donderdag 20 augustus 2026

George Coleman: jazz survivor

George Coleman (Foto: Jimmy Katz)

Hij is 91 jaar oud en staat nog steeds op het podium, speelt mee bij studiosessies en geeft les. Saxofonist George Coleman stond zijn mannetje met vele giganten, toch bleef hij altijd onderbelicht en een musician’s musician. 'De erkenning komt nu eindelijk in mijn nadagen.’

Lees het interview in Jazzism

dinsdag 26 mei 2026

Miles 100: Op de radio over 'Electric Miles'

Miles Davis in 1987.
(Foto: Wikimedia Commons/Dr Jean Fortunet)

De legendarische trompettist Miles Davis (†1991) zou vandaag, 26 mei 2026, zijn 100ste verjaardag hebben gevierd. 

Ik ben deze week te gast in het radioprogramma Jazznotes van Arjan Klaver om te praten over Miles’ omstreden én visionaire elektrische periode vol woeste experimenten met rock en funk in de jaren 70. Want Miles werd geroemd en geprezen als 'De Grote Vernieuwer' en de 'Picasso van de jazz', zijn experimenten met rock en funk gingen veel jazzcats toch te ver. Maar die bleken tot ver buiten de jazz invloedrijk: in de post-punk, noiserock en EDM.

De uitzending is zondagavond 31 mei 20:00 te horen op NH Gooi en dinsdagavond 2 juni en vrijdagavond 5 juni om 22:00 op Eemland1.


Meer lezen over Miles?

donderdag 23 april 2026

Billy Cobham: Less is more

Billy Cobham (Foto: Anton Antonov)

Billy Cobham was in de jaren 70 vermaard om de rollende donder die hij vanaf zijn gigantische drumstel afvuurde op zijn toehoorders. Maar nu hij de 82 jaar bijna aantikt, zegt hij juist te streven naar eenvoud. ‘Ik speel minder noten, maar wel de juiste noten.’

Met zijn gespierde, stuwende spel injecteerde Cobham begin jaren 70 een stevige dosis rockenergie in de jazz. Hij pionierde de fusion met Miles Davis op het baanbrekende Bitches Brew (1970) en Jack Johnson (1971), waarop hij op zijn drumstel een ritme slaat als een dansende bokser in de ring. Cobham vormde met gitarist John McLaughlin het toonaangevende Mahavishnu Orchestra.

Daarna begon Cobham een succesvolle solocarrière. Zijn finest hour is zijn debuutalbum Spectrum uit 1973, met daarop zijn signature song Stratus, een favoriet van Prince waarmee His Royal Badness graag zijn liveshows opende. Samples van Stratus werden dankbaar gebruikt – van Mantronix tot Massive Attack.

Lees het interview bij Jazzism

vrijdag 10 april 2026

Afrika Bambaataa (1957-2026): Godfather van de hiphop, vredestichter en vermeend kindermisbruiker

Afrika Bambaataa in 2016.
(Foto: Wikimedia Commons/Arturo Almanza)

De nalatenschap van Afrika Bambaataa is als een dubbelzijdig zwaard. Hij was een van de drie grondleggers van de hiphop, een vredestichter voor rivaliserende jeugdbendes, maar werd ook beschuldigd van grootschalig seksueel misbruik van minderjarige jongens. De dj overleed donderdag op 68-jarige leeftijd aan prostaatkanker.

Afrika Bambaataa (echte naam: Lance Taylor) was geboren en getogen in The Bronx, New York. Zijn moeder was actief in de zwarte burgerrechtenbeweging. The Bronx, oorspronkelijk een levendige multiculturele volksbuurt, raakte sinds de jaren 60 in hoog tempo in verval en veranderde in een berucht ghetto. De tiener Lance werd lid van de jeugdbende Black Spades en klom op in de rangen. Hij bouwde de Spades uit tot de grootste gang van New York.

Een reis naar Afrika, die hij won met een opstelwedstrijd, opende Lance’ ogen. De film Zulu was een grote inspiratiebron: hij was onder de indruk van de saamhorigheid van de Zulu’s en de gemeenschapszin van de Afrikanen die hij tijdens zijn reis ontmoette. Lance had het licht gezien. Dat wilde hij ook in The Bronx, de achterstandswijk waar de overheid zijn handen van aftrok. Hij veranderde zijn naam in Afrika Bambaataa Aasim, naar de Zulu-rebellenleider Bhambatha die in 1906 in opstand kwam tegen de koloniale onderdrukker in Zuid-Afrika.

Positiviteit

Muziek kreeg Lance met de paplepel ingegoten. Zijn moeder had een grote platencollectie. Als dj begon Afrika Bambaataa begin jaren 70 de eerste hiphop-feesten, al werd de naam pas eind jaren 70 bedacht, in The Bronx te organiseren. Voor buitenstaanders staat hiphop misschien voor geweld, voor Bam draaide het juist om positiviteit en vrede. Hij zag hiphop als een manier om jongeren van de straat te halen en op het rechte pad te brengen. Bambaataa verenigde rivaliserende bendes, veel leden zagen hiphop als de redding van hun leven. Niet vechten, maar dansen.

dinsdag 17 maart 2026

Boogie-Down.nl wordt opgenomen in webcollectie Koninklijke Bibliotheek (KB) als digitaal erfgoed

Dertig jaar schrijven voor niks of een kleine vergoeding, gedreven door liefde voor muziek en het voorrecht om historische helden te spreken. Het is voor mij dan ook een grote eer dat de Koninklijke Bibliotheek (KB) mijn website Boogie-Down.nl heeft geselecteerd om te archiveren en voor de lange termijn bewaren in haar webcollectie als digitaal erfgoed. 

Boogie-Down.nl is een portofolio van de interviews en achtergrondverhalen die ik vanaf de jaren 90 heb geschreven voor diverse muziekbladen en kranten, met name Heaven magazine en Jazzism.

