Hij is zo oud en ziet eruit als Methusalem, maar op zijn 85ste doet Hermeto Pascoal het niet rustiger aan. De Braziliaan tourt nog de hele wereld over en komt ook naar Amsterdam.
‘O Bruxo’, de tovenaar, wordt hij eerbiedig genoemd. De bijnaam dankt Hermeto Pascoal (85) niet alleen aan zijn Merlijn-achtige verschijning met een grote baard en lange witte manen. De autodidactische Braziliaanse componist en multi-instrumentalist is misschien een genie, maar zeker een fenomeen.
Al in zijn kindertijd manifesteert hij zich als een bijzonder muzikant. Hermeto Pascoal werd geboren op 22 juni 1936 in een muzikale familie, in een snikheet landbouwgebied in het noordoosten van Brazilië, waar de arme bevolking probeert te overleven met tabaksteelt. Het platteland is een inspirerende omgeving voor een muzikaal wonderkind om op te groeien. Hoewel Hermeto als albino met een kwetsbare huid niet goed tegen de blakende Braziliaanse zon kan, was de jongen altijd in de natuur te vinden. Van de takken van de wonderolieboom maakte hij zelf fluitjes. Omdat er geen elektriciteit was, en geen radio, luisterde Hermeto naar de vogels en de kikkers. En zij naar hem.
In de smederij van zijn grootvader knutselde Hermeto zijn eigen instrumenten in elkaar, gefascineerd door de verschillende toonsoorten die hij kon maken met stukken metaal in allerlei soorten en maten.
Pascoal kan elk voorwerp omtoveren tot een instrument en maakt muziek met theepotten, knuffelberen en zelfs zijn baard. In de documentaire Sinfonia do Alto Ribeira (1985) staat Pascoal tot zijn borst in een jungle rivier Música da Lagoa te spelen, waarbij hij zijn dwarsfluit onder water steekt om de noten om te buigen. Voor Hermeto hoeft zijn band niet louter uit mensen te bestaan, ook met dieren kan hij muziek maken. Op zijn composities zijn varkens en kikkers te horen, of hij speelt fluit met de vogels in de dierentuin.
Wie naar Brazilië gaat, komt niet om Antônio Carlos Jobim heen. Zo landt je in Rio de Janeiro op het vliegveld dat zijn naam draagt. Reizend door de jadegroene heuvels met daarboven de azuurblauwe lucht met kandijwitte wolkenpartijen, beginnen zijn fluwelen melodieën automatisch in je hoofd te klinken. En als je eenmaal weer thuis in Nederland naar zijn muziek luistert, verschijnen de spectaculaire vergezichten, de weelderige natuur en bontgekleurde vogels op je netvlies. Lees ook:
Antônio Carlos Brasileiro de Almeida Jobim, in zijn vaderland liefkozend Tom genoemd, werd op 25 januari 1927 geboren in Rio de Janeiro. Als jonge tiener al streefde hij, aangemoedigd door zijn stiefvader, een carrière als muzikant na. Zijn invloeden waren de impressionistische componisten Claude Debussy en Maurice Ravel naast de west coast jazz van Art Pepper en Chet Baker. Medio jaren vijftig ontketende de componist, arrangeur, pianist en zanger samen met gitarist João Gilberto een muzikale revolutie met een nieuwe vorm van samba, die niet temperamentvol en uitbundig was, maar juist ingetogen en intiem: de bossa nova. Zwoel als een zomerbries zette deze lichtvoetige muziek Brazilië mondiaal op de kaart om vooral in de Verenigde Staten weerklank te vinden. Zo nam jazzsaxofonist Stan Getz in 1963 met Jobim en Gilberto de onsterfelijke wereldhit The Girl From Ipanema op. Ook een superster als Frank Sinatra liet Jobim invliegen om een album met hem te maken.
