaughlin het toonaangevende Mahavishnu Orchestra.

Daarna begon Cobham een succesvolle solocarrière. Zijn finest hour is zijn debuutalbum Spectrum uit 1973, met daarop zijn signature song Stratus, een favoriet van Prince waarmee His Royal Badness graag zijn liveshows opende. Samples van Stratus werden dankbaar gebruikt – van Mantronix tot Massive Attack.

Lees het interview bij Jazzism

vrijdag 6 december 2024

Miles Davis’ Agharta & Pangaea: Out with a bang

Miles Davis

Gekweld door hevige pijn nam Miles Davis in 1975 op één dag liefst twee live-dubbelalbums met superheavy muziek op. Agharta en Pangaea werden zijn laatste platen van het decennium. Daarna trok hij zich vijf jaar terug als een kluizenaar in een hel van drank en drugs.


Lees ook:

Het is een wonder dat Miles Davis in 1975 nog speelde. De 48-jarige trompettist leed hevige pijn door zijn versleten heup, die regelmatig uit de kom schoot. Miles wist dat hij een operatie nodig had, maar leefde in een staat van ontkenning, en probeerde zijn pijn voor de buitenwereld te verbergen. Pijnstillers en drank hielden hem op de been. Hij was kortademig door knobbels op zijn stembanden, daarom speelde hij minder trompet en meer toetsen. Zijn heupproblemen speelden weer op doordat Miles in 1972 achter het stuur in slaap was gevallen en zijn Lamborghini in de prak had gereden, waarbij hij zijn enkels brak. Daarbij leed Davis ook nog aan sikkelcelanemie.

Miles’ statuur was in ‘75 niet meer wat het geweest was. De ‘Grote Vernieuwer’ werd altijd geprezen als de ‘Picasso van de jazz’, maar schijnbaar moest het niet te gek worden. De jazzcats die de fusion-bigbang Bitches Brew (1970) nog het voordeel van de twijfel gaven, waren na de kakofonische streetfunk van On The Corner (1972) afgehaakt. 

In de prestigieuze lezerspolls van het jazzblad Downbeat moest Miles zijn voormalige bandleden Weather Report, Herbie Hancock en Keith Jarrett voor zich dulden. Bitches Brew werd dan wel een gouden plaat na vier jaar, Hancocks Headhunters haalde die status al binnen enkele maanden. 

Waardeloze herrie

De jazzwereld had Davis afgeschreven. Hij zou artistiek opgebrand zijn en waardeloze herrie maken. Dat Miles niet meer werkte met aanstormende supertalenten van het kaliber John Coltrane of Bill Evans, die daarna ook geen rol van betekenis in de jazz meer speelden, vonden de criticasters veelzeggend. “Niet in de jazz inderdaad, maar bijvoorbeeld gitarist Reggie Lucas heeft Madonna’s eerste lp geproduceerd”, haalt Paul Tingen dat verwijt onderuit. Hij is de auteur van Miles Beyond, het eerste boek waarin Davis’ elektrische periode serieus wordt geanalyseerd. Bassist Michael Henderson kwam uit de band van Stevie Wonder en Pete Cosey speelde als sessiegitarist bij Chess Records met o.a. Muddy Waters en Howlin’ Wolf.

Agharta
Miles’ muziek werd, veelal door jaloerse collega’s, gezien als commerciële uitverkoop voor een jong rock- en funkpubliek. Maar ook voor hen was het te weird. Deze radicale muziek was moeilijk commercieel te noemen. Het paste nergens tussen. Miles Davis gaf zelfs de heaviest heavymetalbands het nakijken. De lange jams waren ongeschikt als radioformat. Het is de meest verafschuwde band van zijn toch al controversiële elektrische periode, tegelijk wordt Agharta gezien als zijn beste werk uit deze tijd. In een hoek waar je het niet direct zoekt spitste men de oren: in de post-punk en noiserock lieten Julian Cope en Sonic Youth zich inspireren door platen als Agharta. 