Als nationale bibliotheek is de KB wettelijk verantwoordelijk voor het verzamelen, beschrijven en bewaren van in Nederland verschenen publicaties, al of niet elektronisch. De KB ziet het als haar taak om ook websites duurzaam te bewaren en raadpleegbaar te houden voor toekomstige generaties en ze te behoeden voor verlies door bijvoorbeeld technologische veroudering. 

‘Websites bevatten vaak waardevolle informatie die niet analoog verschijnt en die ten gevolge van de grote 'omloopsnelheid' het risico loopt voorgoed verloren te gaan’, schrijft de KB. ‘Om die reden archiveert de KB websites die als verzameling een representatief beeld geven van de Nederlandse cultuur, geschiedenis en samenleving op het internet.’

Boogie-Down.nl wordt vanaf 16 april 2026 jaarlijks gearchiveerd.

vrijdag 10 oktober 2025

Gary Bartz: ‘Jazz is een scheldwoord’

Gary Bartz (links) en ik, 8 november 2025.

 

Jazzveteraan - excusez le mot - Gary Bartz speelde met grootheden als Miles Davis, Art Blakey en Charles Mingus. De saxofonist is nog steeds niet kapot te krijgen en vierde onlangs zijn 85ste verjaardag met een nieuw album. In november komt hij voor twee optredens naar Nederland.


Lees ook:


Om met de deur in huis te vallen: Gary Bartz heeft een broertje dood aan jazz. Niet aan de muziek natuurlijk, maar aan het woord. “Jazz is van oorsprong een scheldwoord. Deze grootse muziek verdient het niet om een scheldwoord als naam te hebben”, legt de eigenzinnige muzikant uit, via een videoverbinding vanuit zijn huiskamer in Emeryville bij Oakland, Californië. Met zijn lange krulhaar in een paardenstaart op zijn rug en een donker shirt, kleedt de muzikant zich thuis eenvoudiger dan de picobello pakken die hij op het podium draagt. “Jazz betekende zoveel als ‘pussy’, neuken. Het werd populair in de sekshuizen van New Orleans, dus jazz was bordeelmuziek. ‘Ik ga naar de jazzclub voor jazz’, hield dus in dat je naar de hoeren ging. Het is een negatief woord dat ik niet accepteer, nooit. Het is net zoiets als het woord ‘nigger’. Max Roach ging zelfs met je op de vuist. Ik noem het gewoon muziek.”

Vraag aan professor Bartz dus nooit of hij je wil leren hoe je jazz speelt, als je student bent aan het Oberlin College & Conservatory in Ohio, een van de oudste gemengde universiteiten in de VS met een lange historie van activisme. “Dan zeg ik: ik weet niet wat jazz is, maar ik kan je wel saxofoon leren spelen, en hoe je muziek en solo’s componeert en akkoorden speelt. Jazz is een woord en ik speel geen woorden, ik speel muziek.”

vrijdag 4 april 2025

Eddie Chacon: Carrière 2.0

Eddie Chacon (Foto: DeMarquies McDaniels)


Als één helft van Charles & Eddie scoorde Eddie Chacon (61) in de jaren 90 een wereldhit met Would I Lie To You? Nadat Charles Pettigrew overleed, maakte hij twintig jaar geen muziek. Chacon vond zichzelf opnieuw uit en met zijn derde soloalbum Lay Low staat zijn ‘carrière 2.0’ definitief op de rails. ‘Ik was mijn vangnet kwijt.’

Terwijl natuurbranden wild om zich heen grijpen en grote delen van Los Angeles in de as leggen, zit Eddie Chacon hoog en droog in zijn appartement in downtown LA. Door de panoramaramen die rondom strekken over de gehele hoogte en breedte, heeft hij een fenomenaal uitzicht op wolkenkrabbers en de Californische metropool. Dit soort woningen zie je alleen in films. “Ik kan de Hollywood-letters en het Griffith-observatorium zien”, zegt Chacon terwijl hij rondloopt en de omgeving laat zien via Zoom. “Dit is een van de weinige momenten dat het hier goed toeven is. Het heeft een kunstmatige atmosfeer als een kantoorgebouw, alle lucht gaat door een filterinstallatie, de ramen kunnen niet open. Normaal mis je dat wel, maar met de branden is het een zegen.”

Wie in de stad zelf het geluk heeft niet getroffen te zijn door de natuurramp, kent vaak iemand die wel gedupeerd is, vertelt Chacon. “Mijn muziekpartner John Carroll Kirby heeft zijn huis verloren. Een prachtige plek in het bos van Altadena. Dat hele gebied is weggevaagd. Ik was er een paar weken geleden nog voor een etentje. Hij had net een studio gebouwd achter zijn huis. Hij woonde er nog geen half jaar met zijn vriendin. Het was zo mooi geworden.”

De lange donkere manen waarmee Chacon begin jaren 90 wereldfaam verwierf met het duo Charles & Eddie, zijn afgeknipt. Chacon is nu een gesoigneerde, grijzende zestiger met een korte coupe en een baardje. De muziek die hij sinds zijn comeback maakt heeft al net zo’n gedaanteverandering ondergaan. Would I Lie To You? was eerlijk gezegd een nogal slijmerig popliedje, maar wie de moeite nam verder te kijken ontdekte dat Duophonic (1992) een sterk en ambachtelijk neo soul-album was. In 2020 maakte Eddie zijn solodebuut met Pleasure, Joy and Happiness, gevolgd door Sundown in 2023 en eind januari verscheen zijn derde album Lay Low. Samen met toetsenist en producer John Carroll Kirby vond Chacon zichzelf als artiest opnieuw uit met vervreemdende, melancholische, introspectieve, psychedelische soul, die hij zelf ‘broken meditation’ noemt. Het besmette mij via een algoritme en schakelde als een sluipmoordenaar mijn immuunsysteem uit.

vrijdag 6 december 2024

Miles Davis’ Agharta & Pangaea: Out with a bang

Miles Davis

Gekweld door hevige pijn nam Miles Davis in 1975 op één dag liefst twee live-dubbelalbums met superheavy muziek op. Agharta en Pangaea werden zijn laatste platen van het decennium. Daarna trok hij zich vijf jaar terug als een kluizenaar in een hel van drank en drugs.