De verfijnde muziek van Jobim mag op menigeen overkomen als muzak, wie zijn oren spitst ontdekt een rijkdom aan kleuren, geuren en smaken. Eenvoudige melodieën op bedwelmende, subtiele ritmes leveren dramatische effecten op. Jobim smolt jazz en klassiek als vanzelfsprekend samen. Het beluisteren van een meesterwerk als Stone Flower uit 1970 is net zo’n genotvolle ervaring als het drinken van een glas gerijpte wijn of het roken van een goede sigaar.
Jobim zou begin volgend jaar negentig kaarsjes hebben uitgeblazen, ware hij niet op 8 december 1994 overleden aan een hartstilstand na een operatie om een kwaadaardige tumor in zijn blaas te verwijderen. Ruim twintig jaar na zijn dood behoren liedjes als Águas De Março, Agua De Beber en Desafinado nog altijd tot het standaardrepertoire van Braziliaanse artiesten en jazzmuzikanten over de hele wereld. Heaven sprak met de Braziliaanse popster en Jobim’s voormalige buurman Marcos Valle (72), de Italiaanse acidjazzproducer Nicola Conte (52) en zangeres Lilian Vieira (49) van het Brazilecrotrio Zuco 103 over de genialiteit en de betekenis van Antônio Carlos Jobim.
De Olympische Spelen staan voor de deur. Onze sporters strijden om goud, zilver en brons. Ter verhoging van de voorpret de Braziliaanse platen die je gehoord moet hebben. Compleet met handige Spotifylijst.
Gilberto Gil was met Caetano Veloso eind jaren zestig leider van de revolutionaire Tropicália-beweging, die de Braziliaanse muziek moderniseerde en politiek commentaar leverde op de militaire dictatuur. De junta zag Caetano en Gil als bedreiging en zette het duo het land uit. Gilberto Gil keerde in 1972 terug uit ballingschap in Londen. De blijdschap weer terug te zijn in zijn vaderland is te horen in de explosie van vreugde op Expresso 2222. De band hanteert een moordend tempo en lijkt elk moment te kunnen ontsporen. Maar de muziek is strak als een microbikini op het strand van Copacabana. Razend knap hoe Gilberto Gil de spontaniteit bewaart in deze complexe ritmische arrangementen. Een hoogtepunt in het toch al hoogstaande oeuvre van deze Braziliaanse superster die al bijna 50 jaar aan de top staat.
Caetano Veloso – Transa
Het is moeilijk kiezen uit de stuk voor stuk fantastische platen die Caetano Veloso in de jaren zeventig maakte. Samen met Gilberto Gil werd Caetano door de Braziliaanse junta uit het land verbannen en het tweetal woonde twee jaar in Londen. Daar nam Veloso Transa (1972) op. Meer dan voor Gil was de tijd in Londen zwaar voor Caetano, en dat is te horen op de albums die hij in de Britse hoofdstad opnam. Heimwee en de politieke uitzichtloosheid in zijn vaderland zijn terugkerende thema’s, al is Transa minder ingetogen en bedrukt dan zijn titelloze voorganger. It’s a Long Way is een ritmisch ingenieus en hypnotisch nummer dat zich diep in je onderbewustzijn vasthecht.
Gal Costa – Gal Costa (Não Identificado)
Een van de beste zangeressen die Brazilië te bieden heeft. Dit titelloze ‘debuut’ (1969) – ze maakte het jaar ervoor een bossanovaplaat met Caetano Veloso – is misschien wel de beste, of in ieder geval best uitgevoerde plaat die de Tropicália-beweging heeft voortgebracht. Gal zingt Tropicália-standards als Não Identificao, Divino Maravilhoso, Lost in the Paradise, Saudosismo en Baby in prachtige orkestrale en psychedelische arrangementen van Gilberto Gil en Caetano Veloso. Een stijlvol debuut van nog steeds een van de grote Braziliaanse sterren.
Ipanema, Rio de Janeiro, 22 december 2004. De zomer is begonnen, maar daar is niets van te merken. De regen stort uit de donkere hemel. Een kluitje surfers pakken als verzopen katten hun boeltje. Dit lijkt niet op het Ipanema dat wereldberoemd werd door de bossa nova-hit The Girl from Ipanema van Stan Getz, João en Astrud Gilberto en Antônio Carlos Jobim.