Epische prestatie

Getuige de hoeveelheid (radio- en tv-)opnames, was er in Europa en Japan meer waardering voor Davis’ elektrische werk dan in Amerika. De Japanners onthaalden Miles Davis enthousiast toen hij in januari 1975 begon aan zijn drie weken durende tournee. De twee optredens die de band op 1 februari gaf in Osaka werden gedocumenteerd op de albums Agharta (het matineeconcert) en Pangaea (het avondconcert). Het is verbluffend dat Miles, zeker als je zijn gezondheidsproblemen (tot overmaat van ramp kreeg hij ook nog een longontsteking en een bloedende maagzweer) in beschouwing neemt, het voor elkaar kreeg om twee optredens op één dag te geven, met zulke extreme en schijnbaar totaal verschillende muziek. Het is al even curieus dat deze epische prestatie altijd zo onderbelicht is gebleven, maar dat zegt alles over hoe controversieel en ondergewaardeerd Davis’ rockfase is.

vrijdag 19 april 2024

Charles Lloyd: Spiritual Man

Charles Lloyd. (Foto: Dorothy Darr)


Ooit was Charles Lloyd de rockster van de jazz. Tegenwoordig leidt de 86-jarige saxofonist als een soort boeddhistische monnik een teruggetrokken leven op een Californische berg, om zich in alle rust toe te wijden aan zijn muziek.


Lees ook:

Charles Lloyd in concert is een transcendentale ervaring. Op deze vrijdagavond de 24e november 2023 in de hagelwitte Philharmonie Luxembourg, is het alsof Lloyd de muziek onttrekt aan Moeder Aarde, zoals een boom water uit de grond haalt om de bladeren aan zijn takken te laten ontspruiten, zo vloeien de noten door zijn lichaam en handen, en stromen ze uit zijn saxofoon. 

Lloyd is een natuurmens, beaamt hij 2,5 maand later via Zoom vanuit zijn huis buiten Santa Barbara.

“De dieren en de vogels communiceren met mij. Ik woon midden in de natuur, op een berg, met uitzicht op de zee. Er zitten hier veel dieren: herten, wasberen, jaguars. Het is een soort natuurreservaat”, vertelt de muzikant, omringd door schilderijen van zijn vrouw, de kunstenares Dorothy Darr.

“Toen ik nog een jongen was woonde ik bij mijn grootvader op het platteland in Mississippi, zo’n 70 kilometer onder Memphis, waar ik ben opgegroeid”, vervolgt Lloyd. “Hij had een grote boerderij met 600 hectare land waar ik kon rondrennen en spelen. Er waren boomgaarden met fruit. Zo ben ik opgegroeid. Toen werd ik geraakt door muziek en besefte ik dat het mijn roeping was om muzikant te worden.”

“Memphis is a powerful place… Phew… Boy, ik word overweldigd door herinneringen”, zegt Lloyd ontroerd. “Sorry, ik dwaal af.”

"Ik ben nog steeds dronken van de muziek"

Lloyd spreekt zoals hij sax en fluit speelt, en misschien ook wel in de natuur bij zijn huis wandelt: abstract en wijdlopig (for lack of a better word, niet oneerbiedig bedoeld). Hij slaat zijpaden in, soms lijkt hij te verdwalen maar hij komt altijd aan op de plaats van bestemming. Soms ben je dan zelf al vergeten welke vraag je ook alweer stelde.

vrijdag 14 oktober 2022

Brian Jackson: eindelijk aan de beurt

Brian Jackson. (Foto: Christopher "Puma" Smith)

Brian Jackson treedt uit de schaduw van zijn voormalige strijdmakker Gil Scott-Heron met een nieuw solo-album.

Lees ook:

  • Gil Scott-Heron: het zwarte geweten

  • Of Brian Jackson vindt dat hij altijd over het hoofd is gezien? “Zeker, Gils schaduw was larger than life. Toen ik jong was, was ik erg verlegen, stil en onopvallend. Ik wilde graag de boodschap dienen. Maar er zijn nog veel meer mensen die hebben bijgedragen, zoals Malcolm Cecil en de leden van de Midnight Band”, reageert Jackson via Facetime vanuit zijn huis in Portland, Oregon, waar de New Yorker tegenwoordig woont.