Lees ook:

Het is een wonder dat Miles Davis in 1975 nog speelde. De 48-jarige trompettist leed hevige pijn door zijn versleten heup, die regelmatig uit de kom schoot. Miles wist dat hij een operatie nodig had, maar leefde in een staat van ontkenning, en probeerde zijn pijn voor de buitenwereld te verbergen. Pijnstillers en drank hielden hem op de been. Hij was kortademig door knobbels op zijn stembanden, daarom speelde hij minder trompet en meer toetsen. Zijn heupproblemen speelden weer op doordat Miles in 1972 achter het stuur in slaap was gevallen en zijn Lamborghini in de prak had gereden, waarbij hij zijn enkels brak. Daarbij leed Davis ook nog aan sikkelcelanemie.

Miles’ statuur was in ‘75 niet meer wat het geweest was. De ‘Grote Vernieuwer’ werd altijd geprezen als de ‘Picasso van de jazz’, maar schijnbaar moest het niet te gek worden. De jazzcats die de fusion-bigbang Bitches Brew (1970) nog het voordeel van de twijfel gaven, waren na de kakofonische streetfunk van On The Corner (1972) afgehaakt. 

In de prestigieuze lezerspolls van het jazzblad Downbeat moest Miles zijn voormalige bandleden Weather Report, Herbie Hancock en Keith Jarrett voor zich dulden. Bitches Brew werd dan wel een gouden plaat na vier jaar, Hancocks Headhunters haalde die status al binnen enkele maanden. 

Waardeloze herrie

De jazzwereld had Davis afgeschreven. Hij zou artistiek opgebrand zijn en waardeloze herrie maken. Dat Miles niet meer werkte met aanstormende supertalenten van het kaliber John Coltrane of Bill Evans, die daarna ook geen rol van betekenis in de jazz meer speelden, vonden de criticasters veelzeggend. “Niet in de jazz inderdaad, maar bijvoorbeeld gitarist Reggie Lucas heeft Madonna’s eerste lp geproduceerd”, haalt Paul Tingen dat verwijt onderuit. Hij is de auteur van Miles Beyond, het eerste boek waarin Davis’ elektrische periode serieus wordt geanalyseerd. Bassist Michael Henderson kwam uit de band van Stevie Wonder en Pete Cosey speelde als sessiegitarist bij Chess Records met o.a. Muddy Waters en Howlin’ Wolf.

Agharta
Miles’ muziek werd, veelal door jaloerse collega’s, gezien als commerciële uitverkoop voor een jong rock- en funkpubliek. Maar ook voor hen was het te weird. Deze radicale muziek was moeilijk commercieel te noemen. Het paste nergens tussen. Miles Davis gaf zelfs de heaviest heavymetalbands het nakijken. De lange jams waren ongeschikt als radioformat. Het is de meest verafschuwde band van zijn toch al controversiële elektrische periode, tegelijk wordt Agharta gezien als zijn beste werk uit deze tijd. In een hoek waar je het niet direct zoekt spitste men de oren: in de post-punk en noiserock lieten Julian Cope en Sonic Youth zich inspireren door platen als Agharta. 


Epische prestatie

Getuige de hoeveelheid (radio- en tv-)opnames, was er in Europa en Japan meer waardering voor Davis’ elektrische werk dan in Amerika. De Japanners onthaalden Miles Davis enthousiast toen hij in januari 1975 begon aan zijn drie weken durende tournee. De twee optredens die de band op 1 februari gaf in Osaka werden gedocumenteerd op de albums Agharta (het matineeconcert) en Pangaea (het avondconcert). Het is verbluffend dat Miles, zeker als je zijn gezondheidsproblemen (tot overmaat van ramp kreeg hij ook nog een longontsteking en een bloedende maagzweer) in beschouwing neemt, het voor elkaar kreeg om twee optredens op één dag te geven, met zulke extreme en schijnbaar totaal verschillende muziek. Het is al even curieus dat deze epische prestatie altijd zo onderbelicht is gebleven, maar dat zegt alles over hoe controversieel en ondergewaardeerd Davis’ rockfase is.

woensdag 26 juni 2024

Herinneringen van een internetpionier

Peter Schong, Lars Pasveer, Josefine Calma, Martijn van Es en Natascha Neef voor het voormalige Planet-kantoor in Amersfoort. (Foto: Helene de Groot)

Er worden wel eens grappen gemaakt dat ik het internet heb uitgevonden. Onzin natuurlijk. Wel stond ik mede aan de wieg van de internetjournalistiek. Bij Planet Internet, de eerste online-only redactie van Nederland. Daar experimenteerden we al vroeg met livebloggen, zo'n tien jaar voordat de mainstream media het 'uitvonden'. Samen met oud-collega's haalde ik in vakblad Villamedia herinneringen op aan die pionierstijd, toen het werk een speeltuin was en collega's goede vrienden. En dat zijn ze een kwart eeuw later nog steeds.

Update 16-09-2024: Ook AD Amersfoortse Courant maakte een verhaal over Planet.

vrijdag 19 april 2024

Charles Lloyd: Spiritual Man

Charles Lloyd. (Foto: Dorothy Darr)


Ooit was Charles Lloyd de rockster van de jazz. Tegenwoordig leidt de 86-jarige saxofonist als een soort boeddhistische monnik een teruggetrokken leven op een Californische berg, om zich in alle rust toe te wijden aan zijn muziek.


Lees ook:

Charles Lloyd in concert is een transcendentale ervaring. Op deze vrijdagavond de 24e november 2023 in de hagelwitte Philharmonie Luxembourg, is het alsof Lloyd de muziek onttrekt aan Moeder Aarde, zoals een boom water uit de grond haalt om de bladeren aan zijn takken te laten ontspruiten, zo vloeien de noten door zijn lichaam en handen, en stromen ze uit zijn saxofoon. 

Lloyd is een natuurmens, beaamt hij 2,5 maand later via Zoom vanuit zijn huis buiten Santa Barbara.