Toch was het in dit welgestelde stadsdeel van Rio dat componist/pianist/gitarist ‘Tom’ Jobim midden jaren ’50 de bossa nova uitvond. Geïnspireerd door de cool jazz van Miles Davis, Chet Baker, Gerry Mulligan en Barney Kessel, alsmede Franse impressionistische en romantische componisten als Claude Debussy en Fryderyk Chopin, verfijnde Jobim de samba tot de bossa nova. Het is wat te kort door de bocht om Jobim alle krediet te geven voor het uitvinden van de bossa nova; ook singer/songwriter/gitarist João Gilberto, pianist/songwriter Newton Mendonça, dichter Vinícius de Moraes, zanger Carlos Lyra, gitarist/arrangeur Roberto Menescal en gitarist/songwriterBaden Powell ook genoemd moeten worden als medegrondleggers en pioniers.
Nieuwe stijl
De bossa nova (dat ‘nieuwe golf’ of ‘nieuwe stijl’ betekent) is ritmisch complexer en subtieler dan de samba, en qua harmonie en melodie rijker. In plaats van het traditionele binaire sambaritme, kenmerkt bossa nova zich door een diversere syncopatie. De standaard ritmesectie van drums en bas werd aangevuld met syncoperend getokkel op de akoestische gitaar. De melodie, harmonie en het ritme werden op een dynamischer wijze geïntegreerd dan in de samba. De zang is ingetogener dan in de samba. Het geluid van bossa nova is onderkoeld en gecontroleerd, maar tegelijkertijd warm en intiem. “Isso é Bossa Nova, isso é muito natural” (“Dat is Bossa Nova, het is zeer natuurlijk”), is een zin uit Jobims Desafinado.
Overigens zijn er meerdere theorieën over het begin van bossa nova. Zo wordt de oorsprong al in de jaren ’40 gelegd, toen de ‘samba canção’ een rage was. Muzikanten als pianist en zanger Johnny Alf vermengden de samba met jazz. Ook zangers als Dick Farney en Billy Blanco, die sterk beïnvloed waren door Amerikaanse crooners als Frank Sinatra, Bing Crosby en Nat King Cole, kunnen gezien worden als voorlopers van bossa nova.
Over wat de eerste echte bossa nova plaat is, lopen de meningen uiteen. Velen zien het album Canção de Amor Demais van Elizeth Cardoso uit 1958 als het begin. Hierop zingt Cardoso Chega de Saudade van Jobim en Vinícius de Moraes. De gitarist die haar begeleidt is niemand minder dan João Gilberto, toen nog onbekend. Overigens schreef Jobim de ritmische vernieuwing van de bossa nova – het gebruik van de gitaar als ritme-instrument – toe aan Gilberto.
Waarschijnlijker is dat het album Desafinado van Jobim en Newton Mendonça uit 1957 het eerste is, simpelweg omdat de plaat enkele maanden eerder verscheen dan Canção de Amor Demais en bovendien in de tekst van het titelnummer het genre voor het eerst een naam krijgt (de al eerder geciteerde regel “Isso é Bossa Nova, isso é muito natural”). En last but not least is Chega de Saudade mede geschreven door Jobim. De doorbraak van bossa nova naar het grote publiek kwam in 1959, toen João Gilberto met groot succes enkele nummers van Jobim opnam voor zijn debuutalbum Chega de Saudade.
Rijk en hip
Eind jaren ’50 viel de Braziliaanse jeugd uit vooral de sociale midden- en bovenklasse als een blok voor de subtiele ritmes en zachte melodieën van de bossa nova. Waar de samba muziek van de straat en uit de favela’s (sloppenwijken) was en handelde over de zware van leven in armoede, hing om bossa nova de sfeer van een hip en onbezorgd leven aan het zonnige strand van het rijke Ipanema.
