Posts tonen met het label jazz-rock. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jazz-rock. Alle posts tonen

dinsdag 26 mei 2026

Miles 100: Op de radio over 'Electric Miles'

Miles Davis in 1987.
(Foto: Wikimedia Commons/Dr Jean Fortunet)

De legendarische trompettist Miles Davis (†1991) zou vandaag, 26 mei 2026, zijn 100ste verjaardag hebben gevierd. 

Ik ben deze week te gast in het radioprogramma Jazznotes van Arjan Klaver om te praten over Miles’ omstreden én visionaire elektrische periode vol woeste experimenten met rock en funk in de jaren 70. Want Miles werd geroemd en geprezen als 'De Grote Vernieuwer' en de 'Picasso van de jazz', zijn experimenten met rock en funk gingen veel jazzcats toch te ver. Maar die bleken tot ver buiten de jazz invloedrijk: in de post-punk, noiserock en EDM.

De uitzending is zondagavond 31 mei 20:00 te horen op NH Gooi en dinsdagavond 2 juni en vrijdagavond 5 juni om 22:00 op Eemland1.


Meer lezen over Miles?

donderdag 23 april 2026

Billy Cobham: Less is more

Billy Cobham (Foto: Anton Antonov)

Billy Cobham was in de jaren 70 vermaard om de rollende donder die hij vanaf zijn gigantische drumstel afvuurde op zijn toehoorders. Maar nu hij de 82 jaar bijna aantikt, zegt hij juist te streven naar eenvoud. ‘Ik speel minder noten, maar wel de juiste noten.’

Met zijn gespierde, stuwende spel injecteerde Cobham begin jaren 70 een stevige dosis rockenergie in de jazz. Hij pionierde de fusion met Miles Davis op het baanbrekende Bitches Brew (1970) en Jack Johnson (1971), waarop hij op zijn drumstel een ritme slaat als een dansende bokser in de ring. Cobham vormde met gitarist John McLaughlin het toonaangevende Mahavishnu Orchestra.

Daarna begon Cobham een succesvolle solocarrière. Zijn finest hour is zijn debuutalbum Spectrum uit 1973, met daarop zijn signature song Stratus, een favoriet van Prince waarmee His Royal Badness graag zijn liveshows opende. Samples van Stratus werden dankbaar gebruikt – van Mantronix tot Massive Attack.

Lees het interview bij Jazzism

vrijdag 10 oktober 2025

Gary Bartz: ‘Jazz is een scheldwoord’

Gary Bartz (links) en ik, 8 november 2025.

 

Jazzveteraan - excusez le mot - Gary Bartz speelde met grootheden als Miles Davis, Art Blakey en Charles Mingus. De saxofonist is nog steeds niet kapot te krijgen en vierde onlangs zijn 85ste verjaardag met een nieuw album. In november komt hij voor twee optredens naar Nederland.


Lees ook:


Om met de deur in huis te vallen: Gary Bartz heeft een broertje dood aan jazz. Niet aan de muziek natuurlijk, maar aan het woord. “Jazz is van oorsprong een scheldwoord. Deze grootse muziek verdient het niet om een scheldwoord als naam te hebben”, legt de eigenzinnige muzikant uit, via een videoverbinding vanuit zijn huiskamer in Emeryville bij Oakland, Californië. Met zijn lange krulhaar in een paardenstaart op zijn rug en een donker shirt, kleedt de muzikant zich thuis eenvoudiger dan de picobello pakken die hij op het podium draagt. “Jazz betekende zoveel als ‘pussy’, neuken. Het werd populair in de sekshuizen van New Orleans, dus jazz was bordeelmuziek. ‘Ik ga naar de jazzclub voor jazz’, hield dus in dat je naar de hoeren ging. Het is een negatief woord dat ik niet accepteer, nooit. Het is net zoiets als het woord ‘nigger’. Max Roach ging zelfs met je op de vuist. Ik noem het gewoon muziek.”

Vraag aan professor Bartz dus nooit of hij je wil leren hoe je jazz speelt, als je student bent aan het Oberlin College & Conservatory in Ohio, een van de oudste gemengde universiteiten in de VS met een lange historie van activisme. “Dan zeg ik: ik weet niet wat jazz is, maar ik kan je wel saxofoon leren spelen, en hoe je muziek en solo’s componeert en akkoorden speelt. Jazz is een woord en ik speel geen woorden, ik speel muziek.”

vrijdag 6 december 2024

Miles Davis’ Agharta & Pangaea: Out with a bang

Miles Davis

Gekweld door hevige pijn nam Miles Davis in 1975 op één dag liefst twee live-dubbelalbums met superheavy muziek op. Agharta en Pangaea werden zijn laatste platen van het decennium. Daarna trok hij zich vijf jaar terug als een kluizenaar in een hel van drank en drugs.