“De dieren en de vogels communiceren met mij. Ik woon midden in de natuur, op een berg, met uitzicht op de zee. Er zitten hier veel dieren: herten, wasberen, jaguars. Het is een soort natuurreservaat”, vertelt de muzikant, omringd door schilderijen van zijn vrouw, de kunstenares Dorothy Darr.

“Toen ik nog een jongen was woonde ik bij mijn grootvader op het platteland in Mississippi, zo’n 70 kilometer onder Memphis, waar ik ben opgegroeid”, vervolgt Lloyd. “Hij had een grote boerderij met 600 hectare land waar ik kon rondrennen en spelen. Er waren boomgaarden met fruit. Zo ben ik opgegroeid. Toen werd ik geraakt door muziek en besefte ik dat het mijn roeping was om muzikant te worden.”

“Memphis is a powerful place… Phew… Boy, ik word overweldigd door herinneringen”, zegt Lloyd ontroerd. “Sorry, ik dwaal af.”

"Ik ben nog steeds dronken van de muziek"

Lloyd spreekt zoals hij sax en fluit speelt, en misschien ook wel in de natuur bij zijn huis wandelt: abstract en wijdlopig (for lack of a better word, niet oneerbiedig bedoeld). Hij slaat zijpaden in, soms lijkt hij te verdwalen maar hij komt altijd aan op de plaats van bestemming. Soms ben je dan zelf al vergeten welke vraag je ook alweer stelde.

woensdag 14 februari 2024

Marvin Gaye: anatomie van een val

1983: Marvin Gaye is met de hit Sexual Healing terug aan de top. De triomf wordt ook zijn val. Op persoonlijk vlak zakt hij weg in een moeras van drugs en paranoia, dat uitmondt in een familiedrama als hij op 1 april 1984 door zijn eigen vader wordt doodgeschoten. Of is het zelfmoord?

Lees ook:

  • Marvin Gaye waaide uit in Oostende
  • Here, My Dear, de ultieme scheidingplaat
  • Amerika staat klaar om haar verloren zoon Marvin Gaye weer in de armen te sluiten. Maar hij wil niet terug. Hij voelt zich verketterd en in de steek gelaten door zijn vaderland. Hij ziet zijn toekomst in Europa en heeft zelfs een oud landhuis gekocht buiten de Belgische badplaats Oostende, waar hij de laatste anderhalf jaar zijn leven en carrière weer op de rit heeft gekregen.

    Het is dan ook niet het succes van zijn comebackalbum Midnight Love en de hit Sexual Healing dat hem in oktober 1982 noopt terug te gaan naar Amerika. Het is zijn 69-jarige moeder Alberta, zijn steun en toeverlaat, die ernstig ziek is en een riskante nieroperatie moet ondergaan. De intentie is om terug te gaan naar Europa zodra zij hersteld is, maar het zal er nooit meer van komen.

    vrijdag 11 augustus 2023

    Afrika Bambaataa over een halve eeuw hiphop: ‘We schiepen iets uit het niets’

    Afrika Bambaataa in 2016.
    (Foto: Wikimedia Commons/Arturo Almanza)
     

    Een feest van DJ Kool Herc en zijn zus in de gemeenschapsruimte van hun woonkazerne op 1520 Sedgwick Avenue in The Bronx op 11 augustus 1973, was het begin van de hiphop. Afrika Bambaataa, een van de godfathers van de cultuur, blikt terug.


    Lees ook:


    Een halve eeuw hiphop. De ‘back to school jam’ van Cindy Campbell wordt door historici aangeduid als het moment waarop hiphop werd geboren. Haar broer DJ Kool Herc mixte daar met twee draaitafels en een mengpaneel breakbeats (geïsoleerde drumfragmenten) aan elkaar. Of dit feest daadwerkelijk de start van de hiphop is, daar kun je vraagtekens bij zetten. Disco King Mario organiseerde al eerder feesten in de parken van The Bronx. De dj wordt ook wel de vergeten vierde godfather van de hiphop genoemd. 

    Ook Afrika Bambaataa, een van de dj’s van het eerste uur, zet er kanttekeningen bij. “Mensen volgen te veel social media. Eigenlijk wordt hiphop 49 jaar. 11 augustus 1973 was gewoon een feest. De hiphop-cultuur bestond nog niet tot tot wij de Universal Zulu Nation eind 1973 oprichtten en de hiphop-cultuur stichtten.” 


    Kunt u beschrijven wat voor een wijk The Bronx was in de jaren 70?

    “Er waren een heleboel verschillende vibrations in de zwarte gemeenschap in New York. Daarmee bedoel ik de zwarte en de Latino-gemeenschap. Er waren positieve en negatieve vibrations. De positiviteit kwam voort uit de burgerrechtenbeweging van de jaren 60. In sommige delen van de South Bronx en andere delen van The Bronx waren vervallen sloppenwijken, in andere delen had je grote sociale wooncomplexen. 

    Er was in die tijd veel goede muziek te horen: soul, funk, R&B, latin, soca, calypso, reggae. De inwoners waren een mengelmoes van verschillende achtergronden. In het noorden van The Bronx woonden mensen met een Europese achtergrond, zoals Italianen en Ieren. Er waren veel block party’s met bands, voordat de dj’s opkwamen. Er gebeurden toen veel interessante dingen.

    Er kwam vaak politici langs, Robert Kennedy en Jimmy Carter, die de South Bronx een rampgebied noemden. Maar ze laten nooit de hele Bronx zien, alleen dat slechte stuk. Er waren slechte stukken, maar ook goede stukken. Er was een klein stuk dat uitgebrand was, met overal puin en glas. Maar in de West Bronx, waar Kool Herc vandaan kwam en waar hij zijn eerste feest hield, waren er goede gebouwen. Ook in de South Bronx, waar wij en Grandmaster Flash vandaan kwamen, had je ‘projects’ (sociale woningbouw), dat waren goede gebouwen. Er waren goede en slechte plekken in The Bronx, zoals in elke stad.”