    Godfather of rap

    This is Brian Jackson, luidt de titel van zijn nieuwe plaat. Alsof hij een introductie behoeft. Als muzikale wederhelft van spoken word dichter en zanger Gil Scott-Heron (1949-2011) schreef Jackson in de jaren 70 muziekgeschiedenis met intelligente protestliederen als The Revolution Will Not Be Televised, een aanklacht tegen consumentisme verpakt in een briljant, geestig en opzwepend spervuur van reclameslogans. De proto-rap wordt gezien als een voorloper van de hip-hop en leverde Gil Scott-Heron de eretitel van ‘godfather of rap’ op. 

    Hoe invloedrijk hun muziek is gebleken verwondert de 69-jarige Jackson nog altijd. “We borduurden voort op onze eigen invloeden. We waren leerlingen. Ons enige doel was om muziek te maken die van hetzelfde kaliber was, als een eerbetoon. Er waren andere artiesten die vóór ons kwamen die wij ook ‘sampelden’: Clark Terry, Oscar Brown Jr., Amiri Baraka, Leroy Jones, The Last Poets, The Watts Prophets. Wij waren slechts een onderdeel van die beweging.”  



    Zijn naam mag dan niet zo zijn blijven hangen in ons collectieve geheugen, This is Brian Jackson maakt duidelijk hoe belangrijk zijn rol was. De muziek klinkt vertrouwd en verwant aan Winter in America en Bridges, de monumentale jazzfunk-albums die hij maakte met Gil Scott-Heron. Niet zo verwonderlijk, verheldert Jackson. “Ik heb twee oude demo’s gebruikt. Het zijn opnames van Gil en mij uit de periode 1976-1979 waar ik aan werkte in de studio downtime. Deze twee demo’s waren nog in de beste staat. De nummers waren zo goed als af, we hebben hier en daar wat extra instrumentatie toegevoegd.”

    Welke nummers oud en nieuw zijn, mogen we van Jackson niet verklappen. “We willen een wedstrijd uitschrijven of mensen het kunnen horen”, lacht hij. 

    vrijdag 17 juni 2022

    Hermeto Pascoal: Universele muziek

    Hermeto Pascoal (midden). (Foto: Gabriel Quintao)

    Hij is zo oud en ziet eruit als Methusalem, maar op zijn 85ste doet Hermeto Pascoal het niet rustiger aan. De Braziliaan tourt nog de hele wereld over en komt ook naar Amsterdam.

    ‘O Bruxo’, de tovenaar, wordt hij eerbiedig genoemd. De bijnaam dankt Hermeto Pascoal (85) niet alleen aan zijn Merlijn-achtige verschijning met een grote baard en lange witte manen. De autodidactische Braziliaanse componist en multi-instrumentalist is misschien een genie, maar zeker een fenomeen. 

    Al in zijn kindertijd manifesteert hij zich als een bijzonder muzikant. Hermeto Pascoal werd geboren op 22 juni 1936 in een muzikale familie, in een snikheet landbouwgebied in het noordoosten van Brazilië, waar de arme bevolking probeert te overleven met tabaksteelt. Het platteland is een inspirerende omgeving voor een muzikaal wonderkind om op te groeien. Hoewel Hermeto als albino met een kwetsbare huid niet goed tegen de blakende Braziliaanse zon kan, was de jongen altijd in de natuur te vinden. Van de takken van de wonderolieboom maakte hij zelf fluitjes. Omdat er geen elektriciteit was, en geen radio, luisterde Hermeto naar de vogels en de kikkers. En zij naar hem.

    In de smederij van zijn grootvader knutselde Hermeto zijn eigen instrumenten in elkaar, gefascineerd door de verschillende toonsoorten die hij kon maken met stukken metaal in allerlei soorten en maten.

    Pascoal kan elk voorwerp omtoveren tot een instrument en maakt muziek met theepotten, knuffelberen en zelfs zijn baard. In de documentaire Sinfonia do Alto Ribeira (1985) staat Pascoal tot zijn borst in een jungle rivier Música da Lagoa te spelen, waarbij hij zijn dwarsfluit onder water steekt om de noten om te buigen. Voor Hermeto hoeft zijn band niet louter uit mensen te bestaan, ook met dieren kan hij muziek maken. Op zijn composities zijn varkens en kikkers te horen, of hij speelt fluit met de vogels in de dierentuin.