De gevestigde sambaorde vond de nieuwe stijl maar niks; bossa nova zou een slap aftreksel van de samba zijn. Sommige critici, zoals de puristische Braziliaanse muziekresearcher José Ramos Tinhorão, gingen zelfs zo ver als te zeggen dat bossa nova de Braziliaanse muziektraditie van de samba verkwanselde en de platte Amerikaanse cultuur verheerlijkte. Vooral de hedonistische teksten – tegenover de uit het leven gegrepen sambateksten – vielen niet in goede aarde.
Internationale doorbraak
Het duurde niet lang voordat de bossa nova de landsgrenzen zou overschrijden. In 1959 componeerden Jobim en Luis Bonfa de soundtrack voor de Braziliaanse film Black Orpheus (Orfeu Negro). De film – waarin de Griekse mythe wordt verplaatst naar Rio - wordt een internationaal succes en wint een Gouden Palm in Cannes, plus een Oscar en een Golden Globe voor de beste buitenlandse film. De soundtrack, die de film domineert, wordt eveneens een millionseller en maakt van Jobim en Bonfa supersterren.
De Amerikaanse jazzscene spitste zijn oren. Eind jaren ’50 en begin jaren ‘60 keerden Amerikaanse muzikanten laaiend enthousiast terug uit Brazilië. In het kader van president John F. Kennedy’s Good Neighbours-programma maakte gitarist Charlie Byrd in 1961 met het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een reis naar Brazilië, alwaar hij in aanraking kwam met de bossa nova en verliefd werd. Eenmaal terug was Byrd vastbesloten een bossa nova-plaat op te nemen. Naar verluidt speelde Byrd voor jazzsaxofonist Stan Getz enkele maten bossa nova, en draaide hij een paar tapes met muziek van Gilberto en Jobim. Getz werd direct gegrepen, en regelde met producer Creed Taylor dat hij een plaat kon opnemen met Byrd.
Aldus geschiedde. In februari 1962 doken Byrd en Getz de studio in om in een luttele drie uur het album Jazz Samba op te nemen. Het nummer Desafinado werd een hit. Een maand na de opnamesessie kwam Jazz Samba op nummer 1 van de albumhitlijst, wat ongekend was voor een jazzplaat. Bossa nova sloeg in als een bom in de Amerikaanse jazzscene. In de maanden na de release van Jazz Samba gingen ook de saxofonisten Sonny Rollins, Zoot Sims, Coleman Hawkins, dwarsfluitist Herbie Mann, Kenny Dorham en Cal Tjader aan de haal met de exotische, bedwelmende nieuwe muziekstijl.
Een historisch concert van Jobim, Gilberto en andere Braziliaanse topmuzikanten in Carnegie Hall in november 1962 consolideerde de internationale opkomst van de bossa nova. De prestigieuze concertzaal was uitverkocht en in het publiek bevinden zich niemand minder dan Peggy Lee, Miles Davis en Dizzy Gillespie. De muzikanten mochten op bezoek bij Jackie Kennedy in het Witte Huis. Sommigen sloten platencontracten af in New York.
Getz boerde goed met de bossa nova, en dus liet hij de grondleggers Jobim en Gilberto overkomen naar New York voor een vervolg op Jazz Samba. Op 18 en 19 maart 1963 doken Getz, Gilberto, Jobim, bassist Tommy Williams (uit Getz’ band) en drummer Milton Banana (favoriet van Jobim) de A&R Studios in voor de opnames van wat een historisch album zou worden: Getz/Gilberto.