    U noemde al de verschillende bevolkingsgroepen in The Bronx. De drie godfathers van de hiphop, Kool Herc, Grandmaster Flash en u, hebben allemaal een Caribische achtergrond.

    “Klopt, ook veel pioniers die na ons kwamen, zoals Doug E. Fresh en Fat Joe, hadden roots in Barbados, Tobago, Puerto Rico of Jamaica. Tegelijk was er al rap poëzie en spoken word, zoals Gil Scott-Heron, The Last Poets en Watts Prophets. Rap bestond dus eigenlijk al.


    Was de Jamaicaanse soundsysteem-cultuur een directe voorloper van hiphop?

    “De cultuur bestond al vóór hiphop, en de naam hiphop. Je had Jamaicaanse toasters als I-Roy, U-Roy, Trinity, calypso-zanger zanger Mighty Sparrow. Er waren rockplaten met raps, zoals Mama Told Me (Not To Come) van Three Dog Night en Are You Ready van Sly & The Family Stone, Say It Loud (I'm Black and I'm Proud) van James Brown. Er waren veel mensen die in die tijd een essentiële rol speelden met poëzie op plaat. 

    Grandmaster Flash en ik namen wat er gebeurde in de Cariben en voegden het toe aan wat er aan de Afro-Amerikaanse kant gebeurde. Ik was een van de eerste die op feesten reggae en toasting-platen. Daarna volgden anderen. Ik had allerlei breakbeats waar mensen van uit hun dak gingen. Iedereen kwam kijken en wilde weten welke platen we draaiden, welke beat het was. Daarom dekten we de labels af. Het was een leuke tijd.”

    Flyer van de allereerste hiphop party van Kool Herc op 11 augustus 1973.

    vrijdag 14 oktober 2022

    Brian Jackson: eindelijk aan de beurt

    Brian Jackson. (Foto: Christopher "Puma" Smith)

    Brian Jackson treedt uit de schaduw van zijn voormalige strijdmakker Gil Scott-Heron met een nieuw solo-album.

    Lees ook:

  • Gil Scott-Heron: het zwarte geweten

  • Of Brian Jackson vindt dat hij altijd over het hoofd is gezien? “Zeker, Gils schaduw was larger than life. Toen ik jong was, was ik erg verlegen, stil en onopvallend. Ik wilde graag de boodschap dienen. Maar er zijn nog veel meer mensen die hebben bijgedragen, zoals Malcolm Cecil en de leden van de Midnight Band”, reageert Jackson via Facetime vanuit zijn huis in Portland, Oregon, waar de New Yorker tegenwoordig woont.

    Godfather of rap

    This is Brian Jackson, luidt de titel van zijn nieuwe plaat. Alsof hij een introductie behoeft. Als muzikale wederhelft van spoken word dichter en zanger Gil Scott-Heron (1949-2011) schreef Jackson in de jaren 70 muziekgeschiedenis met intelligente protestliederen als The Revolution Will Not Be Televised, een aanklacht tegen consumentisme verpakt in een briljant, geestig en opzwepend spervuur van reclameslogans. De proto-rap wordt gezien als een voorloper van de hip-hop en leverde Gil Scott-Heron de eretitel van ‘godfather of rap’ op. 

    Hoe invloedrijk hun muziek is gebleken verwondert de 69-jarige Jackson nog altijd. “We borduurden voort op onze eigen invloeden. We waren leerlingen. Ons enige doel was om muziek te maken die van hetzelfde kaliber was, als een eerbetoon. Er waren andere artiesten die vóór ons kwamen die wij ook ‘sampelden’: Clark Terry, Oscar Brown Jr., Amiri Baraka, Leroy Jones, The Last Poets, The Watts Prophets. Wij waren slechts een onderdeel van die beweging.”  



    Zijn naam mag dan niet zo zijn blijven hangen in ons collectieve geheugen, This is Brian Jackson maakt duidelijk hoe belangrijk zijn rol was. De muziek klinkt vertrouwd en verwant aan Winter in America en Bridges, de monumentale jazzfunk-albums die hij maakte met Gil Scott-Heron. Niet zo verwonderlijk, verheldert Jackson. “Ik heb twee oude demo’s gebruikt. Het zijn opnames van Gil en mij uit de periode 1976-1979 waar ik aan werkte in de studio downtime. Deze twee demo’s waren nog in de beste staat. De nummers waren zo goed als af, we hebben hier en daar wat extra instrumentatie toegevoegd.”

    Welke nummers oud en nieuw zijn, mogen we van Jackson niet verklappen. “We willen een wedstrijd uitschrijven of mensen het kunnen horen”, lacht hij. 

    vrijdag 7 oktober 2022

    Jeff ‘Skunk’ Baxter: Rocketman

    Jeff "Skunk" Baxter. (Foto: Jimmy Steinfelt)

    How the hell wordt een rocker defensie-adviseur bij het Pentagon? Dat is top secret. Wel vrijgegeven is het eerste soloalbum van Jeff ‘Skunk’ Baxter, die naam maakte als gitarist bij Steely Dan en The Doobie Brothers. Een debuut na een muziekcarrière van meer dan een halve eeuw. 

    Driemaal is scheepsrecht. In de afgelopen tien jaar deed ik voor Heaven drie pogingen om Jeff ‘Skunk’ Baxter (73) te spreken over zijn soloalbum, telkens als er geluiden waren dat de release op handen was. Maar dan werd het toch weer uitgesteld. Nu ligt Speed of Heat dan eindelijk in de winkel en staat Baxter staat ons te woord via Zoom. Zijn telefoonnummer is geheim om veiligheidsredenen. 

    “Jeetje, het album heeft lang op zich laten wachten, de eerste track was al af in 1989”, erkent hij in de muziekkamer van zijn huis in Los Angeles. Dezelfde ruimte als op de promotiefoto’s. Op de achtergrond zijn hifi-apparatuur en gitaren te zien.

     “C.J. Vanston (componist en muzikale partner, PS) en ik heb het samen geproduceerd. Het duurde zo lang omdat we allebei druk waren. We hebben er min of meer 33 jaar aan gewerkt.”