Lees ook:

Het is een wonder dat Miles Davis in 1975 nog speelde. De 48-jarige trompettist leed hevige pijn door zijn versleten heup, die regelmatig uit de kom schoot. Miles wist dat hij een operatie nodig had, maar leefde in een staat van ontkenning, en probeerde zijn pijn voor de buitenwereld te verbergen. Pijnstillers en drank hielden hem op de been. Hij was kortademig door knobbels op zijn stembanden, daarom speelde hij minder trompet en meer toetsen. Zijn heupproblemen speelden weer op doordat Miles in 1972 achter het stuur in slaap was gevallen en zijn Lamborghini in de prak had gereden, waarbij hij zijn enkels brak. Daarbij leed Davis ook nog aan sikkelcelanemie.

Miles’ statuur was in ‘75 niet meer wat het geweest was. De ‘Grote Vernieuwer’ werd altijd geprezen als de ‘Picasso van de jazz’, maar schijnbaar moest het niet te gek worden. De jazzcats die de fusion-bigbang Bitches Brew (1970) nog het voordeel van de twijfel gaven, waren na de kakofonische streetfunk van On The Corner (1972) afgehaakt. 

In de prestigieuze lezerspolls van het jazzblad Downbeat moest Miles zijn voormalige bandleden Weather Report, Herbie Hancock en Keith Jarrett voor zich dulden. Bitches Brew werd dan wel een gouden plaat na vier jaar, Hancocks Headhunters haalde die status al binnen enkele maanden. 

Waardeloze herrie

De jazzwereld had Davis afgeschreven. Hij zou artistiek opgebrand zijn en waardeloze herrie maken. Dat Miles niet meer werkte met aanstormende supertalenten van het kaliber John Coltrane of Bill Evans, die daarna ook geen rol van betekenis in de jazz meer speelden, vonden de criticasters veelzeggend. “Niet in de jazz inderdaad, maar bijvoorbeeld gitarist Reggie Lucas heeft Madonna’s eerste lp geproduceerd”, haalt Paul Tingen dat verwijt onderuit. Hij is de auteur van Miles Beyond, het eerste boek waarin Davis’ elektrische periode serieus wordt geanalyseerd. Bassist Michael Henderson kwam uit de band van Stevie Wonder en Pete Cosey speelde als sessiegitarist bij Chess Records met o.a. Muddy Waters en Howlin’ Wolf.

Agharta
Miles’ muziek werd, veelal door jaloerse collega’s, gezien als commerciële uitverkoop voor een jong rock- en funkpubliek. Maar ook voor hen was het te weird. Deze radicale muziek was moeilijk commercieel te noemen. Het paste nergens tussen. Miles Davis gaf zelfs de heaviest heavymetalbands het nakijken. De lange jams waren ongeschikt als radioformat. Het is de meest verafschuwde band van zijn toch al controversiële elektrische periode, tegelijk wordt Agharta gezien als zijn beste werk uit deze tijd. In een hoek waar je het niet direct zoekt spitste men de oren: in de post-punk en noiserock lieten Julian Cope en Sonic Youth zich inspireren door platen als Agharta


Epische prestatie

Getuige de hoeveelheid (radio- en tv-)opnames, was er in Europa en Japan meer waardering voor Davis’ elektrische werk dan in Amerika. De Japanners onthaalden Miles Davis enthousiast toen hij in januari 1975 begon aan zijn drie weken durende tournee. De twee optredens die de band op 1 februari gaf in Osaka werden gedocumenteerd op de albums Agharta (het matineeconcert) en Pangaea (het avondconcert). Het is verbluffend dat Miles, zeker als je zijn gezondheidsproblemen (tot overmaat van ramp kreeg hij ook nog een longontsteking en een bloedende maagzweer) in beschouwing neemt, het voor elkaar kreeg om twee optredens op één dag te geven, met zulke extreme en schijnbaar totaal verschillende muziek. Het is al even curieus dat deze epische prestatie altijd zo onderbelicht is gebleven, maar dat zegt alles over hoe controversieel en ondergewaardeerd Davis’ rockfase is.

vrijdag 19 april 2024

Charles Lloyd: Spiritual Man

Charles Lloyd. (Foto: Dorothy Darr)


Ooit was Charles Lloyd de rockster van de jazz. Tegenwoordig leidt de 86-jarige saxofonist als een soort boeddhistische monnik een teruggetrokken leven op een Californische berg, om zich in alle rust toe te wijden aan zijn muziek.