The Girl from Ipanema
Het album bevatte de hit die de wereldwijde doorbraak van bossa nova bewerkstelligde en voorgoed het gezicht van de stroming zou gaan bepalen: The Girl from Ipanema. De single betekende tevens het begin van de zangcarrière van Astrud Gilberto, de toenmalige echtgenote van João. Over de toedracht van haar cameo bestaat verwarring. Volgens Astrud zelf had João haar bij Getz aangedragen. Maar volgens Getz wilden João en Jobim niet dat Astrud op de plaat zou zingen, omdat ze maar een huisvrouw was en geen professionele zangeres. Getz erkende dat Astrud soms nogal vals zong, maar vond dat ze mooi klonk als ze in het Engels zong. Goed genoeg voor op de plaat. Daar kwam bij dat Astrud de enige was die het Engels beheerste. En Getz’ vrouw Monica voorzag de hitpotentie van Astruds zang. Ze kreeg gelijk. In een mum van tijd werd Getz/Gilberto goud. De National Academy of Recording Arts en Sciences hebben het album een plaats gegeven in de Hall of Fame.
Midden jaren ’60 is bossa nova overal. Volgens Astrud Gilberto was het de juiste muziek op het juiste tijdstip. “Ik ben geen socioloog, maar het was een tijd dat mensen in de Verenigde Staten afgeleid wilden worden van hun zorgen. Er was een gevoel van ontevredenheid – misschien een hint van de oorlog die eraan zat te komen – en mensen hadden behoefte aan romantiek, iets dromerigs, als afleiding.”
Verval
Maar zoals het gaat met hypes, zet op een gegeven moment het verval in. Door de hausse aan artiesten en vooral platenbazen die een graantje van het succes wilden meepikken, was bossa nova verwaterd tot een lege formule en zelfs kauwgomballenpop. Het publiek verloor zijn interesse.
Maar ook de tijden veranderden. De jeugd begon zich tegen de gevestigde orde te verzetten. De protestgeneratie diende zich aan. Niet verwonderlijk had dit in Brazilië een grote maatschappelijke impact. In 1964 was door een coup een militaire junta aan de macht gekomen die de bevolking onderdrukte. Dat had ook gevolgen voor de Braziliaanse muziek. Protestmuzikanten wisten een grote achterban te genereren. De zorgeloze bossa nova raakte achterhaald. Jonge muzikanten als Caetano Veloso en Gilberto Gil begonnen onder invloed van The Beatles te experimenteren met rock en vonden een nieuw genre uit: de tropicalia.
Dat wil echter niet zeggen dat de bossa nova dood was. Een tweede bossa nova-generatie begon de stijl te hervormen, door maatschappijkritische teksten te schrijven of door het exotische jazzelement te vervangen door Braziliaanse inheemse en volksmuziek.
De ontwikkelingen reden echter João Gilberto en Antônio Carlos Jobim niet in de wielen. Gilberto bleef ijzersterke platen maken, en Jobim bleef bossa nova verder ontwikkelen. In de jaren ’60 maakte hij platen voor diverse labels, waaronder CTI (het jazzlabel van Creed Taylor), Verve, maar ook grote platenmaatschappijen als Warner Bros. en MCA. Jobim verweef de bossa nova steeds meer met jazz en klassiek (ook door zijn samenwerking met arrengeur en dirigent Claus Ogerman). Tegelijk componeerde Jobim ook soundtracks voor films en tv-series in Brazilië. Gilberto en Jobim bleven graag geziene gasten in de jazzwereld, en ze speelden regelmatig op prestigieuze festivals als Montreux. Jongere Braziliaanse artiesten als Veloso noemden Gilberto als hun belangrijkste invloed.
Nieuwe lichting
De liefde voor bossa nova in de jazz ebde nooit weg. Met regelmaat duikt de bossa nova weer op platen op. Maar ook in bredere zin komt de bossa nova van tijd tot tijd in de herwaardering. Internationale artiesten als David Byrne, Sting en George Michael bliezen de oude bossa nova-krakers nieuw leven in op Red Hot + Rio (1996). In 2000 had Bebel Gilberto (de dochter van João Gilberto) veel succes met haar album Tanto Tempo, dat haar twee nominaties voor de Latin Grammy voor beste nieuwe artiest opleverde. Gilberto weet bossa nova te mengen met moderne stijlen als dance, zonder dat de ziel uit de muziek wordt gehaald. Op die manier blijft bossa nova ook voor een nieuwe generatie interessant. Dat geldt ook voor Maria Rita (dochter van de legendarische Braziliaanse zangeres Elis Regina) en producer Nicola Conte, uit wiens koker vaak interessante talenten komen, zoals zangeres Rosalia de Souza. Nieuwe bossa nova maar in meer traditionele vorm komt van Rosa Passos, een zangeres die zich heeft toegewijd aan Braziliaanse muziek in haar puurste vorm.