    Waarom, in een muziekcarrière die in 1968 begon in de band Ultimate Spinach, heeft Jeff Baxter in nooit eerder een soloalbum gemaakt? “Ik vond het nooit een goed idee om een soloalbum te maken nadat je uit een succesvolle band (The Doobie Brothers, PS) bent gestapt. Een platenmaatschappij wil dat graag, zeker ook vanuit zakelijk oogpunt. Maar er was toen al zo veel sessiewerk voor mij en ik produceerde platen voor anderen. Ik werkte ook nog eens samen met fabrikanten van muziekinstrumenten, ik had er gewoon geen tijd voor. Als je een soloalbum wilt maken moet je er echt tijd voor vrijmaken. C.J. en ik dachten steeds: we gaan eraan werken als we tijd hebben. Af en toe een dag of een paar dagen, kijken wat eruit komt en dat sparen we op. Als je steeds een muntje in een spaarpot stopt, is de pot op een gegeven moment vol en breng je het naar de bank.”

    vrijdag 17 juni 2022

    Hermeto Pascoal: Universele muziek

    Hermeto Pascoal (midden). (Foto: Gabriel Quintao)

    Hij is zo oud en ziet eruit als Methusalem, maar op zijn 85ste doet Hermeto Pascoal het niet rustiger aan. De Braziliaan tourt nog de hele wereld over en komt ook naar Amsterdam.

    ‘O Bruxo’, de tovenaar, wordt hij eerbiedig genoemd. De bijnaam dankt Hermeto Pascoal (85) niet alleen aan zijn Merlijn-achtige verschijning met een grote baard en lange witte manen. De autodidactische Braziliaanse componist en multi-instrumentalist is misschien een genie, maar zeker een fenomeen. 

    Al in zijn kindertijd manifesteert hij zich als een bijzonder muzikant. Hermeto Pascoal werd geboren op 22 juni 1936 in een muzikale familie, in een snikheet landbouwgebied in het noordoosten van Brazilië, waar de arme bevolking probeert te overleven met tabaksteelt. Het platteland is een inspirerende omgeving voor een muzikaal wonderkind om op te groeien. Hoewel Hermeto als albino met een kwetsbare huid niet goed tegen de blakende Braziliaanse zon kan, was de jongen altijd in de natuur te vinden. Van de takken van de wonderolieboom maakte hij zelf fluitjes. Omdat er geen elektriciteit was, en geen radio, luisterde Hermeto naar de vogels en de kikkers. En zij naar hem.

    In de smederij van zijn grootvader knutselde Hermeto zijn eigen instrumenten in elkaar, gefascineerd door de verschillende toonsoorten die hij kon maken met stukken metaal in allerlei soorten en maten.

    Pascoal kan elk voorwerp omtoveren tot een instrument en maakt muziek met theepotten, knuffelberen en zelfs zijn baard. In de documentaire Sinfonia do Alto Ribeira (1985) staat Pascoal tot zijn borst in een jungle rivier Música da Lagoa te spelen, waarbij hij zijn dwarsfluit onder water steekt om de noten om te buigen. Voor Hermeto hoeft zijn band niet louter uit mensen te bestaan, ook met dieren kan hij muziek maken. Op zijn composities zijn varkens en kikkers te horen, of hij speelt fluit met de vogels in de dierentuin. 



    vrijdag 8 april 2022

    On The Corner: de meest gehate jazzplaat aller tijden wordt 50


    On The Corner (1972) van Miles Davis wordt de meest gehate jazzplaat aller tijden genoemd. Een halve eeuw later is het album toch een invloedrijk werk gebleken. ‘Moet ik wachten tot je wél zover bent, motherfucker?’


    Lees ook:

    Miles Davis zat niet goed in zijn vel in 1972. Het stuklopen van zijn relatie met Marguerite Eskridge, ongeveer gelijktijdig met de geboorte van hun zoon Erin, was een mokerslag. De belastingdienst deed moeilijk. Davis’ gezondheid begon hem in de steek te laten. Miles moest met lede ogen toezien hoe zijn voormalige bandleden, met wie hij aan de wieg stond van de fusion met het baanbrekende album Bitches Brew (1970), hem in verkoopcijfers waren voorbij gestreefd. 

    Davis was niet te spreken over de richting die fusion op ging: te veel virtuositeit, te weinig gevoel. Maar hij had de bruggen naar de jazz achter zich verbrand. 

    "Ik wil een zwarte horen zeggen:‘ik hou van Miles Davis'" 

    Het was een tijd van Black Power, en het zat Davis niet lekker dat hij nauwelijks speelde voor mensen met zijn eigen huidskleur. Miles, nu halverwege de veertig, constateerde dat de zwarte jeugd niet meer naar jazz of naar hem luisterde, maar naar James Brown en Sly and the Family Stone. Tijd voor een koerswijziging. ‘Ik speel niet voor blanken, man’, zei Davis tegen Melody Maker. ‘Ik wil een zwarte horen zeggen: ‘ik hou van Miles Davis.’’

    vrijdag 18 februari 2022

    Leo Nocentelli: goddelijke interventie

    Leo Nocentelli live in 2006 (Foto: Flickr/cisc1970)

    Hoe het vergeten en verdwenen solo-album van Leo Nocentelli, gitarist van de pionierende funkband The Meters, uit het wassende water van orkaan Katrina werd gered en na vijftig jaar eindelijk zijn weg naar de luisteraar heeft gevonden, is een ongelofelijk verhaal. ‘Het heeft een zekere spiritualiteit.’


    Lees ook:

    De toekomst is ongewis als Leo Nocentelli in 1971 zijn intrek neemt in de fameuze Jazz City Studio in New Orleans om een paar solo-demo’s op te nemen. “Ons label Josie, waarop The Meters drie albums hadden uitgebracht, ging failliet. Dus we hadden geen platencontract meer. We hadden niks te doen dus ik besloot wat nummers te schrijven”, vertelt de 75-jarige Nocentelli een halve eeuw later aan de telefoon vanuit ‘The Big Easy’. Tijdens de sessies over een periode van twee maanden wordt de gitarist vergezeld door zijn Meters-collega’s George Porter Jr. (bas) en Joseph “Zigaboo” Modeliste (drums). Af en toe schuiven ook hun illustere vaste producer Allen Toussaint en jazzmuzikant James Black aan achter de piano en het drumstel.