Lees ook:

Charles Lloyd in concert is een transcendentale ervaring. Op deze vrijdagavond de 24e november 2023 in de hagelwitte Philharmonie Luxembourg, is het alsof Lloyd de muziek onttrekt aan Moeder Aarde, zoals een boom water uit de grond haalt om de bladeren aan zijn takken te laten ontspruiten, zo vloeien de noten door zijn lichaam en handen, en stromen ze uit zijn saxofoon. 

Lloyd is een natuurmens, beaamt hij 2,5 maand later via Zoom vanuit zijn huis buiten Santa Barbara.

“De dieren en de vogels communiceren met mij. Ik woon midden in de natuur, op een berg, met uitzicht op de zee. Er zitten hier veel dieren: herten, wasberen, jaguars. Het is een soort natuurreservaat”, vertelt de muzikant, omringd door schilderijen van zijn vrouw, de kunstenares Dorothy Darr.

“Toen ik nog een jongen was woonde ik bij mijn grootvader op het platteland in Mississippi, zo’n 70 kilometer onder Memphis, waar ik ben opgegroeid”, vervolgt Lloyd. “Hij had een grote boerderij met 600 hectare land waar ik kon rondrennen en spelen. Er waren boomgaarden met fruit. Zo ben ik opgegroeid. Toen werd ik geraakt door muziek en besefte ik dat het mijn roeping was om muzikant te worden.”

Memphis is a powerful place… Phew… Boy, ik word overweldigd door herinneringen”, zegt Lloyd ontroerd. “Sorry, ik dwaal af.”

"Ik ben nog steeds dronken van de muziek"

Lloyd spreekt zoals hij sax en fluit speelt, en misschien ook wel in de natuur bij zijn huis wandelt: abstract en wijdlopig (for lack of a better word, niet oneerbiedig bedoeld). Hij slaat zijpaden in, soms lijkt hij te verdwalen maar hij komt altijd aan op de plaats van bestemming. Soms ben je dan zelf al vergeten welke vraag je ook alweer stelde.

vrijdag 17 juni 2022

Hermeto Pascoal: Universele muziek

Hermeto Pascoal (midden). (Foto: Gabriel Quintao)

Hij is zo oud en ziet eruit als Methusalem, maar op zijn 85ste doet Hermeto Pascoal het niet rustiger aan. De Braziliaan tourt nog de hele wereld over en komt ook naar Amsterdam.

‘O Bruxo’, de tovenaar, wordt hij eerbiedig genoemd. De bijnaam dankt Hermeto Pascoal (85) niet alleen aan zijn Merlijn-achtige verschijning met een grote baard en lange witte manen. De autodidactische Braziliaanse componist en multi-instrumentalist is misschien een genie, maar zeker een fenomeen. 

Al in zijn kindertijd manifesteert hij zich als een bijzonder muzikant. Hermeto Pascoal werd geboren op 22 juni 1936 in een muzikale familie, in een snikheet landbouwgebied in het noordoosten van Brazilië, waar de arme bevolking probeert te overleven met tabaksteelt. Het platteland is een inspirerende omgeving voor een muzikaal wonderkind om op te groeien. Hoewel Hermeto als albino met een kwetsbare huid niet goed tegen de blakende Braziliaanse zon kan, was de jongen altijd in de natuur te vinden. Van de takken van de wonderolieboom maakte hij zelf fluitjes. Omdat er geen elektriciteit was, en geen radio, luisterde Hermeto naar de vogels en de kikkers. En zij naar hem.

In de smederij van zijn grootvader knutselde Hermeto zijn eigen instrumenten in elkaar, gefascineerd door de verschillende toonsoorten die hij kon maken met stukken metaal in allerlei soorten en maten.

Pascoal kan elk voorwerp omtoveren tot een instrument en maakt muziek met theepotten, knuffelberen en zelfs zijn baard. In de documentaire Sinfonia do Alto Ribeira (1985) staat Pascoal tot zijn borst in een jungle rivier Música da Lagoa te spelen, waarbij hij zijn dwarsfluit onder water steekt om de noten om te buigen. Voor Hermeto hoeft zijn band niet louter uit mensen te bestaan, ook met dieren kan hij muziek maken. Op zijn composities zijn varkens en kikkers te horen, of hij speelt fluit met de vogels in de dierentuin. 



vrijdag 8 april 2022

On The Corner: de meest gehate jazzplaat aller tijden wordt 50


On The Corner (1972) van Miles Davis wordt de meest gehate jazzplaat aller tijden genoemd. Een halve eeuw later is het album toch een invloedrijk werk gebleken. ‘Moet ik wachten tot je wél zover bent, motherfucker?’