Stilistisch heeft bossa nova al veertig jaar geen revolutie meer meegemaakt, en dat zit er ook niet meer in. Maar bijna een halve eeuw na zijn uitvinding heeft bossa nova nog niets van zijn aantrekkingskracht, schoonheid en magie verloren.
Kopstukken
Antônio Carlos Jobim
Antônio Carlos Jobim (bijgenaamd Tom) zou eigenlijk architect worden, maar vond in plaats daarvan de bossa nova uit en ging de geschiedenis in als een van de godfathers van de Braziliaanse muziek. Het was Jobim die Garota de Ipanema (The Girl from Ipanema) schreef samen met dichter Vinícius de Moraes. Maar Jobim componeerde nog vele andere bossa nova standards: Águas de Março, Águas de Beber, Ela é Carioca, Corcovado, Desafinado en Só Danço Samba. Jobim was sterk beïnvloed door jazz en klassiek, en vooral zijn latere platen zijn orkestrale meesterwerken (Urubu, Stone Flower). Jobim overleed in 1994, maar wie met het vliegtuig landt in Rio, zal aangenaam verrast worden door het feit dat de internationale luchthaven is vernoemd naar ‘Tom’.
João Gilberto
João Gilberto was vanaf het eerste uur bij bossa nova betrokken en heeft het genre mede heeft gedefinieerd en grootgemaakt. De zeer invloedrijke zanger en gitarist geniet in Brazilië de eerbiedige bijnaam O Mito, wat zoveel betekent als de Legende. Dit ondanks zijn reputatie moeilijk in de omgang te zijn. In tegenstelling tot de ambitieuze muziek van Jobim, is de bossa nova van Gilberto tamelijk puur, en bestaat uit gitaar en zang. Zijn neuriënde en fluisterende zangstijl werkt zeer bedwelmend rustgevend. Gilberto leidt de laatste jaren een teruggetrokken leven. Zijn muzikale erfenis leeft voort in vrijwel elke Braziliaanse artiest, onder wie zijn dochter Bebel Gilberto.
Astrud Gilberto
Astrud Gilberto’s carrière begon bij toeval toen ze werd gevraagd de Engelse tekst van The Girl from Ipanema op het album Getz/Gilberto van saxofonist Stan Getz en haar toenmalige echtgenoot João Gilberto te zingen. De single werd een wereldhit en Astrud werd een belangrijk figuur binnen de Braziliaanse muziek. Hoewel Astrud Gilberto technisch geen sterke zangeres is, is haar naïeve stemgeluid zeer karakteristiek.
Stan Getz
Saxofonist Stan Getz heeft één van de meest karakteristieke geluiden van de jazz; hij is direct herkenbaar, ook voor niet-kenners. Zijn mellow sound leende zich uitstekend voor de bossa nova. Getz is medeverantwoordelijk voor de internationale doorbraak van bossa nova door zijn samenwerking met João en Astrud Gilberto en Antônio Carlos Jobim, waaruit de wereldhit The Girl from Ipanema voortkwam. Gedurende zijn loopbaan bleef zijn liefde voor de bossa nova een vaste constante in Getz’ werk.