    Maar ondanks de bijna voltallige Meters-bezetting (op toetsenist Art Neville na), tapt Nocentelli uit een ander vaatje. “Ik had een paar platen gekocht van James Taylor en was erg gecharmeerd van wat hij deed, de akkoordenschema’s en zijn teksten. Het was niet van ‘baby I love you’ en ‘don’t leave me’, maar het waren verhalen. Ik wilde ook dat soort liedjes schrijven.”


    "Toen ik er destijds naar luisterde zou ik het ‘country and western’ genoemd hebben"


    Folk

    Leo verruilt zijn elektrische gitaar voor een akoestische, en wat er uit de sessies komt is niet de minimale oerfunk waar The Meters patent op hebben. “Toen ik er destijds naar luisterde zou ik het ‘country and western’ genoemd hebben. Met de kennis van nu zou ik het een folk album noemen”, omschrijft Nocentelli de tien songs op Another Side, zoals het album vijftig jaar na dato is vernoemd. “Het heeft een folk-feeling, folk-teksten die ik normaal niet voor een funknummer van The Meters zou schrijven, zoals Pretty Mittie en You’ve Become a Habit, dat over een prostituee gaat. Het is een singer-songwriter plaat, terwijl The Meters het volledige repertoire van solo’s, ingenieuze zang en achtergrondzang had. Al zit er nog steeds funk in, want zo ben ik nu eenmaal. Dit is strikt singer-songwriter, het is een andere manier van denken.”

    Nocentelli ziet het, zoals de albumtitel impliceert, als een andere kant van zichzelf. “Het zit in je. Ik heb geleerd om naar verschillende genres te luisteren en ze te spelen. Toen ik jong was had ik drie of vier optredens per dag in New Orleans: een jazz-optreden, een dixieland-optreden, een R&B-optreden, enzovoorts. Je moest verschillende stijlen leren beheersen om te overleven. Zo heb ik een oor voor verschillende muzieksoorten ontwikkeld en ze leren spelen.” 

    Het is een ander idioom, maar de muzikale benadering is hetzelfde als met The Meters: eenvoud. The Meters namen een jaar eerder een fijngevoelige cover op van Wichita Lineman voor hun derde album Struttin’, dat stilistisch een voorproefje van Another Side had kunnen zijn. Het funky Riverfront, gebaseerd op de ervaringen van Art’s broer Aaron Neville als havenarbeider in New Orleans, schuurt tegen The Meters aan. Een hoogtepunt op Another Side is een prachtige, wellicht zelfs superieure cover van Elton John's Your Song, dat op dat moment een hit was.


    vrijdag 10 december 2021

    Arthur Verocai: tweede jeugd


    Na een geflopt album verdween hij in de jaren 70 van de radar. Maar in de halve eeuw die volgde groeide de 76-jarige Braziliaan uit tot een cultheld, en nu duikt hij op twee platen tegelijk op van de hipste bands van dit moment: Hiatus Kaiyote en BadBadNotGood. Wie is Arthur Verocai?

    Lees ook:

    De ‘zoon van bossa nova’ noemt Arthur Verocai zichzelf. Hij ziet in 1945 het levenslicht in Rio de Janeiro, de bakermat van de muziekstijl die geboren wordt uit de samba, rond hetzelfde moment als wanneer de jonge Arthur in 1959 gitaar begint te spelen. ,,Ik bewonderde componisten als Tom Jobim, Villa Lobos en Milton Nascimento”, schrijft Verocai. Omdat hij de Engelse taal niet machtig is, voeren we het interview per e-mail. 

    Zijn doorbraak komt in 1966 als zangeres Leny Andrade Verocai’s compositie Olhando o Mar opneemt. Met zijn muziekcarrière gaat het vanaf dat moment crescendo. ,,In 1969 gaf ik mijn beroep van civiel ingenieur op om professioneel muzikant te worden.” Verocai wordt een veelgevraagd arrangeur voor de albums van grote Braziliaanse artiesten als Jorge Ben, Elis Regina, Gal Costa en Marcos Valle. Hij wordt de music director en gitarist van de show É a maior, en schrijft arrangementen voor de orkesten van de grote muziekfestivals in Porto Alegre en São Paulo. Hij treedt in dienst als music director bij TV Globo, de grootste omroep van het land, en schrijft tunes voor tv-programma’s.

    Ingetogen meesterwerk

    Als Verocai twee albums van zangeres Célia produceert voor Continental Records, doet het label hem een aanbod om een eigen album op te nemen. Geïnspireerd door zowel Braziliaanse muziek als jazz, soul, en klassiek van met name Milton Nascimento, Blood, Sweat & Tears, Bill Evans, Herbie Hancock en Miles Davis, brengt Arthur Verocai in 1972 zijn eponieme album uit. Het is een wonderschoon, ingetogen en melancholiek meesterwerk met stijlvolle orkestraties. Ingespeeld door een keur aan Braziliaanse topmuzikanten als drummers Robertinho Silva en Pascoal Meirelles, Paulo Moura, multi-instrumentalist Oberdan Magalhães, saxofonist Nivaldo Ornelas en gitarist Toninho Horta. Verocai’s psychedelische orkestraties roepen associaties op met Amerikaanse producers als David Axelrod en Charles Stepney. Het album is de schakel tussen de Tropicália van de jaren 60 en de Braziliaanse funk van de jaren 70.

    vrijdag 8 oktober 2021

    Jaco Pastorius: basrevolutionair

    Jaco Pastorius met zijn tweede vrouw Ingrid in de kleedkamer tijdens een Japanse tournee in 1980. (Foto: archief Peter Erskine)

    Jaco Pastorius’ big bang op de bas galmt bijna 35 jaar na zijn dood nog altijd na. Op 1 december zou hij 70 jaar zijn geworden. Vrienden en kenners aan het woord over een muzikaal fenomeen.