Lees ook:

Miles Davis zat niet goed in zijn vel in 1972. Het stuklopen van zijn relatie met Marguerite Eskridge, ongeveer gelijktijdig met de geboorte van hun zoon Erin, was een mokerslag. De belastingdienst deed moeilijk. Davis’ gezondheid begon hem in de steek te laten. Miles moest met lede ogen toezien hoe zijn voormalige bandleden, met wie hij aan de wieg stond van de fusion met het baanbrekende album Bitches Brew (1970), hem in verkoopcijfers waren voorbij gestreefd. 

Davis was niet te spreken over de richting die fusion op ging: te veel virtuositeit, te weinig gevoel. Maar hij had de bruggen naar de jazz achter zich verbrand. 

"Ik wil een zwarte horen zeggen:‘ik hou van Miles Davis'" 

Het was een tijd van Black Power, en het zat Davis niet lekker dat hij nauwelijks speelde voor mensen met zijn eigen huidskleur. Miles, nu halverwege de veertig, constateerde dat de zwarte jeugd niet meer naar jazz of naar hem luisterde, maar naar James Brown en Sly and the Family Stone. Tijd voor een koerswijziging. ‘Ik speel niet voor blanken, man’, zei Davis tegen Melody Maker. ‘Ik wil een zwarte horen zeggen: ‘ik hou van Miles Davis.’’

vrijdag 8 oktober 2021

Jaco Pastorius: basrevolutionair

Jaco Pastorius met zijn tweede vrouw Ingrid in de kleedkamer tijdens een Japanse tournee in 1980. (Foto: archief Peter Erskine)

Jaco Pastorius’ big bang op de bas galmt bijna 35 jaar na zijn dood nog altijd na. Op 1 december zou hij 70 jaar zijn geworden. Vrienden en kenners aan het woord over een muzikaal fenomeen.

“My name is John Francis Pastorius III, and I’m the greatest bass player in the world.”

“Get the fuck out of here!”

Zo verliep de eerste kennismaking tussen Jaco Pastorius en Joe Zawinul. Het was het najaar van 1974, backstage na een concert van Zawinuls fusiongroep Weather Report in Miami. 

In zijn thuisstaat Florida wist men al wat voor vlees ze in de kuip hadden, maar daarbuiten was Jaco nog onbekend. Zawinul kon niet bevroeden dat deze opschepperige ‘beach bum’ niet blufte, en twee jaar later met zijn verbluffende titelloze debuutalbum, zijn sfeerbepalende spel op Joni Mitchells Hejira én als bassist van zijn eigen Weather Report een schokgolf door de muziekwereld zou laten gaan die vergelijkbaar was met de tsunami van 2004. 

Jaco trok met een nijptang de frets uit de hals en herschreef de natuurwetten van wat mogelijk was op een (fretloze) basgitaar. Er is elektrische bas vóór en bas na Jaco Pastorius. De bas was niet meer slechts onderdeel van de ritmesectie in de achtergrond, maar kleurde de muziek. Jaco’s uit duizenden herkenbare sonore, soepele bas klonk als de paringsdans van baltsende bultruggen in de diepzee waar de laatste lichtstralen door de duisternis priemen. Met zijn flamboyante verschijning en spectaculaire stage show werd Jaco de rockster van de jazz en katapulteerde hij Weather Report van de jazzclubs naar de stadions.

Tekening die Jaco Pastorius maakte van Joe Zawinul in 1978. (archief Peter Erskine)

“I’m the greatest bass player in the world”; het werd Jaco’s opkomst én zijn ondergang, zijn zegen en zijn vloek. De druk om die legende sessie na sessie, concert na concert waar te maken werd ondraaglijk. Met het succes kwamen de drank, drugs en psychische problemen, die leidden tot stukgelopen huwelijken. Het werd een vicieuze cirkel van geestelijke wanhoop. De geheelonthouder Jaco in Florida veranderde in de junk en alcoholist Jaco in New York. Zijn excentrieke gedragingen werden bizar wangedrag. Jaco begon optredens te saboteren, soms zo erg dat de politie traangas moest gebruiken om de woedende menigte uiteen te drijven. Zijn misdragingen werden zo ernstig dat de hoge bazen Jaco de toegang tot het kantoor van Warner Bros. verboden. Hij mocht zijn eigen kinderen niet meer zien, waardoor Jaco nog dieper in de fles dook. Hij raakte aan lager wal en zelfs dakloos, moest starnakel dronken zijn kostje bij elkaar schrapen als straatmuzikant.

Het kon niet anders dan dat het tragisch zou aflopen. Op een kwade dag liep Jaco tegen de vuisten aan van een nachtclubuitsmijter met een zwarte band in vechtsport. Hij werd in coma geslagen en stierf tien dagen later, op 21 september 1987, slechts 35 jaar jong. Precies de leeftijd die hij zelf had voorspeld.