Bebel Gilberto
De dochter van João Gilberto (maar niet van Astrud) en Miúcha (ook een belangrijk figuur in de bossa nova), tevens nichtje van Chico Buarque. Bebel debuteerde al op 7-jarige leeftijd op een plaat van haar moeder. Op haar 9e stond ze met moeder en Stan Getz op het podium van Carnegie Hall. Haar debuutalbum Tanto Tempo (2000) kreeg twee nominaties voor de Latin Grammy voor beste nieuwe artiest. In 2004 volgde en titelloos album. Bebel houdt de bossa nova fris door moderne genres erin te verwerken, zonder de oorsprong en de ziel uit het oog te verliezen.
Andere belangrijke namen:
Roberto Menescal
Carlos Lyra
Baden Powell
Milton Banana
Sérgio Mendes
Chico Buarque
Essential listening
Stan Getz & João Gilberto featuring Antônio Carlos Jobim: Getz/Gilberto (Verve, 1963)
Het album waarmee bossa nova internationaal doorbrak, door de single The Girl from Ipanema. Ook de overige nummers op het album zijn stuk voor stuk standards geworden, zoals Corcovado, So Danço Samba en O Grande Amor. Ook Desafinado, de hit van Getz’ eerdere bossa nova album Jazz Samba, krijgt een herbewerking. Ruim veertig jaar later is Getz/Gilberto nog steeds een van de beste bossa nova albums, en is de muziek nog altijd fris.
Antônio Carlos Jobim: Stone Flower / Urubu / A Arte de Tom Jobim
Eind jaren ’60 was de bossa nova over zijn hoogtepunt heen. Maar Jobim was nog niet uitgekeken op zijn uitvinding, en bleef de bossa nova verder ontwikkelen. Jobim nam de bossa nova als basis nam voor flirts met klassiek en jazz. Het resultaat zijn prachtige, ruimtelijke en smaakvol georkestreerde albums, waarvan Stone Flower (1970) en Urubu (1976) de hoogtepunten zijn. Op het jazzy Stone Flower werkte Jobim werkte samen met de crème van de jazz: Eumir Deodato, Ron Carter, Airto Moreira, Urbie Green, Joe Sample. Carter keert terug op het meer op klassiek georiënteerde Urubu, dat door Claus Ogerman werd gearrangeerd. De verzamelaar A Arte de Tom Jobim biedt een goed overzicht van het oeuvre van deze grootmeester.
Antônio Carlos Jobim & Elis Regina: Elis & Tom
In 1974 sloten twee Braziliaanse muzikale zwaargewichten de handen ineen voor het eenvoudig getitelde Elis & Tom. Het album bevat enkele bossa nova’s, maar is grotendeels emotioneel geladen en biedt een kijkje in de getroebleerde ziel van Elis Regina (één van de grootste zangeressen van Brazilië stierf een voortijdige dood door drank en drugs). Jobim doorspekt de muziek spaarzaam met orkestrale elementen, maar het geheel blijft kleinschalig. Een klassieker.
João Gilberto: João Gilberto
Toen bossa nova een uitgemolken formule was geworden, bleef João Gilberto trouw aan de muziek die hij mede had uitgevonden. De bossa nova die hij speelde was dan ook puur. Het titelloze album uit 1973 is bossa nova in zijn naakte essentie: het ritme en de melodie komen uit zijn gitaar. De muziek steekt verbluffend ingenieus in elkaar. Gilberto’s zang bestaat meestal uit niet meer dan geneurie, dat uiteindelijk een Zenachtig effect heeft. Bedwelmend.
Bebel Gilberto: Tanto Tempo
Bebel Gilberto’s debuutalbum (hoewel ze eigenlijk debuteerde met een titelloze EP uit 1986) kreeg twee nominaties voor de Latin Grammy voor beste nieuwe artiest. Tanto Tempo is grotendeels akoestisch, maar Bebel past ook dance-elementen toe. Tanto Tempo is het bewijs dat bossa nova ook in de 21e eeuw nog uitstekend kan meekomen.
Mijn passie voor muziek en liefde voor schrijven brachten me in de journalistiek. Ik maakte voor diverse (dag)bladen interviews met o.a. The Black Keys, Kraftwerk en Bootsy Collins. Op deze website vind je al mijn artikelen.