    “My name is John Francis Pastorius III, and I’m the greatest bass player in the world.”

    “Get the fuck out of here!”

    Zo verliep de eerste kennismaking tussen Jaco Pastorius en Joe Zawinul. Het was het najaar van 1974, backstage na een concert van Zawinuls fusiongroep Weather Report in Miami. 

    In zijn thuisstaat Florida wist men al wat voor vlees ze in de kuip hadden, maar daarbuiten was Jaco nog onbekend. Zawinul kon niet bevroeden dat deze opschepperige ‘beach bum’ niet blufte, en twee jaar later met zijn verbluffende titelloze debuutalbum, zijn sfeerbepalende spel op Joni Mitchells Hejira én als bassist van zijn eigen Weather Report een schokgolf door de muziekwereld zou laten gaan die vergelijkbaar was met de tsunami van 2004. 

    Jaco trok met een nijptang de frets uit de hals en herschreef de natuurwetten van wat mogelijk was op een (fretloze) basgitaar. Er is elektrische bas vóór en bas na Jaco Pastorius. De bas was niet meer slechts onderdeel van de ritmesectie in de achtergrond, maar kleurde de muziek. Jaco’s uit duizenden herkenbare sonore, soepele bas klonk als de paringsdans van baltsende bultruggen in de diepzee waar de laatste lichtstralen door de duisternis priemen. Met zijn flamboyante verschijning en spectaculaire stage show werd Jaco de rockster van de jazz en katapulteerde hij Weather Report van de jazzclubs naar de stadions.

    Tekening die Jaco Pastorius maakte van Joe Zawinul in 1978. (archief Peter Erskine)

    “I’m the greatest bass player in the world”; het werd Jaco’s opkomst én zijn ondergang, zijn zegen en zijn vloek. De druk om die legende sessie na sessie, concert na concert waar te maken werd ondraaglijk. Met het succes kwamen de drank, drugs en psychische problemen, die leidden tot stukgelopen huwelijken. Het werd een vicieuze cirkel van geestelijke wanhoop. De geheelonthouder Jaco in Florida veranderde in de junk en alcoholist Jaco in New York. Zijn excentrieke gedragingen werden bizar wangedrag. Jaco begon optredens te saboteren, soms zo erg dat de politie traangas moest gebruiken om de woedende menigte uiteen te drijven. Zijn misdragingen werden zo ernstig dat de hoge bazen Jaco de toegang tot het kantoor van Warner Bros. verboden. Hij mocht zijn eigen kinderen niet meer zien, waardoor Jaco nog dieper in de fles dook. Hij raakte aan lager wal en zelfs dakloos, moest starnakel dronken zijn kostje bij elkaar schrapen als straatmuzikant.

    Het kon niet anders dan dat het tragisch zou aflopen. Op een kwade dag liep Jaco tegen de vuisten aan van een nachtclubuitsmijter met een zwarte band in vechtsport. Hij werd in coma geslagen en stierf tien dagen later, op 21 september 1987, slechts 35 jaar jong. Precies de leeftijd die hij zelf had voorspeld.

    vrijdag 11 juni 2021

    Gary Numan: toevallige pionier

    Het einde der tijden is nakende! Die onheilstijding brengt synthpop-pionier Gary Numan op zijn nieuwe album Intruder én de volgende plaat waar hij al aan werkt. ‘Fucking hell man, we zijn de klos!’

    Lees ook:


    Terwijl het coronavirus wereldwijd om zich heen greep en miljoenen mensenlevens eiste, zat Gary Numan verschanst in zijn thuisstudio in zijn Californische kasteel onverstoord te werken aan Intruder, zijn 21e album. “Het meeste was al vóór corona gedaan. Ik had de nummers al af voordat het virus begon”, vertelt Gary via Zoom. “Toen het virus kwam heb ik gewoon doorgewerkt. ‘s Morgens ging ik naar beneden en dook de studio in. En ‘s avonds als het donker was kwam ik er weer uit en ging naar bed. Dus ik heb er weinig van meegekregen. Natuurlijk las ik er wel over in de kranten. En mijn kinderen zaten thuis omdat de school dicht was. Een paar dingen waren anders, maar het had niet veel impact. Ik zat tot over mijn oren in de nieuwe plaat, ik was al aan het afronden, ik kwam toch al weinig buiten en deed verder weinig. En ik was ook bezig een boek te schrijven. Dat deed ik ook in de studio, dat is het enige rustige plekje hier in huis, met de kinderen, de herrie, de honden. Pas eind juli drong echt tot me door hoe alles anders was.”

    Twee golven en meerdere afgelaste tournees later begint de situatie voor Gary langzamerhand wel wat penibel te worden. “Wij verdienen het grootste deel van ons inkomen aan touren, niet aan albums. Die maak je om het touren te rechtvaardigen. Optreden is niet alleen een belangrijke reden waarom je artiest wordt, dat is het meest opwindende onderdeel. Je mist niet alleen dat, en de levensstijl en alles dat erbij komt kijken. Je mist ook het geld. De eerste tien maanden was er geen probleem, ik maakte me er geen zorgen over. Sinds de kerst is het wel wat moeilijker geworden. We moeten meer op de kleintjes letten. Ik heb geluk gehad dat we vóór 2020 een paar goede jaren hebben gehad, dus ik had veel reserves. Maar dat is nu op, haha! Dus ik sta te popelen om te gaan touren.

    Er staat nog een Amerikaanse tournee gepland in oktober, die is misschien nog wel mogelijk. Het hangt af van het vertrouwen dat mensen hebben in het vaccin of ze het aandurven om weer naar evenementen te gaan. Er zijn natuurlijk ook veel mensen die geen vaccin willen, met name onder Republikeinen. Ik hoorde gisteren op het nieuws dat 59 procent van de Republikeinen zich niet willen laten vaccineren, uit een soort politieke loyaliteit. Dat is gewoon fucking gestoord! Dat is een probleem dat effect zal hebben op evenementen.”